Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4091

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
13-684946-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Minderjarige, meerderjarige medeverdachte. Bewezenverklaring straatroven via Marktplaats door middel van schakelbewijs en dezelfde modus operandi.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/684946-14

Datum uitspraak: 29 juni 2015

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres, te plaats] ,

gedetineerd in de Justitiële Jeugd Inrichting [detentie adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juni 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. I. Mannen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R. el Hessaini, naar voren hebben gebracht.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat naar voren is gebracht door mevrouw

[naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), mevrouw

[naam 2], namens Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) en de ouders van verdachte.

Voorts is ter terechtzitting verschenen de benadeelde partij mevrouw [persoon 7].

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(zaakdossier 1)

hij op of omstreeks 15 januari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland op

de openbare weg, de [adres 1], in elk geval op een openbare weg, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende

(ondermeer) een geldbedrag van ongeveer 900,- euro en/of twee betaalkaarten

en/of een ANWB en ziekenhuispas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [persoon 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan,

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

voornoemde [persoon 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk

te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

en/of onverhoeds

(zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) gezichtsbedekkende

kleding droeg(en) teneinde schrik aan te jagen en/of herkenning te voorkomen)

-tegen voornoemde [persoon 1] heeft/hebben gezegd; "Geld, geld,geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

-voornoemde [persoon 1] heeft/hebben gevolgd en/of achternagelopen en/of omringd

en/of ingesloten en/of

-(met kracht) voornoemde portemonnee (met inhoud) uit de hand(en) van

voornoemde [persoon 1] heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

2.

(zaakdossier 2)

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op

de openbare weg, de [adres 2], in elk geval op een openbare weg, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [persoon 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een IPhone 5

en/of een identiteitskaart en/of een portemonnee (inhoudende (ondermeer) een

Rabobank pas en/of een bonuskaart en/of een GVB kaart en/of een geldbedrag van

ongeveer 1040,- euro) en/of een tas (met inhoud), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [persoon 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

-een of meermalen tegen voornoemde [persoon 2] heeft/hebben gezegd;"Je geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

-voornoemde [persoon 2] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

-een of meermalen (met kracht) voornoemde [persoon 2] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of getrapt en/of geschopt tegen diens rug en/of gezicht en/of

lichaam (zulks terwijl voornoemde [persoon 2] op de grond lag) en/of

-een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond

en/of voorgehouden aan voornoemde [persoon 2];

(artikel 317 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland op

de openbare weg, de [adres 2], in elk geval op een openbare weg, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een IPhone 5 en/of een

identiteitskaart en/of een portemonnee (inhoudende (ondermeer) een Rabobank

pas en/of een bonuskaart en/of een GVB kaart en/of een geldbedrag van ongeveer

1040,- euro) en/of een tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [persoon 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan,

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

voornoemde [persoon 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk

te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

-een of meermalen tegen voornoemde [persoon 2] heeft/hebben gezegd;"Je geld", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

-voornoemde [persoon 2] tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

-een of meermalen (met kracht) voornoemde [persoon 2] heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of getrapt en/of geschopt tegen diens rug en/of gezicht en/of

lichaam (zulks terwijl voornoemde [persoon 2] op de grond lag) en/of

-een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond

en/of voorgehouden aan voornoemde [persoon 2];

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

3.

(zaakdossier 3)

hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op

de openbare weg, de [adres 2], in elk geval op een openbare weg, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (inhoudende een Apple

portable computer en/of een Mac boek-Pro en/of een zogenaamde Native

Instruments MK1 Maschine en/of een usb stick en/of oordopjes en/of een IPhone

oplader), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 3],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 3], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en), dat hij,verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk

gewelddadig en/of dreigend

-naar voornoemde [persoon 3] is/zijn toegerend en/of

-(met kracht) zijn/hun arm(en) om het lichaam van voornoemde [persoon 3]

heeft/hebben geslagen en/of

-(met kracht) voornoemde tas (met inhoud) uit de hand(en) van voornoemde

[persoon 3] heeft/hebben getrokken en/of gerukt en/of gegrist en/of

-voornoemde [persoon 3] heeft/hebben opgetild en/of (met kracht) op de grond

heeft/hebben gegooid en/of

- een (slag/stoot)wapen en/of een knuppel en/of stok, in elk geval een

dreigend voorwerp aan die [persoon 3] heeft/hebben getoond en/of

voorgehouden en/of hiermee heeft/hebben geslagen tegen het lichaam van

voornoemde [persoon 3];

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

4.

(zaakdossier 5)

hij op of omstreeks 05 april 2014 te Amsterdam,in elk geval in Nederland, op

de openbare weg, de [adres 3], in elk geval op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [persoon 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

een IPhone 5 ( merk Apple), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan voornoemde [persoon 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

opzettelijk gewelddadig en/of dreigend en/of onverhoeds

- voornoemde [persoon 4] (van achteren) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- een arm om de nek van voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geslagen en/of

-een of meermalen (met kracht) voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geschopt en/of

getrapt en/of geslagen en/of gestompt tegen diens lichaam en/of

-tegen voornoemde [persoon 4] heeft/hebben gezegd; "Geld, geld, geld", althans woorden

van gelijke aard en/of strekking;

(artikel 317 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij op of omstreeks 05 april 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op

de openbare weg, de [adres 3], in elk geval op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een IPhone 5 (merk

Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 4],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 4], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk

gewelddadig en/of dreigend en/of onverhoeds

- voornoemde [persoon 4] (van achteren) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- een arm om de nek van voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geslagen en/of

- een of meermalen (met kracht) voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geschopt en/of

getrapt en/of geslagen en/of gestompt tegen diens lichaam en/of

-tegen voornoemde [persoon 4] heeft/hebben gezegd; "Geld, geld, geld", althans woorden

van gelijke aard en/of strekking en/of

-(met kracht) voornoemde IPhone 5 uit de hand(en) van voornoemde [persoon 4]

heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

5.

(zaakdossier 6)

hij op of omstreeks 25 juni 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland op de

openbare weg, het [adres 4], in elk geval op een openbare weg, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bos sleutels en/of een

portemonnee en/of een geldbedrag van ongeveer 1120,- euro en/of muntgeld en/of

een rijbewijs en/of een creditcard en/of een zorgpas en/of diverse passen, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 5], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 5], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk

gewelddadig en /of dreigend

- tegen en/of in tegenwoordigheid van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben gezegd;

"Pak hem van voren", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

-voornoemde [persoon 5] van achteren heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- zijn/hun hand(en) om/tegen de ogen van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben

gedrukt en/of gehouden en/of

-een of meermalen het hoofd van voornoemde [persoon 5] naar achteren heeft/hebben

gedrukt en/of gehouden en/of

- ( met kracht) de keel en/of hals van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben

vastgepakt en/of dicht gedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of

-tegen voornoemde [persoon 5] heeft/hebben gezegd; "Wil je dood, waar is je geld"

en/of "Ik maak je af, hou je bek anders maak ik je dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de kleding van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben afgetast en/of doorzocht en/of

- de hand van die [persoon 5] heeft/hebben weggeslagen;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

6.

(zaakdossier 7)

hij op of omstreeks 20 juli 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland op de

openbare weg, het [adres 4], in elk geval op een openbare weg, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [persoon 6] te dwingen tot de afgifte van een of

meer goederen en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan voornoemde [persoon 6], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

naar voornoemde [persoon 6] is/zijn toegerend/toegegaan waarna hij

verdachte en/of zijn mededader(s)

tegen voornoemde [persoon 6] heeft/hebben gezegd; :"Geef je geld ik heb een

gun", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

voornoemde [persoon 6] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden;

(artikel 317,45 Wetboek van Strafrecht)

7.

(zaakdossier 8)

hij op of omstreeks 25 juli 2014 te Diemen, in elk geval in Nederland op de

openbare weg, het [adres 5], in elk geval op een openbare weg, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (inhoudende (ondermeer)

een paspoort en/of rijbewijs en/of kentekenbewijs en/of een geldbedrag van

ongeveer 1160,- euro en/of muntgeld en/of een portemonnee en/of een sleutelbos

en/of een tas en/of een OV abonnement en/of make-up en/of medicijnen en/of

bankafschriften en/of een ANWB pas en/of twee, althans een of meer bankpassen

en/of een VVV-bon en/of foto's en/of een ziekenfondspas),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 7],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 7], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk

gewelddadig en/of dreigend en/of onverhoeds

- voornoemde tas (met inhoud) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

-een of meermalen (met kracht) aan voornoemde tas (met inhoud) heeft/hebben

getrokken en/of gerukt en/of voornoemde tas (met inhoud) heeft/hebben gedraaid

en/of naar beneden heeft/hebben gedrukt (welke tas (met inhoud) door

voornoemde [persoon 7] (over haar schouder) werd vastgehouden) en/of

-voornoemde tas (met inhoud) uit de hand(en) van en/of vanaf de schouder van

voornoemde [persoon 7] heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

8.

(zaakdossier 10)

hij op of omstreeks 28 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

op de openbare weg, het [adres 4], in elk geval op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon

(IPhone 5), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 8],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 8], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk

gewelddadig en/of dreigend en/of onverhoeds

- een hand voor en/of tegen het gezicht en/of linkerzijde van het lichaam van

voornoemd [persoon 8] heeft/hebben gebracht en/of gedrukt en/of gehouden en/of

- voornoemde [persoon 8] heeft/hebben meegesleept en/of geduwd en/of gegooid tegen een

muur en/of de grond en/of

-een of meermalen voornoemde [persoon 8] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

gestompt en/of geslagen tegen diens hoofd en/of lichaam;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Waardering van het bewijs

3.1

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan.

Algemeen

De rechtbank overweegt dat bij alle door verdachte gepleegde feiten dezelfde werkwijze oftewel modus operandi is gebruikt. Door verdachte en/of zijn mededader(s) werd een advertentie geplaatst op Marktplaats. Hierbij werd een Macbook Pro ter verkoop aangeboden onder vermelding van een emailadres. Hierna werd er tussen de verdachten en de beoogde ‘koper’ onderhandeld over de verkoop en de aankoopprijs in contanten. Vervolgens werd er een afspraak gemaakt in Amsterdam Zuid-Oost of, in één geval, Diemen. Ter plaatse werd er aanzienlijk geweld gebruikt jegens het slachtoffer en/of werd het slachtoffer met woorden of een wapen bedreigd. Tegelijkertijd werd van het slachtoffer het meegebrachte geldbedrag en/of andere voorhanden zijnde goederen weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat er bij alle feiten een rechtstreeks verband bestaat tussen de uitgevoerde onderhandelingen via Marktplaats met vermelding van het contante geldbedrag enerzijds en het vervolgens op gewelddadige wijze afhandig maken van dit geldbedrag anderzijds.

Naar het oordeel van de rechtbank vormt het plaatsen van de advertentie op Marktplaats en het vervolgens voeren van de onderhandelingen en het maken van de concrete afspraken over de transactie met de potentiële kopers via Marktplaats een bijdrage van zodanig gewicht aan de gepleegde berovingen dat deze bijdrage als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Met de advertentie op Marktplaats, de daaropvolgende onderhandelingen en het afspreken van de ontmoetingsplaats werden de slachtoffers immers telkens, met een forse buit, naar de uiteindelijke plaats delict geleid.

Het voorgaande brengt logischerwijze met zich mee dat, ook als niet kan worden vastgesteld wie fysiek de uitvoerders van de berovingen zijn geweest, maar wel kan worden vastgesteld wie de onderhandelingen en afspraken via Marktplaats hebben gevoerd, deze laatste perso(o)n(en) kan/kunnen worden aangemerkt als medeplegers aan de berovingen. Vertaald naar de voorliggende zaak: ook als niet kan worden vastgesteld dat verdachte fysiek heeft deelgenomen aan de uitvoering van de beroving, maar wel kan worden vastgesteld dat het verdachte is die de onderhandelingen heeft gevoerd en de afspraken heeft gemaakt via Marktplaats, kan verdachte worden aangemerkt als medepleger van de beroving.

Een aantal feiten vertoont sterke onderlinge gelijkenis, omdat bijvoorbeeld de pleegplaats en/of de pleegperiode (nagenoeg) identiek is. Feiten met een dergelijke onderlinge gelijkenis zal de rechtbank hierna als cluster bespreken.

Feit 1

De rechtbank acht -anders dan de officier van justitie en met de raadsvrouw- niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Uit de stukken blijkt dat de advertentie en het emailadres op Marktplaats zijn aangemaakt vanaf een IP-adres met een postcode behorend bij een gebied waarbinnen de tante van verdachte woonachtig is. Dit geldt echter evenzeer voor vele andere buurtbewoners, zodat het IP-adres ook door andere personen kan zijn gebruikt. Daarnaast bevindt zich op de in de woning van verdachte aangetroffen laptop een foto van een Macbook Pro die ook is gebruikt in de advertentie op Marktplaats. Dit enkele gegeven is, ook in combinatie met het IP-adres, onvoldoende om daadwerkelijke betrokkenheid van verdachte bij dit feit af te leiden. Dit geldt eveneens indien de rechtbank, zoals door de officier van justitie voorgesteld, schakelbewijs uit de overige feiten zou halen. Het gebruikte IP-adres blijft dan nog steeds onduidelijk en feit 1 gaat in tijd ook vooraf aan de andere feiten. De mogelijkheid dat verdachte niet direct betrokken is bij dit feit is te groot om tot een veroordeling over te gaan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde.

Feiten 2 en 3

De rechtbank is -met de officier van justitie en anders dan de raadsvrouw- van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Feit 2 heeft zich afgespeeld op 11 maart 2014 aan de [adres 2] te Amsterdam. Aangever [persoon 2] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Macbook Pro werd aangeboden voor € 1.050,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 1]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 2] dat deze op 11 maart 2015 de Macbook voor € 900,-- zou komen ophalen op het adres [adres 2]. [persoon 2] nam daarvoor het geld contant op. Hij belde aan op het afgesproken adres waar niemand reageerde. Hij probeerde het telefoonnummer van de ‘verkoper’ te bellen, [telefoonnummer 1], zonder resultaat. Vervolgens kreeg hij een trap in zijn rug waardoor hij viel. Hij kreeg trappen en schoppen en hem werd een mes getoond terwijl er geschreeuwd werd: ‘geld, geld’. Vervolgens werden zijn portemonnee met inhoud, zijn telefoon en nog een aantal spullen van hem gestolen. Er waren drie daders bij betrokken, negroïde mannelijke daders van 20 á 25 jaar oud. De beroving door de drie daders is te zien op de beelden op de dvd welke ter zitting getoond zijn. Kort na de beroving zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de omgeving aangetroffen.

Feit 3 heeft zich afgespeeld één dag later (12 maart) op en rond het zelfde adres als feit 2.

Aangever [persoon 3] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Macbook Pro werd aangeboden voor € 1.050,--. Het e-mailadres van de verkoper was wederom [e-mailadres 1]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 3] dat hij op 12 maart 2015 de Macbook van de ‘verkoper’ zou ruilen tegen zijn Macbook van een ander model en een controller, een Native Instruments Maschine. Hij belde aan op het afgesproken adres waar niemand reageerde. Hij belde vervolgens de ‘verkoper’ op het door deze opgegeven telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Hij zag 3 jongens komen die hard met elkaar praatten, Frans of met een Frans accent. Een dader sloeg zijn handen om hem heen. Zijn tas werd uit zijn hand gegrist. [persoon 3] werd met een smak op de grond gegooid. De daders renden weg. De drie betrokken daders waren negroïde mannelijke daders van 18 á 25 jaar oud. Ook van deze beroving zijn beelden, welke staan op de dvd welke ter zitting getoond is.

Omdat deze twee feiten zo veel overeenkomsten vertoonden startte de politie een onderzoek. Dit wees het volgende uit.

De Marktplaatsadvertenties in de zaken 2 en 3 zijn geplaatst vanaf het IP-adres [IP-adres], op het mailadres van de ‘verkoper’ is voor het laatst ingelogd vanaf dit IP-adres en de gebruikers-ID is aangemaakt vanaf dit IP-adres. Vanaf dit IP-adres is de pre-paid simkaart van de telefoon in zaak 3 opgewaardeerd. Dit IP-adres behoort bij het adres van de tante van verdachte, [naam 3] ([adres 1]), waar ook de oma van verdachte, [naam 4] woont.

De gestolen Native Instruments Maschine had als serial number [nummer]. De getuige [getuige 1] heeft van de medeverdachte [medeverdachte] het gestolen apparaat gekocht. Dit blijkt uit het feit dat de serienummers identiek zijn.

In beide zaken gebruikten de daders anonieme, niet te herleiden prepaid sim-kaarten in de telefoon waarmee contact werd onderhouden met de ‘koper’. Na de aanhouding van verdachte is bij hem thuis (in zijn slaapkamer) een mobiele telefoon aangetroffen, een Nokia. Zowel de simkaart met het door [persoon 2] opgegeven nummer als de simkaart met het door [persoon 3] opgegeven nummer heeft in deze Nokia gezeten. Verder blijkt dat de medeverdachte [medeverdachte] met dit zelfde toestel heeft gebeld toen hij de van deze diefstal afkomstige Native Instruments Maschine verkocht.

Alles in onderlinge samenhang bezien leidt dit de rechtbank tot de conclusie dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] zich tezamen en in vereniging hebben schuldig gemaakt aan deze twee feiten. De Marktplaatsadvertenties en bijbehorende e-mailadressen zijn gemaakt/gebruikt vanaf het IP-adres behorende bij het fysieke adres waar de oma en tante van verdachte woonden. De politie heeft navraag gedaan naar het gebruik van (de computers bij) dit IP-adres. [naam 4] (de oma van verdachte) verklaarde daarover dat iedereen die in het huis woonde de computers daar gebruikte, ook verdachte. Ook het nichtje van verdachte, [naam 5], dacht dat verdachte de internetaansluiting op de [adres 1] wel gebruikte. De politie heeft verder [naam 6], tante van verdachte, ermee geconfronteerd dat er (Marktplaats)advertenties waren aangemaakt met haar gegevens. Zij verklaarde dat zij dat zelf niet kon en haar dochter [naam 5] ook niet. Alleen zij zelf, dochter [naam 5] en verdachte wisten het wachtwoord van de wifi-router. De verklaring van verdachte bij de politie dat hij het wachtwoord niet wist en zijn eerst ter zitting afgegeven verklaring dat er vrienden van hem over de vloer kwamen en dat die de laptop gebruikten, komen om die reden de rechtbank leugenachtig voor. De rechtbank houdt het er daarom op dat verdachte de Marktplaatsadvertenties geplaatst heeft waarmee de ‘kopers’ werden gelokt en vervolgens beroofd. Voor de overtuiging gebruikt de rechtbank daarbij ook het gegeven dat op een laptop op het adres waar verdachte is aangehouden een identieke foto is aan getroffen als gebruikt bij feit 2.

Het medeplegen van deze berovingen blijkt op zich reeds uit het feit dat deze met 3 personen plaatsvonden. Dat ook de medeverdachte [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van deze berovingen, die als een sjabloon op elkaar passen, leidt de rechtbank uit het volgende af. Bij feit 2 heeft verdachte de advertentie geplaatst en is hij direct na de beroving staande gehouden door de politie, waarbij hij vergezeld was van [medeverdachte]. Zowel verdachte als [medeverdachte] voldeden in grote lijnen aan het signalement. Hieruit leidt de rechtbank af dat het verdachte en [medeverdachte] zijn geweest die ook daadwerkelijk de beroving hebben gepleegd. Bij feit 3 heeft verdachte de advertentie geplaatst en verkocht [medeverdachte] kort daarop een gedeelte van de buit, daarbij gebruik makend van de Nokia van verdachte. Over dit verkopen van de buit heeft [medeverdachte] ter zitting een verklaring afgelegd. Hij stelt de ‘Maschine’ van een hele nette jongen te hebben gekocht en te hebben doorverkocht. De naam van deze jongen wil [medeverdachte] niet noemen. De rechtbank acht deze verklaring van [medeverdachte] om meerdere redenen niet geloofwaardig. Om te beginnen wil [medeverdachte] de naam van deze jongen niet noemen om hem niet in de problemen te brengen. De rechtbank ziet niet hoe ‘deze jongen’ in de problemen zou kunnen komen, nu het hier volgens [medeverdachte] een eerlijke zaak zou betreffen. Daarnaast ziet de rechtbank niet waarom [medeverdachte] deze Maschine voor deze jongen zou moeten verkopen en deze jongen dat niet zelf zou kunnen doen. Daarnaast heeft [medeverdachte] er geen verklaring voor gegeven waarom hij pas na acht maanden detentie met deze verklaring komt, die anders is dan zijn verklaring bij de rechter-commissaris waar hij dit nog ‘een foutje’ noemt. Ten vierde acht de rechtbank de verklaring ongeloofwaardig, omdat de door [medeverdachte] verkochte Maschine volgens het serienummer het van de aangever gestolen apparaat is geweest en dus niet van een ‘hele nette jongen’. Nu [medeverdachte] leugenachtig verklaart, niet verklaart over hoe hij wél aan het apparaat is gekomen en feit 3 als gezegd op meerdere punten, waaronder het signalement van de daders, als twee druppels water op feit 2 lijkt, houdt de rechtbank het er op dat ook [medeverdachte] dit feit mede heeft gepleegd.

Het feit dat de aangever in zaak 3 stelt dat twee van de daders in een voor aangever onbekende taal spraken, vermoedelijk Frans dan wel met een Frans accent, en de verdachten, althans zo stellenzij , niet, acht de rechtbank geen beletsel tot bewezenverklaring ervan over te gaan. Aangever heeft verklaard dat het een voor hem onbekende taal was zodat het ook heel wel een andere taal, Spaans of een straattaal, kan zijn geweest. De rechtbank verwijst voorts naar hetgeen onder ‘Algemeen’ over medeplegen is overwogen.

Feiten 5, 6 en 8

De rechtbank is -met de officier van justitie en anders dan de raadsvrouw- van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5, 6 en 8 ten laste gelegde.

Feit 5 heeft zich afgespeeld op 25 juni 2014 op de [adres 4] te Amsterdam. Aangever [persoon 5] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Macbook Pro werd aangeboden voor € 1.350,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 2]. Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer 3]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 5] dat deze op 25 juni 2014 de Macbook zou komen ophalen op het adres [adres 4]. [persoon 5] belde aan op het afgesproken adres waar niemand reageerde. Vervolgens werd hij van achteren vastgepakt en werd zijn keel dichtgedrukt. Er werd tegen hem geschreeuwd: "Wil je dood, waar is je geld". Vervolgens werden zijn sleutels, portemonnee en een geldbedrag van ongeveer € 1.120,-- weggenomen. Er waren twee daders bij betrokken met een Surinaamse en Noord-Afrikaanse achtergrond van begin 20 en 25 jaar oud.

Feit 6 heeft zich afgespeeld op 20 juli 2014 op de [adres 4] te Amsterdam. Aangever [persoon 6] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Macbook Pro werd aangeboden voor € 1.325,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 3]. Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer 4]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 6] dat deze op 20 juli 2014 de Macbook zou komen ophalen op het adres [adres 4]. [persoon 6] belde aan op het afgesproken adres. Vervolgens kwamen er twee mannen naar hem toe gerend en werd er tegen hem gezegd: "Geef je geld ik heb een gun", waarbij hij werd vastgehouden. Toen [persoon 6] riep dat hij niet alleen was, renden de daders weg. De daders waren negroïde en tussen de 17 en 25 jaar oud.

Feit 8 heeft zich afgespeeld op 28 september 2014 op de [adres 4] te Amsterdam. Aangever [persoon 8] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Macbook Pro werd aangeboden voor € 1.400,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 4]. Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer 5]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 8] dat deze op 28 september 2014 de Macbook zou komen ophalen op het adres [adres 4]. [persoon 8] belde aan op het afgesproken adres waar de bewoner van niets wist. Vervolgens werd een hand tegen zijn gezicht gebracht, werd hij tegen een muur gegooid en meermalen geschopt en geslagen. Vervolgens werd zijn IPhone weggenomen. Er waren drie daders bij betrokken, waarvan er een Creools was van 20 jaar oud.

Uit de stukken blijkt dat ten aanzien van de feiten 5, 6 en 8 de advertentie en het emailadres op Marktplaats zijn aangemaakt vanaf IP-adressen behorend bij het GBA-adres van verdachte en het adres van de woning van zijn tante. Gezien de verklaringen van de familieleden van verdachte (tante, nichtje, oma) dat de computers op genoemde adressen niet werden gebruikt door vrienden van verdachte die over de vloer kwamen, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte degene was die dit deed. Daarnaast zijn in de BlackBerry van verdachte de emailadressen met bijbehorende identieke wachtwoorden uit de advertentie van de feiten 5 en 8 aangetroffen. Ook bevindt zich in deze telefoon een foto van de advertentie van Marktplaats die ook is gebruikt bij de feiten 6 en 8. Gezien het feit dat verdachte pas ter terechtzitting met de verklaring is gekomen dat hij zijn telefoon aan anderen uitleende, en verdachte ook verder niet heeft willen aangeven wie die anderen waren, acht de rechtbank deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig.

Voorts is er een navolgend tapgesprek op 15 oktober 2014 tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte]:

Verdachte: “Kan ik ik heb je weet toch dan kunnen we effe praten over die dingen van weekend, van die Mac dingen, ik heb nu iemand gevonden die we trekken”.

Medeverdachte [medeverdachte]: “Ok rustig ik kan nu ik ga nu niet moven. Ik app je erover ja.”

Verdachte: ”No Spang”.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben ter zitting desgevraagd gezegd zich niet te kunnen herinneren waar dit gesprek precies over ging. Dat, zoals verdachte heeft gezegd, het gesprek misschien gaat over eten halen bij de McDonalds acht de rechtbank niet aannemelijk nu verdachte duidelijk zegt dat hij ‘iemand’ gevonden heeft die ‘ze’ kunnen gaan trekken.

Uit de op ambtseed opgemaakte bevindingen van de politie blijkt voorts dat de medeverdachte [medeverdachte] kort voor de pleegdatum van feit 5 meerdere malen gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] uit de advertentie van feit 5. Naar het oordeel van de rechtbank doet de verklaring van [medeverdachte] dat hij redenen heeft om niet te zeggen aan wie dit telefoonnummer toebehoort niet af aan het feit dat dit telefoonnummer tot zijn beschikking stond. Ook is het IP-adres vanaf waar voor het laatste is ingelogd op het emailadres uit de advertentie van feit 6 afgegeven op de naam van de moeder van [medeverdachte]. Voorts is in de IPhone van de vriendin van [medeverdachte] een whatsapp bericht aangetroffen waarin [medeverdachte] aangeeft dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] dat ook is gebruikt in de advertentie van feit 6. Bovendien zaten in de Samsung telefoon van [medeverdachte] een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] dat is gebruikt in de advertentie bij feit 8, sms-berichten met de naam van de verkoper uit de advertentie van feit 8 en in de contactlijst het telefoonnummer van de aangever van feit 8.

Dat, zoals [medeverdachte] heeft verklaard, er meerdere mensen gebruik konden maken van de wifi-verbinding bij zijn moeder thuis en dat hij zijn telefoon wel eens uitleende aan anderen, maakt niet dat de rechtbank daarmee aannemelijk acht dat een ander dan [medeverdachte] gebruik heeft gemaakt van de wifi-verbinding en de mobiele telefoons zoals hierboven weergegeven. [medeverdachte] heeft deze verklaring eerst ter zitting afgelegd. Voorts is de kans dat iemand anders op meerdere momenten steeds van aan [medeverdachte] toebehorende dan wel direct aan [medeverdachte] te linken goederen gebruik heeft gemaakt, dermate klein te achten dat het op de weg van [medeverdachte] had gelegen om met namen te komen teneinde deze stelling te kunnen verifiëren. [medeverdachte] heeft desgevraagd geen namen willen geven.

Gelet op het voorgaande en de onderlinge samenhang van de feiten, waaronder de pleegplaats, de IP-adressen, de emailadressen, de foto van de advertentie en het gebruik van de verschillende telefoonnummers, is de rechtbank van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met in ieder geval de medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het onder 5, 6 en 8 ten laste gelegde.

Feit 7

De rechtbank is -met de officier van justitie en anders dan de raadsvrouw- van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 7 ten laste gelegde.

Feit 7 heeft zich afgespeeld op 25 juli 2014 op het [adres 5] te Diemen. Aangever [persoon 7] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Apple Macbook Pro 15 inch Retina werd aangeboden voor € 1.325,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 3]. Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer 4]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 7] dat deze op 25 juli 2014 de Macbook zou komen ophalen op het adres [adres 6, nummer A] te Diemen. [persoon 7] belde rond half negen ’s avonds aan op het afgesproken adres maar er werd niet open gedaan. [persoon 7] is vervolgens een stukje gaan lopen, onder meer door een stukje park, terwijl ze haar man belde. Een joggende man, die ze ten tijde van het aanbellen op het adres [adres 6, nummer A] al had waargenomen, liep naar [persoon 7] toe, greep met beide handen de tas van [persoon 7] en rukte en draaide aan de tas. [persoon 7] viel hierdoor op de grond en de joggende man rende met de tas weg. Op de plek waar [persoon 7] is gevallen lag een mobiele telefoon. Deze mobiele telefoon lag er nog niet toen de joggende man aan haar tas begon te trekken. [persoon 7] gaf als signalement van de joggende man: negroïde, bleek gelaat, zwart haar, tussen 180-189, normaal postuur, tussen 26 en 35 jaar, donkerblauw joggingspak met koordjes.

Getuigen [getuige 2] en [getuige 3] zagen een negroïde man in een donkerkleurige joggingpak met tas wegrennen. Zij zagen dat de negroïde man bij een ander achterop een fiets sprong. De bestuurder van de fiets reed weg. De bestuurder was een licht getinte jongen met een zwartkleurig joggingpak.

Uit de stukken blijkt dat de advertentie en het emailadres op Marktplaats zijn aangemaakt vanaf een IP-adres behorend bij het GBA-adres van verdachte, [adres 7]. Uit de stukken blijkt voorts dat het IP-adres vanaf waar voor het laatste is ingelogd op het emailadres [e-mailadres 3] is afgegeven op de naam van de moeder van medeverdachte [medeverdachte], [naam 7], [adres 8].

Voorts bevindt zich in de BlackBerry van verdachte een foto van de advertentie van Marktplaats. In de IPhone van de vriendin van [medeverdachte] bevindt zich een whatsapp bericht waarin [medeverdachte] op 25 juli 2014 om 17:46 uur aangeeft dat hij gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4]. Dit is het telefoonnummer van de verkoper.

Op 25 juli 2014 peilt de gebruiker van [telefoonnummer 4] uit in de buurt van de plaats delict.

In de op de plaats delict aangetroffen mobiele telefoon [noot rechtbank: dit is de telefoon waarvan de politie aangeeft dat deze op de vluchtroute van de joggende man is aangetroffen] zit een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 6]. Ten tijde van de straatroof heeft de gebruiker van [telefoonnummer 4] contact met dit telefoonnummer. In de op de plaats delict aangetroffen telefoon staan voorts een aantal sms-berichten in de Spaanse taal. Een tweetal inkomende berichten zijn gericht aan [naam 6]. De tante van verdachte heet [naam 6]. Zij is geboren in de Dominicaanse Republiek.

Op [adres 6, nummer B] woont de opa van de vriendin van medeverdachte [medeverdachte]. Medeverdachte [medeverdachte] komt hier over de vloer. Het afgesproken adres waar de transactie plaats zou vinden was [adres 6, nummer A].

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien en gelet op de gelijkenissen met de overige feiten, waaronder de modus operandi en het onder feit 6 gebruikte emailadres [e-mailadres 3] en mobiele nummer [telefoonnummer 4], is de rechtbank van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met in ieder geval de medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het onder 7 ten laste gelegde.

Feit 4

De rechtbank is -met de officier van justitie en anders dan de raadsvrouw- van oordeel dat het dossier voldoende feiten en omstandigheden bevat op grond waarvan kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 primair ten laste gelegde.

Feit 4 heeft zich afgespeeld op 5 april 2014 op de [adres 3] te Amsterdam. Aangever [persoon 4] had gereageerd op een advertentie op Marktplaats waarin een Apple Macbook werd aangeboden voor € 1.400,--. Het e-mailadres van de verkoper was [e-mailadres 5]. Afgesproken werd tussen de ‘verkoper’ en [persoon 4] dat deze op 5 april 2014 ’s avonds de Macbook zou komen ophalen op het adres [adres 9, nummer A]. Toen [persoon 4] op het afgesproken tijdstip in de [adres 9, nummer A] aankwam, zag hij twee personen, NN1 en NN2, op een muurtje zitten en merkte hij dat perceel [nummer A] niet bestond. [persoon 4] heeft vervolgens geprobeerd om via de email contact te leggen met de ‘verkoper’. NN1 benaderde [persoon 4] vervolgens met de vraag waar [persoon 4] naar op zoek is. Korte tijd later werd [persoon 4] door NN1 vastgepakt en door NN2 geslagen. [persoon 4] werd veelvuldig geslagen en geschopt. [persoon 4] viel vervolgens op de grond en NN1 en NN2 roepen “geld, geld”. Vervolgens werd de mobiele telefoon uit de handen van Pels getrokken en gaan NN1 en NN2 ervan door. NN1 en NN2 hebben een negroïde, Surinaams uiterlijk. NN1 heeft een normaal/slank postuur, is 175 tot 180 cm lang, rond de 20 jaar oud, en heeft kort geschoren kroeshaar. NN2 is 180 tot 185 cm lang, iets slanker dan NN1 en eveneens rond de 20 jaar oud.

Uit de stukken blijkt dat de advertentie op Marktplaats is aangemaakt vanaf een IP-adres behorend bij het GBA-adres van verdachte, [adres 7]. Voorts bevindt zich in de BlackBerry telefoon van verdachte een foto van de advertentie van Marktplaats.

De rechtbank is van oordeel dat deze feiten op zichzelf onvoldoende bewijs opleveren voor het door verdachte medeplegen van de diefstal met geweld. Gelet evenwel op de modus operandi -de advertentie op Marktplaats waarin een MacBook werd aangeboden, het IP-adres, het gebruik van niet juiste adresgegevens, het op straat opwachten van de koper-, en de soortgelijke foto op verdachtes BlackBerry, bezien in het licht van de gelijksoortige modus operandi bij de feiten 2, 3 en 5 tot en met 8 en het gegeven dat feit 4 zich afspeelt tussen feit 3 en 5, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook voor feit 4 als medepleger kan worden veroordeeld.

3.2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

2.

op 11 maart 2014 te Amsterdam, op de openbare weg, de [adres 2], tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een IPhoneiPhone 5 en een identiteitskaart en een portemonnee, inhoudende een Rabobankpas en een bonuskaart en een GVB kaart en een geldbedrag van ongeveer

1040,-- euro en een tas met inhoud, toebehorende aan [persoon 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend

- meermalen tegen voornoemde [persoon 2] heeft/hebben gezegd; "Je geld", althans woorden van gelijke strekking en

-voornoemde [persoon 2] tegen de grond heeft/hebben getrokken en

- meermalen met kracht voornoemde [persoon 2] heeft/hebben geslagen en getrapt en geschopt tegen diens rug en gezicht en lichaam, zulks terwijl voornoemde [persoon 2] op de grond lag, en

-een mes heeft/hebben getoond aan voornoemde [persoon 2]

3.

op 12 maart 2014 te Amsterdam op de openbare weg, de [adres 2], tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, inhoudende een Apple portable computer, een Macbook-Pro en een zogenaamde Native Instruments MK1 Maschine en een usb stick en oordopjes en een IPhone-

oplader, toebehorende aan [persoon 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 3], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend

- naar voornoemde [persoon 3] is/zijn toegerend en

- met kracht zijn/hun armen om het lichaam van voornoemde [persoon 3] heeft/hebben geslagen en

- met kracht voornoemde tas met inhoud uit de hand van voornoemde [persoon 3] heeft/hebben gegrist en

-voornoemde [persoon 3] heeft/hebben opgetild en/of met kracht op de grond

heeft/hebben gegooid en

- een slag/stootwapen aan die [persoon 3] heeft/hebben getoond

4.

primair:

op 5 april 2014 te Amsterdam, op de openbare weg, de [adres 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [persoon 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een IPhone 5, merk Apple, toebehorende aan voornoemde [persoon 4],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend en onverhoeds

- voornoemde [persoon 4] van achteren heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en

- een arm om de nek van voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geslagen en

- meermalen met kracht voornoemde [persoon 4] heeft/hebben geschopt en geslagen tegen diens lichaam en

-tegen voornoemde [persoon 4] heeft/hebben gezegd; "Geld, geld, geld"

5.

op 25 juni 2014 te Amsterdam op de openbare weg, het [adres 4], tezamen

en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bos sleutels en een portemonnee en een geldbedrag van ongeveer 1120,-- euro en muntgeld en een rijbewijs en een creditcard en een zorgpas en diverse passen, toebehorende aan [persoon 5], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en

bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 5], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend

- in tegenwoordigheid van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben gezegd: "Pak hem van voren" en

-voornoemde [persoon 5] van achteren heeft/hebben vastgepakt en

- zijn/hun hand(en) tegen de ogen van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben gedrukt en

- het hoofd van voornoemde [persoon 5] naar achteren heeft/hebben gedrukt en

- met kracht de keel van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben dichtgedrukt en dichtgedrukt gehouden en

-tegen voornoemde [persoon 5] heeft/hebben gezegd; "Wil je dood, waar is je geld" en "Ik maak je af, hou je bek anders maak ik je dood" en

- de kleding van voornoemde [persoon 5] heeft/hebben afgetast en doorzocht en

- de hand van die [persoon 5] heeft/hebben weggeslagen

6.

op 20 juli 2014 te Amsterdam op de openbare weg, het [adres 4], ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [persoon 6] te dwingen tot de afgifte van een of meer goederen en/of een geldbedrag, toebehorende aan voornoemde [persoon 6], naar voornoemde [persoon 6] is/zijn toegerend waarna hij

verdachte en/of zijn mededader(s) tegen voornoemde [persoon 6] heeft/hebben gezegd: "Geef je geld ik heb een gun" en voornoemde [persoon 6] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

7.

op 25 juli 2014 te Diemen op de openbare weg, het [adres 5], tezamen en in

vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas, inhoudende onder meer een paspoort en rijbewijs en kentekenbewijs en een geldbedrag van ongeveer 1160,-- euro en muntgeld en een portemonnee en een sleutelbos

en een tas en een OV abonnement en make-up en medicijnen en bankafschriften en een ANWB pas en bankpassen en een VVV-bon en foto's en een ziekenfondspas, toebehorende aan [persoon 7], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [persoon 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededader opzettelijk gewelddadig en onverhoeds

- voornoemde tas met inhoud heeft/hebben vastgepakt en

- met kracht aan voornoemde tas met inhoud heeft/hebben getrokken en gerukt en voornoemde tas met inhoud naar beneden heeft/hebben gedrukt, welke tas met inhoud door voornoemde [persoon 7] over haar schouder werd vastgehouden en

-voornoemde tas met inhoud uit de handen van en vanaf de schouder van voornoemde [persoon 7] heeft/hebben getrokken

8.

op 28 september 2014 te Amsterdam, op de openbare weg, het [adres 4], tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, IPhone 5, toebehorende aan [persoon 8], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen voornoemde [persoon 8], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin

bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en onverhoeds

- een hand tegen het gezicht en de linkerzijde van het lichaam van voornoemde [persoon 8] heeft/hebben gebracht en

- voornoemde [persoon 8] heeft/hebben meegesleept en geduwd en gegooid tegen een muur en

- meermalen voornoemde [persoon 8] heeft/hebben geschopt en geslagen tegen diens hoofd en lichaam

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 Bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder

1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 24 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dat inhoudt IFA en een daaruit voortvloeiend mogelijk traject.

De verdediging heeft primair betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten en heeft subsidiair ten aanzien van de straftoemeting bepleit dat volstaan kan worden met een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, eventueel met een flink voorwaardelijk deel. Verdachte is bereid zich te houden aan alle aanwijzingen in het kader van Toezicht en Begeleiding.

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de oriëntatiepunten straftoemeting jeugd Amsterdam, welke dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging en regelmatig worden geactualiseerd. Bij de vaststelling van deze oriëntatiepunten wordt

uitgegaan van het modale feit gepleegd door een first offender.

In de onderhavige zaak geldt als uitgangspunt voor strafoplegging dat ten aanzien van een straatroof een jeugddetentie van een maand wordt opgelegd, te vermeerderen met een maand jeugddetentie per strafverzwarende omstandigheid als fysiek geweld, letsel, bedreiging met een wapen en georganiseerd karakter.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft met anderen in een periode van ongeveer een half jaar een groot aantal straatroven gepleegd, waarbij dezelfde werkwijze werd gehanteerd. Eerst werd er een advertentie voor een Macbook Pro op Marktplaats gezet. Daarna was er emailcontact met de beoogde kopers en werd er afgesproken op of nabij een adres in Amsterdam Zuid Oost of Diemen. Vervolgens werden op de afgesproken plek het meegebrachte geld en andere goederen op gewelddadige wijze afhandig gemaakt. Handelen als dat van verdachte heeft op slachtoffers -in het algemeen- een zeer grote impact. Zij kunnen veel last houden van het gebeurde, zoals ook blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen verklaring van één van de slachtoffers. Voorts leiden dergelijke feiten in het algemeen tot veel onrust in de samenleving. Door het plegen daarvan heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit en eigendommen van anderen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van

3 juni 2015. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld, zodat verdachte als first offender wordt beschouwd.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het pro justitia-rapport, opgemaakt op

22 januari 2015 door de gz-psycholoog [naam 8]. Hieruit blijkt dat er bij verdachte signalen zijn van trekken van een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. Hij functioneert in cognitief opzicht op zwakbegaafd niveau. Ten aanzien van zijn sociaal-emotioneel functioneren komt naar voren dat hij sterk gericht is op autonomie en geneigd is om enkel het lustprincipe te volgen. Vanwege zijn geneigdheid zich te willen onttrekken aan regelgeving en structuur dient er goed toezicht op hem te kunnen worden uitgeoefend vanuit de woonsituatie. Gedacht kan worden aan een begeleide woonsetting. Begeleiding vanuit de jeugdreclassering om een vinger aan de pols te houden is noodzakelijk.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 5 maart 2015. De Raad heeft ter terechtzitting geadviseerd een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dat inhoudt IFA en een mogelijk daaruit voortvloeiend traject. Volgens de Raad is er nooit eerder hulpverlening in een verplichtend kader geweest. Verdachte geeft aan dat hij hulp wil bij praktische zaken, maar er zijn ook zorgen omtrent zijn inzicht, zijn openheid en het zich begeleidbaar opstellen.

JBRA heeft ter terechtzitting geadviseerd om het toezicht over te dragen aan Reclassering Nederland. Volgens JBRA stellen de ouders verdachte zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Er zijn geen zorgen over zijn broers en zussen, dus een gezinsaanpak is niet nodig. IFA kan helpen bij het begeleid wonen.

Gelet op al het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen van na te melden duur, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dat inhoudt IFA en een mogelijk daaruit voortvloeiend traject. Hierbij is rekening gehouden met de ernst van de feiten, het feit dat verdachte first offender is, de pro justitia-rapportage en het advies van de Raad en JBRA.

Verbeurdverklaring

Het voorwerp onder nummer 1 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, dat aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien dat voorwerp geheel of grotendeels uit de baten van het bewezen geachte is verkregen.

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot de voorwerpen onder nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 17, 18, 20, 21, 22, 23, 24, 25 en 27 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst het bewezen geachte is begaan of deze voorwerpen bestemd zijn tot het begaan van het bewezen geachte en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

I.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering van [persoon 3] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het gaat dan om de gevraagde vergoeding voor € 3.000,10, bestaande uit materiële schade van € 2.000,10 (laptop, controller, oplader, oordopjes en reiskosten) en immateriële schade van € 1.000,--.

De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal hoofdelijk worden veroordeeld om dat bedrag te betalen aan [persoon 3].

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [persoon 3] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

Het restant van de vordering levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

II.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij [persoon 7] levert geen onevenredige belasting op van het strafgeding. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De verdachte zal hoofdelijk worden veroordeeld om het gevorderde bedrag, te weten materiële schade van € 687,30 (niet verzekerde deel, reiskosten, parkeerkosten, telefoonkosten en kleding), te betalen aan [persoon 7], te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (pleegdatum) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [persoon 7] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

III.

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij [persoon 8] levert geen onevenredige belasting op van het strafgeding. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 8 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. De verdachte zal hoofdelijk worden veroordeeld om het gevorderde bedrag, te weten materiële schade van € 74,99 (eigen risico en hoesje), te betalen aan [persoon 8].

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [persoon 8] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Wetboek van Strafrecht) aan verdachte opgelegd.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 5 bewezen geachte:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 4 primair bewezen geachte:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 6 bewezen geachte:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 7 bewezen geachte:

Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 8 bewezen geachte:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zonder uitstel stelt onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland, tijdens de proeftijd onder dat toezicht en die leiding blijft en zich tijdens die proeftijd gedraagt naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt IFA en een daaruit voortvloeiend mogelijk traject.

Verklaart verbeurd: het voorwerp onder nummer 1 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: de voorwerpen onder nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 17, 18, 20, 21, 22, 23, 24, 25 en 27 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van: de voorwerpen onder nummers 26 en 28 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie van: de voorwerpen onder nummers 13, 15, 16 en 19 van de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

I.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 3] toe tot een bedrag van

€ 3.000,10 (drie duizend euro en tien eurocent). Veroordeelt verdachte hoofdelijk om aan [persoon 3] voornoemd het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [persoon 3], te betalen de som van € 3.000,10 (drie duizend euro en tien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 40 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

II.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 7] toe tot een bedrag van

€ 687,30 (zes honderd en zeven en tachtig euro en dertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte hoofdelijk aan [persoon 7] voornoemd het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [persoon 7], te betalen de som van € 687,30 (zes honderd en zeven en tachtig euro en dertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 13 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

III.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [persoon 8] toe tot een bedrag van € 74,99 (vier en zeventig euro en negen en negentig eurocent). Veroordeelt verdachte hoofdelijk aan [persoon 8] voornoemd het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [persoon 8], te betalen de som van € 74,99 (vier en zeventig euro en negen en negentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.P.H.I. Cleerdin, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. H.J.M. Baldinger en R.H.G. Odink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. van den Hout-Wilbers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2015.