Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:3984

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
25-06-2015
Zaaknummer
C/13/587124 / KG ZA 15-594
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Veroordeling Facebook tot verstrekken van gegevens aan slachtoffer ‘wraakporno’ en tot het laten verrichten van onderzoek voor het geval deze gegevens niet worden verstrekt, omdat ze definitief verwijderd zouden zijn. Rechtsplicht voor provider verstrekken NAW gegevens bij onrechtmatig handelen gebruiker. Onrechtmatige daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/211
Computerrecht 2015/163
NJF 2015/365
RAV 2015/99

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/587124 / KG ZA 15-594 MvW/MB

Vonnis in kort geding van 25 juni 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres bij dagvaarding van 28 mei 2015,

advocaat mr. T.J. van Vugt te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

FACEBOOK IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin, Ierland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FACEBOOK NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaten mr. J.J.E. Bremer en mr. J.C. van Nass te Den Haag.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 11 juni 2015 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte vermeerdering eis, met dien verstande dat eiseres haar vordering om aan een eventuele veroordeling van gedaagden om de verzochte gegevens te verstrekken een dwangsom te verbinden, ter zitting heeft ingetrokken, ter voorkoming van mogelijke executiegeschillen. Het ter zitting zijdens gedaagden gemaakte bezwaar tegen de vermeerdering van eis is verworpen, nu de vermeerderde eis meer dan 24 uur voorafgaand aan de zitting kenbaar is gemaakt en is ingegeven door een door gedaagden pas recentelijk ingenomen standpunt. Gedaagden, hierna gezamenlijk Facebook en afzonderlijk Facebook Ierland en Facebook Nederland, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Eiseres en Facebook hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen, tenzij zij voor de vonnisdatum (bepaald op heden) een minnelijke regeling zouden hebben bereikt, in welk geval zij de voorzieningenrechter daarover tijdig – in ieder geval vóór 25 juni 2015 – zouden informeren. Aangezien de voorzieningenrechter geen andersluidende berichten hebben bereikt, kan worden geconcludeerd dat partijen geen schikking hebben getroffen.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:

aan de zijde van eiseres: eiseres en mr. Van Vugt;

aan de zijde van Facebook: mrs. Bremer en Van Nass.

2 De feiten

2.1.

Facebook Ierland is het Europese hoofdkantoor van (de) Facebook (groep).

De aandelen van Facebook Nederland worden gehouden door de Amerikaanse rechtspersoon Facebook Global Holdings II LLC, een dochter van Facebook Incorporated, het wereldwijde hoofdkantoor.

2.2.

Op 22 januari 2015 heeft een onbekende een account aangemaakt op (de website van het sociale medium) Facebook met een profielfoto van eiseres en onder de naam [profielnaam] (haar voornaam en naam van haar woonplaats). Op deze account is vervolgens (door ‘[profielnaam]’) een opname geplaatst waarin eiseres orale seksuele handelingen verricht bij een jongen die ten tijde van de opname (in 2011) haar (evenals eiseres toen minderjarige) vriendje was.

De maker van de ‘nep-account’ heeft het filmpje tevens via (Facebook) berichten gericht verzonden aan bekenden van eiseres en de beelden zijn vervolgens via whatsapp-berichten gedeeld.

2.3.

Korte tijd na de plaatsing is de opname van Facebook verwijderd.

2.4.

Op 23 januari 2015 heeft eiseres aangifte bij de politie gedaan tegen de persoon die met haar gegevens de Facebook-account (hierna ook: de ‘nep-account’) heeft aangemaakt. Op 8 april 2015 heeft zij in dat verband een aanvullende verklaring afgelegd.

2.5.

Bij het aanmaken van een Facebook-account dient iedere gebruiker de algemene voorwaarden (Verklaring van rechten en verantwoordelijkheden) van Facebook te accepteren, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

4. Registratie en accountbeveiliging

Facebook-gebruikers verstrekken hun echte namen en gegevens en we hebben je hulp nodig om dit zo te houden. Hier volgen enkele regels waaraan je je moet houden met betrekking tot registratie en beveiliging van je account.:

1. Je verstrekt geen valse persoonlijke gegevens op Facebook en maakt zonder toestemming geen account voor iemand anders.

(…)

5. De rechten van anderen beschermen

We respecteren de rechten van anderen en verwachten dat jij dit ook doet.

1. Je plaatst geen inhoud of onderneemt geen actie op Facebook waarmee de rechten van iemand anders worden geschonden of overtreden, of waarmee de wet op een andere wijze wordt overtreden.

18. Overige

1. Als je ingezetene bent van of je voornaamste zakelijke vestigingsplaats hebt in de VS of Canada, is deze Verklaring een overeenkomst tussen jou en Facebook Inc.

Als dit niet het geval is, is deze Verklaring een overeenkomst tussen jou en Facebook Ireland Limited.

2.6.

Voorts hanteert Facebook zogenoemde ‘Richtlijnen voor de Community’, waarin het volgende is vermeld:

Helping to Keep you Safe

Pesten en intimidatie: Hoe we omgaan met pesten en intimidatie.

We tolereren niet dat mensen worden gepest of lastig gevallen. We staan je toe om vrij te praten over openbare zaken of publieke personen, maar de inhoud die bewust erop is gericht privépersonen te beschadigen of te vernederen, wordt verwijderd. Zulke inhoud omvat, maar is niet beperkt tot:

• Pagina’s die privépersonen identificeren en beschamen,

• Afbeeldingen die zijn veranderd om privépersonen te beschamen,

• Foto’s of video’s van fysiek pestgedrag die worden geplaatst om het slachtoffer te beschamen,

• Het delen van persoonlijke informatie om mensen te chanteren of lastig te vallen,

• Herhalend mensen lastigvallen met ongewilde vriendschapsverzoeken of berichten.

(…)

Seksueel geweld en misbruik: Hoe we seksueel geweld en seksueel misbruik tegengaan op Facebook.

We verwijderen inhoud die seksueel geweld of misbruik promoot of hiermee dreigt. Dit is ook van toepassing op seksueel misbruik van minderjarigen en seksueel geweld. Om slechtoffers te beschermen, worden foto’s of video’s van seksueel geweld, foto’s die zijn geplaatst zonder toestemming van de mensen in de foto’s en foto’s die zijn geplaatst om wraak te nemen, ook verwijderd.

Onze definitie van seksueel misbruik is ook van toepassing op seksistisch materiaal, seksuele inhoud met minderjarigen, bedreiging met betrekking tot het delen van intieme afbeeldingen en het aanbieden van seksuele diensten. Wanneer noodzakelijk sturen we deze inhoud door naar de wettelijke autoriteiten.

(…)

Gegevensbeleid

(…)

Hoe reageren we op juridische verzoeken of voorkomen we schade?

Het kan zijn dat we je gegevens gebruiken, bewaren en delen als antwoord op een juridisch verzoek (zoals een bevel tot huiszoeking, gerechtelijk bevel of dagvaarding) indien we te goeder trouw menen dat de wet ons hiertoe verplicht.

Dit geldt eveneens voor het tegemoetkomen aan verzoeken uit rechtsgebieden buiten de VS wanneer we te goeder trouw menen dat dit wettelijk vereist is, van toepassing op gebruikers uit het betreffende rechtsgebied en in overeenstemming is met internationaal aanvaarde normen. We kunnen gegevens ook gebruiken, bewaren en delen wanneer we overtuigd zijn dat dit noodzakelijk is om fraude of andere illegale activiteiten te detecteren, te voorkomen en aan te pakken, om onszelf, jou en anderen te beschermen (waaronder in het kader van een onderzoek) (…).

2.7.

Bij (aangetekende) brief van 30 april 2015 heeft (de raadsman van) eiseres Facebook Ierland aangeschreven en verzocht om (onder meer) de naam, adres – en woonplaats gegevens (hierna: de NAW gegevens) van de persoon die de account van “[profielnaam]” had aangemaakt, volgens deze brief bij Facebook bekend met digitaal adres [naam digitaal adres]. De brief is ook per e-mail aan Facebook gezonden.

Bij e-mail van 30 april 2015 (later op de dag) heeft Facebook aan (de raadsman van) eiseres meegedeeld:

In order to assist you with your request, we’ll need to receive a valid subpoena or court order. Additionally, please be aware that there are situations where we may be unable to retrieve the information you have requested due to technical limitations (…)

2.8.

Bij e-mail van 5 mei 2015 heeft de raadsman van eiseres Facebook nogmaals aangeschreven en verzocht om de NAW gegevens van de persoon die de ‘nep-account’ had aangemaakt en rechtsmaatregelen aangekondigd voor het geval Facebook niet aan dit verzoek zou voldoen.

2.9.

Op de ‘Help-pagina’ van Facebook is onder het kopje ‘Accounts deactiveren en verwijderen’ onder meer het volgende vermeld:

(…)

Je account permanent verwijderen:

(…)

▪ Het kan maximaal 90 dagen duren voordat alle dingen die je hebt geplaatst, zijn verwijderd, zoals foto’s, statusupdates en andere gegevens die zijn opgeslagen in back-upsystemen. Terwijl wij deze gegevens verwijderen, zijn deze niet toegankelijk voor andere Facebook-gebruikers.

▪ Kopieën van sommige items (zoals logbestanden) kunnen om technische redenen in onze database blijven staan. Als je je account verwijdert, wordt dit materiaal ontdaan van elke vorm van persoonlijke identificatie.

(…)

Wat gebeurt er wanneer ik voor mijn account een verwijderingsverzoek heb ingediend?

Nadat je een verzoek hebt ingediend om je account permanent te verwijderen, duurt het een paar dagen voordat we je account daadwerkelijk verwijderen voor het geval je van gedachten verandert. Als je je in deze periode weer aanmeldt bij je account, annuleren we je verwijderingsverzoek.

Opmerking: zodra je account permanent is verwijderd, kun je dit niet ongedaan maken. Je kunt het account niet meer activeren en je kunt de inhoud die je eraan had toegevoegd niet meer opvragen.

2.10.

Verder staat op Facebook op de helppagina ter zake van het ‘rapporteren’ van ongepaste of aanstootgevende dingen het volgende vermeld:

Wanneer iets wordt gerapporteerd aan Facebook, controleren we het en verwijderen we alles wat in strijd is met de Richtlijnen van de Facebook-community. We voegen geen gegevens toe over de persoon die het rapport heeft ingediend wanneer we contact opnemen met de verantwoordelijke persoon.

Als je iets aan Facebook rapporteert, kunnen we niet garanderen dat het ook wordt daadwerkelijk wordt verwijderd. Het kan zijn dat je iets op Facebook niet leuk vindt, maar dat datgene niet in strijd is met de voorwaarden van Facebook.

2.11.

Onder de gedingstukken (productie 4 van Facebook) bevindt zich een print van pagina 1 van ‘Facebook Business Record, Target [naam digitaal adres]’

Daarop staat vermeld:

Account Account Still false

Closure Date Active

Time 2015-02-10 01:17:51 UTC

2.12.

In een schriftelijke verklaring van 8 juni 2015 heeft [naam], hoofd van de afdeling ‘online safety policy’ van Facebook Ierland, onder meer het volgende vermeld:

5. I have investigated the Facebook account with user ID [naam digitaal adres] (“Account”). The user who owned the Account requested that the Account be permanently deleted on 26 January 2015. As of that date, the Account was inaccessible to all people using Facebook. After the fourteen-day waiting period, Facebook’s systems permanently deleted the Account on 10 February 2015. Because Facebook received no preservation request for the Account as of that date, all data, including basic subscriber information, was deleted on 10 February 2015.

6. Facebook has had no access to or record of the information requested by Ms. (…)

(eiseres, vzr.) since February 10, 2015.

This is my name and this is my signature and the contents of this Affidavit are true. (…)

3 Het geschil

3.1.

Eiseres vordert, na vermeerdering van eis, samengevat:

I. om Facebook (hoofdelijk) te bevelen om aan eiseres binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis alle bij Facebook bekende gegevens met betrekking tot de Facebook account met gebruikersnaam [profielnaam] en met kenmerk: [naam digitaal adres] (alsmede met betrekking tot de houder c.q. maker daarvan) te verstrekken, waaronder in ieder geval:

a. de (opgegeven) voor- en achternaam

b. het e-mailadres en het mobiele nummer

c. de geboortedatum

d. het IP-adres van de computer die is gebruikt om de account aan te maken

e. de datum en tijd (en andere log-gegevens waarover Facebook mocht beschikken) ten aanzien van het aanmaken, gebruik en het verwijderen van de account;

voorts vordert eiseres:

II. voorwaardelijk, in het geval Facebook stelt dat deze gegevens geheel en onherstelbaar verwijderd zijn, om

a. (i) Facebook te bevelen aan de besloten vennootschap Fox-IT B.V. (dan wel een daaraan gelieerde partij, dan wel een door partijen of door de voorzieningenrechter aan te wijzen onafhankelijke derde) de opdracht te geven tot het verrichten van een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of de onder I gevorderde gegevens bij Facebook aanwezig zijn (geweest) en zo ja, hoe die gegevens luiden, alsmede tot het opstellen van een rapport naar aanleiding van dat onderzoek (waaruit derhalve dient te blijken of, en zo ja welke van de hiervoor onder I bedoelde gegevens bij Facebook zijn aangetroffen), alsmede (ii) Facebook te bevelen daaraan haar volledig medewerking te verlenen, onder de bepaling dat de opdracht door Facebook dient te worden verstrekt binnen vijf dagen nadat eiseres schriftelijk heeft ingestemd met de ter zake de opdracht te verstrekken offerte en zij voor betaling daarvan zekerheid heeft gesteld;

b. eiseres binnen een week na de verstrekking van de opdracht, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, een schriftelijke kopie van het onderzoeksrapport te verstrekken;

dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen.

Subsidiair vordert eiseres een andere passende voorziening te treffen.

Tot slot vordert eiseres veroordeling van Facebook in de proceskosten.

3.2.

Eiseres heeft ter toelichting op haar vordering, samengevat, het volgende gesteld. De opname die op Facebook is gezet betreft een filmpje dat in 2011 is gemaakt met de mobiele telefoon van de toenmalige vriend van eiseres en dat slechts bedoeld was voor de beslotenheid van de slaapkamer. Het filmpje bevat expliciete en herkenbare beelden van eiseres die daarop seksuele handelingen verricht met haar (inmiddels) ex-vriend. Iemand heeft de opname op Facebook gezet. Wie dat is, is niet bekend. De ex-vriend van eiseres ontkent in alle toonaarden. Eiseres heeft vanzelfsprekend niemand toestemming gegeven om de voor haar intieme en compromitterende beelden te openbaren. Het filmpje is niet alleen op Facebook gepost, maar ook via (Facebook) berichten verzonden aan tal van vrienden, bekenden en familie van eiseres, die het vervolgens weer hebben doorge-appt. Dat blijkt onder meer uit (de tekst van) overgelegde whatsapp-berichten. Eiseres heeft hier veel last en reputatieschade van ondervonden, in haar dorp heeft bijna iedereen het filmpje gezien. Eiseres kan niet meer over straat zonder nare opmerkingen naar haar hoofd geslingerd te krijgen; haar leven is verworden tot een hel. Eiseres wil de verantwoordelijke daarvoor aanspreken en schadevergoeding eisen. De enige manier om diens gegevens boven water te krijgen is via Facebook, aangezien voor het aanmaken van een account de gebruiker een naam, een ‘valide’ e-mailadres en mobiel telefoonummer moet doorgeven. Eiseres heeft zelf al in januari 2015 Facebook benaderd en op 23 januari 2015 aangifte bij de politie gedaan. In dat verband had het op de weg van Facebook gelegen om de gegevens van de aanmaker van de ‘nep-account’ te bewaren, mede gezien haar eigen beleid in dit soort gevallen. Facebook is tekort geschoten door een (standaard-)reactie te sturen op het verzoek van de advocaat van eiseres van 30 april 2015, met de mededeling dat er een dagvaarding dan wel een rechterlijk bevel zou moeten zijn om de NAW-gegevens van haar gebruikers te verstrekken. In dit geval moet Facebook alsnog tot het verstrekken van die gegevens overgaan, aangezien aan alle daarvoor in de rechtspraak ontwikkelde criteria wordt voldaan. Dat de gegevens permanent verwijderd zijn is onaannemelijk, temeer daar Facebook dat argument niet eerder heeft gehanteerd dan kort voor de zitting en Facebook erop bedacht had moeten zijn dat het hier ging om onrechtmatige content. Bovendien kan het volgens Facebook 90 dagen duren voordat verwijdering definitief is. Als Facebook in dergelijke gevallen de gegevens niet bewaart, geeft zij een vrijbrief aan iedereen die zich schuldig maakt aan zogenoemde ‘wraakporno’ (het zonder toestemming plaatsen van intiem beeldmateriaal van (voormalige) relaties op openbaar toegankelijke websites), om daarmee zonder gevolgen weg te komen. Mocht Facebook in dat standpunt echter volharden, dan dient in ieder geval de subsidiaire vordering te worden toegewezen. Facebook handelt onrechtmatig door te weigeren om de gegevens te verstrekken, dan wel om mee te werken aan een onafhankelijk onderzoek door een ict-deskundige naar de vraag of deze echt permanent en onherstelbaar verwijderd zijn. Niet valt uit te sluiten dat de gegevens van de aanmaker van de account (eventueel via andere personen die ‘vrienden’ zijn geworden met ‘[profielnaam]’, op de servers van Facebook nog wel te traceren zijn.

De politie heeft naar aanleiding van de aangifte van eiseres geen noemenswaardig onderzoek gedaan en is kennelijk niet op dit soort zaken berekend. Dat blijkt onder meer uit de uitzending op 1 juni 2015 van het tv-programma ‘Internetpesters aangepakt’ van Peter R. de Vries, waarin aandacht is besteed aan de onderhavige kwestie. Eiseres heeft dan ook geen andere mogelijkheden dan het aanspannen van dit kort geding.

3.3.

Facebook voert verweer, waarop hierna nader zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Eiseres heeft bij haar vorderingen een voldoende spoedeisend belang, nu aannemelijk is dat zij niet eenvoudig op andere wijze dan via Facebook de gegevens zal kunnen achterhalen van degene die de ‘nep-account’ heeft aangemaakt en die een - naar niet in geschil is - compromitterend filmpje met herkenbare beelden van eiseres op Facebook heeft gezet. Zij heeft er een spoedeisend belang bij deze gegevens te achterhalen, om de verantwoordelijke persoon aan te spreken ter zake van de schade die eiseres stelt door dit handelen te hebben geleden. Facebook heeft het spoedeisend belang als zodanig ook niet betwist.

4.2.

Eiseres heeft in het onderhavige kort geding zowel Facebook Nederland, als Facebook Ierland gedagvaard. Facebook heeft allereerst bepleit dat eiseres in haar vorderingen jegens Facebook Nederland niet ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien deze rechtspersoon zich slechts bezighoudt met verkoopactiviteiten en verder niet betrokken is bij de uitvoering van, de hosting van of de controle over Facebook diensten. Facebook heeft in dat verband verwezen naar de beschikking van deze rechtbank van 28 mei 2015 (overgelegd als productie 1 van Facebook), waarin is geoordeeld dat Facebook Nederland en Facebook Ierland niet met elkaar kunnen worden vereenzelvigd en dat uitsluitend Facebook Ierland verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens. Anders dan in de onderhavige zaak, betrof de zaak waarop Facebook zich beroept een beslissing op een verzoek tot inzage van gegevens op basis van artikel 35 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), welk verzoek een betrokkene kan richten tot ‘de verantwoordelijke’. Met een verwijzing naar de tekst van de WBP en de memorie van toelichting heeft de rechtbank in die zaak geoordeeld dat alleen Facebook Ierland en niet Facebook Nederland als ‘verantwoordelijke’ in de zin van de WBP kan worden aangemerkt.

In de onderhavige zaak gaat het echter om een vordering met als grondslag onrechtmatig handelen van Facebook, door geen informatie te verstrekken over een van haar gebruikers die zich op zijn beurt aan een onrechtmatige daad schuldig heeft gemaakt. De aansprakelijkheid van Facebook in dit verband is niet noodzakelijkerwijs beperkt tot de ‘verantwoordelijke’ in de zin van de WBP.

Voorshands staat onvoldoende vast dat Facebook Nederland geen toegang zou hebben tot de gevraagde gegevens, gesteld dat deze nog beschikbaar zouden zijn.

De raadslieden van Facebook hebben ter zitting volstaan met de mededeling dat het hen niet bekend is of dergelijke gegevens toegankelijk zijn voor Facebook Nederland, maar dat dat hen onwaarschijnlijk lijkt, omdat Facebook Nederland met name is gericht op de verkoop. Nu een nadere toelichting van Facebook ontbreekt, wordt deze stellingname onvoldoende overtuigend geacht. De voorzieningenrechter gaat er daarom vooralsnog vanuit dat ook Facebook Nederland in beginsel toegang heeft tot de gevraagde gegevens en in aansluiting daarop dat Facebook Nederland (mede) opdracht kan geven tot het verrichten van een onafhankelijk onderzoek als gevorderd. Dat de werkzaamheden van Facebook Nederland in hoofdzaak zouden bestaan uit verkoopactiviteiten is onvoldoende om daarover voorshands anders te oordelen.

Dit betekent dat eiseres ook in haar vordering jegens Facebook Nederland wordt ontvangen.

4.3.

Wat betreft de grondslag van de vorderingen, wordt het volgende voorop gesteld. Onder omstandigheden kan op een provider de rechtsplicht rusten om NAW-gegevens te verstrekken aan een benadeelde (vgl. Hoge Raad 25 november 2005, Lycos/Pessers, ECLI:NL:HR:2005:AU4019).

Dit geldt temeer voor een provider van USG (User Generated Content) als Facebook, die zelf (mede) invloed uitoefent op hetgeen via haar medium wordt verspreid, onder meer door middel van het kenbaar maken van haar richtlijnen, het stellen van voorwaarden aan personen die een account aanmaken en het (al dan niet) ingrijpen wanneer ongepaste of aanstootgevende content wordt geplaatst.

4.4.

Een rechtsplicht tot het verstrekken van NAW-gegevens zoals in deze zaak gevorderd, kan voor een provider bestaan als aannemelijk is dat anoniem, althans door een door de benadeelde niet te traceren persoon, onrechtmatige uitingen via deze provider openbaar zijn gemaakt en de benadeelde alleen door tussenkomst van de provider, door middel van het verstrekken van NAW-gegevens, dergelijk onrechtmatig handelen zou kunnen bestrijden. Facebook heeft dat op zichzelf ook niet betwist. Sterker nog, uit voornoemde algemene voorwaarden en richtlijnen volgt duidelijk dat zij er alles aan stelt te doen om dergelijke onrechtmatige uitingen (zoals bijvoorbeeld in de vorm van pesten, het plaatsen van privacygevoelige informatie over anderen, seksueel misbruik) te voorkomen en te bestrijden. Ook mogen gebruikers van Facebook volgens haar richtlijnen geen profielen aanmaken met gegevens die niet van hen zijn.

4.5.

Verder heeft Facebook niet betwist dat het openbaar maken van de gewraakte opname waarbij eiseres herkenbaar in beeld seksuele handelingen verricht, jegens haar onrechtmatig is, noch dat eiseres ten tijde van het maken van het filmpje minderjarig was. Evenmin heeft Facebook betwist dat eiseres thans niet op andere wijze dan via het benaderen van Facebook de gegevens kan achterhalen van degene die op deze wijze onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.

Onder deze omstandigheden kan daarom worden aangenomen dat op Facebook in beginsel de rechtsplicht rust om aan eiseres de gevraagde gegevens te verstrekken en dat zij jegens eiseres onrechtmatig handelt door daartoe niet over te gaan. Facebook heeft, behoudens het navolgende, waarop in r.o. 4.6 en volgende nader wordt ingegaan, geen (juridische) weren, feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zich een dergelijke rechtsplicht in dit concrete geval niet zou voordoen.

4.6.

Het inhoudelijke verweer van Facebook dat volgens haar zou moeten leiden tot afwijzing van de vorderingen, is beperkt tot haar stelling dat zij niet aan de vorderingen kan voldoen, omdat de gevraagde gegevens al volledig en permanent gewist zouden zijn.

4.7.

Eiseres heeft gesteld dat het filmpje op 22 januari 2015, vlak nadat het op Facebook was gepost, minimaal vijf maal (onder meer door eiseres en haar moeder) aan Facebook is ‘gerapporteerd’ als aanstootgevend en/of ongepast. Facebook kon dit desgevraagd ter zitting niet beamen of ontkennen, omdat ook deze meldingen volgens Facebook zouden (kunnen) vallen onder de inmiddels verwijderde informatie. Eiseres heeft terecht gesteld dat het in de rede had gelegen, gezien het beleid van Facebook zelf met betrekking tot ongewenste berichten, dat Facebook dit soort informatie zou bewaren en/of zich in verbinding zou stellen met degene die de ongepaste content heeft geplaatst. De tekst op haar ‘Help-pagina’ in dit verband wekt immers op zijn minst de suggestie dat met de verantwoordelijke persoon in voorkomende gevallen contact kan worden opgenomen.

Vooralsnog bestaat geen aanleiding om eraan te twijfelen dat eiseres en haar moeder het filmpje hebben gerapporteerd. Nu onduidelijk is wat Facebook met die meldingen heeft gedaan, is het de vraag of Facebook jegens eiseres de vereiste maatschappelijke zorgvuldigheid in acht heeft genomen.

4.8.

Vast staat dat de raadsman van eiseres na de (gestelde) meldingen van haar zelf en haar moeder, bij aangetekend schrijven van 30 april 2015 aan Facebook heeft verzocht de gegevens van degene die het filmpje op Facebook gepost heeft te verstrekken. Facebook heeft daarop in eerste instantie afhoudend gereageerd en pas door middel van de verklaring (Affidavit) van 8 juni 2015 voor het eerst kenbaar gemaakt dat zij niet (meer) over die gegevens zou beschikken. Hoewel niet op voorhand aanleiding bestaat om aan de juistheid van de inhoud van die verklaring te twijfelen, is de vraag gerechtvaardigd waarom dit pas op 8 juni 2015 en niet reeds meteen naar aanleiding van de brief van 30 april 2015 aan eiseres is meegedeeld. Indien de gegevens na de brief van 30 april 2015 zijn verwijderd, is dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan te merken als onzorgvuldig omgaan van Facebook met het door (de raadsman van) eiseres genoemde verzoek.

4.9.

Verder is in de verklaring van 8 juni 2015 vermeld dat de gegevens zijn verwijderd naar aanleiding van een op 26 januari 2015 ingediend verzoek om verwijdering van de ‘nep-account’ ‘door de gebruiker’. Op de vraag waarop deze informatie is gebaseerd en of de gegevens van deze gebruiker niet tot een latere datum nog ergens, bijvoorbeeld op een back-upserver, terug te vinden zijn (geweest), hebben de raadslieden van Facebook bij gebrek aan wetenschap geen duidelijk antwoord gegeven, zodat niet valt uit te sluiten dat nog informatie voorhanden is.

4.10.

Tegen de achtergrond van voornoemde feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat Facebook, door op de valreep te volstaan met de mededeling dat zij niet meer over de gevraagde gegevens beschikt bij het naleven van haar – in dit geval in beginsel aanwezige – rechtsplicht jegens eiseres tot het verstrekken van NAW-gegevens met betrekking tot degene die onrechtmatig jegens eiseres heeft gehandeld, onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Daarmee heeft Facebook op haar beurt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig gehandeld jegens eiseres.

Van Facebook kan op zijn minst worden gevergd om alles in het werk te stellen om na te gaan of de gegevens toch niet nog ergens traceerbaar zijn en, zo zij erbij blijft dat dit niet het geval is, om aan eiseres antwoord te geven op de onder 4.8 en 4.9 genoemde vragen. In het verlengde daarvan ligt besloten dat in het geval Facebook volhardt in haar standpunt dat geen enkel gegeven meer te vinden is, eiseres in dit geval recht op en belang heeft bij een onafhankelijk onderzoek naar de juistheid van de mededelingen van Facebook op dit punt.

4.11.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van eiseres zullen worden toegewezen. Voor wat betreft het te verrichten onderzoek wordt daarbij aangetekend dat dit beperkt dient te blijven tot gegevens van de aanmaker van de nep-account die het filmpje heeft geplaatst, zodat de vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens van Facebook en/of de privacy van eventuele derden niet wordt aangetast. Ter waarborging van de gerechtvaardigde belangen van Facebook op dit punt, dienen partijen in onderling overleg voor het verrichten van een zodanig onderzoek een onafhankelijke derde aan te wijzen.

Het onderzoek zal moeten plaatsvinden met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Vooralsnog zullen geen dwangsommen worden opgelegd, ter voorkoming van mogelijke executiegeschillen.

Mocht Facebook erbij blijven over geen enkel gegeven meer te beschikken en mochten partijen geen overeenstemming bereiken over een aan te wijzen derde om het genoemde onderzoek te verrichten dan kan de meest gerede partij zich (nogmaals) tot de voorzieningenrechter wenden met een concreet voorstel dienaangaande, teneinde de medewerking van de andere partij aan een dergelijk onderzoek door de voorgestelde derde alsnog af te dwingen. Ook in het geval Facebook na aanwijzing van een onafhankelijke derde geen volledige medewerking zal verlenen aan het te verrichten onderzoek, kan eiseres zich opnieuw tot de rechter wenden. Nu nog niet vaststaat dat en door wie een dergelijk onderzoek verricht zal dienen te worden, bestaat onvoldoende grond om daarop thans reeds vooruit te lopen en/of om in dit stadium al dwangsommen op te leggen.

4.12.

Gelet op de aard van de veroordelingen onder 5.1, 5.2 en 5.3 is het onnodig om te bepalen dat deze hoofdelijk zijn (waarbij wordt verwezen naar artikel 6:6 van het Burgerlijk Wetboek). De hoofdelijkheid vloeit voort uit de aard van de veroordelingen.

4.13.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Facebook worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Facebook om aan eiseres binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis alle bij Facebook bekende gegevens met betrekking tot de houder c.q. maker van de Facebook account met gebruikersnaam [profielnaam] en met kenmerk: [naam digitaal adres] te verstrekken, waaronder in ieder geval:

a. de (opgegeven) voor- en achternaam

b. het e-mailadres en het mobiele nummer

c. de geboortedatum

d. het IP-adres van de computer die is gebruikt om de account aan te maken

e. de datum en tijd (en andere log-gegevens waarover Facebook mocht beschikken) ten aanzien van het aanmaken, gebruik en het verwijderen van de account;

5.2.

beveelt Facebook om, in het geval zij niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1, na ommekomst van de genoemde termijn van 14 dagen, aan een door partijen aan te wijzen onafhankelijke derde de opdracht te geven tot het verrichten van een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of deze gegevens bij Facebook aanwezig zijn (geweest) en zo ja, hoe die gegevens lui(d)den, alsmede opdracht te geven tot het opstellen van een rapport naar aanleiding van dat onderzoek (waaruit derhalve dient te blijken of, en zo ja welke van de hiervoor onder 5.1. bedoelde gegevens bij Facebook zijn aangetroffen);

5.3.

beveelt Facebook aan het onder 5.2 genoemde onderzoek haar volledige medewerking te verlenen, onder de bepaling dat:

a. de opdracht door Facebook dient te worden verstrekt binnen vijf werkdagen nadat eiseres schriftelijk heeft ingestemd met de ter zake de opdracht te verstrekken offerte en zij voor betaling daarvan zekerheid heeft gesteld;

b. Facebook aan eiseres binnen een week na de voltooiing van de opdracht een schriftelijke kopie van het onderzoeksrapport verstrekt;

5.4.

veroordeelt Facebook hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van eiseres begroot op:

– € 77,84 € 77,84 aan explootkosten,

– € 77,84 € 285,- aan griffierecht en

– € 77,84 € 816,- aan salaris advocaat;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2015.1

1 type: MB coll: