Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:357

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-01-2015
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
CV EXPL 14-24941
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nachtreceptionist hotel, weigering tot het uitvoeren van werkzaamheden die het dekken van tafels betreffen, ontslag op staande voet. Voldoende gewaarschuwd, onverwijld gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0086
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis


RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 3368709 CV EXPL 14-24941

vonnis van: 12 januari 2015
fno.: 245

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser, nader te noemen [eiser]

gemachtigde: mr. J.C.R. de Lyon

t e g e n:

de besloten vennootschap THE ALBUS B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde, nader te noemen The Albus

gemachtigde: W.F.K. ter Hennepe (Frederik Juristen v.o.f.)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 8 augustus 2014 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 2 december 2014. The Albus is verschenen bij [naam 1], [naam 2] en de gemachtigde. [eiser] is verschenen, vergezeld door mr. A.P. Wasscher namens zijn gemachtigde.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, deels aan de hand van een pleitnota en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt, welke aan het dossier zijn toegevoegd.

Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


Feiten

1. Bij de beoordeling van het geschil gaat de kantonrechter uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1.1.

[eiser], thans [leeftijd] jaar oud, is op 17 oktober 2002 bij (de rechtsvoorgangster van) The Albus in dienst getreden. [eiser] was laatstelijk werkzaam als nachtrecep-tionist tegen een salaris van € 1.804,58 bruto per maand exclusief toeslagen.

1.2.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Horeca (verder de CAO) van toepassing. [eiser] ontving een hoger bedrag aan salaris dan waartoe de CAO The Albus verplicht.

1.3.

De CAO verplicht de werkgever gebruik te maken van het Handboek Referentie-functies Bedrijfstak Horeca (verder: het Handboek). In de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt bij de functie van [eiser] verwezen naar het Handboek. Bij de uit te voeren taken behorende bij de functie Nachtmedewerker Frontoffice is in het Handboek onder meer vermeld:
● op verzoek serveren van dranken en klaarmaken / serveren van koffie, thee en eenvoudige gerechten (bijvoorbeeld broodjes)
● zo nodig klaarmaken en serveren van het ontbijt.

1.4.

The Albus is een vier sterren hotel met 74 kamers, drie appartementen en een restaurant waar ontbijt, lunch en diner wordt verzorgd. Het restaurant van The Albus biedt plaats aan ongeveer 32 gasten. In The Albus werken ongeveer 44 medewerkers.

1.5.

Op 9 september 2013 hebben [naam 1] (verder: [naam 1]) en [naam 2] (verder: [naam 2]), leidinggevende van [eiser], een gesprek met hem gevoerd over het tijdens de nachtdienst opdekken van de tafels voor het ontbijt. [eiser] heeft geweigerd deze werkzaamheden uit te voeren.

1.6.

Bij brief van 16 september 2013 heeft The Albus [eiser] een officiële waarschuwing gegeven voor werkweigering in verband met het niet willen dekken van de tafels in de nacht van 13 op 14 september 2013 en de twee nachten daarna. The Albus heeft in de brief gesteld dat [eiser] de werkzaamheden per de komende nacht zou gaan uitvoeren. [eiser] heeft dat niet gedaan.

1.7.

Bij brief van 27 september 2013 heeft [eiser] The Albus bericht dat hij het niet eens was met de officiële waarschuwing.

1.8.

Op 11 oktober 2013 is opnieuw met [eiser] gesproken over het dekken van de tafels tijdens de nachtdienst. De gemachtigde van The Albus was ook bij het gesprek. [eiser] bleef bij zijn standpunt de werkzaamheden niet te hoeven uitvoeren. [eiser] is daarna met vakantie gegaan.

1.9.

Op 5 november 2013 heeft [naam 1], in het bijzijn van onder meer [naam 2], een laatste keer met [eiser] gesproken over de werkzaamheden ten behoeve van het ontbijt. [eiser] heeft (uiteindelijk) gezegd de werkzaamheden te willen uitvoeren, maar alleen tegen een extra vergoeding.

1.10.

Bij brief van dezelfde dag heeft The Albus [eiser] op staande voet ontslagen, met als reden dat hij die dag had geweigerd de tafels voor het ontbijt te dekken en nadat daarover eerder op 9 september, 25 september en 11 oktober 2013 met hem was gesproken.

1.11.

Bij brief van 15 november 2013 heeft [eiser] het ontslag op staande voet vernie-tigd, zich beschikbaar gehouden voor werkzaamheden en The Albus gesommeerd het loon door te betalen.

1.12.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 23 januari 2014 is de vordering van [eiser] tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling afgewezen. Bij beschikking van dezelfde datum is de arbeidsovereenkomst tussen partijen tegen 1 februari 2014 ontbonden, onder het voorbehoud dat deze op dat moment nog bestond. Daarbij is [eiser] een vergoeding van € 9.000,00 bruto toegekend.

Vordering

2. [eiser] vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat het aan hem gegeven ontslag op staande voet van 5 november 2013 terecht is vernietigd en dat hij tot 1 februari 2014 onverminderd bij The Albus in dienst is gebleven. Daarnaast vordert [eiser] veroordeling van The Albus aan hem te betalen € 6728,- bruto aan salaris en vakantietoeslag over de periode 5 november 2013 - 1 februari 2014, € 3.364, - aan wettelijke verhoging en de wettelijke rente over € 10.092,- te berekenen van de dag van dagvaarding.

3. [eiser] stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Daarnaast betwist [eiser] de dringendheid van de door The Albus gestelde reden voor het ontslag en stelt hij dat het ontslag op een onjuiste feitelijke grondslag is gegeven. [eiser] stelt terecht de nietigheid van het ontslag op staande voet te hebben ingeroepen en stelt - onder andere - recht te hebben op nabetaling van het salaris tot het einde van het dienstverband.

4. Onverwijld
Ter toelichting wijst [eiser] er op dat al op 9 september 2013 met hem is gesproken over het opdekken van de tafels. Omdat hij geen tafels heeft opgedekt, heeft [eiser] op 16 september 2013 een officiële waarschuwing gekregen. Ook na 16 september 2013 is [eiser] geen tafels gaan opdekken, waarna pas op 5 november 2013 ontslag op staande voet is gegeven. The Albus heeft zodoende te lang gewacht met het geven van een ontslag op staande voet.

5. Ter zitting heeft [eiser] daar nog aan toegevoegd dat The Albus hem op 5 november 2013 nogmaals heeft opgedragen de tafels op te dekken, maar hem toen niet heeft gewaarschuwd dat indien hij zou blijven bij zijn weigering, ontslag op staande voet zou volgen.

6. Feitelijke grondslag
In dit verband stelt [eiser] dat hij op 5 november 2013 is ontslagen omdat hij geweigerd heeft tafels op te dekken. Van een weigering is echter geen sprake. [eiser] heeft aangegeven dat hij vindt dat de opdracht tot het opdekken van tafels een substantiële extra taak impliceert en dat daarom een salarisverhoging op zijn plaats is. Dat is iets anders dan werkweigering.

7. Dringende reden
Het opdekken van tafels behoort niet tot de functie van [eiser]. [eiser] verwijst daarvoor naar de CAO, de arbeidsovereenkomst en de hem op enig moment verstrekte “check-lijst nachtdienst”. Het opdekken van de tafels komt op de “checklijst” niet voor. Van [eiser] kan geen extra taak worden verlangd - zonder dat zijn instemming nodig is - en het opdekken van de tafels is geen taak, die standaard aan een nachtreceptionist kan worden opgedragen. Het is geen onderdeel van zijn functie.

8. De functie van [eiser] kan niet eenzijdig gewijzigd worden. In de arbeidsovereenkomst is geen eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen en volgens de CAO kan slechts onder be-paalde omstandigheden een functie gewijzigd worden. De omstandigheden doen zich hier niet voor. Bovendien heeft het in de CAO vereiste overleg met [eiser] niet plaats-gevonden. The Albus heeft hem meteen opgedragen de werkzaamheden te ver-richten. Ook artikel 7: 611 BW biedt geen grond om de functie te wijzigen en het opdekken van de tafels van [eiser] te eisen. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad dient The Albus hem een redelijk voorstel te doen, hetgeen The Albus niet heeft gedaan.

Verweer

9. The Albus voert daar tegen aan, samengevat en zakelijk weergegeven, dat zij [eiser] op goede gronden op staande voet heeft ontslagen en dat het ontslag in rechte in stand dient te blijven. Daarmee is het dienstverband per 5 november 2013 geëindigd. The Albus wijst daartoe op het navolgende.

10. The Albus is een sociale werkgever, die ten opzichte van de medewerkers integer handelt. De directie is oprecht geïnteresseerd in het ontwikkelen en begeleiden van de medewerkers. Zo ook met [eiser], die meer dan eens de helpende hand is toegestoken. Zo verdient [eiser] meer dan het CAO-loon en heeft hij een lening gekregen toen dat voor hem noodzakelijk was in verband met de ziekte van zijn moeder.

11. The Albus heeft echter de afgelopen jaren verlies geleden. The Albus heeft onderzocht hoe de kosten konden worden teruggebracht. Om ontslagen te voorkomen is besloten de nachtreceptionisten te vragen in de rustige tijd van hun dienst het restaurant op te dekken voor het ontbijt. [eiser] heeft als enige gesteld dat niet te willen doen. The Albus heeft meerdere keren getracht [eiser] te bewegen het opdekken van de tafels (door The Albus ook het restaurantwerk genoemd) toch te gaan doen. Uiteindelijk heeft The Albus [eiser] mondeling en schriftelijke ontslag op staande voet aangezegd. Tegenover de andere medewerkers kon niet worden getolereerd dat [eiser] als enige het restaurantwerk niet zou doen. Als [eiser] in zijn weigering werd gevolgd, zou er een volstrekt onwerkbare situatie zijn ontstaan.

12. Onverwijld
The Albus heeft ten opzichte van [eiser] een uiterste coulance betoont met een welhaast eindeloos geduld, totdat zij geen andere keus meer had dan het dienstverband met [eiser] met onmiddellijke ingang te beëindigen. [eiser] heeft op 5 november 2013 The Albus immers ten zoveelste male te kennen gegeven het restaurantwerk niet te zullen verrichten. Op 5 november 2013 heeft The Albus [eiser] wederom voorgehouden dat werkweigering ontslag op staande voet kon betekenen, maar [eiser] bleef weigeren. Op die dag heeft The Albus [eiser] op staande voet ontslagen.

13. Dringende reden

Volgens artikel 4.1 eerste lid van de CAO gelezen in samenhang met het verplichte Handboek behoort tot de taken van de nachtreceptionist onmiskenbaar ook het opdekken van de tafels voor het ontbijt en is daarmee onderdeel van de bedongen arbeid. The Albus wijst daartoe op de functieomschrijving Nachtmedewerker Frontoffice (code FO 5.1) uit het Handboek. De arbeidsovereenkomsten van [eiser] verwijzen naar deze functie, die destijds nog nachtreceptionist werd genoemd. Later is die benaming van nachtreceptionist gewijzigd in nachtmedewerker en is de code R.5.3 gewijzigd in F.O. 5.1. De opdracht betreft dus geen wijziging van de functie of in de bedongen arbeid.

14. Het opdekken van de tafels is ook een redelijke opdracht, die mede op grond van artikel 4.7 van de CAO van [eiser] kon worden verlangd. In dat artikel is geregeld dat de medewerker gevraagd kan worden tijdelijk andere dan de gewone werkzaamheden te doen, voor zover de werkzaamheden in redelijkheid van de werknemer kunnen worden gevraagd. En dat is hier het geval. Volgens The Albus brengt de functie nacht-receptionist geen continue arbeidsverrichtingen met zich. Meerdere collega’s van [eiser] hebben verklaard dat per nachtdienst zoveel vrije tijd resteert, dat minimaal één DVD-film kan worden afgekeken. Het opdekken van tafels kan derhalve makkelijk tijdens de nachtdienst worden gedaan.

14. Feitelijke grondslag
In het laatste gesprek op 5 november 2013 heeft [eiser] gesteld bereid te zijn de werk-zaamheden te verrichten, als daar een extra honorering tegenover stond. Omdat de maatregel was bedoeld om kosten te besparen en [eiser] al (ruim) boven de CAO werd beloond, was The Albus daartoe niet bereid. Overigens blijkt hieruit, dat het restaurantwerk voor [eiser] wel tijdens zijn dienst was uit te voeren, maar dat [eiser] er extra voor wilde worden beloond.


Beoordeling

16. Kern van het geschil tussen partijen wordt gevormd door de vraag of [eiser] door The Albus op 5 november 2013 terecht op staande voet is ontslagen of dat [eiser] het ontslag op staande voet op goede gronden heeft vernietigd, nu het ontslag niet onverwijld is gegeven, The Albus een verkeerde feitelijke grondslag heeft gebruikt en/of een dringende reden ontbreekt.

16. Onverwijld?
Bij herhaling - en inderdaad met veel geduld - heeft The Albus getracht [eiser] te bewegen de werkzaamheden te gaan doen. The Albus heeft hem daarbij meer dan eens gewaarschuwd dat bij herhaalde weigering ontslag op staande voet zou volgen. Toen wederom [eiser] weigerde of een extra honorering wenste, was voor The Albus de maat vol en heeft zij [eiser] op die dag op staande voet ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet daarmee onverwijld gegeven.

16. Het eerst ter zitting ingenomen standpunt van [eiser], dat hij bij het laatste gesprek niet (nogmaals) is gewaarschuwd dat bij weigering ontslag op staande voet zou volgen, is niet aannemelijk geworden. The Albus heeft steeds gesteld dat dit wel is besproken en [eiser] heeft dit standpunt niet eerder ingenomen. [eiser] wist derhalve dat als hij zou blijven weigeren, ontslag op staande voet kon volgen. Bovendien spreekt de brief van The Albus van 16 september 2013 duidelijke taal en heeft [eiser] niet gesteld, dat hij - zo hij op 5 november 2013 nogmaals gewaarschuwd zou zijn - de restauranttaak wel zou hebben uitgevoerd.

16. Feitelijke grondslag?
[eiser] wordt evenmin gevolgd in zijn stelling, dat The Albus een onjuiste feitelijke grondslag zou hebben gebruikt, omdat hij op 5 november 2013 niet heeft geweigerd de werkzaamheden uit te voeren maar om een extra honorering heeft gevraagd. Het was voor [eiser] overduidelijk wat The Albus van hem vroeg en [eiser] was niet bereid het restaurantwerk te doen, zonder daarvoor extra te worden betaald. Dat is door The Albus aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd en dat klopt met de feiten.

20. Dringende reden
[eiser] heeft in dit verband betoogd dat de opgedragen werkzaamheden niet tot zijn functie c.q. de bedongen werkzaamheden behoorden, aldus een wijziging van zijn functie betekenden en dat hij daarom de opdracht mocht weigeren. [eiser] wordt hierin niet gevolgd. Immers, uit het Handboek volgt dat het zo nodig klaar maken van het ontbijt tot de taken van de nachtreceptionist behoort (zie rov 1.3). Van een wijziging van de functie, als bedoeld in artikel 4.10 van de CAO is derhalve geen sprake.

21. Maar ook los daarvan wordt geoordeeld dat The Albus in alle redelijkheid [eiser] kon opdragen tijdens zijn nachtdienst de tafels op te dekken, zonder dat daar een extra honorering tegenover stond. Uit de verklaringen van de collega’s van [eiser] kan worden afgeleid dat er binnen de werktijd voldoende ruimte voor de werkzaamheden bestond. Dat wordt bevestigd door het feit dat [eiser] wel bereid was het restaurant-werk tijdens zijn dienst te doen als hij er extra voor werd betaald. Het zijn voorts werkzaamheden, die binnen de functie van nachtreceptionist passen. Dat van [eiser] in redelijkheid niet kon worden gevergd het restaurantwerk uit te voeren, is niet gebleken.

21. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft The Albus [eiser] derhalve terecht op staande voet ontslagen. Van een werkgever is in alle redelijkheid niet te vergen het dienstverband met een werknemer, die bij herhaling weigert een redelijke opdracht uit te voeren, voort te zetten.

23. Het vorenstaande impliceert dat het ontslag op staande voet op 5 november 2013 rechtsgeldig een einde aan de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en The Albus heeft gemaakt. De vordering van [eiser] moet worden afgewezen.

24. Bij deze uitkomst van de procedure zal [eiser] in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van The Albus, worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van The Albus, tot heden begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [eiser] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.