Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:3542

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-06-2015
Datum publicatie
15-06-2015
Zaaknummer
C-13-574271 - HA ZA 14-991
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Schade door vlammen uit vuurwerk dat uit zichzelf is gedoofd is geen brandschade in de zin van de NZBZ 2006, nu daarin als brand is gedefinieerd “een door verbranding veroorzaakt en met vlammen gepaard gaand vuur buiten een haard dat in staat is zich uit eigen kracht voort te planten”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2015/90
NTHR 2015, afl. 4, p. 225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/574271 / HA ZA 14-991

Vonnis van 10 juni 2015

in de zaak van

de vereniging

VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET OLYMPISCH STADION,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. E.M.J. van Haaren te Maastricht,

tegen

buitenlandse vennootschap

ROYAL & SUN ALLIANCE INSURANCE PLC,

gevestigd te Cardiff, Wales (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.

Partijen zullen hierna VVE en RSA genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 17 december 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 16 maart 2015 en de daarin genoemde stukken,

  • -

    brief van 26 maart 2015 van de zijde van RSA met opmerkingen over het proces-verbaal, en een verzoek om een uitstel om op eventuele opmerkingen van de wederpartij te kunnen reageren (welk verzoek om uitstel door de rechtbank is afgewezen),

  • -

    brief van 31 maart 2015 van de zijde van VVE met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal en naar aanleiding van de brief van 26 maart 2015 van de zijde van RSA

  • -

    brief van 7 april 2015 van de zijde RSA met een reactie op de brief van zijde van VVE van 31 maart 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Door bemiddeling van haar assurantiemakelaar AHC heeft VVE een polis “Uitgebreide gevarenverzekering” afgesloten. RSA was op die polis 100% risicodrager. Partijen beroepen zich op verschillende exemplaren van de polis die echter, behoudens de vermeldde einddatum en het eigen risico voor zover hier van belang gelijkluidend zijn.

De polis vermeldt voor zover hier van belang:

“[…]

RISICO OMSCHRIJVING:

Een stadioncomplex incl. parkeergarage, kantoren, horeca, tribunes en het veld, met alle daaraan verbonden bedrijven en werkzaamheden. (zie olympischstadion.nl voor een volledig overzicht.)

VOORWAARDEN

Nederlandse Beurspolis voor Zaak en Bedrijfsschade NBZB 2006.

[…]”

2.2.

NBZB 2006 luidden onder meer en voor zover van belang als volgt:

“[…]

Artikel 2 OMVANG VAN DE DEKKING

2.1

Dekking

Verzekerd wordt het zakelijk belang tegen schade als vermeld in artikel 2.1.1 en 2.1.2 indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.

2.1.1

Zaakschade

Schade aan of verlies van de op het polisblad genoemde verzekerde gevaarsobjecten die is veroorzaakt door de in artikel 2.2 genoemde gevaren/gebeurtenissen, ongeacht of deze gevaren/gebeurtenissen zijn veroorzaakt door de aard of een gebrek van de verzekerde gevaarsobjecten.

Schade aan of verlies van de verzekerde gevaarsobjecten ongeacht door welke oorzaak - behoudens de in artikel 2.4 genoemde uitsluitingen - is gedekt als die oorzaak het directe gevolg is van een verzekerd gevaar/gebeurtenis, onverschillig waar dit heeft plaatsgevonden.

[…]

2.2

Gevaren/gebeurtenissen:

2.2.1

Brand

Een door verbranding veroorzaakt en met vlammen gepaard gaand vuur buiten een haard dat in staat is zich uit eigen kracht voort te planten.

Derhalve is onder andere geen brand:

- zengen, schroeien, smelten, verkolen, broeien;

- doorbranden van elektrische apparaten en motoren;

- oververhitten, doorbranden, doorbreken van ovens en ketels.

[…]”

2.3.

VVE is eigenaar van het Olympisch Stadion. De exploitatie van het stadion wordt verzorgd door de Stichting Exploitatie Olympisch Stadion Amsterdam (SESAM).

Op [datum] vond in het Olympisch stadion een voetbalwedstrijd plaats ter gelegenheid van [verjaardag] van [naam 1]. De wedstrijd was georganiseerd door de [stichting], die daartoe met SESAM een huurovereenkomst had gesloten voor het gebruik van het veld, de atletiekbaan en de tribunes.

2.4.

VVE heeft bij RSA schade geclaimd, die tijdens die jubileumwedstrijd door vuurwerk is veroorzaakt.

2.5.

In opdracht van RSA heeft expertisebureau [bedrijf 1] (hierna [bedrijf 1]) gerapporteerd. Het eindrapport van [bedrijf 1] houdt, voor zover hier van belang het volgende in:

“[…]

Voorafgaand aan de wedstrijd is, met goedkeuring van de politie, op de groenstrook tussen de tribune en de atletiekbaan een 1000-klapper afgestoken. Tijdens de wedstrijd hebben de supporters van AFC Ajax van de F side en Vak 410 ook Bengaals vuurwerk afgestoken, hetgeen vooraf niet bekend was bij SESAM. Na het evenement stelde SESAM tijdens een schouwing vast dat brandend Bengaals vuurwerk schade had veroorzaakt aan de vloercoating en diverse kunststof stoeltjes in de vakken F en G en aan de toplaag van de atletiekbaan.

[…]

Wij concluderen, mede aan de hand van de via verzekerde ontvangen foto’s en na bestudering van restanten van het Bengaals vuurwerk, dat supporters nog brandend Bengaals vuurwerk hebben weggegooid en dat de vlammen uit het vuurwerk de beschadigingen hebben veroorzaakt. Voor zover wij van de betrokkenen vernamen is het vuurwerk uit zichzelf gedoofd en is er niet geblust.

[…]

In totaal 40 kunststof stoeltjes hebben soortgelijke schade opgelopen en dienen vervangen te worden.

Verder is op diverse plaatsen dergelijke schade ontstaan aan de toplaag van de atletiekbaan,

die inmiddels is hersteld.

Voor een indruk van de schaden verwijzen wij u naar onderstaande foto’s:

[…]”

3 Het geschil

3.1.

VVE vordert, na vermindering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RSA veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis € 46.080,31 te betalen, met veroordeling van RSA in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

VVE stelt daartoe dat de schade die het gebruik van het vuurwerk heeft veroorzaakt als onder de polis gedekte brandschade moet worden aangemerkt en dat zij aanspraak heeft op vergoeding van de brandschade

3.3.

VVE begroot haar schade als volgt:

Vergoeding schade aan Gebouwen

- reinigen tribune € 272,50

- leveren en monteren kunststof stoeltjes € 1.202,40

- herstel toplaag atletiekbaan € 1.700,00

- herstel dakbedekking en partieel herstel coatinglaag € 26.958,00

€ 30.132,90

Toezichts- en begeleidingskosten

- Bouwinvest N.V. € 3.450,00

- Bouwkundige Begeleidings Adviesgroep BV. € 4.000,00

€ 7.950,00

Totaal, exclusief BTW (€ 38.082,90)

Totaal inclusief BTW € 46.080,31

3.4.

RSA voert verweer.

RSA stelt primair dat geen sprake is van schade veroorzaakt door brand, zoals gedefinieerd in de NZBZ 2006, zodat de verzekering voor deze schade geen dekking biedt.

Subsidiair betwist RSA op onderdelen de hoogte van de gestelde schade en stelt zij dat een bedrag van € 5.000,00 eigen risico in mindering moet worden gebracht.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van RSA is dat de schade waarvoor vergoeding wordt geclaimd niet onder de dekking valt, omdat deze is uitgesloten.

RSA beroept zich daartoe op de bepaling in de NZBZ 2006, waar in is opgenomen dat het voor een gedekte brand moet gaan om “een door verbranding veroorzaakt en met vlammen gepaard gaand vuur buiten een haard dat in staat is zich uit eigen kracht voort te planten”.

Zij stelt dat de ingeschakelde deskundige heeft vastgesteld dat het vuurwerk uit zichzelf is gedoofd, en dat de vlammen uit het vuurwerk de schade heeft veroorzaakt, zodat er geen sprake was van een brandhaard die zich uit eigen kracht heeft voortgeplant.

4.2.

VVE heeft zich er primair op beroepen dat de NZBZ 2006 aan haar niet ter hand zijn gesteld, en dat het beding waarop RSA zich beroept vernietigbaar is op grond van artikel 6:233 sub jo 6: 234 lid 1 BW. De rechtbank begrijpt dit verweer aldus - en RSA heeft het kennelkijk ook zo opgevat - dat VVE ook een beroep doet op die vernietigbaarheid van de betreffende voorwaarde(n).

Naar het oordeel van de rechtbank moet het beroep op de vernietigbaarheid van het beding worden verworpen. De polis is afgesloten door tussenkomst van de door VVE ingeschakelde assurantiemakelaar AHC. Dat AHC over de NZBZ 2006 beschikte kan bezwaarlijk worden betwist, nu de polis door haar is opgesteld en ook (althans in de door VVE overgelegde versie) op briefpapier van AHC is afgedrukt. Het is standaard jurisprudentie dat de wetenschap van de assurantiemakelaar van de verzekerde aan de verzekerde moet worden toegerekend.

In het midden kan dan blijven de vraag of de bepaling niet moet worden aangemerkt als beschrijving van de omvang van de dekking en dan, als kernbeding buiten de toepassing van artikel 6:233 BW valt.

4.3.

De vraag die zich dan voordoet is of de schade valt onder het begrip brand uit die voorwaarden, of dat zij van dekking is uitgesloten.

Met VVE is de rechtbank van oordeel dat voor ook de uitleg van de bij een makelaarspolis behorende bedingen in beginsel de Haviltex-maatstaf dient te worden gehanteerd. Tot de omstandigheden van het geval die bij de uitleg een rol spelen moet echter wel betrokken worden de omstandigheid dat de uitleg betreft van een makelaarspolis, waarover niet individueel is onderhandeld en die tot stand is gekomen tussen een professionele verzekeraar en een verzekerde di zich daarbij liet bijstaan door een professionele makelaar.

In die omstandigheden mocht RSA er op vertrouwen dat VVE begreep - of door haar makelaar daarvan op de hoogte was gesteld - wat de betekenis van de betreffende bepaling inhield en dat in beginsel de tekst van die bepaling voor de uitleg doorslaggevend is.

4.4.

Naar het oordeel van de rechtbank dient artikel 2.2.1 van de NZBZ 2006 aldus worden verstaan dat niet als brand in de zin van de polis wordt verstaan een vuur dat zich in een haard bevindt en dat niet op eigen kracht in staat is buiten de haard verder te branden.

In het hiervoor in r.o. 2.5 geciteerde rapport van [bedrijf 1] wordt geconcludeerd dat de schade is ontstaan door de vlammen uit het vuurwerk en dat is vernomen dat het vuurwerk uit zichzelf is gedoofd en er niet is geblust. Die conclusies zijn door VVE niet gemotiveerd betwist.

Dat betekent dat het vuur niet in staat was buiten de haard (in casu de fakkel) zelf verder te branden en aldus niet in staat was zich buiten de haard voort te planten.

4.5.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de schade niet is veroorzaakt door een gedekt evenement. Daaraan doet niet af dat het vuur zich niet heeft kunnen voortplanten en veel ergere schade is voorkomen doordat VVE ervoor heeft zorggedragen dat de materialen van het stadion zodanig waren gekozen en/of geprepareerd dat deze geen vlam vatten. De omstandigheid dat een verzekerde maatregelen treft om schade tegen te gaan wijzigt de dekkingsomvang van de polis niet.

4.6.

De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de vordering van VVE moet worden afgewezen.

De vraag of de door VVE overgelegde polis of de door RSA overgelegde polis toepasselijk is behoeft dan geen beoordeling, nu beide polissen voorzien in de toepasselijkheid van de NZBZ 2006.

Evenmin behoeft de vraag over de omvang van de schade te worden beoordeeld.

4.7.

VVE zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RSA begroot op:

griffierecht

1.892,00

salaris

1.788,00

(2 punten × tarief IV á € 894,00)

Totaal

3.680,00

De nakosten zullen worden begroot op € 131,00 te vermeerderen met € 68,00 in geval van betekening.

De gevorderde rente over de proceskosten kan, als verder onbetwist, eveneens worden toegewezen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering van VVE af,

5.2.

veroordeelt VVE in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RSA begroot op € 3.680,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt VVE in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat VVE niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.1

1 *