Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:3381

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-05-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
15/1961 (art. 552p Sv) en 15/1819 (art. 552a Sv)
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Vordering 552p Sv en klaagschrift 552a Sv. Rechtshulpverzoek Verenigde Staten van Amerika: heropening van het onderzoek, omdat uit de stukken niet blijkt dat aan de eisen van artikel 6 lid 1 van het toepasselijke rechtshulpverdrag is voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

RK nummers: 15/1961 (art. 552p Sv) en 15/1819 (art. 552a Sv)

TUSSENBESCHIKKING

op:

- de vordering ex artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering d.d. 12 maart 2015 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. Deze vordering strekt tot het aan hem ter beschikking stellen van de in beslag genomen stukken van overtuiging, ter uitvoering van het verzoek om rechtshulp d.d. 31 oktober 2014 en het aanvullende verzoek om rechtshulp van 6 november 2014, afkomstig van de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika, in de zaak tegen:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvende op het adres [adres, te plaats],

hierna: betrokkene,

- het op 17 maart 2015 namens betrokkene ingediende klaagschrift ex artikel 552a Sv. Dit klaagschrift strekt ertoe dat de onder betrokkene in beslag genomen goederen aan hem worden teruggeven.

1 Procesgang.

De rechtbank heeft op 20 maart 2015 betrokkene, de raadsman van betrokkene, mr. B.W. Newitt, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De rechtbank

heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd aangehouden.

De rechtbank heeft vervolgens op 1 mei 2015 betrokkene, de raadsman van betrokkene, mr. B. Newitt, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. Met toestemming van de officier van justitie, betrokkene en zijn raadsman heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing.

2 Beoordeling.

Het onderzoek is niet volledig geweest.

Artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken luidt als volgt:

Artikel 6 Uitvoering van verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming

1. De aangezochte Staat geeft gevolg aan verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming overeenkomstig zijn wetten en gebruiken, indien op het desbetreffende feit krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Partijen een vrijheidsstraf is gesteld van meer dan een jaar, of, indien daarop een kortere vrijheidsstraf is gesteld dat feit is vermeld in de aanhangsel bij dit Verdrag. De bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 14 kunnen schriftelijk wijzigingen van het Aanhangsel overeenkomen. Dergelijke wijzigingen treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling vast te stellen datum.

Het feit waarop het rechtshulp verzoek betrekking heeft, kort gezegd bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, komt niet voor op het in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanhangsel. Het rechtshulpverzoek noch het aanvullend rechtshulpverzoek meldt welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld. Uit de overige stukken van het dossier kan de strafbedreiging evenmin worden afgeleid. De rechtbank kan dus niet kan nagaan of aan de eisen van artikel 6, eerste lid, is voldaan.

In verband daarmee zal de rechtbank het onderzoek heropenen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika na te vragen welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld.

Na ontvangst van het antwoord van de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika zal de rechtbank aan de officier van justitie en betrokkene toestemming vragen een eindbeschikking te wijzen zonder nadere zitting.

3 Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika na te vragen welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld.

BEVEELT de oproeping van de betrokkene tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.

Deze tussenbeschikking is gegeven door

mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,

mrs. S.J. Riem en M.J. Alink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, griffier

en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank en kamer op 22 mei 2015.

De jongste rechter is buiten staat de tussenbeschikking te ondertekenen.