Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:2764

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2015
Datum publicatie
15-05-2015
Zaaknummer
3982296 en 3982301
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gijzeling. Verzoek tot gijzeling afgewezen. De Officier van Justitie heeft de betalingsonwil van de betrokkene niet afdoende aangetoond. Omstandigheid dat in het verleden betalingen zijn gedaan, leiden niet tot het oordeel dat sprake is van onwil in plaats van onmacht om boete te betalen. Ook overigens geen omstandigheden gebleken die betalingsonwil onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/176

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht – team kanton

Zaaknummers: 3982296 en 3982301

CJIB-nummers: [CJIBnr. 1] en [CJIBnr. 2]

Beslissing op de vordering – met bovengenoemde zaaknummers – als bedoeld in artikel 28 Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften (Wahv).

Aangaande:

[betrokkene]

[adres]

[woonplaats]

hierna: “betrokkene”

De vordering is behandeld op de terechtzitting van dinsdag 28 april 2015, waarbij het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door mr. P.B. Bellaart. Betrokkene is niet ter zitting verschenen.


Beoordeling

1. De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam verzoekt de kantonrechter te Amsterdam in twee zaken ex artikel 28, eerste lid Wahv om hem te machtigen het dwangmiddel gijzeling toe te passen voor de duur van (telkens) zeven dagen.

2 In de zaak met CJIB-nummer [CJIBnr. 1] gaat het om een administratieve sanctie vanwege de gedraging “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden” van een tweewielige bromfiets met het kenteken [kentekennummer], waarvoor op 13 april 2013 een beschikking aan betrokkene is opgelegd.

3. In de zaak met CJIB-nummer [CJIBnr. 2] gaat het om een administratieve sanctie vanwege de gedraging “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden” van een tweewielige bromfiets met het kenteken [kentekennummer], waarvoor op 15 augustus 2013 een beschikking aan betrokkene is opgelegd.

4. Uit de door de officier van justitie overgelegde gegevens blijkt het volgende:

a. a) tegen de beschikkingen is door betrokkene geen beroep ingesteld;

b) de sanctiebedragen zijn niet betaald en zijn vanwege het uitblijven van betaling van rechtswege tweemaal verhoogd bij het versturen van een eerste en een tweede aanmaning tot een bedrag van in totaal € 1.994,00;

c) betrokkene is niet opgenomen in een bewind- , curatele- of insolventieregister;

d) op 24 oktober 2014 heeft betrokkene ter zake van een andere sanctie (CJIB nummer [CJIBnr. 3]) een bedrag betaald van € 137,00;

e) uit het overzicht openstaande zaken blijkt dat betrokkene op 23 april 2015 naast de onderhavige sancties nog vier boetes heeft openstaan. In totaal staat er een bedrag open van € 5.854,00;

f) het CJIB heeft vergeefs getracht het uitstaande bedrag te verhalen via een beslag op de bankrekening van betrokkene en de voorlopige teruggave bij de Belastingdienst;

g) het CJIB heeft de vorderingen overgedragen ter incasso aan de deurwaarder. De gegevens die door de officier van justitie zijn verstrekt vermelden op dit punt dat op advies van de deurwaarder is besloten geen dwangmiddelen in te zetten. De deurwaarder heeft het CJIB laten weten geen verdere zaken te willen ontvangen met betrekking tot betrokkene aangezien de deurwaarder in verband met de huidige en eerdere dossiers geen verhaalsmogelijkheden zag. De deurwaarder heeft dit laten weten op 22 april 2013.

h) op enig moment is er door R. Adema, een professioneel bewindvoerder, bij het CJIB een overzicht opgevraagd van de openstaande zaken van betrokkene bij het CJIB;

i. i) betrokkene is vergeefs gemaand haar rijbewijs in te leveren voor een periode van vier weken ex artikel 28a Wahv;

j) de officier van justitie heef aan de politie opdracht gegeven tot buitengebruikstelling van het voertuig conform artikel 28b Wahv. De politie heeft het voertuig van betrokkene niet buiten gebruik kunnen stellen, omdat betrokkene geen voertuig heeft.

Op grond van het voorgaande concludeert de officier van justitie dat betrokkene betalingsmachtig is en dat slechts de mogelijkheid resteert om het dwangmiddel gijzeling toe te passen ten einde betrokkene aan te zetten tot betaling van de sancties.

Motivering van de beslissing

6. Uitgangspunt bij een verzoek tot toepassing van gijzeling is dat dit dwangmiddel is bedoeld voor mensen die wel kunnen maar niet willen betalen. Slechts in uiterste noodzaak zal tot gijzeling worden overgegaan (memorie van toelichting Wahv). Gijzeling is, anders dan vervangende hechtenis, geen straf, maar een dwangmiddel. Als gijzeling wordt toegepast blijft de verplichting tot betaling van de opgelegde sanctie in stand. Gelet op de doelstelling van het dwangmiddel van gijzeling moet sprake zijn van een reële verwachting dat betrokkene in staat is de sancties te voldoen. Indien vaststaat dat betaling niet tot de mogelijkheden behoort, is er geen sprake van de bedoelde verwachting en zal het doel van de gijzeling niet kunnen worden bereikt.

7. Uit het voorgaande blijkt dat op diverse manieren vergeefs is getracht de openstaande sancties te incasseren. De schuldenlast van betrokkene bij het CJIB is aanzienlijk. Op enig moment in het incassotraject heeft de deurwaarder het advies gegeven om geen dwangmiddelen in te zetten. De deurwaarder wenst zelfs geen dossiers meer te ontvangen van betrokkene omdat verhaal niet mogelijk blijkt. Het is de kantonrechter niet duidelijk waarom de officier van justitie desalniettemin meent dat gijzeling van betrokkene op dit moment een redelijk doel dient. Klaarblijkelijk heeft betrokkene op enig moment hulp gezocht bij haar schulden en heeft zij zich aangemeld bij een professioneel bewindvoerder. Desgevraagd heeft de officier van justitie verklaard dat door het CJIB contact is gezocht met deze bewindvoerder en heeft deze bewindvoerder laten weten dat het contact met betrokkene verbroken is. Hieruit blijkt niet dat betrokkene inmiddels weer betalingsmachtig is, integendeel. Dat betrokkene op dit moment betalingsmachtig is blijkt ook niet uit het feit dat zij in oktober van 2014 een bedrag heeft betaald ter zake van een andere sanctie.

8. Aldus concludeert de kantonrechter dat er op dit moment geen reële verwachting bestaat dat betrokkene in staat is de sancties te voldoen en zal het doel van de gijzeling niet kunnen worden bereikt. De kantonrechter acht het bestaan van financiële onmacht onder genoemde omstandigheden aannemelijk en wijst de vorderingen af.


Beslissing:

De kantonrechter wijst de vorderingen af.


Deze beslissing is gegeven te Amsterdam door mr. L. Voetelink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 12 mei 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.


Een afschrift van deze beslissing is aan mw [betrokkene], aan de officier van justitie en aan het CJIB toegezonden op: