Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:1195

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2015
Datum publicatie
17-03-2015
Zaaknummer
C-13-559653 - HA ZA 14-194
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deurwaarder aansprakelijk voor schade als gevolg van niet (tijdig) uitbrengen exploot huuropzegging. Deurwaarder komt geen beroep toe op zijn exoneratieclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/123
NJF 2015/303
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/559653 / HA ZA 14-194

Vonnis van 11 maart 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEMPO-TEAM GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.J. Meermans-de Vries te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam ,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Tempo-Team en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 april 2014;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 juli 2014 en de hierin genoemde stukken;

  • -

    de akte na comparitie van Tempo-Team van 13 augustus 2014;

  • -

    de antwoordakte van [gedaagde] van 10 september 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tempo-Team heeft op 13 maart 2008 een huurovereenkomst gesloten met [naam 1] (verder: verhuurster) betreffende de verhuur van de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] (verder: de huurovereenkomst).

2.2.

De huurovereenkomst is ingegaan per 1 mei 2008 voor een periode van vijf jaren, derhalve tot en met 30 april 2013.

2.3.

In artikel 3.3 van de huurovereenkomst is – kort gezegd – bepaald dat een termijn van één jaar geldt voor opzegging van de huurovereenkomst. In artikel 3.2 is bepaald dat de huurovereenkomst, indien niet voor 30 april 2013 zou worden opgezegd, zou worden verlengd met vijf jaren, tot 30 april 2018. In artikel 3.4 van de huurovereenkomst is bepaald dat de huuropzegging dient te geschieden bij deurwaardersexploot of bij aangetekend schrijven.

2.4.

Omdat Tempo-Team niet langer een bedrijfsruimte wilde exploiteren in het gehuurde, heeft zij besloten de huurovereenkomst per deurwaardersexploot op te zeggen. In een e-mail van 5 april 2012 van [naam 2], werkzaam bij Tempo-Team, aan [gedaagde] staat:

“Goedemorgen,

Vriendelijk verzoek bijgaande opzegging aan te bieden bij het in de brief genoemde adres.

Graag ontvang ik een bevestiging hiervan. (…)”

2.5.

[gedaagde] heeft hierop per brief van 5 april 2012 geantwoord:

“(…) In bovengenoemde zaak bevestigen wij u hierbij de ontvangst van uw opdracht. Deze is door ons onder toepasselijkheid van onze algemene voorwaarden in behandeling genomen onder bovenstaand dossiernummer.

Wij zullen voor tijdige betekening zorgdragen. (…)”

2.6.

Onder de stukken bevindt zich een e-mail van 12 april 2012, met als bijlage een brief van [gedaagde] van 12 april 2012 aan [deurwaarder] (verder: [deurwaarder]) waarin [deurwaarder] door [gedaagde] wordt verzocht op basis van de (eveneens als bijlage) meegezonden stukken in het dossier Tempo-Team B.V. /[naam 1] ‘het nodige te doen’ en ‘de termijnen in acht te nemen’.

2.7.

In een e-mail van 19 april 2012 van [gedaagde] aan [deurwaarder] staat:

“Geachte collega’s, Zie bijlagen. Heeft u inmiddels betekend? (…)”

2.8.

Op 15 mei 2012 heeft [gedaagde] - nadat hem via Tempo-Team bekend was geworden dat de verhuurster van Tempo-Team geen opzeggingsexploot had ontvangen - telefonisch contact opgenomen met [deurwaarder]. [deurwaarder] heeft daarbij medegedeeld geen mails van [gedaagde] te hebben ontvangen en dat het exploot niet was betekend aan de verhuurster van Tempo-Team.

2.9.

In een brief van [gedaagde] van diezelfde dag aan Tempo-Team, schrijft [gedaagde] - samengevat - dat hij het concept-exploot op 12 april 2012 heeft doorgezonden naar een collega-deurwaarder in Zeeland en dat hij met deze deurwaarder ook voorafgaand telefonisch contact heeft gehad, waarbij deze collega-deurwaarder zou hebben toegezegd voor tijdige betekening zorg te dragen. Verder schrijft [gedaagde] dat, omdat deze deurwaarder nu aangeeft geen enkele mail van [gedaagde] te hebben ontvangen, hij zijn systeembeheerder heeft laten uitzoeken wat er met de e-mails is gebeurd. De bevindingen van de systeembeheerder van15 mei 2012 zijn als bijlage bij deze brief gevoegd. Hierin staat onder meer:

“(…) Op donderdag 10 mei is er een mail verstuurd naar een deurwaarderskantoor. Hierin zat er een bijlage tussen van ruim 9MB.

De mail en andere mails met dezelfde inhoud en capaciteit aan bijlages waren niet aangekomen.

(…)

Klant gesproken en uitgelegd, dat de mail wel verstuurd is, tevens de klant voorzien van een eerdere logile van 19-04 met ook de bevestiging van de verzonden mail (…)

E-mail is netjes afgeleverd bij de ontvangende partij, dit is zojuist opgezocht in de log files. Tevens zijn er geen bestanden tegengehouden door het spam/virus filter. Waarschijnlijk gaat er iets niet goed bij de ontvangende partijen. (…)”

2.10.

In artikel 5 van de algemene voorwaarden van [gedaagde] staat:

“(…) De opdrachtnemer is slechts aansprakelijk voor schade, indien de opdrachtgever aantoont dat deze is veroorzaakt door de opzet of grove schuld van de opdrachtnemer, dan wel diens ondergeschikten.”

2.11.

Bij brieven van 15 mei 2012 en 6 maart 2013 heeft Tempo-Team [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade.

2.12.

Tempo-Team heeft een verklaring van Effort Huisvesting van 3 februari 2014 overgelegd, waarin - voor zover van belang - staat:

“(…) Luba was aanvankelijk als kandidaat geïnteresseerd in het winkelpand van Tempo Team aan de [adres], echter vanwege onder meer de ontstane verplichte onderhuursituatie is Luba afgehaakt en heeft elders in Den Haag andere winkelruimte aangehuurd per 1 november 2012. (…)”

2.13.

[gedaagde] heeft een e-mail van 22 augustus 2012 van Effort Huisvesting overgelegd, waarin staat:

“(…) Subject: kandidaten [adres]

(…)

Tot onze spijt heeft de directie van Luba Uitzendbureau het huurvoorstel afgewezen. Luba vond de condities en de uitstraling passend, echter het lokale management was van mening dat de locatie te ver van het CS ligt. Ondanks aangebrachte argumenten over de goede bereikbaarheid met OV is men niet op andere gedachten gebracht.

Vanwege deze afwijzing hebben wij inmiddels een andere (internationale) organisatie benaderd voor de verhuur van het pand. Deze partij is geïnteresseerd en heeft met ons een bezichtiging afgelegd.

(…)”

2.14.

Tempo-Team heeft vervolgens Subway Realty gevonden als geïnteresseerde partij voor overname van de huurovereenkomst. Tempo-Team heeft in dat kader met haar verhuurder een beëindigingsovereenkomst gesloten, waarin – voor zover van belang – onder meer is bepaald dat Tempo-Team een afkoopsom diende te betalen ter grootte van het verschil tussen de door Tempo-Team te betalen huurprijs en de nieuwe huurprijs die gold voor de opvolgende huurder over de periode van 1 maart 2013 tot en met 30 april 2018, te weten € 130.768,- exclusief BTW. Daarnaast is overeengekomen dat Tempo-Team een garantie zou afgeven voor de verplichtingen van de opvolgend huurder van € 160.167,- exclusief BTW.

3 Het geschil

3.1.

Tempo-Team vordert samengevat - bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. voor recht te verklaren dat [gedaagde] jegens Tempo-Team aansprakelijk is voor de door Tempo-Team geleden schade tot een totaalbedrag van € 162.446,40, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag;

  2. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, aan Tempo-Team te betalen een bedrag van € 162.446,40, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.399,46 en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

  3. voor recht te verklaren dat, indien Tempo-Team op grond van de garantieverplichting van artikel 5 van de beëindigingsovereenkomst tussen Tempo-Team en verhuurster betalingen heeft moeten verrichten aan verhuurster, [gedaagde] jegens Tempo-Team aansprakelijk is voor de alsdan door Tempo-Team voor een gelijk bedrag aanvullend geleden schade tot een maximum van € 160.167,- exclusief BTW.

  4. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, ter vermeerderen met de nakosten.

3.2.

Tempo-Team stelt daartoe, zakelijk weergegeven, dat tussen Tempo-Team en [gedaagde] op 5 april 2012 een overeenkomst van opdracht is gesloten, waarbij [gedaagde] zich heeft verbonden om de huurovereenkomst tijdig aan verhuurster te betekenen. Vast staat dat dit niet is gebeurd. Als gevolg van het niet-tijdig betekenen van het deurwaardersexploot lijdt Tempo-Team schade.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tempo-Team legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] aansprakelijk is voor haar schade op grond van wanprestatie, artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens Tempo-Team is [gedaagde] tekortgeschoten in zijn verplichtingen op grond van de overeenkomst van opdracht, omdat hij heeft nagelaten (voldoende) zorg te dragen voor het tijdig (laten) betekenen van het exploot. Ook na uitbesteding van de betekening aan [deurwaarder] is [gedaagde] hiervoor volgens Tempo-Team verantwoordelijk gebleven. De tekortkoming in de nakoming kan [gedaagde] daarom ook worden toegerekend. [gedaagde] verkeert van rechtswege in verzuim vanaf de datum dat het exploot betekend had moeten worden, aldus steeds Tempo-Team.

4.2.

[gedaagde] erkent dat het exploot niet is betekend door [deurwaarder], maar hij betwist dat hij daarvoor aansprakelijk is. [gedaagde] voert daartoe (primair) aan dat deze fout hem niet kan worden toegerekend, omdat deze niet aan zijn schuld te wijten is, maar aan een ICT-fout bij [deurwaarder]. Het was volgens [gedaagde] gebruikelijk (en bekend bij Tempo-Team) dat [gedaagde] opdrachten buiten zijn ambtsgebied uitbesteedde aan collega’s. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat het gezien de geringe hoogte van de door Tempo-Team aan hem betaalde opdrachtsom van omstreeks € 125,-, onredelijk is om het risico van de door Tempo-Team gestelde schade volledig bij hem neer te leggen. De vergoeding voor deze werkzaamheden is onvoldoende om de kosten van een adequate aansprakelijkheidsverzekering te dekken en deze is dan ook door [gedaagde] uit andere middelen bekostigd. Ten slotte beroept [gedaagde] zich op de exoneratieclausule in zijn algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.10). [gedaagde] voert aan dat hem een beroep hierop toekomt, nu er aan zijn zijde geen sprake is geweest van opzet of grove schuld. Hij heeft immers voor het versturen van de opdracht aan [deurwaarder] telefonisch contact gehad met [naam 3] over de opdracht en hij heeft [deurwaarder] daarna tweemaal een rappel heeft gestuurd.

4.3.

Tempo-Team betwist dat [gedaagde] een beroep op zijn exoneratieclausule toekomt, primair omdat volgens Tempo-Team zijn nalaten wel degelijk kwalificeert als grove schuld en subsidiair omdat het beroep volgens haar in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Tekortkoming

4.4.

De rechtbank overweegt als volgt:

Aan [gedaagde] wordt verweten dat hij als opdrachtnemer van Tempo-Team er onvoldoende op heeft toegezien dat tijdig werd betekend aan de verhuurder van Tempo-Team. Dat er - zoals tussen partijen niet in geschil is - niet tijdig is betekend omdat de e-mails van [gedaagde] zijn opdrachtnemer [deurwaarder] niet hebben bereikt vanwege een computerstoring bij [deurwaarder] (waarvan noch [deurwaarder] noch [gedaagde] op de hoogte was), doet er naar het oordeel van de rechtbank niet aan af dat van [gedaagde] als goed opdrachtnemer mocht worden verwacht dat hij zich ervan zou vergewissen dat de opdracht door [deurwaarder] was aangenomen. Het feit dat er geen opdrachtbevestiging van [deurwaarder] naar [gedaagde] is gezonden evenmin als een reactie op zijn rappel, had voor hem aanleiding moeten zijn tijdig navraag bij [deurwaarder] te doen. Daarbij had hij in ieder geval een (schriftelijk) antwoord van [deurwaarder] moeten krijgen met de mededeling dat [deurwaarder] tot betekening zou overgaan. [gedaagde] heeft dit nagelaten en aldus onvoldoende toezicht gehouden op de uitvoering van de opdracht. Nu het tijdig betekenen van het exploot het essentiële onderdeel vormt van de overeenkomst tussen partijen, brengt dit met zich dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de opdracht, die aan [gedaagde] kan worden toegerekend, zodat [gedaagde] in beginsel gehouden is de schade die hieruit voor Tempo-Team voortvloeit, te vergoeden.

Exoneratiebeding: opzet of grove schuld?

4.5.

[gedaagde] heeft zijn aansprakelijkheid evenwel uitgesloten in zijn algemene voorwaarden, voor zover geen sprake is van opzet of grove schuld. Door Tempo-Team wordt niet betwist dat deze algemene voorwaarden tussen partijen van toepassing zijn. Anders dan Tempo-Team stelt, is naar het oordeel van de rechtbank de fout van [gedaagde] niet te wijten aan (zijn) opzet of grove schuld. Dat [gedaagde] onder de hiervoor overwogen omstandigheden niet heeft geverifieerd of de opdracht goed bij [deurwaarder] was aangekomen, is weliswaar slordig en een tekortkoming in de nakoming van zijn zorgplicht, maar dit valt naar het oordeel van de rechtbank niet te kwalificeren als grove nalatigheid. De rechtbank acht bij dat oordeel van belang dat [gedaagde] (onbetwist) heeft aangevoerd dat hij [deurwaarder] op de dag van de toezending van de opdracht telefonisch heeft gesproken en dat deze aan hem zou hebben bevestigd dat de opdracht zou worden uitgevoerd (na ontvangst van de stukken). Verder staat vast dat [gedaagde] voor 30 april 2013 per e-mail nog een herinnering heeft gestuurd naar [deurwaarder], zonder dat hij ervan op de hoogte was dat zijn e-mails niet aankwamen. De vraag die dan aan de orde is, is of [gedaagde] zich ter afwering van zijn aansprakelijkheid mag beroepen op het exoneratiebeding in zijn algemene voorwaarden.

Exoneratiebeding: strijd redelijkheid en billijkheid?

4.6.

De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of de redelijkheid en billijkheid in een gegeven geval op grond van artikel 6:248 BW aan een beroep op een contractueel beding in de weg staan, afhangt van tal van omstandigheden, zoals de aard en de verder inhoud van de overeenkomst, de maatschappelijke positie en de onderlinge verhouding van partijen, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen, de mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest, en (bij exoneratiebedingen) de zwaarte van de schuld, mede in verband met de aard en de ernst van de bij de gedraging betrokken belangen. Alle relevante omstandigheden dienen aldus in aanmerking te worden genomen, voor zover aangevoerd in het processuele debat. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot het bestaan van dergelijke omstandigheden rusten in beginsel op degene die aan het beroep op het exoneratiebeding tegenwerpt dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is, derhalve op Tempo-Team.

4.7.

In aanmerking dient dus te worden genomen hoe laakbaar het verzuim is dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden, wat de gevolgen van het verzuim zijn en in hoeverre daardoor ontstane schade door verzekering is gedekt. Tempo-Team heeft in dat kader terecht een beroep gedaan op bestaan van een aansprakelijkheidsverzekering aan de zijde van [gedaagde], op de ernst van het tekortschieten van [gedaagde] alsmede de grote financiële gevolgen die dit voor Tempo-Team heeft gehad. [gedaagde] heeft ondanks tot twijfel aanleiding gevende aanwijzingen niet geverifieerd of [deurwaarder] de opdracht tot het uitbrengen van het exploot in goede orde had ontvangen en heeft daarbij betrekkelijk eenvoudige maatregelen ter voorkoming van aanzienlijke schade van zijn opdrachtgever achterwege gelaten. Daarmee heeft Tempo-Team terecht gesteld dat [gedaagde] in hoge mate een verwijt treft van het niet tijdig betekenen van het exploot, terwijl het belang van Tempo-Team bij tijdige opzegging voor [gedaagde] kenbaar groot was. In dat verband overweegt de rechtbank nog dat er voor [gedaagde] geen aanleiding was te veronderstellen dat Tempo-Team naast de aan hem verleende opdracht tot betekening van de opzegging, ook zelf nog per aangetekende brief zou opzeggen. De conclusie van het voorgaande is dat een beroep van [gedaagde] op het exoneratiebeding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Deze clausule ontslaat hem daarom in dit geval niet uit zijn aansprakelijkheid voor de schade van Tempo-Team, voor zover deze schade in redelijkheid aan de tekortkoming valt toe te rekenen.

4.8.

Dat [gedaagde] slechts omstreeks € 125,- aan Tempo-Team in rekening heeft gebracht, maakt het voorgaande niet anders, omdat voor vele opdrachten van een deurwaarder zal gelden dat het honorarium relatief gering is in verhouding met de belangen die met de opdrachten gemoeid zijn. Dit is juist de reden waarom een aansprakelijkheidsverzekering pleegt te worden afgesloten.

Schade: causaal verband en eigen schuld.

4.9.

Tempo-Team stelt dat zij door de niet tijdige opzegging (in beginsel) voor een aanvullende termijn van 5 jaar zou moeten huren voor € 56.310,- per jaar, terwijl zij vanwege de marktomstandigheden op die locatie geen vestiging meer wilde uitoefenen. Hierdoor was de verhuurster in de positie gekomen dat zij verder strekkende eisen kon gaan stellen met betrekking tot een huuropvolging door de destijds geïnteresseerde nieuwe huurder (Luba), die hierdoor is afgehaakt. Tempo-Team stelt dat haar schade bestaat uit de volgende posten:

  1. Tempo-Team heeft (uiteindelijk) een nieuwe partij gevonden die de huur wilde overnemen (Subway Realty). Wel heeft zij aan de verhuurster een afkoopsom moeten betalen ter grootte van het verschil tussen de door Tempo-Team te betalen huurprijs en de nieuwe huurprijs van Subway Realty over de periode van 1 maart 2013 tot en met 30 april 2018, neerkomende op € 130.768,- exclusief BTW;

  2. Ook heeft Tempo-Team een garantie moeten afgeven voor de verplichting van de huurbetalingen van de opvolgend huurder ten bedrage van € 160.167,- exclusief BTW, zodat zij nog het risico loopt op aanvullende schade;

  3. Daarnaast heeft zij door deze vertraging maanden extra huur betaald, waarvan zij er vier als schadevergoeding van [gedaagde] vordert;

  4. Ten slotte stelt Tempo-Team dat zij (advies)kosten heeft gemaakt ter voldoening aan haar schadebeperkingsplicht.

4.10.

[gedaagde] voert als verweer tegen de gevorderde schade primair aan dat er geen causaal verband bestaat tussen het niet uitbrengen van het exploot en de door Tempo-Team gestelde schade, omdat volgens hem het enkele uitblijven van de opzegging per deurwaardersexploot niet aan de opzegging in de weg zou hebben gestaan, indien Tempo-Team de verhuurster zelf reeds van de opzegging op de hoogte zou hebben gesteld. Dit had van Tempo-Team - gezien haar belang bij de tijdige opzegging - ook verwacht mogen worden. De schade als gevolg van het verlengen van de huurovereenkomst met vijf jaren kan dan ook niet aan [gedaagde] worden toegerekend, althans niet geheel, aldus [gedaagde].

4.11.

Daarnaast voert [gedaagde] aan dat op grond van de op Tempo-Team rustende schadebeperkingsplicht van haar verwacht had mogen worden dat zij de verhuurster na de brief van 15 mei 2012 zou hebben ingelicht over de gang van zaken en de huurverlenging zou hebben aangevochten, dan wel zou hebben aangedrongen op een conversie ex artikel 3:42 BW. De verhuurster zou zich dan gezien de beperkte termijnoverschrijding in redelijkheid niet daarop hebben mogen beroepen. Tempo-Team lijkt zich echter direct bij de huurverlenging te hebben neergelegd, terwijl door het aanvechten van de huurverlenging de gehele schade had kunnen worden voorkomen, aldus [gedaagde].

4.12.

Ook los daarvan dient de schade volgens [gedaagde] (grotendeels) voor eigen rekening van Tempo-Team te blijven, omdat gezien voornoemd belang van Tempo-Team bij een tijdige opzegging, van haar verwacht had mogen worden dat zij de verhuurster zelf van (haar voornemen tot) de opzegging op de hoogte had moeten stellen en contact had moeten opnemen met [gedaagde] met de vraag of de opzegging reeds betekend was. Nu zij dit heeft nagelaten, dient de schade als gevolg van de niet tijdige huuropzegging (gedeeltelijk) voor haar eigen rekening te blijven. Ten slotte betwist [gedaagde] ook de hoogte van de schade.

4.13.

De rechtbank overweegt dat vast staat dat er een causaal verband bestaat tussen de aan [gedaagde] toe te rekenen fout (de niet tijdige-betekening van de huuropzegging) en het doorlopen van het huurcontract voor in beginsel wederom vijf jaar. Het feit dat Tempo-Team naast het laten uitbrengen van een deurwaardersexploot de huurovereenkomst ook zelf had kunnen opzeggen bij aangetekend schrijven, doet daar niet aan af. Daar bestond immers volgens het huurcontract geen verplichting toe en Tempo-Team had met de inschakeling van een deurwaarder voor het uitbrengen van het exploot erop mogen vertrouwen dat dit tijdig zou gebeuren en van haar hoefde niet te worden verwacht dat zij voor alle zekerheid ook nog zelf het huurcontract zou opzeggen bij aangetekend schrijven.

4.14.

Vervolgens komt aan de orde de vraag of schade (deels) mede een gevolg is van een omstandigheid die volgens artikel 6:101 BW (gedeeltelijk) als eigen schuld aan Tempo-Team kan worden toegerekend. De stelplicht en bewijslast van eigen schuld van Tempo-Team rust op [gedaagde].

4.15.

De rechtbank acht het - zoals hiervoor ook is overwogen - niet verwijtbaar dat Tempo-Team niet tevens zelf een opzegging aan de verhuurster heeft verzonden, nu hiertoe voor Tempo-Team geen verplichting bestond en zij erop mocht vertrouwen dat [gedaagde] zou zorgen voor een tijdige opzegging. Deze omstandigheid levert naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen eigen schuld op.

4.16.

Evenmin heeft [gedaagde] naar het oordeel van de rechtbank voldoende gesteld dat Tempo-Team niet (althans onvoldoende) aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan. Uitgangspunt is immers dat de opzegging te laat was en dat de huurovereenkomst was verlengd. Tempo-Team heeft aangevoerd dat zij zich in het geheel niet heeft neergelegd bij de huurverlenging, maar dat zij daarna onder druk is gezet door de verhuurster en uiteindelijk een regeling heeft getroffen, waarbij zij de schade tot de helft heeft weten te beperken. [gedaagde] heeft onvoldoende aangevoerd dat een beroep op conversie richting de verhuurder gezien de omstandigheden succesvol zou zijn en dat een gerechtelijke procedure tegen de verhuurster tot gevolg zou hebben gehad dat Tempo-Team haar schade verder had kunnen beperken.

Hoogte schade

4.17.

Wat betreft de hoogte van de door Tempo-Team gevorderde schadevergoeding overweegt de rechtbank dat Tempo-Team - na de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] (onder verwijzing naar de door hem overgelegde e-mail van 22 augustus 2012 van Effort Huisvesting, zie hiervoor onder 2.13) dat Luba mede om redenen die betrekking hadden op de ligging van het gehuurde had afgezien van overname van de huurovereenkomst - onvoldoende heeft gesteld dat er een causaal verband bestaat met de niet-tijdige huuropzegging en het niet-overnemen van de huurovereenkomst door Luba per 1 september 2012. Uitgangspunt is dan dat de huurovereenkomst tussen Tempo-Team en de verhuurster (zonder de fout van [gedaagde], dus bij tijdige opzegging) in beginsel zou zijn doorgelopen tot 30 april 2013 en Tempo-Team dus tot die datum huur zou hebben moeten betalen. Tempo-Team heeft tevens onvoldoende gesteld dat er een reële kans was dat zij in die situatie eerder een nieuwe huurder zou hebben gevonden. Aan bewijslevering door Tempo-Team wordt hierdoor niet toegekomen. De onder 4.9 sub C genoemde vordering van Tempo-Team wordt daarom afgewezen.

4.18.

[gedaagde] heeft de inhoud van de beëindigingsovereenkomst met de verhuurster op zichzelf niet betwist en hiervoor is reeds overwogen dat Tempo-Team op dit punt voldoende aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan. Dit brengt met zich dat het verschil in huurprijs dat Tempo-Team op grond van deze overeenkomst aan de verhuurster dient te betalen huurprijs en over de periode van 1 maart 2013 tot en met 30 april 2018, van € 130.768,- exclusief BTW als schade door [gedaagde] aan Tempo-Team dient te worden vergoed.

4.19.

De door Tempo-Team gevorderde bemiddelingskosten zullen eveneens worden toegewezen, nu zij voldoende heeft gesteld dat zij deze kosten heeft gemaakt ter beperking van haar schade. Tempo-Team heeft daarbij uiteengezet dat bij tijdige opzegging inschakeling van een juridisch adviseur en bemiddelaar niet nodig zou zijn geweest, omdat in dat geval een eenvoudiger beëindigingsovereenkomst had kunnen worden opgesteld. Door de fout van de deurwaarder stelde de verhuurder extra eisen en moest een veel complexere overeenkomst worden gemaakt, waarin garanties en een vergoeding voor het verschil in huur moesten worden opgenomen, aldus Tempo-Team. De stelling van [gedaagde] dat Tempo-Team ook bij tijdige opzegging (bemiddelings)kosten zou hebben gemaakt voor het zoeken naar een partij die de huurovereenkomst eerder dan 30 april 2013 zou willen overnemen, is onvoldoende onderbouwd. Aangenomen kan worden dat in dat geval bij een geslaagde bemiddeling die bemiddelingskosten zouden zijn weggevallen tegen de vermindering van de huurpenningen en dat indien de bemiddeling niet zou zijn geslaagd, geen kosten in rekening zouden zijn gebracht. De bemiddelingskosten zullen derhalve worden toegewezen voor zover de door Tempo-Team overgelegde facturen betrekking hebben op de beperking van haar schade. De rechtbank zal vergoeding van de volgende facturen (exclusief BTW) toewijzen:

  • -

    Factuur Werk & Wet € 477,00;

  • -

    Factuur Vastgoedjager € 2.980,00;

  • -

    Factuur Werk & Wet € 79,50;

  • -

    Factuur Effort Huisvesting € 7.883,40;

  • -

    Factuur Werk & Wet € 238,50;

  • -

    Factuur Vastgoedjager € 1.250,00;

TOTAAL € 12.908,40

4.20.

De rechtbank ziet geen aanleiding het door [gedaagde] gestelde eigen risico van zijn aansprakelijkheidsverzekering van € 2.500,00 op grond van de redelijkheid en billijkheid in mindering te brengen op het verschuldigde schadebedrag. [gedaagde] heeft ook niet onderbouwd waarom een verlaging van het schadebedrag ertoe zou leiden dat hij geen eigen risico meer verschuldigd zou zijn.

4.21.

Het voorgaande brengt met zich dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 143.676,40, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van voldoening.

Verklaringen voor recht

4.22.

Nu [gedaagde] zoals hiervoor is overwogen wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 143.676,40 heeft Tempo-Team geen belang meer tevens voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Tempo-Team geleden schade tot dat bedrag. De vordering onder 1 van het petitum van de dagvaarding van Tempo-Team wordt om die reden afgewezen.

4.23.

Tempo-Team heeft daarnaast gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat - kort gezegd - [gedaagde] ook aansprakelijk is voor de (eventueel) nog door Tempo-Team te lijden schade op grond van de garantieverplichting van artikel 5 van de beëindigingovereenkomst. Deze vordering zal worden toegewezen als na te melden.

Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente

4.24.

Tempo-Team heeft voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. [gedaagde] heeft betwist dat buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door Tempo-Team gevorderde buitengerechtelijke incassokosten toe te wijzen, omdat Tempo-Team onvoldoende heeft gesteld welke kosten (naast van de onder 4.19 genoemde en toegewezen bedragen in verband met advieskosten) zij nog heeft gemaakt alsmede dat deze kosten niet vallen onder de gebruikelijke voorbereidende handelingen, waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Het bewijsaanbod van Tempo-Team op dit punt wordt als onvoldoende gespecificeerd afgewezen.

Proceskosten

4.25.

[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Tempo-Team. Deze kosten worden gesteld op:

- exploot € 77,52

- griffierecht 3.829,00

- salaris advocaat 5.000,00 (2 ½ punt × tarief € 2.000,00)

Totaal € 8.906,52

4.26.

De gevorderde vergoeding van nakosten zal worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Tempo-Team van een bedrag van € 143.676,40 (zegge: honderddrieënveertigduizend zeshonderdzesenzeventig euro en veertig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Tempo-Team begroot op € 8.906,52;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

verklaart voor recht dat indien Tempo-Team op grond van de garantieverplichting van artikel 5 van de beëindigingsovereenkomst tussen Tempo-Team en Verhuurster betalingen heeft moeten verrichten aan Verhuurster, [gedaagde] aansprakelijk is voor de alsdan door Tempo-Team voor een gelijk bedrag aanvullend geleden schade tot een maximum van € 160.167,00 exclusief BTW;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, rechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2015.