Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:1047

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-02-2015
Datum publicatie
06-03-2015
Zaaknummer
13-993020-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 37-jarige vrouw veroordeeld tot 180 uur taakstraf waarvan zestig uur voorwaardelijk voor valsheid in geschrift. Zij wilde tot bewindvoerder worden benoemd en had twee valse diploma’s gemaakt en aan de rechtbank Midden-Nederland overgelegd om de indruk te wekken dat zij bepaalde opleidingen had gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/993020-14

Datum uitspraak: 5 februari 2015

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvende op het adres [adres, te plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

1.1.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de

terechtzitting van 22 januari 2015 en mede naar aanleiding van het onderzoek op de

terechtzitting voor de politierechter van 22 september 2014.

1 .2. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

bij het Functioneel Parket, mr. C. Goedegebuure, en van wat verdachte en haar

raadsman, mr. J.B. de Jong, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 te Almere en/of Utrecht en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander(en), twee, in elk geval een of meer diploma('s) en/of certifica(a)t(en) (MBO Schuldhulpverlening en/of Administratief Medewerker) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft verdachte valselijk en/of in strijd met de waarheid op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(en), vermeld en/of weergegeven en/of gebruikt gemaakt van (onder meer),

- een oud format (door op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(en) [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en/of

- een opleiding die niet wordt en/of werd aangeboden en/of

- een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of

- een of meer handtekening(en) van (een) perso(o)n(en) ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid heeft/hebben en/of

- een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en/of

- een registratienummer welke niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en/of

- een niet bestaand(e) onderde(e)l(en) van de opleiding,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2. zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 te Almere en/of Utrecht en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander(en), opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) diploma('s)/certifica(a)t(en), - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte bovengenoemde diploma('s)/certifica(a)t(en) heeft aangeboden en/of ingediend en/of overlegd, althans heeft doen aanbieden en/of indienen en/of overleggen bij/aan de Rechtbank Midden-Nederland (om zo te kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld om professioneel bewindvoerder te kunnen worden) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(en) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld en/of weergegeven en/of gebruik gemaakt van vermeld en/of gebruikt gemaakt van (onder meer),

3. een oud format (door op dat/die diploma('s)/certifica(a)t(en) [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en/of

4. een opleiding die niet wordt en/of werd aangeboden en/of

5. een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of

6. een of meer handtekening(en) van (een) perso(o)n(en) ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid heeft/hebben en/of

7. een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die niet (meer)

8. een registratienummer welke niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en/of

9. een niet bestaand(e) onderde(e)l(en) van de opleiding;

in dienst is van [opleidingsinstituut B] en/of.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten

laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen

voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

Verdachte wordt ervan beschuldigd dat zij twee valse diploma’s (MBO

Schuldhulpverlening en Administratief Medewerker) heeft gemaakt en dat zij deze

valse geschriften heeft gebruikt door deze in het kader van haar benoeming tot

bewindvoerder aan de rechtbank Midden-Nederland te geven.

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft overeenkomstig het overgelegde schriftelijk requisitoir

gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit en daartoe overeenkomstig zijn

pleitnota het volgende aangevoerd. Waarom zou verdachte een vals diploma

gebruiken en inleveren bij de rechtbank om als bewindvoerder te kunnen worden

aangesteld, als zij – in een achttal zaken – ook zonder diploma als bewindvoerder

kan worden benoemd? Certificering was in 2012 en 2013 niet wettelijk verplicht.

Wel is haar gevraagd alsnog een cursus bewind te gaan volgen. Verdachte had geen

belang te vervalsen. Daar heeft zij geen tijd voor en het is ook nooit in haar

opgekomen dat mensen dat zouden overwegen. Kantonrechter mr. Hofman was onder

de indruk van hetgeen verdachte haar vertelde. Verdachte wist waarover zij het had.

Mr. Hofman had het idee dat verdachte ervaring had in de schuldhulpverlening en

vond het prima dat zij al aan de slag ging met cliënten voor wie aanvragen op dat

moment al lang in behandeling waren. Met nieuwe cliënten moest verdachte wachten,

tot het nieuwe diploma was behaald. Verdachte heeft zich conform afspraak voor de

desbetreffende opleiding ingeschreven. Zij heeft het diploma indertijd behaald. Het is

haar niet in een plechtige bijeenkomst uitgereikt, maar per post toegestuurd. Als

geadresseerde ga je er dan gewoon vanuit dat het rechtsgeldig is. Verdachte verwerpt

de beschuldiging dat zij het diploma van [persoon 4] heeft bewerkt. Die suggestie

slaat nergens op. Verdachte kan daar helemaal niets mee. Dat [opleidingsinstituut A]

respectievelijk [opleidingsinstituut B] niets meer over haar kan terugvinden, is vreemd, maar laat

onverlet dat verdachte die opleiding heeft gevolgd. Overigens gaat het hier om één

diploma, met bijbehorende cijferlijst, aldus de raadsman.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1.

De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen,

houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden, die zijn opgenomen in de

bijlage die aan dit vonnis is gehecht en die als hier ingevoegd geldt, de overtuiging

gekregen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals nader

uitgewerkt in rubriek 5. De rechtbank overweegt voorts het volgende.

4.4.2.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de desbetreffende diploma’s aan de rechtbank Midden-Nederland heeft overgelegd. De verklaring van de [persoon 5], manager Operations en Klantenservice bij [opleidingsinstituut A], dat de diploma’s

niet door [opleidingsinstituut A] zijn opgesteld en uitgegeven (en dus niet echt zijn) is duidelijk en wordt door verschillende argumenten, die staan opgesomd achter de gedachtestreepjes in de tenlastelegging, geschraagd. Daar komt bij dat verdachte niet bekend is in het klantregistratiesysteem van [opleidingsinstituut A].

4.4.3.

De verklaring van verdachte dat zij de desbetreffende opleidingen heeft

gevolgd en dat zij de diploma’s per post heeft ontvangen maar niet heeft

gecontroleerd of deze wel echt waren, is niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft

de beschuldiging slechts weersproken maar nagelaten deze te weerleggen, hoewel dat

eenvoudig zou moeten kunnen als zij ten onrechte zou worden beschuldigd. Het ligt

immers voor de hand dat zij beschikt over onderwijsmateriaal dat op cursussen

betrekking heeft als ook van betalingsbewijzen van bijvoorbeeld cursusgelden.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1. in de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 in Nederland, twee diploma’s (MBO Schuldhulpverlening en Administratief Medewerker) – zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of valselijk heeft doen opmaken, immers is valselijk en in strijd met de waarheid

- gebruikt gemaakt van een oud format (door op die diploma’s [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en

is op die diploma’s vermeld en/of weergegeven

- een opleiding die niet werd aangeboden en/of

- een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en/of

- een handtekening van personen ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid hebben en/of

- een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en/of

- een registratienummer dat niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en

- niet bestaande onderdelen van de opleiding,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2. op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 14 juni 2013 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse diploma’s – zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte, bovengenoemde diploma’s heeft overgelegd, aan de rechtbank Midden-Nederland (om zo te kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld om professioneel bewindvoerder te kunnen worden) en bestaande die valsheid hierin dat valselijk en in strijd met de waarheid

- een oud format (door op die diploma’s [opleidingsinstituut A] op te nemen in plaats van [opleidingsinstituut B]) en

is op die diploma’s vermeld en/of weergegeven

- een opleiding die niet werd aangeboden en

- een naam niet op een juiste wijze geschreven ([naam 1] in plaats van [persoon 1]) en

- een handtekening van personen ([persoon 2] en/of [persoon 1]) die geen tekenbevoegdheid hebben en

- een handtekening van een persoon (algemeen directeur [persoon 3]) die destijds niet (meer) in dienst was van [opleidingsinstituut B] en

- een registratienummer dat niet voorkomt in het klantregistratiesysteem en

- niet bestaande onderdelen van de opleiding.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een

taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en haar vordering

als volgt toegelicht. Verdachte heeft twee keer een diploma vervalst en overgelegd

aan een rechtbank. In het algemeen geldt dat men moet kunnen vertrouwen op

diploma’s die worden overgelegd. Iets onjuist opmaken mag niet. En al helemaal niet

een diploma waardoor men zich beter voordoet dan men is. Ook wordt daarmee

vertrouwen gewekt dat men iets kan of heeft geleerd wat in werkelijkheid niet zo is.

Daarnaast deze stukken ook nog overleggen aan de rechtbank en daar ontkennen dat

ze vals zijn, dat gaat al het fatsoen te buiten en dat wordt verdachte zwaar

aangerekend. Het is zo ongehoord, dat een gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn.

Nu verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en gezien de

omstandigheden, en de te eisen straf en ontneming in de andere tegen verdachte

aanhangige strafzaak, die betrekking heeft op overtreding van de Wet op het

consumentenkrediet, is vooralsnog een taakstraf aan de orde.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en erop gewezen in geval van een veroordeling

dat verdachte als first offender moet worden beschouwd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

8.3.1.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

8.3.2.

Verdachte heeft twee valse diploma’s gemaakt en aan de rechtbank Midden-

Nederland overgelegd om zo de indruk te wekken dat zij bepaalde opleidingen had

gevolgd. De maatschappij heeft er evident belang bij om te kunnen vertrouwen op de

juistheid van diploma’s en cijferlijsten, nu dit soort geschriften de aanwezigheid van

bepaalde kennis en vaardigheden veronderstelt bij de bezitter ervan. Verdachte heeft

aldus door haar handelen het vertrouwen dat de maatschappij moet kunnen hebben in

de juistheid van dergelijke documenten in ernstige mate geschaad. De rechtbank

neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat zij door het gebruik maken van de

valse diploma’s een functie wilde krijgen die onder meer wordt gesubsidieerd uit

algemene middelen.

8.3.3.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de justitiële

documentatie van 19 december 2014 betreffende verdachte waaruit blijkt dat zij, op

een veroordeling door de kantonrechter wegens overtreding van artikel 30 tweede lid

van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen na, niet eerder is

veroordeeld en laat dat in het voordeel van verdachte meewegen.

8.3.4.

De rechtbank is alles afwegend van oordeel dat een taakstraf van 180 uren

passend en geboden is. De rechtbank zal gelasten dat een derde van deze taakstraf

niet ten uitvoer gelegd zal worden. Enerzijds om de ernst van het bewezenverklaarde

te benadrukken en anderzijds om verdachte, die nog immer werkzaam is binnen de

(commerciële) schuldhulpverlening en het budgetbeheer, ervan te weerhouden zich

opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 56, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij

golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

De voortgezette handeling van: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 (honderdtachtig) uren.

Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 60 (zestig) uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 1 (één) maand.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. M.B. de Boer en F.G. Bauduin, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2015.