Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:9467

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2014
Datum publicatie
20-02-2015
Zaaknummer
CV EXPL 13-25724
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers hebben een vergoeding gevorderd wegens vertraging met hun vlucht. Bij repliek brengt gedaagde bewijzen in het geding waaruit blijkt dat sprake was van buitengewone omstandigheden die aan de vergoeding in de weg staan. Eisers voeren aan dat gedaagde deze bewijzen niet eerder heeft overgelegd en dat de proceskosten om die reden voor rekening van gedaagde moeten komen. Kantonrechter volgt deze redenering niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 2426125 CV EXPL 13-25724

vonnis van: 11 augustus 2014

fno.: 560

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1.[eiser sub 1]

2. [eiser sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

nader te noemen: [eisers gezamenlijk]

gemachtigde: DAS Rechtsbijstand

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidCorendon Dutch Airlines B.V.

gevestigd te Lijnden,

gedaagde,

nader te noemen: Corendon,

gemachtigde: mr. T.R. Ginkel (USG Juristen B.V.).

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 13 september 2013 met producties;

  • -

    antwoord met producties;

  • -

    instructievonnis;

  • -

    repliek;

  • -

    dupliek met producties;

  • -

    akte uitlating producties van [eisers gezamenlijk];

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

  1. [eisers gezamenlijk] vordert dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
    a. € 1.200,00 aan hoofdsom;
    b. € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
    c. wettelijke rente over € 1.200 vanaf 26 april 2013;
    d. de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

  2. [eisers gezamenlijk] stelt hiertoe dat zij met een door Corendon uitgevoerde vlucht met nummer CND 213 op 18 september 2012 van Amsterdam naar Dalaman een vertraging heeft opgelopen van 9 uur en dat zij daarom aanspraak maakt op een vergoeding op grond van EU-Verodening 261/2004 (hierna: de Verordening).

3. Bij antwoord heeft Corendon – kort samengevat – toegelicht en onderbouwd met stukken dat er sprake is geweest van blikseminslag in het vliegtuig op de vlucht voorafgaand aan de betreffende vlucht, dat er schade aan het vliegtuig is ontstaan en dat er daarom sprake is van een buitengewone omstandigheid die aan een vergoeding voor de opgelopen vertraging in de weg staat.

4. Bij repliek heeft [eisers gezamenlijk] erkend dat er sprake is geweest van een buitengewone omstandigheid. [eisers gezamenlijk] wijst erop dat door Corendon pas in deze procedure bewijsstukken zijn overgelegd waaruit bleek dat er sprake is geweest van blikseminslag en dat Corendon die nooit eerder bij de correspondentie heeft gevoegd. Indien Corendon dat wel had gedaan, was een procedure niet nodig geweest. [eisers gezamenlijk] verzoekt daarom Corendon in de proceskosten te veroordelen.

5. De kantonrechter oordeelt als volgt. [eisers gezamenlijk] heeft erkend dat er sprake is geweest van een buitengewone omstandigheid in de zin van de Verordering. [eisers gezamenlijk] heeft in haar akte uitlating producties “het aan de kantonrechter gelaten” of Corendon voldoende heeft aangevoerd waaruit zou blijken dat Corendon alles in het werk heeft gesteld om de vertraging te voorkomen. Corendon heeft bij antwoord gesteld dat zij de passagiers zo snel mogelijk op de plaats van bestemming heeft gebracht en een toelichting gegeven wat zij daarvoor heeft gedaan. [eisers gezamenlijk] heeft hiertegen bij repliek geen verweer gevoerd. Gelet op het voorgaande komt Corendon een beroep toe op artikel 5 lid 3 van de Verordering en is Corendon geen vergoeding wegens vertraging verschuldigd.

6. De kantonrechter volgt [eisers gezamenlijk] niet in zijn betoog dat Corendon met de proceskosten moet worden belast. Uit de stukken, bijvoorbeeld de brief van 30 januari 2013, blijkt dat Corendon voorafgaand aan de procedure heeft toegelicht dat er sprake was van een buitengewone omstandigheid. [eisers gezamenlijk] heeft niet gesteld dat zij vervolgens om bewijsstukken daarvan heeft gevraagd. Dit is evenmin uit de stukken af te leiden. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat Corendon de proceskosten moet dragen en zal [eisers gezamenlijk] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eisers gezamenlijk] in de proceskosten die aan de zijde van Corendon tot op heden begroot worden op € 200,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [eisers gezamenlijk] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.