Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:9336

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
26-01-2015
Zaaknummer
KG ZA 14-1475
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een kort geding over de openbare inschrijvingsprocedure voor de uitgifte in erfpacht van Felix Meritis. Niet aannemelijk is geworden dat de gemeente met toepassing van een relatieve berekeningssystematiek bij de beoordeling van de inschrijvingen beginselen van het aanbestedingsrecht heeft geschonden. Dat er bij de beoordeling fouten of vergissingen zijn gemaakt is ook niet gebleken. De vordering tot herbeoordeling van de inschrijvingen wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/576434 / KG ZA 14-1475 SP/TF

Vonnis in kort geding van 19 december 2014

in de zaak van

[naam 1], handelend onder de naam [naam 2],

woonplaats kiezende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 21 november 2014,

advocaten mrs. J.M. Hebly en F.P. Heijne te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.L. Bervoets te Amsterdam,

met als tussenkomende partij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMERBORGH NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat mr. W.M. Ritsema van Eck te Leiden.

Partijen zullen hierna [naam 1] of het [naam 2], de gemeente en Amerborgh worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting van 15 december 2014 heeft Amerborgh op 10 december 2014 een incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging aan de zijde van de gemeente aan de voorzieningenrechter doen toekomen. Dit verzoek is ter zitting behandeld. [naam 1] en de gemeente hebben geen bezwaar gemaakt tegen tussenkomst van Amerborgh in deze procedure. De voorzieningenrechter heeft derhalve het primaire verzoek tot tussenkomst toegestaan.

1.2.

Ter terechtzitting van 15 december 2014 heeft [naam 1] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De gemeente en Amerborgh hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Amerborgh heeft voorts haar vordering in tussenkomst nader toegelicht. [naam 1] heeft de vordering in tussenkomst bestreden. Alle partijen hebben producties en pleitnotities in het geding gebracht. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 19 december 2014 de beslissing gegeven en is meegedeeld dat de uitwerking daarvan zal volgen op 7 januari 2015. Het onderstaande vormt deze uitwerking.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van [naam 1]: [naam 1] met mrs. Hebly en Heijne,

aan de zijde van de gemeente: [naam 3], [naam 4], [naam 5], [naam 6] met mr. Bervoets,

aan de zijde van Amerborgh: [naam 7], [naam 8] met mr. Ritsema van Eck.

Na de zitting heeft de gemeente, zoals ter zitting besproken, het protocol (versie juni 2014, zie hierna onder 2.6) aan de voorzieningenrechter en partijen toegestuurd.

2 De feiten

2.1.

Het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente heeft een openbare inschrijvingsprocedure georganiseerd voor de uitgifte in erfpacht van de gronden en de daarop gestichte gebouwen van Felix Meritis gelegen aan [adres 1] en [adres 2] en [adres 3] in [plaats] (hierna Felix Meritis). Doel van deze procedure is om te bevorderen dat Felix Meritis weer een cultureel maatschappelijke invulling krijgt die het gebouw zoveel mogelijk een openbare publieksfunctie geeft.

2.2.

De openbare inschrijvingsprocedure is beschreven in de Selectiebrochure Felix Meritis (hierna de selectiebrochure). Hieruit volgt dat aan de biedingen diverse eisen worden gesteld, waaronder dat de prijs minimaal € 2,5 miljoen moet zijn en dat aan een aantal “kwaliteitspunten” moet worden voldaan. Uit de selectiebrochure volgt dat de bieder met de beste prijs/kwaliteit verhouding de winnaar van de procedure zal zijn, waarbij de te behalen punten voor kwaliteit en prijs gelijk zijn. In de selectieprocedure staat het aldus verwoord:

De uitgifte in erfpacht zal plaatsvinden middels een openbare inschrijving waarbij niet alleen de hoogste prijs, maar ook de functionele invulling, het businessplan en een investerings- en onderhoudsplan een grote rol zullen spelen. Het is dus niet per definitie de Inschrijver met de hoogste financiële bieding aan wie gegund zal worden. Er zal gegund worden aan diegene met de beste combinatie van prijs en score op de overige gunningscriteria.

2.3.

In de selectiebrochure staat met betrekking tot de beoordeling van de inschrijvingen voor zover van belang het volgende:

(…) Beoordelingscommissie

Alle geldige inschrijvingen zullen op grond van de in deze brochure opgenomen

gunningscriteria en wegingsfactoren worden beoordeeld door een Beoordelingscommissie (…)

Gunningscriteria en wegingsfactoren

Inschrijvers kunnen punten verdienen op basis van de Financiële bieding voor de

grondwaarde en de eenmalige opstalvergoeding. Daarnaast zijn er ‘Kwaliteitspunten’ te

verdienen voor de functionele invulling, het businessplan, het investerings- en

onderhoudsplan en het herstel van monumentale elementen. De kandidaat met het hoogste aantal punten zal voor gunning aan B&W worden voorgedragen. (…)

Financiële bieding:

Er kunnen maximaal 165 punten worden verdiend.

1. Als alle Inschrijvers onder de € 5 miljoen bieden wordt voor elke € 15.151,- die boven

de minimale inschrijfsom van € 2.5 miljoen wordt geboden 1 punt toebedeeld.

2. Als het hoogste bod boven de € 5 miljoen ligt worden de punten verdeeld naar rato

van het hoogst geboden bedrag (zie voorbeeld voor een indicatie). (…)

Kwaliteitspunten:

Naast de punten voor de Financiële bieding zijn er Kwaliteitspunten te verdienen. Deze

Kwaliteitspunten zijn onderverdeeld in vier categorieën, te weten “Invulling en functies”,

“Businessplan” (financiële haalbaarheid), “investering- en onderhoudsplan” en “herstel van

monumentale elementen”. Aan de hand van de stukken van de inschrijver en de

presentaties die door de inschrijvers worden gegeven worden de punten toegekend. Om te

komen tot een eindoordeel zal dit door de beoordelingscommissie in gezamenlijkheid worden

gedaan.

Met betrekking tot de bovengenoemde categorieën is gekozen voor de volgende

puntenverdeling.

Financiële bieding

Max aantal punten

Financiële bieding

165

(…)

Invulling /functies

Max aantal punten

Kunst, Cultuur, Wetenschap en Maatschappelijk in goede samenhang met het karakter van Felix Meritis

50

Hierbij wordt gekeken of de thema’s kunst, cultuur en wetenschap terug komen in de invulling. Daarnaast wordt gekeken of en hoe de verschillende functie zich tot elkaar verhouden.

Businessplan (…)

Max aantal punten

50

Exploitatie

30

Financiering

20

Hierbij wordt gekeken naar de financiële haalbaarheid, positieve of saldoneutrale exploitatie en financiering. Is er bijvoorbeeld sprake van een eigen vermogen, is men afhankelijk van subsidies en wie is de beleggende partij.

Investering- en onderhoudsplan

Max aantal punten

40

Renovatie- en verbouwingsinvestering

20

Meerjaren onderhoudsplan

20

Hierbij wordt gekeken naar de wijze waarop er wordt geïnvesteerd in het pand en op welke wijze dit de komende 10 jaar zal worden onderhouden.

Monumentale elementen

Max aantal punten

Herstel monumentale elementen

25

Hierbij wordt gekeken in hoeverre er in de plannen rekening wordt gehouden met de

monumentenstatus van het object en het in ere herstellen van de bestaande monumentale

elementen. Daarnaast zijn er extra punten te verdienen voor het herstel van inmiddels

“verloren” monumentale elementen. Voor extra informatie hierover verwijs ik u naar de

bijlage “De tempel van de Verlichting”.

Totaal

Max aantal punten

Maximaal te behalen punten

330

Voorbeeld

Om deze procedure nader toe te lichten is onderstaand een voorbeeldsituatie geschetst. Dit

voorbeeld gaat uit van een viertal Inschrijvers met verschillende voorgestelde Financiële

biedingen en verschillende invullingen van de [zalen].

KANDIDAAT

A

B

C

D

E

Financiële bieding (k.k.)

€ 4.000.000,-

€ 2.700.000,-

€ 3.500.000,-

€ 2.000.000,-

€ 5.000.000,-

Invulling

Geheel wonen

Galerie

Museum

Museum

Onderwijs

(…)

Uit bovenstaande matrix blijkt dat in dit geval kandidaat E voor gunning zal worden

voorgedragen aan het college van Burgemeester en Wethouders. (…)

Generieke bepalingen

(…)

 Om iedere partij een gelijke positie te bieden, zal door de gemeente geen nadere informatie worden verstrekt aan de individuele inschrijvers in de periode van de in deze brochure opgenomen vragenronde. (…)

2.4.

In het document “Vragen en antwoorden verkoop en uitgifte in erfpacht Felix Meritis te [plaats]” is nadere informatie over de openbare inschrijvingsprocedure opgenomen.

2.5.

De inschrijvingen zijn beoordeeld door de onder 2.3 vermelde beoordelingscommissie (hierna de beoordelingscommissie), bestaande uit vijf personen, onder wie een oud-rechter, twee leden met een culturele achtergrond en twee leden met kennis over exploitatie van vastgoed.

2.6.

In het door de gemeente opgestelde beoordelingsprotocol voor het beoordelen van de inschrijvingen Felix Meritis (hierna het beoordelingsprotocol) van juni 2014 staat voor zover van belang het volgende:

1 Inleiding

In dit beoordelingsprotocol, (…), wordt de interne procedure beschreven die de beoordelingscommissie volgt om tot de selectie van één partij voor de aankoop van Felix Meritis te komen

Het protocol is uitsluitend bestemd voor intern gebruik. (…)

2.1

Doel protocol

(…)

Het beoordelingsproces moet voldoen aan de bepalingen van de toepasselijke regelgeving en de beginselen van objectiviteit, transparantie en gelijke behandeling. Om dat te bereiken is dit protocol opgesteld. (…)

Tot slot is in het beoordelingsprotocol bij de onderdelen Invulling/functies, Financiële haalbaarheid en Investerings- en onderhoudsplan vermeld:

De inschrijver met het hoogste gemiddelde op het onderdeel krijgt de volledige punten (bij diversiteit en samenhang dus 20 punten). De overige inschrijvers krijgen punten toebedeeld die in verhouding staan tot het hoogste cijfer.

2.7.

Op 30 juli 2014 heeft het [naam 2] haar inschrijving voor Felix Meritis ingediend.

2.8.

Bij brief van 7 november 2014 heeft de gemeente aan [naam 1] meegedeeld dat de inschrijving van het [naam 2] niet het hoogste aantal punten heeft behaald en dat de gemeente het voornemen heeft om de uitgifte van erfpacht van de gronden en gebouwen van Felix Meritis te gunnen aan Amerborgh.

2.9.

Bij brief van 13 november 2014 heeft de gemeente, op verzoek van [naam 1], de uitkomst van de beoordeling door de beoordelingscommissie van de inschrijving van het [naam 2] aan [naam 1] toegestuurd en ter vergelijking de score van de winnende inschrijver, Amerborgh, toegevoegd. Deze brief luidt als volgt:

(…) Inschrijver [naam 2]

Waardering punten

Bod

€ 3.000.000,-

33

Programmering/invulling

6

33,3

Exploitatie

6

22,5

Financiering

10

20

Renovatie-verbouwingsplan

7

14

Meerjaren onderhoudsplan

6

13,5

Herstel Monument

5

15,6

151,9

(…)

Exploitatie

De onderbouwing van de exploitatie is zeer summier.

Waarderingscijfer: 6

(…)

Renovatie –en verbouwingsplan

Een beknopte omschrijving van de renovatie –en verbouwingsplannen. Een pluspunt is de bedachte verbindingsstraat tussen [adres 1] en [adres 3].

Waarderingscijfer: 7

Meerjaren onderhoudsplan

Er is gekozen voor een gefaseerde benadering die kan passen bij een dergelijk monument.

Waarderingscijfer: 6

Herstel monument

Gescheiden functies (wonen, kantoor, werken, horeca, winkel, etc) vragen mogelijk om hogere brandweereisen wat kan leiden tot grotere interventies in het monument. Restauratieconcept is zeer globaal en niet eenduidig.

BMA over adviseurs inschrijver: neutraal

Waarderingscijfer 5

Ter vergelijking voeg ik de score van de winnende inschrijving toe:

Inschrijver De 5 Huizen - Amerborgh

Waardering punten

Bod

€ 2.500.000

0

Programmering/invulling

7

38,9

Exploitatie

8

30

Financiering

10

20

Renovatie-verbouwingsplan

10

20

Meerjaren onderhoudsplan

9

20

Herstel Monument

8

25

153,9

2.10.

Bij brief van 17 november 2014 heeft [naam 1] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de gemeente tot gunning aan Amerborgh.

2.11.

Bij e-mail van 19 november 2014 heeft de gemeente aan [naam 1] meegedeeld dat zij eind van de week zal reageren op de onder 2.10 vermelde brief.

2.12.

Bij brief van 20 november 2014 heeft [naam 1] de gemeente verzocht de redelijke termijn waarbinnen de inschrijvers een formele procedure aanhangig dienen te maken te verlengen met vijf dagen. Bij e-mail van dezelfde dag heeft de gemeente te kennen gegeven dit verzoek af te wijzen.

2.13.

Tot op de zitting heeft de gemeente niet meer gereageerd op de onder 2.10 vermelde brief van [naam 1].

3 Het geschil

3.1.

[naam 1] vordert - samengevat - de gemeente te veroordelen tot intrekking van de gunningsbeslissing aan Amerborgh en tot herbeoordeling van de inschrijvingen van het [naam 2] en Amerborgh, althans van de geldige inschrijvers, over te gaan en daaropvolgend bekendmaking van de nieuwe gunningsbeslissing als de gemeente alsnog tot gunning wenst over te gaan. Het [naam 2] vordert daarnaast de gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[naam 1] stelt hiertoe het volgende.

Het [naam 2] maakt bezwaar tegen zowel de puntenberekening zoals weergegeven in de brief van de gemeente van 13 november 2014 als tegen de

inhoudelijke beoordeling van (onderdelen van) haar inschrijving. Met een juiste berekening had de gemeente de uitgifte van Felix Meritis niet aan Amerborgh mogen gunnen. Uit genoemde brief blijkt dat de beoordelingscommissie elk kwaliteitsonderdeel heeft gewaardeerd met een cijfer tussen de 0 en 10, welke waarde vervolgens bepalend is geweest voor het toe te kennen aantal punten per onderdeel. De gemeente heeft echter een onjuiste rekenkundige methode gebruikt bij het omrekenen van het cijfer per “kwaliteitspunt” naar de volgens de selectiebrochure te behalen punten per onderdeel. De gemeente had bij de puntenberekening de voor de hand liggende absolute berekeningswijze moeten volgen, waarbij de waarde (0-10) correspondeert met een evenredig percentage van het toe te kennen aantal punten. Dat de gemeente deze berekeningswijze heeft gevolgd blijkt onder meer uit het voorbeeld op pagina 9 van de selectiebrochure (zie onder 2.3). Op het onderdeel “Meerjaren onderhoudsplan” (MJOP) scoort immers geen enkele inschrijver de maximale punten. Inschrijver B scoort van de drie toegelaten inschrijvers het best met 15 van de 20 punten. Een relatieve berekeningsmethode van de punten is dus niet de bedoeling. Een dergelijke berekeningsmethode ligt ook niet voor hand en als daarvan sprake was geweest, had dit expliciet moeten worden vermeld in de selectiebrochure. In dit verband kan worden gewezen op de puntenberekening voor de “Financiële bieding” waarin expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen de normale (absolute) berekeningswijze van de punten en de speciale omstandigheden waaronder een relatieve puntenberekening wordt gehanteerd. De relatieve berekeningsmethode op “kwaliteitspunten” zou bovendien ook tot bizarre uitkomsten leiden omdat met een ondermaats rapportcijfer 2 een inschrijver toch een maximaal aantal punten kan krijgen. Bij de beoordeling van de inschrijvingen van het [naam 2] en Amerborgh is toch deze onjuiste relatieve berekeningsmethode toegepast. Uit de beoordeling van de inschrijving van Amerborgh blijkt dat zij voor de kwaliteitspunten Exploitatie, Meerjaren onderhoudsplan en Herstel monument het maximale aantal punten heeft gekregen, terwijl zij op die onderdelen slechts de cijfers 8, 9 en 8 heeft behaald. Ook bij het [naam 2] is de relatieve berekeningswijze gehanteerd. Bij een correcte absolute berekeningsmethode was het [naam 2] op 139,5 punten uitgekomen en Amerborgh op 137. Door een berekeningsmethode te hanteren die niet uit de stukken volgt, heeft de gemeente in strijd gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, met name het zorgvuldigheidsbeginsel en de beginselen van gelijkheid tussen inschrijvers, transparantie en objectiviteit. Wat betreft de inhoudelijk beoordeling heeft de gemeente de inschrijvingen van het [naam 2] op verschillende onderdelen te laag beoordeeld.

3.3.

De gemeente en Amerborgh voeren verweer. Hierop wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.

3.4.

Amerborgh vordert - samengevat - in de hoofdzaak de vorderingen van [naam 1] af te wijzen en de gemeente te gebieden het voornemen tot gunning aan haar te handhaven. Amerborgh vordert daarnaast [naam 1] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

[naam 1] voert verweer tegen de door Amerborgh ingestelde vordering. Hierop wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.

4 De beoordeling

In de hoofdzaak

4.1.

De vraag is aan de orde of [naam 1] zich in deze zaak, waar het gaat om een openbare inschrijving voor vastgoed, (mede) kan beroepen op de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Onweersproken staat vast dat de gemeente zich in de openbare inschrijvingsprocedure in ieder geval dient te gedragen overeenkomstig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, waar het [naam 2] in deze zaak een beroep op doet, zijn echter van toepassing. Nu in deze zaak de gemeente heeft gekozen voor een met een aanbestedingsprocedure vergelijkbare openbare inschrijvingsprocedure waarin zij als eigenaar van Felix Meritis dit cultuurcentrum in erfpacht wil gaan uitgeven, is zij gehouden zich te gedragen overeenkomstig de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid, hetgeen bij een procedure als deze onder meer betekent dat zij gehouden is de verschillende inschrijvers gelijk te behandelen en het transparantiebeginsel in acht te nemen (zie Hoge Raad 4 april 2003, LJN AF2830, RZG/ComforMed). Dat de gemeente aan voorgaande beginselen gebonden is volgt bovendien uit de selectiebrochure en het beoordelingsprotocol waarin deze beginselen (indirect) worden genoemd (zie onder 2.3 en 2.6). Het [naam 2] mocht er dan ook op vertrouwen dat deze algemene beginselen van aanbestedingsrecht zouden gelden.

4.2.

De vraag is vervolgens of de gemeente door de wijze waarop zij de inschrijvingen heeft beoordeeld in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en/of het transparantiebeginsel. In dat verband wordt het volgende overwogen.

4.3.

In de selectiebrochure is vermeld dat de inschrijvingen op grond van de in deze brochure opgenomen gunningscriteria en wegingsfactoren worden beoordeeld.

Daarbij was voor alle inschrijvers duidelijk dat zij punten konden behalen voor hun financiële bieding en voor een aantal kwaliteitscategorieën. Zowel voor de financiële bieding als het kwaliteitsgedeelte konden maximaal 165 punten worden verdiend. De beoordelingscommissie heeft de “kwaliteitspunten”, die zijn opgedeeld in zes subcriteria, beoordeeld en gewaardeerd met de cijfers 0 tot 10. Dat (de beoordelingscommissie van) de gemeente bij de vertaalslag van deze cijfers naar het aantal punten zoals in de selectiebrochure vermeld een onjuiste methodiek heeft gebruikt is niet aannemelijk geworden. De gemeente is tot een relatieve beoordeling overgegaan door de inschrijver met het hoogste cijfer op een onderdeel de maximale punten ter zake, zoals weergegeven in de selectiebrochure, te geven en de overige inschrijvers punten te geven die verhouding staan tot de hoogste score. Dat zij deze methode heeft willen volgen blijkt ook uit het door haar voor intern gebruik opgestelde beoordelingsprotocol. Uit de selectiebrochure en andere voor de openbare inschrijving voor derden kenbare geldende stukken volgt niet dat de gemeente de door het [naam 2] voorgestane berekeningsmethode had behoren te volgen. Dat de vertaling van de rapportcijfers naar het aantal punten volgens de absolute rekenkundige methode, waarbij bijvoorbeeld bij een maximum van 50 punten het cijfer 10 zou corresponderen met 50 punten en het cijfer 9 met 45 punten, had moeten plaatsvinden, blijkt daar niet uit. Uit deze stukken blijkt in het geheel niet dat de beoordelingscommissie een vertaalslag van cijfers naar punten zou maken, laat staan wat daarvoor de omrekenmethode zou zijn. Bovendien zou een dergelijke methode, zoals de gemeente terecht heeft aangevoerd, tot gevolg kunnen hebben dat de 165 kwaliteitspunten niet allemaal zouden worden vergeven en dat het uitgangspunt dat kwalitatief evenveel punten moeten kunnen worden behaald als financieel zou worden verlaten.

4.4.

Dat in de selectiebrochure op pagina 8 en 9 een voorbeeld van de puntenberekening is genoemd die juist niet op een relatieve berekeningsmethode wijst, doet aan het voorgaande niet aan af. Uit het op pagina 9 weergegeven schema (zie onder 2.3) volgt dat in het voorbeeld op het subcriterium “Meerjaren onderhoudsplan” geen enkele geldige inschrijver de maximum score van 20 punten heeft behaald. Dit betekent echter niet, zoals het [naam 2] heeft betoogd, dat dus geen sprake kan zijn van een relatieve berekeningsmethode omdat in dat geval één inschrijver het maximum aantal punten had gekregen. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de gemeente dat dit voorbeeld niet is bedoeld om hieruit de wijze van puntentoedeling af te leiden, maar eerder ter verduidelijking hoe tot een eindscore kan worden gekomen. Bovendien volgt uit het schema dat voor ieder ander kwaliteitsonderdeel telkens wel de maximale score is toegekend. Hoewel dit specifieke voorbeeld (zoals de gemeente erkent) ongelukkig is, voert het te ver hieruit voor de gemeente de verplichting tot het hanteren van een absolute berekeningsmethode af te leiden. Dat voorts de toepassing van de absolute rekenkundige methode volgt uit de beoordelingsmethodiek bij de Financiële bieding is ook niet aannemelijk geworden. De omstandigheid dat tot € 5 miljoen elke inschrijver voor iedere € 15.151,00 boven de € 2,5 miljoen 1 punt extra kon verdienen, betekent nog niet dat in het kwaliteitsgedeelte niet een andere beoordelingssystematiek dan de absolute kon worden toegepast. De financiële bieding kende bovendien boven de € 5 miljoen ook een relatieve beoordelingssystematiek.

4.5.

De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de gemeente dat zij met het opstellen van de in de selectiebrochure vermelde abstracte criteria een ruime mate van beoordelingsvrijheid heeft gecreëerd. Het was de bedoeling dat inschrijvers creatief konden inschrijven en zich van elkaar konden onderscheiden. Het [naam 2] stelt zich op het standpunt dat, als zij zich bewust was geweest van de gebruikte relatieve berekeningsmethode, zij anders had ingeschreven. Zij had dan met name bij haar financiële bieding er rekening mee gehouden dat bij het kwalitatieve deel bekendheid met een bieder een grote rol speelt (omdat de hoogst beoordeelde bieder dan altijd het maximum aantal punten krijgt), aldus het [naam 2]. De voorzieningenrechter acht het evenwel niet aannemelijk dat kennis van de wijze waarop de beste score wordt omgezet naar punten in deze zaak (zo wezenlijk) de wijze van inschrijven zou bepalen. Bovendien heeft het [naam 2] voorafgaand aan haar inschrijving geen vragen gesteld over de wijze van puntentoekenning. Geconcludeerd kan worden dat elke inschrijver over dezelfde informatie heeft beschikt en dat in de procedure geen inschrijvers zijn benadeeld. De beoordelingssystematiek was opgenomen in de selectiebrochure en, voor zover dit aanleiding gaf tot vragen, nader toegelicht in het onder 2.4 vermelde document. Dat de in deze zaak toegepaste relatieve berekeningssystematiek tot onwenselijke uitkomsten heeft geleid doordat met een heel laag cijfer een maximum aantal punten kon worden behaald, is overigens niet gebleken.

4.6.

Tot slot volgt nog uit het na de zitting door de gemeente toegestuurde beoordelingsprotocol van juni 2014 dat de puntentoekenning voor de Financiële bieding moest plaatsvinden overeenkomstig het systeem in de selectiebrochure. Uit het beoordelingsprotocol van juni 2014 volgt dat de versie van het beoordelingsprotocol van 20 mei 2014 in die zin is aangepast. De stellingname van het [naam 2] dat de gemeente blijkens het beoordelingsprotocol van 20 mei 2014 de selectiebrochure niet heeft gevolgd, wordt dan ook verworpen.

4.7.

De conclusie is dat niet aannemelijk is geworden dat de gemeente met het toepassen van voornoemde relatieve berekeningssystematiek het zorgvuldigheids-, gelijkheids-, objectiviteits- en/of transparantiebeginsel heeft geschonden en tot een herberekening van de inschrijvingen moet overgaan.

4.8.

Het [naam 2] stelt zich voorts op het standpunt dat de gemeente haar “kwaliteitspunten” te laag heeft beoordeeld. Het gaat haar daarbij onder meer om de kwaliteitspunten “Exploitatie” en “Herstel monumentale elementen”, alsmede het kwaliteitspunt “Investering- en onderhoudsplan”. Ook op overige onderdelen stelt het [naam 2] dat zij te laag is beoordeeld. Zij heeft dit echter niet nader gemotiveerd zodat op deze onderdelen niet nader zal worden ingegaan.

4.9.

Voorop staat dat in deze zaak de beoordelingscommissie, doordat de “kwaliteitspunten” redelijk abstract zijn geformuleerd, over een ruime mate van beoordelingsvrijheid beschikt. De beoordeling van de beoordelingscommissie op voornoemde criteria kan slechts marginaal worden getoetst, in die zin dat moet worden beoordeeld of er door de beoordelingscommissie bij de beoordeling geen fouten of vergissingen zijn gemaakt.

Exploitatie

4.10.

Volgens het [naam 2] heeft zij tijdens haar mondelinge presentatie voor de beoordelingscommissie op 28 augustus 2014 duidelijk en gemotiveerd aangegeven dat door het [naam 2] aan alle vereisten op dit onderdeel, waaronder - kort gezegd - de financiële haalbaarheid, de inzet eigen vermogen, het niet afhankelijk zijn van subsidies en de positieve exploitatie (op korte termijn) is voldaan. Het businessplan is op het onderdeel exploitatie met een zes dan ook te laag beoordeeld, aldus het [naam 2].

De gemeente heeft in haar brief van 13 november 2014 (zie onder 2.9) vermeld dat zij de onderbouwing van het [naam 2] op het onderdeel exploitatie zeer summier acht. Verder heeft de gemeente aangevoerd - samengevat - dat Amerborgh meer bronnen van inkomsten in de exploitatie heeft genoemd en het onderdeel exploitatie helder en deels goed heeft onderbouwd. De gemeente heeft de inschrijving van Amerborgh dus kennelijk anders en positiever beoordeeld. Dat daarbij fouten of vergissingen zijn gemaakt is vooralsnog niet gebleken.

Herstel monumentale elementen

4.11.

Ook op dit onderdeel heeft het [naam 2] volgens haar aan alle vereisten, waaronder - kort gezegd - het behoud van het monument, geen wijziging aan het exterieur, de zorgvuldige inpassing van nieuwe installaties, het openbaar toegankelijk blijven van Felix Meritis vanaf de levering en het terugbrengen oorspronkelijke sfeer en decoraties voldaan. In plaats van een vijf had zij op dit onderdeel een acht moeten krijgen, aldus het [naam 2]. Volgens het [naam 2] is het daarbij onjuist dat Amerborgh een acht scoort, terwijl volgens het [naam 2] bij uitvoering van het plan van Amerborgh het gebouw anderhalf tot twee jaar dicht gaat vanwege aanzienlijke aanpassingen en voorts het gebouw niet in zijn 18e eeuwse staat wordt teruggebracht. De gemeente heeft dit onderdeel aan de zijde van het [naam 2] onder meer beoordeeld als in de brief van 13 november 2014 (zie onder 2.9) onder het kopje “Herstel Monument” vermeld. Voorts heeft de gemeente toegelicht dat zij het voorstel van Amerborgh als het meest uitgewerkte model heeft beoordeeld en dit onderdeel dan ook met een acht gewaardeerd. Ook hier heeft de gemeente het voorstel van Amerborgh positiever beoordeeld dan het voorstel van [naam 2]. Dat er een fout of vergissing is begaan is vooralsnog niet gebleken.

Investering- en onderhoudsplan

4.12.

Voor dit onderdeel geldt hetzelfde als voor de hiervoor genoemde onderdelen. Het [naam 2] is van mening dat zij hoger had moeten scoren. Zij heeft immers gekozen voor een rustige opbouw van het herstel en onderhoud zodat het gebouw vanaf de levering open kan blijven en ook overigens is haar voorstel goed, aldus het [naam 2]. Zij begrijpt derhalve niet goed waarom zij een zeven voor “Renovatie – en verbouwingsplan” heeft gekregen en een zes voor “Meerjaren onderhoudsplan”. De gemeente heeft over het voorstel van het [naam 2] geoordeeld dat de renovatie- en verbouwingsplannen beknopt zijn omschreven (zie onder 2.9). Over het plan van Amerborgh heeft zij daarentegen geoordeeld dat het een zeer compleet en helder plan is met mooie tekeningen. Ook op het onderdeel “Meerjaren onderhoudsplan” is het voorstel van Amerborgh als meer uitgewerkt dan het plan van het [naam 2] gewogen. Niet is gebleken dat de gemeente niet tot een dergelijk oordeel heeft kunnen komen. Dat een fout of vergissing is begaan is vooralsnog niet gebleken.

4.13.

Op grond van het voorgaande is er geen aanleiding tot een herbeoordeling over te gaan omdat Het [naam 2] op haar “kwaliteitspunten” te laag is beoordeeld. Het [naam 2] heeft niet aangetoond dat er bij de beoordeling van de kwaliteitspunten duidelijke fouten door de beoordelingscommissie zijn gemaakt, maar stelt slechts de hoogte van de verkregen scores ter discussie. De vorderingen in de hoofdzaak zullen worden afgewezen.

4.14.

Amerborgh heeft tot slot gevorderd de gemeente te gebieden in de hoofdzaak het voornemen tot gunning te handhaven. Nu in de hoofdzaak de vorderingen van het [naam 2] worden afgewezen en daarmee het voornemen van de gemeente om tot gunning aan Amerborgh in stand blijft, heeft Amerborgh geen belang meer bij toewijzing van deze vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Proceskosten

4.15.

In de hoofdzaak zal [naam 1] worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de gemeente als na te melden en in de tussenkomst zal [naam 1], nu de vordering van Amerborgh dezelfde strekking had als het door de gemeente gevoerde (en geslaagd bevonden) verweer, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Amerborgh als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In de hoofdzaak

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [naam 1] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van de gemeente begroot op:

– € 608,00 € 608,00 aan griffierecht en

– € 608,00 € 816,00 aan salaris advocaat,

te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

In de tussenkomst

5.4.

veroordeelt [naam 1] in de kosten van de tussenkomst, tot op heden aan de zijde van Amerborgh begroot op,

– € 608,00 € 608,00 aan griffierecht en

– € 608,00 € 816,00 aan salaris advocaat,

te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2014.1

Bij afwezigheid van mr. S.P. Pompe, is dit vonnis ondertekend door

mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter.

1 type: GHFcoll: