Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:9023

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
19-01-2015
Zaaknummer
13-845057-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor belastingfraude, gewoontewitwassen en het voorhanden hebben van een hennepplantage tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en een geldboete van € 15.000,-. Verdachte heeft gedurende een aantal jaar in zowel zijn eigen belastingaangiften als die van derden te hoge of gefingeerde aftrekposten opgegeven. Hierdoor werd te weinig belasting geheven. Het geld dat hij hiermee verdiende, heeft hij vervolgens witgewassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845057-10 (Promis)

Datum uitspraak: 24 december 2014

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres, te plaats 2].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 december 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.H. van der Werff en van wat verdachte en zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 8 maart 2006 tot en met 29 november 2010 samen met een ander of anderen opzettelijk voor in totaal 767 personen onjuiste of onvolledige belastingaangiften heeft gedaan. Dit feit is cumulatief/alternatief ten laste gelegd als valsheid in geschrift (feit 1). Daarnaast wordt verdachte ervan verdacht in de periode van 15 maart 2006 tot en met 26 januari 2011 samen met een ander of anderen opzettelijk zijn eigen belastingaangiften onjuist of onvolledig te hebben gedaan. Verder is de verdenking dat verdachte zich in de periode van 9 augustus 2005 tot en met 19 juli 2011 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van een bedrag van € 135.979,45 (feit 3) en dat hij in de periode van 15 februari 2011 tot en met 12 april 2011 samen met een ander of anderen een hennepplantage opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 4).

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van de redengevende feiten en omstandigheden, zoals hieronder vermeld.1 De inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – wordt slechts gebezigd tot het bewijs van het ten laste gelegde feit waarop het zoals blijkt uit de inhoud kennelijk betrekking heeft.

4.1.

Inleiding

Gedurende een aantal jaren heeft verdachte aangiften Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen (hierna: IB) voor derden ingediend. Ten behoeve daarvan heeft verdachte in januari 2010 het bedrijf [bedrijf 1] opgericht. Dit bedrijf stond op naam van de partner van verdachte [partner verdachte] (hierna: [partner verdachte]). Voor zijn werkzaamheden ontving verdachte een percentage van tussen de 17% en 23% van het bedrag dat de belastingplichtigen van de Belastingdienst terugkregen. Bij zijn werkzaamheden maakte verdachte naast zijn eigen naam, ook onder andere gebruik van de naam [naam 1].2

In januari 2010 is bij de Belastingdienst, gevestigd te Apeldoorn, een tip binnengekomen dat verdachte voor de tipgever in zijn aangiften IB gefingeerde posten heeft opgevoerd. Naar aanleiding daarvan is de Belastingdienst een onderzoek gestart naar verdachte en de aangiften IB op naam van de volgende personen.

[persoon 1]

Op 31 maart 2010 is vanaf het IP-adres van verdachte de aangifte IB 2008 op naam van [persoon 1] (hierna: [persoon 1]) bij de Belastingdienst binnengekomen. In die aangifte zijn kosten voor levensonderhoud van kinderen en de aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) opgevoerd.3

[persoon 2]

Vanaf het IP-adres van verdachte zijn op 14 maart 2009 de aangiften IB 2007 en 2008 op naam van [persoon 2] (hierna: [persoon 2]) naar de Belastingdienst verzonden. In beide aangiften zijn ziektekosten en andere buitengewone uitgaven als aftrekpost opgegeven, waaronder de post vaste aftrek wegens chronische ziekte. Tevens zijn in beide jaren studiekosten en andere scholingsuitgaven (hierna: studiekosten) opgevoerd, waarbij de aanschaf van een dicteerecorder is opgenomen.4 De aangifte IB 2009 is zowel op 5 februari 2010 als op 8 maart 2010 naar de Belastingdienst verzonden. De beide aangiften zijn inhoudelijk gelijk en daarin staan de aftrekposten ziektekosten en buitengewone uitgaven en studiekosten vermeld. De eerste aangifte is verzonden vanaf het IP-adres [IP-adres 1] en de tweede vanaf het IP-adres van verdachte.5

[persoon 3]

Op 3 december 2008 heeft de Belastingdienst de aangifte IB 2007 op naam van [persoon 3] (hierna: [persoon 3]) ontvangen. Deze aangifte is ondertekend met de DigiD-code van [verdachte] en daarin is de aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) opgevoerd.6 De aangifte IB 2008 is vanaf het IP-adres van verdachte op 23 november 2009 bij de Belastingdienst ingediend. Ook in deze aangifte zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) als aftrekpost opgevoerd. Daarnaast zijn er studiekosten opgegeven, waaronder een dicteerecorder.7

[persoon 4]

De Belastingdienst heeft op 22 augustus 2009 vanaf het IP-adres van verdachte de belastingaangiften IB 2007 en 2008 op naam van [persoon 4] (hierna: [persoon 4]) ontvangen. Op dezelfde datum zijn de aangiften IB 2005 en 2006 bij de Belastingdienst binnengekomen. De aangifte IB 2004 is op 20 oktober 2009 verzonden. In al deze aangiften zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven als aftrekpost opgevoerd. Voor het jaar 2004 bestaan die kosten onder andere uit een vaste aftrek voor chronische ziekte.8

[persoon 5]

Vanaf het IP-adres van verdachte zijn op 18 juli 2009 de aangiften IB 2007 en 2008 op naam van [persoon 5] (hierna: [persoon 5]) bij de Belastingdienst binnengekomen. Voor beide jaren zijn in de aangiften de aftrekposten ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) opgevoerd.9

[persoon 6]

Verdachte heeft op 2 juli 2009 de aangifte IB 2006 op naam van [persoon 6] (hierna: [persoon 6]) naar de Belastingdienst gestuurd.10 Op 7 juli 2009, 12 oktober 2009 en 30 september 2009 heeft de Belastingdienst de aangiften IB 2004, 2007 en 2008 ontvangen, waarbij die van 2007 vanaf het IP-adres van verdachte is verzonden.11 In al deze aangiften IB zijn de aftrekposten ziektekosten en buitengewone uitgaven en studiekosten opgenomen. De aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven bestond onder andere uit een vaste aftrek wegens chronische ziekte en de studiekosten – met uitzondering van 2007 – uit onder andere een dicteerecorder.12 Met betrekking tot de aangiften IB 2007 en 2008 heeft de Belastingdienst contact gehad met [naam 1].13

[persoon 7]

De Belastingdienst heeft op 30 september 2009 een aangifte IB 2008 op naam van [persoon 7] (hierna: [persoon 7]) ontvangen. In die aangifte zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) opgevoerd.14 Kort voor het indienen van deze aangifte is een vooraf ingevuld aangifteformulier van [persoon 7] naar het IP-adres van verdachte gedownload.15

[persoon 8]

Vanaf het IP-adres van verdachte zijn op 14 december 2009 en 13 oktober 2009 de aangiften IB 2006, 2007 en 2008 op naam van [persoon 8] (hierna: [persoon 8]) bij de Belastingdienst binnengekomen. In al deze aangiften zijn ziektekosten en buitengewone kosten opgevoerd, waaronder de post vaste aftrek wegens chronische ziekte. Tevens staan in deze aangiften telkens studiekosten vermeld waarbij elk jaar de aanschaf van een dicteerecorder is opgenomen.16

[persoon 9]

Op 29 juni 2009 is vanaf het IP-adres van verdachte een aangifte IB 2008 op naam van [persoon 9] (hierna: [persoon 9]) bij de Belastingdienst binnengekomen.17 Op 2 oktober 2009 is de aangifte IB 2004 naar de Belastingdienst verstuurd. In beide aangiften staan steeds ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder telkens een vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder telkens een dicteerecorder) als aftrekposten vermeld.18 Over het jaar 2005 zijn bij de Belastingdienst twee aangiften IB binnengekomen. In de eerste aangifte van 28 september 2009 zijn naast de ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder aftrek wegens chronische ziekte), ook studiekosten (waaronder een dicteerecorder) opgevoerd. In de tweede aangifte van 12 januari 2010 wordt alleen nog de aftrekpost ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder aftrek wegens chronische ziekte) opgegeven en ontbreken de studiekosten.19

[persoon 10]

De belastingaangifte IB 2008 op naam van [persoon 10] (hierna: [persoon 10]) is door de Belastingdienst op 26 juli 2009 ontvangen. In die belastingaangifte zijn naast ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte), ook studiekosten (waaronder een dicteerecorder) opgevoerd.20 Het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] dat bij deze aangifte is opgegeven, is het bankrekeningnummer van [verdachte].21 Dit bankrekeningnummer wordt bij de aangifte IB 2008 van 18 november 2009 gewijzigd. De aangifte is overigens voor het overige gelijkluidend aan de aangifte van 26 juli 2009.22 In de aangifte IB 2009 die op 6 juli 2010 bij de Belastingdienst is binnengekomen, zijn verschillende zorgkosten en studiekosten opgevoerd.23

[persoon 11]

Op 26 maart 2006 heeft de Belastingdienst de aangifte IB 2004 en 2005 op naam van [persoon 11] (hierna: [persoon 11]) ontvangen. In beide aangiften zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder telkens een keuring) en studiekosten opgevoerd. Bij die studiekosten wordt beide jaren een dicteerecorder als aftrekpost opgenomen. In 2005 staan nog als extra aftrekposten de kosten voor de eigen woning vermeld die onder andere bestaan uit de kosten van een taxatierapport.24 De kosten voor de eigen woning (waaronder telkens een taxatierapport) zijn naast de ziektekosten en andere buitengewone uitgaven en studiekosten (waaronder telkens een dicteerecorder) ook bij de aangiften IB 2006, 2007 en 2008 opgevoerd die de Belastingdienst op respectievelijk 28 mei 2007, 13 april 2008 en 21 april 2009 heeft ontvangen. De ziektekosten over de jaren 2006 en 2008 bestonden uit onder andere een keuring en over de jaren 2007 en 2008 werden de kosten voor de vaste aftrek wegens chronische ziekten opgevoerd.25 De aangifte IB 2008 is vanaf het IP-adres van verdachte verstuurd.26 Op 5 mei 2010 is de aangifte IB 2009 vanaf het IP-adres [IP-adres 2] naar de Belastingdienst verstuurd. In deze aangifte zijn kosten voor de eigen woning (waaronder een taxatierapport) opgevoerd. Daarnaast staan er studiekosten betreffende een studie zonder studiefinanciering voor een bedrag van € 2.370 in de aangifte vermeld.27 Op 9 juni 2010 is vervolgens vanaf het IP-adres van verdachte opnieuw een aangifte IB 2009 naar de Belastingdienst verzonden. Op die aangifte komen dezelfde kosten voor de eigen woning voor, maar de studiekosten zijn verlaagd naar een bedrag van € 2.036,-.28

[persoon 12]

Op naam van [persoon 12] (hierna: [persoon 12]) is op 28 mei 2009 vanaf het IP-adres van verdachte de aangifte IB 2008 door de Belastingdienst ontvangen. In die aangifte zijn ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekten) opgevoerd. Ook zijn er studiekosten (waaronder een dicteerecorder) als aftrekpost opgenomen.29 Bij de tweede aangifte IB 2008, die op 18 mei 2010 vanaf het IP-adres van verdachte is verzonden, is een aantal aftrekposten komen te vervallen. De aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) komt nog wel voor.30

[persoon 13]

Op 11 november 2009 heeft de Belastingdienst de aangifte IB 2008 op naam van [persoon 13] (hierna: [persoon 13]) ontvangen. In die aangifte zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) als aftrekposten opgenomen.31 De aangifte IB 2009 is op 6 mei 2010 vanaf het IP-adres van verdachte naar de Belastingdienst verstuurd en bevat de aftrekposten ziektekosten en andere buitengewone uitgaven en studiekosten.32

[persoon 14]

De aangifte IB 2007 op naam van [persoon 14] (hierna: [persoon 14]) heeft de Belastingdienst op 8 mei 2008 ontvangen. Daarin zijn als aftrekposten de kosten voor het levensonderhoud van kinderen, ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) opgevoerd.33 Op 4 en 19 juni 2009 is een vooraf ingevuld belastingformulier op naam van [persoon 14] naar het IP-adres van verdachte gedownload.34 Vervolgens heeft de Belastingdienst op 19 juni 2009 een aangifte IB 2008 op naam van [persoon 14] ontvangen waarop de aftrekposten ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten staan vermeld.35

[persoon 15]

Over het jaar 2005 is op naam van [persoon 15] (hierna: [persoon 15]) de aangifte IB op 23 maart 2006 bij de Belastingdienst binnengekomen. In die aangifte zijn kosten opgevoerd voor de eigen woning (waaronder taxatiekosten), ziektekosten en buitengewone uitgaven en studiekosten.36 Op 1 mei 2007 heeft de Belastingdienst de aangifte IB 2006 ontvangen, waarin de kosten voor eigen woning, ziektekosten en buitengewone uitgaven en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) als aftrekposten zijn opgevoerd.37 De aangiften IB 2007 en 2008 zijn op respectievelijk 21 april 2008 en 22 april 2009 bij de Belastingdienst binnengekomen. In beide aangiften komen de kosten voor de eigen woning, ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder een dicteerecorder) voor. Bij de kosten voor de eigen woning in de aangifte IB 2008 is nog een taxatierapport opgevoerd.38 Voordat de aangifte IB 2008 naar de Belastingdienst is verzonden, is op 13 april 2009 een vooraf ingevuld aangifteformulier op naam van [persoon 15] naar het IP-adres van verdachte gedownload.39

[persoon 16] en [persoon 17]

In de aangiften IB over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 op naam van [persoon 16] zijn de kosten voor de eigen woning, ziektekosten en buitengewone uitgaven, studiekosten en studiekosten partner als aftrekposten opgevoerd. Deze aangiften zijn op respectievelijk 18 april 2006, 6 april 2007, 9 april 2008 en 27 april 2009 bij de Belastingdienst binnengekomen en bevatten mede de gegevens van partner [persoon 17] (hierna: [persoon 17]). In 2005, 2006, 2007 en 2008 bestonden de studiekosten telkens onder andere uit een dicteerecorder, waarbij in de aangifte IB 2007 en 2008 ook voor de partner [persoon 17] een dicteerecorder als kostenpost is opgenomen. In de aangifte IB 2007 en 2008 is telkens bij de kosten voor de eigen woning een taxatierapport opgenomen. Daarnaast staat bij de aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven in die jaren de post vaste aftrek wegens chronische ziekte vermeld.40 De aangifte IB 2008 is overigens vanaf het IP-adres van verdachte verzonden.41

Vanaf het IP-adres [IP-adres 3] is op 8 mei 2010 de aangifte IB 2009 op naam van [persoon 16] naar de Belastingdienst verzonden. Ook in deze aangifte komen de kosten van de eigen woning (waaronder een taxatierapport), studiekosten en studiekosten partner als aftrekposten voor.42 Op 10 juni 2006 heeft de Belastingdienst vervolgens vanaf het IP-adres van verdachte opnieuw een aangifte IB 2009 ontvangen. In die aangifte zijn de studiekosten en studiekosten partner komen te vervallen, maar worden de kosten voor de eigen woning (waaronder een taxatierapport) nog steeds opgevoerd.43

[persoon 18] en [persoon 19]

De aangifte IB 2005, 2006, 2007 en 2008 op naam van [persoon 18] (hierna: [persoon 18]) zijn op respectievelijk 3 april 2006, 5 april 2007, 8 april 2008 en 27 april 2009 naar de Belastingdienst verstuurd. Deze aangiften bevatten mede de gegevens van partner [persoon 19] (hierna: [persoon 19]). In al deze aangiften zijn kosten voor de eigen woning, ziektekosten en buitengewone uitgaven, studiekosten en studiekosten partner opgevoerd. Bij de kosten voor eigen woning is elk jaar een taxatierapport opgenomen. Bij de studiekosten partner staat in de aangiften van deze jaren telkens een dicteeapparaat/-recorder vermeld. In de jaren 2007 en 2008 is de post vaste aftrek wegens chronische ziekte onderdeel van de aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven.44 De aangifte IB 2008 is vanaf het IP-adres van verdachte naar de Belastingdienst verstuurd.45 Over het jaar 2009 is twee keer een aangifte IB bij de Belastingdienst binnengekomen, te weten op 5 en 21 mei 2010. De eerste is verstuurd vanaf het IP-adres [IP-adres 2] en daarin staan de kosten voor de eigen woning (waaronder een taxatierapport), studiekosten en studiekosten partner vermeld.46 De tweede aangifte is vanaf het IP-adres van verdachte verstuurd en daarin zijn alleen nog de kosten voor de eigen woning, waaronder een taxatierapport, opgenomen.47

[persoon 20]

Op naam van [persoon 20] zijn bij de Belastingdienst de aangifte IB 2005 tot en met 2009 op respectievelijk 8 maart 2006, 31 maart 2007, 1 april 2008, 18 maart 2009 en 17 april 2010 binnengekomen. In al deze aangiften zijn ziektekosten en buitengewone uitgaven en studiekosten opgevoerd. In de aangiften IB 2005 tot en met 2008 is bij de studiekosten telkens een dicteerecorder opgenomen. In 2007 en 2008 bestaat de aftrekpost ziektekosten en buitengewone uitgaven onder andere uit de post vaste aftrek wegens chronische ziekte.48 De aangifte IB 2009 is vanaf het IP-adres van verdachte naar de Belastingdienst verzonden.49

De vragen die de rechtbank dient te beantwoorden zijn of verdachte al deze aangiften IB heeft gedaan, of in die aangiften onjuiste of onvolledige aftrekposten worden vermeld en of verdachte die aftrekposten opzettelijk op eigen initiatief heeft opgevoerd of in samenspraak met de belastingplichtige. Verder dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of vervolgens kan worden vastgesteld dat alle 767 ten laste gelegde aangiften onjuist of onvolledig waren.

4.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, zoals weergegeven in het door hem ter terechtzitting overgelegde requisitoir, zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. Hij heeft daartoe, kort samengevat, het volgende betoogd.

Ten aanzien van feit 1 kan, gelet op de werkwijze van verdachte, bewezen worden verklaard dat hij een groot aantal belastingaangiften opzettelijk onjuist of onvolledig heeft begaan. De gelden die verdachte hiervoor heeft ontvangen, zijn middellijk van misdrijf afkomstig, aangezien die eerst aan de belastingplichtige zijn uitbetaald. Verder heeft verdachte door deze inkomsten niet bij zijn eigen belastingaangifte op te voeren, zijn eigen belastingaangifte opzettelijk onjuist gedaan. Bovendien heeft hij in zijn eigen belastingaangiften aftrekposten die te hoog of niet juist waren, opgevoerd.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. In de door de raadsman ter terechtzitting overgelegde pleitnota heeft de verdediging, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

De belastingplichtigen zijn degenen die de genoemde aftrekposten aan verdachte hebben doorgegeven, waardoor niet bewezen kan worden verklaard dat hij die aftrekposten onjuist heeft opgevoerd. Derhalve dient hij van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Verder kan, nu in het onderzoek slechts 18 (inclusief de gezinsleden van verdachte) belastingplichtigen zijn gehoord, niet worden vastgesteld dat alle ten laste gelegde aangiften van de 216 belastingplichtigen opzettelijk onjuist zijn gedaan. Bovendien is in een aantal gevallen de aangifte gecorrigeerd noch nagevorderd. Voorts kan verdachte, voor zover hij een gecorrigeerde aangifte heeft laten volgen op een reeds gedane aangifte, niet voor die eerdere aangiften worden vervolgd aangezien sprake is van inkeer. Daarnaast worden hernieuwde aangiften aangemerkt als bezwaarschrift, waardoor geen sprake meer is van een aangifte als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).

Uit de procedure die verdachte tegen de hemzelf opgelegde navorderingsaanslagen heeft gevoerd, blijkt dat aanslagen zijn vernietigd of gedeeltelijk gegrond zijn verklaard. Over het jaar 2008 is een compromis bereikt tussen verdachte en de Belastingdienst zonder erkenning van elkaars standpunten. Gelet hierop kan niet worden geconcludeerd dat verdachte deze aangiften opzettelijk onjuist heeft gedaan en dient hij van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde is sprake van vermenging. De uitbetaling door de Belastingdienst heeft immers plaatsgevonden op de rekening van de belastingplichtigen, waardoor het geld is vermengd met het reeds aanwezig geld op die bankrekeningen. Gelet daarop kan niet zonder meer worden gesteld dat de geldbedragen die vervolgens aan verdachte zijn uitbetaald, van misdrijf afkomstig zijn. Dit leidt tot vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde feit.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de aangiften IB die hij voor derden deed, vanaf zijn computer thuis in Amsterdam naar de Belastingdienst verstuurde.50 Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de aangiften die vanaf het IP-adres van verdachte met nummer [IP-adres 4] naar de Belastingdienst zijn verzonden, door verdachte zijn ingediend. Verder heeft verdachte verklaard gebruik te hebben gemaakt van het programma “Hide my IP” dat ervoor zorgde dat zijn IP-adres kon worden veranderd.51 Uit analyse van de FIOD komt naar voren dat, gezien de tijdstippen waarop contact is geweest met de Belastingdienst, de IP-adressen [IP-adres 2], [IP-adres 3] en [IP-adres 1] samenhang met het IP-adres van verdachte moeten hebben gehad.52 Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat ook de aangiften die vanaf die IP-adressen zijn verstuurd, door verdachte zijn ingediend.

Voor zover bij aangiften niet meer kon worden vastgesteld vanaf welk IP-adres die waren verzonden, hebben de belastingplichtigen zelf verklaard dat verdachte die heeft ingediend.53 Verder blijkt uit andere omstandigheden dat verdachte bij het indienen van de aangiften IB van de onder punt 4.1. genoemde belastingplichtigen betrokken is geweest. Bij de aangifte IB 2007 op naam van [persoon 3] is immers gebruik gemaakt van de DigiD-code van verdachte en de aangiften IB 2005 en 2006 op naam van [persoon 4] zijn op dezelfde datum verstuurd als de aangiften IB 2007 en 2008 waarbij het IP-adres van verdachte is gebruikt. De Belastingdienst heeft over de aangifte IB 2008 op naam van [persoon 6] contact gehad met de [naam 1], een alias van verdachte, en in de aangifte IB 2008 op naam van [persoon 10] is in eerste instantie het bankrekeningnummer van verdachte opgenomen. Verder is gebleken dat kort voor de verzending van de aangiften IB ten name van [persoon 7] (2008), [persoon 14] (2008) en [persoon 15] (2008) vooraf ingevulde belastingformulieren van die belastingplichtigen op het IP-adres van verdachte zijn gedownload. Gelet op deze omstandigheden tezamen met de omstandigheid dat alle aangiften zoals vermeld onder punt 4.1. eenzelfde patroon aan aftrekposten vertonen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte al deze aangiften IB heeft gedaan.

De belastingplichtigen zoals onder punt 4.1. vermeld hebben elk afzonderlijk verklaard dat zij de aftrekposten die in hun aangifte IB werden opgevoerd, niet aan verdachte hebben doorgegeven en dat verdachte die zonder hun medeweten heeft opgevoerd. Zij hoefden immers slechts hun jaaropgave en DigiD-code aan verdachte door te geven. Verder hebben zij verklaard dat de opgevoerde aftrekposten in de aangiften IB geheel of gedeeltelijk niet juist waren. De opgevoerde aftrekposten hebben de belastingplichtigen niet gehad of de bedragen die worden genoemd, waren te hoog.54 Hoewel een verklaring van [persoon 14] in het dossier ontbreekt, kan uit de omstandigheid dat hij aangifte tegen verdachte heeft gedaan55 worden afgeleid dat hij het niet eens was met de door verdachte ingediende aangiften IB en de daarop vermelde aftrekposten. Nu al deze belastingplichtigen consequent en eensluidend hebben verklaard en hun aangiften IB eenzelfde patroon aan aftrekposten vertonen, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij die aftrekposten in samenspraak met de belastingplichtige heeft ingevuld, niet geloofwaardig. Daarbij weegt mee dat bij ongeveer een ieder van de hierboven onder punt 4.1. genoemde belastingplichtigen in de aangiften IB werd opgenomen dat een “dicteerecorder” was aangeschaft. Bij sommigen gebeurde dat zelfs voor meer jaren achter elkaar. Nu het echter als een feit van algemene bekendheid kan worden beschouwd dat een dicteerecorder niet een voorwerp is dat door veel mensen wordt gebruikt, is dit patroon zeer merkwaardig. Ook is het bijzonder dat bij [persoon 2] en [persoon 4] de opgevoerde kosten meer dan de helft van hun inkomen bedroegen.56 Het is zeer opmerkelijk te noemen dat in de aangiften IB van de belastingplichtigen die een eigen woning hadden, telkens en soms jaarlijks de kosten van een taxatierapport als aftrekpost werden opgevoerd. Voorts is het opvallend dat van het aantal belastingplichtigen zoals onder 4.1. vermeld een aanzienlijk percentage een vaste aftrek wegens chronische ziekte in hun aangiften IB had opgenomen. Daarbij is het jaar waarover deze aftrekpost in de aangifte werd vermeld, soms merkwaardig. Op naam van [persoon 6] werd bijvoorbeeld in de aangiften IB 2004 en 2006 de post vaste aftrek wegens chronische ziekte opgenomen, terwijl die aftrekpost in het jaar 2005 ontbrak. [persoon 17] zou bovendien in hetzelfde jaar dat voor het eerst de aftrekpost vaste aftrek wegens chronische ziekte werd opgevoerd, met een studie zijn gestart. Tevens is het opmerkelijk dat [persoon 11] volgens zijn aangiften IB ongeveer jaarlijks een keuring zou hebben ondergaan. Bovendien heeft een aantal belastingplichtigen verklaard überhaupt geen chronische ziekte te hebben gehad.57 Een aantal belastingplichtigen heeft verklaard dat de opgevoerde ziektekosten reeds door de ziektekostenverzekering waren vergoed.58 Verder is gebleken dat de aftrekposten die door verdachte werden opgevoerd, in de aangiften IB van de jaren voor- en nadat hij die aangifte deed, niet voorkwamen.

Al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien brengen met zich dat de rechtbank van oordeel is dat de opgevoerde aftrekposten onjuist waren en dat verdachte degene is geweest die de posten heeft bedacht en opzettelijk heeft opgevoerd. Tevens kan worden bewezen dat verdachte deze aangiften IB opzettelijk valselijk heeft opgemaakt. Het motief voor verdachte om deze gefingeerde aftrekposten op te voeren, is gelegen in de omstandigheid dat zijn vergoeding afhankelijk was van hetgeen de belastingplichtige van de Belastingdienst terugkreeg. De uitkomsten van bezwaar- en beroepsprocedures tegen naheffingsaanslagen waarbij sommige belastingplichtigen een deel van de aftrekposten alsnog hebben kunnen aantonen, doen aan het oordeel dat die aangiften onjuist waren, niet af.

Na de eerste aangiften IB op naam van [persoon 2] (2009), [persoon 8] (2008), [persoon 13] (2008 en 2009) en [partner verdachte] (2009) heeft verdachte opnieuw een aangifte IB ingediend waarbij de aftrekposten zoals vermeld in de eerste aangifte, niet zijn opgevoerd. Bij deze aangiften is dan ook sprake van inkeer als bedoeld in artikel 69 van de AWR, waardoor verdachte ten aanzien van die eerste aangiften IB wordt vrijgesproken van het eerste deel van het onder 1 ten laste gelegde. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat verdachte toen al op de hoogte was van de melding tegen hem van 25 januari 2010 door [persoon 21] dan wel van een tegen hem gestart onderzoek. Ten aanzien van die eerste aangiften geldt overigens wel dat die valselijk door verdachte zijn opgemaakt, waardoor die bij het tweede deel van het onder 1 ten laste gelegde bewezen kunnen worden verklaard. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat hoewel na de eerste aangiften IB op naam van [persoon 9] (2005), [persoon 11] (2009), [persoon 16] (2009) en [persoon 12] (2008) eveneens door verdachte een nieuwe aangifte voor hetzelfde jaar is ingediend waarbij in de eerste aangifte vermelde aftrekposten niet voorkomen, bij die aangiften geen sprake is van inkeer. Op die tweede aangiften zijn immers alsnog aftrekposten opgevoerd waarvan de belastingplichtigen hebben verklaard dat die niet juist waren. De tweede aangifte op naam van [persoon 10] (2008) is ingediend nadat de Belastingdienst over die aangifte brieven heeft gestuurd met vragen, zodat verdachte ten aanzien van die eerste aangifte niet op de inkeerregeling kan beroepen.

Indien na een eerste aangifte een tweede aangifte over dat jaar volgt, wordt die tweede aangifte door de Belastingdienst aangemerkt als bezwaar. Dit brengt echter niet met zich dat die tweede aangifte op dat moment geen aangifte meer is als bedoeld in de AWR. De tweede aangifte komt immers in de plaats van de eerste en wordt ook door de Belastingdienst als zodanig verwerkt. Bovendien heeft degene die de tweede aangifte heeft ingediend, beoogd een aangifte IB te doen. Derhalve is bij de tweede aangifte eveneens sprake van een aangifte als bedoeld in de AWR.

In het dossier bevinden zich onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat alle andere aangiften IB dan hierboven onder punt 4.1. vermeld, opzettelijk onjuist zijn gedaan. Gelet daarop wordt verdachte daarvan vrijgesproken.

Aftrekposten op een aangifte IB brengen met zich dat het inkomen waarover belasting wordt geheven, wordt verminderd. Hierdoor betaalt de belastingplichtige in het algemeen minder inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het door verdachte opvoeren van gefingeerde aftrekposten heeft voor de door de rechtbank bewezen verklaarde gevallen tot gevolg dat er te weinig belasting wordt geheven. Het onder 1 ten laste gelegde kan dan ook bewezen worden verklaard.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte bij dit feit zodanig nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt, dat sprake is van medeplegen. Van dat onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

Voorts ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De geldbedragen die de belastingplichtigen van de Belastingdienst terugkregen, werden op hun bankrekening gestort. Nu deze geldbedragen werden verkregen als gevolg van de door verdachte opzettelijk onjuist gedane aangiften door het opvoeren van gefingeerde aftrekposten, zijn deze geldbedragen van misdrijf afkomstig. Van deze bedragen ontving verdachte vervolgens een percentage als vergoeding voor het doen van de aangiften IB.59 In het strafrecht kan, anders dan de raadsman van verdachte kennelijk meent, niet worden gesteld dat de geldbedragen die verdachte ontving, niet meer kunnen worden gekwalificeerd als van misdrijf afkomstig omdat sprake zou zijn van vermenging met het legale vermogen op de bankrekening van de belastingplichtige. De afspraak was immers dat verdachte van het ontvangen geldbedrag – dat dus van misdrijf afkomstig was – een deel zou ontvangen. Derhalve is het geldbedrag dat hij ontving, eveneens van misdrijf afkomstig. De door de raadsman aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad is niet op deze zaak van toepassing, aangezien die juist het spiegelbeeld (dat namelijk een vermogensbestanddeel met een criminele herkomst door vermenging het gehele overige vermogen zou besmetten) in kaders probeert te vatten.

De rechtbank schat dat de hierboven onder punt 4.1. genoemde belastingplichtigen in totaal een bedrag van € 8.000,- op de bankrekening van verdachte hebben gestort.60 Gelet op het voorgaande is dit geldbedrag van misdrijf afkomstig en wist verdachte dat ook. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij van de geldbedragen die hij van de belastingplichtigen ontving, zijn vaste lasten heeft betaald.61 Dit brengt met zich dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het geldbedrag van € 8.000,- heeft omgezet. Nu verdachte gedurende een aantal jaren en van verschillende personen deze geldbedragen op zijn rekening ontving, is sprake van gewoontewitwassen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Verdachte heeft de aangiften IB 2005 tot en met 2009 op zijn eigen naam zelf bij de Belastingdienst ingediend. Tot 2007 bevatten de aangiften IB ook de gegevens van partner [partner verdachte].62 Op 15 maart 2006 is de aangifte IB 2005 bij de Belastingdienst binnengekomen. In die aangifte zijn een brutoloon bij [werkgever A] en een bedrag van Payroll service opgegeven. Als aftrekposten zijn kosten voor de eigen woning (waaronder een taxatierapport), ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder een ooglaserbehandeling en vaste aftrek wegens chronische ziekte), studiekosten en studiekosten partner (waaronder bedragen voor een PC voor zichzelf en voor zijn partner en voor een dicteerecorder).63 In de aangiften IB 2006 en 2007 is eveneens het brutoloon bij [werkgever A] opgegeven. Daarnaast bestonden de aftrekposten in beide jaren wederom uit kosten voor de eigen woning (waaronder telkens een taxatierapport), ziektekosten en andere buitengewone uitgaven (waaronder telkens een ooglaserbehandeling en vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten voor verdachte zelf en zijn partner (waaronder telkens bedragen voor een PC). In 2006 is bij de studiekosten een bedrag voor een dicteerecorder opgegeven en in 2007 bij de ziektekosten een keuring.64 In de aangifte IB 2008 die de Belastingdienst op 7 januari 2009 heeft ontvangen, is het brutoloon bij [werkgever A] opgegeven. De aftrekposten die zijn opgevoerd, bestonden uit de kosten voor eigen woning (waaronder een taxatierapport), ziektekosten en buitengewone uitgaven (waaronder een keuring, ooglaserbehandeling en vaste aftrek wegens chronische ziekte) en studiekosten (waaronder bedragen voor een dicteerecorder en een PC).65 De aangifte IB 2008 heeft verdachte opnieuw op 10 januari 2009 naar de Belastingdienst verzonden, maar daarin is geen aanpassing aangebracht in het inkomen van verdachte alsmede de hiervoor genoemde aftrekposten.66 Over 2009 heeft de Belastingdienst twee aangiften IB ontvangen, te weten op 12 juli 2010 en 26 januari 2011. In de eerste aangifte wordt het brutoloon bij [werkgever A] en een geldbedrag afkomstig van het UWV opgegeven. Verder staan als aftrekposten de kosten voor eigen woning, ziektekosten en studiekosten vermeld. Een deel van deze aftrekposten zijn in de tweede aangifte komen te vervallen, maar het opgegeven brutoloon bestaat nog steeds uit het brutoloon bij [werkgever A] alsmede de inkomsten van UWV.67

Uit hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van het onder 1 en 3 ten laste gelegde blijkt dat verdachte inkomsten heeft verworven door het doen van de aangifte IB op naam van derden. Door deze inkomsten niet in zijn aangiften IB 2006 tot en met 2009 te vermelden als resultaat uit overige werkzaamheden, zijn die aangiften onjuist en onvolledig. Uit de omstandigheid dat uit D-642 blijkt dat het resultaat uit overige werkzaamheden voor het jaar 2005 door de Belastingdienst is gecorrigeerd van € 0,- naar € 330,-, kan worden afgeleid dat verdachte ook in dat jaar overige inkomsten heeft genoten die hij niet bij de aangifte IB heeft opgegeven.68

Verder kan worden vastgesteld dat verdachte aftrekposten heeft opgevoerd die onjuist blijken te zijn. Een voorbeeld hiervan is dat verdachte in de jaren 2005 tot en met 2008 als aftrekpost heeft opgegeven dat er kosten zijn gemaakt voor een ooglaserbehandeling. Uit de factuur en de verklaring van de oogarts [oogarts A] blijkt echter dat verdachte deze ooglaserbehandeling alleen in 2002 heeft ondergaan.69 Ook partner [partner verdachte] en [zoon van verdachte] hebben verklaard geen ooglaserbehandeling te hebben ondergaan.70 Verder heeft [partner verdachte] verklaard dat zij de opgevoerde studiekosten over de jaren 2005 tot en met 2007 niet heeft gemaakt en dat de bedragen die zijn opgenomen bij de aftrekpost geldlening familie, te hoog zijn of haar niets zeggen.71 Daarbij vertoont het patroon van aftrekposten op de aangiften IB 2005 tot en met 2009 hetzelfde patroon als de aangiften IB zoals vermeld onder punt 4.1. In de aangiften op naam van verdachte komen dezelfde opvallende aftrekposten voor, waarbij het opmerkelijk is dat de kosten voor een taxatierapport, PC en een dicteerecorder (met uitzondering van 2007) jaarlijks terugkomen. Verder is het merkwaardig dat uit de aangiften IB blijkt dat verdachte zowel in 2007 als in 2008 een keuring heeft ondergaan. Bovendien heeft verdachte op geen enkele andere wijze aannemelijk gemaakt dat hij de door hem opgevoerde aftrekposten heeft gehad.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiften IB over de jaren 2005 tot en met 2009 heeft gedaan. Er zijn immers te lage bedragen aan resultaat overige werkzaamheden opgevoerd en de aftrekposten zijn te hoog dan wel gefingeerd. Hierdoor is er door de Belastingdienst over het inkomen van verdachte te weinig belasting geheven. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de inkeer geldt ook voor het onder 2 ten laste gelegde. Hoewel verdachte bij zijn aangifte IB 2009 de aftrekposten heeft gewijzigd, is het door hem opgegeven brutoloon nog steeds te laag wegens het ontbreken van de post resultaat uit overige werkzaamheden. Het onder 2 ten laste gelegde kan dan ook ten aanzien van alle ten laste gelegde aangiften bewezen kan worden verklaard. Het verweer dat verdachte in de bezwaar- en beroepsprocedures tegen de naheffing gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, wordt verworpen. Uit de uitspraken van de bestuursrechter blijkt immers dat dat niet het geval is.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde sprake is van medeplegen. Verdachte wordt dan ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit sprake is van een bekennende verdachte, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verklaring van verdachte alle onderdelen van de bewezenverklaring betreft. De rechtbank wijst er in dat verband op dat zij – net als de officier van justitie – niet bewezen acht het enige door verdachte betwiste onderdeel, te weten dat sprake zou zijn van medeplegen.


De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de hierna opgegeven bewijsmiddelen.

1. De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 december 2014.
2. Een proces-verbaal van doorzoeking met dossiernummer 47360 van 12 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], inhoudende de verklaring van de verbalisant, AH-016, pagina’s 0308 tot en met 0311.

3. Een geschrift, te weten een verslag van 19 mei 2011, laboratoriumnummer 526N11, van [politiedeskundige A], politiedeskundige, opgemaakt in de zaak tegen de verdachte [NN], inhoudende de verklaring van de politiedeskundige, pagina 3777.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

op tijdstippen in de periode van 8 maart 2006 tot en met 6 juli 2010, te Amsterdam en te Apeldoorn, meermalen, telkens opzettelijk, een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over de aangiftetijdvakken 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009, waaronder:

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 3] en

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 4] en

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 5] en

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 6] en

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 7] en

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 8] en

- een aangifte IB 2005 ten name van [persoon 9] en

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 20];

opzettelijk onjuist heeft gedaan, immers heeft hij telkens in de naar de Belastingdienst gezonden aangiften Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over genoemde jaren te hoge en/of gefingeerde aftrekposten opgegeven, waaronder:

- aftrekposten voor eigen woning en

- aftrekposten voor studiekosten en andere scholingsuitgaven (partner) en

- aftrekposten levensonderhoud van kinderen en

- aftrekposten ziektekosten en

- buitengewone uitgaven (BGU)

terwijl die feiten ertoe strekten en/of ertoe hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven,

en

in de periode van 8 maart 2006 tot en met 6 juli 2010, te Amsterdam, meermalen, telkens een groot aantal digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over de aangiftetijdvakken 2005 en 2006 en 2007 en 2008 en 2009, waaronder:

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 3] en

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 4] en

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 5] en

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 6] en

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 7] en

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 8] en

- een aangifte IB 2005 ten name van [persoon 9] en

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 13] en

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 20];

– elk zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – opzettelijk valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk en in strijd met de waarheid in die geschriften telkens te hoge en/of gefingeerde aftrekposten opgegeven, waaronder:

- aftrekposten voor eigen woning en;

- aftrekposten voor studiekosten en andere scholingsuitgaven (partner) en;

- aftrekposten levensonderhoud van kinderen en;

- aftrekposten ziektekosten en;

- buitengewone uitgaven (BGU)

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt te gebruiken.

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op tijdstippen in de periode van 15 maart 2006 tot en met 26 januari 2011 te Amsterdam en te Apeldoorn, meermalen, telkens opzettelijk, bij de Belastingwet voorziene aangiften als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de volgende 5 digitale aangiften voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen,

- een aangifte IB 2005 en

- een aangifte IB 2006 en

- een aangifte IB 2007 en

- een aangifte IB 2008 en

- een aangifte IB 2009

onjuist en onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte in de naar de Belastingdienst gezonden aangiften Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over genoemde jaren te lage bedragen aan belastbaar inkomen opgegeven, immers is telkens opgegeven

a. a) te lage bedragen aan resultaat uit overige werkzaamheden en

b) te hoge en/of gefingeerde aftrekposten, waaronder,

- aftrekposten voor eigen woning en

- aftrekposten voor studiekosten en andere scholingsuitgaven partner en

- aftrekposten levensonderhoud van kinderen en

- aftrekposten ziektekosten en

- buitengewone uitgaven (BGU)

terwijl die feiten ertoe strekten en/of ertoe hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven;

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

op tijdstippen in de periode van 8 maart 2006 tot en met 6 juli 2010, te Amsterdam, telkens voorwerpen, te weten geldbedragen (in totaal € 8.000,-)

heeft omgezet, terwijl hij wist dat deze geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

op tijdstippen in de periode van 1 maart 2011 tot en met 12 april 2011 te Amsterdam opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad, negenenveertig (49) hennepplanten, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren en een geldboete ter hoogte van € 100.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 365 dagen

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de straftoemeting rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte geen strafblad heeft, geen belastingaangiften meer verzorgt en nadien ook niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. Voorts heeft verdachte nagenoeg alles wat hij aan de belastingdienst moest betalen, voldaan. Bovendien betreft het een oud feit. Verder is het opleggen van een hoge geldboete niet opportuun indien verdachte wordt vrijgesproken van het aantal van 767 ten laste gelegde aangiften. Deze aangiften mogen immers in geval van een vrijspraak bij een ontnemingsprocedure ook niet meer worden betrokken. Daarnaast is de draagkracht van verdachte niet van dien aard dat hij een geldboete van € 100.000,- kan voldoen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich gedurende een aantal jaren schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude. Verdachte heeft niet alleen in zijn eigen aangiften IB, maar ook in die van derden te hoge of gefingeerde aftrekposten opgenomen. Hierdoor is uiteindelijk te weinig belasting geheven. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte de Belastingdienst en daarmee de maatschappij benadeeld met als enig doel persoonlijk geldelijk gewin. Het benadelingsbedrag kan globaal worden geschat op € 190.000,-.

Door zijn handelen heeft verdachte bovendien de in dit vonnis genoemde belastingplichtigen in de financiële problemen gebracht. De Belastingdienst heeft immers navorderingsaanslagen opgelegd die de belastingplichtigen moeten betalen, terwijl zij niet over een groot inkomen beschikken.

De gelden die verdachte voor het doen van de aangifte IB ontving, heeft hij witgewassen. Door het witwassen van crimineel vermogen heeft verdachte de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

De rechtbank weegt mee dat verdachte geen inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn handelen.

Verder heeft verdachte een hennepplantage aanwezig gehad. Hierdoor heeft hij een bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van voor de gezondheid schadelijke softdrugs en aan de daarmee gepaard gaande vermogens- en andere criminaliteit.

Het voorgaande en de omvang van de fraude brengen met zich dat de rechtbank, mede gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een geldboete passend en geboden acht. Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen, wordt een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opgelegd.

In strafmatigende zin weegt mee dat verdachte blijkens het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 oktober 2014 niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Verder wordt verdachte vrijgesproken van een groot gedeelte van de 767 ten laste gelegde aangiften IB, reden waarom de rechtbank aanleiding ziet af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Redelijke termijn

Op 12 april 2011 is verdachte aangehouden en bij de politie als verdachte gehoord. Vanaf dat moment heeft verdachte redelijkerwijs kunnen verwachten dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld zodat de termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM op die dag is aangevangen. In beginsel dient binnen twee jaar in eerste aanleg een vonnis te volgen. Dat is hier niet het geval, want er wordt ruim drie en een half jaar na aanvang van de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn uitspraak gedaan. Nu er geen bijzondere omstandigheden zijn die een dergelijke overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen, zal de rechtbank de straf dienovereenkomstig reduceren.

9 Beslag

Onder verdachte is een harddisk, Digi 07 (harde schijf in Sunware doosje) in beslag genomen. Nu het bewezen geachte met behulp van dit voorwerp is begaan, wordt dit voorwerp verbeurd verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de volgende artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c 33, 33a, 55, 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

- 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

- 3 en 11 van de Opiumwet

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

Eendaadse samenloop van het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde:

Gewoontewitwassen.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, en het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte voorts tot een geldboete ter hoogte van € 15.000,- (vijftienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 110 (honderd en tien) dagen.

Verklaart verbeurd:

1.00

STK Harddisk

Digi 07, harde schijf in Sunware doosje.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J.L. Hillenius, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.D. Coumou, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december 2014.

Bijlage 1 bij het vonnis van [verdachte]

Aan verdachte is, zoals gewijzigd ter terechtzitting van 10 december 2014, ten laste gelegd dat

Feit 1

hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 maart 2006 tot en met 29 november 2010, te Amsterdam (Zuidoost) en/of te Apeldoorn en/of te Heerlen en/of (elders) in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten, (in totaal) 767, althans een groot aantal, althans 67, in elk geval één of meerdere, (digitale) aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009, waaronder:

- een aangifte IB 2009 ten name van [persoon 1] (D-058) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 3] (D-072/D-073) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 4] (D-086(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 5] (D-089(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 6] (D-103) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 7] (D-117(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 8] (D-121) en/of;

- een aangifte IB 2005 ten name van [persoon 9] (D-134) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 13] (D-194(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 20] (D-587 / D-588) en/of;

- een of meer (andere) aangifte(n) IB;

opzettelijk onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of laten doen, immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) op/in het/de bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde/gezonden aangiftebiljet(ten)/aangifte(n) Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over genoemd(e) jaar/jaren (telkens) (een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en) opgegeven of laten opgeven, waaronder:

- aftrekpost(en) voor eigen woning (partner) en/of;

- aftrekpost(en) voor studiekosten en/of andere scholingsuitgaven (partner) en/of;

- aftrekpost(en) levensonderhoud van kinderen en/of;

- aftrekpost(en) ziektekosten (partner) en/of;

- buitengewone uitgaven (BGU) (partner) en/of;

- ( een) andere aftrekpost(en) (partner);

terwijl dat/die feit(en) ertoe strekte(n)/ertoe heeft/hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven,

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

en/of

hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 maart 2006 tot en met 29 november 2010, te Amsterdam (Zuidoost) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (in totaal) 767, althans een groot

aantal, althans 67, in elk geval één of meerdere, (digitale) aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over de/het aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009, waaronder:

- een aangifte IB 2009 ten name van [persoon 1] (D-058) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 3] (D-072/D-073) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 4] (D-086(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 5] (D-089(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 6] (D-103) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 7] (D-117(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2006 ten name van [persoon 8] (D-121) en/of;

- een aangifte IB 2005 ten name van [persoon 9] (D-134) en/of;

- een aangifte IB 2008 ten name van [persoon 13] (D-194(-a)) en/of;

- een aangifte IB 2007 ten name van [persoon 20] (D-587 / D-588) en/of;

- een of meer (andere) aangifte(n) IB;

- ( elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - opzettelijk valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, dan wel valselijk heeft laten opmaken of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) valselijk en in strijd met de waarheid op/in dat/die geschrift(en) (telkens) (een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en) opgegeven of laten opgeven, waaronder:

- aftrekpost(en) voor eigen woning (partner) en/of;

- aftrekpost(en) voor studiekosten en/of andere scholingsuitgaven (partner) en/of;

- aftrekpost(en) levensonderhoud van kinderen en/of;

- aftrekpost(en) ziektekosten (partner) en/of;

- buitengewone uitgaven (BGU) (partner) en/of;

- ( een) andere aftrekpost(en) (partner);

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

Feit 2

hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2006 tot en met 26 januari 2011 te Amsterdam (Zuidoost) en/of te Heerlen en/of te Apeldoorn en/of (elders) in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten, (telkens) (in totaal) 5, althans één of meer, (digitale) aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen, te weten,

- een aangifte IB 2005 (D-216) en/of

- een aangifte IB 2006 (D-218) en/of

- een aangifte IB 2007 (D-224) en/of

- een aangifte IB 2008 (D-229 / D-230) en/of

- een aangifte IB 2009 (D-235(-a))

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan dan wel laten doen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) op/in het/de bij/naar (de) Inspecteur(s) der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde/gezonden aangiftebiljet(ten)/aangifte(n) Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen over genoemd(e) jaar/jaren (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen opgegeven en/of vermeld, immers is/zijn (telkens) vermeld/opgegeven

a. a) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan resultaat uit overige werkzaamheden, en/of

b) (een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en), waaronder,

- ( een) aftrekpost(en) voor eigen woning (partner) en/of

- ( een) aftrekpost(en) voor studiekosten en/of andere scholingsuitgaven

(partner) en/of

- ( een) aftrekpost(en) levensonderhoud van kinderen en/of

- ( een) aftrekpost(en) ziektekosten (partner) en/of

- buitengewone uitgaven (BGU) (partner) en/of

- ( een) andere aftrekpost(en) (partner),

terwijl dat/die feit(en) ertoe strekte(n)/ertoe heeft/hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven;

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Feit 3

hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 augustus 2005 tot en met 19 juli 2011, te Amsterdam (Zuidoost) en/of (elders) in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer (gira(a)l(e) en/of charta(a)l(e))

geldbedrag(en) (in totaal 135.979,45 euro (AH-011)), althans enig geldbedrag,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die/dat voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij (en zijn mededader(s)) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, (en zijn mededader(s)) hiervan een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

Feit 4

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 februari 2011 tot en met 12 april 2011 te Amsterdam (Zuidoost), in elk geval in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, negenenveertig (49) hennepplanten, althans een of meerdere hennepplant(en), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

1 De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in het dossier van de FIOD. De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina’s in het dossier.

2 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

3 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 196. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 1] d.d. 31 maart 2010, D-055, pagina’s 1982-1985.

4 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina, p. 1959. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 2] d.d. 14 maart 2009, D-059, pagina’s 1993-1995. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 2] d.d. 14 maart 2010, D-062, pagina’s 1999-2001.

5 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina, p. 1959. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 2] d.d. 5 februari 2010, D-050, pagina’s 1969-1970. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 2] d.d. 8 maart 2010, D-051, pagina’s 1971-1972.

6 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina, p. 199. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 3] d.d. 3 december 2008, D-067, pagina’s 2009-2010.

7 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1966. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 3] d.d. 23 november 2009, D-072, pagina’s 2023-2025.

8 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina, p. 1958. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2004 op naam van [persoon 4] d.d. 20 oktober 2009, D-076, pagina’s 2031-2032. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 4] d.d. 22 augustus 2009, D-079, pagina’s 2035-2036. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 4] d.d. 22 augustus 2009, D-082, pagina’s 2039-2041. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 4] d.d. 22 augustus 2009, D-084, pagina’s 2042-2044. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 4] d.d. 22 augustus 2009, D-086, pagina’s 2045-2046.

9 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina, p. 1962. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 5] d.d. 18 juli 2009, D-091, pagina’s 2055-2057. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 5] d.d. 18 juli 2009, D-095, pagina’s 2065-2067.

10 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

11 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1968.

12 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2004 op naam van [persoon 6] d.d. 7 juli 2009, D-099, pagina’s 2078-2080. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 6] d.d. 2 juli 2009, D-103, pagina’s 2084-2036. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 6] d.d. 12 oktober 2009, D-107, pagina’s 2093-2095. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 6] d.d. 30 september 2009, D-111, pagina’s 2109-2111.

13 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 206-207.

14 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 7] d.d. 30 september 2009, D-117, pagina’s 2126-2127.

15 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 208.

16 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1965. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 8] d.d. 4 december 2009, D-121, pagina’s 2137-2129. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 8] d.d. 13 oktober 2009, D-123, pagina’s 2144-2146. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 8] d.d. 13 oktober 2009, D-126, pagina’s 2151-2152.

17 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1961.

18 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2004 op naam van [persoon 9] d.d. 2 oktober 2009, D-130, pagina’s 2162-2163. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 9] d.d. 29 juni 2009, D-141, pagina’s 2181-2183.

19 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 9] d.d. 28 september 2009, D-132, pagina’s 2165-2166. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 9] d.d. 12 januari 2010, D-134, pagina’s 2168-2169.

20 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 10] d.d. 26 juli 2009, D-149, pagina’s 2201-2202.

21 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 214

22 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 10] d.d. 18 november 2009, D-152, pagina’s 2207-2209.

23 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 10] d.d. 6 juli 2010, D-62, pagina’s 2228-229.

24 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2004 op naam van [persoon 11] d.d. 26 maart 2006, D-163, pagina’s 2232-2234. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 11] d.d. 26 maart 2006, D-167, pagina’s 2239-2242.

25 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 11] d.d. 28 mei 2007, D-170, pagina’s 2247-2249. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 11] d.d. 13 april 2008, D-172, pagina’s 2251-2254. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 11] d.d. 21 april 2009, D-174, pagina’s 2261-2264.

26 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 218.

27 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 219. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 11] d.d. 5 mei 2010, D-176, pagina’s 2271-2273.

28 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 219. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 11] d.d. 9 juni 2010, D-177, pagina’s 2274-2275.

29 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1963. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 12] d.d. 28 mei 2009, D-182, pagina’s 2286-2287.

30 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1963. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 12] d.d. 18 mei 2010, D-185, pagina’s 2295-2296.

31 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 13] d.d. 11 november 2009, D-192, pagina’s 2314-2316.

32 Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina 1964. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 13] d.d. 6 mei 2010, D-196, pagina’s 2330-2331.

33 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 14] d.d. 8 mei 2008, D-271, pagina’s 2596-2598.

34 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 227.

35 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 14] d.d. 19 juni 2009, D-277, pagina’s 2608-2611.

36 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 15] d.d. 23 maart 2006, D-200, pagina’s 2338-2341.

37 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 15] d.d. 1 mei 2007, D-202, pagina’s 2343-2346.

38 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 15] d.d. 21 april 2008, D-204, pagina’s 2349-2352. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 15] d.d. 22 april 2009, D-206, pagina’s 2357-2360.

39 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 230.

40 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 16], V21-01, pagina 1089. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 16] d.d. 18 april 2006, D-281, pagina’s 2620-2624. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 16] d.d. 6 april 2007, D-282, pagina’s 26636-2640. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 16] d.d. 9 april 2008, D-285, pagina’s 2648-2652. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 16] d.d. 27 april 2009, D-289, pagina’s 2664-2668.

41 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 235.

42 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 237. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 16] d.d. 8 mei 2010, D-293, pagina’s 2680-2682.

43 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 238. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 16] d.d. 10 juni 2010, D-295, pagina’s 2686-2688.

44 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 18] d.d. 3 april 2006, D-299, pagina’s 2696-2699. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 18] d.d. 5 april 2007, D-302, pagina’s 2703-2707. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 18] d.d. 8 april 2008, D-307, pagina’s 2715-2718. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 18] d.d. 27 april 2006, D-313, pagina’s 2730-3734.

45 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina 242.

46 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina’s 243. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 18] d.d. 5 mei 2010, D-318, pagina’s 2745-2747.

47 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina’s 243. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 18] d.d. 21 mei 2010, D-319, pagina’s 2748-2750

48 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [persoon 20] d.d. 8 maart 2006, D-582, pagina’s 3162-3164. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [persoon 20] d.d. 31 maart 2007, D-584, pagina’s 3169-3171. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [persoon 20] d.d.1 april 2008, D-587, pagina’s 3174-3176. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [persoon 20] d.d. 18 maart 2009, D-591, pagina’s 3182-3184. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [persoon 20] d.d. 17 april 2010, D-595, pagina’s 3190-3191.

49 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 20], V22-01, pagina 1110.

50 Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

51 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

52 Proces-verbaal overzichtsproces-verbaal, pagina 23. Een geschrift, te weten een Excelbestand van de IP-adressen in gebruik bij [verdachte], D-049, pagina1958-1968.

53 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 4], V06-01, pagina’s 921, 923 en 924. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 6], V08-01, pagina’s 944, 945 en 949. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 7], V09-01, pagina 960. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 9], V11-01, pagina’s 981 en 983. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10], V12-01, pagina’s 992 en 995. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 11], V13-01, pagina’s 1002, 1004 en 1005. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 13], V15-01, pagina 1027. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 15], V19-01, pagina’s 1061-1063. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 16], V21-01, pagina’s 1091, 1093 en 1095. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 19], V20-01, pagina’s 1075, 1077 en 1078. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 20], V22-01, pagina’s 1107-1110. Een geschrift, te weten een uitdraai uit de BlueView Registratie Export inhoudende een aangifte door [persoon 14] tegen [partner verdachte] en [verdachte] d.d. 2 april 2010, pagina’s 1915-1917.

54 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 1], V03-01, pagina 885-893. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 2], V04-01, pagina’s 895-903. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 3], V05-01, pagina’s 905-914. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 4], V06-01, pagina’s 916-926. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 5], V07-01, pagina’s 928-938. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 6], V08-01, pagina’s 940-952. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 7], V09-01, pagina’s 954-964. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 8], V10-01, pagina’s 966-974. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 9], V11-01, pagina’s 978-986. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10], V12-01, pagina’s 998-996. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 11], V13-01, pagina’s 999-1009. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 12], V14-01, pagina’s 1011-1018. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 13], V15-01, pagina’s 1025-1032. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 15], V19-01, pagina’s 1057-1068. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 16], V21-01, pagina’s 1096-1102. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 19], V20-01, pagina’s 1072-1084. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 20], V22-01, pagina’s 1103-1116.

55 Een geschrift, te weten een uitdraai uit de BlueView Registratie Export inhoudende een aangifte door [persoon 14] tegen [partner verdachte] en [verdachte] d.d. 2 april 2010, D-042, pagina’s 1914-1921.

56 Proces-verbaal onderzoek aangiften gedaan door [verdachte], AH-007, pagina’s 198, 201 en 202.

57 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 2], V04-01, pagina 896. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 6], V08-01, pagina 942. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 11], V13-01, pagina 1000. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 12], V14-01, pagina 1012. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 15], V19-01, pagina 1058.

58 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 3], V05-01, pagina 910. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 4], V06-01, pagina 921. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [persoon 10], V12-01, pagina 993.

59 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

60 Een geschrift, te weten een overzicht van de betalingen gedaan door derden aan [verdachte] voor zijn werkzaamheden m.b.t. hun aangiften, D-581e, pagina’s 3153-3161.

61 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

62 Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 december 2014.

63 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2005 op naam van [verdachte] d.d. 15 maart 2006, D-216, pagina’s 2390-2394.

64 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2006 op naam van [verdachte] d.d. 19 juni 2007, D-218, pagina’s 2396-2400. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2007 op naam van [verdachte] d.d. 8 juli 2008, D-224, pagina’s 2407-2411.

65 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [verdachte] d.d. 7 januari 2009, D-228, pagina’s 2416-2419.

66 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [verdachte] d.d. 10 januari 2009, D-229, pagina’s 2420-2423.

67 Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2009 op naam van [verdachte] d.d. 12 juli 2010, D-234, pagina’s 2432-2334. Een geschrift, te weten een uitdraai van de aanslag IB 2008 op naam van [verdachte] d.d. 26 januari 2011, D-235, pagina’s 2438-2439.

68 Een geschrift, te weten een overzicht van de fiscale correcties van [verdachte] door de Belastingdienst, D-642, p. 3295.

69 Een geschrift, te weten een factuur van [ooglaser kliniek] op naam van [verdachte] d.d. 8 februari 2002, D-618, pagina 3245. Proces-verbaal van bevindingen G01-01-a, pagina 1708.

70 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [partner verdachte], V02-02, pagina 846. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], V18-01, pagina 1036.

71 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [partner verdachte], V02-02, pagina’s 846, 848, 849, 852 en 853.