Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:898

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
C/13/535558 / HA ZA 13-175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebruikslicentie persoonsgegevens. Zijn de persoonsgegevens aan een derde gegeven in strijd met de overeenkomst? Belangenafweging in het kader van een beroep op matiging van de boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/535558 / HA ZA 13-175

Vonnis van 26 februari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEMORY PUBLICATIONS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRIUS POLYTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. S.N.J. Putter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Memory Publications en Trius worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 31 januari 2013, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 10 april 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie gehouden op 6 september 2013, met de daarin vermelde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Memory Publications drijft een onderneming die zich onder meer bezig houdt met de organisatie van carrièrebeurzen en congressen. Eén van de kernactiviteiten van Memory Publications is het opbouwen van databases met de personalia van laatstejaars studenten en personen die voor het eerst de arbeidsmarkt betreden (hierna: de persoonsgegevens).

2.2.

Memory Publications biedt de door haar, met toestemming van de betreffende personen, verkregen persoonsgegevens tegen betaling aan derden aan. Hiertoe wordt aan de derden een gebruikslicentie verstrekt.

2.3.

Trius drijft – blijkens haar inschrijving in de registers van de Kamer van Koophandel – een onderneming die zich onder meer bezig houdt met werving en selectie van technisch middelbaar en hoger opgeleid personeel. Zij treedt op als intermediair tussen technische werkgevers en net afgestudeerde technici.

2.4.

Memory Publications en Trius Groep hebben in 2007 een overeenkomst gesloten (hierna: overeenkomst I). Memory Publications heeft zich onder meer verbonden om aan Trius een databestand bestaande uit persoonsgegevens ter beschikking te stellen. De prijs voor de personalia bedroeg EUR 3,95 per adres, inclusief e-mailadres. De vaste kosten bedroegen EUR 1.990,--. Verder luidt de overeenkomst, voor zover hier van belang:

“Trius Groep verklaart de persoonlijke gegevens niet aan derden door te geven, uit te lenen, te verkopen of mailings voor derden te verzorgen. Ook mogen de persoonlijke gegevens niet gebruikt worden voor het exploiteren van eigen media, schriftelijk dan wel via Internet. Dit op straffe van een boete van € 110.000,- per overtreding. Deze boete laat de aanspraak op vergoeding van geleden schade jegens ondergetekende en jegens derden onverlet.”

2.5.

Memory Publications en Trius hebben in 2008 wederom een overeenkomst gesloten, (hierna: overeenkomst II) waarbij Memory Publications zich onder meer heeft verbonden om aan Trius een databestand bestaande uit persoonsgegevens ter beschikking te stellen. De prijs voor de personalia bedroeg EUR 3,59 per adres, inclusief e-mailadres en vaste kosten. Verder luidt de overeenkomst, voor zover hier van belang:

“Trius verklaart de persoonlijke gegevens niet aan derden door te geven, uit te lenen, te verkopen of mailings voor derden te verzorgen. Ook mogen de persoonlijke gegevens niet gebruikt worden voor het exploiteren van eigen media, schriftelijk dan wel via internet en de persoonlijke gegevens mogen op geen enkele wijze gebruikt worden voor communicatie over andere carrière-evenementen dan die van Memory Events [rechtbank: zustermaatschappij van Memory Publications]. Dit op straffe van een boete van € 110.000,- per overtreding. Deze boete laat de aanspraak op vergoeding van geleden schade jegens ondergetekende en jegens derden onverlet.”

2.6.

Aan het databestand dat Memory Publications op grond van overeenkomst I aan Trius ter beschikking heeft gesteld, heeft Memory Publications als controle e-mailadres een e-mailadres van haar directeur [naam] (hierna: [naam]) toegevoegd, “[emailadres]”. Het controle e-mailadres is toegevoegd om te controleren of Trius zich aan het verbod zou houden.

2.7.

[naam] heeft op 21 juni 2012 op het controle e-mailadres een uitnodiging ontvangen om het evenement “[evenement]” bij te wonen. Het e-mailbericht is verzonden vanaf het e-mailadres [emailadres].

2.8.

Evenementenorganisatiebureau [evenementenorganisatiebureau] (hierna: [evenementenorganisatiebureau]) is eigenaar van het e-mailadres [emailadres] en van de domeinnaam [website].

2.9.

[naam] heeft in reactie op de e-mail van 21 juni 2012 op 28 juni 2012 een e-mail verzonden aan het e-mailadres [emailadres] met de vraag hem te laten weten hoe die organisatie aan zijn e-mailadres was gekomen. Op 5 juli 2012 heeft [naam] het volgende antwoord ontvangen van [naam 2] van [evenementenorganisatiebureau] met het e-mailadres [emailadres]:

“(…)U bent uitgenodigd voor dit exclusieve evenement door TRIUS. (…)”

2.10.

Tussen Memory Publications en Trius is discussie ontstaan over het antwoord op de vraag of Trius de van Memory Publications verkregen persoonsgegevens heeft gebruikt op een wijze die de overeenkomsten niet toestonden. Trius heeft Memory Publications in dit verband op 25 juni 2012 geschreven, voor zover hier van belang:

“Hoe graag ik het ook had willen bedenken en willen doen is het een besloten event waar TRIUS slechts sponsor van is. Het is geïnitialiseerd en wordt georganiseerd door eventbureau [evenementenorganisatiebureau].”

2.11.

Memory Publications heeft Trius bij brief van haar toenmalige advocaat van 5 november 2012 aanspraak gemaakt op betaling binnen veertien dagen van verbeurde boetes tot een bedrag van EUR 330.000,--.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Memory Publications vordert veroordeling van Trius bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van EUR 220.000,--, vermeerderd met wettelijke rente. Verder vordert zij veroordeling van Trius in de kosten van de procedure.

3.2.

Memory Publications legt, onder verwijzing naar de door haar in het geding gebrachte stukken, aan haar vordering ten grondslag, dat Trius de licentiebepalingen heeft overtreden en daarmee is tekortgeschoten in de nakoming van de gesloten overeenkomsten. Als gevolg van de niet-nakoming is Trius volgens Memory Publications de overeengekomen boete van twee maal EUR 110.000,--, totaal derhalve EUR 220.000,--, verschuldigd.

3.3.

Trius voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Trius vordert – verkort weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Memory Publications gebiedt binnen zeven dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis een rectificatie te zenden, aan de personen vermeld in randnummer 18 van de dagvaarding en daarvan uiterlijk op de dag van verzending een afschrift te doen toekomen aan de raadsman van Trius, een en ander onder verbeurte van een dwangsom;

2. Memory Publications gebiedt om binnen zeven dagen na dagtekening van het te dezen te wijzen vonnis een rectificatie te plaatsen in het Financieele Dagblad of NRC Handelsblad en daarvan uiterlijk op de dag van plaatsing een afschrift te doen toekomen aan de raadsman van Trius, een en ander onder verbeurte van een dwangsom;

3. Memory Publications veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.5.

Trius legt, onder verwijzing naar de door haar in het geding gebrachte stukken, aan haar vordering ten grondslag, dat Memory Publications onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld. Memory Publications heeft personen uit de databestanden benaderd en daarbij ten nadele van Trius uitlatingen gedaan die suggestief, grievend en schadetoebrengend zijn. Memory Publications dient daarom haar uitlatingen te rectificeren.

3.6.

Memory Publications voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

In de onderhavige zaak is de vraag aan de orde of Trius de met Memory Publications overeengekomen licentiebepalingen heeft geschonden en dientengevolge de overeengekomen boete verschuldigd is.

4.2.

Memory Publications heeft ter comparitie van partijen de grondslag van haar vordering aldus toegelicht, dat volgens haar Trius drie maal de licentiebepalingen uit overeenkomst I en II heeft overtreden. Eén maal door de op grond van overeenkomst I ter beschikking gestelde persoonsgegevens aan [evenementenorganisatiebureau] te geven, één maal door de op grond van overeenkomst II ter beschikking gestelde persoonsgegevens aan [evenementenorganisatiebureau] te geven en één maal doordat de persoonsgegevens zijn gebruikt voor een ander carrière-evenement als bedoeld in overeenkomst II.

4.3.

Trius heeft op zichzelf geen verweer gevoerd tegen de stelling van Memory Publications dat er personen waarvan de gegevens op grond van overeenkomst II ter beschikking zijn gesteld, zijn aangeschreven voor ”[evenement]”. Wel heeft Trius betwist dat zij gegevens uit overeenkomst I zou hebben gebruikt en/of zou hebben doorgegeven aan een derde.

4.4.

Memory Publications heeft in dat kader naar voren gebracht dat uit een door haar uitgevoerde steekproef is gebleken dat ook personen die onderdeel uitmaakten van de persoonsgegevens die op grond van overeenkomst I ter beschikking zijn gesteld een uitnodiging hebben gekregen voor “[evenement]”. Memory Publications heeft dit onderbouwd door het overleggen van een aantal e-mails van oud HBO-studenten die bevestigen dat zij een uitnodiging hebben ontvangen (productie 15 Memory Publications). Voorts heeft Memory Publications een uitdraai van de persoonsgegevens die op grond van overeenkomst I aan Trius zijn ter beschikking zijn gesteld (productie 16A Memory Publications) overgelegd, waarin volgens Memory Publications de namen van deze studenten zijn terug te vinden. Voorts ziet Memory Publications in het gegeven dat [naam] op zijn privé e-mailadres - dat als controle-adres was toegevoegd aan deze persoonsgegevens (overeenkomst I) - een uitnodiging ontving, een bevestiging van haar stelling. Trius heeft afgezien van haar betwisting van de stelling aangegeven dat zij eigen databestanden samenstelde door het aanleggen van een verzameling bestaande uit gegevens die zij zelf heeft verworven alsmede uit gegevens die zij heeft aangeleverd gekregen van Memory. Voor het evenement “[evenement]” heeft Trius vervolgens uit dit eigen databestand een selectie gemaakt van personen op basis van studierichting en leeftijd. [functie] van Trius [naam 3] heeft hierover ter zitting naar voren gebracht dat het dus mogelijk is dat ook data van Memory Publications onderdeel uitmaken van de geselecteerde personen. Trius heeft niet naar voren heeft gebracht dat bij de door haar gemaakte selectie onderscheid werd gemaakt naar persoonsgegevens uit overeenkomst I en persoonsgegevens uit overeenkomst II. Voorts is namens Trius ter zitting naar voren gebracht dat (slechts) drie van de vijf personen uit productie 15 van Memory Publications een uitnodiging voor “[evenement]” hebben ontvangen.

4.5.

De rechtbank is van oordeel dat Trius met deze standpunten in onvoldoende mate de stelling van Memory Publications betreffende gegevens van overeenkomst I heeft weersproken. Trius betoogt dat het feit dat [naam] als controle-adres is toegevoegd niet kan dienen ter ondersteuning van de stelling dat de overeenkomst is overtreden. Dit omdat [naam] een zakelijke relatie is van Trius en derhalve om die reden in haar bestand voorkwam, aldus Trius. Ter zitting heeft [naam] evenwel naar voren gebracht dat Trius hem, voordat hij de uitnodiging ontving op het e-mail adres [emailadres], nimmer berichtte op dat adres, maar via een ander (zakelijk) e-mail adres, namelijk [emailadres]. Trius heeft dit vervolgens weliswaar betwist, maar heeft nagelaten deze betwisting te motiveren en/of te onderbouwen. Daarmee acht de rechtbank de stelling van Memory Publications over het controle-adres van [naam] in onvoldoende mate weersproken door Trius en vormt dit element naar het oordeel van de rechtbank een nadere onderbouwing van de stelling van Memory Publications. Bovenstaande heeft tot gevolg dat de rechtbank bij de verdere beoordeling van het geschil als vaststaand feit zal aannemen dat persoonsgegevens uit overeenkomst I zijn gebruikt voor het uitnodigen voor “[evenement]”. Het betoog dat alleen de naam [naam 4] uit het lijstje dat van namen dat Memory Publications in productie 15 naar voren heeft gebracht terug zou komen in productie 16A (en dan ook nog volgens Trius met een ander e-mailadres) acht de rechtbank tenslotte in verband met het bovenstaande zonder nadere toelichting niet relevant, zodat dit betoog zonder gevolgen blijft.

4.6.

Dit leidt tot de tussenconclusie dat zowel persoonsgegevens uit overeenkomst I als overeenkomst II zijn gebruikt voor uitnodigingen voor “[evenement]”. Hiermee staat nog niet vast dat de overeenkomsten zijn overtreden door Trius. Trius voert immers vervolgens als verweer dat zij de persoonsgegevens niet aan een derde heeft gegeven, maar dat de uitnodigingen door Trius zelf zijn verzorgd.

4.6.1.

Ook dit verweer faalt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Trius persoonsgevens uit beide overeenkomsten doorgegeven aan een derde, namelijk aan [evenementenorganisatiebureau]. In dit verband wordt van belang geacht dat tussen partijen vaststaat, dat het e-mailadres [emailadres] aan [evenementenorganisatiebureau] toebehoort en dat zij eigenaar is van de domeinnaam [website]. Weliswaar heeft Trius aangevoerd dat de uitnodiging door haar is verzonden, maar dit verweer heeft zij onvoldoende onderbouwd in het licht van haar stelling dat de reacties op de uitnodiging binnenkwamen bij [evenementenorganisatiebureau] en de – door Memory Publications gestelde – omstandigheid dat het [evenementenorganisatiebureau] was die antwoordde op een verzoek van [naam] om informatie hoe men aan zijn e-mailadres was gekomen. [naam] had zijn verzoek om informatie gezonden aan het e-mailadres [emailadres]. Meer voor de hand zou hebben gelegen dat, indien Trius de uitnodiging zelf heeft verzonden, eventuele reacties daarop ook door haar werden ontvangen. Het betoog van Trius dat de uitnodigingen zijn verstuurd vanuit het bestand van Trius is zonder nadere toelichting niet te rijmen met het gegeven dat de uitnodigingen vanuit een e-mailadres van een andere organisatie dan Trius zijn verzonden. Daarbij komt dat de stelling van Trius kennelijk is gewijzigd nu zij eerder, per e-mail aan Memory Publications van 25 juni 2012, liet weten dat zij (Trius) slechts sponsor is van het evenement. Namens Trius is ter comparitie van partijen verklaard dat die mededeling werd ingegeven door de belangen die toen speelden. Deze omstandigheid is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende om aan te nemen dat de vooraankondiging door Trius werd verzonden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet de rechtbank het ervoor houden dat Trius de uitnodiging niet zelf heeft verzonden en dat zij ten behoeve van de uitnodiging de persoonsgegevens aan [evenementenorganisatiebureau] heeft gegeven. Dit betekent dat Trius het verbod heeft overtreden zowel voor wat betreft overeenkomst I als voor wat betreft overeenkomst II.

4.6.2.

Verder is tussen partijen in debat of hetgeen is bepaald in overeenkomst II, namelijk dat de persoonsgegevens op geen enkele wijze mogen worden gebruikt voor communicatie over ‘andere carrière-evenementen dan die van Memory Events’ (overeenkomst II).

Volgens Trius is het evenement “[evenement]” niet aan te merken als een carrière-evenement, omdat – kort gezegd – het evenement slechts een beperkt element van arbeidsbemiddeling kent. Trius wordt echter evenmin in dit verweer gevolgd.

Uit de door Memory Publications in het geding gebrachte stukken komt naar voren dat het element arbeidsbemiddeling niet slechts de door Trius betoogde marginale rol speelt. Productie 3 bij dagvaarding, bestaande uit informatiesheets, vermeldt immers “Tegelijkertijd kunnen ze [rechtbank: de bezoekers] zich oriënteren op de technische arbeidsmarkt, “Het evenement heeft het beste van twee werelden: inhoudelijke techniekbeurzen en carrièrebeurzen.” en “Zicht op welke droombanen (bij welke werkgevers) binnen de techniek vervult kunnen worden”. Ook de vooraankondiging laat zien dat het element arbeidsbemiddeling niet slechts een marginale rol speelt. Vermeld wordt immers “Je maakt inhoudelijk kennis met alle innovaties die bij Nederlandse bedrijven plaatsvinden en je [de rechtbank leest hier: oriënteert] je op de technische arbeidsmarkt.”. Ook de door Memory Publications als productie 14 overgelegde stukken, betreffende uitingen van ondernemingen die zouden deelnemen aan “[evenement]”, duiden erop dat arbeidsbemiddeling geen ondergeschikte rol speelde. Kort gezegd roepen deze uitingen op om “[evenement]” te bezoeken om de carrièremogelijkheden bij de betreffende ondernemingen te onderzoeken. Hetgeen Trius hier tegenover heeft gesteld overtuigt onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De omstandigheid dat de door haar aangehaalde producties niet spreken over arbeidsbemiddeling maakt immers niet dat dit element geen (of een ondergeschikte) rol speelt, zoals hiervoor reeds werd geoordeeld. In het licht van het vorenstaande faalt ook het betoog van Trius dat zij het verbod aldus heeft mogen begrijpen dat zij het onderhavige evenement wél kon organiseren, omdat het element arbeidsbemiddeling niet de hoofddoelstelling van het evenement zou zijn.

De conclusie luidt derhalve dat Trius de persoonsgegevens heeft (doen) gebruiken voor communicatie over andere carrière-evenementen dan die van Memory Events en dat zij hiermee het verbod uit overeenkomst II heeft overtreden.

4.7.

Bovenstaande leidt tot de tussenconclusie dat Trius zich niet heeft gehouden:

-aan het verbod om persoonsgegevens uit overeenkomst I aan een derde (door) te geven, en

-aan het verbod om persoonsgegevens uit overeenkomst II aan een derde (door) te geven, en

-aan het verbod om persoonsgegevens uit overeenkomst II te gebruiken voor communicatie over andere carrière-evenementen dan die van Memory Events.

Memory Publications vordert betaling van twee maal de boete zonder te specificeren op welke van de drie overtredingen zij het oog heeft. Mr. Kaaks heeft daarover ter zitting opgemerkt dat Memory Publications van mening is dat de boete op elk van de drie overtredingen van toepassing is en dat zij met het gevorderde zelf de boete heeft gemaximeerd. De rechtbank is van oordeel dat nu drie overtredingen hebben plaatsgevonden en tweemaal de boete is gevorderd de vraag of tegenover de twee overtredingen van overeenkomst II één of tweemaal de boete is verbeurd in het midden kan blijven. De vordering van Memory Publications ligt derhalve voor toewijzing gereed, tenzij het beroep van Trius op matiging van de gevorderde boete slaagt.

4.8.

Bij de beoordeling van dit beroep van Trius op matiging staat voorop, dat matiging slechts aan de orde kan zijn, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist (artikel 6: 94 lid 1 BW). Dit brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (zie HR 7 april 2007, NJ 2007, 262 (Intrahof/ Bart Smit)). Een en ander brengt met zich dat de rechtbank in het onderhavige geval een belangenafweging moet maken.

4.8.1.

Memory Publications heeft een commercieel belang bij naleving van de licentiebepalingen en het daarin opgenomen verbod. Zoals zij onbetwist heeft gesteld, zullen potentiële opdrachtgevers niet meer bereid zijn om de vraagprijs voor de databestanden te betalen als blijkt dat tegen ongeoorloofd gebruik niet effectief wordt opgetreden. Zij kunnen dan op een andere (illegale) wijze aan de gegevens komen. Uit de stellingen van Memory Publications komt naar voren dat zij de persoonsgegevens verkrijgt doordat zij zelf eerst investeringen heeft gedaan om de gegevens te verkrijgen. Memory Publications heeft onbetwist gesteld dat één van haar kernactiviteiten bestaat uit het opbouwen van databases met persoonsgegevens. Memory Publications heeft daarmee een groot belang bij bescherming van haar investeringen. Verder heeft Memory Publications onbetwist naar voren gebracht dat het doorgeven van de gegevens door opdrachtgevers tot gevolg heeft dat haar concurrentiepositie ter zake van (de organisatie van) beurzen verzwakt. Tot slot heeft Memory Publications onbetwist gesteld dat zij met de boete tracht te waarborgen dat – met het oog op de Wet bescherming persoonsgegevens – slechts een beperkt aantal werkgevers over de gegevens beschikt.

Tegenover de belangen van Memory Publications bij effectuering van de boete, staat dat Trius heeft betoogd dat matiging op zijn plaats is, omdat Memory Publications niet inzichtelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden. De rechtbank volgt Trius hierin echter niet. De enkele omstandigheid dat Memory Publications (mogelijk) geen schade heeft geleden, althans dit op dit moment niet inzichtelijk heeft gemaakt, leidt er niet toe dat reeds om die reden de boete moet worden gematigd. Dit geldt te meer nu uit de stellingen van Memory Publications volgt dat het boetebeding met name erop is gericht te voorkomen dat de gegevens bij derden belanden.

Verder heeft Trius naar voren gebracht dat de verhouding tussen de door Trius voor de databestanden betaalde prijs en de boete aanleiding moet zijn voor matiging. Trius heeft echter niet onderbouwd in welk opzicht dit gegeven van belang is bij de beoordeling van de vraag of matiging van de boete moet plaatsvinden. De enkele omstandigheid dat er een verschil bestaat tussen de door Trius betaalde prijs en de boete is onvoldoende. Ook heeft Trius aangevoerd dat er sprake is van een wanverhouding tussen de omvang van de overtreding en de boete. Volgens Trius zijn er slechts acht personen aangeschreven uit een databestand van 17.500 personen. Dit betoog legt naar het oordeel van de rechtbank geen gewicht in de schaal. Het staat namelijk geenszins vast dat slechts acht personen zouden zijn aangeschreven, nog los van de vraag of dat op zichzelf aanleiding zou zijn tot matiging. Memory Publications heeft immers onweersproken gesteld dat zij door een steekproef te houden een aantal personen op het spoor gekomen die een uitnodiging hadden ontvangen. Memory Publications heeft daarmee niet in beeld kunnen krijgen om hoeveel personen het gaat en vermoedt dat het om veel meer personen gaat dan degenen die uit de steekproef naar voren kwamen. Nu Trius stelt dat er sprake is van een wanverhouding lag het ook op haar weg om dit nader te onderbouwen, hetgeen zij heeft nagelaten terwijl dit - zoals naar voren is gebracht namens Trius toen daar op de zitting naar werd gevraagd - wel in haar vermogen lag.

Tenslotte geldt dat de rechtbank Trius evenmin volgt in haar verweer dat sprake is van een eenheidsboete, zodat deze gematigd moet worden, waarbij zij verwijst naar het arrest van de HR van 13 februari 1998 (NJ 1998, 725). De licentiebepalingen uit overeenkomst I en II zijn immers specifiek beschreven vormen van overtreding van het verbod (zie hiervoor onder 2.5) en zien niet op ‘vele, mogelijk sterk uiteenlopende tekortkomingen’ zoals het geval was in de casus uit bovengenoemd arrest. Dat het beding slechts van toepassing is bij het verstrekken van de persoonsgegevens als geheel, zoals door Trius naar voren is gebracht, vindt geen steun in de overeenkomst.

4.9.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, niet worden gezegd dat de gevorderde boete buitensporig en derhalve onaanvaardbaar is. Evenmin is de boete naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Trius heeft aan dit verweer geen andere stellingen ten grondslag gelegd dan hiervoor onder 4.8.1 aan de orde zijn gekomen. Er bestaat daarmee geen aanleiding voor matiging van de boete.

4.10.

Memory Publications heeft wettelijke rente gevorderd vanaf 21 juni 2012, althans vanaf 5 november 2012. Memory Publications heeft echter niet gesteld waarom Trius vanaf 21 juni 2012 of 5 november 2012 wettelijke rente verschuldigd is. Trius heeft onbetwist aangevoerd, dat zij pas na ommekomst van de in de sommatiebrief van 5 november 2012 genoemde betalingstermijn wettelijke rente verschuldigd is. De gevorderde wettelijke rente zal daarom vanaf 20 november 2012 worden toegewezen.

4.11.

Trius zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Memory Publications worden begroot op:

- dagvaarding 82,59

- griffierecht 3.715,--

- salaris advocaat 4.000,-- (2 punten × tarief EUR 2.000,--)

Totaal EUR  7.797,59

in reconventie

4.12.

In reconventie is de vraag aan de orde of Memory Publications onrechtmatig tegenover Trius heeft gehandeld. Trius heeft in dit verband gesteld dat de wijze waarop Memory Publications personen heeft benaderd schadelijk is voor Trius en dat zij in haar eer en goede naam is aangetast. Trius heeft hiertoe verwezen naar twee citaten uit e-mailcorrespondentie tussen Memory Publications en een persoon uit haar bestand, die zij heeft benaderd:

“Wij zijn nog steeds bezig met het compleet maken van de bewijslast in de zaak tegen de partij die jouw adres aan een “derde” hebben verstrekt”

“Nu zijn wij erachter gekomen dat het bedrijf Trius deze gegevens weer aan een derde heeft verstrekt en dat is verboden”

4.13.

Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van Trius een beperking zou inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van Memory Publications op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Daarnaast dient een dergelijke beperking proportioneel te zijn. Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Memory Publications onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, dienen alle omstandigheden van het betrokken geval in ogenschouw te worden genomen en de wederzijdse belangen te worden afgewogen. Het belang van Memory Publications is dat zij vrijelijk moet kunnen onderzoeken of haar verdenking jegens Trius juist is. Daar tegenover staat het belang van Trius dat zij niet wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen.

4.14.

Trius wordt niet gevolgd in haar standpunt dat Memory Publications onrechtmatig heeft gehandeld. Dat Memory Publications personen uit haar bestand heeft benaderd is op zichzelf niet onrechtmatig. Daarnaast volgt uit hetgeen hiervoor in conventie is geoordeeld dat haar uitlatingen feitelijk juist zijn. Trius stelt dat de wijze van benadering – zie hiervoor onder 4.11 – suggestief, grievend en schade berokkenend zijn. Waarom dit het geval is maakt zij echter niet inzichtelijk. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.15.

Trius zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Memory Publications worden begroot op EUR 452,-- (2 punten × factor 0,5 × tarief EUR 452,--).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Trius om aan Memory Publications te betalen een bedrag van EUR 220.000,-- (tweehonderdtwintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente, met ingang van 20 november 2012 tot aan de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt Trius in de proceskosten, aan de zijde van Memory Publications tot op heden begroot op EUR 7.797,59;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt Trius in de proceskosten, aan de zijde van Memory Publications tot op heden begroot op EUR 452,--;

5.7.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2014.1

1 type: ERMcoll: AV