Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:8766

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
EA VERZ 14-1143
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verdenking strafbaar feit. verband met de werkzaamheden. ondanks meerdere verzoeken van werkgever geen openheid van zaken door werknemer. ontbinding van de arbeidsovereenkomst na 34 jaar, zonder vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-1099
AR 2014/1035
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 3625058 EA VERZ 14-1143

beschikking van: 18 december 2014

func.: 245

beschikking van de kantonrechter

Inzake:

De naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen

verzoekster, nader te noemen: KLM

gemachtigde: mr. B.M.S. Wielenga (afdeling HR KLM)

tegen:

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

verweerder, nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. K. Boukema

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

KLM heeft op 28 november 2014 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [gedaagde] heeft op 3 december 2014 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 11 december 2014. KLM is verschenen bij [naam 1], [naam 2] en haar gemachtigde. [gedaagde] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde en een belangstellende. Voorafgaand aan de zitting heeft KLM nog een stuk ingediend.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, deels aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt, welke aan het dossier zijn toegevoegd. Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

Tegelijkertijd zijn mondeling behandeld de zijdens [gedaagde] bij dagvaarding van 24 november 2014 gevorderde voorzieningen. In die zaak zal heden vonnis worden gewezen.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. Bij de beoordeling van het verzoek gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden:

1.1.

[gedaagde], thans [leeftijd] jaar oud, is sedert [datum] in dienst van KLM laatstelijk als vliegtuigmonteur. Het salaris bedraagt € 2.531,38 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en andere toeslagen. De CAO voor KLM Grondpersoneel Nederland (verder de CAO) is op de arbeidsovereenkomst van toepassing.

1.2.

[gedaagde] is werkzaam in het zogenoemde beveiligde gebied van Luchthaven Schiphol, waar de vliegtuigen modificatie- en onderhoudswerkzaamheden ondergaan. Voor deze werkzaamheden dient een medewerker te beschikken over een Verklaring van Geen Bezwaar.

1.3.

Op [datum] is [gedaagde] aangehouden in verband met een verdenking van het plegen van een strafbaar feit en in voorlopige hechtenis genomen.

1.4.

KLM heeft het salaris van [gedaagde] vanaf 17 juni 2014 stopgezet en dit die dag per brief aan [gedaagde] meegedeeld. In de brief laat KLM eveneens weten dat zij tekst en uitleg wil over de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid en dat KLM een eigen onderzoek zou starten.

1.5.

De voorlopige hechtenis van [gedaagde] is op [datum] geschorst.

1.6.

Op 25 augustus 2014 heeft de gemachtigde van [gedaagde] in de strafzaak, verder de strafadvocaat, aan KLM laten weten dat [gedaagde] inmiddels in vrijheid was gesteld en dat zij afspraken wilden maken met KLM over het verdere vervolg.

1.7.

Op 2 september 2014 heeft de strafadvocaat KLM laten weten dat [gedaagde] wegens een post traumatisch stress stoornis (PTSS) niet tot een gesprek in staat was.

1.8.

Nadat de bedrijfsarts van KLM [gedaagde] heeft gecontroleerd en tot een gesprek in staat achtte, heeft [gedaagde] op 9 september 2014 gesproken met medewerkers van de afdeling Security Services van KLM (KLM SS). Vervolgens is door KLM met [gedaagde] gesproken op 11 september 2014. In het laatste gesprek is aan de orde gekomen dat [gedaagde] wist te worden van overtreding van de Opiumwet, maar verder inhoudelijk de redenen van de beschuldiging niet kende. Daarnaast was er, volgens KLM, in de locker van [gedaagde] een fles sterke drank aangetroffen, hetgeen volgens de CAO niet is toegestaan.

1.9.

KLM heeft het gesprek van 11 september 2014 op 12 september 2014 schriftelijk aan [gedaagde] bevestigd, waarbij een verslag van zijn antwoorden op de vragen van KLM werd gegeven. In de brief heeft KLM verklaard dat er voor haar sprake was van een ernstige vertrouwensbreuk in de relatie en dat zij [gedaagde] niet (meer) te werk wilde stellen.

1.10.

Bij brief van 1 oktober 2014 heeft de strafadvocaat bezwaar gemaakt tegen het in de brief van KLM neergelegde verslag en [gedaagde] beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden.

1.11.

KLM heeft vanaf 27 augustus 2014 meerdere keren om inzage in het strafdossier van [gedaagde] verzocht. De strafadvocaat van [gedaagde] heeft dat steeds geweigerd, vanwege de privacy van de medeverdachten . Bij mail van 4 november 2014 heeft zij KLM een schriftelijke toelichting gegeven met de visie van [gedaagde] op de verdenkingen.

1.12.

Daarna heeft KLM de strafadvocaat en de gemachtigde van [gedaagde] in de arbeids-zaak nogmaals – tevergeefs – verzocht om inzage te krijgen in (eventueel geano-nimiseerde) passages van de processen-verbaal van het strafdossier, die over [gedaagde] gaan. Van de strafadvocaat heeft KLM daarop vernomen dat medio november 2014 [gedaagde] een andere gemachtigde in de strafzaak heeft gekregen.

1.13.

Op 14 november 2014 heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) in opdracht van de Officier van justitie van het Parket Noord-Holland een rapport omtrent [gedaagde] opgesteld. Dit rapport is begin december 2014 aan KLM ter beschikking gesteld. Uit het rapport blijkt dat er langdurig onderzoek is gedaan naar meerdere verdachten, waar [gedaagde] er één van is. Er zijn negen zaaksdossiers geschreven, waarbij [gedaagde] in vijf van die dossiers voorkomt.

1.14.

Volgens het rapport is de verdenking dat [gedaagde] onderhoudsschema’s van vlieg-tuigen aan de medeverdachten levert, waarbij een uitgekozen vliegtuig vanuit een zogenaamd bronland wordt gebruikt voor het transport van verdovende middelen. Tijdens het onderhoud worden vervolgens de verdovende middelen uit de verborgen compartimenten gehaald. Uit het rapport blijkt dat in de strafzaak [gedaagde] zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen.

1.15.

Volgens het rapport zijn de verdenkingen van [gedaagde] onder meer als volgt onderbouwd:
- twee medeverdachten zijn bij [gedaagde] thuis gesignaleerd en zijn daar vandaan vertrokken met papieren. Die papieren lijken op onderhoudsschema’s, waarna aansluitend door deze personen contact werd gezocht met andere verdachten binnen de groep;
- er zijn bij [gedaagde] thuis foto’s aangetroffen van mogelijke verbergplekken voor de verdovende middelen in de vliegtuigen:
- tijdens de doorzoeking bij [gedaagde] thuis is een aanzienlijke som contant geld aangetroffen.

1.16.

De KMar heeft KLM voorts geadviseerd [gedaagde] niet meer te werk te stellen op de beveiligde afdeling van Schiphol.

1.17.

[gedaagde] heeft na 17 juni 2014 geen werkzaamheden meer voor KLM verricht. KLM heeft de salarisbetalingen niet hervat.

Verzoek

2. KLM verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en stelt dat [gedaagde] zich zodanig heeft gedragen dat dit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678, eerste lid BW heeft opgeleverd. Daarnaast vraagt KLM ontbin-ding wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen.

3. Daartoe stelt KLM - kort gezegd - dat het vertrouwen van KLM in [gedaagde] onherstelbaar is geschaad. Daaraan ligt ten grondslag dat van een goed werknemer mag worden ver-wacht dat hij ten opzichte van zijn werkgever bij een verdenking van strafbare feiten op punten die de arbeidsovereenkomst betreffen en/of direct raken, volledige open-heid van zaken geeft. [gedaagde] heeft echter nagelaten KLM informatie te geven over de verdenkingen, over de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en over zijn houding in de strafzaak. De inhoud van het rapport van de KMar heeft er niet toe bijgedragen dat KLM nog enig vertrouwen in [gedaagde] kan opbrengen.

4. [gedaagde] mag zich in de strafzaak op zijn zwijgerecht beroepen, ten opzichte van KLM heeft hij arbeidsrechtelijk een spreekplicht. Daaraan heeft [gedaagde] niet voldaan. Pas door het rapport van de KMar heeft KLM de gewenste informatie verkregen. Uit het rapport van de KMar volgt welke verdenkingen en waarom jegens [gedaagde] zijn gerezen. Eerst ter zitting heeft [gedaagde] een halfslachtige poging gedaan die verdenkingen te weerleggen.

5. Gezien haar bijzondere positie als vervoerder op beschermd gebied stelt KLM extra zware eisen aan de betrouwbaarheid en integriteit van haar medewerkers. Op de medewerkers rust dan ook de verplichting om elke schijn van betrokkenheid bij de handel in harddrugs te vermijden. Daarnaast tilt KLM zwaar aan de overtreding van de CAO-regels, doordat [gedaagde] een fles sterke drank in zijn locker had staan en dat hij - naar eigen zeggen - deze uit een afvalcontainer heeft gehaald, die bedoeld zijn om de eigendommen van KLM af te voeren, maakt dit niet beter. Ook dat heeft het vertrouwen van KLM ernstig geschaad.

Verweer

6. [gedaagde] betwist dat zich een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft voorgedaan en ook dat er overigens gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door KLM bedoelde zin en verzet zich tegen de door KLM gevorderde ontbinding. [gedaagde] verzoekt voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden om hem een vergoeding van € 114.000,00 bruto (C=1, inclusief de vaste ploegentoeslag) ten laste van KLM toe te kennen.

7. [gedaagde] voert ter ondersteuning van zijn stellingen - kort gezegd - aan dat hij ten onrechte wordt verdacht van betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen. [gedaagde] is ervan overtuigd dat hij in de strafzaak zal worden vrijgesproken. KLM verwacht echter van hem dat hij zijn onschuld bewijst, maar dat is de omgekeerde wereld.

8. [gedaagde] is op diverse momenten door KLM gehoord. Het laatste verhoor heeft plaats gevonden op 27 oktober 2014. [gedaagde] is steeds bereid geweest om inzicht te geven in de gebeurtenissen en is consistent geweest in zijn verklaringen, al heeft KLM getracht aan zijn verklaringen een andere draai te geven. Bovendien heeft zijn strafadvocaat KLM een uitgebreide toelichting gegeven. KLM heeft echter gepersisteerd in het inzien van het strafdossier, terwijl de strafadvocaat heeft uitgelegd waarom zij dat niet wilde doen. [gedaagde] heeft daarmee gedaan wat hij kon om KLM inzicht te verschaffen in de reden van zijn detentie en het feit dat hij onschuldig is. [gedaagde] zou nooit zijn baan bij KLM op het spel zetten. [gedaagde] is van mening dat hij kan doorwerken totdat hij in de strafzaak zal worden vrijgesproken.

9. Voor wat betreft de fles in zijn locker stelt [gedaagde] dat het een flesje wijn betrof, dat hij flessen verzamelt en dat hij de vorm van de fles mooi vond. Daarom heeft hij de fles uit de afvalcontainer gehaald. [gedaagde] was niet van plan de fles op te drinken - hij drinkt geen alcohol - en dus overtreedt hij niet de CAO en zeker niet zodanig dat een arbeids-overeenkomst van 34 jaar ontbonden moet worden (met of) zonder vergoeding.

10. Ter zitting heeft [gedaagde] nog aangevoerd, dat hij met de medeverdachten alleen heeft gesproken over een reparatie van zijn auto, dat de foto’s van vliegtuigen bij hem thuis voor een werkstuk van zijn zoon waren en dat hij een groot geldbedrag thuis contant heeft, omdat hij sinds de val van de DBS-bank geen vertrouwen meer in banken heeft.

Beoordeling

11. Allereerst dient het verzoek van KLM tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden te worden beoordeeld. Met KLM is de kantonrechter van oordeel dat de strafrechtelijke verdenkingen jegens [gedaagde] zeer ernstig zijn. Echter, ook in het arbeidsrecht geldt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Dat [gedaagde] betrokken is (geweest) bij de handel in verdovende middelen of lid is (geweest) van een criminele organisatie, is niet komen vast te staan. Daarvoor is nader onderzoek van de feiten nodig. Onderhavige procedure leent zich daar naar haar karakter niet voor. En het enkele feit dat [gedaagde] wordt verdacht van strafbare feiten en heeft geweigerd het strafdossier aan KLM ter hand te stellen, is onvoldoende om de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden te ontbinden.

11. Daarnaast wordt ook het verwijt dat KLM [gedaagde] kan maken omtrent de fles drank in zijn locker door de kantonrechter ook als ernstig beoordeeld, maar dat kwalificeert evenmin als een dringende reden. Ook daarvoor is nader onderzoek nodig, onder meer naar het verweer van [gedaagde] dat de fles niet (meer) voor consumptie geschikt was, als afval was afgedankt en hij flessen als hobby verzamelt. Dat afgezet tegen een verder probleemloos dienstverband van 34 jaar, brengen de kantonrechter tot haar oordeel dat het verzoek, voor zover gebaseerd op die dringende reden, zal worden afgewezen.

11. De kantonrechter vindt echter wel een gewichtige reden, in de zin van een verandering van omstandigheden, in het feit dat [gedaagde] KLM onvoldoende heeft geïnformeerd over de jegens hem gerezen verdenkingen en de daaraan ten grondslag gelegde bevin-dingen. [gedaagde] heeft zich niet als een goed werknemer gedragen en op grond daarvan zijn de verhoudingen tussen partijen zodanig beschadigd dat een vruchtbare samen-werking in de toekomst niet meer tot de mogelijkheden behoort.

11. Daartoe wordt het volgende overwogen. Bij een ernstige verdenking van een strafbaar feit, dat rechtstreeks met de uitvoering van de werkzaamheden te maken heeft, kan van een werknemer worden verwacht dat hij tegenover zijn werkgever de grootst mogelijke openheid betracht over al hetgeen betrekking heeft op die verdenking. De werkgever moet immers een inschatting kunnen maken of het verantwoord is dat de werknemer, na schorsing van diens hechtenis, zijn werkzaamheden weer kan hervatten. Dit geldt temeer in de onderhavige situatie waarin de werknemer in een beveiligde omgeving werkt en KLM een groot belang heeft bij de handhaving van haar integriteit binnen de vliegbranche.

11. Geeft een werknemer geen werkelijke openheid van zaken, dan ontstaat de kans, die zich in dit geval ook heeft verwezenlijkt, dat de werkgever op andere wijze aan de informatie komt en haar eigen conclusies verbindt aan het zwijgen van de werknemer.

11. Daarbij komt dat de verklaringen van [gedaagde] ter zitting over de constateringen in het rapport van de KMar, naar het oordeel van de kantonrechter, onaannemelijk zijn en in een zodanig laat stadium zijn gegeven, dat ze niet meer konden worden gecontroleerd. Het is met andere woorden “too little, too late”. Dit alles nog los van de fles (sterke) drank in de locker, waarvan [gedaagde] ook een verwijt kan worden gemaakt.

11. De arbeidsovereenkomst wordt aldus ontbonden. Daarbij komt op gronden van billijk-heid aan [gedaagde] geen vergoeding toe. De reden van ontbinding van de arbeidsovereen-komst is immers ook indien [gedaagde] wordt vrijgesproken, in zijn risicosfeer gelegen. Wel acht de kantonrechter in het zeer lange dienstverband van [gedaagde] reden om de ontbinding uit te spreken met in acht neming van een iets langere dan de gebruikelijke termijn.

11. Nu op verzoek van KLM de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en geen vergoeding wordt toegekend, behoeft geen termijn te worden bepaald waarin KLM het verzoek kan intrekken.

11. Er zijn termen om de kosten tussen partijen te compenseren.


BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2015;

wijst het meer of anders verzochte af;

compenseert de proceskosten in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter