Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:8703

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-12-2014
Datum publicatie
06-01-2015
Zaaknummer
C-13-478765 - HA ZA 11-43
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De schade als gevolg van MPA-besmetting in varkensvoer niet gedekt onder polissen van de varkenshouderijen in de groep. Ook geen mondelinge dekking overeengekomen. Verzekeraar kan niet geacht worden onder de hoedanigheid van varkenshouder tevens de levering en het vervoer van veevoer te hebben gedekt, mede gelet op de bijzondere risico's die daarmee samenhangen. Geen zorgplichtschending door handelen van de inspecteur van de verzekeringsmaatschappij. Verzekerde werd bijgestaan door professionele verzekeringstussenpersoon. De vennootschap die voer verkocht en leverde was niet verzekerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/478765 / HA ZA 11-43

oorspronkelijk zaaknummer / rolnummer: 304760/ HA ZA 04-3846

Vonnis van 31 december 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 1],

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2],

gevestigd te [plaats],

3. de besloten vennootschap

[eiser sub 3],

gevestigd te [plaats],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 4],

gevestigd te [plaats],

5. [eiser sub 5],

wonende te [woonplaats],

6. [eiser sub 6],

wonende te [woonplaats],

7. [eiser sub 7],

wonende te [woonplaats],

8. [eiser sub 8],

wonende te [woonplaats],

9. [eiser sub 9],

wonende te [woonplaats],

10. [eiser sub 10],

wonende te [woonplaats],

11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 11],

gevestigd te [plaats],

eisers,

advocaat eerst mr. P.P.C. den Bleker (procureur), thans mr. W.M. Bijloo te Middelharnis,

tegen

de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat eerst A. Vrisekoop (procureur) dan mr. B.J.H. Crans, thans mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Eisers 1 tot en met 5 en 11 zullen hierna gezamenlijk ook [eisers 1t/m5 en 11] genoemd worden, afzonderlijk zullen zij respectievelijk [eiser sub 1], [eiser sub 2], [eiser sub 3], [eiser sub 4], [eiser sub 5] en [eiser sub 11] genoemd worden.

Gedaagde zal Delta Lloyd genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 juni 2011;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 5 april 2013;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek, tevens antwoordakte wijziging eis, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van 26 augustus 2014 en de daarin vermelde gedingstukken, waarin tevens is vermeld dat de zaken van eisers 6 tot en met 10 tegen Delta Lloyd per die datum op verzoek van partijen zijn doorgehaald;

  • -

    de brief van mr. Bijloo van 9 september 2014 met een opmerking over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers 1t/m5 en 11], met uitzondering van [eiser sub 3], zijn exploitanten van varkenshouderijen.

2.2.

[eiser sub 3] exploiteert een veevoederhandel. Zij koopt veevoergrondstoffen in, bewerkt die, en levert de producten aan de bedrijven binnen de [groep] en aan anderen.

2.3.

[eiser sub 5] is directeur enig aandeelhouder van [eiser sub 4] en van [eiser sub 1]. [eiser sub 1] is enig aandeelhoudster van [eiser sub 2] en [eiser sub 3].

2.4.

Bij Delta Lloyd zijn de volgende verzekeringen afgesloten:

 Polisnummer [polisnummer 1]: Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering met als verzekeringnemer [eiser sub 4] in de hoedanigheid van vleesvarkenshouder/akkerbouwer. Van toepassing zijn clausules L600, L640 en L187.

 Polisnummer [polisnummer 2]: Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering met als verzekeringnemer[eiser sub 5] Deelnemingen in de hoedanigheid van vleesvarkenshouder. Van toepassing zijn clausules L600, L640 en L187.
Deze polis is oorspronkelijk afgesloten op 9 mei 1995 onder polisnummer [polisnummer 6] op naam van[eiser sub 5] in diens hoedanigheid van varkenshouder. Deze polis is geëindigd op 1 juli 1998 met vervanging door de polis met nummer [polisnummer 2].

 Polisnummer [polisnummer 3]: Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering met als verzekerden [eiser sub 1] en/of [eiser sub 2] in de hoedanigheid van vleesvarkenshouder/akkerbouwer. Deze polis is op 4 juli 2002 aangepast.

Polisnummer [polisnummer 4]: Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering met als verzekerde[eiser sub 5] in de hoedanigheid van vleesvarkenshouder/akkerbouwer/mestdistributeur en uitrijden van mest/transport van eigen varkens en van derden/ transport van eigen veevoer (vloeibaar). Tevens is als hoedanigheid vermeld: particulier. Van toepassing zijn clausules L600 en L640. Deze polis is oorspronkelijk afgesloten in 1987 als [polisnummer 5] met [eiser sub 2] als verzekeringnemer. De polis is geëindigd op 1 juli 1998 omdat er een nieuwe verzekering was afgesloten onder polisnummer [polisnummer 4].
In december 2000 is de tenaamstelling gewijzigd in[eiser sub 5]. Op 4 juli 2002 is de polis opnieuw aangepast.

2.5.

Clausule L600 ‘ Onderlinge aansprakelijkheid’ luidt als volgt:

“Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade aan (zaken van) bedrijven al of niet op deze polis genoemd, al of niet in Nederland gelegen, waarvan een of meer verzekeringnemer(s) en/of echtgeno(o)te(n) danwel degene(n) met wie in maatschapsverband wordt samengewerkt en/of echtgeno(o)te(n) eigenaar of mede-eigenaar is”.

Deze clausule is per 4 juli 2002 op alle polissen van toepassing verklaard.

2.6.

Als tussenpersoon trad voor [eisers 1t/m5 en 11] op Best Intermediair Groep BV te Best (hierna Best Intermediair).

2.7.

In mei/juni 2002 is sprake geweest van besmetting van veevoer met het middel Medroxyprogesteronacetaat (MPA) bij de [firma], met schade als gevolg. De oorsprong van deze besmetting is gelegen in een aantal ladingen suikerstroop, ingekocht door één van de bedrijven binnen de [groep] bij de Belgische onderneming Bioland.

De suikerstroop was oorspronkelijk als afvalstof vrijgekomen bij de productie van medicijnen door de besloten vennootschap A.H.P. Manufacturing BV mede handelend onder de naam Wyeth Medica Ireland (Wyeth), die het afval heeft doen afvoeren door de rechtspersoon naar Iers recht Cara Environmental Technology Limited (Cara).

2.8.

Inspecteur [inspecteur] van Delta Lloyd bezocht op 20 juni 2002 [eiser sub 5] en schreef op diezelfde dag een interne memo met de volgende inhoud:

“Bij het jaarlijks doornemen van het pakket van de 14 bedrijven van de heer [eiser sub 5] te [plaats] stuitten we op het volgende probleem:

Op de [adres] is gevestigd [eiser sub 4] varkensbedrijf en [eiser sub 3]

[eiser sub 4] heeft vleesvarkens en koopt bijprodukten in en verwerkt deze tot eindprodukt voor 50%; de overige 50% van de bijprodukten worden onbewerkt doorgeleverd. (…) [eiser sub 4] koopt de bijprodukten dus in en slaat deze op c.q. verwerkt deze tot volwaardig varkensvoer indien dit noodzakelijk is.

[eiser sub 3] verhandelt dit voer, dus alleen handelsactiviteiten.

Het voer wordt voor 70% geleverd aan de eigen varkensbedrijven van [eiser sub 5] [handmatig ingevoegd, Rb] door [eiser sub 3]; daarnaast 30% aan bedrijven van derden.

De tenaamstelling van de lopende polis [polisnummer 7] is thans [eiser sub 4] en dient dus te worden gewijzigd in [eiser sub 4] en/of [eiser sub 3]

In feite dekken we dus al een aantal jaren de produktaansprakelijkheid van [eiser sub 4] in de hoedanigheid zoals boven vermeld.

Verzekerde wil dit graag bevestigd hebben, dus gelieve schriftelijk te verklaren danwel op de polis aan te tekenen dat er dekking is voor de geleverde produkten van beide bv’s; eventueel kan ook overwogen worden om per gebeurtenis een eigen risico te hanteren van € 2500,- en maximaal te vergoeden per gebeurtenis € 2.500.000,-.

Een noodzakelijke premieaanpassing is geen probleem.

Overigens zijn er nooit schades geweest in de vorm van produktaansprakelijkheid maar verzekerde wil dit thans duidelijk van ons uitgesproken hebben wat we nu eigenlijk dekken en hoever we hierin willen gaan.

Ik heb beloofd dat we hier voor volgende week vrijdag ons standpunt schriftelijk zullen kenbaar maken richting tp, (…).”

2.9.

Bij brief van 25 juni 2002 aan de tussenpersoon berichtte Delta Lloyd als volgt:

“(…)

Met betrekking tot de aansprakelijkheidsverzekering met polisnummer [polisnummer 1], moeten wij u melden dat thans verzekerd is [eiser sub 4] in de hoedanigheid van vleesvarkenshouder en akkerbouwer.

Dat betekent het inkopen en verwerken van bijproducten, anders dan voor het eigen bedrijf, niet is meeverzekerd. Wij kunnen dit risico ook niet op onze aansprakelijkheidsverzekering meeverzekeren.

Omdat wij ook de activiteiten van [eiser sub 3] niet kunnen meeverzekeren zullen wij de tenaamstelling op de polis ongewijzigd laten.

Wel zullen wij een clausule opnemen waarop de onderlinge aansprakelijkheid tussen de BV’s waarvan verzekeringnemer (mede-) eigenaar is, is uitgesloten.”

2.10.

Vervolgens is gebleken dat ook andere varkenshouders, waaronder pachters van bedrijven in de [groep], schade hebben gelegen door MPA-besmetting.

2.11.

In het dossier bevindt zich een groot aantal brieven, alle gedateerd 13 april 2007, ondertekend namens diverse schadelijdende varkensboeren en gericht aan de diverse vennootschappen binnen de [groep]. De inhoud van deze brieven is gelijkluidend en houdt voor zover van belang het volgende in:

“Hierbij laat ik weten dat ik alle aanspraken wens te handhaven t.a.v. uw bedrijf t.a.v. alle schade materiele en inmateriele, die ik heb geleden door levering van voerderstoffen die besmet waren met MPA.

(…)

De bedoeling van dit schrijven is evt. verjaring van mijn vorderingen te stuiten/te schorsen. (…)”

2.12.

Op 25 januari 2008 heeft DLV Intensief Advies BV een Rapport Schadeberekening uitgebracht met betrekking tot de schade als gevolg van de MPA-besmetting.

2.13.

[firma] heeft [eisers 1t/m5 en 11] aansprakelijk gesteld voor haar schade en gedagvaard voor de rechtbank in ’s-Hertogenbosch. In die procedure is Delta Lloyd in vrijwaring opgeroepen.

2.14.

De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft op 26 augustus 2009 tussenvonnis gewezen en op 25 januari 2012 eindvonnis gewezen, in de hoofdzaak en in de vrijwaring. Daarbij is [eiser sub 3] veroordeeld tot schadevergoeding en zijn de vorderingen tegen [eiser sub 1], [eiser sub 2], [eiser sub 4] en [eiser sub 5] afgewezen. De vordering in vrijwaring is eveneens afgewezen.

In het tussenvonnis van 26 augustus 2009 heeft de rechtbank in vrijwaring reeds het volgende overwogen:

“(...) dat, indien [eiser sub 3] in de hoofdzaak aansprakelijk zal worden geacht jegens [firma], die aansprakelijkheid niet door Delta Lloyd is gedekt ingevolge de aansprakelijkheidsverzekering met polisnummer [polisnummer 1]. De vordering in de vrijwaringszaak is daarom niet toewijsbaar.”

2.15.

In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 25 juni 2013 tussenarrest gewezen. In dat arrest is [firma] toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat [eiser sub 3] het besmette voer heeft geleverd.

2.16.

[eisers 1t/m5 en 11] heeft in de procedure in ’s-Hertogenbosch Wyeth en Cara in vrijwaring opgeroepen, alsmede een zelfstandige procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Haarlem, maar beide procedures zijn aangehouden op grond van de EEX-Verordening nu een bedrijf uit Bergen op Zoom deze bedrijven reeds voor de High Court in Dublin had gedagvaard.

3 Het geschil

3.1.

Gelet op de doorhaling van de zaken van eisers 6 tot en met 10 tegen Delta Lloyd zal de rechtbank in dit vonnis alleen nog beslissen op de vorderingen van [eisers 1t/m5 en 11]

3.2.

[eisers 1t/m5 en 11] vordert na wijziging van eis samengevat - veroordeling van Delta Lloyd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

  1. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eiser sub 2] € 2.268.901,00, aan [eiser sub 4] € 1.205.534,94, aan[eiser sub 5] BV € 551.071,85 en aan [eiser sub 3] € 2.188.826,00, althans subdidiair aan [eisers 1t/m5 en 11] te betalen € 6.214.333,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2003;

  2. om voor de kosten van juridische bijstand in de procedures tegen [firma] en [naam] en tegen Wyeth en Cara, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eiser sub 1] € 505.767,41, aan [eiser sub 3] € 127.209,86 en aan [eiser sub 2] € 75.492,82 althans subsidiair aan [eisers 1t/m5 en 11] € 253.470,09, primair en subsidiair te vermeerderen met de nog te maken kosten, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de betreffende nota’s zijn betaald,

  3. met veroordeling van Delta Lloyd in de proceskosten.

3.3.

De vorderingen van [firma] zijn na eisvermindering niet langer onderwerp van deze procedure.

3.4.

[eisers 1t/m5 en 11] heeft primair aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat die gedekt zijn onder de hierboven genoemde verzekeringsovereenkomsten. Dat geldt volgens haar zowel voor de vorderingen van derden, als de aansprakelijkheidsstellingen onderling. Volgens [eisers 1t/m5 en 11] is sprake van een parapluverzekering waaronder de hele [groep] verzekerd is. Subsidiair stelt [eisers 1t/m5 en 11] dat de dekking ruimer is overeengekomen dan uit de polissen blijkt. Zij stelt daartoe dat inspecteur [inspecteur] bij herhaling heeft gegarandeerd dat zij goed verzekerd waren. Primair levert dat een mondelinge verzekering op, subsidiair is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de vorm van een schending van de zorgplicht door Delta Lloyd, meer subsidiair zijn de vorderingen gebaseerd op redelijkheid en billijkheid.

3.5.

Delta Lloyd voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisers 1t/m5 en 11] heeft gesteld dat sprake is van een zogenaamde parapluconstructie, die tot gevolg heeft dat de diverse vennootschappen binnen de [groep] alle zijn verzekerd onder de verschillende polissen. Dit wordt door Delta Lloyd gemotiveerd betwist. Daartoe verwijst Delta Lloyd naar de verschillende tenaamstellingen van de polissen en de daarbij vermelde hoedanigheden. Ook wijst Delta Lloyd op clausule L600 die zich niet verhoudt met een dergelijke constructie. De rechtbank stelt vast dat de stelling van [eisers 1t/m5 en 11] in elk geval niet strookt met de tekst van de polissen en dat zij heeft nagelaten feiten en omstandigheden naar voren te brengen die tot de door haar gestelde conclusie kunnen leiden. De rechtbank volgt [eisers 1t/m5 en 11] dan ook niet en zal de verschillende polissen bezien in het licht van de vorderingen van ieder van de eisende partijen. De rechtbank zal hieronder de verschillende vorderingen bespreken per eisende partij.

[eiser sub 1]

4.2.

De aansprakelijkheid van [eiser sub 1] is verzekerd onder de polis met polisnummer [polisnummer 3] in haar hoedanigheid van vleesvarkenshouder/akkerbouwer. Tussen partijen staat vast dat [eiser sub 1] geen schade heeft geleden als gevolg van de MPA-besmetting. In zoverre komt haar geen vorderingsrecht toe op grond van de aansprakelijkheidsverzekering. Voor zover de vordering gebaseerd zou zijn op bestuurdersaansprakelijkheid, namelijk in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser sub 3], is die aansprakelijkheid niet gedekt onder deze polis. De vorderingen van [eiser sub 1] liggen om die reden voor afwijzing gereed.

[eiser sub 5] (in persoon)

4.3.

De rechtbank stelt vast dat tot op heden onduidelijk is gebleven voor welke vorderingen van welke benadeelden op [eiser sub 5] thans dekking wordt gevraagd. Voor zover de rechtbank kan nagaan wordt [eiser sub 5] slechts aangesproken, direct of indirect, als bestuurder van de verschillende vennootschappen binnen de [groep]. Vast staat dat deze aansprakelijkheid onder geen van de polissen wordt gedekt, zodat reeds om die reden de vorderingen van [eiser sub 5] zullen worden afgewezen.

[eiser sub 11] / [eiser sub 5] / [eiser sub 5]

4.4.

Eiseres onder 11 werd in de dagvaarding [eiser sub 11] genoemd. Deze vennootschap bestaat echter niet. Bij eiswijziging heeft [eisers 1t/m5 en 11] gevraagd de naam van deze eiseres te wijzigen in[eiser sub 5][eiser sub 5]. Ter zitting is ter sprake gekomen dat ook geen vennootschap met die naam bestaat, waarop [eisers 1t/m5 en 11] heeft toegelicht dat gedoeld werd op de vennootschap met de naam [eiser sub 5].

De onduidelijkheid over de identiteit van eiseres onder 11 en de vraag of die vennootschap verzekerd is onder een van de polissen kan in het midden blijven, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen.

Bij conclusie van repliek heeft [eisers 1t/m5 en 11] ten aanzien van[eiser sub 5] BV niet meer gesteld dan dat deze vennootschap aansprakelijk is gesteld voor de schade die is geleden door [naam 2] en [naam 3]. Vervolgens heeft zij enkele pagina’s uit het rapport van DLV geciteerd en verwezen naar een overzichtje met eisers en aangesproken partijen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers 1t/m5 en 11] haar stellingen hiermee niet op overzichtelijke wijze uiteengezet. Immers, het is nog immer onduidelijk welke vorderingen er jegens eiseres sub 11 bestaan en op welke grondslag die zijn gebaseerd. Reeds daarop stranden de vorderingen van eiseres sub 11. Voor zover uit de producties moet worden afgeleid dat het hier gaat om productaansprakelijkheid in verband met voer dat door eiseres sub 11 zou zijn geleverd, betreft het hier een aansprakelijkheid die niet is gedekt onder één van de hierboven genoemde polissen. De rechtbank komt hierop nog uitgebreider terug bij de bespreking van de vorderingen van [eiser sub 4] en [eiser sub 2].

[eiser sub 4] (onderlinge aansprakelijkheid)

4.5.

[eiser sub 4] is voor aansprakelijkheid verzekerd onder de polis met polisnummer [polisnummer 1] in haar hoedanigheid van varkensbouwer/akkerbouwer. Op deze polis is van toepassing de clausule die dekking uitsluit voor - kort gezegd - onderlinge aansprakelijkheid (clausule L600). Voor zover derhalve andere vennootschappen binnen de [groep] [eiser sub 4] aansprakelijk hebben gesteld voor hun schade, biedt deze polis daarvoor geen dekking. De vorderingen van [eiser sub 4] voor zover die hierop zijn gebaseerd, zullen dan ook afgewezen worden.

[eiser sub 2] (onderlinge aansprakelijkheid)

4.6.

[eiser sub 2] is voor aansprakelijkheid verzekerd onder de polis met polisnummer [polisnummer 3] in haar hoedanigheid van vleesvarkenshouder/akkerbouwer. Delta Lloyd voert aan dat ook op deze polis clausule L600 van toepassing is. Immers, [eiser sub 2] heeft niet, nadat de polisvoorwaarden in die zin waren gewijzigd, de aanpassing binnen 30 dagen geweigerd. Daarmee is clausule L600 volgens Delta Lloyd van toepassing geworden op alle claims die na die datum zijn ingediend bij Delta Lloyd. [eiser sub 2] voert daartegen aan dat Delta Lloyd op deze manier met terugwerkende kracht de polis heeft gewijzigd. Dat wordt door Delta Lloyd betwist. Zij stelt dat haar immers geen vorderingen bekend zijn van vóór de wijzigingsdatum van 4 juli 2002 en dat ook [eiser sub 2] heeft gesteld dat de eerste aansprakelijkheidsstelling van na die datum is. Delta Lloyd betwist voorts dat sprake is van onderlinge aansprakelijkheid van eisers, subsidiair beroept zij zich ten aanzien van eventuele onderlinge vorderingen op verjaring.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of de clausule met betrekking tot de onderlinge aansprakelijkheid (clausule L600) van toepassing is op de hier aan de orde zijnde claims, aangezien de vorderingen reeds op andere gronden stranden.

Immers, naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers 1t/m5 en 11] onvoldoende onderbouwd dat de verschillende eisers elkaar tijdig, dat wil zeggen vóór het verstrijken van de verjaringstermijn, aansprakelijk hebben gesteld. In de dagvaarding is daarvan geen melding gemaakt, noch zijn er schriftelijke aansprakelijkheidsstellingen in het geding gebracht. Ter zitting van 5 april 2013 is door [eiser sub 5] verklaard dat hij niet wist óf en wanneer de groepsvennootschappen elkaar onderling aansprakelijk hadden gesteld. Dat moest hij nakijken. Bij repliek wordt vervolgens gesteld dat die aansprakelijkheidsstellingen mondeling zijn geschied in 2002. [eisers 1t/m5 en 11] brengt voorts een overeenkomst in het geding, gedateerd 29 juni 2013, tussen [eiser sub 3], [eiser sub 4] en [eiser sub 2] waarin een mondelinge erkenning van aansprakelijkheid van laatste genoemde twee in 2002 schriftelijk wordt vastgelegd. Voorts brengt zij een overeenkomst in het geding van 28 mei 2013 tussen [eiser sub 5] en [eiser sub 2], een overeenkomst van 28 mei 2013 tussen [eiser sub 4] en [eiser sub 2], en een overeenkomst van 29 juni 2013 tussen enerzijds [eiser sub 11] en anderzijds [eiser sub 4] en [eiser sub 2]; alle met vergelijkbare inhoud.

Naar het oordeel van de rechtbank is met deze overeenkomsten onvoldoende onderbouwd dat in 2002 daadwerkelijk enige (mondelinge) aansprakelijkheidsstelling tussen de vennootschappen heeft plaatsgevonden. Daar is immers geen enkele aanwijzing voor aangevoerd, anders dan de hervonden herinnering van [eiser sub 5], die vervolgens medio 2013 genoemde overeenkomsten namens alle genoemde vennootschappen heeft ondertekend. Waar, wanneer en in wiens bijzijn die mondelinge aansprakelijkstellingen zouden hebben plaatsgevonden, wordt niet vermeld.

4.8.

Zouden deze mondelinge aansprakelijkheidsstellingen bovendien al hebben plaatsgevonden, dan is niet gebleken van stuiting van de verjaring van die vorderingen, zodat die vorderingen alsnog zouden zijn verjaard. Enige uitzondering daarop zou mogelijk de aansprakelijkheidsstelling van [eiser sub 2] door [eiser sub 5] kunnen zijn en die van [eiser sub 4] en [eiser sub 2] door [eiser sub 11]. Immers, in het dossier bevinden zich twee stuitingsbrieven van[eiser sub 11] Varkens aan [eiser sub 2] en [eiser sub 4]. Onduidelijk is of hiermee [eiser sub 5] in persoon wordt bedoeld of wellicht eiseres sub 11. In beide gevallen geldt echter, zoals hierboven vermeld, dat uit de conclusies niet is gebleken van enige (verzekerde) vordering tegen deze (rechts)personen.

[eiser sub 3]

4.9.

[eisers 1t/m5 en 11] stelt dat [eiser sub 3] tegen aansprakelijkheid is verzekerd onder de polis met polisnummer [polisnummer 1]. Dat wordt door Delta Lloyd betwist. Delta Lloyd heeft bovendien betoogd dat de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in deze procedure niet zonder betekenis kan blijven, nu het materieel om hetzelfde geschil gaat en (nagenoeg) om dezelfde partijen. Dit nu, wordt door [eisers 1t/m5 en 11] weersproken.

4.10.

De rechtbank stelt voorop dat zij formeel niet is gebonden aan de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch (thans rechtbank Oost-Brabant). Het gaat immers in de onderhavige zaak om (gedeeltelijk) andere partijen en andere benadeelden. De rechtbank zou derhalve zelf een oordeel moeten vellen over de vraag of [eiser sub 3] verzekerd is onder de polis met nummer [polisnummer 1], ware het niet dat de vordering reeds strandt op grond van hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking de vorderingen van derden op [eiser sub 4] en [eiser sub 2]. Wat daar wordt overwogen met betrekking tot de verzekerde activiteiten zou ook voor [eiser sub 3] gelden indien zij als verzekerde zou zijn aan te merken onder voormelde polis. De vorderingen van [eiser sub 3] liggen dan ook voor afwijzing gereed.

Vorderingen van derden op [eiser sub 4]/[eiser sub 2]

4.11.

[eiser sub 4] en [eiser sub 2] zijn, als gezegd, beide verzekerd voor aansprakelijkheid onder de respectievelijke polissen [polisnummer 1] en [polisnummer 3], in beide gevallen in hun hoedanigheid van varkenshouder/akkerbouwer. Voorts doet [eiser sub 2] nog een beroep op polis [polisnummer 4], aangezien zij meent dat deze polis beschouwd moet worden als een polis van [eiser sub 2]. Deze laatste polis staat op naam van[eiser sub 5], in diens hoedanigheid van particulier en vleesvarkenshouder/mestdistributeur en uitrijden van mest/transport van eigen varkens/transport van eigen veevoer (vloeibaar).

4.12.

Ten aanzien van [eiser sub 2] heeft [eisers 1t/m5 en 11] gesteld dat zij aansprakelijk wordt gehouden voor schade omdat zij de koper is geweest van het besmette suikerwater en dit heeft doorgeleverd aan[eiser sub 5]en [eiser sub 4], die het op hun beurt weer hebben doorgeleverd aan derden. Voorts heeft [eiser sub 3] voer getransporteerd in vrachtwagens van [eiser sub 2], die besmet waren door het suikerwater. [eiser sub 4] heeft tijdelijk suikerwater bij [eiser sub 3] overgepompt en teruggepompt. Ook daardoor heeft mogelijk besmetting plaatsgevonden bij circa 19 bedrijven. Het voer is via het leidingsysteem van [eiser sub 2] en [eiser sub 4] aan de varkens van de gedupeerden gevoerd. Deze gedupeerden pachtten de stallen van [eisers 1t/m5 en 11], aldus [eisers 1t/m5 en 11]

4.13.

Delta Lloyd heeft aangevoerd dat het doorleveren en vervoeren van voer niet behoort tot de normale werkzaamheden van een varkenshouder. De polissen bieden dan ook geen dekking voor de schade die hierdoor is ontstaan. Zij stelt dat Delta Lloyd deze activiteiten ook niet heeft willen verzekeren en verwijst daartoe onder meer naar de brief van 25 juni 2002. Het risico, samenhangend met die activiteiten, is ook van geheel andere orde, aldus Delta Lloyd. Delta Lloyd biedt algemene aansprakelijkheidsverzekeringen in de landbouw aan, maar specifieke productaansprakelijkheden in de landbouw verzekert zij niet.

4.14.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers 1t/m5 en 11] in het licht van de betwisting door Delta Lloyd haar stelling dat onder de normale werkzaamheden van een varkenshouder mede de activiteiten van transport en levering aan derden van varkensvoer behoren, onvoldoende onderbouwd. [eisers 1t/m5 en 11] heeft volstaan met het in het geding brengen van een scriptie, waarin zou zijn beschreven wat een brijvoerderbedrijf is, en het overleggen van producties die erop zouden wijzen dat de meerderheid van varkensboeren meer brijvoer inkoopt dan zij zelf kan gebruiken en dit overschot verkoopt.

De rechtbank overweegt allereerst dat overlegging door [eisers 1t/m5 en 11] van een scriptie, zonder dat expliciet wordt verwezen naar specifieke passages of conclusies, niet kan gelden als een adequate onderbouwing van haar stellingen. Het enkele feit vervolgens dat meer varkensboeren hun voederoverschot zouden verkopen, leidt op zichzelf nog niet tot de conclusie dat dit als een normale werkzaamheid van varkensboeren moet worden aangemerkt die - zonder specifieke vermelding op de polis - geacht kan worden te zijn verzekerd door Delta Lloyd. Daarbij speelt met name een rol het bijzondere risico dat aan die activiteiten verbonden is.

[eisers 1t/m5 en 11] heeft aldus onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat Delta Lloyd met deze polissen bedoeld heeft die werkzaamheden (mede) te verzekeren.

Dat leidt tot de conclusie dat de stelling van [eisers 1t/m5 en 11] dat deze activiteiten geacht moeten worden verzekerd te zijn onder de polissen [polisnummer 1] en [polisnummer 8], verworpen wordt.

4.15.

Wat de polis met nummer [polisnummer 4] betreft, overweegt de rechtbank als volgt. Tussen partijen staat vast dat oorspronkelijk in 1987 een verzekeringsovereenkomst is gesloten onder nummer [polisnummer 5] met [eiser sub 2] als verzekeringnemer. Deze verzekering is geëindigd per 1 juli 1998 toen de polis met nummer [polisnummer 4] werd afgesloten. In december 2000 is de tenaamstelling van deze polis op verzoek van [eisers 1t/m5 en 11] gewijzigd in[eiser sub 5], is de hoedanigheid aangepast (thans inclusief AVP) en zijn de risicoadressen gewijzigd. Dit verzoek is ingediend door de tussenpersoon van [eisers 1t/m5 en 11]

[eisers 1t/m5 en 11] heeft zich in deze procedure op het standpunt gesteld dat het transport van vloeibaar voer gedekt is onder deze polis, waarbij volgens haar met de tenaamgestelde kennelijk[eiser sub 5] wordt bedoeld. Er bestaat immers geen rechtspersoon met de naam[eiser sub 5]. In verband met de hierboven genoemde schade stelt [eisers 1t/m5 en 11] zich bovendien op het standpunt dat deze polis beschouwd moet worden als een polis van [eiser sub 2].

4.16.

Enkel de tegenstrijdigheid van deze stellingen leidt reeds tot de conclusie dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet zonder meer in te zien waarom met[eiser sub 5] ‘kennelijk’ een rechtspersoon bedoeld zou zijn, nu immers expliciet verzocht is om tevens particuliere aansprakelijkheid te verzekeren.
Zou echter al gedoeld zijn op één van de rechtspersonen van[eiser sub 5], dan ligt het geenszins voor de hand dat op [eiser sub 2] gedoeld is. Immers, in dat geval was een wijziging van tenaamstelling niet nodig geweest nu de polis vóór die wijziging reeds op naam van [eisers 1t/m5 en 11] stond. De omstandigheid dat het transportrisico dat op deze polis wordt verzekerd, zinledig zou zijn nu slechts [eiser sub 2] over vrachtwagens beschikt, maakt dit niet anders. Het expliciete verzoek van de tussenpersoon om de tenaamstelling te wijzigen in[eiser sub 5], mocht dit niet de bedoeling zijn geweest, moet voor risico van [eisers 1t/m5 en 11] blijven. Vorderingen van [eiser sub 2] vinden derhalve geen dekking onder deze polis.

4.17.

Voor zover de vorderingen van [eiser sub 2] en [eiser sub 4] zien op schade die is toegebracht aan de pachters van de [groep], geldt dat Delta Lloyd ter zitting heeft gewezen op de uitsluitingsclausule opgenomen in artikel 4 van de Algemene Voorwaarden ten aanzien van bewaarneming. De stelling van Delta Lloyd dat deze schade derhalve reeds om die reden niet gedekt is, is door [eisers 1t/m5 en 11] onweersproken gebleven, zodat ook de rechtbank daarvan uitgaat.

Mondelinge dekking overeengekomen

4.18.

Voor zover de dekking niet zou blijken uit de polissen heeft [eisers 1t/m5 en 11] gesteld dat mondeling een ruimere dekking zou zijn overeengekomen. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd.

De [groep] werd jaarlijks doorgelicht door de heer [inspecteur], agrarisch inspecteur van Delta Lloyd. [inspecteur] regelde het hele verzekeringspakket van de [groep]. Het was zijn taak om de bedrijfsrisico’s adequaat te dekken. Hij had voorts de opdracht en de bevoegdheid om eigenhandig wijzigingen aan te brengen in het verzekeringspakket. [eisers 1t/m5 en 11] nam zijn adviezen zonder voorbehoud over. [inspecteur] lichtte jaarlijks het verzekeringspakket van de [groep] door, hij wist van de activiteiten rond het doorleveren van brijvoer en hij was er tevens van overtuigd dat daarvoor dekking bestond. Dit laatste blijkt volgens [eisers 1t/m5 en 11] uit de interne memo van 20 juni 2002. Tussen [eisers 1t/m5 en 11] en [inspecteur] bestond nimmer discussie over de vraag of het risico samenhangend met het transport en de levering van varkensvoer verzekerd was onder de polissen, aldus [eisers 1t/m5 en 11] [eisers 1t/m5 en 11] stelt dat [inspecteur] heeft toegezegd dat [eisers 1t/m5 en 11] goed verzekerd was. Hij zou gezegd hebben: “Als hier iets gebeurt, dan is dat verzekerd.”. Aldus steeds [eisers 1t/m5 en 11] Volgens [eisers 1t/m5 en 11] moet Delta Lloyd instaan voor de wetenschap en de toezeggingen van haar agrarisch inspecteur. Zij wijst daartoe op een aantal uitspraken van de Hoge Raad.

4.19.

Delta Lloyd betwist dat sprake is van een mondelinge verzekeringsovereenkomst die tot stand zou zijn gekomen tussen [inspecteur] en [eisers 1t/m5 en 11] Zij betwist dat [inspecteur] dekkingstoezeggingen heeft gedaan. Dit blijkt ook niet uit de memo van 20 juni 2002. Daaruit volgt nu juist dat [eisers 1t/m5 en 11] duidelijkheid wenste van Delta Lloyd over de dekking voor productaansprakelijkheid en dat [inspecteur] had toegezegd dit aan Delta Lloyd voor te leggen. Delta Lloyd heeft daarop, evenals zij in 2001 al had gedaan, laten weten dat dit risico niet gedekt was. Delta Lloyd heeft derhalve nooit toegezegd dat dit risico verzekerd was.

Overigens was [inspecteur] als agrarisch inspecteur ook niet bevoegd om dekkingstoezeggingen te doen. Een dergelijke bevoegdheid zou er immers op neerkomen dat [inspecteur] namens Delta Lloyd verzekeringsovereenkomsten mocht sluiten. Dat is de taak noch de bevoegdheid van een inspecteur. Delta Lloyd heeft ook niets gedaan waarmee zij de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid gewekt zou kunnen hebben.

4.20.

De stelling van [eisers 1t/m5 en 11] dat de thans gevorderde schade gedekt zou zijn op grond van een mondeling gesloten verzekeringsovereenkomst, wordt door de rechtbank verworpen. Allereerst bieden de door [eisers 1t/m5 en 11] gestelde feiten onvoldoende aanknopingspunten voor de inhoud van die verzekering. De gestelde mededeling ‘als hier iets gebeurt, dan is dat verzekerd’ is onvoldoende bepaald om enige verplichting van Delta Lloyd op te kunnen baseren.

4.21.

Voor zover [eisers 1t/m5 en 11] betoogt dat op grond van die mondelinge overeenkomst in elk geval onder de bestaande polissen ook (de aansprakelijkheid voor) het vervoer en de levering aan derden van voerbestanddelen zou zijn verzekerd, overweegt de rechtbank het volgende. De mondelinge overeenkomst waarop [eisers 1t/m5 en 11] zich beroept zou tot stand zijn gekomen tussen [eiser sub 5] en [inspecteur]. Daartoe verwijst [eisers 1t/m5 en 11] in het bijzonder naar de memo van 20 juni 2002 en stelt dat er tussen [eisers 1t/m5 en 11] en [inspecteur] geen discussie was over de dekking. Naar het oordeel van de rechtbank leidt zulks niet tot de conclusie dat er tussen Delta Lloyd en [eisers 1t/m5 en 11] een mondelinge overeenkomst is gesloten op grond waarvan de thans gevorderde schade gedekt zou zijn. Ten eerste is de memo waarnaar wordt verwezen van een datum na het ontstaan van de schade. Voor zover daarin enige toezegging van dekking gelezen zou kunnen worden, kan dit niet als onderbouwing dienen voor de stelling dat [eisers 1t/m5 en 11] ten tijde van het ontstaan van de schade voor dit risico verzekerd was. Voor zover de verwijzing door [eisers 1t/m5 en 11] naar de memo slechts dient om aan te tonen dat [inspecteur] dacht dat de polissen dit risico reeds dekten, kan hierin geen toezegging worden gelezen die – na aanvaarding – leidt tot een verzekeringsovereenkomst.

Bovendien geldt dat een eventuele toezegging door [inspecteur], die – zoals door Delta Lloyd onbetwist is gesteld – als inspecteur niet bevoegd is namens Delta Lloyd verzekeringsovereenkomsten te sluiten, Delta Lloyd niet kan binden. Dat zou slechts anders zijn indien Delta Lloyd de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [inspecteur] zou hebben gewekt. [eisers 1t/m5 en 11] heeft dat echter niet, althans niet voldoende onderbouwd, gesteld. De memo waarnaar zij verwijst, in relatie tot het daarop verkregen antwoord van Delta Lloyd, wijst geenszins in die richting. In de memo vraagt [inspecteur] aan Delta Lloyd om uitsluitsel te geven over de omvang van de dekking. Voor zover [inspecteur] in die memo suggereert dat hij er zelf vanuit gaat dat het vervoer en de levering van voerbestanddelen gedekt zijn, blijkt uit de reactie van Delta Lloyd dat zij zich geenszins gebonden acht aan die zienswijze van [inspecteur]. Het is duidelijk dat Delta Lloyd de beslissingen neemt over de dekking en de omvang daarvan.

Voor zover [eisers 1t/m5 en 11] nog heeft bedoeld te stellen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [inspecteur] zou blijken uit het feit dat hij zelfstandig wijzigingen mocht aanbrengen in de verzekering, volgt de rechtbank haar evenmin. Het staat immers vast dat alle overeenkomsten zijn gesloten tussen [eisers 1t/m5 en 11] en Delta Lloyd door tussenkomst van de tussenpersoon van [eisers 1t/m5 en 11] Niet gesteld of gebleken is dat [inspecteur] zelfstandig kon beslissen over (de omvang van) de dekking. Het feit dat [inspecteur] wel eens wijzigingsformulieren heeft ingevuld en bij Delta Lloyd heeft ingeleverd, is daarvoor in elk geval niet toereikend.

Strijd met zorgplicht

4.22.

Voor zover de vorderingen niet toewijsbaar zouden zijn op grond van de verzekeringsovereenkomsten, heeft [eisers 1t/m5 en 11] - bij conclusie van repliek - subsidiair de bedragen als schadevergoeding gevorderd wegens toerekenbare tekortkoming. Zij stelt daartoe dat Delta Lloyd is tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens [eisers 1t/m5 en 11] Volgens [eisers 1t/m5 en 11] had [inspecteur] als taak om te waken voor de belangen van haar verzekeringnemer. Daartoe behoort dat hij zorg moest dragen voor een adequate dekking van de risico’s in de ondernemingen. Daartoe hoorde ook het verzekeren van productaansprakelijkheid. [inspecteur] heeft [eisers 1t/m5 en 11] nimmer gewezen op ongedekte risico’s. Integendeel, hij heeft steeds gegarandeerd dat [eisers 1t/m5 en 11] goed verzekerd was.

4.23.

[eisers 1t/m5 en 11] wijst hierbij op jurisprudentie waaruit blijkt dat op een assurantietussenpersoon de verplichting rust om tijdens jaarlijkse onderhoudsgesprekken zich ervan te vergewissen of het verzekeringspakket voldoende dekking biedt en de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens bij de verzekeringsnemer op te vragen en door te nemen. Hij moet bovendien wijzen op de risico’s van ontoereikende dekking. Als de tussenpersoon de bevoegdheid heeft wijzigingen aan te brengen en uit deze wijzigingen nadeel voortvloeit, is de tussenpersoon daarvoor aansprakelijk.

Al het voorgaande is van toepassing op [inspecteur], omdat deze de facto optrad als assurantietussenpersoon en verzekeringsadviseur door de taken van de tussenpersoon op zich te nemen, aldus [eisers 1t/m5 en 11].

4.24.

Delta Lloyd heeft zich allereerst ten aanzien van de gewijzigde grondslag gesteld dat deze vordering is verjaard, nu de vorderingen en de stuitingen nimmer hebben gezien op aansprakelijkheid maar altijd zijn gebaseerd op nakoming van een verzekeringsovereen-komst. Aansprakelijkheid voor tussen- of hulppersonen is nooit aan de orde geweest. Nu de vordering gebaseerd op aansprakelijkheid eerst bij repliek is ingesteld, te weten 17 juli 2013, is deze vordering verjaard, aldus Delta Lloyd.

[eisers 1t/m5 en 11] heeft dit verweer weersproken met de stelling dat het feitencomplex waarop de vordering is gebaseerd niet is gewijzigd en dat de oorspronkelijke vordering ook reeds was gebaseerd op een tekortkoming uit de overeenkomst.

4.25.

Voorts heeft Delta Lloyd betwist dat sprake zou zijn van schending van de zorgplicht. De jurisprudentie waarop [eisers 1t/m5 en 11] wijst, ziet op de rol van de verzekeringstussenpersoon. [inspecteur] was verzekeringsinspecteur en trad niet op als tussenpersoon. Anders dan [eisers 1t/m5 en 11] stelt is het de taak van de inspecteur om informatie te verzamelen en risico’s in te schatten ten behoeve van de verzekeraar. Niet ten behoeve van de verzekeringnemer of verzekerde. [inspecteur] trad ook niet feitelijk op als tussenpersoon.

Dat lag ook niet voor de hand, want [eisers 1t/m5 en 11] had immers al een tussenpersoon, te weten Best Intermediair. Zoals blijkt uit de overgelegde correspondentie en wijzigingsformulieren, correspondeerde Delta Lloyd met Best Intermediair naar aanleiding van vragen en verzoeken. Zij stuurde gewijzigde polisbladen ook naar Best Intermediair.

Delta Lloyd mocht er derhalve redelijkerwijs vanuit gaan dat [eisers 1t/m5 en 11] bekend was wat de verzekerde risico’s waren en wat niet was verzekerd. Aldus Delta Lloyd.

4.26.

Naar het oordeel van de rechtbank kan thans in het midden blijven of de vordering, voor zover gebaseerd op schending van de zorgplicht, is verjaard, nu deze vordering reeds om andere reden zal worden afgewezen.

Met Delta Lloyd is de rechtbank immers van oordeel dat de rechtspraak met betrekking tot de rol van de tussenpersoon niet van toepassing is op [inspecteur]. [eisers 1t/m5 en 11] was ervan op de hoogte dat [inspecteur] een inspecteur van Delta Lloyd was. Een verzekeringsinspecteur heeft als taak om ten behoeve van de verzekeringsmaatschappij regelmatig de risico’s in kaart te brengen. Het is niet primair de taak van een inspecteur om de belangen van de verzekeringsnemer te behartigen. Dat geldt temeer in een geval waarin de verzekeringnemer door een professionele verzekeringstussenpersoon wordt bijgestaan.

Voor de stelling dat [inspecteur] zich niettemin de facto als tussenpersoon is gaan gedragen bieden de gestelde feiten onvoldoende onderbouwing. In elk geval is daarvoor niet voldoende dat [inspecteur] jaarlijks langskwam op het bedrijf en de risico’s met [eiser sub 5] doornam. Dat behoort immers tot de taak van een inspecteur. De rechtbank verwijst tevens naar de eerdergenoemde correspondentie tussen Delta Lloyd en Best Intermediair, waaruit blijkt dat Best Intermediair daadwerkelijk de rol van tussenpersoon vervulde. Ook uit de in het geding gebrachte schriftelijke verklaring van [naam 4] (van Best Intermediair) blijkt dat [inspecteur] suggesties en voorstellen doorgaf aan hem als tussenpersoon, hetgeen een bevestiging vormt van het feit dat ook [inspecteur] [naam 4] beschouwde als de tussenpersoon. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het niet de taak van [inspecteur] was om erop toe te zien dat alle risico’s gedekt waren.

4.27.

Delta Lloyd mocht erop vertrouwen dat de tussenpersoon in staat was om de relevante polisbepalingen te lezen, met zijn cliënt te bespreken en bij eventuele onduidelijkheden navraag te doen. Door Delta Lloyd is onbetwist gesteld dat dit laatste ook daadwerkelijk gebeurde. Delta Lloyd mocht er dan ook op vertrouwen dat [eisers 1t/m5 en 11] wist welke risico’s gedekt waren en welke niet. Van strijd met de zorgplicht door Delta Lloyd jegens [eisers 1t/m5 en 11] is dan ook geen sprake.

4.28.

Voor zover in de stellingen van [eisers 1t/m5 en 11] gelezen moet worden dat het tot de taak van [inspecteur] danwel Delta Lloyd behoorde om te zorgen dat er een productaansprakelijkheidsverzekering werd afgesloten, volgt de rechtbank haar daarin niet. Delta Lloyd heeft te kennen gegeven dat zij niet bereid was een dergelijke aansprakelijkheid te verzekeren. Het lag vervolgens op de weg van de tussenpersoon - en uitdrukkelijk niet op de weg van Delta Lloyd of haar inspecteur - om [eisers 1t/m5 en 11] hierover te adviseren en desgewenst elders een dergelijke verzekering af te sluiten.

Strijd met de redelijkheid en billijkheid

4.29.

Tot slot heeft [eisers 1t/m5 en 11] gesteld dat het beroep van Delta Lloyd op het ontbreken van een polis dan wel op uitsluitingsbepalingen in die polissen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zij beroept zich daarbij op dezelfde feiten en omstandigheden die zij aan het beroep op schending van de zorgplicht ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank verwijst hier dan ook kortheidshalve naar hetgeen zij ten aanzien van die grondslag heeft overwogen. Deze overwegingen leiden ertoe dat dit beroep eveneens wordt afgewezen, nog daargelaten de vraag welke rechtsgevolgen verbonden zouden kunnen worden aan het welslagen van dat beroep.

Slotsom

4.30.

Al het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [eisers 1t/m5 en 11] zullen worden afgewezen.

4.31.

[eisers 1t/m5 en 11] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Delta Lloyd worden begroot op:

- griffierecht € 3.715,00 ( € 3.474 + € 241 (betaald in HA ZA 04-3846))

- salaris advocaat € 16.055,00 (5,0 punt × tarief € 3.211,00)

Totaal € 19.770,00

De nakosten en de gevorderde rente over de proceskosten zullen als onbetwist worden toegewezen als in de beslissing weergegeven.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers 1t/m5 en 11] in de proceskosten, aan de zijde van Delta Lloyd tot op heden begroot op € 19.770,00, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eisers 1t/m5 en 11] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers 1t/m5 en 11] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Aalders, mr. G.H. Marcus en mr. L.R. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2014