Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:8697

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-12-2014
Datum publicatie
22-12-2014
Zaaknummer
C-13-557517 - HA ZA 14-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De grote kleurverschillen in de tegelvloer leveren non-conformiteit op. De overeenkomst is terecht ontbonden. Door ontbinding ontstaan verbintenissen tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties. De koopprijs moet worden terugbetaald en de ondeugdelijk gelegde tegelvloer moet op kosten van de wederpartij worden verwijderd op grond van artikel 6:277 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/557517 / HA ZA 14-54

Vonnis van 3 december 2014

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.P.B. Blijdenstein,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERMAT MIJDRECHT B.V.,

gevestigd te Mijdrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERMAT TEGELTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Mijdrecht,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. W.J. [naam 5].

Partijen zullen hierna [eiseres] en Intermat c.s. (afzonder Intermat Mijdrecht en Intermat Tegeltechniek).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 31 december 2013, met producties

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties

  • -

    de akte niet dienen van antwoord in het incident aan zijde van [eiseres]

  • -

    het incidentele vonnis van 14 mei 2014, waarbij het Intermat c.s. is toegestaan [bedrijf] in vrijwaring op te roepen

  • -

    het tussenvonnis van 28 mei 2014, waarbij een comparitie is bepaald

  • -

    het proces-verbaal van de op 17 oktober 2014 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Intermat Tegeltechniek houdt zich bezig met de in- en verkoop van tegels en het (laten) aanbrengen van tegelwerken. Intermat Mijdrecht biedt online tegelvloeren aan. Intermat Tegeltechniek en Intermat Mijdrecht zijn gevestigd aan de Constructieweg 6 te Mijdrecht, zij hebben hetzelfde postadres, hetzelfde telefoon- en faxnummer, hetzelfde e-mailadres en dezelfde showroom.

2.2.

[eiseres] heeft op 20 december 2011 in de showroom van [bedrijf] (hierna: [bedrijf]), leverancier voor Intermat c.s., diverse proefvlakken bezichtigd voor een tegelvloer in haar appartement aan de [adres] (hierna: het appartement). Het door [eiseres] uitgekozen proefvlak betrof overwegend zwarte tegels met af en toe een zeer smalle, witte ader. [eiseres] heeft in het magazijn van [bedrijf] een aantal kratten met tegels ‘doorgebladerd’. De door [eiseres] in de showroom geaccordeerde partij tegels is vervolgens door [bedrijf] gereserveerd. Het gaat om “gezoete, Titanio gekalibreerde” tegels van natuursteen met een afmeting van 60 cm x 60 cm met bijpassende plint, met een totale oppervlakte van ongeveer 150 m2 (hierna: de tegels dan wel de tegelvloer).

2.3.

Tijdens het showroombezoek heeft Intermat c.s. een brochure aan [eiseres] overhandigd, waarin staat vermeld, voor zover hier relevant:

“(…) Algemene gegevens natuursteen (…)

Kleur en structuur.

Aangezien het natuurproducten zijn, moet er met nuancering in kleur en structuur rekening gehouden worden. (…)

Monsters.

De door (…) [bedrijf] (…) afgegeven monsters dienen slechts als type om in doorsnee de hoedanigheid van het te leveren materiaal vast te stellen. (…)”

2.4.

[eiseres] heeft een tegel meegenomen naar Intermat c.s. onder meer voor technische goedkeuring en advies met betrekking tot de kwaliteit en specificaties van de tegels. Bij dit bezoek waren van de zijde van Intermat c.s. aanwezig [naam] (hierna: [naam]), projectleider Intermat Mijdrecht, en twee collegae, die zich positief hebben uitgelaten over de keuze van de tegel.

2.5.

Intermat Mijdrecht heeft op 2 januari 2012 op briefpapier van Intermat Tegeltechniek aan [eiseres] een offerte uitgebracht voor het leveren en aanbrengen van de tegelvloer tegen een prijs van € 21.500,-- inclusief BTW. Op pagina 2 van de offerte staat vermeld, voor zover hier van belang:

“(…) Op transacties met consumenten zijn de Algemene consumentenvoorwaarden verkoop en levering bouw- en afbouwmaterialen en uitvoering van werkzaamheden van toepassing. (…) Wij verzoeken u bij akkoordbevinding de bijgevoegde kopie van deze offerte voor akkoord getekend aan ons te retourneren. (…)”

2.6.

[eiseres] heeft begin januari 2012 de offerte aanvaard. Op 16 februari 2012 zijn de door Intermat Tegeltechniek bestelde tegels door [bedrijf] geleverd. Eind maart 2012 heeft Intermat Mijdrecht de tegelvloer in het appartement van [eiseres] gelegd.

2.7.

Twee weken na het leggen van de tegelvloer heeft [eiseres] kleurverschillen in de tegels geconstateerd. Verder heeft zij geconstateerd dat de tegels bij de hoeken en later ook aan de voegkanten beschadigingen waren gaan vertonen en waren gaan afbrokkelen alsmede dat meerdere tegels boven de voegen zijn gaan uitsteken.

2.8.

[eiseres] heeft met betrekking tot de door haar geconstateerde gebreken contact opgenomen met [naam]. Op 2 mei 2012 hebben [naam] en [naam 2] (hierna: [naam 2]), vertegenwoordiger buitendienst van [bedrijf], het appartement bezocht.

2.9.

Bij e-mail van 14 mei 2012 heeft [naam 2] aan [naam] bericht, voor zover hier van belang:

“Zoals ter plaatse al aangegeven zitten deze nuances in natuursteen. De tegel is geleverd zoals men van deze steensoort mag verwachten en ligt er prachtig in

Dat mevr enkele tegels niet mooi vind daar kan ik in principe niks aan doen (…)”

2.10.

Bij e-mail van 29 juli 2012 heeft [eiseres] aan Intermat c.s. bericht, voor zover hier van belang:

“Ten aanzien van een door Intermat B.V. te Mijdrecht geleverde en gelegde natuurstenen vloer (…) heb ik buitengewoon ernstige klachten, waaraan tot op heden nog niets is gedaan. (…)”

2.11.

Op 20 augustus 2012 heeft er een inspectie in het appartement plaatsgevonden in aanwezigheid van ir. P.P.J. Lahaye, schadedeskundige van het informatie-adviescentrum tegelwerken IACT B.V. (hierna: de deskundige), [naam], [naam 2] en [naam 3] (commercieel directeur van [bedrijf]). In het kader van die inspectie is ook de showroom van [bedrijf] bezocht. Vervolgens heeft [naam 4] (hierna: [naam 4]) op 17 september 2012 aanvullende foto’s gemaakt. Op 26 september 2012 heeft er een tweede inspectie in het appartement plaatsgevonden.

2.12.

[eiseres] heeft € 21.050,-- voor de tegelvloer aan Intermat c.s. betaald. Intermat c.s. heeft op 27 september 2012 voor het nog niet betaalde deel van de koopprijs een factuur van € 450,-- aan [eiseres] verzonden, waarop staat vermeld:

“(…) U HOEFT DEZE FACTUUR PAS TE BETALEN OP HT MOMENT DAT HET HUIDIGE GESCHIL WELKE TUSSEN ONS IS, IS OPGELOST. (…)”

2.13.

Het deskundigenrapport van 6 december 2012 (als gefinaliseerd op 3 juni 2013) luidt als volgt, voor zover hier van belang:

“(…) Conclusies

4.1

Conformiteit

De tegelvloer zoals deze aanwezig is in het appartement van mevrouw [eiseres] voldoet zonder meer niet aan het beeld zoals dit middels de proefvlakken in de showroom is voorgespiegeld: De kleurnuanceringen van de tegels in het appartement van mevrouw [eiseres] zijn zowel per tegel als tussen tegels beoordeeld beduidend omvangrijker dan het beeld dat middels de monstervloeren in de showroom wordt gegeven.

De betreffende vloeroppervlakken in de showroom, en zeker het gezoete vlak, tonen door de beperkte kleurnuances zeer uniform van kleur en tekening, ondanks de aanwezigheid van wisselende patronen/tekening op/van de tegels. De tegelvloer in het appartement van mevrouw [eiseres] daarentegen toont zeer druk door de grote kleurnuances in het grijs, gecombineerd met de sterk wisselende tekening van de tegels. De verschillen in uitstraling tussen de showroomvloer en de vloer in het appartement zijn zodanig groot, dat deze vallen buiten elke redelijke te achten verschillen, welke kunnen optreden bij natuursteen. (…)

Zeer opvallend is ook het aanwezig zijn van de nodige tegels met een ‘aangetast’ tonend uiterlijk. Slechts 3 tegels in het monstervlak met gezoete tegels in de showroom tonen over kleine delen van het oppervlak een dergelijk ‘aangetast’ beeld. In het verdere vlak en ook in de andere monstervlakken is een dergelijk ‘aangetast’ tonend beeld niet aanwezig. Deze tegels realiseren een overmatige nuance per tegel. Opvallend is dat het ‘aangetaste’ beeld aanwezig is op individuele tegels in incidenteel op naast elkaar gelegen tegels, waarbij het ‘aangetaste’ beeld niet zonder meer doorloopt van tegel tot tegel. Bij 2 x 2 tegels is enig wispatroon waarneembaar van tegel naar tegel. Typerend is dat het ‘aangetaste’ beeld in de meeste gevallen niet over het gehele oppervlak van een tegel aanwezig is, docht het volgt enigszins de tekening in de tegel. Bij de randen van de tegel is het ‘aangetast’ tonende beeld in duidelijk beperktere mate aanwezig.

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat, uitgaand van hetgeen in de showroom is voorgespiegeld, duidelijk sprake is van non-conformiteit. (…)

5. Herstelbegroting

(…) Tabel 1: kosten vervangen vloerafwerking incl. plinten. (…)

post onvoorzien € 2.000,00 (…)

totaal € 32.791,42 (inclusief BTW, rb)

Het volgende wordt opgemerkt t.o.v. tabel 1:

- Niet opgenomen is het impregneren van de vloer. Kosten hiervan worden begroot op

€ 16,25/m², excl. BTW. (…)

- Geen kosten zijn opgenomen voor stuc- en/of schilderwerk van wanden. Bij een deugdelijke bescherming is dit niet nodig. (…) In basis is enig van dergelijk werk opgenomen in de post onvoorzien.

Tabel 2: ver-/inhuizing, inclusief 4 weken opslag. (…)

totaal € 17.417,59 (inclusief BTW, rb)

Ten aanzien van tabel 2 wordt het volgende opgemerkt:

  • -

    Kunstobjecten zijn niet opgenomen.

  • -

    Kosten van een VvE zijn niet opgenomen, ook geen extra reinigingskosten. (…)

Tot slot wordt opgemerkt dat de periode van uithuizing 5 weken zal bedragen. Deze periode is realistisch indien geen knelpunten aanwezig zijn betreffende de zwevende vloer welke onder de tegels aanwezig is. (…)”

2.14.

Bij e-mail van 25 januari 2013 heeft [naam 5] (hierna: [naam 5]), manager Intermat Tegeltechniek, aan de deskundige bericht, voor zover hier relevant:

“(…) Ik heb 6 tegels opgehaald bij [bedrijf]. Deze heb ik persoonlijk uit 2 kisten gehaald. Volgens [bedrijf] ([naam 2]) was één kist uit de partij welke aan mw. [eiseres] is geleverd. Het uiterlijk van deze tegels komt niet overeen met hetgeen wij hebben aangetroffen bij mw. [eiseres] thuis (wat minder bont). Deze tegels zijn vergelijkbaar met de tegels zoals deze in de showroom van [bedrijf] worden tentoongesteld.

De volgende stappen worden uitgevoerd:

Reinigen met R55 (zoals uitgevoerd door het door ons ingeschakelde schoonmaakbedrijf

Onderhoud met P24 (het materiaal dat door de schoonmakers is achtergelaten tbv. Onderhoud)

Nu volledige droging impregneren met verschillende impregneermiddelen.

Tevens test op 1 of 2 tegels met verschillende schoonmaakmiddelen van basisch tot zuur om te zien of dit een reactie geeft op het oppervlak van de steen.

Ik verwacht binnen 2 weken resultaat en houd u op de hoogte.”

2.15.

Bij brief van 28 maart 2013 aan Intermat c.s. heeft de toenmalige advocaat van [eiseres] aan Intermat c.s. bericht, voor zover hier relevant:

“(…) De door u geleverde Titanio tegels beantwoorden duidelijk niet aan de tussen cliënte en Intermat BV gesloten overeenkomst; zèlfs uw werknemer, [naam 5], gaf tijdens de inspectie ten huize van cliënte op 22 januari jl. aan dat hij, bij het aanschouwen van de inmiddels opgetreden desastreuze veranderingen van de tegels, nog nooit zoiets had gezien. (…) Daaraan toegevoegd kan een verkeerde invloed van buitenaf tijdens het leggen nimmer aan cliënte worden toegerekend. Het is immers Intermat BV die de vloer heeft verwerkt, waarna deze vervolgens tot tweemaal toe een ‘eerste’ reiniging heeft ondergaan door een door Intermat BV ingeschakeld bedrijf. Tot slot wil ik u in deze context ook nog wijzen op de opmerking van [naam 3], directeur van [bedrijf], tijdens de inspectie op 20 augustus 2012 eveneens ten huize van cliënte: “ De steen is nog niet zo lang in ons assortiment. Men is geïnteresseerd in de oorzaak van eventuele gebreken”. (…)

Cliënte heeft tot nu toe slechts gebruik gemaakt van de door Intermat BV en [bedrijf] voorgeschreven en geleverde reinigings/onderhoudsmiddelen. (…)

De door u geleverde Titanio vloer beantwoordt duidelijk niet aan de overeenkomst. Cliënte heeft u dit al in een vroeg stadium – omstreeks medio april 2012 – laten weten en tegelijkertijd een officiële klacht ingediend. Die klacht had betrekking op de veranderingen die in de tegels waren opgetreden en het feit dat de tegels hierdoor volkomen afweken van de door cliënte uitgezochte – zwarte – tegels. Vervolgens heeft u in de daaropvolgende periode tot nu toe uit eigen beweging helemaal niets ondernomen en volgt er eerst op 19 maart jl. een reactie op het IACT rapport, welk rapport al op 17 december 2012 aan u aangetekend werd verzonden. (…)
Cliënte wenst echter wel over te gaan tot vervanging van de huidige, volkomen ondeugdelijke vloer. Reden waarom deze brief geldt als een buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst (…).

Tot slot wil ik nog een opmerking plaatsen bij uw aanbod om een proef op te zetten op tegels bij cliënte thuis. Cliënte kan dit niet volgen. Immers heeft [naam 5] de expert (…) onlangs al laten weten dat hij de natuursteen met o.a. zuren en basen heeft behandeld, maar dat dit geen enkel resultaat had op het uiterlijk van de steen. (…) Uw aanbod treft dan ook geen doel. (…)”

2.16.

Bij e-mail van 22 juli 2013 heeft [bedrijf] aan [naam 6], manager van Intermat Mijdrecht, bericht, voor zover hier relevant:

“(…) Een door onze klant doorgestuurde particulier bezoekt onze showroom alwaar men tot een keuze van materiaal kan komen. Tijdens het gesprek geven wij aan dat het een natuursteen betreft welke kan afwijken van het getoonde monster of showroomvloer. Derhalve wordt de mogelijkheid geboden om op dat moment of dmv met een vervolgafspraak, de partij van het gewenste materiaal de bekijken en te beoordelen of deze aan het verwachtingspatroon voldoet.

In de praktijk zal dit betekenen dat de particulier in de voorraad kijkt welke geleverd zou kunnen worden mocht men mocht men besluiten de natuursteen goed te keuren. Getoond worden een aantal stenen die willekeurig uit een kist gepakt worden die de partij (bestaande uit meerdere kisten) die voorradig staat vertegenwoordigt. Natuurlijk kunnen er in een partij ook nog wat nuances zitten maar het getoonde zal een reëel beeld geven van wat men kan verwachten. (…)”

2.17.

Bij brief van 12 maart 2014 heeft de advocaat van Intermat c.s. aan [bedrijf] bericht, voor zover hier relevant:

“(…) Cliënte heeft TNO opdracht gegeven een contra-expertise uit te voeren. Na een visueel onderzoek, heeft de deskundige van TNO vastgesteld dat er sprake lijkt te zijn van verkleuring of aantasting van de tegels. (…)”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort weergegeven:

I. te verklaren voor recht dat de overeenkomst is ontbonden per 28 maart 2013;

II. veroordeling van Intermat c.s. tot betaling van primair € 183.124,12 en subsidiair

€ 21.050,00 en € 162.074,12, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2013 tot de dag van algehele voldoening;

III. veroordeling van Intermat c.s. tot betaling van de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid van € 7.836,89 (€ 2.842,-- aan buitengerechtelijke kosten en € 4.994,89 aan kosten deskundige en [naam 4]);

IV. veroordeling van Intermat c.s. in de kosten van het geding, inclusief nakosten, te vermeerderen met rente.

3.2.

Intermat c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3.

Intermat Tegeltechniek vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 450,--, te vermeerderen met rente en kosten.

3.4.

Intermat Tegeltechniek legt aan haar vordering ten grondslag dat [eiseres] uit hoofde van de overeenkomst nog € 450,-- aan haar is verschuldigd.

3.5.

[eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

contractspartij [eiseres]

4.1.

Intermat c.s. voert allereerst aan dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering tegen Intermat Mijdrecht. Nu de onderhavige offerte en de onderhavige factuur zijn verstuurd op briefpapier van Intermat Tegeltechniek en ook de correspondentie met [eiseres] is gevoerd door Intermat Tegeltechniek, heeft alleen Internet Tegeltechniek te gelden als wederpartij van [eiseres] bij de overeenkomst, aldus Intermat c.s.

[eiseres] heeft hiertegenover samengevat gesteld dat beide vennootschappen zich naar haar toe steeds als één partij hebben gepresenteerd, waardoor het voor haar onduidelijk is welke vennootschap als haar contractspartij heeft te gelden.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat de vraag in wiens naam is gecontracteerd afhangt van hetgeen partijen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en daaruit mochten afleiden. De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Beide vennootschappen zijn gevestigd op de Constructieweg 6 te Mijdrecht, met hetzelfde postadres, dezelfde showroom, hetzelfde telefoonnummer, hetzelfde faxnummer en hetzelfde e-mailadres. Verder bieden beide vennootschappen tegelvloeren aan. Daarbij komt dat de onderhavige offerte door Intermat Mijdrecht is opgemaakt op het briefpapier van Intermat Tegeltechniek en dat de factuur, eveneens op briefpapier van Intermat Tegeltechniek, door Internet Mijdrecht aan [eiseres] is verstuurd. Voorts heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat in de gesprekken en correspondentie die zij heeft gevoerd met haar wederpartij, die wederpartij steeds door dezelfde personen werd vertegenwoordigd, zonder dat duidelijk is gemaakt dat met één vennootschap en met welke vennootschap zaken werd gedaan. Op grond van voornoemde gedragingen en verklaringen heeft [eiseres] afgeleid en mocht zij afleiden dat zowel Intermat Tegeltechniek als Intermat Mijdrecht als haar wederpartij bij de overeenkomst heeft te gelden. [eiseres] is derhalve ontvankelijk in haar vordering tegen Intermat Mijdrecht.

algemene voorwaarden

4.3.

Verder is tussen partijen is geschil of de algemene voorwaarden van Intermat c.s. van toepassing zijn op de onderhavige overeenkomst. [eiseres] betwist dat de algemene voorwaarden zijn overeengekomen bij gebreke van aanbod en aanvaarding.

De vraag of de toepasselijkheid van algemene voorwaarden is overeengekomen moet

worden beantwoord aan de hand van de bepalingen over aanbod en aanvaarding.

Geconstateerd wordt dat Intermat c.s. in haar offerte melding heeft gemaakt van de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. Aldus is er sprake van een aanbod.

Nu [eiseres] zelf stelt die offerte te hebben aanvaard, geldt als uitgangspunt dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen.

[eiseres] voert vervolgens aan dat de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233 aanhef en sub b BW vernietigbaar zijn. Dit verweer slaagt. Op grond van artikel 6:233 aanhef en sub b BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Artikel 6:234 lid 1 BW bepaalt dat de gebruiker aan de wederpartij de in artikel 233 onder b bedoelde mogelijkheid onder meer heeft geboden indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld. Vast staat dat de algemene voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de onderhavige overeenkomst aan [eiseres] ter hand gesteld zijn. De stelling van Intermat c.s. dat dit in redelijkheid niet mogelijk was omdat [eiseres] zich op dat moment in Zwitserland bevond, gaat niet op. Intermat c.s. had immers de algemene voorwaarden aan [eiseres] kunnen toezenden. De omstandigheid dat de algemene voorwaarden in een boekje zijn opgenomen maakt dit niet anders. Het voorgaande brengt mee dat het beroep van [eiseres] op vernietiging van de algemene voorwaarden van Intermat c.s. slaagt, zodat die voorwaarden niet van toepassing zijn in het onderhavige geschil.

kwalificatie overeenkomst

4.4.

Voorts is tussen partijen in geschil hoe de onderhavige overeenkomst moet worden gekwalificeerd. Volgens [eiseres] is er sprake van consumentenkoop. Intermat c.s. stelt daarentegen dat er sprake is van aanneming van werk, nu de overeenkomst voornamelijk wordt gekenmerkt door het leggen van een natuurstenen vloer betreft die naar zijn aard onroerend is.

De rechtbank stelt voorop dat de tussen partijen gesloten overeenkomst voldoet aan de omschrijving van zowel aanneming van werk als consumentenkoop. Dit betekent dat in beginsel zowel afdeling 7.12.1 (aanneming van werk) als titel 7.1 (koop) BW van toepassing is.

non-conformiteit (verkleuring tegels)

4.5.

[eiseres] stelt onder verwijzing naar het door haar overgelegde deskundigenrapport en de daarin opgenomen foto’s dat de tegelvloer niet de eigenschappen bezit die zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Zij heeft de tegels uitgezocht op basis van een proefvlak en door het ‘bladeren’ van een partij tegels in de showroom van [bedrijf]. Het waren effen zwarte tegels met af en toe een witte nerf. Al twee weken na het leggen van de tegelvloer toonden de tegels wisselend van elkaar een sterke verkleuring naar vaalgrijs. Daarnaast was er ten aanzien van een aantal tegels sprake van opkomende brede en grillige witte, sterk glanzende accenten. Geen van de geplaatste tegels was uiteindelijk meer herkenbaar als de oorspronkelijk door [eiseres] uitgekozen tegel. Die verkleuring duurt nog steeds voort. [eiseres] beroept zich dan ook op non-conformiteit.

4.6.

Intermat c.s. betwist dat er sprake is van verkleuring van de tegels. De door [eiseres] uitgezochte tegels zijn in haar appartement gelegd. Blijkens de aan [eiseres] verstrekte brochure is het proefvlak slechts bij wijze van aanduiding getoond en moet er met nuancering in kleur en structuur rekening gehouden worden aangezien het om een natuurproduct gaat. De stelling van [eiseres] dat de tegels overeen dienen te stemmen met het proefvlak is dus niet juist. Het deskundigenrapport is op een gebrekkige wijze tot stand gekomen en onvolledig. De deskundige baseert de non-conformiteit ten onrechte op een vergelijking tussen de tegels in het appartement van [eiseres] en het proefvlak, terwijl de getoonde tegels uit de kratten als uitgangspunt dienen te gelden. Verder heeft de deskundige niet onderzocht of de tegels in het appartement eventueel zijn aangetast door invloeden van buitenaf, die niet aan Intermat c.s. zijn toe te rekenen. Indien en voor zover er sprake is van een gebrek aan de tegels, dan geldt dat die tegels wel voldeden aan het conformiteitsvereiste op het moment van levering. Intermat c.s. betwist verder de omvang van de gevorderde schade.

4.7.

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet een afgeleverde (gekochte) zaak aan de overeenkomst voldoen. Ingevolge artikel 7:17 lid 2 BW voldoet een zaak niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van die overeenkomst mocht verwachten.

4.8.

Op grond van het deskundigenrapport en de bijbehorende foto’s wordt geconstateerd dat de tegels in de woning van [eiseres] sterk afwijken van het proefvlak. Het proefvlak bestond immers uit effen zwarte tegels met af en toe een smalle witte ader (zie de foto op pagina 26 van het deskundigenrapport), terwijl de tegelvloer volgens het deskundigenrapport zeer druk toont door grote kleurnuances in het grijs, gecombineerd met sterk wisselende tekening van de tegels. De verschillen zijn aanzienlijk groter dan verklaarbaar vanwege het feit dat het om een natuurproduct gaat. Bij de onderhavige afwijking kan niet worden gezegd dat er slechts sprake is van een nuancering in kleur of dat het proefvlak een reëel beeld geeft van wat men kan verwachten, zoals in de brochure en de e-mail van [bedrijf] van 22 juli 2013 (zie hiervoor onder 2.3. en 2.16.) valt te lezen. Al met al heeft [eiseres] haar stelling dat zij andere tegels heeft uitgezocht dan de sterk verkleurde tegels die thans in haar appartement liggen voldoende onderbouwd. Dat [eiseres] andere tegels heeft uitgezocht wordt ondersteund door de hiervoor onder 2.14. weergegeven e-mail van [naam 5] en door het uiterlijk van het proefvlak. [eiseres] had niet bedacht hoeven zijn op een dergelijke sterke afwijking van het proefvlak en de kratten die zij heeft ‘doorgebladerd’ in het magazijn van [bedrijf]. Het had op de weg van Intermat c.s. gelegen om haar hiervoor te waarschuwen. Dit heeft zij echter niet gedaan, ook niet toen [eiseres] een uitgezochte tegel had meegenomen naar Intermat c.s. ter goedkeuring en advies met betrekking tot de kwaliteit en de specificaties van de tegels. Intermat c.s. heeft haar verweer dat de tegels die nu in de woning van [eiseres] liggen door haar zijn uitgekozen en dat er geen sprake is van verkleuring, onvoldoende onderbouwd. Dit blijkt immers nergens uit. Integendeel, blijkens de hiervoor onder 2.17. genoemde brief van de advocaat van Intermat c.s. heeft de deskundige van TNO na een visueel onderzoek vastgesteld dat er sprake lijkt te zijn van verkleuring of aantasting van de tegels. De verkleuring van de tegels komt dan ook voor rekening en risico van Intermat c.s.

4.9.

Intermat c.s. voert nog aan dat de verkleuring van de tegels een externe oorzaak kan hebben. Zij heeft haar verweer echter niet verder toegelicht en in het deskundigenrapport is hiervoor geen aanwijzing te vinden. Daarbij komt dat de testbehandelingen die zijn uitgevoerd door [naam 5] geen uitwerking hadden op het uiterlijk van de tegels.

4.10.

Op grond van het voorgaande is de conclusie dat het beroep op non-conformiteit slaagt. [eiseres] heeft Intermat c.s. op grond van artikel 7:21 BW verzocht de tegelvloer te herstellen of te vervangen zodat alsnog aan de overeenkomst zou worden voldaan. Daartoe wenste Intermat c.s. echter niet over te gaan, waarna [eiseres] de overeenkomst op grond van artikel 7:22 lid 1 juncto lid 2 BW in samenhang met artikel 7:21 lid 3 BW bij brief van 28 maart 2013 heeft ontbonden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres] dit rechtsgeldig gedaan. Voornoemde artikelen komen erop neer dat de koper bevoegd is om de koopovereenkomst te ontbinden, indien de verkoper er niet in is geslaagd binnen een redelijke termijn zijn verplichting tot herstel dan wel vervanging na te komen. Intermat c.s. heeft naar het oordeel van de rechtbank een redelijke termijn, meer dan anderhalf jaar na melding van de gebreken door [eiseres], ruimschoots overschreden.

Het voorstel tot het plaatsen van een proefopstelling van Intermat c.s. bij brief van

19 februari 2013 maakt dit niet anders, nu [eiseres] onweersproken stelt dit reeds in juni 2013, mede gelet op de uitkomst van de testresultaten van [naam 5], van de hand te hebben gewezen.

4.11.

Door de ontbinding ontstaan voor [eiseres] en Intermat c.s. verbintenissen tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties. Dat betekent in dit geval dat Intermat c.s. de voor de tegelvloer betaalde koopprijs van € 21.050,-- aan [eiseres] dient terug te betalen.

De ondeugdelijk gelegde tegelvloer zal op kosten van Intermat c.s. verwijderd moeten worden. Op grond van artikel 6:277 lid 1 BW is Intermat c.s. immers aansprakelijk voor de schade die [eiseres] lijdt, althans de kosten die moeten worden gemaakt, doordat geen nakoming, maar ontbinding plaatsvindt.

4.12.

De andere door [eiseres] gestelde gebreken aan de vloer kunnen buiten beschouwing blijven, nu reeds op grond van de gestelde kleurverschillen tot vervanging van de vloer dient te worden overgegaan.

omvang schade

4.13.

Ter beoordeling staat thans de omvang van de schadevergoeding die is gebaseerd op artikel 6:277 lid 1 BW. Als uitgangspunt geldt dat [eiseres] recht heeft op vergoeding van de ontbindingsschade. In dit geval gaat het daarbij om de verwijdering van de vloer, het in de oude staat terugbrengen van de vloer, de kosten van het verplaatsen van de kunstobjecten en de verhuiskosten.

vervangen vloer en terugbrengen oude staat

4.13.1.

De deskundige heeft in zijn rapport de kosten ter vervanging van de vloer begroot op € 32.791,42. In dit bedrag zijn blijkens de kostenspecificatie in het deskundigenrapport ook de kosten voor nieuwe tegels en plinten begrepen. Die kosten dienen in het kader van de onderhavige schadeberekening echter buiten beschouwing te blijven. Met inachtneming van het voorgaande schat de rechtbank de kosten van het vervangen van de vloer en het in oude staat terugbrengen van de vloer op een bedrag van € 13.000,-- inclusief BTW.

verplaatsen kunstobjecten + 1 maand opslag € 22.630,00

4.13.2.

Intermat c.s. voert aan dat deze schadepost is gebaseerd op een ongespecificeerde offerte en dat, gelet op de oppervlakte van het appartement van 133 m², te veel tijd wordt gerekend voor het verpakken en verhuizen van de kunstvoorwerpen, dat het een exorbitant hoog bedrag betreft en dat [eiseres] niet duidelijk heeft gemaakt om welke reden de kunstobjecten apart verhuisd dienen te worden.

De rechtbank volgt dit betoog en is van oordeel dat € 7.000,-- redelijke kosten zijn.

verplaatsen overige bezittingen en opslag + 1 maand opslag € 97.485,00

4.13.3.

Intermat c.s. voert aan dat deze schadepost is gebaseerd op een ongespecificeerde offerte, dat de gehanteerde termijnen voor het verhuizen en terugplaatsen extreem lang zijn voor de woning van [eiseres] en dat dit een exorbitant bedrag betreft onder meer in vergelijking met de begroting door de deskundige van deze schadepost op € 17.417,59. Intermat c.s. acht een bedrag van € 3.292,-- redelijk.

De rechtbank is van oordeel dat het door [eiseres] opgevoerde bedrag, dat is gebaseerd op een ongespecificeerde offerte, exorbitant hoog is, en sluit zich aan bij het door de deskundige begrote bedrag van € 17.417,59, dat zij redelijk acht.

vervangende huisvesting 1 maand van € 4.000,00

4.13.5.

[eiseres] stelt dat zij voor tenminste 1 maand vervangende huisvesting nodig heeft. Tegenover de betwisting van Intermat c.s. heeft [eiseres] deze post niet onderbouwd. De rechtbank acht met Intermat c.s. een bedrag van € 1.500,00 redelijk.

conclusie

4.14.

Op grond van het voorgaande dient Intermat c.s. een schadevergoeding van

€ 38.917,59 (€ 13.000,-- r.o. 4.13.1 + € 7.000,-- r.o. 4.13.2. + € 17.417,59 r.o. 4.13.3. +

€ 1.500,-- r.o. 4.13.4.) aan [eiseres] te betalen.

Gelet op al het voorgaande is de vordering van [eiseres] toewijsbaar tot een bedrag van

€ 59.967,59 (€ 21.050,-- r.o. 4.11. plus € 38.917,59). De gevorderde wettelijke rente is, evenals de gevorderde ingangsdatum, als niet weersproken eveneens toewijsbaar.

buitengerechtelijke kosten

4.15.

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 2.842,-- zal worden afgewezen, nu uit de omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt dat de gevorderde kosten betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenvergoeding al een vergoeding pleegt in te sluiten.

deskundigenkosten en kosten [naam 4]

4.16.

Met betrekking tot de gevorderde kosten van de deskundige en [naam 4] van totaal € 4.994,89 geldt het volgende.

Intermat c.s. voert aan dat het rapport van de deskundige gebrekkig is, onvolledig en kort door de bocht, zodat het rapport geen bijdrage heeft geleverd aan de vaststelling van eventuele aansprakelijkheid of schade. Intermat c.s. heeft verder de hoogte van het gevorderde bedrag betwist.

De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 6:96 lid 2 onder b BW komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Vereist is dat in de gegeven omstandigheden de kosten redelijk zijn en dat de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen.

Doordat Intermat c.s. een non-conforme vloer heeft geleverd en zij desgevraagd niet bereid was om de vloer te vervangen, heeft [eiseres] zich genoodzaakt gezien haar standpunt nader te onderbouwen met het deskundigenrapport en de foto’s van [naam 4]. Het rapport is op zorgvuldige wijze en met inachtneming van hoor en wederhoor tot stand gekomen. Nu de rechtbank haar beslissing grotendeels heeft gebaseerd op het deskundigenrapport waren de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk om schadevergoeding te verkrijgen. De opgevoerde kosten van in totaal € 4.994,89, welke kosten middels de facturen afdoende zijn gespecificeerd, zijn redelijke kosten. Derhalve is de vordering op dit punt toewijsbaar.

proceskosten

4.17.

Intermat c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 81,71

- griffierecht 1.519,00

- salaris advocaat 1.786,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.386,71

De gevorderde rente over de proceskosten is als niet bestreden toewijsbaar.

De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar zoals in de beslissing is vermeld.

4.18.

Voor het geval Intermat c.s. in de vrijwaringszaak in het gelijk zal worden gesteld, bepaalt de rechtbank de kosten van Intermat c.s. in de hoofdzaak reeds nu op:

  • -

    griffierecht € 3.829,00

  • -

    salaris advocaat 1.786,00 (2,0 punten x tarief 894,00)

Totaal € 5.615,00

in reconventie

4.19.

Nu in conventie is geoordeeld dat [eiseres] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, is nakoming daarvan niet langer mogelijk en zal de op die grondslag ingestelde reconventionele vordering worden afgewezen.

4.20.

Intermat c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op € 384,00 aan kosten advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 384,00).

De gevorderde rente over de proceskosten is als niet bestreden toewijsbaar.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst is ontbonden per 28 maart 2013,

5.2.

veroordeelt Intermat c.s. om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 59.967,59 (negenenvijftigduizend negenhonderdzevenenzestig euro en negenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 31 december 2013 tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Intermat c.s. in de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid van € 4.994,89,

5.4.

veroordeelt Intermat c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 3.386,71, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

veroordeelt Intermat c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Intermat c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis aan de voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de veroordelingen hiervoor onder 5.2. tot en met 5.5. uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.8.

wijst de vordering af,

5.9.

veroordeelt Intermat c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 384,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.10.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2014.

*