Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:8540

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
C-13-574990 - FA RK 14-7939
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 34 Paspoortwet. Vervangende toestemming verleend, met beperking van de territoriale geldigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2015/49

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/574990 / FA RK 14-7939 (MN/WK)

Beschikking van 17 december 2014 betreffende de Paspoortwet

in de zaak van:

[naam verzoeker] ,

wonende op een geheim adres,

verzoekende partij,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E.M. van Blokland te Amsterdam,

tegen

[naam verweerder],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. J. Pieters te Sneek.

1 De procedure

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 11 november 2014.

Gehoord zijn: de vrouw en haar advocaat.

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

Na het sluiten van de behandeling ter zitting heeft de rechtbank de datum van de beschikking op 19 november 2014 bepaald.

Daarna bleek door de man tijdig een verweerschrift te zijn ingediend, welk verweerschrift echter niet vóór de behandeling de griffier of de rechter heeft bereikt, zodat met het verweerschrift bij de behandeling ter terechtzitting geen rekening is gehouden.

De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien de behandeling te heropenen, en heeft, na telefonisch overleg met partijen, de vrouw de gelegenheid gegeven schriftelijk te reageren op het verweerschrift, waarna de man schriftelijk kon reageren op de reactie van de vrouw.

Na ontvangst van de betreffende reacties heeft de rechtbank de datum van de beschikking bepaald op heden.

2. De feiten

Partijen zijn gehuwd op [datum] te Irak. Op 20 juni 2014 heeft de vrouw een verzoekschrift tot echtscheiding bij deze rechtbank ingediend, dat onder kenmerk

[(...)] in behandeling is genomen.

Uit het huwelijk is op [datum] te [plaats] geboren: [naam 1].

Partijen zijn gezamenlijk met het gezag belast.

Het kind heeft de Nederlandse nationaliteit.

3 Het verzoek en het verweer

Het verzoek

3.1

Het verzoek van de vrouw strekt tot het verlenen van een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34 van de Paspoortwet ten behoeve van voornoemde minderjarige.

De vrouw heeft aangevoerd dat het kind een paspoort heeft met een foto waarop het kind als baby is afgebeeld. Daarmee ondervindt de vrouw problemen bij de douane wanneer zij alleen met het kind reist. De man weigert mee te werken aan een paspoort met een recente foto. Hij stelt dat de vrouw gezegd heeft dat zij naar terug naar Irak wil verhuizen. De vrouw ontkent dat uitdrukkelijk. Ten eerste is Irak een land in oorlog. Ten tweede speelt er een familiekwestie. De vader van de vrouw is een streng Islamitische man. De vrouw is door haar vader uitgehuwelijkt aan de man. De familie van de vrouw heeft aangegeven dat, wanneer de vrouw terugkeert naar Irak, zij het kind zullen afnemen en aan de man zullen geven. De vrouw houdt haar adres ook voor haar eigen familie geheim. Het is niet veilig voor haar om terug te keren naar Irak. Het is dan ook niet reëel op die grond toestemming te weigeren. Zij wil alleen graag op vakantie met het kind, binnen Europa.

Het verweer

3.2

De man heeft samengevat als volgt verweer gevoerd. De communicatie tussen partijen verloopt moeizaam. De vrouw heeft toen zij de echtelijke woning verliet gesteld dat er sprake is geweest van huiselijk geweld van de man jegens haar. De man betwist dit. Inmiddels is er weer contact tussen partijen, zij het moeizaam. de vrouw heeft voor de indiening van het verzoekschrift diverse uitlatingen gedaan dat zij voornemens is met [naam 1] terug te verhuizen naar Irak. De man is daar op tegen omdat [naam 1] volgens hem haar toekomst in Nederland heeft. Daarom heeft hij geweigerd mee te werken aan het aanvragen van een paspoort voor [naam 1]. Vrijdag 31 oktober 2014 gaf de vrouw de man aan, dat zij geen vrienden en familie in Nederland heeft en weinig toekomstperspectief. Ook gaf zij aan dat haar verblijfsvergunning waarschijnlijk niet zou worden verlengd. Zij heeft meermaals concreet aangegeven van plan te zijn om terug te keren naar Irak omdat zij hier niets te zoeken heeft. In dat kader heeft de man een uitdraai van een instagram-account van zijn zwager overgelegd, waaruit een dergelijke uitlating van de vrouw zou blijken. Ook had de vrouw contact gehad met haar vader in Irak en zou zij daar gaan wonen met [naam 1]. In de streek in Irak waar de vrouw vandaan komt, Koerdistan, is het niet onrustig. Er is een Nederlandse ambassade gevestigd. De man betwist dat de vrouw aan hem is uitgehuwelijkt, en dat haar familie het kind zou afpakken wanneer zij terug zou keren naar Irak.

De man vraagt zich af welke vakantie de vrouw voor ogen heeft. Voor zover de man kan inschatten heeft de vrouw een bijstandsuitkering. Daarom acht de man het niet waarschijnlijk dat de vrouw op vakantie gaat. Ook vindt de man het vreemd dat zij wel een periode, maar geen bestemming van de vakantie noemt. Hij concludeert tot afwijzing van het verzoek.

4. De beoordeling

4.1

Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet dient bij een aanvraag van een reisdocument door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming te worden overgelegd van de gezaghebbende ouder. Blijkens het tweede lid van dit artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefenen weigert een verklaring als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt en kan daarbij als voorwaarde stellen dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.

4.2

De weigering van de man is gebaseerd op zijn vrees dat de vrouw met [naam 1] naar Irak zal reizen om zich daar te vestigen. De vrouw heeft uitdrukkelijk betwist dat zij van plan is met [naam 1] naar Irak af te reizen. Zij wil de mogelijkheid hebben met [naam 1] binnen Europa op vakantie te kunnen. De rechtbank acht het in het belang van [naam 1] aangewezen dat de vrouw met haar naar het buitenland op vakantie kan. Om te voorkomen dat de vrouw met [naam 1] naar Irak zou kunnen vertrekken, welk scenario de rechtbank gelet op omstandigheden van de vrouw niet heel onwaarschijnlijk voorkomt, en welk scenario de rechtbank niet in het belang van [naam 1] acht, en om de vrees bij de man voor een vertrek uit Nederland naar Irak weg te nemen, zal de rechtbank de gevraagde toestemming verlenen, zij het met een beperking van de territoriale geldigheid tot binnen Europa. Verder onderzoek naar de vraag of een vertrek van de vrouw naar Irak te verwachten zou zijn acht de rechtbank niet nodig, nu de vrouw uitdrukkelijk heeft aangegeven geen plannen te hebben in die richting.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verleent aan de vrouw een verklaring van toestemming als bedoeld in het tweede lid van artikel 34 van de Paspoortwet ten behoeve van voornoemde minderjarige, met de beperking dat het paspoort buiten Europa niet geldig is;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door rechter mr. M.E.A. Nijssen, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.H. van de Kar, griffier, op 17 december 2014.1

1 Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).
Het beroep moet worden ingesteld:
- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.