Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:8092

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
HA ZA 13-670
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het algemeen is er geen plaats om het verbodsrecht dat de Auteurswet (Aw) kent voor alle werken met een dwangsom jegens een bepaalde wederpartij te versterken. Dat kan anders zijn indien aannemelijk is dat er een reële dreiging is dat de betreffende partij op aanzienlijke schaal inbreuken zal gaan plegen. Dat is hier niet het geval. Daar komt bij dat gedaagde een journalistiek medium is en een verbod in beginsel een inbreuk is op het door artikel 10 EVRM beschermde uitingsrecht Een dergelijke maatregel waar een verbod vooraf wordt gegeven met een aanzienlijke dwang¬som zal immers een “chilling effect” kunnen hebben, dat een journalist ervan zou kunnen weerhouden tot publicatie over te gaan, ook in de gevallen waarin het recht op vrije menings¬uiting dient voor te gaan op het auteursrecht.

Publicatie van het vonnis op de website van gedaagde is een beperking van haar uitingsvrijheid als bedoeld in artikel 10 EVRM. Ook als de wet in een dergelijke publicatie zou voorzien, kan niet gezegd worden dat deze noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het is immers een ingrijpende maatregel die niet gerechtvaardigd wordt door de naar omvang en duur betrekkelijk geringe inbreuken waaraan gedaagde zich schuldig heeft gemaakt.

In artikel 27 lid 2 Aw. is geen grondslag te vinden om aanspraak te maken op een bedrag dat een factor 3 hoger is dan de gebruikelijke licentievergoeding. In dat artikel, dat is ingevoerd ter implementatie van Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (hierna de Richtlijn), wordt weliswaar aan de rechter de bevoegdheid gegeven de schade vast te stellen als een “forfaitair bedrag”, maar daarmee zegt dat artikel niets over de wijze waarop de rechter dat forfaitaire bedrag vast stelt. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat kennelijk slechts beoogd is de rechter de vrijheid te geven de schade vast te stellen, zonder dat feitelijk wordt vastgesteld dat en in welke omvang de rechthebbende ook feitelijk schade heeft geleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/543996 / HA ZA 13-670

Vonnis van 26 november 2014

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van de staat New York

GETTY IMAGES (US), INC.,

gevestigd te New York,

eiseres,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,

tegen

de vereniging

TROS,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. R. Klöters te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Getty Images en TROS genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 september 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 3 februari 2014, met de daarin vermeldde stukken

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    akte uitlating productie aan de zijde van Getty Images

  • -

    verzoek om pleidooi aan de zijde van TROS

  • -

    antwoordakte verzoek pleidooi aan de zijde van Getty Images

  • -

    beslissing van de rolrechter waarbij het verzoek om pleidooi is afgewezen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Getty Images exploiteert fotografisch beeldmateriaal. Zij beschikt over (exclusieve) licenties op het werk van een groot aantal fotografen en is deels ook zelf rechthebbende op het auteursrecht van door haar geëxploiteerde werken.

2.2.

TROS is een publieke omroep. Zij zendt onder meer het programma Tros Radar uit. Voorts is zij de beheerder van de website www.trosradar.nl. Op die website hebben in 2012 enige tijd de navolgende afbeeldingen gestaan:

2.2.1.

Een werk getiteld: “Aerial view of highway junction”.

Hierna ook aan te duiden als foto A.

2.2.2.

Foto A is een werk van de fotograaf [fotograaf 1] (hierna: [fotograaf 1]).

Bij Letter of Confirmation van 11 januari 2013 heeft [fotograaf 1] onder meer en voor zover hier van belang verklaard dat:

“[…]

(i) He is the sole and exclusive holder of all the intellectual property rights on the Image, which was created on 10th June 2008.

[…]

(iv) [….] Getty Images (US) […] are entitled to take, in their own name and on their own behalf, any and all actions before any competent authorities, bodies and courts, which may be necessary to defend the Image against any action, opposition or infringements made by third parties.

[...]”

2.2.3.

Een werk getiteld: “Woman cupping hand to ear, wearing headphones”.

Hierna ook aan te duiden als foto B.

2.2.4.

Foto B is een werk van de fotograaf [fotograaf 2] (hierna: [fotograaf 2]).

Bij Letter of Confirmation van 13 januari 2013 heeft [fotograaf 2] onder meer en voor zover hier van belang verklaard dat:

“[…]

(ii) He is the sole and exclusive titleholder of all the intellectual property rights on the image, […] created on 30th August 2005.

[…]

(iv) [….] Getty Images (US) […] are entitled to take, in their own name and on their own behalf, any and all actions before any competent authorities, bodies and courts, which may be necessary to defend the Image against any action, opposition or infringements made by third parties.

[...]”

2.2.5.

Een werk getiteld: “Man installing solar panels atop prefabricated home”.

Hierna aan te duiden als foto C.

2.2.6.

Foto C is een werk van de fotograaf [fotograaf 3] (hierna [fotograaf 3]).

Bij ongedateerde Letter of Confirmation heeft [fotograaf 3] onder meer en voor zover hier van belang verklaard dat:

“[…]

She is the author of the photograph […] depicting a person installing solar panels on a roof […].

The photograph was taken in March 2007 […]

[fotograaf 3] hereby confirms and acknowledges without any reservation or limitation, […] whatsoever that the copyright in the Image is the sole and exclusive property of Getty Images (US), Inc […]

[...]”

2.3.

De foto’s A, B en C zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als de foto’s.

2.4.

Bij brief van 13 september 2012 heeft Getty Images zich tot TROS gewend en, stellende dat TROS zonder toestemming de foto’s had gepubliceerd, aangeboden een schikking te treffen voor het onrechtmatig openbaar maken van de foto’s. De schikking hield in dat voor foto A een bedrag van € 800, voor foto C een bedrag van € 580,00 en voor foto B een bedrag van € 580,00 zou worden voldaan, samen mitsdien € 1.960,00 te vermeerderen met de Ierse BTW ad € 450,80 totaal € 2.410,80.

Bij de brief van 13 september 2012 is een bijlage gevoegd die onder meer en voor zover hier van belang inhoudt:

“[…]

Hoe heeft Getty Images het bedrag in het schikkingsvoorstel berekend?

Het schikkingsvoorstel is gebaseerd op de vrije marktwaarde van een licentie, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende factoren, zoals het gebruik, de grootte, de plaatsing, de duur en het territorium. Het schikkingsvoorstel is berekend op basis van de gemiddelde gebruiksduur en de gemiddelde kosten voor een gedurende die periode geldende licentie. Hierbij is een bedrag opgeteld ter vergoeding van de in verband met vervolging van het ongelicentieerde gebruik opgelopen kosten. Omdat u de beelden hebt gebruikt zonder eerst een licentie aan te schaffen, komt u niet in aanmerking voor onze laagste prijzen. We hebben aanvullende kosten opgelopen als gevolg van het ongelicentieerde gebruik door u en deze extra kosten moeten worden doorberekend in enig schikkingsbedrag dat we bereid zijn te accepteren.

[…]”

2.5.

In de daarop tussen TROS en Getty Images gevolgde correspondentie heeft TROS zich primair op het standpunt gesteld dat Getty Images onvoldoende had aangetoond dat zij bevoegd was de auteursrechten op de foto’s te handhaven en voorts gesteld dat de door Getty Images gevorderde vergoeding buitensporig was.

3 Het geschil

3.1.

Getty Images vordert dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

3.1.1.

voor recht verklaart dat TROS zich schuldig heeft gemaakt aan inbreuk op de exclusieve auteursrechten van Getty Images, althans onrechtmatig jegens Getty Images heeft gehandeld door zonder toestemming van de auteursrechthebbende de auteursrechtelijk beschermde foto’s afgebeeld in het lichaam van de dagvaarding te plaatsen op de website www.trosradar.nl;

3.1.2.

TROS gebiedt te staken en gestaakt te houden iedere verdere inbreuk op de auteursrechten met betrekking tot de door Getty Images beheerde collectie op straffe van een dwangsom van vijfduizend (5000) Euro per overtreding alsmede per dag waarop een overtreding wordt begaan;

3.1.3.

Getty Images gebiedt te staken en gestaakt te houden iedere verdere inbreuk op de auteursrechten met betrekking tot de foto’s afgebeeld in het lichaam van de dagvaarding, op straffe van een dwangsom van vijfduizend (5000) Euro per overtreding alsmede per dag waarop een overtreding wordt begaan;

3.1.4.

TROS veroordeelt om aan Getty Images te vergoeden het totale bedrag van de door haar geleden schade als gevolg van het inbreukmakend dan wel onrechtmatig handelen van TROS ten bedrage van Euro 3.663,- (3 x de gederfde verschuldigde licentievergoeding) vermeerderd met Euro 1.200,- (buitengerechtelijke kosten van opsporing en handhaving), aldus in totaal Euro 4.863,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

3.1.5.

TROS veroordeelt tot plaatsing gedurende een periode van 3 maanden op de rechter bovenhoek van de homepage www.trosradar.nl van een mededeling, uitgevoerd in zwarte letters van een goed leesbaar lettertype en lettergrootte, geplaatst in een, volledig door de tekst uitgevuld, wit vlak dat bij het openen van de homepage direct geheel zichtbaar is en blijft zolang de bezoeker op de homepage blijft en dat tenminste 20 procent van het zichtbare oppervlak van de homepage in beslag neemt, met volgende inhoud, zonder enige weglating of toevoeging:

MEDEDELING GETTY IMAGES

Bij vonnis van de Rechtbank Amsterdam van [datum en hyperlink naar vonnis op www.boek9.nl] is TROS veroordeeld aan Getty Images een schadevergoeding te betalen wegens het zonder toestemming plaatsen op deze website van verschillende foto’s waarvan het auteursrecht rust bij Getty Images.

De schade vergoeding die TROS op last van de rechter moet betalen bedraagt driemaal de normale gebruiksvergoeding die TROS voor het gebruik van de foto’s zou hebben moeten betalen als TROS op normale wijze toestemming zou hebben gevraagd. Daarnaast is TROS veroordeeld aan Getty Images een bedrag te betalen van Euro [bedrag ] als vergoeding van de volledige kosten die Getty als gevolg van de auteursrechtschending door TROS heeft moeten maken, inclusief de volledige advocaatkosten.

3.1.6.

TROS veroordeelt in de volledige door Getty Images gemaakte kosten van deze procedure inclusief advocaatkosten (welke zullen worden gespecificeerd) als bedoeld in artikel 1019h Rv.

3.2.

TROS voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij conclusie van antwoord heeft TROS betwist dat Getty Images bevoegd was in rechte het auteursrecht op de foto’s te handhaven.

TROS heeft niet betwist dat de foto’s A, B en C werken zijn van onderscheidenlijk [fotograaf 1], [fotograaf 2] en [fotograaf 3].

Uit de hiervoor in r.o. 2.2.2, 2.2.4 en 2.2.6 geciteerde Letters of Confirmation waarvan door TROS niet is betwist dat zij door [fotograaf 1], [fotograaf 2] en [fotograaf 3] zijn ondertekend, volgt dat [fotograaf 1] en [fotograaf 2] aan Getty Images de bevoegdheid hebben verleend op eigen naam de auteursrechten op de foto A onderscheidenlijk B te handhaven en dat [fotograaf 3] het auteursrecht op foto C aan Getty Images heeft overgedragen.

Dat die verklaringen van de fotografen geen betrekking zouden hebben op de foto’s heeft TROS niet voldoende onderbouwd. Wat TROS voorts heeft aangevoerd ten aanzien van het bestaan of ontbreken van onderliggende overeenkomsten kan daaraan niet afdoen. Voldoende voor de bevoegdheid van Getty Images is dat uit de verklaringen blijkt dat Getty Images tot dat optreden is gemachtigd onderscheidenlijk dat de rechten aan haar zijn overgedragen. Daaruit volgt dat Getty Images ter zake de foto’s bevoegd is de auteursrechten te handhaven.

4.2.

Door TROS is niet betwist dat de foto’s werken zijn in de zin van de Auteurswet (Aw), dat zij die werken op www.trosradar.nl openbaar heeft gemaakt en dat zij daarvoor van de rechthebbende vooraf geen toestemming had verkregen.

Daarmee staat vast dat TROS op het auteursrecht op de foto’s inbreuk heeft gemaakt, nu door TROS niet is aangevoerd dat zij zich op een van de uitzonderingen in de Aw zou kunnen beroepen.

4.3.

Ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht dat TROS inbreuk heeft gemaakt op de exclusieve auteursrechten van Getty Images merkt de rechtbank het volgende op. Getty Images is auteursrechthebbende is op foto C, maar zij is slechts licentiehouder met betrekking tot de auteursrechten op de foto’s A en B. In zoverre kan de vordering derhalve niet worden toegewezen.

De vordering zal mitsdien worden beperkt worden toegewezen als in de beslissing opgenomen.

TROS betwist evenmin dat aan haar een verbod onder dwangsom kan worden opgelegd ten aanzien van het toekomstig gebruik van de foto’s, zij het dat zij tegen de hoogte van de dwangsom bezwaar maakt.

De rechtbank zal een dergelijk verbod dan ook opleggen en de dwangsom matigen en maximeren als in de beslissing vermeld.

4.4.

Het gaat in deze procedure thans nog over de vraag:

  • -

    of Getty Images er recht op heeft dat aan TROS een verbod onder last van een dwangsom wordt opgelegd ten aanzien van de gehele door Getty Images beheerde collectie afbeeldingen;

  • -

    of Getty Images aan TROS de verplichting kan doen opleggen gedurende drie maanden op de website www.trosradar.nl een mededeling inzake de door TROS gepleegde inbreuk op het auteursrecht van de rechthebbenden te plaatsen;

  • -

    wat de omvang dient te zijn van de door TROS aan Getty Images te betalen schadevergoeding.

Ad (1)

4.5.

Getty Images heeft aangevoerd dat zij recht en belang heeft bij een algeheel verbod op inbreuken door TROS ten aanzien van haar gehele collectie. Zij heeft haar belang daarbij onderbouwd door er op te wijzen dat zij in januari 2014 op de website van TROS, nog andere afbeeldingen heeft aangetroffen uit haar collectie die zonder haar toestemming door TROS daarop zijn geplaatst. Het betreft de afbeeldingen getiteld: “Rusted Car on white background”, “Judge striking gavel, close up” en “Male doctor wearing white coat and stethoscope”.

TROS betwist niet dat deze afbeeldingen door haar zonder toestemming van de rechthebbende op de website zijn geplaatst. Zij verklaart dat zij onderzoek heeft gedaan naar de aanwezigheid van werken uit de collectie van Getty Images op haar website, maar dat de onderhavige drie afbeeldingen ondanks haar onderzoek bij vergissing zijn gemist.

Voorts stelt zij dat een algeheel verbod op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag te ongespecificeerd is, een ernstig belemmering vormt op de vrijheid van meningsuiting en strijdig is met haar rechten van vrije meningsuiting als voorzien in artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt.

Getty Images heeft recht op bescherming van (de door) haar (beheerde) auteursrechten. Indien blijkt van inbreuken op haar rechten kan zij in beginsel niet alleen aanspraak maken op een vergoeding van de door haar geleden schade, maar heeft zij er ook recht op dat aan de inbreukmaker een verbod wordt opgelegd onder dwangsom om verdere inbreuken te voorkomen. Bij de beantwoording van de vraag of dat verbod mede betrekking dient te hebben op andere werken dan die waarvan de inbreuk in rechte is komen vast te staan en die geen voorwerp van het onderzoek in deze zaak zijn dient een belangenafweging te worden gemaakt.

In het algemeen is er geen plaats om het verbodsrecht dat de Aw kent voor alle werken met een dwangsom jegens een bepaalde wederpartij te versterken. Dat kan anders zijn indien aannemelijk is dat er een reële dreiging is dat de betreffende partij op aanzienlijke schaal inbreuken zal gaan plegen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de omstandigheid dat door TROS, naast de foto’s, nog drie andere afbeeldingen uit de collectie van Getty Images zonder toestemming zijn gebruikt onvoldoende om een verbod onder dwangsom voor de gehele collectie te rechtvaardigen. Daar komt in dit geval bij dat TROS een omroep is die mede via het internet journalistieke werkzaamheden verricht. Die journalistieke arbeid wordt beschermd door artikel 10 EVRM. Er kan zich dan een botsing voordoen tussen het recht van vrije meningsuiting enerzijds en het recht op handhaving van de auteursrechten anderzijds. Een verbod onder dwangsom is immers een beperking van de vrijheid van meningsuiting. De vraag of die beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving zal steeds per keer aan de hand van alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld.

Een algeheel verbod onder dwangsom is daarmee in het algemeen niet te verenigen. Een dergelijke maatregel waar een verbod vooraf wordt gegeven met een aanzienlijke dwangsom zal immers een “chilling effect” kunnen hebben, dat de journalist ervan zou kunnen weerhouden, ook in de gevallen waarin het recht op vrije meningsuiting dient voor te gaan op het auteursrecht, tot publicatie over te gaan.

Dat kan anders zijn indien er aanwijzingen zijn dat het betrokken medium op grote schaal systematisch ongerechtvaardigd op het auteursrecht inbreuk maakt. Het relatief geringe aantal geconstateerde inbreuken van TROS gedurende betrekkelijk korte tijd is daarvoor echter geen aanwijzing.

De rechtbank zal mitsdien het gevorderde verbod voor de gehele collectie afwijzen.

Ad (2)

4.7.

Getty Images vordert dat de rechtbank TROS veroordeelt tot publicatie van een tekst op de homepage van ww.trosrader.nl. Zij stelt daartoe dat publicatie een “passend en proportioneel middel” is.

TROS betwist dat een dergelijke publicatie een passende maatregel is. Zij wijst er daarbij op dat de verplichting een publicatie op te nemen een beperking is op haar rechten uit artikel 10 EVRM. Getty Images betwist niet dat de gevorderde publicatie een beperking is op de uitingsvrijheid van TROS, als bedoeld in artikel 10 EVRM, maar zij meent dat die beperking voldoet aan de eisen van het tweede lid van dat artikel.

4.8.

Anders dan Getty Images is de rechtbank van oordeel dat, ook als de wet in een dergelijke publicatie zou voorzien, niet gezegd kan worden dat deze noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Het is immers een ingrijpende maatregel die niet gerechtvaardigd wordt door de naar omvang en duur betrekkelijk geringe inbreuken waaraan TROS zich schuldig heeft gemaakt. Getty Images heeft ook nagelaten aan te geven welk specifiek belang zij bij deze publicatie heeft en welke schade daardoor zou kunnen worden gecompenseerd.

Reeds op die grond zal dit deel van de vordering worden afgewezen. In het midden kan dus blijven of de vordering is ingegeven door de behoefte van Getty Images zich teweer te stellen tegen een uitzending van het programma TROS Radar, waarin TROS zich over de wijze waarop Getty Images inbreukmakers benadert kritisch betoonde.

Ad (3)

4.9.

Naar Getty Images stelt en door TROS is erkend zou TROS indien zij van Getty Images een licentie had verkregen, daarvoor de gebruikelijke licentievergoeding van € 1.106,00 verschuldigd zijn geweest.

TROS betwist de vordering van Getty Images slechts voor zover die vordering een bedrag van € 1.382,50 te weten 1,25 keer de gebruikelijke licentievergoeding van € 1.106,00, overtreft.

Getty Images vordert echter een bedrag - door haar aangeduid als een forfaitaire vergoeding als bedoeld in artikel 27 lid 2 Aw - van 3 maal de gebruikelijke licentievergoeding ad € 3.663,00, te vermeerderen met € 1.200,00 kosten van buitengerechtelijke opsporing en handhaving.

Voor eerst merkt de rechtbank op dat de berekening van partijen kennelijk uitgaat van verschillende “gebruikelijke licentievergoedingen”. De rechtbank zal uitgaan van de in de dagvaarding genoemde en in zoverre niet betwiste bedragen in euro’s . De totale “gebruikelijke licentievergoeding” komt dan op € 540,00 (foto A) + € 286,00 (foto B) + € 307,00 (foto C) = € 1.133,00. Een vergoeding van 1,25 maal dat bedrag is € 1.416,25 en een vergoeding van 3 keer dat bedrag is € 3.399,00.

4.10.

Anders dan Getty Images aanvoert is in artikel 27 lid 2 Aw. geen grondslag te vinden om aanspraak te maken op een bedrag dat een factor 3 hoger is dan de gebruikelijke licentievergoeding. In dat artikel, dat is ingevoerd ter implementatie van Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (hierna de Richtlijn), wordt weliswaar aan de rechter de bevoegdheid gegeven de schade vast te stellen als een “forfaitair bedrag”, maar daarmee zegt dat artikel niets over de wijze waarop de rechter dat forfaitaire bedrag vast stelt. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat kennelijk slechts beoogd is de rechter de vrijheid te geven de schade vast te stellen, zonder dat feitelijk wordt vastgesteld dat en in welke omvang de rechthebbende ook feitelijk schade heeft geleden.

De Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 392, nr. 3) zegt daarover:

“In artikel 27 van de Auteurswet wordt artikel 13, eerste lid, onder b, van de richtlijn omgezet door een nieuw tweede lid toe te voegen over schadevergoeding in de vorm van een forfaitair bedrag. Dit bedrag kan bijvoorbeeld vastgesteld worden op basis van de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien de auteursrechthebbende toestemming zou hebben gegeven een handeling te verrichten als bedoeld in artikel 1 van de Auteurswet.”

4.11.

Getty Images stelt dat zij meer schade heeft geleden dan de misgelopen gebruikelijke licentievergoeding. In de dagvaarding noemt zij als zeer belangrijke component de vermindering van de waarde van het auteursrecht. Die waardevermindering zou volgens Getty Images ontstaan door, naar de rechtbank begrijpt, aantasting van de exclusiviteit van het auteursrechtelijk beschermde beeldmateriaal.

Daarvan kan sprake zijn, indien de licenties worden verleend op basis van exclusiviteit. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. De onderhavige werken worden zonder enige beperking gelicentieerd aan een ieder die bereid is de gebruikelijke licentievergoeding te betalen. Voor zover het gebruik de exclusiviteit zou aantasten is daarvoor in de gebruikelijke licentievergoeding derhalve voorzien.

4.12.

Getty Images heeft bij repliek op basis van de considerans van de Richtlijn aangevoerd dat de verhoging een afschrikwekkend karakter dient te hebben en dat de nationale wetgeving daarin moet voorzien, om Richtlijn-conform te zijn.

Anders dan Getty Images stelt kan echter uit de (considerans) van de Richtlijn niet worden afgeleid dat het afschrikwekkende karakter van de te nemen maatregel kan zitten in de verhoging van de vergoeding. De door Getty Images aangehaalde alinea 27 van de considerans, waarin het afschrikwekkende element wordt genoemd, heeft alleen betrekking op het nut van het publiceren van uitspraken in inbreukzaken.

4.13.

Getty Images heeft voorts nog aangevoerd dat het toewijzen van een forfaitaire verhoging een methode is om te voorkomen dat het verschil tussen inbreukmakers en niet-inbreukmakers zou wegvallen. Aldus zou de verhoging bewerkstelligen dat de aantasting van de waarde van het verbodsrecht die ontstaat door dat de pakkans gering is wordt gecompenseerd.

In wezen is dat echter geen ander argument dan dat door een verdrievoudiging van de vergoeding toekomstige potentiële inbreukmakers vanwege de risico’s worden weerhouden inbreuken te maken. Dat geeft aan die verhoging een punitief karakter dat aan het Nederlandse schadevergoedingsrecht vreemd is en waarin ook de Richtlijn blijkens alinea 26 van de considerans niet voorziet. Het eerste zinsdeel van de laatste zin van die alinea houdt immers in dat het niet de bedoeling van de Richtlijn is om te voorzien in een niet compensatoire schadevergoeding.

4.14.

Daarmee is nog niet gezegd dat nooit een hogere vergoeding dan de gebruikelijke licentievergoeding zou kunnen worden toegewezen. Voor een dergelijke aanvullende schadevergoeding is plaats, indien zich andere schade heeft voorgedaan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als sprake is van een werk dat slechts selectief of onder bepaalde voorwaarden wordt gelicentieerd, zodat de gebruikelijke licentievergoeding niet geacht kan worden het verlies aan exclusiviteit te compenseren. Ook kan naast de gebruikelijke licentievergoeding in beginsel aanspraak gemaakt worden op een vergoeding voor de kosten van handhaving van het auteursrecht en opsporing van de inbreuk(makers) en kan, indien het tot een procedure komt, op de voet van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aanspraak worden gemaakt op redelijke en evenredige proceskosten.

Het zullen met name die kosten zijn die bij publicatie van uitspraken als bedoeld in alinea 27 van de considerans van Richtlijn een afschrikwekkend effect hebben.

De door Getty Images gevorderde schadevergoeding van driemaal de gebruikelijke licentievergoeding ziet kennelijk niet op deze kosten, omdat zij naast die vergoeding een bedrag van € 1.200,00 ter zake buitengerechtelijk kosten van opsporing en handhaving en vergoeding van de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv vordert.

4.15.

Op grond van het voren overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat er voor een vergoeding in de omvang als door Getty Images gevorderd geen grond is.

Nu TROS uitdrukkelijk haar verweer heeft beperkt tot de schadevordering die een bedrag van 1,25 keer de gebruikelijke licentievergoeding overstijgt, zal de rechtbank de aan Getty Images te betalen schadevergoeding op dat bedrag begroten. Zoals hiervoor in r.o. 4.9 is berekend is 1,25 maal de gebruikelijke licentievergoeding is € 1.416,25.

4.16.

Getty Images vordert een bedrag van € 1.200,00 aan buitengerechtelijke kosten van opsporing en handhaving. Getty Images heeft echter nagelaten ook maar iets te stellen over de samenstelling van die kosten. Op dat punt heeft zij aan haar stelplicht niet voldaan, zodat dat deel van de vordering zal worden afgewezen.

4.17.

In de omstandigheid dat partijen over en weer gedeeltelijk in het gelijk en gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld vindt de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De vraag of de door Getty Images gevorderde kosten ex artikel 1019h Rv van ruim € 30.000,00 wel evenredig zijn behoeft derhalve geen beantwoording

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat TROS inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Getty Images ten aanzien van foto C en onrechtmatig heeft gehandeld ten aanzien van foto’s A en B door de foto’s zonder toestemming van de rechthebbende op de website www.trosradar.nl te plaatsen,

5.2.

gebiedt TROS vanaf één dag na de betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op het auteursrecht op de foto’s te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 30.000,00,

5.3.

veroordeelt TROS om aan Getty Images te betalen de somma van € 1.416,25 (éénduizend vierhonderdenzestien euro en vijfentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juni 2013 tot aan de dag van voldoening,

5.4.

verklaart de beslissingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2014.1

1 *: