Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:7803

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
C-13-542395 - HA ZA 13-578
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/542395 / HA ZA 13-578

Vonnis van 26 november 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPITS WALLCOVERINGS B.V.,

gevestigd te Schoonhoven,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. K.C. Mensink te Den Haag,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRAXIS DOE-HET-ZELF-CENTER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAXEDA DIY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRAXIS GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. E.J.H. Gielen te Utrecht.

Partijen zullen hierna Spits respectievelijk Praxis, Maxeda en Praxis Groep (en gezamenlijk Praxis c.s.) worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 juli 2014 (hierna: het tussenvonnis),

  • -

    de akte uitlaten deskundigenbenoeming van Spits,

  • -

    de akte (uitlaten deskundige) van Praxis c.s., met producties,

  • -

    de antwoordakte van Spits.

1.2.

Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

Bij tussenvonnis (r.o. 4.12.) heeft de rechtbank overwogen dat zij zich genoodzaakt ziet het advies van een deskundige in te winnen om te kunnen vaststellen welke artikelen Praxis tot eind 2012 bij normale uitvoering van de overeenkomst bij Spits zou hebben afgenomen en welke betalingsverplichtingen hieruit eventueel voor Praxis voortvloeien. In het tussenvonnis zijn tevens de vragen geformuleerd die de rechtbank voornemens is aan de deskundige voor te leggen. Voorts heeft de rechtbank in het tussenvonnis de uitgangspunten uiteengezet die de te benoemen deskundige bij de beantwoording van de aan hem te stellen vragen in acht dient te nemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen.

2.2.

Nadien hebben beide partijen een akte genomen.

  • -

    Spits heeft zich in die akte uitgelaten over de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen.

  • -

    Praxis heeft in haar akte te kennen gegeven dat zij gezien de heldere uitgangspunten opgenomen in het tussenvonnis van mening is dat het niet noodzakelijk c.q. gewenst is om een deskundige te benoemen, mede gelet op de daaraan verbonden kosten en tijdsduur. Zij heeft bij haar akte, met inachtneming van de door de rechtbank bij tussenvonnis geformuleerde uitgangspunten, een aangepaste berekening overgelegd en voorgesteld Spits schriftelijk op die berekening te laten reageren, waarna de rechtbank zonder tussenkomst van een deskundige vonnis zou kunnen wijzen. Voor het geval de rechtbank toch tot benoeming van een deskundige zou overgaan, heeft Praxis zich in haar akte uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen.

2.3.

De rechtbank heeft Spits in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voorstel van Praxis om het geschil tussen partijen af te doen zonder benoeming van een deskundige. Spits heeft daarop bij antwoordakte – kort gezegd – laten weten dat zij zich niet in dat voorstel van Praxis kan vinden. Zij verzoekt de rechtbank om een deskundige te benoemen.

2.4.

Nu partijen niet eensluidend van mening zijn dat de zaak kan worden beslecht zonder benoeming van een deskundige, zal de rechtbank overeenkomstig haar voornemen als vermeld in het tussenvonnis het aangekondigde deskundigenbericht bevelen.

Persoon van de te benoemen deskundige

2.5.

De rechtbank heeft kennis genomen van de standpunten van partijen ten aanzien van de persoon van de te benoemen deskundige. Partijen zijn het erover eens dat de te benoemen deskundige geen accountant van een van de vier grote kantoren behoeft te zijn en dat de vaste accountant van een van partijen in geen geval voor benoeming tot deskundige in aanmerking komt. Mede gelet hierop en op hetgeen partijen overigens nog in hun aktes ten aanzien van de te benoemen deskundige naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. De rechtbank heeft voorafgaand aan het wijzen van dit vonnis contact met de deskundige opgenomen. De deskundige heeft te kennen gegeven bereid te zijn het onderzoek te verrichten en vrij te staan ten aanzien van partijen.

Termijn voor opstellen rapport

2.6.

De rechtbank heeft de deskundige voorafgaand aan het wijzen van dit vonnis gevraagd op welke termijn de deskundige een conceptrapport gereed denkt te kunnen hebben. Aan de hand daarvan is de onder de beslissing vermelde termijn bepaald.

Aan de deskundige voor te leggen vragen

2.7.

De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen partijen ten aanzien van de aan de deskundige te stellen vragen in hun aktes na het tussenvonnis naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft de concept-vraagstelling als vermeld in het tussenvonnis voorafgaand aan dit vonnis ook aan de deskundige voorgelegd. De deskundige heeft hierop aan de rechtbank te kennen gegeven de concept-vraagstelling helder en uitvoerbaar te vinden. Met inachtneming van een en ander zullen de in de beslissing vermelde vragen aan de deskundige worden voorgelegd. Aangezien de rechtbank het geraden voorkomt om de te hanteren berekenmethode aan de deskundige over te laten, wordt Praxis niet gevolgd in de door haar voorgestelde aanpassing van vraag (i) in de zin om de deskundige te vragen na te gaan of de door Praxis opgestelde berekening correct is gelet op de door de rechtbank geformuleerde uitgangspunten.

Het voorschot van de deskundige

2.8.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet (artikel 195 Rv), dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door Spits moeten worden betaald.

Overigens

2.9.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.10.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.11.

De rechtbank zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

in conventie en in reconventie

2.12.

In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

( i) Kunt u vaststellen wat Spits op artikelniveau (welke artikelen in welke hoeveelheid) had mogen verwachten in 2012 aan Praxis te verkopen. Bij deze vaststelling dient u voor het bepalen van de (fictieve) omzet in 2012 uit te gaan van (de omzet in) het kalenderjaar 2011 (de referentieperiode) en deze te extrapoleren naar 2012, waarbij rekening moet worden gehouden met een markt-/omzetdaling van 6% in 2012 ten opzichte van 2011.

( ii) Indien en voor zover Spits de onder (i) bedoelde artikelen (die zij naar verwachting in 2012 aan Praxis had kunnen verkopen) bij het (feitelijk) einde van de overeenkomst op voorraad had, moet Praxis deze afnemen (althans de volledige inkoopprijs voor deze artikelen aan Spits betalen) en voor zover deze artikelen niet op voorraad waren, zal Praxis aan Spits de gemiste marge op deze artikelen moeten vergoeden.

- Kunt u deze bedragen berekenen, waarbij de NTAB-lijst (productie 31 bij dagvaarding) tot uitgangspunt dient te worden genomen voor de vaststelling welke artikelen Spits bij het (feitelijk) einde van de overeenkomst (week 23 van 2012) nog op voorraad had en voor het bepalen van de inkoopprijs voor Praxis.

- Bij uw berekening dient u tot uitgangspunt te nemen dat artikelen die in de 10 weken voorafgaand aan week 23 niet door Praxis zijn besteld ook daarna niet meer zouden worden besteld/afgenomen door Praxis.

- Voor de berekening van het bedrag aan gemiste marge geldt dat Spits recht heeft op vergoeding van de daadwerkelijke brutomarge die zij op de verkopen van artikelen aan Praxis behaalde, dat wil zeggen: de verkoopprijs (inkoopprijs Praxis volgens de NTAB-lijst) (zonder rekening te houden met bonuscondities, zie hierna) minus inkoopprijs Spits (of, indien relevant, productieprijs Spits) en aan het artikel toe te rekenen directe en indirecte kosten van Spits, waarbij de indirecte kosten alleen buiten beschouwing moeten worden laten indien en voor zover Spits op deze kosten daadwerkelijk heeft bespaard.

- In de bedragen die Praxis eventueel nog aan Spits moet betalen (in de vorm van koopprijs voor ten onrechte niet afgenomen artikelen of in de vorm van margecompensatie), moeten de kortingen (en bonussen) worden verdisconteerd die tussen partijen gebruikelijk waren met uitzondering van eventuele betalingskortingen waarop Praxis recht zou hebben gehad bij tijdige betaling.

(iii) Indien naar uw deskundig oordeel – gehoord partijen – voor de berekening van de bedragen die Praxis mogelijk nog aan Spits moet betalen met aspecten rekening moet worden gehouden die hiervoor niet zijn genoemd, of op de bedragen die uit de berekening op de wijze als hiervoor weergegeven volgen correcties moeten worden aangebracht, (bijvoorbeeld – zoals Spits meent en de rechtbank niet overziet – in verband met de in het tussenvonnis genoemde “grote voorraadwissel” in week 47 van 2011) wordt u verzocht dit (gemotiveerd) aan te geven in uw rapport, waarbij u tevens berekent tot welke (andere) bedragen ieder afzonderlijk aspect/correctie leidt.

(iv) Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige:

de heer drs. P. den Hertog RA,

kantoornaam: Grant Thornton Specialist Advisory Services B.V.

correspondentieadres: postbus 23278, 3001 KG Rotterdam,

bezoekadres: Van Vollenhovenstraat 3, 3016 BE Rotterdam,

telefoon: 088-6769143,

fax: 088-6769010,

emailadres: peter.den.hertog@gt.nl,

het voorschot

3.3.

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

  • -

    de deskundige dient binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,

  • -

    de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,

  • -

    partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,

  • -

    indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,

  • -

    indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

3.4.

bepaalt dat Spits het voorschot dient over te maken onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport" en het zaak- en rolnummer (C/13/542395 / HA ZA 13-578), en wel binnen twee weken na een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie op het in dat betalingsverzoek vermelde rekeningnummer,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat Spits haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige erop dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen en (financiële) informatie, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijke deskundigenbericht of rapport (hierna: het (deskundigen)rapport)

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot zijn schriftelijke en ondertekende definitieve rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige erop dat:

  • -

    uit het schriftelijke rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 7 oktober 2015,

3.14.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenrapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Spits op een termijn van vier weken,

3.15.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. B.T Beuving en mr. L.R. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2014.1

1 *