Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:723

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-01-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
C/13/558315 / KG ZA 14-140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Publicatie van een artikel in Het Parool gedeeltelijk opgeschort. Met betrekking tot het eerste deel van het artikel is voldoende gelegenheid voor weerwoord gegeven. Voor het tweede gedeelte van het artikel is gezien de ernst en het aantal beschuldigingen geen reële mogelijkheid voor een weerwoord gegeven. Daarbij is ook meegewogen dat het in dat gedeelte van het artikel niet gaat om actualiteit maar de achtergrond daarvan. Het artikel is inmiddels gepubliceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/558315 / KG ZA 14-140 HJ/TF

Vonnis in kort geding van 28 januari 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMSTERDAM WATERFRONT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NAUTISCH KWARTIER B.V.,

gevestigd te Amsterdam

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIAWHARF B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET FORT ONROEREND GOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRASFORT PENSIOEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. [eiser sub 6],

woonplaats kiezende te Amsterdam,

7.[eiser sub 7][eiser sub 7],

woonplaats kiezende te Amsterdam,

eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 28 januari 2014,

advocaten mrs. R.S. Le Poole en V.H. Affourtit te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET PAROOL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagden,

advocaten mrs. J.P. van den Brink en C. Wildeman te Amsterdam.

Eiser sub 6 en 7 zullen hierna afzonderlijk respectievelijk [eiser sub 6] en [eiser sub 7] worden genoemd en gedaagde sub 2 [gedaagde sub 2].

1 De procedure

Ter terechtzitting van 28 januari 2014 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden (hierna Het Parool) hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 28 januari 2014 mondeling uitspraak gedaan, en op 29 januari 2014 een schriftelijk verkort vonnis uitgegaan. Bij faxbericht van 29 januari 2014 heeft mr. Van den Brink verzocht om een schriftelijke uitwerking daarvan. Het onderstaande vormt deze schriftelijke uitwerking, waarbij de enkele aanvulling in de beoordeling voor de duidelijkheid cursief is gedrukt. Deze uitwerking is op 13 februari 2014 aan partijen gefaxt.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van eisers: mrs. Le Poole en Affourtit,

aan de zijde van Het Parool: [gedaagde sub 2] (hoofdredacteur), [journalist A] (journalist) en[journalist B] (journalist) met mrs. Van den Brink en Wildeman.

2 De feiten

2.1.

Het Parool is voornemens een artikel te gaan publiceren waarin - kort

gezegd - projectontwikkelaar [eiser sub 6] en zijn positie en activiteiten op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord, alsmede zijn samenwerking in dit verband met [eiser sub 7] aan de orde komen. In het artikel wil Het Parool daarnaast ook de vermeende banden tussen [eiser sub 6] en oud-provinciebestuurder T. [X] aan de orde stellen.

2.2.

Bij e-mail van 10 januari 2014 heeft[journalist B] (hierna [journalist B]) van Het Parool, via M. Veldhuis (management assistent van Amsterdam Waterfront B.V.), een verzoek gedaan om [eiser sub 6] te mogen interviewen in verband met bovengenoemd artikel. Na herhaling van dit verzoek op 15 januari 2014, heeft [journalist B] op 16 januari 2014 per e-mail bericht ontvangen van M. Veldhuis dat niet zal worden gereageerd op het verzoek. M. Veldhuis heeft in deze e-mail [journalist B] wel verzocht het concept artikel vóór publicatie aan haar te mailen.

2.3.

Bij e-mails van 22 januari 2014 heeft Het Parool het concept artikel aan eisers doen toekomen. Bij brief van 23 januari 2014 hebben de advocaten van eisers verzocht om af te zien van publicatie van het concept artikel en op enkele onderdelen commentaar gegeven waarop [journalist B] bij e-mail van dezelfde dag heeft gereageerd.

2.4.

Bij e-mails van 22 en 23 januari 2014 heeft Het Parool getracht, via derden, contact te krijgen met [eiser sub 7].

2.5.

Bij e-mail van 24 januari 2014 hebben [journalist B] en [journalist A] (hierna [journalist A]) aan [eiser sub 6] en de advocaten van eisers een nieuwe versie van het artikel (ook wel het concept artikel genoemd), waarvan de inhoud in dit kort geding aan de orde is, doen toekomen en het volgende voor zover van belang meegedeeld:

(…) Hierbij ontvangt u van ons een aanvulling op het eerder verzonden conceptartikel. Ook ontvangt u de infografiek die bij het artikel wordt geplaatst. Voor de volledigheid sturen wij ook het eerder gestuurde conceptartikel nogmaals mee.

Wij zijn bereid de publicatie uit te stellen om u de gelegenheid te geven ons te laten weten wat er volgens u feitelijk onjuist is in de gehele tekst en in de infografiek. U stelt in uw e-mail van vandaag dat wij het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland onjuist weergeven. Wij horen graag van u wat er dan precies volgens u onjuist is.

U heeft hiervoor uiterlijk de tijd tot aanstaande maandag 12.00 uur. (…)

Kunnen wij daarom aannemen dat u ook optreedt namens de heer[eiser sub 7]? Zo niet, dan doen wij nogmaals het verzoek om ons de contactgegevens van (…) [eiser sub 7] te doen toekomen.

Op 10 januari hebben wij (…) [eiser sub 6] verzocht om een interview (…) Dit verzoek is door (…) [eiser sub 6] afgewezen. Mocht hij zich bedenken dan zijn wij uiteraard nog steeds bereid om hem te interviewen.

2.6.

In een e-mail van 27 januari 2014 om 11:39 uur hebben de advocaten van eisers het volgende aan Het Parool geschreven:

Op dit moment treden wij niet op voor de heer [eiser sub 7]. Zoals u weet, verblijft hij in het buitenland (Zuid-Amerika) en heeft hij dus geen kennis kunnen nemen van het concept-artikel en ons ook geen opdracht kunnen geven namens hem op te treden. U onderkent echter terecht dat ook de positie van (…) [eiser sub 7] betrokken is. Op dit moment doen wij daarom het nodige om contact te krijgen met (…) [eiser sub 7]. Het voorstel aan hem zal zijn om zijn reactie bij die van Amsterdam Waterfront c.s. te betrekken.

Ik verwacht u morgen te berichten.

2.7.

Op 27 januari 2014 om 14.03 uur heeft Het Parool eisers bij e-mail verzocht om uiterlijk 28 januari 2014 vóór 12.00 uur op het concept artikel te reageren. In de e-mail van [journalist B] en [journalist A] aan de advocaten van eisers en [eiser sub 6] staat voor zover van belang het volgende:

(…) U gaat niet in op ons herhaaldelijk verzoek om feitelijke onjuistheden in de verzonden concepttekst te benoemen. Ook heeft u ondanks ons verzoek nog niet gereageerd op de infographic. Nogmaals verzoeken we u vriendelijk alsnog inhoudelijk te reageren. Teneinde u de kans te geven (…) [eiser sub 7] te bereiken zijn wij bereid publicatie opnieuw uit te stellen (…)

2.8.

Bij brief van 28 januari 2014 hebben de advocaten van eisers aan Het Parool voor zover van belang meegedeeld:

(…) Waterfront c.s. (eisers, vzr) moeten constateren dat Het Parool volhardt in het voornemen om het onrechtmatige (concept-)artikel met vele onjuistheden, suggestieve stellingen en halve waarheden op korte termijn te publiceren. Dit terwijl Waterfront c.s. meer tijd nodig hebben om op de vele onjuistheden te reageren. U stelt voor het geven van een reactie bij herhaling uitzonderlijk korte termijnen. Deze termijnen zijn bovendien te kort geweest om met (…) [eiser sub 7], die in het buitenland verblijft, in detail overleg te hebben over het concept-artikel. (…)

Het geven van een gedetailleerde reactie in de onderhavige kwestie vraagt aanzienlijk meer tijd dan u tot nu toe bereid bent om te geven. (…)

Waterfront c.s. zijn bereid om het concept-artikel en de graphic gedetailleerd van feitelijk commentaar te voorzien, mits hen daarvoor voldoende tijd wordt gegund. Bovendien zijn Waterfront c.s. bereid aan Het Parool een toelichting te laten geven door (…) [eiser sub 6] en - zo mogelijk - (…) [eiser sub 7]. (…)

Indien het voorstel niet door u wordt aanvaard, dan rest Waterfront c.s. niets anders dan vandaag in kort geding te vorderen dat de voorzieningenrechter de publicatie van het (concept-)artikel opschort, omdat Het Parool in dat geval, zonder voldoende zorgvuldig wederhoor te laten plaatsvinden, een artikel zal publiceren met zeer veel onjuistheden, suggestieve stellingen en halve waarheden, terwijl zij bekend is met de desastreuze gevolgen die dit zal hebben voor Waterfront c.s. (…)

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen - kort samengevat - Het Parool op straffe van een dwangsom te bevelen de openbaarmaking van het artikel, of een vergelijkbaar artikel, over eisers tot 11 februari 2014 op te schorten. Eisers vorderen daarnaast

Het Parool te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Eisers stellen hiertoe, kort gezegd, het volgende.

Het artikel dat Het Parool wil gaan publiceren bevat vele onjuistheden, suggestieve stellingen en halve waarheden. Eisers willen dat de publicatie wordt uitgesteld zodat zij zorgvuldig wederhoor kunnen leveren. Publicatie van het artikel in deze vorm is zeer schadelijk voor eisers. Bovendien hebben de gebeurtenissen die in het artikel zijn vermeld zich zes tot twaalf jaar geleden voorgedaan. Eisers hebben dan ook ten minste twee weken nodig om op het concept in te kunnen gaan. Het nalaten van het bieden van een dergelijk termijn voor wederhoor kan leiden tot onrechtmatigheid. De vraag wat een redelijke termijn is voor het geven van een weerwoord is in de rechtspraak beantwoord. De Raad voor de Journalistiek heeft geoordeeld dat naarmate de beschuldigingen ernstiger zijn er meer tijd voor weerwoord moet worden gegeven. In deze zaak moeten de belangen van partijen worden gewogen. Naast de dreigende schade maken de volgende omstandigheden dat eisers meer tijd nodig hebben:

  • -

    er staat een grote hoeveelheid aan onzorgvuldigheden in het concept artikel en de juistheid van de correcties moet worden gewaarborgd;

  • -

    het concept artikel bestrijkt een lange periode vanaf 2002 hetgeen het controleren van de juistheid van de inhoud moeilijk maakt;

  • -

    er zijn veel partijen in het concept artikel genoemd en met hun belangen moet rekening worden gehouden;

  • -

    [eiser sub 7] moet de gelegenheid krijgen de feiten te checken. Hij komt volgende week tijdelijk naar Nederland;

  • -

    zowel [eiser sub 6] als [eiser sub 7] willen een toelichting geven aan het Parool.

De vrijheid van meningsuiting zal niet worden beperkt door uitstel van het artikel. Er is geen spoedeisend belang het artikel nu te publiceren. Er wordt in onderhavige zaak een trail by media gevoerd. Dit dient door een ordemaatregel te worden voorkomen. Tot slot is hoofdredacteur [gedaagde sub 2] niet als persoon gedagvaard, maar als hoofdredacteur voor het geval Het Parool niet bevoegd is de publicatie uit te stellen.

3.3.

Het Parool voert - kort gezegd - het volgende verweer.

Toewijzing van de vordering zou een ernstige beperking opleveren van de uitingsvrijheid. Wederhoor is geen wet van Meden en Perzen. Er bestaat geen algemene plicht voor de media om wederhoor te verlenen. Per geval moet worden gekeken of wederhoor geboden is. Het Parool heeft op 10 januari 2014 [eiser sub 6] verzocht om een interview en het concept artikel is op 22 januari 2014 aan eisers voorgelegd. Feitelijk is er dus al een zeer lange termijn voor wederhoor gegeven.

Eisers hebben kennelijk nog steeds niet hun gehele commentaar kunnen geven.

Het Parool heeft het concept artikel ook naar het Stadsdeel Noord gestuurd. Het Stadsdeel is er wel in geslaagd in korte tijd haar commentaar geven.

Verder heeft Het Parool zich tot het uiterste ingespannen om in contact met [eiser sub 7] te treden. Het Parool is daarin tegengewerkt. Dat [eiser sub 7] derhalve nog niet heeft kunnen reageren, komt voor zijn rekening. In feite willen eisers controle vooraf. Dit is in strijd met het censuurverbod van artikel 7, tweede lid van de Grondwet en een ontoelaatbare beperking van artikel 10, tweede lid EVRM. Media hebben geen voorafgaande toestemming nodig om zich te uiten. Een uiting wordt pas achteraf beoordeeld. Daar komt bij dat van media niet kan worden verwacht dat zij de publicatie van een nieuwsfeit over een onderwerp van algemeen belang uitstellen, tenzij daarvoor zwaarwegende redenen bestaan. Nieuws is immers bederfelijke waar. Een vertraging brengt het risico mee dat iedere waarde en ieder belang aan publicatie wordt ontnomen. Ander kranten hebben al over het onderwerp gepubliceerd. De vordering is kortom disproportioneel.

3.4.

Op de standpunten van partijen wordt hierna voor zover van belang nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het concept artikel waar het in onderhavige zaak om gaat, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in twee delen uiteen. In het eerste deel, dat aanvangt met Wethouder Maarten van Poelgeest en eindigt bij - deels een rijksmonument - in handen (hierna ook het eerste deel van het artikel genoemd), zijn voornamelijk actuele kwesties aan de orde. Het gaat daarin om het vonnis van de rechtbank Noord-Holland in de zaak [X], de banden die [eiser sub 6] met [X] heeft en het gesprek dat wethouder Van Poelgeest met [eiser sub 6] daarover wil hebben. In een korte alinea worden enige mededelingen over de achtergrond van [eiser sub 6] gedaan.

4.2.

Het tweede deel, dat aanvangt met Hoe werd [eiser sub 6] (…) (hierna ook het tweede deel van het artikel genoemd), gaat uitgebreid in op de achtergrond van voornoemde actuele gebeurtenissen en geeft een uitvoerig historisch overzicht van de positie die [eiser sub 6] en [eiser sub 7] en aan hen gelieerde vennootschappen innemen op de NDSM-werf. Daarbij wordt de naam van [eiser sub 6] 29 maal genoemd en die van [eiser sub 7] 13 maal.

4.3.

Het eerste contact van Het Parool met [eiser sub 6] dateert van 10 januari 2014. [eiser sub 6] beschikt sinds 24 januari 2014 over het concept artikel. Het Parool stelt dat zij alles in het werk heeft gesteld om met [eiser sub 7] in contact te komen, maar dat zijn contacten in Nederland mededeelden dat hij in Zuid Amerika verblijft en dat zij niet bereid of in staat waren daadwerkelijk contact met hem op te nemen over deze kwestie.
De raadslieden van [eiser sub 7] treden sinds kort voor hem op en hebben medegedeeld dat het (indirecte) contact met [eiser sub 7] pas heel kort geleden is gelegd en dat zij dus ook pas sinds kort voor hem optreden. Zij hebben medegedeeld dat [eiser sub 7] voornemens is volgende week naar Nederland te komen in verband met de voorgenomen publicatie.

4.4.

Het concept-artikel (in het bijzonder het tweede deel zoals hiervoor genoemd) bevat een groot aantal feiten en expliciete dan wel impliciete beschuldigingen. Terecht heeft Het Parool aangenomen dat zij in dit geval verplicht was gelegenheid voor wederhoor te bieden. Dat Het Parool het artikel in concept aan eisers heeft verstrekt is gezien de aard en omvang van het artikel een passende wijze om eisers in staat te stellen daarop te reageren.

4.5. Met Het Parool is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gangbare reactietermijn van 24 uur in de regel voldoende is. Dat is in dit geval ook zo voor het eerste deel van het artikel. Dit te meer nu eisers (met uitzondering van [eiser sub 7], maar die wordt in het eerste deel niet genoemd) reeds sinds 24 januari 2014 met het concept-artikel bekend zijn en een journalist van Het Parool al op 10 januari 2014 heeft laten weten dat zij een artikel aan het schrijven was over [eiser sub 6] als verdachte in de zaak [X] en over zijn rol op de NDSM-werf. Bovendien heeft het eerste gedeelte van het artikel een hoge actualiteitswaarde en dreigt het deze waarde te verliezen als de publicatie (ernstig) wordt vertraagd.

4.6.

Voor het tweede deel van het artikel geldt dat een reactietermijn van 24 uur geen reële mogelijkheid geeft om op het artikel te reageren, gezien het aantal en de ernst van de daarin genoemde beschuldigingen. Dat het Stadsdeel Noord er volgens Het Parool wel in is geslaagd in korte tijd haar commentaar geven, doet hier niet aan af, nu de rol van het Stadsdeel in hetgeen beschreven wordt in het artikel een geheel andere is dan de rol van eisers. Ook is de noodzaak voor het hanteren van een zo korte reactietermijn niet aanwezig, nu het hier niet gaat om de actualiteit maar om de achtergrond daarvan, te weten de wijze waarop [eiser sub 6] en [eiser sub 7] en de aan hun gelieerde vennootschappen zich hebben gedragen gedurende een periode van ruim twaalf jaar. Daar komt bij dat voor zover al zou worden aangenomen dat eisers wel voldoende gelegenheid hebben gehad om een inhoudelijke reactie te geven, dit in ieder geval niet geldt voor [eiser sub 7]. Voorshands moet worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van eisers dat [eiser sub 7] pas onlangs van de situatie op de hoogte is gekomen. Nu hij zich in Zuid Amerika bevindt en voornemens is in verband met deze kwestie komende week naar Nederland terug te keren, zal de reactietermijn met betrekking tot het tweede deel van het artikel, waarin hij regelmatig bij name genoemd wordt in ieder geval daarop moeten worden aangepast.

4.7.

Het verweer dat een gebod om te wachten met publicatie in strijd zou komen met het censuurverbod wordt verworpen. Het censuurverbod (art. 7 Grondwet en art. 10 EVRM) houdt in dat een medium niet gedwongen kan worden inzage te geven in wat zij voornemens is te publiceren. Dat betekent dat hiervan per definitie geen sprake is in de situatie zoals de onderhavige, waarin het medium de inhoud van de voorgenomen publicatie al aan een belanghebbende bekend heeft gemaakt. Als de inhoud van een voorgenomen publicatie bij een belanghebbende bekend is, staat het censuurverbod niet in de weg aan vorderingen uit hoofde van (dreigende) onrechtmatige daad, zoals een verbod om te publiceren of (zoals in dit geval) een gebod om voorafgaande aan de publicatie een passende reactietermijn in acht te nemen.

4.8.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter zijn voornemen om een splitsing in het artikel aan te brengen besproken. Eisers hebben ter zitting verklaard dat ook het eerste deel van het artikel zo ernstige beschuldigingen bevat dat een langere reactietermijn noodzakelijk is. De voorzieningenrechter acht de beschuldigingen in het eerste deel echter zodanig te overzien, mede gezien de aankondiging dat over het in dat deel van het artikel aan de orde zijnde kwesties een artikel zou worden geschreven, dat de reeds geboden gelegenheid voor weerwoord voldoende moet worden geacht.

4.9.

Het Parool heeft ter zitting als bezwaar tegen de splitsing aangevoerd dat zij het moet hebben van achtergrondartikelen, nu die haar toegevoegde waarde uitmaken in het huidige medialandschap. Dat is op zich aannemelijk, maar dit belang weegt niet zo zwaar dat dit rechtvaardigt dat op een artikel met verschillende ernstige beschuldigingen die betrekking hebben op een lange periode en die als zodanig (nog) niet in de actualiteit zijn, geen reële mogelijkheid voor wederhoor te bieden.

4.10.

Na de uitspraak heeft Het Parool nog verklaard dat het eerste deel van het concept-artikel zodanig met het tweede deel verbonden is dat deze niet zijn te scheiden; dit verweer is echter gevoerd nadat de behandeling was gesloten en is dus niet in de beoordeling betrokken.

4.11.

Op grond van het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding eisers met betrekking tot het tweede deel van het artikel meer tijd te gunnen om op de inhoud daarvan te reageren. Het Parool zal worden geboden de publicatie van het tweede deel van het artikel tot donderdag 6 februari 2014 12.00 uur op te schorten. Tot die tijd hebben eisers de mogelijkheid te reageren op dit tweede deel van het artikel. Voor het eerste deel van het artikel zal dus geen opschortingsgebod worden opgelegd.

4.12.

Het Parool heeft nog verklaard dat reacties aan de zijde van eisers op het eerste deel van het artikel die voor woensdag 29 januari 2014 om 6.00 uur binnenkomen nog kunnen worden verwerkt; eisers hebben toegezegd hun reactie zo veel mogelijk voor dinsdag 28 januari 2014 24.00 uur te geven en een eventueel restant voor 29 januari 2014 6.00 uur.

4.13.

De dwangsom zal worden gematigd als na te melden. Nu beide partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

Gebiedt Het Parool de openbaarmaking van het tweede deel van het artikel, dat aanvangt met Hoe werd [eiser sub 6] (…), of een artikel dat in hoofdlijnen dezelfde informatie bevat, tot donderdag 6 februari 2014 om 12.00 uur op te schorten,

5.2.

veroordeelt Het Parool om aan eisers een dwangsom te betalen van € 50.000,00 als zij niet aan het onder 5.1 vermelde gebod voldoet,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2014.1

1 type: GHFcoll: