Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:7146

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
13/676899-12 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft negen maanden deelgenomen aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighield met de productie en bewerking van MDMA en amfetamine, de handel in MDMA, amfetamine en cocaïne en met het telen en verkopen van hennep. Alle verdachten zijn Ajax supporter. First offender. Gevangenisstraf 345 dagen.

Het niet-ontvankelijkheidsverweer wordt verworpen, nu sprake is van de in artikel 27 lid 3 onder c van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel (hierna: Kaderbesluit) genoemde uitzondering op het specialiteitsbeginsel. Ten aanzien van de toevoeging ‘amfetamine’ geldt dat het gaat om een voortdurend onderzoek waarin gegevens zijn verzameld die hebben geleid tot een precisering van de bestanddelen van het strafbare feit ‘voorbereidingshandelingen’. Er bestaat voldoende overeenstemming met de oorspronkelijke gegevens van het Europees Aanhoudingsbevel. Geen ander feit in de zin van artikel 27 lid 2 Kaderbesluit.

Verdachte wordt vrijgesproken van de goederen en stoffen die in de woning van deelnemers van de criminele organisatie worden gevonden. Om tot een bewezenverklaring van de onder artikel 10a van de Opiumwet (OW) bedoelde voorbereidingshandelingen te kunnen komen, zal namelijk onder meer moeten worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen, gelden en stoffen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de goederen daadwerkelijk aan verdachte toebehoorden of dat hij deze feitelijk in zijn bezit had.

Bewijsuitsluitingsverweer OVC-gesprekken wordt verworpen. De onmogelijkheid tot het uitluisteren van de OVC-gesprekken staat niet aan een eerlijke procesvoering in de weg. De gesprekken zijn niet concreet en gemotiveerd betwist. Er is geen vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Verdachte heeft samen met anderen een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd en zij hebben ieder een aandeel gehad in de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie. Het versluierde taalgebruik, het gebruik van voertuigen ten behoeve van de organisatie, de telefonische contacten tussen de deelnemers en de rolverdeling zijn daarbij van belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/676899-12 (Promis)

Datum uitspraak: 11 juli 2014

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvende op het adres [adres, te plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 september en 5 december 2013, 19 februari, 13 mei en 2, 3, 6, 10, 11, 13 en 30 juni 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mrs. A.J.M. Vreekamp en A.M. Lobregt en van wat verdachte en zijn raadsman

mr. C.J.J. Visser naar voren hebben gebracht.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig – maar niet gevoegd – ter terechtzitting behandeld met de zaak van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 13/676341-12), [medeverdachte 2] (parketnummer 13/676348-12), [medeverdachte 3] (parketnummer 13/665309-13) en [medeverdachte 4] (parketnummer 13/665274-13).

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de terechtzitting van 2 juni 2014 – ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of te Kapellen en/of elders in België, heeft deelgenomen aan een organisatie – gevormd door (onder meer) verdachte en [medeverdachte 2] en/of [verdachte] en/of [deelnemer 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [deelnemer 2] en/of [deelnemer 3] en/of [deelnemer 4] en/of [deelnemer 5] en/of [deelnemer 6] en/of [deelnemer 7] en/of [deelnemer 8] en/of [deelnemer 9], welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of

bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van hoeveelheden cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het (telkens) telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of leveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, in elk geval van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II

en/of

het plegen van voorbereidingshandelingen, als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, tot het plegen van feiten bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet,

welke deelneming onder meer bestond in/uit het (samen met een of meer andere deelnemer(s) aan die organisatie) (telkens):

  • -

    ontwikkelen van plannen om een of meer van vorenbedoelde misdrijven te begaan en/of

  • -

    inkopen en/of verkopen en/of vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine en/of hennep, althans van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II en/of

  • -

    afgeven en/of verstrekken van cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine en/of hennep, althans van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II aan de voor voornoemde organisatie werkende verkoper(s) en/of koerier(s) en/of

  • -

    ter beschikking stellen van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer simkaart(en)

en/of auto’s) en/of scooter(s) aan voornoemde verkoper(s) en/of koerier(s) en/of

- ( (doen) regelen en/of beschikbaar (doen) stellen van locaties en/of ruimte(s) voor het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervaardigen van hennep en/of hasj,

althans van een of meer middel(en) op de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of

- inkopen en/of aanwezig hebben van materia(a)l(en) bestemd voor het kweken van

hennepplant(en), in elk geval een of meer middel(en) op de bij de Opiumwet behorende

lijst II en/of

- inkopen en/of aanwezig hebben van materia(a)l(en) bestemd voor het bereiden en/of

bewerken en/of verwerken en/of vervaardigen van MDMA (XTC), althans van (een) middel(en) op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

  • -

    hebben/onderhouden van (al dan niet) versluierde telefonische en directe contact(en) met een of meer andere deelnemer(s) aan voornoemde organisatie en/of koper(s) en/of

  • -

    (mede)plegen van voornoemde misdrijven en/of

  • -

    (laten) incasseren van schulden aan/bij voornoemde organisatie en/of

  • -

    (doen) betalen van een of meer geldbedrag(en) en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer gunst(en) aan een of meer deelnemer(s) van die organisatie;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Kalmthout en/of Kapellen, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 april 2012 tot en met 03 juni 2013 te Amsterdam en/of Zwolle en/of Enschede, in elk geval in Nederland en/of te Kalmthout, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA (XTC) en/of amfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer voorwerp( en) en/of stof(fen), te weten

* op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 april 2012 tot en met 03 juni

2013:

(in Amsterdam en/of Enschede)

- 900, althans een of meer kilo zwavelzuur (96%) en/of

* op of omstreeks 03 juni 2013:

(in Kalmthout, althans in België)

  • -

    5.000 euro en/of

  • -

    een vacuum machine (merk Henkelman) en/of

  • -

    chemicaliën (29, althans een of meer 1 liter fles(sen) methylalcohol en/of acht, althans een of meer 1 liter fles(sen) ontstopper en/of een 1 liter fles brandspiritus en/of twee, althans een of meer 1 liter fles(sen) (aceton) en/of

  • -

    een tabletteermachine en/of

  • -

    een klopper en/of

  • -

    een trechter en/of

  • -

    een maatbeker en/of

  • -

    een 10 liter bidon en/of

  • -

    een 10 liter bidon (restant gele olie) en/of

  • -

    een 5 liter bidon (gele olie-solvent) en/of

  • -

    een metselkuip (met daarin grondzeil en/of twee, althans een of meer plastic zeilen en/of een 20 liter bidon) en/of

  • -

    een zak met 18, althans een of meer fles(sen) Methylalcohol en/of drie, althans een of meer fles(sen) vloeibare ontstopper en/of

  • -

    een plastic zak met vier, althans een of meer 1 liter fles(sen) ontstopper en/of

  • -

    een zal met 24, althans een of meer 1 liter fles(sen) Methylalcohol en/of

  • -

    een zak met vijf, althans een of meer (gebruikte) kloppers en/of een schraappallet en/of

  • -

    een zak met 18, althans een of meer 1 liter fles(sen) Methylalcohol en/of

  • -

    een plasticzak met 20 kg (mogelijk) apaan (2-fenylacetoacetonitril) en/of

  • -

    drie, althans een of meer 1 liter maatbeker(s) en/of

  • -

    drie, althans een of meer 1 liter trechter(s) en/of

  • -

    een visspaan en/of

  • -

    drie, althans een of meer pollepel(s) en/of

  • -

    een klopper en/of

  • -

    twee, althans een of meer (grote) spatel(s) en/of

  • -

    vier, althans een of meer (ongebruikte) chemische pak(ken) en/of

  • -

    een doos met (lege) doorzichtige plasticzakjes en/of

  • -

    twee, althans een of meer 25 liter vaatje(s) gele vloeistof en/of

  • -

    twee, althans een of meer metselkuip(en) en/of

  • -

    een 20 liter rondbodem glaskolf (met aangepaste nekken, dienstig voor de aanmaak van synthetische drugs) en/of

  • -

    een (bijbehorende) koeler (voor op de glazen kolf) en/of

(in Amsterdam, [adres 1, huisnummer 25 hs], althans in Nederland)

  • -

    een geldbedrag (3.845,50 euro) en/of

  • -

    een of meer sealbag(s) en/of

  • -

    een keukenweegschaal en/of

  • -

    (een flesje) zoutzuur en/of

  • -

    drie, althans een of meer jerrycan(s) en/of

  • -

    een overall en/of

  • -

    een of meer handschoen(en) en/of

  • -

    een mondkapje en/of

  • -

    zes, althans een of meer zakje(s) druivensuiker en/of

(in Amsterdam, [adres 1, huisnummer 25 II], althans in Nederland)

- een weegschaaltje (met mogelijke cocaïne resten) en/of

(in Amsterdam, [adres 2], althans in Nederland)

  • -

    1.032 gram fenacetine en/of

  • -

    een geldbedrag (2.405 euro) en/of

  • -

    drie, althans een of meer telefoon(s) en/of

  • -

    gezichtsbedekking en/of

  • -

    een of meer gripzakje(s) en/of

  • -

    een spuitbus met heimelijke bergruimte en/of

  • -

    een blender en/of

  • -

    drie, althans een of meer zakje(s) snowseals en/of

  • -

    twee, althans een of meer weegscha(a)l(en) en/of

  • -

    een of meer simkaart(en) en/of

(in Zwolle, [adres 3], althans in Nederland)

  • -

    zes, althans een of meer telefoon(s) en/of

  • -

    drie, althans een of meer simkaart( en),

voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of

ernstige redenen had (den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van

dat/die feit( en);

3 Voorvragen

3.1.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging ten aanzien van het ten laste gelegde voorhanden hebben van geld en voorwerpen in feit 3 (voorbereidingshandelingen), nu de Belgische autoriteiten de overlevering van verdachte daarvoor hebben geweigerd. De in artikel 27 lid 3 sub c van het Kaderbesluit geformuleerde uitzondering is in het onderhavige geval niet van toepassing. Deze uitzondering geldt immers alleen voor feiten waarvoor in het geheel nog geen toestemming is gevraagd en niet voor feiten, zoals in het onderhavige geval, waarvoor toestemming is geweigerd.

Ook ten aanzien van de aan verdachte in de feiten 1, 2 en 3 bij wijziging van de tenlastelegging toegevoegde amfetamine is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Verdachte is niet overgeleverd voor ‘amfetamine’ en nu dit na overlevering aan de tenlastelegging is toegevoegd, hebben de Belgische autoriteiten bij de beoordeling van het verzoek tot overlevering ook nooit de gelegenheid gehad hierover te oordelen. De verwijzing door de officieren van justitie naar het arrest [naam 1] van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gaat niet op, nu in dat arrest geen sprake was van toevoeging maar van vervanging van amfetamine door hennep.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld ontvankelijk te zijn in de vervolging van alle feiten, inclusief de feiten en/of bestanddelen van feiten waar overlevering voor geweigerd is, te weten het ten laste gelegde voorhanden hebben van voorwerpen en geld in feit 3 (voorbereidingshandelingen) met dien verstande dat daarvoor geen vrijheidsbenemende straf of maatregel mag worden opgelegd. Dit is in de strafeis verdisconteerd.

Ten aanzien van de bij wijziging van de tenlastelegging toegevoegde amfetamine en fenacetine is het Openbaar Ministerie eveneens ontvankelijk in de vervolging. Uit het arrest [naam 1] volgt dat aanvullende toestemming van – in casu – de Belgische autoriteiten niet nodig is voor een “ander voor de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest”.

De feiten waarvoor verdachten thans zijn gedagvaard en uit hoofde daarvan worden vervolgd, betreffen hetzelfde feitencomplex als waarvoor overlevering is gevraagd. In het EAB en in de daarin genoemde rechtshulpverzoeken is een volstrekt helder feitencomplex geschetst, te weten een criminele organisatie gericht op onder andere harddrugsdelicten. De toevoeging van amfetamine en fenacetine leidt niet tot een ander feit als bedoeld in artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit en aanvullende toestemming van de Belgische autoriteiten is derhalve niet nodig. Van strijd met het in het Kaderbesluit neergelegde specialiteitsbeginsel is dan ook geen sprake.

Het oordeel van de rechtbank

Zoals door de rechtbank op de zitting van 2 juni 2014 bij de verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie reeds is overwogen, is het in artikel 27 lid 2 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel (hierna: het Kaderbesluit) bepaalde verbod om een overgeleverd persoon te vervolgen wegens andere feiten begaan vóór de overlevering, dan waarvoor hij is overgeleverd (het specialiteitsbeginsel, waaraan het Openbaar Ministerie op grond van artikel 48 van de Overleveringswet (OLW) gebonden is), niet van toepassing in de in lid 3 van dat artikel opgesomde uitzonderingsgevallen.

Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn op 3 juli 2013 op grond van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) feitelijk overgeleverd vanuit België aan de Nederlandse autoriteiten. Dit is in het geval van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geschied op grond van EAB’s gedateerd 31 mei 2013, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen:

“Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten (…)
1. Deelneming criminele organisatie:

In de periode van 14 oktober 2011 tot en met 29 mei 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of elders in België, heeft [medeverdachte 1] ([medeverdachte 2], in het EAB van [medeverdachte 2]) deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Binnen de organisatie heeft [medeverdachte 1] leiding geven aan verschillende personen die zich bezig hebben gehouden met het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen (hennep, cocaïne en xtc). Het telen en bereiden en bewerken en verwerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van bovengenoemde verdovende middelen.

(…)
2. Witwassen
(…)”

In de EAB’s van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 31 mei 2013 zijn de lijstfeiten deelneming een criminele organisatie en witwassen van opbrengsten van misdrijven aangekruist.

Verdachte is feitelijk overgeleverd op grond van een EAB gedateerd 3 juni 2013, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen:

“Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten. (…)
1. Deelneming criminele organisatie:

In de periode van 14 oktober 2011 tot en met 29 mei 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Kalmthout en/of elders in België heeft [verdachte] deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven waaronder het binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen (hennep, cocaïne en xtc). Het telen en bereiden en bewerken en verwerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren van bovengenoemde verdovende middelen.

(…)
2.Witwassen

(…)”

In het EAB van verdachte van 3 juni 2013 zijn de lijstfeiten deelneming aan een criminele organisatie, illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en witwassen van opbrengsten van misdrijven aangekruist.

Op 12 juli 2013 zijn door de officier van justitie jegens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aanvullende EAB’s uitgevaardigd, waarin – onder meer – het volgende is opgenomen:

(…)
Dit bevel heeft betrekking op drie strafbare feiten.

(…)
1. Bezit verdovende middelen

Op 3 juni 2013 heeft verdachte (samen met een ander) in zijn woning in Kalmthout (België) een hoeveelheid (vermoedelijk) MDMA/XTC in zijn bezit gehad. Het gaat om ongeveer 2.696 pillen en in totaal ongeveer 2.347 gram.

2. Aanwezig hebben van voorwerpen en stoffen en gelden die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en voor het in- en uitvoeren van verdovende middelen

Op 3 juni 2013 had verdachte (samen met een ander) in zijn woning in Kalmthout (België) voorwerpen, stoffen en gelden in zijn bezit, waarvan hij wist of in ieder geval zou moeten weten dat die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en het in- en uitvoeren van verdovende middelen. In de woning zijn onder meer aangetroffen:

(…)”

In het EAB is vervolgens een opsomming gegeven van de in de woning aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen.

3. Voorhanden hebben (vuur)wapens
(…)”

In deze aanvullende EAB’s van 12 juli 2013 zijn geen lijstfeiten aangekruist.

Op 22 augustus 2013 heeft het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen de tenuitvoerlegging van de aanvullend EAB’s jegens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voor wat betreft “het aanwezig hebben van voorwerpen of gelden” geweigerd, nu dit naar Belgisch recht niet strafbaar is en voor het overige toegestaan.

Op 21 augustus 2013 zijn door de officier van justitie nogmaals aanvullingen op de EAB’s van verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uitgevaardigd. In de aanvullende EAB’s van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is – onder meer – het volgende is opgenomen:

“(…)

Dit bevel heeft betrekking op drie strafbare feiten.

(…)
1. In- en uitvoer van cocaïne en/of XTC (MDMA)

Over een periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 heeft verdachte met één of meer anderen op verschillende tijdstippen cocaïne en of XTC (MDMA) van België naar Nederland gebracht en/of van Nederland naar België.

2. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne en/of XTC (MDMA)

Over de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 heeft verdachte met één of meer anderen meermalen opzettelijk cocaïne en/of XTC (MDMA) verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd, bereid, bewerkt, verwerkt en aanwezig gehad.

3. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en/of vervaardigen van hennep(planten)

(…)”

Het lijstfeit illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen is aangekruist.

Bij beslissing van 27 september 2013 is dit aanvullend EAB door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen uitvoerbaar verklaard.

In het jegens verdachte uitgevaardigde aanvullende EAB van 21 augustus 2013 is – onder meer – het volgende opgenomen:

(…)

Dit bevel heeft betrekking op twee strafbare feiten.

(…)
1. Het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne en/of XTC (MDMA)

(…)


2. Aanwezig hebben van voorwerpen en stoffen en gelden die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en voor het in- en uitvoeren van verdovende middelen

Over de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 had verdachte (samen met een ander) in (onder andere woningen in) Kalmthout (België) en Amsterdam en Zwolle en Enschede voorwerpen, stoffen en gelden in zijn bezit, waarvan hij wist of in ieder geval zou moeten weten dat die bestemd zijn voor het vervaardigen, verkopen en het in- en uitvoeren van verdovende middelen. In de woningen zijn onder meer aangetroffen:

(…)”

In het EAB is vervolgens een opsomming gegeven van de in de woningen aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen. Het lijstfeit illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen is aangekruist.

Bij beslissing van 24 oktober 2013 heeft het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, de tenuitvoerlegging van het aanvullend EAB jegens verdachte voor wat betreft “het aanwezig hebben van voorwerpen of gelden” geweigerd, nu dit naar Belgisch recht niet strafbaar is en voor het overige toegestaan.

Op 10 september 2013 is door deze rechtbank de gevangenneming van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bevolen ten aanzien van - onder meer - feit 2 voor zover dit feit ziet op het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA, ten aanzien van feit 3 (voorbereidingshandelingen) voor het gedeelte dat betrekking heeft op “stoffen” en op feit 4 voor zover dit feit ziet op het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA .

Op 5 december 2013 heeft de rechtbank de gevangenneming van verdachte bevolen ten aanzien van feit 2 en ten aanzien van feit 3 voor het gedeelte dat betrekking heeft op “stoffen” en van verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – onder meer – voor het onder 2 ten laste gelegde, voor zover dit feit ziet op het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van cocaïne en MDMA.

Ten aanzien van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen voor het gedeelte dat betrekking heeft op voorwerpen en gelden is derhalve op verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geen vrijheidsbeperkende maatregel toegepast. Dit betekent dat sprake is van de in artikel 27 lid 3 onder c van het Kaderbesluit genoemde uitzondering op het specialiteitsbeginsel, nu in het onderhavige geval de strafvervolging niet leidt tot toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid beperkt. Het standpunt van de verdediging van verdachte dat de uitzondering van artikel 27 lid 3 onder c alleen geldt in gevallen waarin nog geen toestemming voor overlevering is gevraagd en niet in gevallen waarin – zoals in casu – de overlevering uitdrukkelijk is geweigerd, vindt geen steun in de tekst van artikel 27 van het Kaderbesluit. Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van verdachten voor de in feit 3 tenlastegelegde voorwerpen en gelden.

De rechtbank merkt in dit verband nog op dat verdachte, zoals hierna zal overwogen, niet zal worden veroordeeld voor het voorhanden hebben van voorwerpen en gelden, zodat daarvoor dus ook geen vrijheidsbenemende straf of maatregel zal worden opgelegd.

Amfetamine, Fenacetine, Zwavelzuur

Op de zitting van 2 juni 2014 heeft de rechtbank de vorderingen tot wijziging van de tenlasteleggingen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] toegewezen, waarbij - onder meer - is toegevoegd aan feit 1, 2, 3, 4 en 5 “en/of amfetamine” en aan feit 3 “1.032 gram fenacetine”, alsmede van verdachte, waarbij aan feit 1, 2 en 3 “en/of amfetamine” is toegevoegd en aan feit 3 “1.032 gram fenacetine”.

Bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachten voor de bij wijziging van de tenlastelegging toegevoegde amfetamine en fenacetine, dient te worden vastgesteld of door deze toevoegingen sprake is van ‘enig ander vóór de overlevering begaan feit’.

Om vast te stellen of sprake is van een ander vóór de overlevering begaan feit dan waarvoor de overlevering is toegestaan, moet allereerst worden vastgesteld voor welk(e) feit(en) de uitvoerende justitiële autoriteiten de overlevering hebben toegestaan.

Vervolgens dient de beschrijving van de strafbare feiten in het EAB (en de aanvullingen daarop) te worden vergeleken met de beschrijving in de (gewijzigde) tenlastelegging, waarbij moet worden nagegaan of de bestanddelen van het strafbare feit naar Nederlands recht, dezelfde zijn als die waarvoor de opgeëiste persoon is overgeleverd en of er voldoende overeenstemming is tussen de gegevens in het EAB (en de aanvullingen daarop) en de (gewijzigde) tenlasteleggingen (HvJ EG 1 december 2008, NJ 2009, 394, [naam 1]).

De rechtbank oordeelt dat de toevoeging van amfetamine aan de hiervoor opgesomde feiten in de tenlasteleggingen in het onderhavige geval niet meebrengt dat sprake is van ‘een ander feit’, als bedoeld in artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit. Daarbij is van belang dat de EAB’s (en de aanvullingen daarop) telkens gebaseerd waren op de op dat moment beschikbare onderzoeksresultaten en dat later in de loop van het onderzoek gebleken is dat een deel van de in de woning te Kalmthout aangetroffen stoffen amfetamine bevatte (naast MDMA en cocaïne, zoals opgenomen in het EAB), hetgeen heeft geleid tot een nadere precisering van het ten laste gelegde, waarbij er nog steeds voldoende overeenstemming bestaat tussen de gegevens in het EAB (en de aanvullingen daarop) en de gewijzigde tenlasteleggingen. Voorts is van belang dat de strafbare feiten na deze toevoeging nog steeds vallen onder de lijstfeiten deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en deze toevoeging bovendien geen weigeringsgrond oplevert.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de toevoeging amfetamine geen ander feit oplevert in de zin van artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit. De omstandigheid dat sprake is van een toevoeging van een stof in plaats van een vervanging, maakt dit niet anders.

Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is ten aanzien van het tenlastegelegde bestanddeel amfetamine wordt derhalve verworpen.

Ook ten aanzien van de in feit 3 tenlastegelegde fenacetine en het, zo overweegt de rechtbank ambtshalve, jegens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in feit 3 ten laste gelegde zwavelzuur is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.

De stof fenacetine is niet genoemd in de (aanvullende) EAB’s waarin de overlevering is verzocht terzake van de verdenking van voorbereidingshandelingen, en de stof zwavelzuur is niet genoemd in de (aanvullende) EAB’s van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (wel in het aanvullende EAB van verdachte). Ook ten aanzien van deze toevoegingen geldt dat het hier gaat om een voortdurende onderzoek waarin gegevens zijn verzameld die hebben geleid tot een nadere precisering van de bestanddelen van het strafbare feit ‘voorbereidingshandelingen’. Ook ten aanzien van de stoffen fenacetine en zwavelzuur geldt dat er voldoende overeenstemming bestaat met de oorspronkelijke gegevens in het EAB, waarvoor de overlevering is toegestaan en de toevoeging geen weigeringsgrond oplevert.

Derhalve leveren de stoffen fenacetine en zwavelzuur in feit 3 evenmin een ander feit op in de zin van artikel 27 lid 2 van het Kaderbesluit.

Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank ten aanzien van de voorvragen tot het navolgende oordeel.

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben zich – overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir – op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich – overeenkomstig zijn op schrift gestelde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraken

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om verdachte te beschouwen als (mede)pleger van de onder feit 2 ten laste gelegde handelingen (handel in, productie en bewerking van XTC/MDMA, amfetamine en cocaïne) en spreekt verdachte daarom vrij van dit feit.

Anders dan het Openbaar Ministerie acht de rechtbank de treinreizen van verdachte door het hele land onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte op dergelijke momenten daadwerkelijk verdovende middelen bij zich had teneinde deze te vervoeren, verkopen of af te leveren aan de personen waarmee hij onder meer op de verschillende treinstations heeft afgesproken. Er zijn geen verdovende middelen aangetroffen bij verdachte en/of bij de personen met wie hij heeft afgesproken. Evenmin zijn sms-berichten of tapgesprekken voorhanden waaruit directe en belastende informatie ten aanzien van deze vermeende drugstransacties kan worden afgeleid.

Zoals uit de verdere inhoud van dit vonnis blijkt, heeft verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie en apaan en zwavelzuur ingekocht ten behoeve van de productie van synthetische drugs. De zending apaan is door de douane onderschept en heeft reeds daarom niet kunnen dienen tot feitelijke productie van synthetische drugs zoals in dit feit aan verdachte verweten. De betrokkenheid van verdachte bij de aankoop van zwavelzuur is onvoldoende om te komen tot bewezenverklaring van (mede)plegen van de productie van synthetische drugs. Dat hij deelnemer was aan de criminele organisatie maakt dit niet anders.

4.3.2.

Partiële vrijspraak

Feit 3

[adres 4] en de [adres 1, huisnummer 25 II]

Verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van de onder feit 3 ten laste gelegde voorwerpen, gelden en stoffen die in de woningen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], te weten aan de [adres 4] te Kalmthout en de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam, zijn aangetroffen en bedoeld zouden zijn om voorbereidingshandelingen mee te verrichten.

Om tot een bewezenverklaring van de onder artikel 10a van de Opiumwet (OW) bedoelde voorbereidingshandelingen te kunnen komen, zal onder meer moeten worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen, gelden en stoffen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de goederen daadwerkelijk aan verdachte toebehoorden of dat hij deze feitelijk in zijn bezit had.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen vaststellen dat de goederen die in de woningen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden aangetroffen, zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. Dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] deelnemers zijn aan eenzelfde criminele organisatie, maakt dit niet anders en is onvoldoende om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de op 3 juni 2013 aangetroffen voorwerpen, gelden en stoffen.

Verdachte dient daarom van de gedachtestreepjes, die zijn uitgeschreven onder de [adres 4] te Kalmthout en de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam, te worden vrijgesproken.

[adres 2] en [adres 3]

De rechtbank volgt eenzelfde redenering ten aanzien van de woningen van medeverdachte [medeverdachte 3] en spreekt verdachte daarom ook vrij van de voorbereidingshandelingen ten aanzien van de goederen, gelden en stoffen die in de woning aan de [adres 2] te Amsterdam en de [adres 3] te Zwolle zijn aangetroffen.

4.3.3.

Feiten en omstandigheden

Opgenomen vertrouwelijke communicatie (OVC)

In het onderzoek [onderzoek A] (inzake de doodslag/moord op [persoon 1]) is op bevel van de officier van justitie en met machtiging van de rechter-commissaris vertrouwelijke communicatie opgenomen in twee personenauto’s:

- een Fiat Punto met kenteken [kenteken 1] van 14 oktober 2011 tot en met 2 februari 2012;

- een SsangYong met kenteken [kenteken 2] van 16 februari 2012 tot en met 5 april 2012 en van 20 april 2012 tot en met 28 mei 2012.

Van de opgenomen communicatie in beide auto’s zijn processen-verbaal opgemaakt die later in het dossier [onderzoek C] zijn gevoegd.

De raadsman van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij brief van 10 juli 2013 verzocht om verstrekking van gegevensdragers waarop de opgenomen vertrouwelijke communicatie staat. De raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte 4] heeft ter terechtzitting van 10 september 2013 verzocht om verstrekking van gesprek 540 uit de SsangYong. Door het Openbaar Ministerie is toegezegd de gegevensdragers bevattende de in de Fiat Punto en in de SsangYong opgenomen vertrouwelijke communicatie te verstrekken aan de raadslieden van alle verdachten.

Het Openbaar Ministerie heeft aan de raadslieden de gegevensdrager verstrekt met de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto. De OVC-gesprekken uit de SsangYong zijn echter niet aan de verdediging gegeven. De officier van justitie heeft bij brief van 23 mei 2014 medegedeeld dat de DVD waarop die gesprekken waren gebrand, onvindbaar is gebleken, terwijl de opnamen ook niet (meer) op andere wijze konden worden teruggevonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadslieden van alle verdachten hebben betoogd dat de processen-verbaal van de OVC-gesprekken uit de SsangYong dienen te worden uitgesloten van het bewijs, kort gezegd omdat de juistheid van inhoud van die processen-verbaal niet gecontroleerd kan worden. Er is aldus sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het nadeel is gelegen in de omstandigheid dat aan de verdediging de mogelijkheid om de inhoud van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken onderbouwd te betwisten is ontnomen. Bovendien kan er geen controle plaatsvinden.

Het standpunt van de officieren van justitie

Volgens de officier van justitie levert het kwijtraken van de opnamen geen vormverzuim op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van strafvordering (Sv), althans kan worden volstaan met de enkele constatering dat vormen zijn verzuimd, zonder dat daaraan verdere consequenties hoeven te worden verbonden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de verdediging het recht toekomt om de betrouwbaarheid te toetsen van processen-verbaal waarin (belastende) OVC-gesprekken zijn uitgewerkt. Dat recht vloeit voort uit het beginsel van ‘equality of arms’, dat weer onderdeel uitmaakt van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Aan de verdediging is in dat kader desgevraagd de mogelijkheid geboden om de OVC-gesprekken uit te luisteren. Ten aanzien van de gesprekken uit de SsangYong kon dat recht echter niet geëffectueerd worden middels het uitluisteren van de gesprekken, doordat de opnamen onvindbaar bleken.

De vraag of de onmogelijkheid van het uitluisteren van de opgenomen vertrouwelijke communicatie aan een eerlijke procesvoering in de weg staat en aldus kan worden beschouwd als een vormverzuim in de zin van art 359a Sv, is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak (Hoge Raad 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1451). Daarbij kan worden gedacht aan onder meer de gronden waarop de wens van de verdediging tot het uitluisteren van de gesprekken steunt en het belang van het uitluisteren in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] geen verzoek hebben ingediend om verstrekking van OVC-gesprekken, maar dat deze verstrekking, zoals hiervoor reeds vastgesteld, was toegezegd door het Openbaar Ministerie.

De verdediging van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft aangegeven dat het uitluisteren van de gesprekken van belang is om de betwisting van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken te kunnen onderbouwen en de inhoud van de processen-verbaal te kunnen controleren.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet concreet en gemotiveerd de juistheid hebben betwist van de processen-verbaal waarin de OVC-gesprekken zijn weergegeven. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben zich ter zitting vrijwel steeds op hun zwijgrecht beroepen op vragen over de OVC-gesprekken. Medeverdachte [medeverdachte 3] is niet als gespreksdeelnemer aan enig OVC-gesprek uit de SsangYong aangemerkt.

Namens medeverdachte [medeverdachte 4] is erop gewezen dat gesprek 540 uit de SsangYong (gesprek van 3 april 2012) tweemaal is uitgewerkt en dat pas de tweede maal is geverbaliseerd dat daarin de woorden “is goed, [medeverdachte 4]” zijn te horen. [medeverdachte 4] heeft echter niet willen verklaren of hij wel of niet de NN is die deelnam aan gesprek 540 en evenmin of de weergave van dat gesprek op enig punt onjuist is. Dat lag wel op zijn weg, gelet op de volgende omstandigheden:

- in het proces-verbaal van gesprek 540 vraagt NN om afgezet te worden in Monnickendam. Op diens aanwijzingen rijdt de bestuurder naar de plaats waar NN uitstapt. Blijkens het proces-verbaal bevindt de SsangYong zich dan in de omgeving van paal ‘[adres 11]’ te Monnickendam (de rechtbank begrijpt: [adres 11] te Monnickendam, de straat waarin de huidige woning van verdachte is gelegen);

- blijkens het proces-verbaal van gesprek 540 spreekt NN over [persoon 28] die samenwerkt met die Chinees van 70 en die begon over Chinese olie. Vervolgens zegt NN dat hij die olie kan regelen;

- ter terechtzitting van 5 december 2013 heeft medeverdachte [medeverdachte 4], gevraagd naar de Chinese man, geantwoord dat die man niet bestaat en dat hij van een vriend had gehoord dat die wat kon regelen;

Bij de beoordeling van het belang van het uitluisteren van de gesprekken neemt de rechtbank voorts de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking:

- ten aanzien van de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto, die wel konden worden uitgeluisterd, zijn geen onjuistheden geconstateerd;

- medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in zijn nadere verklaring bij de rechter-commissaris op 12 december 2013 verklaard: “De in de SsangYong gevoerde en afgeluisterde gesprekken gaan ook niet over verdovende middelen. Ik zal u een voorbeeld geven. Het adres [adres 5] is een adres in Volendam (…) [medeverdachte 4] wist dat ik een loods zocht voor mijn bedrijf (…) Ik ben gaan kijken”;

- medeverdachte [medeverdachte 2] heeft in haar nadere verklaring bij de rechter-commissaris op 12 december 2013 over de OVC-gesprekken uit de Fiat Punto en de SsangYong verklaard: “wat ik daarvan kan zeggen is dat ik wel eens in die auto’s reed en dat ik daar ook wel eens met anderen in zat. Zo herinner ik mij een gesprek met ene [persoon 17]. Die gesprekken gingen toen over een andere zaak. Het kan zijn dat in die gesprekken over hennepplantages is gesproken. (…) Verder is het merendeels prietpraat, maar dat staat dan weer niet in de uitwerking van die OVC gesprekken. Dan staat er dat er ineens ruis op de lijn is of zo”;

De rechtbank is van oordeel dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hiermee aangeven deelnemer aan de gesprekken te zijn, de juistheid van de daarover opgemaakte processen-verbaal niet te betwisten, maar alleen aangeven dat aan de gesprekken een andere uitleg gegeven dient te worden.

Nu verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet concreet en gemotiveerd de juistheid van de processen-verbaal van de OVC-gesprekken hebben betwist, de raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte 4] weliswaar de juistheid van het proces-verbaal van gesprek 540 in twijfel trekt maar [medeverdachte 4] zich ten aanzien van dit gesprek op zijn zwijgrecht beroept en gelet op de overige omstandigheden zoals hierboven weergegeven, is de rechtbank van oordeel dat de onmogelijkheid tot het uitluisteren van de OVC-gesprekken uit de SsangYong niet aan een eerlijke procesvoering in de weg staat. Van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv is dan ook geen sprake.

De rechtbank ziet gelet op het bovenstaande ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de weergave van de OVC-gesprekken uit de SsangYong in de processen-verbaal.

Ten aanzien gesprek 540 is de rechtbank van oordeel dat hetgeen daaromtrent in het bovenstaande is weergegeven een dusdanig sterke aanwijzing vormt dat medeverdachte [medeverdachte 4] de NN-persoon is in gesprek 540 dat de rechtbank daar bij gebrek aan betwisting door [medeverdachte 4] vanuit gaat.

De rechtbank zal de OVC-gesprekken dan ook gebruiken voor het bewijs.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Feiten 1 en 3

Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 1:

1.1.

Het ontwikkelen van plannen en het (voor)bereiden van synthetische drugs

Op 11 maart 2012 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Weet je wat het is, ik vind het wel lekker aan de ene kant, als je in België zit, want als je bent dan zijn ze je wel een beetje kwijt, weet je… ze zijn… <nvt>…snap je… en dan moeten ze weer buitenlandse dingen allemaal weer opvragen die moeten natuurlijk ook weer akkoord gaan met al die dingen (…) stel je voor ze willen je een ‘vatie’ <fon> op iets weet je.

NN: Dat is een stuk moeilijker voor in het buitenland.

[medeverdachte 1]: Dan moeten hun van de Belgische autoriteiten ook elke toestemming krijgen. Die moeten natuurlijk ook denken of je strafbare feiten in dat land pleegt (…) Ah, kijk weet je wat het natuurlijk wel is. Die stomme heb ik het allemaal wel een stuk moeilijker gemaakt.2

[medeverdachte 2] huurt van 23 september 2011 tot 22 november 2012 de woning aan de [adres 6] te Kapellen in België.3 Op 22 november 2012 tekent [medeverdachte 2] een contract van 9 jaar voor de woning aan de [adres 4] te Kalmthout in België.4 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verblijven samen in de woning aan de [adres 4].5

Op 23 oktober 2011 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (NN) in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Hoe kan het dan dat ie niet echt super hard was?

NN: Nee, ik vond ‘m eh… Maar hij is wel iets beter dan gister <?>.

[medeverdachte 1]: Nee. (…) Maar dat was vorige keer wel toch?

(…..)

NN: Misschien <heeft hij> niet doorgepompt genoeg weet je. Dat…

[medeverdachte 1]: Nee, maar wat ook kan zijn, dat ie dan… Nee, dan heb het denk ik nog niet lang genoeg ingezeten.6

Op 26 oktober 2011 zitten [medeverdachte 1] en [persoon 2] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: je hebt dat briefje gegeven, he? (…) heeft ze allebei getest, dus één keer, één van 30 en één van 40.

[persoon 2]: Eén van 40. En die kilo speed mee.

[medeverdachte 1]: Ja, kilo gemixte. (….) Daar 1 zak van.

[persoon 2]: Nou, op zich was dit beter dan die snoepjes drukken, vond ik persoonlijk (…) Ja, omdat die snoepjes, het gaat op een gegeven moment op je strot slaan, weet je (…) Op een gegeven moment ke- word, ga, word je nog half wappie ook daaro weet je (…) Ja, ik denk ook als je echt niet, de hele tijd d’r boven hangt, dan eh voel je ‘m ook wel op een gegeven moment.

[medeverdachte 1]: Het is in elk geval mooi wit geworden (…) Daar was ik allang blij om. Om te mixen weet je, en eh hij is gewoon lekker nat.

(…..)

[medeverdachte 1]: thuis nog echte sealzakken. <?> doen we, doen we het daar nog in zo direct. <?> ding ook daarin doen, dan kunnen we het daar nog effe dichtbranden dan nog weet je.7

Op 31 oktober 2011 zitten [medeverdachte 1] en [persoon 2] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Geef ik een vergoeding omdat <?> die snoepies natuurlijk niet goed waren.

(…..)

[persoon 2]: Wat was er niet goed dan <lijkt mij> we hebben toch goed gedrukt…

[medeverdachte 1]: Die eh… Ja, Ja, Ja, maar die M, die M was niet <70>.8

Op 12 maart 2012 zit [medeverdachte 1] met een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: …d’r kan ook wel ’s wat gebeuren dat een machine effe <?>…

NN: Luister [medeverdachte 1], je weet het is geen fabriek (…) waar alles vlekkeloos verloopt (…) Kijk, het is mijn ding niet. Ik heb d’r geen verstand van dat hele… Jij wel. Jij hebt zelf in zo’n ding (…) D’r loopt altijd weer wat vast of weet ik veel wat d’r… Of d’r blijf weer wat <klappen?

(…..)

NN: <?> 120.000 dingen>.

[medeverdachte 1]: En hun denken dat… Weet je wat het is, kijk, je hoort, je hoort natuurlijk altijd zoveel mooie verhalen die geloven dat, dat sommige machines hebben die een miljoen per uur kunnen doen en dat soort dingen. Nou, als je dat, dat, dat ken helemaal niet.9

Op 21 maart 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Alleen maar hoofdpijn en geld. Ja, dat is, dat is, zo werkt het niet weet je. <Hij zegt net> ja <dan heb je wel in verhouding> nog 5 kilo M. En of ik effe 5 kilo M wil gaan betalen (…) En nu? Nou ja <?> ik zeg, ja hoor, ik zeg, neem ik het morgen mee. (…) Ja, ja, ja, ja. Moet ik effe goed kijken, want er zit ook nog weer die andere snoepjes bij <?>. Maar da’s mooi, want die zijn roze. Daar ken je ook <?> van zeggen, ja, je hebt voor ons laten drukken, dan kan je ook gelijk zien wat roze… Want blauw en roze dat kan niet dat wordt groen.

[medeverdachte 2]: Paars <?>.10

Op 28 maart 2012 zit [medeverdachte 1] met NN-man (NN) in de auto. Zij voeren het volgende gesprek:

NN: ik woon hier, man (…) Hiero. Hoekhuis jongen (…) Weet je, ik weet het. Want ik had een keer, ook een keert 6, 7 % (…) Maar ik ken, die andere ken ik regelen voor je (…) Die Chinese olie van een man van 70. Van die Chinees.

[medeverdachte 1]: Wie, die, die BMK?

NN: B, ja. (…) Jij zegt altijd toch, je z- je wil toch zelf draaien?

[medeverdachte 1]: Ja, ja, ja, ja, die B die moet je <?> want dan krijg je A. (…) En van die A, daar maak je dus speed van.

(…..)

NN: ik, ik ken, die olie ken ik regelen. (…) Als jij zelf wil draaien. Het kost me… Hij zegt, het kost me <130> euro (…) Per kilo (…) Per eh of eh per liter (…) Eh is ene ouwe Chinese man. Hij zegt eh om, om het te malen, het proces, is eh heb je het voor 4 meier heb je het (…) Hij zegt eh olie kan ik regelen. Hij zegt, die gozer koop, verkoopt het voor 1200.

[medeverdachte 1]: Oké.

NN: Maar dan heb je wel die Chinese olie (…) Dus [persoon 3] was eh die gozer was d’r bij.

[medeverdachte 1]: Ja.

(….)

NN: Dus… Nee, nee, dat maakt geen flikker uit. Hij zegt eh morgen 10 eh kilo. <Krijgt ie> 5 meiers en dan is het goed. Als je zeg maar vrijdag <?>

[medeverdachte 1]: Ja, is goed.11

Op 3 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (NN) samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

NN: Gooi je d’r gewoon een beetje olie bovenop. Ja.

[medeverdachte 1]: Ja, als ze tevreden zijn…

NN: ik heb een keertje, maar dat was 6 procent.

[medeverdachte 1]: Ja, wat je zei, daar was je drie dagen wakker van

(…..)

[medeverdachte 1]: …ik doe helemaal niks. Ik had wel ’s als ik dan zelf maakte, weet je, dan kon ik ook slecht slapen hoor ’s avonds. Sta je de hele dag sta je in die dampen, jongen.

NN: Ja, ja, ja.

[medeverdachte 1]: Heb je wel <?> ding, kap, mondkap voor, maar echt, een soort gasmasker weet je (…) Nee. Als je hele dag d’r in staat.

(….)

NN: maar ik sprak <[persoon 28]>. Maar [persoon 28] heb natuurlijk z’n eigen klanten. Die, die gast heb zoveel lijnen in Turkije, Ierland en weet ik wat allemaal. Die werkt samen met die Chinees van 70. (…) Maar die begon over die Chinese olie.

[medeverdachte 1]: Kijk, als, als, als ze olie hebben, is helemaal mooi weet je.

(…..)

NN: (…) Ja, hij regelt zeg maar jij, als jij een cokelijntje wil beginnen. Is goed. Hij heeft pure zuiveringsgraad 94 procent. Wil hij zoveel procent of wat dan ook weet je.12

Verbalisant hoort op 20 september 2012, nadat hij het gesprek voor de tweede keer beluistert, dat [medeverdachte 1] aan het einde van het gesprek zegt ‘is goed [medeverdachte 4]’.13

Op 29 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Nou ja dit kun je ook niet je leven lang doen.

NN: Nee, je moet op een gegeven moment een streep trekken. Jij bent 29. Op je veertigste.

[medeverdachte 1]: Ja, dan moet het gelukt zijn. Daar ga ik wel vanuit (…) Je moet zorgen dat je echt wat leert. Zoals die olie en dat soort dingen. Daar heb je je leven lang wat aan (…) Wat het ook is, M levert ook heel wat op. Per kilo .. 15 rooitjes winst maken.

(…..)

[medeverdachte 1]: Betaal per gram. Maar als mensen echt vragen.

NN: Wat zit het rond nu? Rond de -8, 37 nu. Daar heb je ook twee verschillende soorten in toch?

[medeverdachte 1]: Ja, je hebt die cola (…) Eigenlijk is het allebei even goed maar die cola is nog 1 keer gezuiverd.14

Op 9 mei 2012 zitten [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] samen met een NN-man in de SsangYong. Zij voeren onder meer het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: En oh ja, en wist die neef van jou wist ie ook hoe je <?> kan draaien of niet?

NN: Eh moet ik ‘m effe vragen.

[medeverdachte 1]: Ja. <?> zelf wel gaan doen, weet je, want <?> eh <ik lever een beetje> grondstoffen en die gasten <?> die die, die die olie <?> zwavel en dat soort dingen allemaal weet je. Dus eigenlijk kun je het net zo goed zelf doen.

NN: Ja, zeker.

(…..)

[medeverdachte 1]: Maar nou is het eigenlijk, dan geef ik al die gasten die grondstoffen allemaal <?>.15

Op 16 mei 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: <?> kilo in plaats van liter. Ik had ook rondgekeken, weet je, of het ergens eh… Nou ja, eh…

[verdachte]: En, m-m-maar wat wel zo is, met hoe meer van die troep we aan komen natuurlijk, hoe beter het is.

[medeverdachte 1]: Ja, ja, ja, ja.

[verdachte]: Want dan… Als je bijvoorbeeld eh, eh 400 liter neemt volgende week, dan heb je wel 2,5 de man toch? (…) het is wel veel, he? (…) Ja, jammer. Maar dat proces waar ze mee bezig zijn met, met die, met die, gaat nog steeds door?

[medeverdachte 1]: Ja.

[verdachte]: Waar uiteindelijk die dingen uit moeten komen toch?

[medeverdachte 1]: Ja, ja, ja, ja.

[verdachte]: En hoe gaat dat? Hoeveel is dat?

[medeverdachte 1]: Nou, eh ze zijn nou bezig. Ik ga nou eerst eh 2, 2 litertjes olie d’r voor kopen, weet je. Kijken of het wat is.

(…..)

[verdachte]: Ja, maar jij zei op een gegeven moment als die draait, kan je flinke klappen maken.

[medeverdachte 1]: Ja, want wat hun hadden gezegd, dan kunnen ze ook die andere, komen ze die andere grondstoffen eh… (…) Nee, nee. Nee, maar dan zou ze die andere grondstoffen komen, maar <daar hoor, heb ik> ook nog steeds niks van gehoord. Ze zouden, als het goed is, zouden ze al die CAS-nummers doorgeven (…) dan ken ik gaan zoeken, weet je.

[verdachte]: Ja.

[medeverdachte 1]: Als het dan draait, dan kunnen we, hoe heet het.

[verdachte]: Die dingen <zijn allemaal voorbode voor iets groters dan>?

[medeverdachte 1]: Ja, als kijk, het beter is als we al, als we al, al die eh al die grondstoffen kunnen leveren, weet je. Als hun CAS-nummers gaan geven, dan ga ik zoeken.

(…..)

[medeverdachte 1]: (…) die ken je gewoon op de, hoe heet het, zetten, gewoon op het gas zetten. Gaan ze ‘mop een vertrager in het pannetje zetten. Nou, dan duurt het <voor, weet je wat het is> dan ben je zo een uur verder. Normaal duurt dat 10 minuten weet je (…) vorige keer zei ik ook al, ik zeg van, rot op man met die vertrager in het pannetje. Da’s helemaal nergens voor nodig man. Maar dat staat in het boekie.

[verdachte]: En wat voor boekjes zijn dat? Handleidingen? (…) Alles, tegenwoordig kan je alles printen.16

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] staan in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven op het adres [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam. 17 In de periode van 20 april 2012 tot en met 25 mei 2012 wordt vanaf de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer 25 II] op internet gezocht naar grondstoffen, die nodig zijn voor het maken van synthetische verdovende middelen.18 Op 11 mei 2012 wordt gezocht op de termen BMK, BMK olie, BMK olie kopen, benzyl methyl ketone, grondstoffen speed, amfetamine, waar zit bmk olie in, alpha bmk, cas 4468 48 8, cas 4468 48 8 te koop, bmk te koop polen. Tevens worden meerdere webpagina’s bezocht waarop lijsten worden getoond van bedrijven die apaan leveren. De webpagina’s worden vervolgens bezocht en bij bedrijven die apaan leveren, worden offertes aangevraagd. Nadat is gezocht op cas 4468 48 8, zijnde 2-Phenylacetoacetonitrile, verschijnen meerdere gegevens van bedrijven die deze stof leveren, waarvan zich er zestien in China, drie in de Verenigde Staten, een in Hongkong, een in Nederland en een in Zwitserland bevinden. Er worden diverse filmpjes bekeken, die onder meer gaan over: amfetaminelaboratoria, een documentaire waarin een koker van verdovende middelen wordt gefilmd, een filmpje over speed wassen, chemische handelingen, een filmpje waarin is te zien hoe de politie een doorzoeking uitvoert in een laboratorium voor verdovende middelen, een xtc lab voor thuisgebruik en een Poolse vondst amfetamine. Deze filmpjes worden door de verbalisant bekeken vanaf het Google account van een persoon, die zich uitgeeft als zijnde ‘[naam 2]’. Op 11 mei 2012 vindt er vanaf de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer 25 II] om 22.11.53 uur WhatsApp-communicatie plaats met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van [medeverdachte 2].19

Op 23 juni 2012 voert [verdachte] twee ‘money transfers’ uit van respectievelijk € 4.102,00 en

€ 4.101,73 aan [persoon 4] te China.20 Op 6 juli 2012 wordt een zending van 100 kilogram apaan stopgezet door de douane te Schiphol.21 De geadresseerde is [verdachte] en de zending is afkomstig uit China.22 De zending is afkomstig van het bedrijf [bedrijf 1].23 Op 3 juni 2013 wordt in de woning aan de [adres 4] te Kalmthout in het dressoir in de woonkamer een briefje aangetroffen met daarop de persoonsgegevens van [persoon 4] in China.24 Ook [deelnemer 5] heeft twee ‘money transfers’ verricht naar voornoemde [persoon 4].25 Op 12 juli ontvangt het onderzoeksteam een ‘Melding Verdachte Transactie Chemicaliën’. [verdachte] uit Amsterdam wil voor zijn schilderbedrijf een bestelling plaatsen van 1000 liter zwavelzuur bij [bedrijf 2]26 [verdachte] bevestigt dat hij het zwavelzuur bij [bedrijf 2] heeft besteld.27 De omzetting van apaan in BMK gebeurt met geconcentreerd zuur.28

Op 11 maart 2013 stuurt ‘[AA]’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘He gap [A] hier volgens mij volgens mij komt er wat k te kort moest 100 wezen en 200zw hoeveel had je mee gegeven?’. De gebruiker van telefoon 39 reageert op 12 maart 2013 met: ‘Zaterdag is b klaar. Hoeveel heb je nog als het 150 is zou mooi zijn. Zo ja kan dat voor maandag weer komen samen met 300zw dan gaat hij daar maandag mee beginnen’. Op 15 april 2013 stuurt ‘[A]’ naar telefoon 39: ‘Wij moeten 35 per l bet zit in kannen van 210 l heb 2 kannen besteld min mijn gedeelten dan’ en op 16 april 2013: ‘Het totaal bedrag is 14700 maar daar moet mijn deel af’. Op 10 mei 2013 stuurt ‘[AA]’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘Ik heb goed nieuws gap. Als jij 200 k korrel per maand kan leveren dan hoef jij niet meer op 60/40 basis te smelten maar word dat zo voor je gedaan’.29 [persoon 5] is de gebruiker van de telefoonnummers die onder telefoon 39 zijn opgeslagen onder ‘[AA]’ en ‘[A]’.30

Op 13 maart 2013 stuurt ‘[AB]’ het volgende bericht aan de gebruiker van telefoon 39: ‘als ik voor maandag die 120 heb samen met 180 zw dat zou top zijn want je had 60 zw teveel gegeven’. Op 21 maart 2013 stuurt ‘[AB]’ naar telefoon 39: ‘Oké heb al wel wat gevonden maar die jongen kan niet veel leveren. Ik had om vraag met die zwavel wordt dat nu vaker? Dan haal ik zelf 2000 liter heb ik het vast staan snap je’.31 Op 28 maart 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ naar de gebruiker van toestel 39: ‘Oké geef het door. Kan je wat met b olie?’ en ‘heb nog 1 kgtje m liggen kan je er wat mee 81% 47’.32 Op 29 maart 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ aan de gebruiker van telefoon 39: ‘Hoe veel m heb je nodig voor 10d op 160 netto. Als die 81% is’.33 Op 12 april 2013 stuurt ‘[AB] Ok’ naar de gebruiker van telefoon 39: ‘Kan je maandag voor mij sample mee nemen van wit.’ De gebruiker van telefoon 39 stuurt als reactie: ‘Neem wel wat mee’.34

Op 26 maart 2013 stuurt ‘[AB] ok’ naar telefoon 39: ‘Kan je zelf al weer slaan trouwens?’, ‘Heb er even 10d van 140 netto nodig’ en ‘Kan je er dan die euro op zetten? En groen er door’. Op 8 april 2013 stuurt ‘[AB] Ok’: ‘Welke gaan het nu worden trouwens?’, waarop de gebruiker van telefoon 39 terugstuurt: ‘Euro stemp en ga kijken hoe dat groen is anders anderen donkeren kleur’.35

Op 26 april 2013 wordt er tussen de gebruiker van telefoon 39 en een nummer dat in die telefoon staat geregistreerd als ‘[naam 3]’ een sms-bericht gestuurd met de tekst: ‘Dit was formide dementien is geel moet de goedkoopste soort zijn is doorzichtig’. [persoon 6] is de gebruiker van het telefoonnummer dat is opgeslagen onder de naam [naam 3] in de telefoon 39. Formamide wordt gebruikt voor de productie van synthetische drugs.36 Bij de rechter-commissaris bevestigt [persoon 6] dat het zijn telefoonnummer is, hij [medeverdachte 1] kent en hij wel eens telefonisch en/of via WhatsApp contact met hem heeft gehad.37

In de slaapkamer van de woning aan de [adres 4] te België worden oude processtukken uit het onderzoek [onderzoek B] gevonden, waaronder een verklaring van een politie-specialist die stelt dat de in [onderzoek B] aangetroffen documenten een eenvoudige, maar volledige procedure betreffen hoe amfetamine kan worden gemaakt uit BMK, met als bijlage een document dat de Leuckart methode beschrijft.38 Er wordt verder een briefje aangetroffen met daarop handgeschreven kretologieën als mierenzuur, zout, zwavel en diverse percentages en een briefje met termen als zwavel, mieren, zout, aceton, ether, methanol, caustic, percentages, liters, levertijd en prijs.39 Daarnaast wordt een document aangetroffen dat in de Engelse taal het chemische vervaardigingsproces van MDA en MDMA beschrijft. Onder de zinnen in de Engelse taal staat handgeschreven de Nederlandse vertaling.40

1.2.

Het buiten het grondgebied brengen van verdovende middelen

Tussen 4 januari 2013 en 8 januari 2013 wordt telefonisch contact onderhouden tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en twee Belgische telefoonnummers.

Op 4 januari 2013 om 14.00.55 uur heeft het nummer [telefoonnummer 2] (NN1) contact met het nummer [telefoonnummer 3], dat op naam staat van [deelnemer 3] (NN2):

NN2: Ja, ik dacht al man. Ik denk, he he. Ik kijk, ik kijk naar die naam, ik kijk naar die s- ik hoor die stem. Ik denk, klopt niet man.

NN1: Eh nee, maar eh heb jij vandaag tijd? (…) Paar uurtjes duurt het wel hoor. Even met de auto heen en weer. (…) Ja, twee. Maar het is alleen maar naar beneden.

NN2: Oké, oke’. Ja, ja, ja, ja. Nee, het is goed man.

(…..)

NN1: Nee, maar dan ga ik d’r vanuit dat jij 5 uur weggaat, want dan kan je daar 7 uur zijn.41

Vervolgens stuurt een Belgisch telefoonnummer een sms-bericht naar het nummer [telefoonnummer 2] met de inhoud: ‘Goed kom maar langs dan geef ik al 1000 mee van die weed en breng 10g van 30 goed.42 Om 14.35 uur wordt door de gebruiker van een Belgisch nummer in een sms-bericht aan de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] gevraagd of het ook volgende week kan.43 De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] stuurt hierop volgend een sms-bericht naar [deelnemer 3] met de inhoud: ‘Gecancelt. Sorry’.44 Om 14.44 uur stuurt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht naar een Belgisch nummer: ‘word volgende week. Contact je dan’.45

Op 7 januari 2013 om 20.02 uur belt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] (NN1) met de gebruiker van het Belgische nummer [telefoonnummer 4] (NN2):

NN1: Hé. Kom jij nog hier naartoe of eh…?

NN2: Ja, we zijn onderweg.

NN1: Oké eh… Weet je waar je moet komen?

NN2: Eh bij [medeverdachte 1] he.

(…..)

NN1: nee, maar daar is, die is dicht even daarom. Je… Wel in Nederland toch? Of in België bedoel je?

NN2: Nederland, he.

NN1: Oh, is goed. Gewoon Amsterdam toch?

NN2: Ja, we kom- we gaan bij [medeverdachte 1] thuis, he?46

Om 20.27 uur bellen voornoemde nummers wederom met elkaar:

NN2: Ja, we zijn d’r, he?

NN1: Ja, waar ben je dan ongeveer?

NN2: Ja, we zijn bij [medeverdachte 1] (…) <ntv> maar de poort is dicht.

NN1: …niet bij die café daar.

NN2: Oh we zijn bij [medeverdachte 1] thuis, he? (…) Antwerpen. Antwerpen. (…) Ja, Kalmthout. Bij [medeverdachte 1].

NN1: Je bent in België?

NN2: Ja?

NN1: Oké. Ehm, ehm nou d’r is een misverstand want die jongen had jou gesproken via bericht vanmiddag. (…) hij is, hij is, hij is weg weet je. Voor een paar weken. (…) Op vakantie dus eh dus…

NN2: nee, nee, nee, wij komen zo bij [medeverdachte 1] thuis.

NN1: Ja, maar wij dachten Amsterdam thuis.

NN2: Ja, nou is goed, dan komen we volgende week wel. (…) Ja, in België.

NN1: Hij is pas 20 januari terug misschien (…) Maar je kan wel met ons regelen, weet je. Is geen probleem.

NN2: Ja, kun jij, kun jij misschien dan langskomen in België dan? (…) Eh morgen?

NN1: Eh zelfde als eh normaal?

NN2: Ja.47

Vervolgens stuurt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] op voornoemde datum om 20.54 uur een sms-bericht naar het nummer [telefoonnummer 4] met de inhoud: ‘Morgen rond 9 ben ik daar. Zie je dan’.48

Op 8 januari 2013 om 18.55 uur gaat [medeverdachte 3] het [adres 1] te Amsterdam binnen.49 Omstreeks 19.00 uur rijdt een voertuig dat op naam van [deelnemer 3] is gesteld de [adres 1] in.50 Om 19.08 uur loopt [deelnemer 3] de rechter toegangsdeur van het [adres 1] binnen. Er brandt verlichting in de woning van [adres 1, huisnummer 25 hs] en [adres 1, huisnummer 25 II] aan voornoemde straat. Om 19.28 uur neemt [deelnemer 3] plaats in het op zijn naam gestelde voertuig.51 [deelnemer 3] rijdt over de A2 richting het zuiden van Nederland. Vervolgens neemt hij de afslag bij Vianen waar de A2 overgaat in de A27 en nadert verder de Belgische grens.52

Om 20.33 uur wordt [deelnemer 3] aangehouden op de afrit 19 van de A27 ter hoogte van Oosterhout. Bij de insluitingsfouillering worden vijf wikkels met 3,14 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen.53 Tevens wordt een briefje aangetroffen met daarop het nummer [telefoonnummer 4].54 Dit is hetzelfde nummer als waarmee eerder contact was vanuit Nederland.55 Tijdens de doorzoeking van het voertuig wordt in de afgesloten zekeringenruimte een boterhammenzakje aangetroffen met hierin 50,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen.56 Tijdens het transport naar Amsterdam wordt op de telefoon van [deelnemer 3] meerdere malen ingebeld door: ‘B1’, ‘[medeverdachte 3]’ en ‘D’.57

De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] probeert na de aanhouding van [deelnemer 3] meerdere malen contact te maken met het nummer van [deelnemer 3] en dit nummer belt de volgende dag met het telefoonnummer [telefoonnummer 5], dat wordt toegeschreven aan [deelnemer 5], en waarin wordt gezegd dat hij de kleine jongen niet meer kan vinden. De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] laat op 9 januari 2013 om 17.37 uur weten dat de jongen van de weg is gehaald en dat er een afspraak voor de volgende week zal moeten worden gemaakt.58 De papieren van de aanhouding van [deelnemer 3] worden op 3 juni 2013 in de woning van verdachte en [medeverdachte 2] aan de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam gevonden.59

1.3.

De handel in verdovende middelen van lijst 1 OW

Op 1 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen met twee NN-mannen (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: He, he, ja ik had ze weggebracht, maar ze wouden ze niet opsturen, omdat ze zeiden dat er te weinig M in zat.

[medeverdachte 2]: Ja.

NN: 120 dat ie zegt, he, d’r zit, d’r moet toch 96 inzitten, het was 87 puur. Dan zouden ze op 110 komen.

[medeverdachte 1]: (…) Die gozer van <[persoon 7]? zei d’r zit te weinig in <?> er zit wel M in, sowieso.

NN: Nee, die andere was <?> duurder <hij is> ook naar [persoon 7], die zei dat er 87 in zat (…) D’r hoort 96 in te zitten.

NN: 200.000 voor de katse kut. En iedereen… <?> ik had die roze <?> 120. Ze vinden de- iedereen die die roze mee heb gehad.60

Op 23 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en een NN-man (NN) in de auto en voeren zij het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Oh ja, want [persoon 8] was er vandaag <?>

NN: Wie [persoon 8]?

[medeverdachte 1]: (…) Ja, die kwam effe 10 <?> 10 snoepies halen.61

Op 9 mei 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen in de SsangYong. Vervolgens komt er een man aanlopen (NN) en voeren zij het volgende gesprek:

NN: Ehm iemand vraagt me hier voor tussen de <50> en de 100.000 snoepjes. Maar het moeten er 140 zijn. Wat is de prijs dan?

[medeverdachte 2]: Eh ik denk dat je dan op eh <70, 80> cent zit.

NN: <70, 80> c… Op 140 <dus>?

[medeverdachte 2]: Ja, op 80 cent dan.

NN: 80 cent?

[medeverdachte 2]: Ja, of toch eh… Nou <?> de 80 cent. <?> nou 34 of zo 35?

[medeverdachte 1]: Ja, ja, zoiets.

[medeverdachte 2]: Nou, dan moet je <doorrekenen dus>. Ehm anders sms ik het je morgen eventueel (…) Of eh kan ik effe het lijstje kan ik het effe nakijken, weet je.

NN: Van 140 tot 180.

[medeverdachte 2]: is goed.

[medeverdachte 1]: Moet je alleen wel effe wel iets aanbetaling doen, weet je.

NN: Nee, nee, sowieso. Die komen gelijk met geld eh.62

Op 7 mei 2013 om 10.16 uur belt [medeverdachte 4] met [persoon 3]:

[persoon 3]: Yo [medeverdachte 4].

[medeverdachte 4]: He eh kan jij, heb jij nog 500 van die eh van die kiezelsteentjes?

[persoon 3]: D-dat eh m-m- eh zo eh bedoel je gewoon 5?

[medeverdachte 4]: 500 van die kleine, <van die> kleine dingetjes. 63

Op 8 mei 2013 om 21.55 uur belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 3]:

[medeverdachte 3]: Hé eh dat ene dingetje is al ge- eh wat, wat jij met [bijnaam van medeverdachte 1] had afgesproken, is al geregeld. (…) maar daar moest ie je huisnummer voor weten.

[medeverdachte 4]: Ja, ik moet, ik moet je vrijdag effe hebben, of [bijnaam van medeverdachte 1]. Maakt mij niet zoveel uit (…) Wat ik, wat ik met eh met die, met die, met die ouwe man <kwam>. Wist je nog? Bij eh bij eh bij jou daarzo met de metro. (…) paar weken terug. Weet je dat nog?

[medeverdachte 3]: Ja, ja, ja. Dat weet ik.

[medeverdachte 4]: Die eh die kaarten.

[medeverdachte 3]: Oh.

[medeverdachte 4]: Die kaarten. Die moet ik…

[medeverdachte 3]: Ja.

[medeverdachte 4]: Daar moet ik er 500 van hebben.

[medeverdachte 3]: Oeh, dat gaat even lastig worden. Daar eh contact ik je dan nog even van de week even over, ja?

[medeverdachte 4]: Als het ken vrijdag. Moet je effe met [bijnaam van medeverdachte 1] eh o- die [bijnaam van medeverdachte 1] kon, zou, zou vrijdag komen of zo (…) Maar ik ken niet zo goed met hem over, over de telefoon praten eh weet je (…) Ja, laat me effe morgen weten. Want die jongens zitten erop te wachten.64

Op 10 mei 2013 om 20.50 uur belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 3]:

[medeverdachte 3]: Ik ben even op bezoek man. Maar eh hoe heet het ook alweer eh… Ik sprak [bijnaam van medeverdachte 1] net (…) En voor die dingetjes wat me vroeg, wat jij me vroeg, dat eh dat fikst hij voor je.

[medeverdachte 4]: Ja en eh is het geregeld of niet?

[medeverdachte 3]: Ja <hij> eh 500 wou je er toch?

[medeverdachte 4]: Ja.

[medeverdachte 3]: Ja, dat fikst hij dan.

[medeverdachte 4]: Is wekelijks he?

[medeverdachte 3]: (…) Hij zou jou contacten. Want ik weet voor de rest dan eh niet hoe of wat. Dat gaat even nu langs mij heen.65

Op 10 mei 2013 om 20.52 uur belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 1]:

[medeverdachte 4]: Maar als het dan morgen is, dan is het eh is het gewoon wekelijks, weet je.

[medeverdachte 1]: Ja, ja. Dan zal ik, zorg ik wel dat ie het hoe heet het, dat ie, dat ie dat morgen… Dan wordt het wel laat, hoor. (…) Maar ik denk dat het morgenavond wordt.66

Op 11 mei 2013 om 12.57 uur telefoneert [medeverdachte 4] naar het telefoonnummer op naam van [persoon 10] (NN):

NN: Hé, heb jij nog wat over van die eh aspirines wat ik jou van de week gegeven heb?

[medeverdachte 4]: Eh…

NN: <[persoon 9]? Die gaat bijna dood van de hoofdpijn <zie je>.

[medeverdachte 4]: Ja, ik zal <nvt> wel wat over hebben, ja.

NN: ken ik effe langskomen dan om dat op te halen? Want [persoon 9] heeft pijn aan d’r kop <zie je>.

[medeverdachte 4]: Ja, tuurlijk.67

Op 16 mei 2013 om 14.18 uur belt [persoon 11] naar [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] vraagt of [persoon 11] vanavond wat te doen heeft. [medeverdachte 4] hoopt dat ie die kaarten heeft. Als [medeverdachte 4] die kaarten heeft komt [persoon 11] wel naar hem toe.68

Op 21 mei 2012 om 13.49 uur stuurt [medeverdachte 4] een sms naar [medeverdachte 1]: ‘Weet je al ong hoelaat je in de buurt ben moet om 5uur een huis bekijken’. Om 14.18 uur reageert [medeverdachte 1] met: ‘He wordt morgen kom ik zeker.69 Om 14.52 uur belt [medeverdachte 4] naar[persoon 12]. [persoon 12] vraagt of die gozer al is geweest. [medeverdachte 4] geeft aan dat dit niet zo is, dat hij hem net een berichtje heeft gestuurd dat hij morgen zou komen. Hij moest helemaal uit België komen. [medeverdachte 4] zou morgen naar [persoon 12] telefoneren als hij er was.70

Op 22 mei 2013 om 11.25 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]:

[medeverdachte 1]: Ben je thuis?

[medeverdachte 4]: Eh ik ben nou thuis, ja.

[medeverdachte 1]: Is goed. Rijd ik nu jouw kant op. Ben ik er ongeveer, wat zal het zijn, kwartiertje. Ja?

[medeverdachte 4]: Oké. Zie je zo.71

Op 22 mei 2012 omstreeks 11.48 uur belt [medeverdachte 4] naar het telefoonnummer van [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] beantwoordt de oproep:

[medeverdachte 4]: Yo. Hé, ben je al in de buurt of niet?

[medeverdachte 2]: Wat zeg je nou?

[medeverdachte 4]: Oh, ik moet [medeverdachte 1], ik moet eigenlijk, ik moet [medeverdachte 1] hebben.

[medeverdachte 2]: Ja, die zit naast me (…) Eh ik rij nou bij Noord.

[medeverdachte 4]: Oké. Nee, zie ik je zo.72

Op 22 mei 2013 omstreeks 12.07 uur parkeert [medeverdachte 1] de SsangYong met het kenteken [kenteken 2] bij de woning van [medeverdachte 4] bij de [adres 7] te Volendam. [medeverdachte 2] zit als bijrijder in de auto. [medeverdachte 1] loopt naar de woning van [medeverdachte 4] en om 12.11 uur lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar de SsangYong. [medeverdachte 1] stapt in de auto als bestuurder en [medeverdachte 4] blijft naast hem staan. [medeverdachte 4] buigt voorover, waardoor zijn hoofd en de rechterzijde van zijn openhangende jas in de SsangYong hangen. [medeverdachte 4] blijft zo enkele seconden staan en komt vervolgens overeind. Bij het teruglopen naar zijn woning is te zien dat de rechterjaszak van [medeverdachte 4] zwaarder hangt.73

Op 22 mei 2013 om 14.07 uur belt [medeverdachte 4] naar[persoon 12], en zegt dat hij die kaarten voor de wedstrijd tegen de Eagles heeft. [persoon 12] komt straks bij hem langs.74 Om 22.42 uur belt [medeverdachte 4] naar [persoon 11] en geeft aan dat hij nu geld en die kaartjes heeft. [persoon 11] belt [medeverdachte 4] zodra hij thuis is.75 Om 21.22 uur belt [persoon 11] [medeverdachte 4] en vraagt of [medeverdachte 4] thuis is. Hij geeft aan dat hij zo even langskomt.76

Op 24 mei 2013 om 16.27 uur belt [medeverdachte 4] naar een telefoonnummer dat op naam van [persoon 13] is gesteld. [persoon 13] geeft aan dat hij denkt dat [medeverdachte 4] en hij elkaar die avond zouden zien. Op 25 mei 2013 om 23.20 uur belt het nummer dat op naam van [persoon 13] is gesteld naar [medeverdachte 4] en [persoon 13] geeft aan dat hij nu naar [medeverdachte 4] toekomt. [medeverdachte 4] vraagt of de kaarten al weg zijn en [persoon 13] bevestigt dit.77

1.4.

De handel in en exploitatie van verdovende middelen van lijst II OW

Op 16 oktober 2011 zitten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 2]: Nou dan heb je een rooitje per maand. Om de drie maanden oogsten, 3 rooitje.

(…..)

[verdachte]: Jawel man <1284> planten man.

[medeverdachte 2]: Ja. Nou, daar komt geen ton uit hoor (…) 15 tot 20 kilo is wat d’r uitkomt. Maar je moet er ook, ook bij stil staan, als je 1300 plantjes hebt <?> In ieder geval 1300 maal 3 euro (…) Weet je wat het is, het is nu gewoon effe, effe rust houden.

[medeverdachte 1]: Zwanger ook ben je.

[medeverdachte 2]: Maar bui-buiten dat ik zwanger ben. Weet je wat het is, ik ken het moeilijk nu (…) Met jou gaan doen <?> (…) Weet je wat het is het beste voor ons is nu gewoon totaal iemand die niets met voetbal te maken heb (…) Een zware onbekende.78

Op 17 maart 2012 zit [medeverdachte 2] met NN-man die zij [persoon 14] noemt in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[persoon 14]: 2.40 bij 1.20 zou je d’r eventueel ook wel, als het uitkomt, nog eentje naast kunnen zetten die je iets later opstart.

[medeverdachte 2]: Precies.

(….)

[persoon 14]: Ik had wel beneden bij die wc eh weet je wel. Had ik ook 2.40 bij eh 1.20 (…) Maar d’r was maar één, één lat die je op en kon maken aan de voorkant. En aan de zijkant, dan elke kant, twee van die latten. Maar had ik wel vier keer 600 Watt in.

[medeverdachte 2]: nou, ik moet wel zeggen waar ik wel weer naar uitkijk, zeg maar, weet je (…) is zo’n dagje knippen met z’n allen.

[persoon 14]: Ja, ja, is altijd bloedgezellig, ja.79

(…..)

[medeverdachte 2]: Toen bij die [persoon 15], man <?>. Had ie gewoon effe een 500 liter vat effe laten knappen <?> (…) Kwam ik daar aan stond ik tot m’n enkels in het water. Effe bij de buren, wasmachine weet je. Nou, die deden gelukkig niet moeilijk (..) Ja, voor hetzelfde geld bellen ze de brandweer.

(…..)

[medeverdachte 2]: (…) net drie hokken van me gepakt. Dat is ook heel raar, die werden ook zo raar opgepakt (…) en die waren ook gewoon dichtgetimmerd. (…) Toen heb ik twee kamertjes daaro zeg maar ingebouwd. Er woonde ook voor de rest niemand. Toen dacht ik van, nou , weet je wat, ik ros hem gewoon één keer vol (…) toen werd ik op een gegeven moment getipt dat ze een inval gingen doen. Wij hem leeg gehaald (…) Ja, helemaal ziek van weet je. Het begon d’r net een beetje op te lijken. Woning ontruimen. Wij alles netjes in verhuisdozen gedaan, de hele teringzooi meer (…) Wat doet die ouwe maf van die [persoon 16] (…). Alles zit netjes ingepakt op die galerij, weet je, dat het allemaal niet opvalt (…) Die komt zo aanrijden, rost ie ‘m zo de stoep op. (…) Ja, goedemiddag, bij die [persoon 15] zo, bij die auto, goedemiddag recherche (…) en ik echt, het zweet brak me uit. Alles stond nog in die <galerij>.80

Op 31 maart 2012 zit [medeverdachte 1] met een NN-man in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

NN: Ik heb iemand dan ken je, ken je één of twee tentjes neerzetten.

[medeverdachte 1]: <?> ik heb, ik heb nog een tentje, ik heb nee, ik heb <?> weer een tentje terug gekregen. Ik heb hem zo staan.

NN: Ja, maar je hebt grote, kleine, weet ik veel.

[medeverdachte 1]: Moet, moet je zo, moetje zo effe met [medeverdachte 2] praten, kunnen we zo neerzetten hoor.

NN: Als je die jongen 2,5 meier in de maand geeft of zo.

[medeverdachte 1]: Ja, dat, dat ligt, ligt <moet je zo even aan [medeverdachte 2] vragen> ligt eraan of die grote of die eh hoe heet het.

NN: ja, hij heb ruimte genoeg zegt ie

[medeverdachte 1]: … Alleen ik ken t niet bijhouden (…) Kijk en voor jullie is ook kut, jullie kunnen d’r ook niet elke dag heen.81

Op 26 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Dus hij had een <stukkie> meegenomen zit er gewoon een klein beetje schimmel in.

(…)

[medeverdachte 2]: Kijk, vaak zit er in, alleen in die grote toppen, dus in die grote stukken.

[medeverdachte 1]: Ik kan er wel om janken, [medeverdachte 2] (…) Ik zie het nog gebeuren dat het helemaal naar de kloten is en ik m’n geld nog geen eens terug krijg. Ik heb me helemaal kapot gewerkt <?> gekost.

[medeverdachte 2]: Ik ga het niet opentrekken, omdat het een grote top was.

[medeverdachte 1]: Oké. Maar kan het ook zijn dat het nat blijft, dat het beschimmeld is?

[medeverdachte 2]: Eh in principe niet (…) Nou, als eh als er een schimmeltje is, schimmel droogt ook in.

[medeverdachte 1]: Ja?

[medeverdachte 2]: Waarschijnlijk hebben die gasten het gewoon niet eh, eh helemaal in het donker en met, met, met een afzuiger.

(…..)

[medeverdachte 2]: Wat voor gasten zijn het eigenlijk?

[medeverdachte 1]: Nou, zo’n Volendammer is het, zo’n eh stukadoor of zo.

[medeverdachte 2]: Nou, het zal wel een maffe junk zijn. Dus effe weer een beetje geld kan ie weer nieuw dingetje neerzetten.

(…..)

[medeverdachte 1]: Wat een ellende (…) Want ja, eh die schimmel <wil natuurlijk niemand kopen>.82

Op 3 mei 2012 zitten [medeverdachte 1], [verdachte] en NN-man (NN) in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Nee, ik kon niet jongen, ik zat met 9 kilo wiet in m’n maag. Ja, ja, ja. Is niet te slijten man, alles zit vol. (…) Nee, nee. Nee, het is nou, het is nou wel weg en ik zat, hoe heet het, weet je wat er is, ik zal er zelf voor 1/3 in. Dus ik kon niet… Want die andere gasten wouden het heel graag verkopen.83

Op 12 mei 2012 zitten [medeverdachte 2] en [persoon 17] in de auto. Zij voeren omstreeks 13.14 uur het volgende gesprek:

[medeverdachte 2]: Het schijnt dat die eh dat die lampen (…) nog wel een stukkie eh van eh van de planten af zijn, he? Of niet?

[persoon 17]: Maar die heb ik vorige week hoger gehangen.

[medeverdachte 2]: Oké, maar ze konden dus nog hoger? Want daar gaat het om, want anders moet ik die tafel effe verlagen (…) Ja, want het gaat waarschijnlijk nog wel groeien die dingen.

(…..)

[persoon 17]: Hm. Maar hij krijgt er volgens mij zelf nou ook wel een beetje aardigheid in, die [persoon 18].

[medeverdachte 2]: Ja, ja, ja. Nou… Hij krijg er geen aardigheid in, hij ziet dat het groeit en het goed gaat (…) Ik heb hem gewoon wat dingen uitgelegd hoe die dat moet doen.

(…..)

[medeverdachte 2]: Maar die blauwe meter? Deed die het eh deed die het goed nou?

[persoon 17]: En die <?> die was eruit gehaald, maar dat pompje <hebben we weer> terug gezet door de modem, dat eh dat circulatiepompje.

[medeverdachte 2]: en jij had ook nog die emmers water bijgevuld waarschijnlijk?84

(….)

[medeverdachte 2]: Kijk <het is niet zo heel veel, misschien twee lampen vervangen> (…) is 50 euro per lamp

[persoon 17]: Zeg maar eh, eh, eh, eh een meier, een meiertje per oogst.

[medeverdachte 2]: <?> ander-anderhalve meier per oogst.85

Als het voertuig stopt bevindt het zich in de buurt van de [adres 8] en de [adres 9] in Zaandam. Met ‘[persoon 18]’ in het gesprek wordt [persoon 18], volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegeven ingeschreven op de [adres 8] te Zaandam, bedoeld. [persoon 18] is de eigenaar van voornoemde woning.86

Op 12 mei 2012 omstreeks 15.49 uur voeren [medeverdachte 2] en een NN-man (N) het volgende gesprek:

N: <?> he [persoon 18]. Ja.

(….)

[medeverdachte 2]: Heel veel, heel veel contact met hem.

N: Ja, dat ie wat relaxter is nou weet je wel. Want ik vind, vind, vond hem in het begin een beetje gespannen.

[medeverdachte 2]: Ja, ja, was ie ook. Maar toen ik het ei-ei-eigenlijk helemaal had ingebouwd daar (…) weet je dat het gewoon echt goed stond.

N: Kijk, want… Ja, ja, ja als ie natuurlijk met eh groeien.

[medeverdachte 2]: Ja, hij ziet het geld er al aan hangen (…) Ik zei al tegen hem, ik zeg ja, je moet er ook wel rekening mee houden, ik zeg, dat eerste de kosten d’r nog af moeten (…) ik zeg, dus de eerste keer verdien je geen moer (…) Dan gaat het lopen (…) Wat hij normaal gesproken per maand aan gas en licht betaalt (…) wat je verbruikt. Kijk <het is niet zo heel veel, misschien twee lampen vervangen>. Dat is 50 euro per lamp.

(…..)

N: Zeg maar eh eh eh een meier, een meiertje per oogst (…) Ja. Nou laten we zeggen 150.

[medeverdachte 2]: <?> ander-anderhalve meier.

N: anderhalve meier per oogst.

[medeverdachte 2]: Zit je, ziet je goed.87

Op 3 maart 2012, 17 maart 2012, 24 maart 2012, 14 april 2012, 28 april 2012 en 1 mei 2012 zit [medeverdachte 2] in de SsangYong en peilt de auto uit in de buurt van de [adres 8] en de [adres 9] te Zaandam.88

Op 18 november 2012 wordt in de woning aan de [adres 8] te Zaandam diverse goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het vervaardigen van softdrugs.89

In de op 3 juni 2013 onder [medeverdachte 2] in beslag genomen Iphone4 is in de ‘notes’ een bestand opgeslagen met als onderwerp ‘kweken op steenwol’. In deze tekst wordt per dag omschreven hoe planten/stekken gekweekt moeten worden.90

Op 9 maart 2013 stuurt [AB] Ok een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: ‘Kan je wat met hasj? Pakistaan 46 kg voor 850 p kg’.91

1.5.

Onderhouden van (telefonische) contacten binnen de criminele organisatie

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn al tien jaar samen en hebben een zoontje.92 Bij de rechter-commissaris verklaren [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat zij [medeverdachte 4], [verdachte] en [medeverdachte 3] kennen.93

[medeverdachte 4] heeft geen op naam gestelde telefoon, telefoneert met een prepaid telefoon en wisselt diverse malen van telefoonnummer. In de periode van 26 december 2012 tot en met 25 mei 2013 heeft hij minimaal 210 keer telefonisch contact met [medeverdachte 1]. [medeverdachte 4] blijft met vier wisselende nummers contact zoeken met wisselende nummers van [medeverdachte 1]. Verder heeft [medeverdachte 4] ook telefonisch contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].94 [deelnemer 8] maakt gebruik van vier verschillende telefoonnummers en heeft met deze telefoonnummers in totaal 207 keer contact met telefoonnummers van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].95 Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 4] te Kalmthout worden 39 mobiele telefoons in beslag genomen en in de auto van [medeverdachte 2] worden tijdens de aanhouding vijf mobiele telefoons aangetroffen.96 Ook bij van [medeverdachte 3] worden tijdens de doorzoeking in zijn ouderlijke woning aan de [adres 3] te Zwolle zes mobiele telefoons in beslag genomen en in zijn woning aan de [adres 2] worden drie mobiele telefoons in beslag genomen.97

Op 9 april 2013 wordt [medeverdachte 4] gebeld door [medeverdachte 1]:

[medeverdachte 1]: Ja, je wa- je was wat vergeten. Die eh…

[medeverdachte 1]: Ja. Ja

[medeverdachte 1]: …Die kauwgoms

[medeverdachte 1]: Ja, ja, ja.

[medeverdachte 1]: Die snoepjes.98

Op 16 april 2013 om 17.10 uur stuurt het telefoonnummer dat bij de vriendin van [medeverdachte 4], [vriendin van medeverdachte 4], in gebruik is een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: ‘Hey kan je morgen die kaartjes meenemen tegen herenveen. Thuis 50 kaartjes ze gaan toch mee die jongens voor Vak 120 ze betalen gelijk’.99 Vervolgens wordt met de telefoon, die in gebruik is bij [medeverdachte 1], een sms-bericht teruggestuurd met de tekst: ‘Ok’.100

Op 28 mei 2013 belt [medeverdachte 3] met [medeverdachte 4]:

[medeverdachte 4]: He, hé, eh, eh 5000 euro. Kan ik dat van je, van je lenen of niet?

[medeverdachte 3]: Van me lenen?

[medeverdachte 4]: Ja, je begrijpt wat ik bedoel toch? Niet lenen, maar eh…

[medeverdachte 3]: Oh dat eh… Ja, nee…

[medeverdachte 4]: Niet lenen, maar…

[medeverdachte 3]: Ja, ja. Nee, op dat moment eh ik heb dat op dat moment niet. Ik krijg pas volgende week.101

Op 28 mei 2013 stuurt [medeverdachte 2] een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: ‘He wie is big op de telefoon smst in het duits’. [medeverdachte 1] reageert met: ‘die hongaaren voor snoepjes mocht je tekort hebben kan [persoon 19] bij springen’. [medeverdachte 2] stuurt hierop een sms-bericht: ‘OK, maar is kort dag wil het vanavond 5000 en ik ben al bijna in Amsterdam’.102

1.6.

Voertuigen in gebruik bij de criminele organisatie

Van 31 augustus 2010 tot 8 maart 2011 staat een bromfiets met het kenteken [kenteken 3] op naam van [medeverdachte 2].103 Van 8 maart 2011 tot 23 november 2011 staat de bromfiets op naam van haar zwager [persoon 20]. Op 23 november 2011 wordt de bromfiets op naam van [deelnemer 2] geschreven.104 Op 23 december 2011 is [deelnemer 2] naar de politie gegaan en heeft hij verklaard dat hij een dealer is en wil worden aangehouden. Vervolgens haalde hij een zakje met 50 roze pillen uit zijn zak.105 Op 6 november 2012 wordt een e-mail aan [e-mailadres 1] gestuurd vanaf het e-mailadres [e-mailadres 2] over de verzekering van de Peugeot met kenteken [kenteken 3]. De e-mail wordt ondertekend met ‘Groetjes [medeverdachte 2]’.106Op 18 april 2012 is [persoon 21] de bestuurder van de bromfiets met kenteken [kenteken 3]. Op 30 januari 2013 is [deelnemer 5] op heterdaad aangehouden op voornoemde bromfiets toen hij 46 wikkels cocaïne bij zich droeg. Ook op 9 januari 2013 en 15 februari 2013 rijdt [deelnemer 5] op voornoemde bromfiets.107 Op 3 juni 2013 wordt tijdens de doorzoeking aan de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam het kentekenbewijs deel 1a en deel b van deze bromfiets aangetroffen.108 Op 17 december 2013 wordt het kentekenbewijs van deze bromfiets en een acceptgirokaart voor de betaling van de verzekering op naam van [medeverdachte 2] aangetroffen bij [deelnemer 8].109

De Fiat Punto met het kenteken [kenteken 1] stond van 6 juli 2011 tot 3 februari 2012 op naam van [medeverdachte 2] en is op 3 februari 2012 op naam van [deelnemer 7] geschreven. Op 27 november 2012 belt [medeverdachte 2] met de [autogarage]:110

[medeverdachte 2]: Hoi, goedemiddag. Hoi, je spreekt met [medeverdachte 2]. Hé, een klein vraagje, he. Mijn Fiat eh staat bij jullie.

[autogarage]: Ja, dat klopt.

[medeverdachte 2]: Eh is het goed als ik die morgen in, in de loop van de ochtend effe ophaal bij jullie?111

[medeverdachte 1] gaat op 28 november 2012 om 15.40 uur de ‘[autogarage]’ binnen en zit om 15.44 uur als bijrijder naast NN-man als bestuurder in de Fiat Punto met kenteken [kenteken 1].112 [deelnemer 4] rijdt op 11, 12 en 31 oktober 2012 en 28 november 2012 in de Fiat Punto en wordt samen met [persoon 22] op 29 januari 2013 op heterdaad aangehouden in de Fiat Punto in het bezit van cocaïne.113 Ook [persoon 23] rijdt op 28 november 2012 en 6 december 2012 in de Fiat Punto.114 [deelnemer 7] wordt niet in de auto waargenomen.115 [deelnemer 7] verklaart dat iemand anders de auto gebruikt en hij een geldbedrag krijgt. Van [deelnemer 2] krijgt hij geld om de bekeuringen te betalen.116 In de woning aan de [adres 4] wordt een aankoopovereenkomst van de Fiat Punto aangetroffen, de documentatie van de [assurantiekantoor] dat de Fiat Punto op naam van [medeverdachte 2] is verzekerd en een factuur van de [autogarage].117 In de woning aan de [adres 1, huisnummer 25 II] worden drie CJIB boetes op naam van [deelnemer 7] van de Fiat Punto aangetroffen.118

1.7.

De werknemers binnen de criminele organisatie

Op 27 oktober 2011 zit [medeverdachte 1] samen met [persoon 2] in de Fiat Punto. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Jij hebt ook je werktelefoon bij je, he?

[persoon 2]: Ja.

[medeverdachte 1]: Zeker weten? Niet dat ie daar…

[persoon 2]: Ja. Nee, honderd procent, honderd procent.

[medeverdachte 1]: Oké <?> in je zak.

[persoon 2]: Ik heb alles gecheckt.119

Op 20 oktober 2011 zitten [medeverdachte 2] en een NN-man (N) samen in de Fiat Punto, waarbij [medeverdachte 2] onder meer zegt: [medeverdachte 2]: Ik werk alleen maar met vijf of zes mensen die al 10, 20 jaar ken.120

Op 18 januari 2012 zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de SsangYong en voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Oh ja, we moeten ook effe het geld natuurlijk effe op die rekening zetten.

[medeverdachte 2]: Ja, moet je morgen effe doen, he.

[medeverdachte 1]: ik ben morgen ergens anders. Moeten we [persoon 16] effe laten doen dan.

[medeverdachte 2]: Kijk, want ik doet liever morgen op het laatste moment.

(…..)

[medeverdachte 1]: Maar ik vraag me altijd af, ken je dat wel pinnen zo’n groot bedrag?

[medeverdachte 2]: Bij eh winkels (…) gewoon bij een eh bij een geldautomaat. Kun je bij een andere bank zeg maar maar 250 euro per dag pinnen en bij je eigen bank 500.

[medeverdachte 2]: en als je nou <vroeg> in de winkel bent, weet je (…) Je wil iets kopen of zo, dan kan je geloof ik iets van eh 7- 8000 euro pinnen.121

Op 17 maart 2012 zitten [medeverdachte 2] en [persoon 17] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 2]: Weet je wat het nou gewoon is. We werken nou gewoon m-m-m-met B-categorie mensen (…) [persoon 16] die krijg je niet te pakken of die neemt niet op of die is er gewoon weer niet. En die <[persoon 24]> die is nou met stage ook bezig (…) Maar die [persoon 15] man, die loopt ook <?>

[persoon 17]: Maar wie is die [persoon 15] dan?

[medeverdachte 2]: [persoon 15] (…) Moet ie een auto hebben, moet ik dan ja op zeggen (…) waarom die niet met de scooter gaat (…) Echt. Het zijn vermoeiende gasten jongen.

[persoon 17]: Ja.

[medeverdachte 2]: maar ook eh bijna allemaal totaal geen, geen, geen zelf initiatief (…) Zoals gisteravond ook, de telefoon is één keer gegaan. <?> ik zeg, oké. Ik zeg, wat is dat nou? (…) ik zei tegen [medeverdachte 1] <?> stad wel effe in, ga gewoon even naar plekjes weet je <?> (…) Nou, toen is die [persoon 24] uiteindelijk maar effe meegegaan. Effe een rondje <stad> gedaan. (…) Kom je toch weer een paar mensen tegen.

(…..)

[persoon 17]: [persoon 25] is wel serieus of toch…?

[medeverdachte 2]: Nee (…)Betrouwbaar nul komma nul. Hij zet gewoon ’s nachts z’n telefoon uit of hij geeft ‘m aan z’n buurjongen (…) die gozer die kent al die klanten niet.122

Op 18 maart 2012 zitten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen in de SsangYong en voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: <Leuk> Is dat [persoon 16] niet meer in die schuldsanering zit, kan die ook makkelijk een auto op z’n naam eh…

(…..)

[medeverdachte 2]: Nee, tenzij ze beslag <?> leggen (…) Snap je? Daar gaat het meer om. Dat ding dat nemen ze gewoon in beslag.123

Op 21 april 2012 zit [medeverdachte 1] met een NN-man (NN) in de SsangYong en voeren zij het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Rot op man. Ah jongen, daarom zeg ik, goed personeel jongen als je dat hebt (…) Het is gewoon wegbrengen jongen. Dat is toch niet zo. (…) Ik kan wel janken met die gasten.

(…..)

[medeverdachte 1]: Ja, dat is het, het is geen domme jongen of zo hoor.

NN: Nee?

[medeverdachte 1]: Nee, helemaal niet eigenlijk, maar <?> weer.

NN: Ja, dat eh d’r valt toch ook niet te werken met hem weet je.

[medeverdachte 1]: Nee. <?> bij gebrek aan beter (..) Ja, dat <vind ik> ik zit, ik zit…Ja, ik zit, ik zit echt met derdegraads mensen jongen. De ene is <een goeie gast> die is elke dag pas om 5 uur wakker. Daarvoor kan ik hem niet bereiken.124

Op 22 april 2012 zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] of het druk was in het honk. [medeverdachte 2] zegt van niet. Allemaal van die kneuzen waar je niets aan hebt. [medeverdachte 2] zegt dat ze er wel een paar naar toegestuurd heeft en dat op een gegeven moment [persoon 26] (fon.) uit Mijdrecht zich er ook mee ging bemoeien. [medeverdachte 2] zegt dat hij zo opvallend bij de wc staat. Als je opgepakt wil worden. Ik tegen hem gezegd dat hij wel een beetje op moet letten. [medeverdachte 1] vindt het niet zo erg, maar [medeverdachte 2] legt aan [medeverdachte 1] uit dat diegene niet alleen bij het toilet blijft staan, maar dat hij erin en eruit gaat en dat dat niet goed is.125

Op 25 april 2012 zit [medeverdachte 1] met [verdachte] in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Maar eh ik eh ik kan eigenlijk niet rekenen op zo’n jongen weet je.

[verdachte]: Nee, nee.

[medeverdachte 1]: Het is ellende man. Zoals vandaag ook weer. Heb je die [persoon 21] <?> werkt.

[verdachte]: Doet ie ook wat dan?

[medeverdachte 1]: Ja <?> is helemaal niks man.

[verdachte]: [persoon 21] kan het niet?

[medeverdachte 1]: Nee, is gewoon een kneus man.

[verdachte]: Kneus in welk opzicht?

[medeverdachte 1]: Ja, gewoon met alles. De eerste dag dat ie al eh had gereden, zat er allemaal schade op die scooter.

(…..)

[verdachte]: Weet je wat het is als je [persoon 2] belt en je belt [persoon 16], [persoon 2] altijd 10x trager

[medeverdachte 1]: dat zit er niet in bij [persoon 2] (…) eigen initiatief…al die tijd maar 1x zelf initiatief genomen. Of zelf eens schemaatje maken wat moet ik doen of zelf eens naar iemand toe gaat… of dat nummer een beetje verspreiden.126

Op 25 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto:

[medeverdachte 1]: Hebben jullie nog extra of is dit alleen de bestelling?

[verdachte]: Ja.

[medeverdachte 1]: Of anders desnoods 50 of 100 weet je. Ja, toch niet te gek.

[verdachte]: En wat eh wat zit hier voor mij in dan? Of dat is eh…

[medeverdachte 1]: <toch heb ik eh> gister uitgelegd.

[verdachte]: Ja. <Inhalig he>.127

Op 12 mei 2012 zitten [medeverdachte 2] en [persoon 17] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 2]: Nou ja, we hebben eigenlijk alleen [persoon 16] die hier werkt. Nou ja, die functioneert ook op half 11. Die snapt ook de rest niet. En <[persoon 15]? Werkte twee avondjes in de week, maar die is ook weg.

(…..)

[persoon 17]: Nee, maar dat, maar dat, dat, daar zat ik met [medeverdachte 1] al over, je, je vist eigenlijk… Ja, dat eh… Dan moet je dat allen, bij, van te voren af inkoop leren. Je hebt natuurlijk allemaal types die zitten d’r zelf aan.

[medeverdachte 2]: Ja, nee, dat, dat, dat, dat, dat, snap ik voor de rest wel. Maar weet je wet ook is, nou ja, die [persoon 16] die doet het nou maar eh… Weet je wat ook is, ze snappen dus gewoon niet, kijk we betalen gewoon die mensen <?? (…) Het is nu gewoon hup ja, die heb, daar krijg je gewoon een percentage voor.

[persoon 17]: Ja, je wordt gewoon nou per pakkie betaald?

[medeverdachte 2]: Ja.128

Op 20 januari 2012 koopt [medeverdachte 2] de SsangYong met het kenteken [kenteken 2] bij [Autobedrijf] voor een geldbedrag van € 9.700,-. Dit bedrag is in twee delen betaald, namelijk in

€ 4.925,- aan contant geld en € 4.4774,59 met een mastercard, die op naam staat van [deelnemer 4]. De bankrekening van [deelnemer 4] is gevoed met een overboeking van de ABN Amro bankrekening van [verdachte]. De rekening van [verdachte] is gevoed met een contante storting om deze overboeking mogelijk te maken. De saldi op alle gebruikte bankrekeningen zijn niet toereikend voor het uitvoeren van de transacties zonder opwaardering van de saldi door de voorgaande stap.129 Ook de vliegtickets van [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en zoon [zoon van medeverdachte 1 en 2] van 7 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 naar Las Palmas zijn online betaald met een creditcard van [deelnemer 4].130 [verdachte] betaalt middels poststorting op 29 november 2012 € 2.000,-, op 28 december 2012 € 2.000,- en op 28 maart 2013 € 2.000,- ten behoeve van de huur van de woning aan de [adres 4] te Kalmthout en op 26 april 2013 € 274,17 ten behoeve van [energieleverancier], in opdracht van [medeverdachte 2].131

Op 14 en 15 december 2012 wordt vanaf de internetaansluiting van de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam gezocht naar bedrijfsruimten en loodsen. Bij de zoekslagen op Marktplaats wordt gebruik gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 2].132 Op 16 april 2013 belt [medeverdachte 4] met zijn vriendin en spreekt [medeverdachte 4] over het feit dat hij op zoek is naar een loods waar een vrachtwagen in kan. Er wordt gesproken over een loods aan de [adres 5].133 Op 22 april 2013 rijden [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] naar een loods-verzamelgebouw dat is gelegen aan een zijstraat van de [adres 5].134 Op 22 mei 2012 belt [medeverdachte 4] met [persoon 27] en zegt dat hij op zoek is naar een loods voor een vriend waarin een vrachtwagen kan van 4 meter breed en 4 meter hoog.135

1.8.

Het incasseren van schulden door de criminele organisatie

Op 23 april 2012 zit [medeverdachte 1] met NN-man (NN) in de SsangYong en voeren zij het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: Nou kijk, weet je wat wel een voordeel is <?> met al die bedragen die openstaan. Ik heb heel veel mensen om te blijven werken, snap je. Of je geeft geld of je gaat werken, dus eigenlijk heb ik nou al <?> jarenlang gezien <?>.

(…..)

[medeverdachte 1]: ik heb zelf nog 2 dames Rolexen, 1 Cartier, 1 Pasha.

NN: Gestolen?

[medeverdachte 1]: Nee, als ik van mensen geld krijg en ze hebben geen geld dan pak ik zo’n klok af.136

In de woning aan de [adres 4] te Kalmthout zijn verschillende administratieve lijsten aangetroffen en in beslag genomen.137 In de woonkamer zijn diverse kopieën aangetroffen met hierop namen en getallen. Deze vijf pagina’s tellende lijst is rechtstreeks gekopieerd uit het onderzoek [onderzoek B]. Op de kopieën zijn met rode pen diverse correcties aangebracht.138 Achter deze administratie zijn twee pagina’s aangetroffen, die met de programma’s ‘Word’ en ‘Excel’ zijn gemaakt.139 In de woning aan de [adres 4] wordt nog een digitaal vervaardigde lijst aangetroffen, die overeenkomt met voornoemde lijsten, maar ook op veel namen en getallen afwijkt. In totaal staan er 105 namen op deze lijst met een bij elkaar opgeteld bedrag van € 251.480,90.140 Op de pagina’s met instructies staan 22 nummers vermeld. [deelnemer 8] heeft met 21 van de 22 nummers belbewegingen gehad.141

Op 25 maart 2013 worden door [deelnemer 8] diverse sms-berichten verstuurt naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1] over zijn werkzaamheden.142 Op 29 maart 2013 stuurt [deelnemer 8] een sms-bericht naar [medeverdachte 2] met de tekst: ‘[persoon 21] heeft de eerste keer bij die lange betaald en de tweede en de derde keer bij die andere [medeverdachte 4] net die tatoo in hals. Komt dus op 375’. Op 1 april 2013 stuurt [deelnemer 8] een sms-bericht aan [medeverdachte 2] met de inhoud: ‘Ok. Volgens mij kan ik beter sommige dingen met jou regelen. Die ander is zo druk dat ik bang ben dat hij dingen vergeet te schrijven.143

Op 17 december 2013 wordt [deelnemer 8] aangehouden. Tijdens een doorzoeking in het kantoorpand waar hij werkt wordt het kentekenbewijs van de bromfiets [kenteken 3] gevonden en een acceptgirokaart op naam van [medeverdachte 2] en de [adres 1, huisnummer 25 II]. Ook wordt een notitieblokje aangetroffen met daarop diverse namen, die ook op de in België aangetroffen administratie voorkomen.144

1.9.

De bijnaam van [medeverdachte 1] is ‘[bijnaam van medeverdachte 1]’

Op 19 november 2012 belt [verdachte] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 6]:

[verdachte]: Nee, ik had eh ik was met eh zaterdag met [bijnaam van medeverdachte 1] en [persoon 26] naar een housefeest in Hasselt met een paar gasten van Anderlecht (…) veel eh, eh van die bonnen hadden we of zoiets dergelijks. Dus eh ik zeg als je op die Belgen moet gaan wachten met die ene slokjes weet je wel eh steeds. Laten we dan direct gewoon zes bier tegelijk halen. Of tenminste dan drie voor [medeverdachte 1], drie voor mij en dan eh [persoon 26] met z’n, met z’n Baco.145

Op 29 november 2012 belt [verdachte] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7]:

[verdachte]: [bijnaam van medeverdachte 1] is wel gecharmeerd van [persoon 29]. [persoon 29] is een beetje studentikoos, maar nergens bang voor.

(…..)

[verdachte]: [bijnaam van medeverdachte 1] heeft graag dat soort types om zich heen.146

In een telefoongesprek tussen [verdachte] en [persoon 26] op 7 december 2012 wordt meerdere malen ‘[bijnaam van medeverdachte 1]’ genoemd. Tevens wordt door [verdachte] ook de naam ‘[medeverdachte 1]’ benoemd en [persoon 26] noemt de naam ‘[medeverdachte 1]’ in hetzelfde gesprek.147

Op 17 april 2013 om 11.30.10 uur belt [medeverdachte 4] met [vriendin van medeverdachte 4]:

[medeverdachte 4]: Hé ken jij effe [bijnaam van medeverdachte 1] sms’en hoe laat ie, die d’r zo is?

[vriendin van medeverdachte 4]: Dus wat moet ik sturen?

[medeverdachte 4]: S- Hé ben je al in de buurt of eh weet je hoe laat je al eh hoe laat je hier bent?

[vriendin van medeverdachte 4]: Oké. Ja. Doei, doei.148

Op 17 april 2013 om 11.30.55 uur wordt er een sms-bericht gestuurd tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 8] en het telefoonnummer [telefoonnummer 9]: ‘Weet je al hoe laat je hier bent? Gr’.149

Op 25 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[medeverdachte 1]: anders [persoon 16] ff bellen, ze zijn aan knokken beneden…<nvt>…café.

[verdachte] belt [persoon 16]: Hey [persoon 16] ben je in het café? Ik geef je [bijnaam van medeverdachte 1] even.

[medeverdachte 1] aan de lijn: Ben je in café.. ben je druk op pad.150

Op 4 mei 2013 belt [medeverdachte 4] met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 10] (NN):

[medeverdachte 4]: Hé, volgens mij is [bijnaam van medeverdachte 1] opgepakt, ouwe.

NN: [bijnaam van medeverdachte 1]? [medeverdachte 1]?

[medeverdachte 4]: Ja. In Spanje.

NN: Ja, dat meen je niet.

[medeverdachte 4]: Hé, ik krijg die [medeverdachte 3] ook niet meer te pakken. Alles… Iedereen zo’n telefoon staat uit. Staat op teletekst eh Nederlandse bende opgepakt. (…) Want hij had daar een, een eh had daar een laboratorium is opgepakt, XTC-laboratorium. En eh hij liet eh mensen kweken daarzo, voor de Nederlandse markt allemaal.

NN: Ik kom zo effe naar je toe. We gaan dit niet zo over de telefoon bespreken.151

1.10.

[medeverdachte 3] is de vervanger

Op 18 december 2012 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 11][telefoonnummer 11] (NN1) met [persoon 3]:

NN1: Hé, hoe is het?

[persoon 3]: Eh redelijk. Met wie spreek ik trouwens.

NN1: Ja, met die vervanger.

[persoon 3]: Oh klopt. (…) Oh is die er niet?

NN1: Hij is even weg, maar eh dat eh hij, hij ja, of je het met mij even wou afhandelen.152

Op 19 december 2012 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 11][telefoonnummer 11] (NN1) met [medeverdachte 4]:

NN1: Hé.

[medeverdachte 4]: Met wie spreek ik?

NN1: Ja, je spreekt met die vervanger.

[medeverdachte 4]: Hé, jongen. Hé, wanneer is ie, is hij er zelf?

NN1: Eh als het goed is vandaag, vanmiddag.

[medeverdachte 4]: Oh. [medeverdachte 2] ook?153

Op 11 januari 2013 belt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 12][telefoonnummer 12] (NN1) met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 13] (NN2):

NN2: Ik spreek toch met [medeverdachte 1], he?

NN1: Nee, die is even op vakantie. Je spreekt met die vervanger.

NN2: Oké. O-oke’. Oké. Ja, dat dacht ik wel ja. Goed.154

Op 28 mei 2013 belt [medeverdachte 3] als gebruiker van het nummer [telefoonnummer 14] met [medeverdachte 4]:

[medeverdachte 4]: Hé [medeverdachte 3], met [medeverdachte 4]. (…) Hé, hé, eh, eh 5000 euro. Kan ik dat van je, van je lenen of niet?

[medeverdachte 3]: Van je lenen?

[medeverdachte 4]: Ja, je begrijpt wat ik bedoel toch? Niet lenen, maar eh…

[medeverdachte 3]: Oh dat eh… Ja, nee…

[medeverdachte 4]: Niet lenen, maar…

[medeverdachte 3]: Ja, ja, nee, op dat moment eh ik heb dat op dat moment niet. Ik krijg pas volgende week.

(…..)

[medeverdachte 4]: En weet je, wie, voor wie doet [bijnaam van medeverdachte 1] dat eigenlijk? (…) Je hebt het toch wel overgenomen? Hij zit nu alleen maar in het eh buitenland.

[medeverdachte 3]: Ja, volgens mij wel. Maar ehm eh heb je morgen tijd?155

1.11.

Telefoon 39 is in gebruik bij [medeverdachte 1]

Tijdens de doorzoeking aan de [adres 4] te België zijn op 3 juni 2013 39 telefoons aangetroffen en in beslag genomen.156 Een van deze telefoons is een Samsung telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 15], telefoon 39.157

In telefoon 39 staat [persoon 5] met vier verschillende nummers bij de contacten opgeslagen: ‘[A]’ ([telefoonnummer 16]), ‘[A] Goed’ ([telefoonnummer 17]), ‘[A A]’ ([telefoonnummer 18]) en ‘[A A]’ ([telefoonnummer 19]). Tevens staat [AB] met vier verschillende nummers bij de contacten opgeslagen: ‘[AB]’ ([telefoonnummer 20]), ‘[AB] Goed’ ([telefoonnummer 21]), ‘[AB] Ok’ ([telefoonnummer 22]) en ‘[AB] Ok’ ([telefoonnummer 23]). Van 23 mei 2013 tot en met 31 mei 2013 vindt de volgende sms-conversatie plaats tussen telefoon 39 en ‘[AB] Ok’:

39: ‘He heb je caustic soda een pallet.’

[AB] Ok: ‘Is dat er ook vloeibaar wat je vroeg?’

39: ‘Nee zijn zakken is soort kristal.’

[AB] Ok: ‘Hoeveel wil je precies? 5 6 of 700.’

39: ‘Doe maar 700’.

39: ‘Ben met ze aan het smse hoeveel zat er ook alweer in een zak’

[AB] Ok: ‘Geen idee heb gewoon 700 kg klaar laten zetten.

[AB] Ok: ‘J wilt wel toch? Heb het al staan’158

Op 3 juni 2013 is tijdens de aanhouding van [medeverdachte 2] telefoon P1 met het telefoonnummer [telefoonnummer 15] in haar auto aangetroffen. Er staat slechts één persoon opgeslagen in de contacten van de telefoon, namelijk ‘[A A]’. Dit is dezelfde naam als een van de contacten in telefoon 39. Op 23 mei 2013 stuurt ‘[A A]’ naar telefoon 39: ‘Zullen we gelijk nieuwe tel en kaart doen’. Daarna vindt, op twee smsjes na, geen contact meer plaats via telefoon 39 tussen de gebruiker van telefoon 39 en ‘[A A]’. Via telefoon P1 vindt een sms-conversatie plaats over 700 kilo caustic soda die [AB] ok voor de gebruiker van telefoon 39 heeft besteld.159 De gebruiker van telefoon P1 stuurt naar ‘[A A]’: ‘Ja is voor die soda en is kut staat morge klaar voor ze die gast smst maar steeds voor de tyd morge en is 700 kilo volgens mij zat het per 10 kilo verpakt in een zak vorige x’.160 Ook wordt gestuurd ‘moet ie dat doen zit nu met 700 kilo in me mik a 5250 maar zondag ff praten want wiste de prys al 2 dagen terug’.161 De gebruiker van telefoon P1 neemt de sms-conversaties van telefoon 39 over nadat ‘[A A]’ suggereert een nieuwe kaart en tel te doen.162 Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 2] wordt in haar auto telefoon P4 met het telefoonnummer [telefoonnummer 24] aangetroffen.163 Op 31 mei 2013 stuurt telefoon P4 naar telefoon 4: ‘Ok bedden zijn opgemaakt boven en heb met nog kippetjes gebakken staan in de keuken doen jullie zachtjes [zoon van medeverdachte 1 en 2] is er onrustig beetje ziek weer’.164 Op 31 mei 2013 smst de gebruiker van telefoon P4 het volgende naar de gebruiker van telefoon 4: ‘(…) en die [persoon 5] reageert niet meer en die [AB] ok blijft sms en van je neemt ze wel he heb ze staan pff’.165 Op 31 mei 2013 smst de gebruiker van telefoon P4 naar telefoon 4: ‘Ze willen ons m hebben kan dat voor 5 want vraag voor die takken ook 5 of is dat teveel heb zelf 44 betaald’.166 Dit sms-bericht staat ook in telefoon 4 voornoemd.167

Bewijsoverwegingen

Criminele organisatie

Volgens bestendige jurisprudentie (vgl. onder meer Hoge Raad 22 januari 2008, NJ 2008, 72) wordt onder een criminele organisatie een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon verstaan. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is. Ook is niet vereist dat het samenwerkingsverband steeds uit dezelfde personen bestaat of dat alle deelnemers elkaar kennen. Evenmin is vereist dat ten aanzien van alle deelnemers blijkt van een gestructureerde vorm van samenwerking met een of meer andere deelnemers van de organisatie. Wel moet worden vastgesteld dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had, waartoe het voorwaardelijk opzet onvoldoende is. De verdachte moet een aandeel hebben in het samenwerkingsverband dan wel moet de verdachte de gedragingen, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie, ondersteunen (vgl. onder meer Hoge Raad 3 juli 2012, LJN: BW5161). Voorts moet worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het deelnemen aan die criminele organisatie. Voldoende daarvoor is dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft gehad. Niet is vereist dat de verdachte enige opzet heeft gehad op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven.

De rechtbank acht op basis van de ten aanzien van feit 1 onder 4.3.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en tevens [deelnemer 2], [deelnemer 3], [deelnemer 4], [deelnemer 5], [deelnemer 7] en [deelnemer 8] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 10a van de Opiumwet heeft gehad. Op basis van het dossier kan niet ten aanzien van alle verdenkingen van afleveringen van drugs worden vastgesteld dat daadwerkelijk drugs zijn afgeleverd, nu door de politie in sommige gevallen geen verdovende middelen zijn onderschept. Dit staat echter niet in de weg aan het oordeel dat het oogmerk van de criminele organisatie bestond uit het plegen van drugsdelicten, aangezien het immers gaat om het beoogde doel van de organisatie en niet zozeer om het gerealiseerde doel. Dat het oogmerk van de organisatie mede gericht was op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen, leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat in België (al dan niet reeds gebruikte) grondstoffen voor de fabricage van synthetische drugs alsmede aanzienlijke hoeveelheden XTC/MDMA, cocaïne en amfetamine zijn aangetroffen en de handel in verdovende middelen zich voornamelijk in Nederland afspeelde.

Verdachte heeft samen met de medeverdachten en de andere deelnemers een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd en zij hebben ieder een aandeel gehad in de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie dan wel ondersteunende gedragingen verricht die strekten tot, of rechtstreeks verband hielden met, de verwezenlijking van het oogmerk van voornoemde organisatie. De concrete rol van verdachte zal onder het kopje ‘verdachte als deelnemer’ worden besproken. In deze zaak wijzen diverse elementen op het bestaan van een dergelijke criminele organisatie. Deze specifieke kenmerken, zoals onder meer het versluierde taalgebruik dat wordt gebezigd, het gebruik van voertuigen ten behoeve van de organisatie, de telefonische contacten tussen de deelnemers en de rolverdeling, zullen per onderwerp aan bod komen in dit vonnis.

Versluierd taalgebruik

In het dossier bevinden zich diverse verslagen van OVC-gesprekken, afgetapte telefoongesprekken en sms-berichten. Op basis van voornoemde communicatie kan worden vastgesteld dat door verdachte, de medeverdachten en de andere gespreksdeelnemers versluierd wordt gesproken. Sommige uitgewerkte OVC-gesprekken verschillen in dit opzicht van voornoemde communicatiemiddelen. De rechtbank heeft op basis van de uitwerkingen van die gesprekken de indruk gekregen dat verdachte en de medeverdachten zich in de Fiat Punto en de SsangYong veiliger waanden en er niet op bedacht waren dat deze gesprekken werden opgenomen. Uit de in de auto’s opgenomen vertrouwelijke communicatie blijkt immers dat door de gespreksdeelnemers openlijker wordt gesproken over diverse drugsdelicten, zoals dit ook in de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 is weergegeven.

Ten aanzien van het versluierde taalgebruik dat door de leden van de criminele organisatie veelvuldig wordt gebezigd in de afgetapte telefoongesprekken en in de verstuurde sms-berichten, merkt de rechtbank het volgende op.

De inhoud van de gesprekken is voor een buitenstaander niet inzichtelijk, terwijl de gesprekspartners telkens precies lijken te weten waar de gesprekken over gaan. Zo wordt er binnen de criminele organisatie onder meer gesproken over ‘kiezelsteentjes’, ‘snoepjes’, ‘aspirines’, ‘kauwgoms’ en ‘kaarten’. Op basis van de context van de gesprekken, en in sommige gevallen ook op basis van een latere aanduiding van drugs voor de versluierde begrippen of een bevestiging van een levering van XTC-pillen, kan worden vastgesteld dat het in voornoemde gesprekken niet om de daadwerkelijke goederen gaat die worden genoemd. Dat het in de gesprekken waar over ‘aspirines’ en ‘kaarten’ wordt gesproken feitelijk niet om voornoemde goederen ging, maar om de bestelling en levering van XTC-pillen, blijkt uit de bewijsmiddelen die onder feit 1 zijn besproken. Verder wordt door de gespreksdeelnemers herhaaldelijk over prijzen en hoeveelheden gesproken, maar worden de hoeveelheden niet naar eenheden, kilo’s, euro’s en liters geconcretiseerd. Verdachte heeft geen verklaring willen gegeven voor de gebezigde uitdrukkingen en heeft zich ten aanzien van het grootste deel van de OVC-gesprekken en afgetapte telefoongesprekken op zijn zwijgrecht beroepen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en de andere deelnemers van de criminele organisatie de context van de gesprekken en hun taalgebruik op elkaar afstemden. Deze stelling wordt ondersteund door de diverse onder feit 1 uitgewerkte bewijsmiddelen. Verdachte heeft in verhullende taal gesproken om op die manier uit de handen van politie en justitie te blijven en de criminele organisatie te kunnen voortzetten.

Gebruik van voertuigen

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van de Fiat Punto en de Peugeot bromfiets, de feiten en omstandigheden in deze zaak niet anders kunnen worden geduid dan een katvangersconstructie.

Een katvangersconstructie is bedoeld om de andere deelnemers en met name de leidinggevenden van de criminele organisatie buiten beeld te houden. Het is daarmee aannemelijk te achten dat de Fiat Punto en de Peugeot bromfiets fungeerden als ‘bedrijfsauto’ en bedrijfsscooter’ en door de diverse personen van voornoemde organisatie werden gebruikt voor het exploiteren van bedrijfsactiviteiten. Bevestiging voor een dergelijke lezing wordt gevonden in de onder dit feit uitgewerkte observaties, waaruit blijkt dat diverse deelnemers van de criminele organisatie worden geobserveerd in de Fiat Punto en op de Peugeot bromfiets. De rechtbank wordt gesterkt in haar overtuiging dat deze voertuigen ten behoeve van de criminele organisatie werden gebruikt, nu bij [deelnemer 4] en [deelnemer 5] verdovende middelen werden aangetroffen op het moment dat zij gebruik maakten van de twee voertuigen en derhalve daadwerkelijk kan worden vastgesteld dat de auto en de bromfiets worden gebruikt ter verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie, namelijk de handel in verdovende middelen. Tevens heeft verdachte bestellingen zwavelzuur met de Fiat Punto opgehaald.

Alles in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat zowel de Fiat Punto als de Peugeot bromfiets werden gebruikt ten behoeve van de criminele organisatie. De rechtbank zal er in haar vonnis dan ook vanuit gaan dat, wanneer een van deze voertuigen wordt aangehaald in de bewijsmiddelen of wordt benoemd in een bewijsoverweging, het gebruik daarvan uit hoofde van de criminele organisatie is geweest.

Contacten tussen de deelnemers binnen de criminele organisatie

Vastgesteld kan worden dat verdachte en de medeverdachten elkaar kenden en onderling contact onderhielden. Gebleken is dat verdachte samen met onder meer medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de SsangYong heeft gezeten. Tijdens de ritjes in de auto werd gesproken over het ontwikkelingen van diverse plannen, die onder meer zagen op de productie van synthetische drugs, de handel in verdovende middelen en de verdiensten van softdrugs. Op basis van diverse observaties, OVC-gesprekken en tapgesprekken kan tevens worden vastgesteld dat de verdachte en de medeverdachten ook contact hadden met de andere deelnemers binnen de organisatie. De rechtbank wijst daarbij op de contacten van medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met [deelnemer 8], het contact van medeverdachte [medeverdachte 3] met [deelnemer 3] ten aanzien van het vervoeren van cocaïne naar België en het contact dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] onderhielden met [deelnemer 5].

De rechtbank stelt derhalve vast dat verdachte en de medeverdachten onderling veelvuldig – al dan niet direct – contact onderhielden. Tijdens de contacten werd veel versluierd gesproken, zoals reeds is overwogen. Opvallend is dat de deelnemers aan dergelijke gesprekken elkaar er vaak op wezen dat bepaalde dingen beter niet over de telefoon konden worden besproken. Op basis van het dossier is bovendien komen vast te staan dat verdachte en andere deelnemers van de criminele organisatie beschikten over meerdere mobiele telefoons, frequent wisselden van telefoonnummer, maar elkaar telkens bleven vinden. Een dergelijke gang van zaken is kenmerkend voor het bestaan van een professionele criminele organisatie.

‘[bijnaam van medeverdachte 1]’ als bijnaam van [medeverdachte 1]

Gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wanneer in de bewijsmiddelen ‘[bijnaam van medeverdachte 1]’ wordt uitgeschreven, dit medeverdachte [medeverdachte 1] betreft.

[medeverdachte 1] gebruiker van telefoon 39

Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 4] te Kalmthout worden 39 telefoons aangetroffen. Op basis van de hiervoor uitgewerkte tapgesprekken en sms-berichten kan volgens de rechtbank worden vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker is geweest van deze telefoon. Daar waar in het vonnis wordt gesproken over telefoon 39, of de gebruiker van telefoon 39, dient medeverdachte [medeverdachte 1] te worden ingelezen.

[medeverdachte 3] als vervanger voor [medeverdachte 1]

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft in bepaalde perioden gebruik gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 25], die daarvoor door medeverdachte [medeverdachte 1] werden gebruikt en hij fungeerde op die momenten als de vervanger van [medeverdachte 1]. Op basis van de in de bewijsmiddelen uitgewerkte tapgesprekken op dit onderdeel, kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 3] de andere gesprekdeelnemers telkens snel duidelijk maakte dat zij met de vervanger spraken. Op de momenten dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op vakantie waren, gaf [medeverdachte 3] aan dat de ander er niet was en dat ze het ook met hem konden regelen. Gelet op de tapgesprekken waarin [medeverdachte 3] zichzelf de vervanger noemt, acht de rechtbank bewezen dat hij gedurende bepaalde periodes waarnam voor [medeverdachte 1]. De rechtbank wordt daarbij gesterkt in haar overtuiging, nu medeverdachte [medeverdachte 4] tijdens een telefoongesprek met [medeverdachte 3] aan hem vraagt of hij ([medeverdachte 3]) het wel heeft overgenomen. Tevens zegt [medeverdachte 4] in een ander gesprek tegen een derde dat hij vermoedt dat ‘[bijnaam van medeverdachte 1]’ in Spanje is opgepakt. Vervolgens wordt in één adem de voornaam van [medeverdachte 3] genoemd als een persoon die eveneens niet meer te bereiken is.

De rechtbank stelt vast dat medeverdachte [medeverdachte 3], bij afwezigheid van medeverdachte [medeverdachte 1], de continuïteit van de criminele organisatie waarborgde.

Het maken van plannen

Verblijfplaats in België

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn naar België verhuisd. Op basis van een OVC-gesprek van 11 maart 2012 stelt de rechtbank vast dat die verhuizing plaatsvond (mede) met het doel om uit de handen van politie en justitie te blijven, althans de opsporing in ieder geval te bemoeilijken. Deze verhuizing wordt door de rechtbank uitgelegd als het smeden van plannen ten behoeve van de uitvoering van de ten laste gelegde misdrijven door de criminele organisatie. Een dergelijke handeling is tekenend voor de professionele en geraffineerde wijze waarop medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], als leidinggevende van de criminele organisatie, te werk zijn gegaan.

Vooronderzoek productie synthetische drugs

Ten aanzien van het maken van plannen om de ten laste gelegde misdrijven te begaan, acht de rechtbank van belang dat via de internetverbinding aan de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam diverse zoekslagen zijn gedaan naar onder meer grondstoffen van synthetische drugs, bedrijven die apaan leveren en de werking van een XTC-laboratorium. Voorts zijn in de woning aan de [adres 4] te Kalmthout diverse briefjes aangetroffen, die uitschrijven hoe verdovende middelen kunnen worden gemaakt en wat de benodigdheden hiervoor zijn. Opvallend is dat vervolgens door verdachte en [medeverdachte 1] de bestellingen zwavelzuur en apaan worden gedaan, terwijl dit beide grondstoffen zijn die voorkomen in het vooronderzoek dat op internet wordt gedaan. Ook komen de betreffende stoffen voor op de briefjes die in de woning in België worden aangetroffen. Door verdachte worden niet nader door hem toegelichte stortingen aan [persoon 4], de afzender van een onderschepte bestelling apaan, in China gedaan. In de woning aan de [adres 4] wordt vervolgens een briefje gevonden in de dressoirkast met daarop de gegevens van voornoemde afzender. De bewijsmiddelen ten aanzien van dit vooronderzoek zullen ten aanzien van verdachte voor een deel worden besproken onder feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op voornoemde zoekslagen, de aangetroffen briefjes en de daadwerkelijke bestellingen, bewezen is dat de deelnemers binnen de organisatie zich bezighielden met het maken van plannen die zagen op de productie van synthetische drugs en zij vindt hiervoor bevestiging in de onder feit 1 uitgewerkte OVC-gesprekken.

Bestelling apaan

Verdachte heeft verklaard dat hij geen apaan, maar titanium dioxide heeft besteld voor zijn schildersbedrijf. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, gelet op de grote hoeveelheden die werden besteld (vier vaten van 25 kilo) en het feit dat verdachte op geen enkele wijze heeft kunnen aantonen dat hij de eigenaar was van een schildersbedrijf dat daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte. Bevestiging voor een dergelijk oordeel wordt gevonden in de gesprekken die verdachte met medeverdachte [medeverdachte 1] voerde in de SsangYong over zwavelzuur (die verder zullen worden uitgewerkt onder feit 3) en de niet nader door verdachte toegelichte stortingen van verdachte aan [persoon 4] in China, de afzender van de levering apaan. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] nauw en bewust hebben samengewerkt ten aanzien van de bestelling apaan kan onder meer worden bewezen op basis van een briefje met de gegevens van voornoemde [persoon 4], dat is gevonden in de woning aan de [adres 4] te België. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij het briefje in de woning in België heeft laten slingeren en dat medeverdachte [medeverdachte 1] er niets mee te maken heeft, acht de rechtbank gelet op voornoemde omstandigheden, ook op dat onderdeel ongeloofwaardig.

Het verweer dat verdachte nimmer apaan heeft willen bestellen, wordt derhalve door de rechtbank verworpen. De rechtbank gaat er vanuit dat de bestelling van apaan, mede gelet op onder feit 1 en feit 3 uitgewerkte bewijsmiddelen, zou worden gebezigd voor de productie van synthetische drugs ten behoeve van de criminele organisatie.

Verdachte als deelnemer binnen de organisatie

De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachte geen deelnemer binnen de criminele organisatie is geweest en nimmer handelingen heeft verricht ten behoeve van voornoemde organisatie en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft diverse werkzaamheden binnen de organisatie verricht. Die rol van verdachte kan worden vastgesteld op basis van de bestelling apaan en de bestellingen zwavelzuur. Uit de gesprekken die verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] voerde in de SsangYong, blijkt dat verdachte zonder meer op de hoogte is van de werking van die grondstoffen en het criminele oogmerk dat de organisatie daarmee heeft. Met medeverdachte [medeverdachte 1] spreekt hij over het gehele proces, de moeilijkheden daarvan en het vinden van handleidingen daarvoor.

Dat verdachte nog meer hand- en spandiensten vervult ten behoeve van de criminele organisatie blijkt uit de betalingen die hij als tussenpersoon voor de organisatie verricht. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte twee keer een geldbedrag van nabij de € 2.000,00 heeft overgemaakt aan [persoon 4], terwijl hij zelf nauwelijks over inkomsten beschikte. Tevens blijkt uit het dossier dat hij tot drie maal toe huurbetalingen heeft verricht en één maal een gasrekening heeft betaald ten behoeve van de woning van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], die leiding gaven aan de criminele organisatie. Tot slot heeft verdachte ook een aanbetaling gedaan voor de SsangYong, de auto die op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] stond en die in gebruik was bij haar en [medeverdachte 1]. Deze storting heeft verdachte pas kunnen voltooien nadat hij een contant geldbedrag kreeg bijgestort van precies die omvang. Bij gebrek aan enige andere redelijke verklaring voor die transacties houdt de rechtbank het ervoor dat het op zijn rekening gestorte geldbedrag afkomstig was van medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2].

Ook ten aanzien van de exploitatie van de hennepplantages probeert verdachte zich als deelnemer van de organisatie nuttig te maken. Dit kan worden vastgesteld op basis van een gesprek op 16 oktober 2011, dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto voeren. Verdachte hoort medeverdachte [medeverdachte 2] uit over de opbrengsten van een hennepkwekerij, maar medeverdachte [medeverdachte 2] geeft in ditzelfde gesprek aan dat zij het niet handig vindt om op dat moment met verdachte in zee te gaan, kennelijk gelet op het risico van ontdekking.

Medeverdachte [medeverdachte 1] spreekt met verdachte bovendien over een werknemer van de criminele organisatie, die niet goed zou functioneren. Uit de gesprekken die in de SsangYong worden gevoerd op 25 april 2012 en 3 mei 2012, blijkt dat verdachte wordt aangestuurd door zijn leidinggevende [medeverdachte 1], die hem instructies geeft over de bestellingen van zwavelzuur. In datzelfde gesprek vraagt verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 1] wat er voor hem (als deelnemer binnen de organisatie) inzit.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel, dat verdachte een belangrijke rol als deelnemer binnen de criminele organisatie heeft vervuld. Bij de bewezenverklaring van de uitgeschreven handelingen onder feit 1 houdt de rechtbank rekening met de rol die verdachte daadwerkelijke ten behoeve van de criminele organisatie heeft vervuld. Om in zijn algemeenheid tot een bewezenverklaring van het voornoemde feit te komen, is het echter al voldoende dat verdachte wist dat de organisatie het oogmerk had om misdrijven te plegen als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 10a van de Opiumwet.

Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 3

Zwavelzuur en alpha-phenylacetoacetonitrile (hierna: apaan) kunnen worden bewerkt tot benzylmethylketon (hierna: BMK). Dit is de directe grondstof voor amfetamine waar speed van wordt gemaakt.168 Zwavelzuur kan verder worden gebruikt voor het kristalliseren en het schonen van vuile cocaïne.169

Uit een IP-tap op de netwerkaansluiting van de woning aan de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam blijkt dat er tijdens vijf sessies op het internet wordt gezocht naar jerrycans van 25 liter.170

Op 9 maart 2013 rijdt een voertuig, merk SsangYong, kenteken [kenteken 2], over de A2 richting Amsterdam. [medeverdachte 1] is de bestuurder van de auto. Tussen de achterbank en de hoedenplak staan grote blauwe jerrycans. Nadat het voertuig staande is gehouden opent de verbalisant de achterklep van de auto en ziet dat op een van de jerrycans ‘zuur’ staat. [medeverdachte 1] verklaart dat het zwavelzuur is.171

Op 25 juni 2012 heeft de directeur van de [bedrijf 3] melding gemaakt van een verdachte transactie chemicaliën. Deze bestellingen zijn geplaatst door Schildersbedrijf [verdachte], [adres 10] te Amsterdam. Verdachte heeft de bestellingen persoonlijk opgehaald. Uit de opgave van [eigenaar bedrijf 3] blijkt dat verdachte in 2012 zes bestellingen heeft ontvangen. Op 25 april 2012 heeft hij 100 kilogram ontvangen, op 3 mei 100 kilogram, op 16 mei 200 kilogram, op 31 mei 100 kilogram, op 14 juni 200 kilogram en op 21 juni 200 kilogram. Een bestelling is opgehaald in een Fiat Punto. In totaal heeft [verdachte] 900 kilogram zwavelzuur 96% geleverd gekregen.172

Op 25 april 2012 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

[verdachte]: Die dingen om te dragen jongen…25 liter hoe zwaar is dat?

[medeverdachte 1]: 25 kilo..

(…..)

[medeverdachte 1]: Wanneer was je de laatste keer in Venlo geweest?

[verdachte]: Vrijdag, vorige week vrijdag

[medeverdachte 1]: en daarna <ntv> die olie afgegeven?

(…..)

[medeverdachte 1]: Hé, dus als je die bestelling hebt, vraag dan of eh of ze nog 100 hebben, anders…

[verdachte]: Want nu staat?

[medeverdachte 1]: Ja, er staat nu 100 en als ze je het hebben gegeven, moet je vragen, oh ja, hebben jullie misschien nog 50 of nog 100 erbij.

[verdachte]: Ja.173

(…..)

[medeverdachte 1]: Moest je KVK en zo invullen of niet?

[verdachte]: Nou, hij keek er wel effe naar, maar eh <?> ik liet het effe zien.

[medeverdachte 1]: Is in principe ook niks erg.

[verdachte]: Is een beetje makkelijk dit, he?

[medeverdachte 1]: Ja.

[verdachte]: Anders kunnen we ook nog effe 5000 liter van dat spul eh....

[verdachte]: <?> maar zo’n gozer die dat aan het doen is, is die, is die natuurkundige <?>?

[medeverdachte 1]: Ja, het gaat weer naar iemand anders. Ik kan ook wel werken met dit hoor. Weet je wat het is, ze verkopen het ook in een winkel. Is <23> procent.

(…..)

[medeverdachte 1]: Zo effe stoppen bij het tankstation. Het moet echt niet gaan lekken, anders <brandt> het in je auto uit>.

[verdachte]: Rechtop blijven staan, weet je. Als ie schuift.

[medeverdachte 1]: Heb je zo’n heel gat in je auto.

[verdachte]: Want dat brandt gewoon allemaal hier weg? <?> eruit.

(…..)

15.53.20

uur gaat de telefoon over, [medeverdachte 1] neemt op: ‘Hallo..oke..wacht..wacht..ik ben niet in de buurt ik rijd nu van Enschede naar Amsterdam..

(…..)

[verdachte]: <nvt> kant en klaar…129 euro.. is het kant en klaar?

[medeverdachte 1]: Ja..

(…..)

[verdachte]: Zwavelzuur halen. <?> over 96 cent (…) Hoeveel 96 cent?

Op 3 mei 2012 zitten [medeverdachte 1], [verdachte] en NN-persoon in de SsangYong. Zij voeren het volgende gesprek:

NN: Dan moet je naar Enschede toe?

[medeverdachte 1]: Ja.

[verdachte]: Weet je wat stap maar uit….komt wel goed.174

De SsangYong peilt om 10.53.10 uur uit in de Stationsstraat te Deventer.

[verdachte]: goedemiddag meneer…[verdachte]…kom voor m’n bestelling..<nvt> 100… he totaal

[medeverdachte 1]: Ja

[verdachte]: <nvt> gezeik.. <nvt> aceton….gezegd..<nvt> troebel(fon)..175

(…..)

[verdachte]: Spekglad is het.

[medeverdachte 1]: He, eh ik heb die <zwavel> achterin.

[verdachte]: Wat?

[medeverdachte 1]: Ik heb die zwavel toch achterin.

[verdachte]: Ja…

[medeverdachte 1]: <?> Straks lek zijn en dwars door m’n auto heen komen. Mag jij ‘m effe opruimen.176

Bewijsoverwegingen

Het voorhanden hebben van 900 kilogram zwavelzuur

Zwavelzuur

Op basis van een proces-verbaal fabricage van synthetische verdovende middelen kan worden vastgesteld dat zwavelzuur en apaan grondstoffen zijn voor amfetamine en dat zwavelzuur tevens kan worden gebruikt bij het kristalliseren en schonen van vuile cocaïne. De omschreven functie van zwavelzuur past naadloos in het oogmerk van de criminele organisatie. De rechtbank heeft reeds onder feit 1 geoordeeld dat verdachte een deelnemer van voornoemde criminele organisatie is en in de ten laste gelegde periode tevens apaan heeft besteld.

Medeplegen

Uit de uitgewerkte OVC-gesprekken blijkt dat verdachte op 25 april 2012 en 3 mei 2012 samen met medeverdachte [medeverdachte 1] in de auto zat. In die gesprekken wordt – deels versluierd – gesproken over bestellingen van zwavelzuur. Uit die gesprekken blijkt dat een dergelijke bestelling ook daadwerkelijk achterin de auto is geplaatst. Er wordt immers gesproken over het feit dat voorzichtig moet worden gereden, aangezien de hele auto uitbrandt als de zwavel omvalt. Daar waar versluierd wordt gesproken door verdachte en [medeverdachte 1] bieden de overige feiten en omstandigheden, en de context van het gesprek, voldoende aanknopingspunten dat wanneer het gaat over ‘olie’, ‘bestellingen van 100’, ’25 liter en 25 kilo’ en ‘percentages van 96%’, dit ziet op de grondstof zwavelzuur en de plannen die zij hiermee hebben tot kennelijke productie van BMK al dan niet in eigen beheer. De SsangYong peilt bovendien op 3 mei 2012, de dag waarop 100 kilogram zwavelzuur bij [eigenaar bedrijf 3] wordt opgehaald, uit in Enschede. Gelet op die feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat verdachte samen met [medeverdachte 1] het zwavelzuur uit Enschede heeft vervoerd en aldus voorhanden heeft gehad en zij hierbij nauw en bewust hebben samengewerkt. Uit de gesprekken kan tevens worden afgeleid dat verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 1] toestemming vraagt over de hoeveelheid van een bestelling. Deze verhouding tussen verdachte en de medeverdachte illustreert de rollen binnen de criminele organisatie, nu hieruit blijkt dat [medeverdachte 1] verdachte aanstuurt.

Voorbereidingshandelingen

De rechtbank verwerpt het verweer dat het dossier geen aanknopingspunten biedt dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat het zwavelzuur zou worden gebruikt voor de productie van drugs.

Op basis van OVC-gesprekken in de SsangYong, en het reeds onder feit 1 uitgeschreven drugsgerelateerde oogmerk van de criminele organisatie, kan worden bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet door 900 kilo zwavelzuur in Enschede te kopen en vervolgens te vervoeren en aldus voorhanden te hebben. Uit de in de auto gevoerde gesprekken op 25 april 2012 en 3 mei 2012 volgt dat verdachte wist dat het zwavelzuur was bestemd voor de productie van synthetische drugs. Dat verdachte de bestellingen heeft gedaan ten behoeve van zijn schildersbedrijf acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk, nu geenszins is gebleken dat vanuit dit bedrijf enige bedrijvigheid uitging en verdachte dit ook op geen enkele wijze heeft onderbouwd. De rechtbank slaat daarbij tevens acht op de melding van [eigenaar bedrijf 3], waarin blijk wordt gegeven van diverse opmerkelijke omstandigheden. Zo wilde verdachte de bestellingen contant betalen en was hij bereid spoedkosten te betalen die hoger waren dan de waarde van de bestelling. Ook de reiskilometers en reistijd stonden niet in verhouding tot de financiële waarde van de bestelling. [eigenaar bedrijf 3] vond het bovendien opvallend dat verdachte niet was geïnteresseerd in schildersartikelen, terwijl hij de eigenaar van een schildersbedrijf zou zijn. Volgens de rechtbank allemaal omstandigheden die ondersteunen dat verdachte een deelnemer van een criminele organisatie was, die ten behoeve van de organisatie zwavelzuur inkocht.

Zwavelzuur in België

De rechtbank acht het medeplegen van het voorhanden hebben van 900 kilo zwavelzuur bewezen. Het dossier biedt echter onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat ook de in België aangetroffen flessen ‘ontstopper’ door verdachte en [medeverdachte 1] in Enschede zijn opgehaald bij [eigenaar bedrijf 3]. Zoals reeds onder de partiële vrijspraak is overwogen, dient verdachte van de flessen ontstopper met zwavelzuur die in België zijn aangetroffen vrijgesproken te worden.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals hiervoor onder 4.3.3. weergegeven, bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde:

hij in de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 juni 2013 te Amsterdam en elders in Nederland en te Kalmthout en Kapellen, heeft deelgenomen aan een organisatie - gevormd door verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [deelnemer 2] en [deelnemer 3] en [deelnemer 4] en [deelnemer 5] en [deelnemer 7] en [deelnemer 8] -, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opzettelijk binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen en bereiden en bewerken en verwerken en verkopen en afleveren en vervoeren en aanwezig hebben van hoeveelheden cocaïne en MDMA (XTC) en amfetamine en het telen en bewerken en verwerken van een grote hoeveelheden hennepplanten en het leveren en aanwezig hebben van hennep

en

het plegen van voorbereidingshandelingen, als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, tot het plegen van feiten bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en vijfde lid van de Opiumwet,

welke deelneming onder meer bestond uit het samen met een of meer andere deelnemers aan die organisatie:

  • -

    inkopen en aanwezig hebben van materialen bestemd voor het bereiden van MDMA (XTC), althans van middelen op de bij de Opiumwet behorende lijst I en

  • -

    hebben van, al dan niet versluierde, telefonische en directe contacten met andere deelnemers aan voornoemde organisatie en

  • -

    medeplegen van voornoemde misdrijven.

ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde:

hij op tijdstippen in de periode van 25 april 2012 tot en met 3 juni 2013 te Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van een materiaal bevattende MDMA (XTC) en/of amfetamine, voor te bereiden en stoffen, te weten

* in de periode van 25 april 2012 tot en met 3 juni 2013:

in Enschede

900 kilo zwavelzuur, 96%

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededader wist dat dat bestemd was tot het plegen van die feiten.

De rechtbank merkt op dat onder feit 1 ten laste is gelegd dat verdachte samen met onder meer [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] én [verdachte] een criminele organisatie heeft gevormd en heeft de tenlastelegging zo begrepen dat op deze plek de deelnemer [medeverdachte 1] dient te worden ingelezen. De rechtbank beoordeelt dit als een kennelijke verschrijving. Doordat de rechtbank de tenlastelegging op dit onderdeel bij de bewezenverklaring heeft verbeterd, is de verdachte niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf en maatregelen

8.1.

De eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben bij requisitoir gevorderd dat verdachte voor de door hen bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een deel van 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht af te wijken van de eis van de officieren van justitie, gezien de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de gevorderde straf dient te worden gematigd, gelet op de geringe rol en bijdrage die verdachte heeft gehad in de criminele organisatie. Voorts dient acht te worden geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij in aanmerking dient te worden genomen dat hij over werk beschikt en hij nog niet eerder gedetineerd is geweest. Een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest zou daarom passend zijn.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is ten nadele van verdachte in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim anderhalf jaar deel uitgemaakt van een organisatie die zich op grote schaal bezig hield met de productie en bewerking van MDMA en amfetamine. Tevens richtte de organisatie zich op de handel in MDMA, amfetamine en cocaïne en op het telen en verkopen van hennep.

De georganiseerde handel in verdovende middelen dient met kracht te worden bestreden. Een samenwerkingsverband werkt criminaliteit bevorderend en ondermijnt, gelet op haar criminele oogmerk en de daarmee samenhangende handelingen, de rechtsorde.

Verdachte heeft zich binnen die organisatie bezig gehouden met de aanschaf van (grote hoeveelheden) grondstoffen voor synthetische drugs. Hij heeft kennelijk gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niet bekommerd om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van gebruikers van drugs.

Ten voordele van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte er van blijk heeft gegeven in enige mate het strafwaardige van zijn handelen in te zien. Verdachte heeft aangegeven zijn leven wat dat betreft een andere wending te willen geven. Detentie lijkt enige indruk op hem te hebben gemaakt. Tevens is verdachte is in het verleden niet voor gelijksoortige misdrijven veroordeeld.

De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat zij een deel van de aan verdachte ten laste gelegde feiten niet bewezen acht.

Hoewel de door verdachte gepleegde feiten op zichzelf een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen dan de door hem in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, acht de rechtbank het niet opportuun verdachte weer in detentie te doen belanden. De omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, uitzicht heeft op vast werk is en de indruk wekt dat hij zijn leven anders wil gaan inrichten, maakt dat de rechtbank verdachte een gevangenisstraf gelijk aan de al in voorarrest doorgebrachte tijd zal opleggen, maar geen voorwaardelijk deel meer. De rechtbank legt verdachte tevens een taakstraf van na te melden duur op.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11 en 11a van de Opiumwet.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder feit 1 bewezenverklaarde:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet

Ten aanzien van het onder feit 3 bewezenverklaarde:

Medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 345 (driehonderdvijfenveertig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 150 (honderdenvijftig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 (vijfenzeventig) dagen.

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,

mrs. K.A. Brunner en J.O. Rutten, rechters

en mr. A. van de Venn, griffier.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2014.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pag. ZB064, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 11 maart 2012.

3 Pag. FI001-FI002 + FI004, een proces-verbaal financieel onderzoek huurhuizen België met nummer 1025514 van 17 september 2013.

4 Pag. N081, 1e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 968382 van 1 februari 2014.

5 Een proces-verbaal van de terechtzitting van 2 juni 2014.

6 Pag. ZB475, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 23 oktober 2011.

7 Pag. ZB505-ZB506, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 26 oktober 2011.

8 Pag. ZB527, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 31 oktober 2011.

9 Pag. ZB068, een uitwerking van een OVC-gesprek van de SsangYong van 12 maart 2012.

10 Pag. ZB110, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 21 maart 2012.

11 Pag. BC012, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 28 maart 2012.

12 Pag. BC001A-BC001F, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 3 april 2012.

13 Pag. BC001, een proces-verbaal van bevindingen opnieuw uitwerken gesprek 540 met nummer 2012096821 van 20 september 2012.

14 Pag. ZB203, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 21 april 2012.

15 Pag. ZB315-ZB316, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 9 mei 2012.

16 Pag. ZB350-ZB352, een uitwerking van een OVC-gesprek in de SsangYong van 16 mei 2012.

17 Pag. HA001 en HB001 GBA-V Bevraging [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

18 Pag. BB001-BB031, een proces-verbaal van bevindingen onderzoek IP-tap [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam, [onderzoek A] met nummer 2012096821.

19 Pag. BB001-BB031, een proces-verbaal van bevindingen onderzoek IP-tap [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam, [onderzoek A] met nummer 2012096821.

20 Pag. FE002, een proces-verbaal financieel onderzoek: Verdachte transacties – F5 van 17 september 2013 met nummer 1024299.

21 Pag. BD009, een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het ontvangen van een “Melding Verdachte Transactie Chemicaliën” en het onderscheppen van een levering Apaan van 17 juli 2012 met nummer 2012096821 en pag. BD142, een proces-verbaal van bevindingen betreft 3 meldingen verdachte transacties misbruik chemicaliën van 11 april 2013 met nummer 32-015178.

22 Pag. FE003, met nummer 1024299.

23 Pag. F008, met nummer 2012096821.

24 Pag. FE005, met nummer 1024299.

25 Pag. N000247-B000251, een geschrift zijnde een registratie Korps Landelijke Politiediensten betreffende ‘money transfers’ van [deelnemer 5] naar [persoon 4].

26 Pag. BD012, met nummer 2012096821.

27 Pag. BD198, een proces-verbaal van verhoor verdachte van 11 februari 2013.

28 Pag. BD167, een brief van Douane Laboratorium van 19 juli 2012.

29 Pag. N000190 – N000203, proces-verbaal van bevindingen Analyse telefoon 39 beslag België met nummer 2012096821 van 31 januari 2014.

30 Pag. N000177-N000178, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014.

31 Pag. N000179, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014.

32 Pag. N000179-N000180, met nummer 1107343.

33 Pag. N000179, met nummer 1107343.

34 Pag. N000178, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014.

35 Pag. N000180, met nummer 1107343.

36 Pag. N000182, met nummer 1107343

37 Een verhoor van getuige [persoon 6] bij de rechter-commissaris van 28 mei 2013.

38 Pag. N065-N066, een 1e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 968382 van 1 februari 2014, pag. N094-N095, een proces-verbaal van bevindingen in het onderzoek [onderzoek B] met nummer 29695338 van 24 januari 2011, pag. N096-N097, een geschrift zijnde handgeschreven aantekeningen aangetroffen in de woning aan de [adres 4] te België op 3 juni 2013 uit het onderzoek [onderzoek B] en pag. N098-N099, een bijlage over de Leuckart methode.

39 Pag. N066 met nummer 968382 en pag. N085-N086 een geschrift, zijnde handgeschreven aantekeningen aangetroffen in de woning aan de [adres 4] te België op 3 juni 2013.

40 Pag. N066 met nummer 968382, pag. N087-N093, een geschrift zijnde handgeschreven aantekeningen aangetroffen in de woning aan de [adres 4] te België op 3 juni 2013.

41 Pag. CC002, een proces-verbaal van bevindingen aanhouding [deelnemer 3] van 11 januari 2013 met nummer 527644 en pag. CC018 een telefoongesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3].

42 Pag. CC002, met het nummer 527644 en pag. CC020, een sms-bericht tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] [telefoonnummer 4].

43 Pag. CC002, met het nummer 527644 en pag. CC022, een sms-bericht tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 26].

44 Pag. CC003, met het nummer 527644 en pag. CC025, een sms-bericht tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] [telefoonnummer 3].

45 Pag. CC003, met het nummer 527644 en pag. CC026, een sms-bericht tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 4].

46 Pag. CC003, met het nummer 527644 en pag. CC028, een telefoongesprek tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 4].

47 Pag. CC003, met nummer 527644 en pag. CC030-CC031, een tapgesprek tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 4].

48 Pag. CC003, met nummer 527644 en pag. CC032, een sms-bericht met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 4].

49 Pag. pag. J0299, een proces-verbaal van bevindingen naar aanleiding van observatie dinsdag 8 januari 2013 van 10 januari 2013 met nummer 2012096821

50 Pag. CC004, met nummer 527644 en pag. J0230, met nummer 2012096821.

51 Pag. CC004-CC007, met nummer 527644 en pag. J0296-298, een proces-verbaal van observatie dinsdag 8 januari 2013 met nummer 2012096821 van 8 januari 2013.

52 Pag. CC004-CC007, met nummer 527644.

53 Pag. HJ001, een proces-verbaal van aanhouding verdachte [deelnemer 3] van 9 januari 2013 met nummer 2013007145 en pag. M001, een geschrift, zijnde een Hommerson-rapport van 28 januari 2013.

54 Pag. HJ001, met nummer 2013007145 en pag. CC011, met nummer 527644.

55 Pag. CC011, met nummer 527644.

56 Pag. CC009, met nummer 527644 en pag. M001, een geschrift zijnde een Hommerson-rapportage van 28 januari 2013.

57 Pag. CC011, met nummer 527644.

58 EB0071, een proces-verbaal van bevindingen omtrent rol van [medeverdachte 3] in de criminele organisatie met nummer 646085 van 13 juni 2013 + pag. EB0082, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 5].

59 Pag. HA023, een verslag van binnentreden met nummer 638250 van 10 juni 2013.

60 Pag. ZB166-ZB167, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 1 april 2012.

61 Pag. ZB233, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 23 april 2012.

62 Pag. ZB315, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 9 mei 2012.

63 Pag. BH0002, een proces-verbaal van bevindingen wekelijkse afname 500 kaarten door [medeverdachte 4] met nummer 652394 van 17 juni 2013 en pag. BH0014, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 28].

64 Pag. BH0002-BH0003 met nummer 652394 en pag. BG257-BG258, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 14].

65 Pag. BH0003-BH0004, met nummer 2652394 en pag. HC000119, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 14].

66 Pag. BH0004-BH0005, met nummer 2652394.

67 Pag. BH0005-BH0006, met nummer 652394.

68 Pag. BH0009, met nummer 652394 en pag. BH0024 een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 29].

69 Pag. BH0010, met nummer 652394 en pag. BH0027-BH0028, sms-berichten tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 8].

70 Pag. BH0010, met nummer 652394 en pag. BH0030, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 30].

71 Pag. BH0011 met nummer 652394.

72 Pag. BH0011 met nummer 652394 en pag. BH0033, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 8].

73 Pag. BH0012, met nummer 652394.

74 Pag. BH0012, met nummer 652394 en pag. BH0034, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 30].

75 Pag. BH0012, met nummer 652394 en pag. BH0036, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 29].

76 Pag. BH0012, met nummer 652394

77 Pag. BH0012, met nummer 652394 en pag. BH0039-BH0040, tapgesprekken tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 31].

78 Pag. ZB411-ZB412, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 16 oktober 2011.

79 Pag. ZB094-ZB095, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 17 maart 2012.

80 Pag. ZB099-ZB100, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 17 maart 2012.

81 Pag. ZB161, een uitwerking van een OVC-gesprek van 31 maart 2012

82 Pag. ZB258-ZB259, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 26 april 2012.

83 Pag. BD008Q, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 3 mei 2012.

84 Pag. ZB328-ZB329, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 12 mei 2012.

85 Pag. ZB338, een uitwerking van een OVC-gesprek van 12 mei 2012.

86 Pag. CD002, een proces-verbaal van bevindingen aanleiding onderzoek hennepplantage [adres 8] te Zaandam met nummer 2012096821 van 7 december 2012.

87 Pag. DC003, een proces-verbaal van bevindingen aanleiding onderzoek hennepplantage [adres 8] te Zaandam met nummer 2012096821 van 7 december 2012.

88 Pag. DC003, een proces-verbaal van bevindingen aanleiding onderzoek hennepplantage [adres 8] te Zaandam met nummer 2012096821 van 7 december 2012.

89 Pag. DC010, een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012075848-2 van 18 november 2012.

90 Pag. N000185, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 2012096821 van 26 maart 2014.

91 Pag. N00178, een 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 110743 van 26 maart 2014.

92 Een nader verhoor verdachte [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris van 20 december 2013.

93 Een nader verhoor verdachte [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris van 12 december 2013.

94 Pag. EB0038, een proces-verbaal van bevindingen rol [medeverdachte 4] in criminele organisatie met nummer 643533 van 13 juni 2013.

95 Pag. HS003-HS004, een proces-verbaal van relaas [deelnemer 8] met nummer 594392 van 4 februari 2014.

96 Pag. N000176, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014.

97 Pag. Pag. HC014-HC018, een proces-verbaal bevindingen onderzoek woning [adres 3] met nummer 638676 van 5 juni 2013 en pag. HC020-HC026, een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 2] te Amsterdam Zuidoost met nummer 639140 van 5 juni 2013.

98 Pag. EB0048, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 32] en [telefoonnummer 8].

99 Pag. BG176, een sms-bericht dat wordt gestuurd vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 9] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 8] op 16 april 2013.

100 Pag. BG180, een sms-bericht dat wordt gestuurd vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 8] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 9] op 16 april 2013.

101 Pag. EB0045, een telefoongesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 14] en [telefoonnummer 33].

102 Pag. N00021-N000222, sms-berichten tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 24] en [telefoonnummer 34].

103 Pag. EB169, een proces-verbaal bevindingen werknemers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met nummer 2012096821 van 18 september 2012.

104 Pag. EC002, een proces-verbaal bevindingen rol bromfiets [kenteken 3] met nummer 2012096821van 10 juni 2013.

105 Pag. DA008, een proces-verbaal zaaksdossier exploiteren hennepplantages met nummer 2012096821 van 5 juni 2013.

106 Pag. EC002, een proces-verbaal bevindingen rol bromfiets [kenteken 3] met nummer 2012096821van 10 juni 2013.

107 Pag. EC004, met nummer 2012096821.

108 Pag. HA023, een proces-verbaal verslag van binnentreden met nummer 638250 van 10 juni 2013.

109 Pag. HS026, een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met nummer 2013310142.

110 Pag. DA0005, een proces-verbaal zaaksdossier exploiteren hennepplantages met nummer 2012096821 van 5 juni 2013.

111 Pag. J0208, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 35] en [telefoonnummer 36] van 27 november 2012.

112 Pag. J0202-J0203, een proces-verbaal van observatie woensdag 28 november 2012 met nummer 2012096821 van 28 november 2012.

113 Pag. J0017-J0022, een proces-verbaal van observatie 10 oktober 2012 met nummer 2012096821 van 10 oktober 2012, pag. J0020-J0022, een proces-verbaal van observatie 11 oktober 2012 met nummer 2012096821 van 11 oktober 2012, pag. J0023-J0025, een proces-verbaal van bevindingen van observatie 09/10 en 11 oktober 2012 met nummer 2012096821 van 11 oktober 2012, pag. J0082-J0085, een proces-verbaal van bevindingen observatie woensdag 31 oktober 2012 + pag. CD001-CD008, een proces-verbaal van bevindingen betreffende aanhouding [deelnemer 4]/[persoon 22] dinsdag 29 januari 2013 met nummer 538611 van 31 januari 2012.

114 Pag. J0202-J0209, een proces-verbaal van bevindingen betreffende aanvulling observatie woensdag 28 november 2012 met nummer 522066 van 20 december 2012 en pag. J239-J0241, een proces-verbaal van observatie dinsdag 6 december 2012 met nummer 2012096821 van 6 december 2012.

115 Pag. DA0005, met nummer 2012096821.

116 Pag. DB034-DB043, een proces-verbaal van verhoor [deelnemer 7] met nummer 2012068562-7 van 13 maart 2012.

117 Pag. FS004, een proces-verbaal financieel onderzoek: reparatiebonnen Peugeot en Ssangyong met nummer 1025964 van 30 september 2013.

118 Pag. FV001-FV002, een proces-verbaal financieel onderzoek: Doorzoeking en inbeslagname [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam met nummer 1099140 van 19 november 2013.

119 Pag. ZB505, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 27 oktober 2011.

120 Pag. ZB452, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Fiat Punto van 20 oktober 2011.

121 Pag. EB171, een proces-verbaal bevindingen werknemers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 18 september 2012 met nummer 2012096821.

122 Pag. ZB101 + ZB102, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 17 maart 2012.

123 Pag. ZB104A, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 18 maart 2012.

124 Pag. ZB205 + ZB207, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 21 april 2012.

125 Pag. ZB213, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 22 april 2012.

126 Pag. ZB238-ZB247, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 24 april 2012.

127 Pag. BD008i, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 25 april 2012

128 Pag. EB171, een proces-verbaal bevindingen werknemers [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met nummer 2012096821 van 18 september 20112.

129 Pag. F009, een proces-verbaal van relaas witwassen met nummer 2012096821 van 4 februari 2012.

130 Pag. F010, een proces-verbaal van relaas witwassen met nummer 2012096821 van 4 februari 2012.

131 Pag. EB195, een proces-verbaal van bevindingen betaling huur in België door [verdachte] met nummer 939683 van 27 augustus 2013.

132 Pag. DE037, een proces-verbaal van bevindingen naar aanleiding van zoekslag bedrijfsruimten en loodsen vanaf de [adres 1, huisnummer 25 II] te Amsterdam met nummer 522827 van 26 december 2012.

133 Pag. EB0042, een proces-verbaal van bevindingen rol [medeverdachte 4] in criminele organisatie met nummer 643533 van 13 juni 2013 en pag. EB0064, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 32] en [telefoonnummer 9].

134 Pag. 0658-0659, een proces-verbaal van observatie maandag 22 april 2013 met nummer 2012096821.

135 Pag. EB0042, met nummer 643533 en pag. EB0067, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 37].

136 Pag. ZB233, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 23 april 2012.

137 Pag. HS007, een proces-verbaal van relaas [deelnemer 8] met nummer 594392 van 4 februari 2014 en pag. HS062-HS072, een geschrift zijnde een uitgetypt (en met de hand erbij geschreven) overzicht van namen en getallen.

138 Pag. N000186-N000187, een 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014 en pag. N000231-N000232, een geschrift zijnde een met de hand geschreven overzicht van namen en bedrag uit onderzoek [onderzoek B] met aantekeningen.

139 Pag. N000187, met nummer 1107343 en pag. N000236-N000237, een geschrift zijnde een uitgetypt overzicht van namen en getallen.

140 Pag. N000187, met nummer 1107343 en pag. N000238-000240, een geschrift zijnde en uitgetypt en daarbij geschreven overzicht van namen en getallen.

141 Pag. HS007, met nummer 594392.

142 Pag. HS048-HS049, sms-berichten tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 8] en [telefoonnummer 38].

143 Pag. HS044-HS045, sms-berichten tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 39] en [telefoonnummer 38].

144 Pag. HS009-HS010 + HS013-HS014, met nummer 594392 en pag. HS026-HS033, een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met nummer 2013310142 van 19 december 2013.

145 Pag. EJ006, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 40] en [telefoonnummer 6].

146 Pag. EJ002, een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de bijnaam van [medeverdachte 1] ‘[bijnaam van medeverdachte 1]’ met nummer 997950 van 16 oktober 2013 en pag. EJ012, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 40] en [telefoonnummer 7].

147 Pag. EJ002, met nummer 997950 en pag. EJ013-EJ014, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 40] en 06-51861606.

148 Pag. EJ010, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 32] en [telefoonnummer 9].

149 Pag. EJ011, een sms-bericht van het telefoonnummer [telefoonnummer 9] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 8].

150 Pag. ZB250, een uitwerking van een OVC-gesprek in de Ssangyong van 25 april 2012.

151 Pag. EJ005, een tapgesprek tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 27] en [telefoonnummer 10].

152 Pag. EB0080, een telefoongesprek tussen telefoonnummer [telefoonnummer 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 41].

153 Pag. EB0081, een telefoongesprek van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 33].

154 Pag. HC0077, een telefoongesprek tussen de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] en het telefoonnummer [telefoonnummer 13].

155 Pag. EB0045, een telefoongesprek tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 14] en het telefoonnummer [telefoonnummer 42].

156 Pag. N071, 1e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 968382 van 1 februari 2014.

157 Pag. N000176, 2e proces-verbaal van analyse inbeslaggenomen goederen met nummer 1107343 van 26 maart 2014.

158 Pag. N000179, met nummer 1107343.

159 Pag. N000186, met nummer 1107343.

160 Pag. N000224, een sms-bericht van telefoon P1 naar [telefoonnummer 43].

161 Pag. N000223, een sms-bericht van telefoon P1 naar [telefoonnummer 43].

162 Pag. N000185, met nummer 1107343.

163 Pag. N000186, met nummer 1107343.

164 Pag. N000230, een sms-bericht van telefoon P4 naar het nummer [telefoonnummer 34].

165 Pag. N000228, een sms-bericht van telefoon P4 naar het nummer [telefoonnummer 34].

166 Pag. N000229, een sms-bericht van telefoon P4 naar het nummer [telefoonnummer 34].

167 Pag. N000186, met nummer 1107343.

168 Pag. BA0004, een proces-verbaal fabricage synthetische verdovende middelen.

169 Pag. BA0004, een proces-verbaal fabricage synthetische verdovende middelen.

170 Pag. BF001-BF003, een proces-verbaal van bevindingen zoekslag naar jerrycans op internet met nummer 20120966821 van 14 november 2012.

171 Pag. BD019-BD020, een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2013013960-2 van 18 maart 2013.

172 Pag. BD017-BD018, een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2012096821 van 24 september 2012.

173 Pag. BD008G-BD008i, een OVC-gesprek uit de Ssangyong met nummer 738 van 25 april 2012.

174 Pag. BD008O-BD008P, een uitwerking van een OVC-gesprek uit de Ssangyong van 3 mei 2012.

175 Pag. BD008P-BD008U, een uitwerking van een OVC-gesprek uit de Ssangyong van 3 mei 2012

176 Pag. BD008U-BD008X, een uitwerking van een OVC-gesprek uit de Ssangyong van 3 mei 2012.