Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:7085

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-10-2014
Datum publicatie
28-10-2014
Zaaknummer
awb 14/955
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlies werknemerschap door voorafgaand aan de toestemming voor de startersperiode werkzaamheden als zelfstandige te verrichten. Eiseres kan niet als freelancer worden aangemerkt. Evenmin heeft eiseres het werknemerschap herkregen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 14/955

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te[woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.H.J. van Geffen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: R. Zaagsma).

Procesverloop

De rechtbank heeft op 17 februari 2014 een beroepschrift van eiseres ontvangen gericht tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 7 januari 2014.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2014. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het vooronderzoek bij beslissing van 14 augustus 2014 heropend, ten einde verweerder in de gelegenheid te stellen enkele vragen van de rechtbank te beantwoorden. Verweerder heeft op 1 september 2014 gereageerd. Nadat eiseres op

5 september 2014 ook schriftelijk haar reactie heeft ingediend, hebben partijen de rechtbank toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te mogen doen. Tevens hebben partijen toestemming gegeven dat de uitspraak wordt gedaan door een andere rechter dan die het onderzoek ter zitting heeft gedaan.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres heeft vanaf 1 september 2011 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangen voor 40 uur in de week.

2. Bij besluit van 3 juli 2012 heeft verweerder aan eiseres toestemming verleend om met ingang van 2 juli 2012, tot 30 december 2012, met behoud van uitkering voor zichzelf te beginnen. Deze toestemming is gebaseerd op artikel 77a, van de WW.

3. Bij besluit van 29 augustus 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder de WW-uitkering van eiseres per 18 juni 2012 herzien en ingetrokken voor 24 uur per week. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiseres vanaf deze datum als zelfstandige heeft gewerkt en daarom voor 24 uur per week het werknemerschap heeft verloren. Daarnaast heeft verweerder van eiseres een bedrag van € 8.329,21 aan teveel betaalde WW-uitkering van eiseres teruggevorderd.

4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Volgens verweerder heeft eiseres over de periode 18 juni 2012 tot 6 januari 2013 teveel uitkering ontvangen, omdat geen rekening is gehouden met haar werkzaamheden als zelfstandige voor 24 uur per week. Volgens verweerder is niet gebleken dat eiseres op enig moment na 18 juni 2012 het werknemerschap weer heeft herkregen.

Beoordeling van de beroepsgronden

Primaire beroepsgrond: geen verlies werknemerschap

5. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) kan het zich naar buiten toe presenteren als zelfstandige aanwijzingen opleveren dat werkzaamheden als zelfstandige worden verricht en dus het verlies van werknemerschap tot gevolg hebben. Deze aanwijzingen kunnen zijn het doen van investeringen en het actief trachten opdrachten te verwerven als zelfstandige. Hierbij gaat het niet slechts om als zelfstandige verrichte productieve of declarabele uren, maar om alle uren die worden besteed aan activiteiten die direct verband houden met werkzaamheden als zelfstandige. Daartoe behoren ook acquisitie, scholing, onderhoud van apparatuur, administratie en dergelijke.

6. Niet in geschil is dat eiseres in de week van 18 juni 2012 een opdracht voor de [werkgever] heeft uitgevoerd. Zij heeft voor deze opdracht 24 uur gedeclareerd. De rechtbank overweegt verder dat uit de stukken in het dossier is gebleken dat eiseres al vanaf 16 mei 2012 een website op internet had. Eiseres heeft in ieder geval vanaf die datum aan verschillende contactpersonen uit haar voormalige werkkring per e-mail een bericht gestuurd dat zij als freelance stylist en producer werkzaam is en heeft daarbij verwezen naar haar website.

7. Anders dan eiseres is de rechtbank van oordeel dat voornoemde werkzaamheden niet als niet-zelfstandige (‘freelance’) werkzaamheden kunnen worden aangemerkt. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. In de wet wordt slechts onderscheid gemaakt tussen arbeid in dienstbetrekking en arbeid als zelfstandige. Het begrip ‘freelancer’ is niet in de wet gedefinieerd. In de werkinstructie 305.04 van verweerder genaamd ‘Verlies en herkrijgen van werknemerschap’ en in de rechtspraak heeft het begrip freelancer desondanks enige vorm gekregen. Van belang bij de beoordeling om welk soort werkzaamheden het gaat, is de intentie die de betrokkene heeft bij aanvang van de werkzaamheden. Zo staat in paragraaf 5.2 van de werkinstructie:

“Gaat betrokkene zelfstandige werkzaamheden verrichten in de uitoefening van een beroep maar heeft betrokkene niet de intentie om volledig als zelfstandig ondernemer in zijn levensonderhoud te voorzien, dan is dat een goede indicatie dat betrokkene werkzaamheden als freelancer gaat uitoefenen.”

Eiseres had verweerder ten tijde van deze werkzaamheden echter al om toestemming gevraagd om als startende zelfstandige te worden aangemerkt. Eiseres heeft daarmee blijk gegeven de intentie te hebben om als zelfstandige werkzaamheden te gaan verrichten. Dat achteraf is gebleken dat eiseres in heel 2012 slechts drie kortdurende opdrachten voor dezelfde opdrachtgever heeft verricht, doet aan haar intentie bij aanvang van de werkzaamheden niet af. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de activiteiten van eiseres – de website, acquisitie en de opdracht voor de [werkgever] – in onderling verband en samenhang beschouwd dan ook als werkzaamheden als zelfstandige aan kunnen merken.

8. Evenmin is in geschil dat eiseres op het moment van deze werkzaamheden nog geen toestemming had om als starter werkzaamheden te mogen verrichten, nu verweerder die toestemming eerst op 3 juli 2012 heeft verleend. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat als gevolg van de verrichte werkzaamheden als zelfstandige, aan eiseres – achteraf bezien – ten onrechte toestemming werd verleend voor een startperiode als zelfstandige als bedoeld in artikel 77a van de WW (zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Raad van 27 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:287). In artikel 77a, eerste lid, onder b, van de WW is immers de voorwaarde opgenomen dat de werkzaamheden nog geen aanvang hebben genomen. Van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel is geen sprake, nu er immers geen schriftelijke, ondubbelzinnige toestemming van het bevoegd gezag bestond voorafgaand aan het besluit van 3 juli 2012. Dat haar werkcoach er al vanaf oktober 2011 van op de hoogte was dat eiseres voor zichzelf wilde beginnen maakt dit niet anders.

9. Dit betekent dat eiseres over de in deze periode als zelfstandige gewerkte uren de hoedanigheid van werknemer heeft verloren en dat deze uren in mindering moeten worden gebracht op haar uitkering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres niet tekort gedaan door bij de aanvang van deze periode uit te gaan van 18 juni 2012, nu duidelijk is dat zij al ruim voor die tijd was begonnen met haar website en acquisitie (uit het onderzoek van verweerder is gebleken dat zij vanaf 15 mei 2012 tien a vijftien uur per week besteedde aan acquisitie).

10. Ook heeft verweerder bij het verlies van werknemerschap naar het oordeel van de rechtbank blijvend uit mogen gaan van de door eiseres gedeclareerde 24 uur. Eiseres kan naar het oordeel van de rechtbank geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de telefoonnotitie van 11 november 2011 met klantadviseur [naam]. Uit deze telefoonnotitie blijkt dat aan eiseres informatie is verstrekt over de korting op de WW-uitkering in geval men als freelancer werkt. Daarbij is aan eiseres te kennen gegeven dat de blijvende korting op de WW-uitkering niet van toepassing is als voornamelijk voor één klant freelance-opdrachten verricht worden, of als alleen maar af en toe op freelance basis wordt gewerkt. Zoals hiervoor onder 7. is overwogen valt eiseres niet aan te merken als freelancer, maar als zelfstandige.

Subsidiaire beroepsgrond: geen schending inlichtingenplicht, niet redelijkerwijs duidelijk

11. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat verweerder geen terugwerkende kracht mocht toepassen, omdat haar niet langer wordt verweten dat zij de inlichtingenplicht heeft geschonden. Naar het oordeel van de rechtbank had het eiseres redelijkerwijs duidelijk behoren te zijn dat zij vanaf 18 juni 2012 teveel aan WW-uitkering heeft ontvangen. Eiseres heeft weliswaar voorafgaand aan de opdracht aan haar werkcoach doorgegeven dat zij een klus had gevonden, maar zij heeft pas op 7 september 2012 informatie verschaft over die klus, die al in juni 2012 had plaatsgevonden. Bovendien wist eiseres, althans zij had kunnen weten, dat zij voorafgaand aan de toestemming van verweerder voor de startersperiode nog niet met werkzaamheden als zelfstandige mocht beginnen. Eiseres heeft daarover blijkens het dossier meermaals schriftelijk en mondeling informatie gekregen. Dat aan eiseres desondanks op 3 juli 2012 toestemming voor de startersperiode is gegeven laat onverlet dat verweerder er op dat moment niet van op de hoogte was dat eiseres al werkzaamheden als zelfstandige had verricht. Deze toestemming was daarom ook – zoals hiervoor is overwogen – ten onrechte verleend. Eiseres had dit naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs kunnen weten.

Meer subsidiaire beroepsgrond: met ingang van week 37 herkrijging werknemerschap

12. Eiseres heeft meer subsidiair aangevoerd dat zij ten onrechte het werknemerschap niet heeft herkregen, omdat zij na week 37 in 2012 geen werkzaamheden als zelfstandige meer heeft verricht. De rechtbank volgt deze stelling van eiseres niet. Naar ter zitting is gebleken was de website van eiseres tot die datum nog actief en stond zij nog ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ook heeft eiseres ter zitting aangegeven dat zij er geen moment aan gedacht heeft om hiermee te stoppen, omdat daar mogelijk nog werk voor haar uit voortvloeit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres op grond van deze omstandigheden ook na week 37 van 2012 nog als zelfstandige mogen aanmerken. Eiseres heeft immers al die tijd de mogelijkheid gehad om als zelfstandige werkzaamheden te verrichten. Dat dit achteraf bezien niet is gelukt, doet daar niet aan af. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Raad van 3 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI8261.

Conclusie

13. De beroepsgronden slagen niet en het beroep is dus ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter,

in aanwezigheid van mr. M. Vogel-Frishert, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2014.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.