Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:7

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-01-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
C/13/533804 / HA ZA 13-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op een overeenkomst inzake de verkoop van een partij bloembollen door een Nederlandse aan een Amerikaanse partij is het Weens Koopverdrag van toepassing. De rechtbank haakt aan bij de “black letter rules” geformuleerd in “Opinion 13 Inclusion of Standard Terms” van de CISG Advisory Council bij de beoordeling van de vraag of algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Nu bij de totstandkoming van de overeenkomst naar de algemene voorwaarden is verwezen en deze op dat moment toegankelijk waren via een website, wordt geoordeeld dat de algemene voorwaarden onderdeel zijn geworden van de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 2, p. 89
RCR 2014/36

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/533804 / HA ZA 13-56

Vonnis in verzet van 8 januari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAPITEYN B.V.,

gevestigd te Breezand,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

verweerster in het incident,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. H.A.P. Pijnacker,

tegen

de rechtspersoon naar Amerikaans recht (Staat New York)

KURT WEISS GREENHOUSES INC.,

gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

eiseres in het incident,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. T.F.W. Overdijk.

Partijen zullen hierna Kapiteyn en KWG worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 15 mei 2013, met de daarin genoemde processtukken en/of proceshandelingen,

  • -

    de conclusie van eis in oppositie, tevens houdende eis in reconventie, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 10 juli 2013, waarbij in de hoofdzaak en in het incident een comparitie is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van de op 12 november 2013 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde processtukken en/of proceshandelingen, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    de brief van mr. Pijnacker van 22 november 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Overeenkomstig vijf door KWG ondertekende orderbevestigingen van

16 november 2010 heeft Kapiteyn aan KWG bloembollen van het gewas calla of aronskelk (hierna: de bollen) verkocht en geleverd voor een bedrag van € 133.739,33 (hierna: de overeenkomst). Onderaan de orderbevestigingen en op een door Kapiteyn op 7 augustus 2010 aan KWG ter zake van de overeenkomst uitgebrachte offerte staat vermeld, voor zover hier van belang:

“(…) The general terms and conditions of sale of our trade association “Anthos” apply to all our transactions. Look for our terms and conditions at: www.kapiteyn.nl/avv. (…)”

2.2.

De algemene voorwaarden van Kapiteyn (hierna: de Anthos-voorwaarden) bevatten de navolgende bepalingen, voor zover hier relevant:

“(…) 7. Complaints

7.1

The buyer is obliged to check the products upon delivery for any visible and/or immediately observable defects. This means all defects that can be ascertained by means of ordinary sensory perception or a simple spot check. The buyer is moreover obliged to check whether the delivered products are also in accordance with other particulars of the order. Failure to fulfil the obligation to check the delivery shall mean the forfeiture of any claims the buyer may have vis-à-vis the seller. (…)

7.3

Complaints regarding the quality and quantity of the products delivered must be submitted by registered mail or telefax at the latest within seven calendar days after delivery. Defects which can only be observed at a later stage (non visible defects) shall be forthwith reported to the seller after this has been observed. Once these periods have passed, the buyer will be considered to have approved the products supplied and complaints will nog longer be considered. (…)

14. Jurisdiction, forum

14.1

In the event of any dispute arising under this contract, the parties consent to the jurisdiction of the courts of the Kingdom of the Netherlands and such disputes will be heard in Amsterdam (…). The parties further consent (…) that this contract shall be governed by and interpreted under the laws of the Kingdom of the Netherlands.

14.2

All offers and agreements concluded by the buyer and the seller shall be exclusively governed by the laws of the Netherlands. (…)”

2.3.

Op 2 februari 2011 heeft Kapiteyn aan KWG diverse facturen verzonden met betrekking tot de bollen van in totaal € 133.739,33. Kapiteyn heeft op 26 april 2011 en 20 mei 2011 betalingsherinneringen aan KWG verzonden. Tot op heden heeft KWG de facturen niet betaald.

2.4.

Op verzoek van KWG heeft [onderzoeksbedrijf] een door KWG aangeleverd monster bollen calla onderzocht. Blijkens een op 12 juli 2011 uitgebracht rapport is in de onderzochte bollen de bacterie Erwinia aangetroffen.

2.5.

Bij e-mail van 12 augustus 2011 heeft KWG aan Kapiteyn bericht dat de kwaliteit van de bollen slecht is en dat Kapiteyn is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor zij schade heeft geleden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Kapiteyn heeft in de verstekprocedure gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, KWG te veroordelen tot betaling van € 167.119,25, vermeerderd met primair de contractuele rente en subsidiair wettelijke handelsrente over

€ 133.739,33, vanaf 31 januari 2012 tot de dag van voldoening, met veroordeling van KWG in de proceskosten.

3.2.

Kapiteyn heeft – kort gezegd – aan haar vordering ten grondslag gelegd dat KWG uit hoofde van de overeenkomst de door Kapiteyn aan haar geleverde bollen dient te betalen van in totaal in hoofdsom € 133.739,33. KWG is de contractuele rente van 1,5% per maand verschuldigd, die vanaf de vervaldatum van de facturen tot en met 30 januari 2012

€ 13.319,03 bedraagt, alsmede buitengerechtelijke kosten van 15% van het verschuldigde bedrag van € 20.060,90.

3.3.

Bij verstekvonnis van 11 juli 2012 is KWG veroordeeld tot betaling van

€ 149.900,36 (€ 133.739,33 aan hoofdsom, € 13.319,03 aan rente en € 2.842,-- aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met contractuele rente en is KWG veroordeeld in de proceskosten.

3.4.

KWG vordert in het verzet bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank haar zal ontheffen van de veroordeling als vervat in het vonnis van 11 juli 2012 (zaaknummer / rolnummer 512955 / HA ZA 12-373) waarvan verzet, en opnieuw rechtdoende zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Kapiteyn kennis te nemen, althans om haar vorderingen te ontzeggen door haar in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans door deze af te wijzen, met veroordeling van Kapiteyn in de kosten van het incident en de hoofdzaak.

3.5.

KWG betwist dat de bevoegdheid van deze rechtbank gebaseerd kan worden op artikel 14.1 van de Anthos-voorwaarden, zoals door Kapiteyn in de inleidende dagvaarding is gesteld. De hoofdzaak had volgens KWG aangebracht moeten worden bij de bevoegde rechter in de vestigingsplaats van KWG te New York, zodat deze rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren.

3.6.

Voor zover deze rechtbank zich bevoegd acht beroept KWG zich met betrekking tot de gevorderde betaling van de facturen op non-conformiteit van de bollen en verwijst hiertoe verder naar haar stellingen in reconventie.

3.7.

Kapiteyn voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.8.

Voor zover de rechtbank zich bevoegd acht, vordert KWG kort weergegeven bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten aanzien van de 28.439 door Erwinia besmette bollen alsmede een verklaring voor recht dat Kapiteyn tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en gehouden is tot schadevergoeding, met veroordeling van Kapiteyn in de proceskosten.

3.9.

KWG legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Eerst geruime tijd na de levering bleek dat de kwaliteit van een deel van de bollen ernstig te wensen over liet. Bepaalde bollen kwamen eerder tot bloei dan andere soorten en sommige bloemen bereikten een hogere lengte dan door Kapiteyn opgegeven. Verder waren 28.439 bollen besmet met de bacterie Erwinia. Kapiteyn is dan ook tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Hierdoor heeft KWG schade geleden, bestaande uit gemaakte onkosten, gederfde winst en gemiste vervolgorders.

3.10.

Kapiteyn voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

ontvankelijkheid

4.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat KWG in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

toepasselijk recht

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat Nederlands recht op de onderhavige vorderingen moet worden toegepast.

in het bevoegdheidsincident

4.3.

Kapiteyn heeft zich bij inleidende dagvaarding op het standpunt gesteld dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het geschil tussen partijen op grond van artikel 14.1 van de toepasselijke Anthos-voorwaarden.

4.4.

KWG heeft de toepasselijkheid van de Anthos-voorwaarden betwist. Primair stelt KWG hiertoe dat zij die voorwaarden nooit van Kapiteyn heeft ontvangen en subsidiair dat de toepasselijkheid van de Anthos-voorwaarden niet kan worden aanvaard op grond van de enkele verwijzing naar de voorwaarden zoals opgenomen onderaan de orderbevestigingen van Kapiteyn. Bovendien kon KWG niet zonder omwegen de voorwaarden van Kapiteyn achterhalen en vervolgens op voldoende eenduidige wijze vaststellen welke versie van de Anthos-voorwaarden Kapiteyn op de overeenkomst van toepassing wilde verklaren. Verder betwist KWG dat de Anthos-voorwaarden deel zijn gaan uitmaken van de eerdere overeenkomsten die in 2009 reeds tussen partijen zijn gesloten.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat op de onderhavige overeenkomst het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende lichamelijke zaken van 11 april 1980 (Weens Koopverdrag of CISG) van toepassing is, bij welk verdrag Nederland en de Verenigde Staten van Amerika ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst partij waren.

Derhalve dient aan de hand van de daarin opgenomen bepalingen beoordeeld te worden of de Anthos-voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn geworden. Partijen hebben hieromtrent standpunten ingenomen, waarbij zij hebben verwezen naar jurisprudentie. Volgens KWG vloeit uit de jurisprudentie voort dat op grond van het Weens Koopverdrag vereist is dat de partij die algemene voorwaarden wil gebruiken deze voorwaarden voorafgaand aan of bij de totstandkoming van de overeenkomst ter hand stelt. Verwijzing is daarbij niet voldoende. Kapiteyn stelt dat in het algemeen wordt aangenomen dat voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op grond van het Weens Koopverdrag geldt dat naar deze voorwaarden dient te zijn verwezen en dat de verwijzing duidelijk genoeg moet zijn geweest om door een “redelijk persoon” als bedoeld in artikel 8 lid 2 van het Weens Koopverdrag te worden begrepen. KWG heeft bij de eerdere overeenkomst tussen partijen in 2009 een afschrift van de algemene voorwaarden ontvangen en is afdoende in de gelegenheid geweest van de voorwaarden kennis te nemen. Het is niet noodzakelijk dat Kapiteyn bij vervolgopdrachten telkenmale opnieuw een exemplaar meezendt. De rechtbank oordeelt als volgt.

4.6.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op overeenkomsten niet met zoveel woorden geregeld is in het Weens Koopverdrag. In de jurisprudentie is wisselend geoordeeld over de vraag of de toepasselijkheidskwestie van algemene voorwaarden wordt geregeld in de bepalingen ten aanzien van de totstandkoming van een overeenkomst binnen het Weens Koopverdrag of dat dit verdrag op dat punt een leemte laat waar uitleg analoog aan haar bepalingen op zijn plaats is. Recentelijk, op 20 januari 2013, heeft de CISG Advisory Council, een internationale expertgroep op het gebied van het Weens Koopverdrag een ‘Opinion 13 Inclusion of Standard Terms’ (hierna: de Opinie) opgesteld. Deze opinie is tot stand gekomen op basis van bestudering van relevante, in de opinie aangehaalde, literatuur en jurisprudentie. Ten aanzien van de hier relevante problematiek luidt deze opinie, voor zover relevant:

“BLACK LETTER RULES

1. The inclusion of standard terms under the CISG is determined according to the rules for the formation and interpretation of contracts under the CISG.

2. Standard terms are included in the contract where the parties have expressly or impliedly agreed to their inclusion at the time of the formation of the contract and the other party had a reasonable opportunity to take notice of the terms.

3. Amongst others, a party is deemed to have had a reasonable opportunity to take notice of the standard terms:
(…)

3.3 Where, in electronic communications, the terms are made available to and retrievable electronically by that party and are accessible to that party at the time of negotiating the contract;(…)”

4.7.

De rechtbank zoekt aansluiting bij deze opinie. Dit leidt in het onderhavige geval tot de volgende beoordeling.

Vast staat dat in de door Kapiteyn overgelegde offerte (en ook onderaan de door KWG ondertekende orderbevestigingen) voor het raadplegen of downloaden van de Anthos-voorwaarden wordt verwezen naar de website van Kapiteyn. In navolging van de Opinie geldt hier derhalve als uitgangspunt dat de Anthos-voorwaarden onderdeel kunnen uitmaken van het aanbod van Kapiteyn als die voorwaarden toegankelijk waren voor de wederpartij ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst.

KWG voert aan dat de website van Kapiteyn niet toegankelijk was bij het aanklikken van de desbetreffende link. KWG heeft desgevraagd ter comparitie verklaard dat slechts eenmaal ten tijde van het opstellen van de dagvaarding door haar toenmalige raadsman tevergeefs is getracht toegang te verkrijgen tot de website van Kapiteyn. Niet gebleken is derhalve dat de Anthos-voorwaarden ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst niet toegankelijk voor KWG waren.

Verder voert KWG aan dat er meerdere versies van de Anthos-voorwaarden op de website staan, zodat geen van die versies van toepassing is op de overeenkomst. KWG beroept zich daarbij op jurisprudentie van de Hoge Raad in het geval sprake is van verschillende sets algemene voorwaarden. Ook dit verweer wordt verworpen. In het onderhavige geval is geen sprake van verschillende sets van algemene voorwaarden die alle van toepassing worden verklaard op de overeenkomst, maar sets voor verschillende landen. Nu voor KWG voldoende duidelijk kon zijn dat voor haar de versie Verenigde Staten van toepassing zou zijn, kan niet geoordeeld worden dat sprake is van een situatie dat onduidelijk is welke voorwaarden van toepassing zijn. Het beroep van KWG op de jurisprudentie van de Hoge Raad gaat dan ook niet op. De omstandigheid dat KWG, zoals zij verder aanvoert, eerst naar beneden moet scrollen alvorens zij de versie ‘for the United States’ daadwerkelijk aantreft, doet aan het voorgaande niet af.

Op grond van het voorgaande wordt het ervoor gehouden dat KWG ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst een redelijke mogelijkheid had tot kennisneming van de Anthos-voorwaarden. De conclusie is derhalve dat van het aanbod van Kapiteyn de Anthos-voorwaarden deel uitmaakten en dat KWG met aanvaarding van dat aanbod door ondertekening van de orderbevestigingen ook de toepasselijkheid van de Anthos-voorwaarden heeft aanvaard.

4.8.

De conclusie is dan ook dat de Anthos-voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst. Dit brengt mee dat op grond van het in artikel 14.1 van de Anthos-voorwaarden neergelegde forumkeuzebeding deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen.

proceskosten in het incident

4.9.

KWG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld. Het Weens Koopverdrag bevat op dit punt geen regeling, zodat de kosten aan de zijde van Kapiteyn naar Nederlands recht worden begroot op € 452,00 aan kosten advocaat (1,0 punt x tarief € 452,00).

in conventie

4.10.

Bij inleidende dagvaarding vordert Kapiteyn uit hoofde van de overeenkomst betaling van de achterstallige facturen. KWG voert hiertegen aan dat er sprake is van non-conformiteit. De rechtbank is van oordeel dat de vordering als niet gemotiveerd weersproken toewijsbaar is. Het verweer inzake de non-conformiteit staat de verschuldigdheid van de betaling immers niet in de weg. Voor zover het verweer van KWG ziet op een tegenvordering, zal hierop in reconventie worden beslist.

4.11.

Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden bekrachtigd.

4.12.

KWG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten in conventie worden verwezen. De kosten aan de zijde van Kapiteyn worden naar Nederlands recht begroot op

€ 1.421,00 (1,0 punt × tarief € 1.421,00) aan kosten advocaat.

in reconventie

artikel 7 Anthos-voorwaarden

4.13.

Als meest verstrekkende verweer voert Kapiteyn aan dat KWG te laat heeft geklaagd.

De rechtbank stelt voorop dat gelet op hetgeen hiervoor onder 4.5 tot en met 4.8 is overwogen, uitgegaan kan worden van toepasselijkheid op de overeenkomst van de Anthos-voorwaarden. Nu de voorwaarden overigens ook niet inhoudelijk zijn betwist, zal de rechtbank deze in het navolgende ook beschouwen als onderdeel uitmakend van hetgeen tussen partijen is overeengekomen. De vraag of KWG te laat heeft geklaagd moet dan ook worden beantwoord aan de hand van artikel 7 van de Anthos-voorwaarden. Ingevolge artikel 7.3 van de Anthos-voorwaarden moet over zichtbare gebreken binnen zeven dagen na levering worden geklaagd. Dit artikel bepaalt verder dat, kort weergegeven, bij niet zichtbare gebreken ‘forthwith’ moet worden geklaagd, ofwel binnen een redelijke termijn na vaststelling van de gebreken.

4.14.

Tussen partijen is in geschil of de gestelde gebreken aan de bollen in het onderhavige geval direct na levering zichtbaar waren. Kapiteyn stelt dat een eventuele besmetting met Erwinia in dit gewas bollen direct te herkennen is in die zin dat het puntje in de bollen dan groen is. KWG betwist de directe zichtbaarheid van de gebreken en voert aan dat een dergelijke bacteriële besmetting eerst na microscopisch onderzoek kan worden vastgesteld. Veronderstellenderwijze uitgaande van de juistheid van het standpunt van KWG, dient in een dergelijk geval op grond van artikel 7.3 van de Anthos-voorwaarden in ieder geval nog binnen een redelijke termijn na vaststelling van de gebreken te worden geklaagd. De rechtbank stelt vast dat dit niet is gebeurd en heeft daartoe het volgende overwogen.

4.15.

Ter comparitie heeft KWG verklaard eind april/begin mei 2011 eigenmachtig schadebeperkende maatregelen te hebben getroffen door de beschadigde bollen te vervoeren naar New York teneinde ze daar te laten overwinteren. Gesteld noch gebleken is echter dat KWG dit met Kapiteyn heeft gecommuniceerd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. KWG had Kapiteyn reeds toen moeten informeren over de gestelde inferieure kwaliteit van de bollen teneinde te voldoen aan haar verbintenis om “forthwith” de verkoper op de hoogte te stellen. Dit geldt te meer nu KWG stelt dat zij reeds in april 2011 problemen met de bollen heeft geconstateerd. Daartoe had KWG ook de gelegenheid, bijvoorbeeld op 27 april 2011, de datum van het laatste bezoek van Kapiteyn aan KWG. Uit het bezoekverslag blijkt niet meer dan dat gesproken is over minder groeiende planten, maar niet van gebreken die dusdanig ernstig waren dat vergaande schadebeperkende maatregelen noodzakelijk werden geacht. Vast staat voorts dat het rapport van [onderzoeksbedrijf] is uitgebracht op 12 juli 2011 en dat KWG blijkens de overgelegde stukken Kapiteyn eerst bij e-mail van 12 augustus 2011 over de slechte kwaliteit van de bollen heeft ingelicht. Verder staat vast dat KWG niet heeft voldaan aan de in artikel 7.4 van de Anthos-voorwaarden neergelegde verplichting om Kapiteyn in het kader van een onderzoek naar de kwaliteit van de geleverde producten uit te nodigen zodat Kapiteyn aanwezig kon zijn en eventuele vragen kon beantwoorden. Daarbij komt dat Kapiteyn terecht stelt dat uit het rapport van [onderzoeksbedrijf] niet blijkt of de daadwerkelijk door Kapiteyn geleverde bollen zijn onderzocht. Het onderzoek is immers verricht na Moederdag, terwijl als onbetwist vast staat dat de bollen zijn geleverd om als bloemen te worden gegeven op Moederdag. Ter comparitie heeft KWG bewijs aangeboden van haar stelling dat zij al vóór 12 augustus 2011 heeft geklaagd bij Kapiteyn. Dit aanbod zal als onvoldoende gespecificeerd worden gepasseerd. Niet concreet is immers gesteld wanneer er dan zou zijn geklaagd, door wie en waarover. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat KWG te laat heeft geklaagd in de zin van artikel 7 van de Anthos-voorwaarden (en overigens ook in de zin van artikel 39 van het Weens Koopverdrag). Het verweer van Kapiteyn slaagt derhalve.

conclusie

4.16.

Op grond van het voorgaande zal de reconventionele vordering worden afgewezen.

KWG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verzetprocedure in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kapiteyn worden naar Nederlands recht begroot op € 226,00 (1,0 punt x factor 0,5 x € 452,00) aan kosten advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in het bevoegdheidsincident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt KWG in de kosten van het incident, aan de zijde van Kapiteyn tot op heden begroot op € 452,00,

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie

5.4.

bekrachtigt het door deze rechtbank op 11 juli 2012 onder zaaknummer / rolnummer 512955 / HA ZA 12-373 gewezen verstekvonnis,

5.5.

veroordeelt KWG in de kosten van het geding in conventie, aan de zijde van Kapiteyn tot op heden begroot op € 1.421,00,

5.6.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.7.

wijst het gevorderde af,

5.8.

veroordeelt KWG in de kosten van het geding in reconventie, aan de zijde van Kapiteyn tot op heden begroot op € 226,00,

5.9.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Rombouts en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2014.