Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6826

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
11-11-2014
Zaaknummer
13-751448-14
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Weigering overlevering aan Polen. Weigeringsgrond artikel 12 OLW. Opgeëiste persoon dient conform artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering te voldoen aan een aantal voorwaarden, alvorens in aanmerking te kunnen komen voor de heropening van zijn zaak. In lijn met haar eerdere uitspraken van 24 januari 2014 en 5 juli 2014 (beide niet gepubliceerd) is voornoemde verklaring met betrekking tot de verzetprocedure op grond van artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een onvoorwaardelijke verzetgarantie en is bovendien de termijn voor het instellen van verzet reeds verlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751448-14

RK nummer: 14/4416

Datum uitspraak: 23 september 2014

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 juni 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2014 door the District Court in Kalisz (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats];

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 augustus 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de gemachtigd raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. A.J. van der Velden, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 september 2014 aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen.

Op 23 september 2014 heeft de rechtbank de behandeling van de vordering voortgezet in aanwezigheid van de officier van justitie A. Oswald en de gemachtigd raadsman van de opgeëiste persoon mr. M. Malewicz, als vervanger van de raadvrouw mr. A.J. van der Velden. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van a joint sentence in default of 27 June 2013 by the Circuit court in Kalisz (VII K 81/13).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 2 jaren. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis, dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, aanhef en onder sub a tot en met c, van de OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.

De vraag die voorligt is of de Poolse justitiële autoriteiten, conform artikel 12, aanhef en onder d, van de OLW, aan de opgeëiste persoon de gelegenheid bieden om in Polen een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep te voeren, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijk vonnis, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten en dat hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen.

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 19 september 2014 het volgende verklaard:

The Regional Court in Kalisz III rd Penal Division, in an answer to your letter concerning [opgeëiste persoon]

[opgeëiste persoon], DOB [geboortedatum] in [geboorteplaats] (your ref: 2014.021.966) hereby informs, that both

retrial and cassation are considered by the Polish penal proceedings system, as extraordinary

means od appelation. It irnplies, that these means may be, but do not have to be used, and therefore

lead to new case in which the defendant participates. Therefore in the above case there is no

guarantee of retrial at the request of the defendant.

The retrial under art. 540b of the Polish Code of Penal Proceedings is facultative and may occur

only at the request of the defendant, and it is a matter of Courts decision in a concrete case, whether

it would be purposeful, to start a retrial. The above means, that even in case that all conditions

under art. 540 bS1 of the Polish Code of Penal Proceedings, are met, the Court should start a retrial,

only if it assesses, that examining the case in the absence of the convict, could have important

meaning for: the path of the court proceedings, process guarantees of the convict, or the merits of

the case.

According to art. 540b § I item 2 of the Polish Code of Penal Proceedings, a court case that ended

with a valid sentence, may be subject to retrial at the defendant’s request, filed within a month since

the date, at which he leamed about the sentence issued in his case, except for situation, that the

sentence mentioned in art. 479 § 1 (sentence in absentia) was not served to the defendant, or he was

served the sentence not in a personal way, if he can prove , that he was not aware of the contents of

the sentence, and of his right and terms , and the way to file an appeal. Therefore it is on the part of

the defendant, to prove that he was not aware of the contents of the sentence. Terms and way to file an appeal.

In the above case, the one month term has already expired for [opgeëiste persoon], against

whom cxtradition proceedings are carried out since July, therefore he was aware of the sentence in

case number VII K 81/13 of the District Court in Kalisz.

Taking the above into consideration, the sentence issued to [opgeëiste persoon] by the

District Court in Kalisz on 27 June 2013 in case number VII K 8 1/13, covered by the European

Arrest Warrant in case number III Kop 12/14 , is valid, and bas been served properly under art 133

of the Polish Code of Penal Proceedings. The article 540b of the Polish Code of Penal Proceedings

may be applied. as the above conditions are met, but, as mentioned earÏier, ït does not guarantee the

retrial at defendant’s request.

De rechtbank van oordeel dat deze verklaring niet voldoet aan de eisen van artikel 12, aanhef en onder sub d, van de OLW en dat de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond van toepassing is.

Uit deze verklaring blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon conform artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering dient te voldoen aan een aantal voorwaarden, alvorens in aanmerking te kunnen komen voor de heropening van zijn zaak.

Zo dient de opgeëiste persoon te bewijzen dat hij niet op de hoogte was van het tijdstip waarop zijn zaak door de rechtbank werd behandeld en dat hij niet wist dat buiten zijn aanwezigheid een vonnis tegen hem werd gewezen.

Bovendien blijkt uit de verklaring dat de termijn van verzet, te weten een maand, gaat lopen vanaf het moment dat de opgeëiste persoon op de hoogte is geraakt van het vonnis. Nu de opgeëiste persoon door de overleveringsprocedure op de hoogte is geraakt van het vonnis, is de termijn voor indienen van verzet in het geval van de opgeëiste persoon thans reeds verlopen.

In lijn met haar eerdere uitspraken van 24 januari 2014 en 5 juli 2014 (beide niet gepubliceerd) is voornoemde verklaring met betrekking tot de verzetprocedure op grond van artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een onvoorwaardelijke verzetgarantie en is bovendien de termijn voor het instellen van verzet reeds verlopen.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van de OLW omdat geen onvoorwaardelijke garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, van de OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De 2, 5, 7 en 12 van de OLW.

7 Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Kalisz ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,

mrs. A.J. Dondorp en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 23 september 2014.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]