Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6759

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2014
Datum publicatie
15-10-2014
Zaaknummer
KK 14-1303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beveiligingsbranche: vordering tot tewerkstelling als beveiliger D en betaling achterstallig loon afgewezen. Niet aannemelijk dat werknemer werkzaamheden als beveiliger D heeft verricht. Functiewaardering door specialist niet overgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2014/772

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM KORT GEDING

kenmerk: KK 14‑1303

19 september 2014

11

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

gemachtigde: mr.C.Buitelaar

t e g e n

De besloten vennootschap mba G4S Security Services BV

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

gemachtigde: mr.S.W.J.Koenen.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 18 augustus 2014 heeft eiser een voorziening bij voorraad gevorderd.

Ter terechtzitting van 12 september 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen met hun gemachtigden. Eiser heeft voor de behandeling nog bewijsstukken ingediend. De gemachtigde van gedaagde heeft het woord gevoerd aan de hand van overgelegde aantekeningen.

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.Tot uitgangspunt dient het volgende:

1.1 Eiser werkt sinds 1 december 2009 voor gedaagde in een dienstbetrekking van 40 uur per week.

1.2 Eiser was vanaf 1 december 2010 ingedeeld in schaal 4 met 11 periodieken. Vanaf periode 3 van 2011 is eiser, toen werkzaam bij Shell, ingedeeld in schaal 6 met 11 periodieken voor de duur van zijn werkzaamheden bij Shell. Ingaande 26 maart 2012 is eiser vanwege een incident geschorst in zijn werkzaamheden bij Shell en teruggeplaatst in schaal 4 met 12 periodieken.

1.3 In april 2012 is eiser ingedeeld bij Eurojust. Hij bleef ingedeeld in schaal 4. Bij Eurojust werkte hij in de functie (shift)supervisor (taakomschrijving prod.23 bij dagvaarding). Daaraan is begin 2014 een einde gekomen.

1.4 Sinds een meniscusoperatie in februari 2014 is eiser arbeidsongeschikt. Hij is in juni 2014 ingezet in het kader van zijn reïntegratie bij de TU Delft/RID. Dat werk is op 4 juni 2014 geëindigd en sindsdien is hij niet meer ingezet.

2.

Eiser vordert als voorziening bij voorraad gedaagde te veroordelen hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden van Beveiliger D (in de functie van supervisor) en hem te betalen naar salarisschaal 6 trede 14 van de CAO op straffe van een dwangsom. Voorts vordert eiser achterstallig salaris c.a. vanaf 26 maart 2012 tot 16 april 2014 en het geldend salaris van Eur 2.312,27 bruto per 4 weken vanaf 16 april 2014. Ten slotte vordert hij Eur 557,- terzake buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Eiser stelt - kort gezegd - dat hij sinds december 2010 als Beveiliger D is ingeschaald. Hij heeft ook dienovereenkomstig gewerkt zowel bij Shell als bij Eurojust. Ten onrechte is hij vanaf april 2012 ingedeeld in salarisschaal 4. Hij heeft dat meerdere keren aangekaart bij zijn meerdere. Hij ontkent ten slotte dat hij in oktober 2013 te kennen heeft gegeven dat hij zijn coördinerende werk niet meer wil uitvoeren als hij daarvoor niet wordt betaald.

3.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer tegen de vordering en voert - kort gezegd - aan dat eiser niet de werkzaamheden behorend bij de functie-indeling Beveiliger D heeft uitgevoerd. Eiser heeft voorts aan zichzelf te danken dat hij niet langer bij Eurojust is te werk gesteld omdat hij in oktober 2013 te kennen heeft gegeven dat hij zijn coördinerende taak niet meer wil uitvoeren als hij niet in salarisschaal 6 wordt ingedeeld.

4.

In deze kort geding procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vordering van eiser in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop door toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is.

5.

Eiser heeft zich beroepen op de CAO, taakomschrijvingen en de waardering van zijn functie door een functie-waarderingsspecialist. In het kader van de behandeling is gesteld dat deze specialist geen rapport heeft opgemaakt maar mondeling te kennen heeft gegeven dat eiser werkt als Beveiliger D. Aldus kan onvoldoende worden beoordeeld wat deze specialist precies heeft beoordeeld en hoe hij tot een weging van de diverse factoren is gekomen.

6.

Gedaagde heeft in het kader van de behandeling toegelicht dat eiser nooit als Beveiliger D heeft gewerkt. Zij maakt verschil tussen een coördinator op een werk (shift supervisor) en een groepsleider. Alleen deze laatste voldoet aan de eisen van Beveiliger D. Een groepsleider heeft diverse groepen op meerdere plaatsen onder zich, hij geeft leiding, doet functioneringsgesprekken of doet daaraan mee. De shift supervisor is het aanspreekpunt op het werk. Deze heeft geen leidinggevende taak. Hij hoeft ook niet het diploma Beveiliger B te hebben (hetgeen eiser ook niet heeft). Hij wordt ingeschaald overeenkomstig de CAO-voorschriften als Beveiliger A.

7.

Gelet op het voorgaande is onvoldoende aannemelijk geworden dat eiser heeft gewerkt als Beveiliger D. De gevorderde salarisbetalingen zijn daarom niet toewijsbaar.

8.

De vordering om als Beveiliger D te werk te worden gesteld is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, evenmin toewijsbaar. Indien die vordering aldus wordt opgevat dat eiser in zijn werk als shiftsupervisor bij Eurojust wordt te werk gesteld wordt rekening gehouden met het volgende:

vanaf begin 2014 werkt eiser daar niet meer;

partijen zijn het er niet over eens of eiser daar zijn werk als coördinator niet meer wilde blijven doen;

eiser is nog steeds (partieel) arbeidsongeschikt;

gedaagde geeft aan dat eiser niet meer welkom is in de groep bij Eurojust.

Dit alles in onderlinge samenhang beschouwd brengt met zich dat de vordering, ook als deze wordt gelezen zoals hiervoor weergegeven, thans niet kan worden toegewezen.

9.

De gevorderde voorzieningen worden, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geweigerd.

10.

Eiser wordt als in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I weigert de gevorderde voorzieningen;

II veroordeelt eiser in de kosten van het geding aan de zijde van eiser gevallen, tot op heden begroot op Eur 400,- aan salaris van de gemachtigde van gedaagde, voor zover verschuldigd incl. btw;

III verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door C.von Meyenfeldt, als kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Rechtbank Amsterdam van 19 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter