Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6370

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
14-10-2014
Zaaknummer
C-13-553580 - HA ZA 13-1707
Rechtsgebieden
Civiel recht
Europees civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Nederlandse rechter niet bevoegd. Beroep op pluraliteit gedaagden (art. 6 onder 1 EEX-vo) niet geslaagd. Beroep op art. 5 lid 3 EEX-vo niet geslaagd: plaats waar schadebrengende feit zich heeft voorgedaan is niet iedere plaats waar schadelijke gevolgen voelbaar zijn. Ten slotte is beroep op onaanvaardbaarheid de zaak aan een vreemde rechter voor te leggen eveneens afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/455
NTHR 2015, afl. 1, p. 47
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/553580 / HA ZA 13-1707

Vonnis in incident van 8 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FINANCIAL ACCESS CAPITAL PARTNERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde in de hoofdzaak],

wonende te [plaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAPITAL TOOL COMPANY AGENCY SERVICES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. C.E. Koudenburg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Financial Access en [gedaagde in de hoofdzaak]genoemd worden. Gedaagde sub 1, tevens eiser in incident, zal hierna [gedaagde in de hoofdzaak]genoemd worden, gedaagde sub 2 zal hierna CTC Agency Services genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 augustus 2013, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie houdende onbevoegdheid ex artikel 11 Rv van [gedaagde in de hoofdzaak], met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van CTC Agency Services, met producties,

  • -

    het proces-verbaal van pleidooi in het incident van 22 mei 2014 met de daarin genoemde processtukken,

  • -

    de akte houdende wijziging van eis ex 130 Rv,

  • -

    op 2 juli 2014 heeft de rolrechter aan [gedaagde in de hoofdzaak]akte niet dienen verleend omdat zij geen antwoordakte naar aanleiding van de wijziging van eis van Financial Access heeft ingediend.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.

De rechtbank zal voorshands van de volgende feiten uitgaan.

2.2.

Op 11 mei 2009 hebben Financial Access en CTC Agency Services een huurovereenkomst gesloten, waarbij partijen onder meer zijn overeengekomen dat CTC Agency Services met ingang van 11 mei 2009 een ruimte in het kantoorpand van Financial Access zal huren tegen betaling van een huursom van € 1.200,00 per maand. De overeenkomst is namens CTC Agency Services getekend door haar bestuurder [gedaagde in de hoofdzaak].

2.3.

Ten tijde van het aangaan van deze huurovereenkomst was CTC Agency Services een volle dochter van Capital Tool Company B.V. (hierna CTC BV). De aandelen van CTC B.V. werden toen gehouden door Capital Tool Company Ltd (hierna: CTC Bermuda).

2.4.

Bij brief van 31 december 2008 zijn CTC Bermuda en Financial Access overeengekomen dat CTC Bermuda aan Financial Access een bedrag van € 150.000,00 zal betalen ter voldoening van de kosten voor verleende diensten en overige kosten over het jaar 2008. Deze brief is namens CTC Bermuda voor akkoord getekend door [gedaagde in de hoofdzaak], bestuurder van CTC Bermuda.

2.5.

Op 15 januari 2010 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen CTC Bermuda en Financial Access. Daarbij zijn CTC Bermuda en Financial Access onder meer overeengekomen dat de schuld van € 150.000,00 van CTC Bermuda aan Financial Access zal worden ingelost door middel van levering van 25.000 aandelen in CTC Bermuda. Voorts zijn CTC Bermuda en Financial Acces overeengekomen dat CTC Bermuda nog eens 25.000 aandelen aan Financial Access levert in ruil voor de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen “waiver”, waarin CTC Bermuda en Financial Access afstand doen van overige vorderingen op elkaar, voortvloeiende uit een tweetal in de vaststellingsovereenkomst nader genoemde overeenkomsten. De vaststellingsovereenkomst is namens CTC Bermuda ondertekend door [gedaagde in de hoofdzaak].

2.6.

In verband met de overheveling van de activiteiten van CTC Bermuda naar Capital Tool Company Limited te Hong Kong (hierna: CTC Hong Kong) heeft CTC Bermuda begin 2012 aangeboden de aandelen die Financial Access houdt in CTC Bermuda om te zetten in aandelen in het kapitaal van CTC Hong Kong. Financial Access heeft hiermee ingestemd.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Financial Access vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis en na wijziging van eis - kort gezegd - primair dat [gedaagde in de hoofdzaak]wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die Financial Access lijdt ten gevolge van de onrechtmatige daad die [gedaagde in de hoofdzaak]pleegt tegenover Financial Access. Subsidiair vordert zij nakoming door [gedaagde in de hoofdzaak]van de overeenkomst tot levering van 50.000 volgestorte aandelen in het kapitaal van CTC Hong Kong. De meer subsidiaire vordering houdt in dat [gedaagde in de hoofdzaak]wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die Financial Access lijdt ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming door [gedaagde in de hoofdzaak]in de nakoming van de overeenkomst tot levering van 50.000 volgestorte aandelen in het kapitaal van CTC Hong Kong. Nog meer subsidiair vordert Financial Access nakoming door CTCAS van haar verplichtingen onder de huurovereenkomst, alles te vermeerderen met de wettelijke rente en (proces)kosten.

in het incident

3.2.

[gedaagde in de hoofdzaak]vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Hij voert daartoe aan dat hij zijn woonplaats heeft in [land], zodat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt.

3.3.

Financial Access voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Nu partijen woonachtig dan wel gevestigd zijn in verschillende landen, te weten [land] en Nederland, draagt de zaak een internationaal karakter. De vraag naar de internationale bevoegdheid dient te worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo). Het partijdebat heeft zich gericht op de artikelen 7 lid 2, 6 sub e en 9 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Aangezien de van toepassing zijnde artikelen van het EEX-Vo aansluiten bij hetgeen in Rv is bepaald, stelt de rechtbank vast dat het materiële debat omtrent de rechterlijke bevoegdheid voldoende heeft plaatsgevonden.

4.2.

Uitgangspunt van artikel 2 EEX-Vo is dat de bevoegdheid ligt bij de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de verweerder woonplaats heeft. De Nederlandse rechter kan ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak]geen internationale bevoegdheid ontlenen aan dit artikel nu [gedaagde in de hoofdzaak]zijn woonplaats in [land] heeft en niet in Nederland. Beoordeeld dient te worden of de Nederlandse rechter bevoegdheid kan ontlenen aan één van de bijzondere bevoegdheidsregels van het EEX-Vo.

pluraliteit gedaagden

4.3.

Financial Access stelt dat de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan worden gegrond op de pluraliteit van de gedaagden, nu CTC Agency Services is gevestigd in Nederland en tussen de ingestelde vorderingen tegen CTC Agency Services en [gedaagde in de hoofdzaak]een zodanige nauwe samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

4.4.

Uit artikel 6 onder 1 EEX-Vo volgt dat bij pluraliteit van verweerders de eisende partij de vorderingen tegen alle verweerders (met woonplaats in een EEX-staat) kan aanbrengen voor het gerecht van de woonplaats van één van hen. Daarbij geldt als voorwaarde dat tussen de vorderingen die door dezelfde eiser tegen de verschillende verweerders worden ingesteld, een zo nauwe band bestaat op het tijdstip waarop zij worden ingesteld, dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te voorkomen dat bij afzonderlijke berechting onverenigbare beslissingen worden gegeven.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat zij haar rechtsmacht dient te beoordelen op basis van de grondslag van de primaire vordering. Financial Access heeft haar primaire vordering ingesteld tegen [gedaagde in de hoofdzaak]en niet tegen CTC Agency Services. Dit geldt ook voor de subsidiaire en meer subsidiaire vordering. Eerst de nog meer subsidiaire vordering richt zich tegen CTC Agency Services. Nu de primaire vordering niet tegen CTC Agency Services is gericht, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de samenhang van de vorderingen. Dat betekent dat de Nederlandse rechter ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak]geen rechtsmacht kan ontlenen aan artikel 6 onder 1 EEX-Vo.

onrechtmatige daad

4.6.

Financial Access stelt voorts dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt nu de zaak betrekking heeft op een onrechtmatige daad en deze handeling schadelijk inwerkt op het Nederlandse grondgebied. Op de waardevermindering van de aandelen in CTC Bermuda volgt immers een afschrijving op de balans van Financial Access in Nederland. Dit betreft directe schade die niet eerst op een andere plaats is ingetreden. De bewuste vermindering van de activa en het vermogen bij CTC Bermuda, kan namelijk niet worden gezien als schade die is ingetreden bij CTC Bermuda. Financial Access lijdt echter wel schade door het handelen van [gedaagde in de hoofdzaak]., nu de aandelen die Financial Access houdt door zijn handelen vrijwel niets meer waard zijn, aldus steeds Financial Access.

4.7.

[gedaagde in de hoofdzaak]voert hier tegen aan dat het enkele feit dat de zuivere vermogensschade, de afschrijving op de balans van Financial Access, in Nederland wordt geleden, niet teweeg brengt dat de Nederlandse rechter bevoegd is. De oorspronkelijke schade is de waardevermindering van de aandelen in de vennootschap en die is ingetreden in de vestigingsplaats van CTC Bermuda, te weten Bermuda, dan wel de vestigingsplaats van CTC Hong Kong, te weten Hong Kong, aldus [gedaagde in de hoofdzaak].

4.8.

De rechtbank stelt voorop dat de basisregel van het EEX-Vo is dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een verdragsluitende staat, worden opgeroepen voor de gerechten van die staat. Slechts in afwijking van dit fundamentele beginsel voorziet het verdrag in een aantal bijzondere bevoegdheden, waaronder ook die van artikel 5 aanhef en lid 3, op welk artikel dit beroep van Financial Access ziet. Aan deze bijzondere bevoegheidsregels moet een strikte uitleg worden gegeven, die niet verder mag gaan dan de door het verdrag uitdrukkelijk voorziene gevallen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG berust de in artikel 5 aanhef en lid 3 vastgelegde regel op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen het geschil en het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, zodat de bevoegdheid van dit gerecht wordt gerechtvaardigd door de eisen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting. Het Hof van Justitie EG heeft tevens geoordeeld dat wanneer de plaats waar zich een feit heeft voorgedaan dat aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan meebrengen en de plaats waar door dit feit schade is ontstaan niet samenvallen als “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” de eiser vrij staat in zijn keuze of hij de wederpartij voor de rechter van de ene dan wel van de andere plaats oproept. Het Hof van Justitie EG heeft voorts echter geoordeeld dat het begrip “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” niet zo extensief kan worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat elders daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt.

4.9.

In de onderhavige procedure vordert Financial Access primair dat [gedaagde in de hoofdzaak]wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die Financial Access lijdt ten gevolge van de onrechtmatige daad die [gedaagde in de hoofdzaak]volgens Financial Access pleegt tegenover Financial Access. Het onrechtmatig handelen van [gedaagde in de hoofdzaak]is volgens Financial Access daarin gelegen dat [gedaagde in de hoofdzaak]inbreuk maakt op een recht van Financial Access uit de overeenkomst tussen Financial Access en [gedaagde in de hoofdzaak]tot levering van 50.000 volgestorte aandelen in CTC Hong Kong, met een waarde die tenminste gelijk is aan het aandelenkapitaal dat Financial Access oorspronkelijk hield in CTC Bermuda op basis van de vaststellingsovereenkomst.

4.10.

Uit hetgeen Financial Access omtrent het onrechtmatig handelen aanvoert concludeert de rechtbank dat het gaat om een overeenkomst tussen de in Nederland gevestigde Financial Access en de (inmiddels) in [land] wonende [gedaagde in de hoofdzaak], zijnde groot-aandeelhouder en bestuurder van diverse vennootschappen van de CTC groep, ten aanzien van de levering van aandelen in CTC Hong Kong, ter vervanging van de aandelen die Financial Access houdt in CTC Bermuda. Het enige aanknopingspunt dat Financial Access aanvoert om de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in plaats van de Tsjechische rechter te doen erkennen houdt verband met de omstandigheid dat Financial Access stelt financieel verlies te hebben geleden in Nederland. Gezien de onder 4.8. genoemde uitleg van het Hof van Justitie EG dat het begrip “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” niet zo extensief kan worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn, is dit enkele aanknopingspunt naar het oordeel van de rechtbank ontoereikend om rechtsmacht voor de Nederlandse rechter te rechtvaardigen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het geschil in de kern erom gaat dat Financial Access stelt eerst aandelen in een Bermuda vennootschap te hebben bezeten, vervolgens de toezegging zou hebben gekregen in plaats daarvan aandelen in een Hong Kong vennootschap te zullen verkrijgen en vervolgens naar eigen zeggen nu helemaal niets of slechts waardeloze aandelen in CTC Bermuda heeft. Dat heeft tot gevolg dat de schade van Financial Access, anders dan Financial Access heeft gesteld, met name voortvloeit uit het feit dat Financial Access in Bermuda of Hong Kong verlies van onderdelen van haar vermogen heeft geleden en niet in Nederland. Dat betekent dat de Nederlandse rechter ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak]geen rechtsmacht kan ontlenen aan artikel 5 aanhef en lid 3 EEX-Vo.

verbondenheid Nederlandse rechtssfeer

4.11.

Tot slot stelt Financial Access dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, omdat de vordering voldoende met de Nederlandse rechtssfeer is verbonden en het onaanvaardbaar is van haar te vergen dat de zaak aan het oordeel van een vreemde staat wordt onderworpen. Financial Access heeft feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgens haar de verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer blijkt. Het tweede vereiste, de onaanvaardbaarheid om van haar te vergen de zaak aan het oordeel van een vreemde staat te onderwerpen, heeft zij echter onvoldoende met feiten en omstandigheden onderbouwd. Nu deze onderbouwing ontbreekt - en [gedaagde in de hoofdzaak]bovendien heeft verklaard in [land] te wonen en bereid te zijn zijn adres op te geven - kan de Nederlandse rechter ten aanzien van [gedaagde in de hoofdzaak]hieraan dan ook geen rechtsmacht ontlenen.

4.12.

Gezien het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de incidentele vordering van [gedaagde in de hoofdzaak]moet worden toegewezen.

4.13.

Financial Access zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak]in het incident worden veroordeeld, begroot op € 452,00 aan salaris advocaat (1 punt x tarief II).

5 In de hoofdzaak

5.1.

Financial Access zal voorts in de proceskosten van [gedaagde in de hoofdzaak]in de hoofdzaak worden veroordeeld, nu zij nodeloos kosten heeft veroorzaakt door die hoofdzaak bij een onbevoegd gerecht aanhangig te maken. Nu partijen bij een gezamenlijke advocaat zijn verschenen, dienen de kosten te worden uitgesplitst. De kosten aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak]in de hoofdzaak zullen dan ook worden begroot op de helft van het door gedaagden betaalde griffierecht, te weten € 294,50.

5.2.

Door CTC Agency Services is in de hoofdzaak reeds geconcludeerd voor antwoord. Financial Access dient zich bij akte uit te laten omtrent het verloop van de verdere procedure tegen CTC Agency Services. Indien Financial Access een verdere behandeling wenst van deze vordering dient zij zich tevens uit te laten over de wijze van behandeling, nu de vordering tegen CTC Agency Services als nog meer subsidiair is gevorderd.

5.3.

In de zaak tegen CTC Agency Services zal gelet op het voorgaande iedere beslissing worden aanhouden.

6 In de hoofdzaak en in het incident

6.1.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld.

7 De beslissing

De rechtbank

in het incident

7.1.

verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak tegen [gedaagde in de hoofdzaak]kennis te nemen,

7.2.

veroordeelt Financial Access in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak]tot op heden begroot op € 452,00,

7.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak tegen [gedaagde in de hoofdzaak]

7.4.

veroordeelt Financial Access in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak]tot op heden begroot op € 294,50,

7.5.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak tegen CTC Agency Services

7.6.

verwijst de zaak tegen CTC Agency Services naar de rol van 5 november 2014 voor uitlating bij akte door Financial Access zoals onder 5.2. weergegeven en houdt iedere verdere beslissing in die zaak aan,

in de hoofdzaak en in het incident tegen [gedaagde in de hoofdzaak]

7.7.

veroordeelt Financial Access, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis volledig aan het vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis en, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, laatstbedoelde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW over deze bedragen met ingang van de vijftiende dag na de dag van betekening van het vonnis,

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Biller en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2014.1

1 type: coll: *