Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6357

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2014
Datum publicatie
30-09-2014
Zaaknummer
EA 14-740
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet en voorwaardelijke ontbinding. Diefstal op grotere schaal bij supermarktketen. Op beelden van (deels verborgen) bedrijfscamera’s zijn niet rechtstreeks diefstal door werknemer te zien, maar deze heeft geen afdoende verklaring voor dozen met goederen in de achterbak van zijn auto en niet afgerekende goederen in zijn tas. Ontbinding onder voorbehoud, zonder vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0834
AR 2014/714
Prg. 2014/275

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : EA 14-740

Datum : 19 september 2014

245

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op het verzoek van:

De besloten vennootschap DIRK VAN DEN BROEK SUPERMARKTEN B.V.

gevestigd te Velsen-Noord

verzoekster, nader te noemen Dirk van den Broek

gemachtigde: mr. R.J. Stoop

t e g e n:

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder, nader te noemen [verweerder]

gemachtigde: mr. T. van Leeuwen-Brinks (DAS Rechtsbijstand)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Dirk van den Broek heeft op 25 juli 2014 een - voorwaardelijk - verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft op 29 augustus 2014 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 2 september 2014. Voorafgaande aan de zitting heeft Dirk van den Broek nog producties ingezonden. Tegelijkertijd is mondeling behandeld een door [verweerder] gevorderde voorziening.

Ter zitting is Dirk van den Broek verschenen bij [naam] en de gemachtigde. [verweerder] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde.

Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van een pleitnota. De kantonrechter heeft vragen gesteld. Na verder debat is beschikking bepaald. Ook in het kort geding zal heden vonnis worden gewezen.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

[verweerder], thans 46 jaar oud, is op 10 juli 1999 in dienst van Dirk van den Broek getreden en was laatstelijk werkzaam als teamleider KW (kruidenierswaren). Het salaris bedroeg € 2.116,32 bruto per 4 weken exclusief vakantietoeslag. [verweerder] werkte bij het filiaal aan het [plaats] (verder ook het filiaal).

1.2.

De teamleider is leidinggevende van de medewerkers van de vulploeg en de verkoop-medewerkers en dient er op toe te zien dat het personeel zich aan de bedrijfsregels houdt. Daarnaast was [verweerder] als sleutelhouder geautoriseerd om het filiaal te openen en te sluiten.

1.3.

Eén van de bedrijfsregels bij Dirk van den Broek is dat men bij privé aankopen altijd het aankoopbewijs moet kunnen tonen.

1.4.

Dirk van den Broek heeft voor de interne beveiliging van de filialen en ten behoeve van interne fraudeopsporing een eigen dienst, geheten SecMan B.V. (verder SecMan). SecMan kan het filiaal en de medewerkers observeren, de beelden van de (verborgen) bedrijfscamera’s bekijken en uitgangscontroles houden.

1.5.

SecMan heeft begin mei 2014 de beelden van de bedrijfscamera’s in en bij het filiaal bekeken. Aanleiding daarvoor was een anonieme klacht over diefstal, die op grotere schaal door werk-nemers bij dit filiaal zou plaatsvinden. SecMan heeft op de beelden diverse onregelmatigheden geconstateerd.

1.6.

Op 6 mei 2014 heeft SecMan bij het filiaal vervolgens een observatie uitgevoerd. Tijdens de observatie werd geconstateerd dat de achterbak van de auto van [verweerder] door een medewerker met de autosleutels werd geopend en dat er twee dozen met goederen in werden geplaatst. De goederen waren uit het filiaal afkomstig en waren niet afgerekend. De beelden zijn door Dirk van den Broek in de procedure gebracht.

1.7.

Bij [verweerder] en een tweetal collega’s is voorts die avond een uitgangscontrole gehouden. Bij de controle bleek dat in de tas van [verweerder] zich goederen van Dirk van den Broek bevonden, waarvan [verweerder] geen aankoopbewijs kon tonen. Ook bevonden zich in de tas een aantal promotieartikelen van acties van Dirk van den Broek.

1.8.

Dirk van den Broek heeft de politie ingeschakeld, die [verweerder] en zijn collega’s heeft aangehouden.

1.9.

[verweerder] is dezelfde dag geschorst. Dirk van den Broek heeft dit bij brief van 7 mei 2014 bevestigd.

1.10.

SecMan heeft daarna nader beeldenonderzoek gepleegd. Daarbij zijn door SecMan nog op 30 maart 2014 en 7 april 2014 verdachte gedragingen van [verweerder] en een aantal collega’s geconsta-teerd. Ook deze beelden zijn in de procedure gebracht.

1.11.

Naar aanleiding van deze onderzoeksresultaten is [verweerder] op 14 mei 2014 uitgenodigd om de beelden te verklaren. Bij het gesprek heeft [verweerder] een diefstal ontkend en voor de gedragingen geen verklaring gegeven.

1.12.

Op 14 mei 2014 is [verweerder] op staande voet ontslagen. Het verwijt dat [verweerder] wordt gemaakt is het zonder toestemming meenemen van producten die aan Dirk van den Broek toebehoren en betrokkenheid bij het plegen van diefstal door collega’s.

1.13.

Ook de collega’s is op 14 mei 2014 ontslag op staande voet aangezegd, nadat met hen in gesproken. Eén van de collega’s , [collega], heeft verklaard dat hij van [verweerder] niet-afgerekende spullen in de kantine moest leggen en dat hij heeft gezien dat [verweerder] ze in zijn tas stopte.

1.14.

Bij brief van 20 mei 2014 heeft de gemachtigde van [verweerder] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

Verzoek

2.

Dirk van den Broek verzoekt - onder het voorbehoud dat deze thans nog bestaat - ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en stelt primair dat [verweerder] zich zodanig heeft gedragen dat dit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 lid 1 BW heeft opgeleverd. Daarnaast vraagt Dirk van den Broek subsidiair ontbinding wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Daarbij behoort [verweerder] geen vergoeding te worden toegekend.

3.

Dirk van den Broek stelt - kort gezegd - dat zij een streng beleid, dat in de bedrijfsregels uiteen wordt gezet, heeft bij aankopen van goederen door medewerkers in de filialen. Alle medewerkers van Dirk van den Broek weten dat iedere vorm van diefstal direct leidt tot ontslag op staande voet. Dat beleid kan alleen stand houden, als zij het consequent hanteert. Dirk van den Broek wijst haar medewerkers regelmatig op dit beleid. Zij worden op verschillende wijze geconfronteerd met de geldende regels.

4.

[verweerder] vervult de positie van teamleider KW, hij is leidinggevende. Hij heeft een voorbeeldfunctie. Als geen ander is [verweerder] van de bedrijfsregels op de hoogte. Niettemin heeft [verweerder] de bedrijfsregels met voeten getreden en heeft hij goederen ontvreemd uit het filiaal, dan wel medewerking verleend aan medewerkers of heeft hen gelegenheid geboden. Na de constateringen staat dat als een paal boven water.

5.

Dirk van den Broek merkt dit aan als een dringende reden voor ontslag op staande voet. Onder het voorbehoud dat de arbeidsovereenkomst thans nog bestaat vraagt zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van een dringende reden en subsidiair op grond van verandering van omstandigheden. Het gebeuren is te ernstig om af te doen met een mindere sanctie. Bovendien heeft Dirk van den Broek altijd bij diefstal de medewerker ontslagen.

6.

Voor het geval dat de gedragingen van [verweerder] niet als een dringende reden kwalificeren, voert Dirk van den Broek aan dat zij door zijn gedrag geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met [verweerder]. [verweerder] had in elk geval een nadere geloofwaardige verklaring kunnen geven voor de geconstateerde feiten. Dit heeft hij geweigerd.

Verweer

7.

[verweerder] betwist dat zich een dringende reden heeft voorgedaan en ook dat er overigens gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door Dirk van den Broek bedoelde zin. [verweerder] verzet zich tegen de door Dirk van den Broek gevorderde ontbinding. Hij heeft 15 jaar lang met veel plezier bij Dirk van den Broek gewerkt en heeft altijd goed gewerkt.

8.

[verweerder] voert ter ondersteuning van zijn stellingen - kort gezegd - aan dat hij erkent dat diefstal niet geoorloofd is. Ook erkent [verweerder] dat hij uit hoofde van zijn functie erop moet toezien dat het personeel zich aan de bedrijfsregels houdt. [verweerder] kan zich echter niet verenigen met de verwijten die aan jegens hem worden geuit.

9.

[verweerder] gaat gedetailleerd en uitgebreid in op de beelden, die van de gebeurtenissen op 6 mei 2014, 7 april 2014 en 30 maart 2014 zijn gemaakt. [verweerder] erkent daarbij dat hij van de inhoud van zijn tas op 6 mei 2014 geen aankoopbewijs kan tonen, maar hij kan de inhoud wel verklaren. Deels is het terug te voeren op een misverstand bij een collega en deels op een misverstand bij [verweerder] zelf. Van de goederen die zich in zijn auto bevonden, stelt [verweerder] dat hij niet degene is geweest die de spullen in de auto heeft geplaatst en dat hij er niet van op de hoogte was. Ook voor de gebeurtenissen op 7 april 2014 en 30 maart 2014 heeft [verweerder] verklaringen. [verweerder] betwist daarbij dat op de beelden van de camera’s te zien is, dat hij goederen ontvreemdt. Dirk van den Broek heeft daarbij onjuiste aannames omtrent de kassabonnen en de bewegingen van het personeel binnen en buiten het zicht van de camera’s.

10.

De beschuldigingen staan in schril contrast tot hetgeen in de beoordeling van [verweerder] van 21 maart 2014 staat vermeld. Zeer recent nog werd [verweerder] ’s inzet en betrokkenheid geprezen en er stond zelfs dat hij super loyaal was, betrouwbaar en een echte teamspeler was. [verweerder] kreeg complimenten. Dit strookt niet met het beeld dat Dirk van den Broek nu van [verweerder] schetst. Het is dan ook alles behalve geloof-waardig te noemen, dat de leidinggevende van [verweerder] zou zijn ontgaan dat [verweerder] het niet zo nauw zou nemen met de bedrijfsregels. [verweerder] onderscheidt zich juist op het gebied van samenwerking. Volgens [verweerder] kan niet worden geconcludeerd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Dat blijkt ook niet uit de camerabeelden. Uit de beelden wordt dit niet duidelijk. Wel wordt duidelijk dat anderen zich aan diefstal schuldig hebben gemaakt. Van [verweerder] kan dat simpelweg niet worden gezegd.

11.

Voor het geval geoordeeld wordt dat niettemin de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, verzoekt [verweerder] rekening te houden met de opzegtermijn, dan wel de termijn te verdisconteren in een hogere vergoeding. Omtrent de vergoeding bepleit [verweerder] toepassing van de kantonrechtersformule met C=1,25, hetgeen resulteert in een bedrag van € 41.784,19 bruto. De kansen van [verweerder] op de arbeids-markt zijn door zijn eenzijdige werkervaring ernstig afgenomen, hetgeen nog wordt versterkt door opname van de gegevens van [verweerder] in het Waarschuwingsregister van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel.

Beoordeling

12.

Dirk van den Broek heeft aan haar verzoek primair een dringende reden ten grondslag gelegd. Met Dirk van den Broek is de kantonrechter van oordeel dat het verwijt dat [verweerder] wordt gemaakt, zeer ernstig is. Met of zonder bedrijfsregels geldt dat (grootscheepse) diefstal van bedrijfseigendommen door medewerkers kwalificeert als een dringende reden, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden.

13.

[verweerder] heeft echter betwist bij diefstal, aanzetten tot diefstal of het niet naleven van bedrijfsregels betrokken te zijn (geweest). Het ligt daarmee op de weg van Dirk van den Broek om die verweten gedragingen in deze procedure - die zich naar zijn aard niet leent voor uitgebreide, nadere bewijsvoering, hetgeen door geen van beide partijen overigens is aangeboden - in zodanige ruime mate aannemelijk te maken dat de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden kan worden ontbonden.

14.

Met Dirk van den Broek is de kantonrechter van oordeel dat zij dat ruimschoots heeft gedaan, ondanks het feit dat de beelden van de bedrijfscamera’s geen eenduidige diefstal door [verweerder] laten zien. [verweerder] heeft echter ten aanzien van de gebeurtenissen op 6 mei 2014, voor de aanwezigheid van de twee dozen niet afgerekende goederen in de achterbak van zijn auto geen redelijkerwijs afdoende verklaring kunnen geven en voor de goederen in zijn tas, waarvan hij geen aankoopbewijs kon tonen, evenmin. De verklaringen van [verweerder] voor de dozen in zijn auto en de goederen in zijn tas zijn onaannemelijk, onwaarschijnlijk en overtuigen niet. Bovendien heeft [collega], zijn collega, verklaard in opdracht van [verweerder] de goederen in de kantine te hebben gelegd en dat [verweerder] die in zijn tas heeft gestopt.

15.

Ook voor de beelden van de bedrijfscamera’s van 30 maart 2014 en 7 april 2014 heeft [verweerder] geen geloofwaardige verklaring kunnen geven. De gedragingen van de medewerkers op de beelden sterken de kantonrechter dan ook in haar oordeel dat gedurende langere tijd op grote schaal diefstal in het filiaal heeft plaats gevonden en dat [verweerder] daarin een (grote) rol heeft gespeeld. Of hij zelf de diefstallen heeft gepleegd dan wel zijn medewerkers dat feitelijk liet doen, is van ondergeschikt belang.

16.

Maar ook in het geval dat [verweerder] geen betrokkenheid bij de diefstallen heeft gehad, dient de arbeids-overeenkomst te worden ontbonden. In dat geval namelijk heeft [verweerder] door onvoldoende verklaring te geven voor de constateringen op 6 mei 2014, het over zich afgeroepen dat Dirk van den Broek geen vertrouwen meer heeft in zijn functioneren. Het feit dat [verweerder] een lang dienstverband heeft, waarbinnen hij goed functioneerde, doet hieraan niet af. Dirk van den Broek kon en mocht haar vertrouwen in [verweerder] verliezen.

17.

Het vorenstaande impliceert dat het verzoek van Dirk van den Broek wordt toegewezen, zonder dat daaraan een vergoeding wordt verbonden. Nu aan [verweerder] geen vergoeding wordt toegekend, hoeft aan Dirk van den Broek geen gelegenheid te worden geboden haar verzoek in te trekken.

18.

Er zijn termen de proceskosten te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

Onder het voorbehoud dat de arbeidsovereenkomst thans nog bestaat:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2014;

wijst het meer of anders verzochte af;

en zonder voorbehoud:

bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014 in aanwezigheid van de griffier.


De griffier

De kantonrechter