Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6288

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
26-09-2014
Zaaknummer
EA 14-661
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst met verpleegkundige. Familielid van werknemer is opgenomen in de instelling waar werknemer werkzaam is, zij het op een andere afdeling. Werknemer is niet de behandelaar. Onder druk van familie en als gevolg van opmerkingen van collega’s heeft werknemer in anderhalf jaar 469 keer het dossier van het familielid geraadpleegd. Werknemer heeft de behandelaars noch leidinggevende daarover geïnformeerd. Werknemer had moeten weten dat dit verboden is en in strijd met de geheimhoudingsverplichting. Het handelen van werknemer valt in beginsel aan te merken als een dringende reden. Werkgever valt echter te verwijten dat er geen protocol is voor situaties als deze, waarin een familielid van een werknemer moet worden opgenomen op de locatie waar de betreffende werknemer werkzaam is. Werkgever had werknemer dienen over te plaatsen of in elk geval de problemen dienen te signaleren en werknemer expliciet een overplaatsing dienen aan te bevelen. Alles wegende volgt ontbinding met een beperkte vergoeding (C=0,3).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0830
GZR-Updates.nl 2014-0399
AR 2014/704

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : EA 14-661

Datum : 29 augustus 2014

245

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op het verzoek van:

STICHTING ARKIN

gevestigd te Amsterdam

verzoekster, nader te noemen Arkin

gemachtigde: mr. P.A.A. Lelijveld

t e g e n:

[naam verweerster]

wonende te [plaats]

verweerster, nader te noemen [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.F. Hilberdink

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Arkin heeft op 1 juli 2014 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [gedaagde] heeft op 25 juli 2014 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 25 augustus 2014. Voorafgaande aan de zitting heeft Arkin nog producties ingezonden.

Ter zitting is Arkin verschenen bij [naam 1] en [naam 2] en de gemachtigde. [gedaagde] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde.

Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van een pleitnota. De kantonrechter heeft vragen gesteld. Na verder debat is beschikking bepaald.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

[gedaagde], [leeftijd], is sedert 15 september 2000 in dienst van Arkin laatstelijk als verpleegkundige I. Het brutosalaris bedraagt € 2.904,93 per maand exclusief vakantietoeslag. [gedaagde] werkt 32 uur per week.

1.2.

[gedaagde] was voorheem werkzaam bij de rechtsvoorgangster van Arkin, op [naam locatie 1]. Die locatie is gesloten, waarna [gedaagde] is herplaatst (uiteindelijk) op [naam locatie 2], afdeling verslaving en psychiatrie (VenP). Op deze locatie zijn 4 VenP-afdelingen ondergebracht. [gedaagde] is werkzaam bij afdeling VenP4. Buiten [naam locatie 2] is er geen locatie waar Arkin psychiatrische verslavingszorg aanbiedt.

1.3.

Sinds 2007 is de zuster van [gedaagde] (verder de zus) voor ernstige psychiatrische - en verslavings-problematiek onder behandeling bij Mentrum, op de locatie van Arkin aan [adres]. Meer recent is de zus overgeplaatst naar [naam locatie 2], eerst op de afdeling VenP1, later op VenP3. Zij heeft steeds op een andere afdeling dan VenP4 gezeten. De afdelingen zijn onderling gescheiden.

1.4.

[gedaagde] is niet de behandelaar van de zus. In het systeem van Arkin is [gedaagde] niet genoemd als de contactpersoon van de zus. [gedaagde] is niet professioneel bij de behandeling van de zus betrokken.

1.5.

Bij Arkin zijn de persoonsgegevens en het verslag van de behandeling van patiënten opgenomen in een persoonsdossier, dat digitaal toegankelijk is voor medewerkers binnen de locatie of andere locaties waar de patiënt eerder onder behandeling is geweest.

1.6.

Toen de zus bij VenP geplaatst werd hebben [gedaagde] en haar leidinggevende [naam 3] (hoofd behandelzaken) en [naam 2] (hoofd bedrijfsvoering) met [gedaagde] over de plaatsing en wat dat voor [gedaagde] betekende gesproken. Daarbij is het werken op een andere locatie aan de orde geweest; partijen verschillen van mening over de wijze waarop.

1.7.

In de periode januari 2013 - juni 2014 heeft [gedaagde] 469 keer het dossier van haar zus bij Arkin geraadpleegd. Zij had daarvoor geen toestemming van de behandelaar, van haar leidinggevende of van iemand binnen de organisatie. [gedaagde] heeft dit niet aan Arkin gemeld.

1.8.

In juni 2014 heeft de zus van [gedaagde] melding gemaakt van het feit dat familieleden kennis hadden van informatie, die zij in vertrouwen aan haar behandelaar had verstrekt en dat zij dat vervelend vond. Arkin heeft toen het systeem nagekeken en bemerkt dat [gedaagde] veelvuldig had ingelogd in het dossier.

1.9.

Op 19 juni 2014 heeft Arkin daar met [gedaagde] over gesproken. Aansluitend aan het gesprek heeft Arkin [gedaagde] op non-actief gesteld. Op 26 juni 2014 hebben partijen een vervolggesprek gevoerd en heeft Arkin [gedaagde] meegedeeld dat zij zou streven naar een beëindiging van het dienstverband.

1.10.

[gedaagde] heeft het werk niet hervat.

Verzoek en verweer

2.

Arkin verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en stelt dat [gedaagde] zich zodanig heeft gedragen dat dit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 lid 1 BW heeft opgeleverd. Daarnaast vraagt Arkin ontbinding wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Daarbij behoort [gedaagde] geen vergoeding te worden toegekend.

3.

Arkin stelt - kort gezegd - dat [gedaagde] niet heeft gehandeld zoals van een professional mag worden verwacht. Zij heeft door in het dossier van haar zus te kijken, de integriteitsregels ernstig geschonden. [gedaagde] was niet de behandelaar van haar zus en volgens Arkin ook niet de contactpersoon. Maar zelfs indien zij dat wel was, dan nog mag [gedaagde] slechts met toestemming van de zus én de behandelaar hooguit een door de behandelaar van de zus goedgekeurd afschrift van het dossier inzien. Toestemming(en) had [gedaagde] niet en een afschrift heeft zij niet gevraagd. Zij heeft zichzelf toegang verschaft middels het systeem van Arkin. Het inloggen wordt wel geregistreerd, maar is alleen te zien als men er speciaal naar zoekt.

4.

Artikel 88 van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) legt artsen en verpleegkundigen geheimhouding op. Ook artikel 457 BW geeft aan het medische beroepsgeheim invulling. Dit beroepsgeheim heeft [gedaagde] doorbroken. Als BIG-geregistreerde is [gedaagde] van deze regels zeer goed op de hoogte en het 469 keer raadplegen van het dossier van haar zus, gaat alle perken te buiten.

5.

Arkin merkt dit aan als een dringende reden voor ontslag op staande voet, doch vanwege het langere dienstverband, de goede staat van dienst van [gedaagde] en haar persoonlijke omstandigheden, heeft Arkin geen ontslag op staande voet willen geven. Deswege vraagt zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van een dringende reden en subsidiair op grond van verandering van omstandigheden. Het gebeuren is te ernstig om af te doen met een waarschuwing. Bovendien heeft Arkin altijd bij onrechtmatige inzage de medewerker ontslagen.

6.

[gedaagde] betwist dat zich een dringende reden heeft voorgedaan en ook dat er overigens gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door Arkin bedoelde zin. [gedaagde] verzet zich tegen de door Arkin gevorderde ontbinding. Zij heeft haar werk altijd met grote toewijding en veel inzet gedaan en wenst haar baan te behouden.

7.

[gedaagde] voert ter ondersteuning van haar stellingen - kort gezegd - aan dat zij contactpersoon van haar zus was, dat zij haar zus’ toestemming had om het dossier in te kijken en dat zij niet wist dat zij - door dat te doen - ontslagen zou kunnen worden. Het systeem laat toe dat [gedaagde] inlogt in het dossier en de regels daarvoor zijn niet geheel duidelijk. Nergens in de reglementen staat dat als contactpersoon van haar zus het [gedaagde] niet is toegestaan in het dossier van haar zus te kijken. Haar zus vroeg [gedaagde] regelmatig om in haar dossier te kijken. Aan dat verzoek heeft [gedaagde] gehoor gegeven. Zij heeft die informatie niet met derden gedeeld en heeft dus de geheimhoudingsverplichting niet geschonden.

8.

Het valt daarbij Arkin te verwijten dat [gedaagde] moest blijven werken op de locatie, waar haar zus was opgenomen. Toen [gedaagde] werd herplaatst na sluiting van [naam locatie 1], heeft ze gesolliciteerd bij Mentrum aan [adres]. Daar werd zij niet geplaatst vanwege het verblijf van haar zus destijds. Toen haar zus bij VenP werd geplaatst, heeft [gedaagde] gevraagd om overplaatsing. Dit werd haar geweigerd. Zij was verpleegkundige en moest als professional hiermee om kunnen gaan, werd haar gezegd. [gedaagde] heeft veel last gehad van het feit dat haar zus op dezelfde locatie zat, maar heeft daarover niet met haar leidinggevende durven spreken omdat haar eerder te verstaan was gegeven dat ze gewoon haar werk moest doen.

9.

[gedaagde] begrijpt inmiddels dat wat zij heeft gedaan niet is toegestaan, maar de verweten gedraging is niet zo ernstig dat er daarom een einde aan de arbeidsovereenkomst moet komen. Een waarschuwing of berisping is voldoende. Bovendien is [gedaagde] bereid tijdelijk - zolang haar zus bij VenP wordt behandeld - op een andere locatie van Arkin te gaan werken.

10.

Tot slot wijst [gedaagde] op de duur van haar verder onberispelijke dienstverband, het feit dat zij ondanks een dubbele nekhernia altijd haar werkzaamheden heeft vervuld en haar persoonlijke omstandigheden. Een gezin met drie kinderen is mede afhankelijk van haar inkomen.

Beoordeling

11.

Met Arkin is de kantonrechter van oordeel dat het verwijt dat [gedaagde] kan worden gemaakt, zeer ernstig is. [gedaagde] is niet de behandelaar van haar zus. Zij had zichzelf nooit toegang tot het elek-tronische patiëntendossier van haar zus mogen verschaffen, zonder daarvoor voorafgaande toestem-ming te hebben van de behandelaar(s) van haar zus, ook niet als zij daarvoor toestemming had van haar zus en/of de zus er expliciet om heeft gevraagd. De geheimhoudingsverplichting, die op behan-delaars rust, brengt mee dat de behandelaars beslissen welke informatie aan wie verstrekt kan wor-den. Het is hun recht. [gedaagde] heeft - zo staat vast - daar in vergaande mate en op onaanvaardbare wijze inbreuk gemaakt.

12.

Dat [gedaagde] niet wist dat zij ongeoorloofd handelde, wordt niet geloofwaardig geacht. Als ervaren BIG-geregistreerde verpleegkundige moet [gedaagde] hiervan geweten hebben. Het is immers de kern van de professional-patiënt relatie. De patiënt moet er blind op kunnen vertrouwen dat hetgeen hij/zij aan de behandelaar meedeelt, vertrouwelijk blijft en niet aan eigenmachtig handelende derden ter kennis komt. Dat de bedoelingen van die derden (waarschijnlijk) goed zijn, doet daar niet aan af. Of men wel of niet contactpersoon van de patiënt is, evenmin. [gedaagde] had dan, net als iedere andere contactpersoon, de behandelaar om een afschrift van het dossier moeten vragen. Zij had nooit eigenmachtig in het dossier mogen kijken.

13.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat zij onder druk van haar familie en collega’s - die haar aanspraken op het gedrag van haar zus - heeft gehandeld. Ook dit wordt niet als excuus aanvaard. Niet alleen had [gedaagde] in dat geval met haar leidinggevende of de vertrouwenspersoon dienen te spreken, hetgeen zij niet heeft gedaan, maar tevens spreekt tegen deze stelling van [gedaagde] het feit dat zij over een lange periode veelvuldig het dossier heeft geraadpleegd, soms meerdere keren per dag.

14.

Dat niettemin in casu geoordeeld wordt dat geen sprake is van een dringende reden is gelegen in het feit dat ook Arkin een verwijt kan worden gemaakt. Arkin had ervoor dienen zorg te dragen dat [gedaagde] niet in deze positie kwam te verkeren. Binnen de instelling is klaarblijkelijk geen protocol aanwezig, waarin is weergegeven hoe te handelen als een (direct) familielid van een medewerker in de locatie waar die medewerker werkzaam is, wordt opgenomen. Arkin had in elk geval bij plaatsing van de zus op [naam locatie 2] met [gedaagde] expliciet deze consequentie moeten bespreken en haar indringend (en schriftelijk) moeten verzoeken een tijdelijke overplaatsing te accepteren. De situatie aan de orde laten komen in een gesprek, is onvoldoende.

15.

Mee telt ook dat [gedaagde] kan bogen op een langer dienstverband waarbinnen zij goed heeft gefunctioneerd, terwijl het een zwaar beroep betreft. Voorts weegt mee dat de opname van haar zus in de instelling niet de keuze van [gedaagde] is geweest en dat de druk vanuit haar familie omtrent het geven van informatie hoog zal zijn geweest.

16.

Het vorenstaande impliceert dat het verzoek, voor zover gebaseerd op een dringende reden, wordt afgewezen. Wel wordt op grond van het bovenstaande vastgesteld dat Arkin haar vertrouwen in [gedaagde] is verloren en kon verliezen. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. Alles wegende wordt geoordeeld dat aan [gedaagde] ten laste van Arkin een - zij het beperkte - vergoeding toekomt.

17.

Nu aan [gedaagde] een vergoeding wordt toegekend, moet aan Arkin de gelegenheid worden geboden haar verzoek in te trekken.

18.

Er zijn termen de proceskosten te compenseren, behoudens in het geval dat Arkin het verzoek intrekt, in welk geval Arkin in de kosten aan de zijde van [gedaagde] wordt veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2014;

kent aan [gedaagde] een vergoeding toe ten laste van Arkin ter hoogte van € 7.000,00 bruto, een en ander strekkende tot aanvulling van door [gedaagde] te ontvangen uitkeringen dan wel elders verdiend loon;

veroordeelt Arkin tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek door Arkin uiterlijk op 15 september 2014 wordt ingetrokken;

wijst het meer of anders verzochte af;

bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, behoudens in het geval Arkin het verzoek zal intrekken, in welk geval Arkin wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde], die tot op heden worden begroot op € 545,- voor salaris van haar gemachtigde, voorzover verschuldigd, inclusief BTW.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2014 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter