Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6189

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-09-2014
Datum publicatie
23-09-2014
Zaaknummer
CV 14-23549
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erkende vordering; toepassing artikel 237 lid 5 RV; deel griffierecht blijft voor rekening eiser

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/89

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : CV 14-23549

Datum : 2 september 2014

178

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

de onderlinge waarborgmaatschappij OWM Centrale Zorgverzekeraars groep

gevestigd te Tilburg

eiseres

gemachtigde: Flanderijn en Van Eck gerechtsdeurwaarders

t e g e n:

[gedaagde]

wonende te [plaats]

gedaagde

procederende in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

  • -

    de dagvaarding van 11 augustus 2014 inhoudende de vordering van eiseres

  • -

    de conclusie van antwoord van gedaagde

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 567,64 aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten, een en ander wegens premieachterstand in verband met een tussen partijen gesloten ziektekostenovereenkomst.

2.

Gedaagde heeft de vordering erkend en heeft aangevoerd inmiddels een betalingsregeling te hebben getroffen. Hij verzoekt de rechter een kostenveroordeling achterwege te laten, nu hij zijn zaken net weer wat op de rails heeft en door die kosten in verder schuldherstel zal worden belemmerd.

3.

De vordering is als erkend toewijsbaar.

4.

Door het op een procedure te laten aankomen heeft gedaagde eiseres genoodzaakt om kosten te maken, zowel buitengerechtelijke als proceskosten. Er is gelet daarop in beginsel geen grond om deze kosten voor rekening van eiseres te laten komen. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten is daarom toewijsbaar terwijl gedaagde voorts in de proceskosten zal worden veroordeeld.

5.

Over de hoogte van de voor rekening van gedaagde komende proceskosten wordt evenwel overwogen als volgt. Het betreft hier een vordering van € 567,64. Voor een vordering van een dergelijke hoogte is een griffierecht van € 462,00 verschuldigd. Voor een vordering tot € 500,00 bedraagt het griffierecht € 115,00. Ter besparing van kosten, rekening houdende met de gerechtvaardigde belangen van gedaagde, had eiseres hier kunnen kiezen voor een beperking van de vordering tot € 500,00 onder reservering van het meerdere.

6.

In het bovenstaande wordt aanleiding gevonden tot toepassing van artikel 237 lid 5 RV. Dat betekent dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag aan griffierecht ter hoogte van € 219,00 en dat het meerdere voor rekening van eiseres blijft. Voor het overige is er geen aanleiding voor matiging van kosten.

7.

Dit betekent dat de vordering van eiseres wordt toegewezen zoals hieronder wordt bepaald.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 567,64, vermeerderd met de wettelijke rente over € 489,20 vanaf 11 augustus 2014 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht

219,00

- voor het exploot van dagvaarding

95,43

- voor salaris van gemachtigde

100,00

In totaal:

414,43

voor zover van toepassing inclusief BTW;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. L. Voetelink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter