Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6151

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2014
Datum publicatie
22-09-2014
Zaaknummer
C/13/568723 / KG ZA 14-882
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige publicatie. Vanwege de gebrekkige feitelijke onderbouwing alsmede vanwege de wijze waarop de verdenkingen zijn ingekleed worden een achttal artikelen van crimesite Camilleri door de voorzieningenrechter onrechtmatig geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/568723 / KG ZA 14-882 SP/MV

Vonnis in kort geding van 18 september 2014

in de zaak van

1 [eiser],

wonende te [woonplaats 1],
2. [eiseres],
wonende te [woonplaats 2] ([land]),

eisers bij gelijkluidende dagvaardingen van 4 en 5 augustus 2014,

advocaat mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 3] ([land]),
advocaat mr. J.J.H.S. Thomassen te Maastricht,

2. de coöperatie

COÖPERATIEVE CRIMESITE CAMILLERI U.A.,

gevestigd te Zoetermeer,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats 4],
advocaat van gedaagden sub 2 en 3 mr. V.C. van der Velde te Almere,

gedaagden.

Eisers zullen hierna ook [eiser] en [eiseres] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna ook [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] worden genoemd.

1. De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 4 september 2014 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

Ter zitting waren aanwezig [eiser] met mr. Van Woudenberg en haar kantoorgenoot mr. R. Siemeling, [gedaagde 1] met mr. Thomassen en [gedaagde 3] met mr. Van der Velde.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

1.2.

Ter zitting hebben eisers bezwaar gemaakt tegen de door Camilleri en [gedaagde 3] in het geding gebrachte producties. Zij hebben daartoe aangevoerd dat de producties de ochtend van de zitting in het geding zijn gebracht, hetgeen in strijd is met het procesreglement, waarin is voorgeschreven dat producties tenminste 24 uur voor aanvang van de zitting in het geding moeten worden gebracht. Bovendien waren Camilleri en [gedaagde 3] al geruime tijd op de hoogte van dit kort geding en beschikten zij ook al geruime tijd over de desbetreffende producties alsmede over de bijstand van een advocaat. Eisers worden door deze gang van zaken in hun belangen geschaad omdat de raadsvrouw van eisers de producties niet meer met haar cliënten heeft kunnen bespreken, aldus eisers. De voorzieningenrechter heeft de producties van Camilleri en [gedaagde 3] ondanks de terechte bezwaren van eisers toegelaten. Voor de beoordeling van de zaak is immers van belang dat de voorzieningenrechter beschikt over een volledig dossier. Om aan de bezwaren van eisers tegemoet te komen is de zitting ongeveer een half uur geschorst voor overleg tussen [eiser] en zijn raadsvrouw.



2. De feiten

2.1.

[eiser] en [eiseres] zijn met elkaar gehuwd. [eiser] is van januari 2008 tot 22 november 2010 directeur geweest van het [hotel] in Accra (Ghana). Van september 2007 tot 13 mei 2013 is [eiser] woonachtig geweest naast dit hotel. Vanaf 13 mei 2013 verblijft [eiser] in Nederland. [eiseres] is in Ghana achtergebleven.

2.2.

[gedaagde 1] is eigenaar van het hiervoor genoemde hotel en derhalve de ex-werkgever van [eiser]. [gedaagde 1] is door de plaatselijke autoriteiten aangesteld als medeverantwoordelijke voor de ontwikkeling (‘chief development’) van het gebied Somey in de Volta-regio te Ghana. In Ghana wordt voor een dergelijke functie ook wel de naam ‘King’ gebruikt.
[gedaagde 1] beschikt over de website [naam website 1]. Op deze website kan worden doorgeklikt naar de website www.camilleri.nl.

2.3.

Camilleri exploiteert de websites www.camilleri.nl (hierna ook de website van Camilleri) en www.camillerinieuws.wordpress.com. [gedaagde 3] is voorzitter van het bestuur van Camilleri en uitgever van de internetpagina’s van Camilleri. Op de website van Camilleri is onder meer het volgende vermeld.

Crimesite Camilleri is een snelgroeiende misdaadsite die dagelijks vele bezoekers trekt. Wat in 2010 door de initiatiefnemers is begonnen, is medio 2012 uiteindelijk geheel overgenomen door zogenoemde “ouden rotten in het vak” en inmiddels anno 2013 gefaseerd aangevuld met zeer creatieve en deskundige medewerkers. Iedereen binnen Crimesite Camilleri heeft zich geconformeerd aan de code op een verantwoordelijke wijze het nieuws waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier te brengen.
(…)
Crimesite Camilleri is een journalistiek medium die alleen plaats heeft voor professionele verslaggevers met een evenzo beroepshouding. Alle medewerkers houden zich aan de richtlijnen zoals die zijn vastgelegd door de beroepsvereniging van journalisten en internationale organisaties. Als organisatie onderwerpt Crimesite Camilleri zich bij formele klachten aan het onafhankelijk oordeel van de Raad voor de Journalistiek. Crimesite Camilleri als ondeelbaar geheel met haar medewerkers, garandeert de bronnen bronbescherming en zal zich beroepen op verschoningsrecht zoals dat in het Nederlandse rechtssysteem is vastgelegd.
(…)

2.4.

Op de website van Camilleri is vermeld dat maandelijks gemiddeld 450.000 bezoekers de website bezoeken.

2.5.

Tussen [eiser] en [gedaagde 1] is een geschil gerezen, dat is geëscaleerd op 21 november 2010. Op die dag is de Ghanese politie (samen met [gedaagde 1]) het huis van [eiser] binnengevallen en heeft de politie een laptop en telefoon die in gebruik waren bij [eiser] meegenomen en aan [gedaagde 1] meegegeven. [gedaagde 1] heeft naar aanleiding van deze gebeurtenissen op 15 december 2010 een gesprek gevoerd met [persoon 1], brigadier van politie Limburg-Zuid. Blijkens het door [persoon 1] opgemaakte gespreksverslag heeft [gedaagde 1] tijdens dit gesprek – samengevat weergegeven – het volgende verklaard:
- [gedaagde 1] heeft in Ghana van drie journalisten vernomen dat een moordaanslag op hem is beraamd; de journalisten beschikten over een geluidsband die door [gedaagde 1] is beluisterd en waarop te horen is dat [eiser] met zes mensen bespreekt dat het de bedoeling is om [gedaagde 1] te vermoorden;
- de Ghanese politie heeft [eiser] opgepakt en heeft bij hem thuis een illegaal pistool gevonden; ook heeft de politie de telefoon en laptop (eigendom van het hotel van [gedaagde 1]) in beslag genomen;
- [eiser] heeft kennelijk $ 126.000,- uit het hotel gesluisd;
- de zoon van [gedaagde 1] heeft op de in beslag genomen laptop mailverkeer gevonden waaruit blijkt dat [eiser] en [eiseres] zich tegen betaling hebben bezig gehouden met de adoptie van een Ghanees jongetje door een Duits echtpaar; volgens [gedaagde 1] was dit echtpaar te oud om een kind te mogen adopteren zodat duidelijk is dat [eiser] heeft meegedaan aan illegale adoptie;
- ook heeft [gedaagde 1] op de laptop memoires (een dagboek) van [eiser] aangetroffen.

2.6.

Op 4 februari 2011 heeft [gedaagde 1] aangifte gedaan tegen [eiser] bij de politie Limburg-Zuid ter zake van het meerdere keren bedreigen met de dood door [eiser], gepleegd tussen 21 november 2010 en 1 februari 2011.

2.7.

Op 4 februari 2011 heeft [eiser] bij de politie Rotterdam-Rijnmond aangifte gedaan van smaad en laster tegen zijn persoon op de website [naam website 2] welke website volgens [eiser] stond geregistreerd op naam van een vennootschap van [gedaagde 1] en op het kantooradres van deze vennootschap in Maastricht. Volgens [eiser] is hij er op deze website ten onrechte van beschuldigd dat hij een moordaanslag op [gedaagde 1] zou hebben beraamd. De memoires van [eiser], die [gedaagde 1] heeft aangetroffen op zijn in beslag genomen laptop, zijn volgens [eiser] in gemanipuleerde vorm eveneens gepubliceerd op deze website. De website [naam website 2] is inmiddels offline.

2.8.

Op 30 juni 2012 heeft [eiser] bij de politie Rotterdam-Rijnmond aangifte gedaan van smaad tegen [gedaagde 1] naar aanleiding van berichten over [eiser] op de website [naam website 3] (de voorzieningenrechter merkt hierbij op dat waarschijnlijk bedoeld is de website [naam website 1]). Op 22 augustus 2013 heeft [eiser] bij de politie Rotterdam-Rijnmond opnieuw aangifte gedaan tegen [gedaagde 1] van smaad, laster en bedreiging.

2.9.

Als productie 24, 25 en 26 hebben eisers drie publicaties in het geding gebracht afkomstig van de website [naam website 1]. Op de website is eveneens een foto van [eiseres] geplaatst. In de eerste publicatie is het volgende opgenomen:

PERSBERICHT
Hiermede verklaart [gedaagde 1] dat het verhaal over misbruik van een minderjarige volledig onjuist en uit de lucht gegrepen is.
Het gaat om een lastercampagne die wordt gevoerd door [eiser], de rancuneuze ex-directeur van het [hotel] in Ghana dat eigendom is van [gedaagde 1].
De wegens illegale adoptiehandel en disfunctioneren ontslagen directeur probeert reeds 2 jaar dit bizarre verhaal te slijten aan de media.
Uit politieonderzoek is vast komen te staan dat het een set up betreft, om door middel van valse aangiftes karaktermoord op [gedaagde 1] te plegen.
In november 2011 oordeelt ook de rechtbank in de hoofdstad Accra dat de aantijgingen onjuist zijn. [eiser] en diens vrouw [eiseres] wordt verboden om zich in de media in Ghana en in het buitenland verder over [gedaagde 1] uit te laten.
Naar aanleiding hiervan wordt de valse verklaring van de 20 jarige vrouw ingetrokken in het bijzijn van haar eigen advocaat en in de aanwezigheid van een TV ploeg.
In dat kader loopt er momenteel in Ghana een justitieel onderzoek wegens valse aangifte, laster en smaad tegen [eiser], [eiseres] en de betrokken vrouw.


2.10. In de tweede publicatie op de website [naam website 1] is onder meer het volgende opgenomen:

(…)
ADOPTIESCHANDAAL
In 2010 wordt middels gegevens in de bedrijfscomputer van het hotel ontdekt dat [eiser] en [eiseres] zich hebben verrijkt aan illegale adoptiehandel. Zij regelden tegen betaling de adoptie van een 5 jarig jongetje door een Duits echtpaar (woonachtig in Nederland) dat niet meer voor adoptie in aanmerking kwam. De potentiële adoptieouders overnachtten in het hotel en het kantoor werd gebruikt voor de administratieve afhandeling. [gedaagde 1] is zwaar teleurgesteld in de illegale handelswijze van zijn directeur en de bewijzen worden door [gedaagde 1] overhandigd aan Justitie in Ghana en Nederland.
LASTERCAMPAGNE
[eisers] laten vervolgens weten dat ze hoe dan ook [gedaagde 1] zullen ruineren. Het blijft niet bij loze woorden en er wordt een heuse lastercampagne tegen [gedaagde 1] op touw gezet. Oud medewerkers van het hotel worden opgetrommeld en op tape is te horen hoe [eiser] betreffende medewerkers tegen [gedaagde 1] ophitst en plannen smeedt om van [gedaagde 1] af te komen. Naar aanleiding van de getapte uitspraken vindt een huiszoeking plaats waarbij [eiser] wordt gearresteerd wegens illegaal wapenbezit.
(…)

2.11.

De derde publicatie op de website [naam website 1] betreft een van de website van Camilleri overgenomen artikel van 18 januari 2014. Hierbij is een advertentie geplaatst uit een Ghanese krant (“Wanted by police [eiser]”) met daarbij een foto van [eiser]. In het artikel van 18 januari 2014 is onder meer het volgende opgenomen:

Opsporing verzocht: [eiser]
(…)
[eiser], niet alleen Ridder in de Orde van Oranje Nassau, maar ook verdachte voor een heel scala aan zaken, waaronder poging tot moord op vastgoedmagnaat [gedaagde 1]. Wij weten dat hij zich schuil houdt bij zijn zus in [woonplaats 5]. Veilig voor de sterke arm van de Ghanese autoriteiten, daar Nederland geen uitleveringsverdrag heeft met Ghana.
Het is dezelfde [eiser] die tegenover de Raad van de Journalistiek aanvankelijk loog dat hij niet samen met zijn echtgenote [eiseres] gezocht werd voor afpersing, poging tot afpersing, valsheid in geschriften, verboden wapenbezit, voorbereiding en samenzwering tot moord, alsmede het leiding geven aan een criminele organisatie. Na de door Crimesite Camilleri aangedragen bewijzen dat zijn betoog gebaseerd was op leugens, gaf hij voor de raad schoorvoetend toe dat zijn klacht anders moest worden gelezen: dat hij zich niet schuldig voelde aan de verdenkingen van het Ghanees openbaar ministerie. Waarom [eiser] zich – zoals een Ridder betaamd – niet verantwoord voor de rechter daar is een teken aan de wand. In alle Ghanese kranten van vandaag heeft de Ghanese politie nu (naast een Internationaal bevel tot opsporing bij Interpol) ‘opsporing verzocht’ advertenties geplaatst.

2.12.

Eisers hebben acht artikelen in het geding gebracht die zijn gepubliceerd op de website van Camilleri. Deze artikelen dateren van 17, 20 en 26 augustus 2013, van 17, 25 en 29 november 2013, van 18 januari 2014 en van 13 mei 2014. De artikelen zijn respectievelijk getiteld:

Internationaal opsporingsbevel voor [eiser] ([leeftijd])
Voortvluchtige [eiser] schreeuwt het uit
Voortvluchtige [eiser] is woedend
Voortvluchtige [eiser] verder ontmaskerd
Voortvluchtige Jan [eiser] erkent voortvluchtig te zijn
Misdaadjournaliste [journaliste] voor de rechter
Opsporing verzocht: [eiser]
Interpol: Blue Notice [eiser].
Het zevende artikel van 18 januari 2014 (Opsporing verzocht: [eiser]) is hiervoor geciteerd onder 2.11. Dit betreft het artikel dat door [gedaagde 1] is overgenomen op zijn website [naam website 1].

2.13.

Bij elk van de hiervoor genoemde acht artikelen zijn een of meerdere foto’s van [eiser] geplaatst. Bij het artikel Voortvluchtige [eiser] erkent voortvluchtig te zijn is een foto van [eiser] en [eiseres] geplaatst.

2.14.

In het eerste artikel van 17 augustus 2013 (Internationaal opsporingsbevel voor [eiser] ([leeftijd])) is onder meer het volgende opgenomen:

Het Openbaar Ministerie (OM) in het Ghanese Accra heeft afgelopen vrijdag een internationaal opsporingsbevel doen uitvaardigen tegen (…) [eiser] (…)
Ondanks meerdere pogingen van politie en justitie de man – die op borgtocht vrij is – voor diverse aanklachten voor het gerecht te krijgen, blijft [eiser] steevast weg ondanks de vele dagvaardingen. Volgens zijn eigen advocaat gisteren, is hij op de vlucht geslagen naar Nederland en zal hij wegblijven.
De oorspronkelijk uit Rotterdam afkomstige [eiser] (zie foto links), wordt volgens Hoofdofficier van Justitie [naam Hoofdofficier van Justitie], onder meer verdacht van afpersing, poging tot afpersing, valsheid in geschriften, verboden wapenbezit, voorbereiding en samenzwering tot moord, alsmede het leiding geven aan een criminele organisatie. Volgens een van de hoogste politiefunctionarissen, [politiefunctionaris], zal Ghana er alles aan doen om de thans voortvluchtige [eiser] voor het gerecht te krijgen.
(…)
Cruciaal in de bewijzen die het OM aanvoert tegen [eiser], is een opgenomen vergadering waarin hij moordplannen op een voormalig werkgever beraamd met een aantal lokale kompanen en diverse getuigenissen, alsmede bij huiszoekingen gevonden documenten, wapens en munitie. Nederland kent geen uitleveringsverdrag met Ghana. Tegen [eiser] loopt echter – blijkens stukken in het bezit van Crimesite Camilleri – ook in Nederland een strafrechtelijk onderzoek. (…)

2.15.

In het tweede artikel van 20 augustus 2013 (Voortvluchtige [eiser] schreeuwt het uit) is onder meer het volgende opgenomen:

Op 17 augustus 2013 schreven wij hier op Crimesite Camilleri dat het Openbaar Ministerie (OM) in het Ghanese Accra een internationaal opsporingsbevel heeft uitgevaardigd tegen (…) [eiser]. Naar aanleiding van deze berichtgeving, komen er uit zowel West-Afrika als Nederland allerlei tips binnen (…)
[politiefunctionaris], een van de hoogste politiefunctionarissen en directeur van de hoofdafdeling tegen gewapende roofovervallen, bevestigt (…) dat (…) [eiser] voortvluchtig is en op het verzoek van het Ghanese gerecht internationaal staat gesignaleerd. [eiser] wordt desgevraagd onder meer verdacht van afpersing, poging tot afpersing, valsheid in geschriften, verboden wapenbezit, voorbereiding en samenzwering tot moord, alsmede het leiding geven aan een criminele organisatie.
Bij de Haagse politie loopt tegen [eiser] en zijn 33 jaar jongere Ghanese partner [eiseres] een onderzoek inzake mensenhandel. Het duo zou zich hebben beziggehouden met illegale adoptiehandel, waarbij inmiddels met zekerheid vast staat dat zij tegen forse betaling de adoptie van een 5-jarig jongetje regelden voor een tandarts –echtpaar. In Nederland zou het stel volgens de geldende leeftijdsregels niet meer in aanmerking komen voor adoptie.
Inmiddels beschikt Crimesite Camilleri over een geluidsopname (binnenkort hier online), welke thans in Ghana onderwerp is van een strafrechtelijke procedure, waarop [eiser] duidelijk hoorbaar plannen smeed om zijn voormalige werkgever te laten vermoorden. (…).


2.16. In het derde artikel van 26 augustus 2013 (Voortvluchtige [eiser] is woedend) is onder meer het volgende opgenomen:
(…)

In onze berichtgevingen rond [eiser] hebben wij telkens aangegeven dat wij beschikken over onderliggende stukken, complete dossiers, contacten en getuigenverklaringen. Wij hebben een diepgaand journalistiek onderzoek naar hem gedaan. Crimesite Camilleri betichten van het brengen van leugens zijn wij niet van gecharmeerd. Zeer zeker niet van iemand, zoals [eiser], waarvan het duidelijk is dat hij voor zijn praktijken, die zelfs strekken tot vuurwapengeweld en het beramen van moord (red: de bandopname binnenkort hier te horen), zich maar niet wil verantwoorden voor de rechtbank.
[eiser] beticht doorlopend allerlei mensen van laster en smaad.
(…)
Crimesite Camilleri houdt zich niet bezig met ‘naming en shaming’ praktijken, maar brengt op haar eigen wijze nieuws over criminaliteit. Daar mag [eiser] heel blij mee zijn, want in ons dossier over hem is zijn biografisch manuscript aanwezig, die begint met “What a life… How your sex life can control. An ordinary family life, but with bad experiences.”

2.17.

In het vierde artikel van 17 november 2013 (Voortvluchtige [eiser] verder ontmaskerd) is onder meer het volgende opgenomen:

(…)
Deze [eiser] blijkt de kwade genius te zijn achter de karaktermoord op zijn ex-werkgever en tevens vastgoedtycoon, [gedaagde 1]. Een listige karaktermoord met niet alleen grote gevolgen in Ghana, maar ook in Nederland. Het team van Crimesite Camilleri deed een diepgravend onderzoek en sprak met tal van bronnen, getuigen en slachtoffers, om uiteindelijk zelf naar Ghana af te reizen. (…)

Tenslotte is conform artikel 248o van het Wetboek van Strafrecht een seksueel roofdier ook in Nederland vervolgbaar voor hetgeen hij in het buitenland heeft uitgehaald.
Terug naar [gedaagde 1]. Tijdens onze eerste ontmoeting met hem op 17 mei 2013 krijgen we een volledig verzameld dossier letterlijk in onze schoot geworpen. Voor wat betreft de beschuldigingen aan zijn adres, zijn we het snel met hem eens. [gedaagde 1] overhandigt ons de officiële documenten, waarin onder meer de baas van het Ghanese Openbaar Ministerie laat weten dat deze beschuldigingen door een speciale politieafdeling onderzocht zijn en afkomstig blijken uit de lasterlijke koker van [eiser] en zijn vrouw. Kortom, (…) wordt [gedaagde 1] namens de Advocaat Generaal van alle blaam gezuiverd door een sepot: [gedaagde 1] is geen kindermisbruiker en de aangiftes tegen hem zijn in goede justitie vastgesteld als zijnde vals (zie HIER het bewijs).
(…)
[eiser] blijkt wel door de Ghanese justitie – naar aanleiding van het voornoemde onderzoek naar [gedaagde 1] – te worden vervolgd. Onder meer als verdachte van afpersing, poging tot afpersing, valsheid in geschriften, verboden wapenbezit, voorbereiding en samenzwering tot moord, alsmede het leiding geven aan een criminele organisatie. (…) Spijtig genoeg voor de Ghanezen heeft [eiser] de benen genomen naar Nederland. Ondanks een opsporingsbevel, welke is aangemeld bij Interpol, is hij in Nederland relatief veilig voor hun wetten (…)
In deze backup zouden bewijzen zijn gevonden voor illegale adoptiepraktijken van [eiser] en zijn vrouw [eiseres]. Daarnaast ook een nogal onguur dagboek van [eiser].
De [eiser]-memoires
Crimesite Camilleri heeft, evenals de Nederlandse politie, deze bestanden in haar bezit. Door een extern forensisch technisch bureau hebben we laten uitzoeken of er mogelijk met deze bestanden is gerommeld. Dat bleek niet zo te zijn. Het dagboek dat wij de ‘[eiser]-memoires’ noemen is onthutsend. [eiser] beschrijft daarin zijn leven, te beginnen met: “Hoe seks je leven kan beheersen.”
(…) lijkt [eiser] zichzelf in de ‘[eiser]-memoires’ te beschrijven als een seksueel roofdier pur sang.
(…)
Na drie dagen rondvragen in Ghana wordt het beeld duidelijk. [eiser], die zich daar steevast voordoet als [naam], blijkt in het uitgaansleven van Accra en omstreken, overbekend als liefhebber van extreem jonge prostituees. (…)
Een aantal (ex) personeelsleden van het hotel bevestigen het verhaal dat met enige regelmaat het hotel – uitsluitend als [gedaagde 1] niet aanwezig was – werd omgetoverd als soort bordeel, waarbij allerlei vriendjes van [eiser] flink (vaak proletarisch) huishielden. Maar ook dat de bijna altijd beschonken [eiser] seksuele diensten van het personeel eiste op straffe van ontslag bij weigeren. Verklaringen van aanrandingen hebben we ter plekke in eigen handschrift van de slachtoffers laten opschrijven en de gesprekken opgenomen.
(…)
Daarom noemen wij de voortvluchtige (…) [eiser] (nog) geen veroordeelde pedofiel, maar een seksueel roofdier, (…)


2.18. In het vijfde artikel van 25 november 2013 (Voortvluchtige [eiser] erkent voortvluchtig te zijn) is verslag gedaan van een klacht die [eiser] tegen (de hoofdredacteur van) Camilleri heeft ingediend bij de Raad voor de Journalistiek en die in november 2013 is behandeld. In dit artikel is onder meer het volgende opgenomen:

(…)
[eiser] was nog niet uitgepraat. Zo’n 90% van het verdere betoog van [eiser], ging over zijn aanhoudende hetze tegen vastgoed miljonair [gedaagde 1]. Die zou, in tegenstelling van wat op Crimesite Camilleri staat te lezen, een sepot hebben verkregen van een niet bevoegde ambtenaar van het Ghanese Openbaar Ministerie.
(…)
Op een andere opmerking van Crimesite Camilleri dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat de [eiser]-memoires – waarin ranzige teksten staan beschreven over veelvoudige seks met jonge meisjes – authentiek moeten zijn, terwijl [eiser] eerder schriftelijk stelde dat deze ‘vals’ zou zijn samengesteld, gaf hij ook geen commentaar.

2.19.

In het zesde artikel van 29 november 2013 (Misdaadjournaliste [journaliste] voor de rechter) wordt melding gemaakt van een kort geding bij deze rechtbank (zie hierna onder 2.20). In het artikel van 29 november 2013 is onder meer het volgende opgenomen:

Volgens de rechtbank staat het bovendien onweerlegbaar vast dat ze (bedoeld wordt [eiseres], vzr.) met deze valse papieren haar verzonnen verhaal over misbruik van kinderen door de Nederlandse vastgoedondernemer [gedaagde 1] listig heeft willen onderbouwen. In het tussenvonnis is zij tevens schuldig bevonden aan het afpersen in vereniging met echtgenoot [eiser] van [gedaagde 1].
Het staat nu ook voor de rechtbank vast dat, nadat [gedaagde 1] weigerde 5 miljoen euro aan het afpersende duo te betalen, [eiseres] voornoemde [persoon 2] heeft gemanipuleerd en in haar hoedanigheid van voogd een valse aangifte tegen de vastgoedondernemer heeft gedaan, alsmede dat het [eiseres] is geweest die – in de aangenomen hoedanigheid van journaliste – op dezelfde dag van deze valse aangifte, middels een persbericht het verzonnen verhaal van [persoon 2], de wereld heeft in geslingerd.
(…)
Een lap grond aan de kust van Nungua nabij Accra, die [eiseres] en echtgenoot [eiser] zichzelf onrechtmatig hebben toegeëigend, moeten zij van de rechtbank teruggeven aan [gedaagde 1]. (…)
Het Ghanese openbaar ministerie heeft aangegeven – naast het opsporingsbericht bij Interpol – een rechtshulpverzoek voor de voortvluchtige [eiser] in te kunnen dienen, nu zijn verblijfplaats in Nederland hun bekend is geworden en er nieuwe onderzoeksbevindingen aan het licht zijn gekomen, (…)
Resumerend hebben meerdere Officieren van Justitie en meerdere rechters zich over deze zaak gebogen en is er uitgebreid onderzoek verricht. Inmiddels zijn er tussenvonnissen gewezen in een aantal gevallen. [eiseres] en [eiser] kunnen naar Ghanees recht hiervoor maximaal 20 jaar gevangenisstraf krijgen. (…)
Op 4 december moet [journaliste] bij de voorzieningenrechter verschijnen te Amsterdam, vanwege het kort geding dat [gedaagde 1] tegen haar heeft aangespannen om de in zijn ogen tendentieuze berichtgeving over deze kwestie. (…) Naar verwachting zal ze vast blijven houden aan haar waarheid ondanks dat ze doorlopend contact heeft met Crimesite Camilleri, waarbij ze volledig op de hoogte is van onze onderzoeksbevindingen en daarbij toegang heeft tot dezelfde officiële stukken die onweerlegbaar bewijzen dat ze door haar bronnen stevig in de maling is genomen.

2.20.

Bij dagvaarding van 20 november 2013 heeft [gedaagde 1] de journalist [journaliste] opgeroepen te verschijnen voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank, naar aanleiding van twee door haar gepubliceerde artikelen over [gedaagde 1]. In het eerste artikel van 28 juni 2012, gepubliceerd op de website OneWorld.nl en getiteld “Paradijs voor Pedo’s”, is onder meer opgenomen dat [gedaagde 1] wordt verdacht van seksueel misbruik van [persoon 2], een minderjarig Ghanees meisje. In het tweede artikel van 8 oktober 2013, gepubliceerd op de website Villamedia.nl, en getiteld “A never ending story”, beschuldigt [journaliste] [gedaagde 1] van bedreigingen aan haar adres naar aanleiding van het eerste artikel. Bij de totstandkoming van haar artikelen heeft [journaliste] onder meer gesproken met [eiser] en [eiseres]. In het kort geding, dat op 4 december 2013 plaatsvond, vorderde [gedaagde 1] onder andere [journaliste] te verbieden hem in verband te brengen met pedofilie en bedreiging, alsmede het van het internet verwijderen van de twee artikelen. Bij vonnis van 18 december 2013 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [gedaagde 1] afgewezen. Geoordeeld is – kort gezegd – dat de door [journaliste] aan het adres van [gedaagde 1] geuite beschuldigingen voldoende steun vonden in het op het moment van publicatie beschikbare feitenmateriaal.

2.21.

In het achtste artikel op de website van Camilleri van 13 mei 2014 (Interpol: Blue Notice [eiser]) is onder meer het volgende opgenomen:

Terwijl de man gewoon in [woonplaats 5] bij zijn bejaarde zus zit, laat de Ghanese Interpol adjunct-directeur [naam adjunct directeur] (D.S.P.) ons weten dat [eiser] een Interpol upgrade heeft als ‘Blue Notice’ verdachte.
(…)
[eiser] kan dus met een gerust hart op vakantie waar hij maar naar toe wil. Want heus niet, dat Interpol van blauw snel schakelt naar rood. “Dus beste [eiser], als u dit leest: wanneer u bijvoorbeeld lekker aan het vakantie vieren bent in Thailand – het Walhalla van seksuele roofdieren, op zoek naar zo jong mogelijk vleesch – kunt u dat ons gerust laten weten. (…)


2.22. Op 3 februari 2013 heeft de Raad voor de Journalistiek zijn conclusie toegestuurd inzake de klacht die [eiser] op 25 augustus 2013 heeft ingediend tegen ([gedaagde 3] als) de hoofdredacteur van Crimesite Camilleri. Op 22 november 2013 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. [gedaagde 3] werd op dat moment bijgestaan door mr. Thomassen, de advocaat van [gedaagde 1]. In de conclusie heeft de Raad voor de Journalistiek onder meer het volgende overwogen:

Klager heeft in dit verband op de zitting laten weten dat hij in augustus 2013 in Nederland verbleef en per e-mail bereikbaar was. [gedaagde 3] heeft desgevraagd meegedeeld dat niet is geprobeerd om via e-mail wederhoor toe te passen. Volgens de Raad heeft de redactie onvoldoende moeite gedaan om met klager in contact te komen. Door deze nalatige werkwijze is de berichtgeving eenzijdig en daarmee unfair. Zodoende heeft Crimesite Camilleri journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat klager ná publicatie van de twee artikelen alsnog in de gelegenheid is gesteld om zijn reactie te geven, maakt dit niet anders.
De samenvatting van de conclusie van de Raad voor de Journalistiek luidt als volgt:

Crimesite Camilleri heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld door zonder toepassing van wederhoor de artikelen “Internationaal opsporingsbevel voor [eiser] ([leeftijd])” en “Voortvluchtige [eiser] schreeuwt het uit” te plaatsen. De redactie heeft onvoldoende moeite gedaan om in contact te komen met klager. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Crimesite Camilleri om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Camilleri heeft aan deze aanbeveling geen gevolg gegeven. Ter zitting van dit kort geding heeft [gedaagde 3] te kennen gegeven dat Camilleri zich niet langer onderwerpt aan het oordeel van de Raad voor de Journalistiek.

2.23.

Bij brieven van 7 juli 2014 van de raadsvrouw van [eiser] zijn [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] – kort gezegd – gesommeerd tot het verwijderen van onrechtmatige publicaties over [eiser] en [eiseres] en tot het verwijderen van alle privégegevens en foto’s van [eiser] en [eiseres] van de websites [naam website 2], [naam website 1] en van de website van Camilleri. Voorts zijn zij gesommeerd tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 30.000,- en tot het plaatsen van een rectificatie op de website [naam website 1] en op de website van Camilleri.

2.24.

Bij brief van 20 augustus 2014 heeft de raadsman van Camilleri en [gedaagde 3] de voorzieningenrechter onder meer bericht (met een kopie naar de raadsvrouw van eisers) dat [eiser] en [eiseres] geen spoedeisend belang hebben bij toewijzing van de in dit kort geding gevraagde voorzieningen omdat de artikelen van zijn cliënten die zijn genoemd in de sommatiebrief van 7 juli 2014 (het betreft de acht hiervoor geciteerde artikelen) in een eerder stadium (vóór het uitbrengen van de dagvaarding) offline zijn gehaald.

2.25.

[gedaagde 1] heeft niet gereageerd op de hiervoor genoemde sommatiebrief van 7 juli 2014.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] en [eiseres] vorderen – kort gezegd – het volgende:

ten aanzien van [gedaagde 1]:
a. [gedaagde 1] te bevelen alle onrechtmatige uitlatingen over [eiser] en [eiseres] waarin [eiser] wordt omschreven als crimineel en voortvluchtig en waarin [eiser] en/of [eiseres] in verband worden gebracht met een criminele organisatie, afpersing, illegale adoptie, kindermisbruik, verboden wapenbezit, poging tot moord, diefstal, valsheid in geschrifte en gezocht worden door de Nederlandse justitie van het internet te verwijderen en verwijderd te houden;
b. [gedaagde 1] te bevelen de naam van [eiser] en [eiseres] en hun portret en andere privégegevens van het internet te verwijderen en verwijderd te houden;
c. [gedaagde 1] te bevelen voor de duur van tenminste één week op de homepage van [naam website 1] een rectificatie te plaatsen waarin – kort gezegd – is opgenomen dat de beschuldigingen aan het adres van [eiser] en [eiseres] onjuist zijn en niet met feiten gestaafd;
d. [gedaagde 1] te bevelen Google en andere zoekmachines op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine met betrekking tot de gegevens onder a. en b. aan te passen zodat deze gegevens niet meer via de zoekmachines vindbaar zijn;
e. [gedaagde 1] te gebieden zich te onthouden van uitlatingen en publicaties zoals hiervoor onder a. en b. bedoeld;

ten aanzien van Camilleri en [gedaagde 3]:
a. Camilleri en [gedaagde 3] te bevelen alle onrechtmatige uitlatingen over [eiser] en [eiseres] waarin [eiser] wordt omschreven als crimineel en voortvluchtig en waarin [eiser] en/of [eiseres] in verband worden gebracht met een criminele organisatie, afpersing, illegale adoptie, kindermisbruik, verboden wapenbezit, poging tot moord, diefstal, valsheid in geschrifte en gezocht worden door de Nederlandse justitie van de website van Camilleri alsmede van de website www.camillerinieuws.wordpress.com te verwijderen en verwijderd te houden, zowel in de hoofdartikelen als in de reacties daarop;

b. Camilleri en [gedaagde 3] te bevelen de naam van [eiser] en [eiseres] en hun portret en andere privégegevens van de website van Camilleri alsmede van de website www.camillerinieuws.wordpress.com te verwijderen en verwijderd te houden, zowel in de hoofdartikelen als in de reacties daarop;
c. Camilleri en [gedaagde 3] te bevelen voor de duur van tenminste één week op de homepage van de website van Camilleri en op de homepage van de website www.camillerinieuws.wordpress.com een rectificatie te plaatsen waarin – kort gezegd – is opgenomen dat de beschuldigingen aan het adres van [eiser] en [eiseres] onjuist zijn en niet met feiten gestaafd;
d. Camilleri en [gedaagde 3] te bevelen Google en andere zoekmachines op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine met betrekking tot de gegevens onder a. en b. aan te passen zodat deze gegevens niet meer via de zoekmachines vindbaar zijn;
e. Camilleri en [gedaagde 3] te gebieden zich te onthouden van uitlatingen en publicaties zoals hiervoor onder a. en b. bedoeld;

ten aanzien van [gedaagde 3] is nog aanvullend gevorderd:
f. [gedaagde 3] te gebieden zich te onthouden van het versturen van e-mails en sms-berichten aan [eiser] en [eiseres];

ten aanzien van [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3]:
[gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 124.000,- (te vermeerderen met de wettelijke rente) als gevolg van de onrechtmatige uitlatingen;

ten aanzien van [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3]:
a. te bepalen dat [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] voor iedere dag en gelegenheid dat zij in strijd handelen met een gegeven bevel of verbod een dwangsom verbeuren van € 10.000,-;
b. een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht;
c. [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser] en [eiseres] stellen hiertoe – samengevat weergegeven – onder meer dat alle uitlatingen van [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] die zijn gedaan op de verschillende websites onrechtmatig zijn. Hetzelfde geldt voor de herkenbare portretfoto’s van [eiser] en [eiseres] die bij die uitlatingen zijn geplaatst. Het betreft privéfoto’s die door [eiser] nooit in de openbaarheid zijn gebracht en die afkomstig zijn van de door de politie op 21 november 2010 meegenomen laptop van [eiser] die door de politie aan [gedaagde 1] is gegeven.
[eiser] en [eiseres] hebben een spoedeisend belang bij toewijzing van de gevraagde voorzieningen, ook nu Camilleri de gewraakte acht artikelen offline heeft gehaald. Het offline halen van die artikelen is immers een voorlopige maatregel en er staan tot op heden nog drie artikelen op de website van Camilleri, waarin [eiser] zijdelings voorkomt en die eveneens onrechtmatig zijn. Deze artikelen hebben [eiser] en [eiseres] als productie 54 in het geding gebracht. Dat de website [naam website 2], die door [gedaagde 1] is opgericht met als doel [eiser] te beschadigen, offline is gehaald, betekent evenmin dat eisers geen spoedeisend belang zouden hebben. De desbetreffende website is immers via een bepaalde link nog steeds te bereiken. Op de website [naam website 2] waren onder meer de door [gedaagde 1] gemanipuleerde ‘memoires’ van [eiser] te vinden, waaruit zogenaamd zou blijken dat [eiser] in Ghana regelmatig seksueel contact had met minderjarige meisjes. Die memoires zijn eveneens afkomstig van de door de Ghanese politie op 21 november 2010 meegenomen laptop, die [gedaagde 1] in zijn bezit heeft gekregen.
Ook bij de vordering tot betaling van het bedrag van € 124.000,- hebben [eiser] en [eiseres] een spoedeisend belang. Omdat [eiser] als gevolg van het conflict met [gedaagde 1] op 13 mei 2013 heeft moeten vluchten naar Nederland zit hij financieel aan de grond. Als gevolg van de publicaties heeft [eiser] reeds inkomsten gemist en is het voor hem onmogelijk een baan te vinden. Iedere potentiële werkgever zal worden afgeschrikt door de zoekresultaten die bovenkomen indien de naam van [eiser] wordt ingetoetst in (bijvoorbeeld) de zoekmachine van Google. De schade is onder punt 94 van de dagvaarding nader gespecificeerd en bestaat uit zes schadeposten, te weten (1) gemaakte kosten voor levensonderhoud in Nederland, (2) gerechtelijke kosten en advocaatkosten in Ghana, (3) gederfde inkomsten, (4) imago- en reputatieschade, (5) gederfde levensvreugde en (6) advocaatkosten, gerechtelijke kosten en griffiekosten in Nederland.
De vorderingen zijn volgens [eiser] en [eiseres] ook toewijsbaar jegens [gedaagde 3] in persoon omdat aangenomen kan worden dat hij de persoon is achter alle artikelen en als uitgever van de website optreedt. Ook in de procedure bij de Raad voor de Journalistiek heeft [gedaagde 3] zich op deze wijze gepresenteerd. Dat het een “persoonlijke zaak” is van [gedaagde 3], blijkt onder meer uit de sms-, e-mail- en briefcorrespondentie die is gevoerd tussen [gedaagde 3] en [eiser] (door eisers als productie 41 in het geding gebracht). Deze correspondentie vormt tevens de grondslag voor vordering f (die alleen jegens [gedaagde 3] is ingesteld, zie hiervoor onder 3.1). De toon van deze correspondentie is grof en beledigend. Het moet [gedaagde 3] dan ook worden verboden nog langer e-mails en sms-berichten naar [eiser] en [eiseres] te sturen.

3.3.

[gedaagde 1] heeft – samengevat weergegeven – onder meer het verweer gevoerd dat deze zaak zich niet leent voor een kort geding, nu een diepgaand feitenonderzoek nodig is. [gedaagde 1] ontkent uitdrukkelijk dat hij degene is die de website [naam website 2] heeft gebouwd of die de website op zijn kantooradres heeft doen inschrijven. De gegevens waaruit zou blijken dat deze website is geregistreerd op zijn kantooradres te Maastricht kunnen eenvoudig gemanipuleerd zijn. Feit is dat [eiser] en [eiseres] in Ghana worden vervolgd voor een aantal strafbare feiten en dat [eiser] staat geregistreerd bij Interpol. Naar verwachting zullen voor het einde van dit jaar strafvonnissen worden gewezen tegen [eiser] en [eiseres]. Nadat [gedaagde 1] de ‘memoires’ van [eiser] had aangetroffen in zijn door [eiser] gebruikte computer (waaruit seksueel misbruik van minderjarigen bleek, gepleegd door [eiser]), alsmede documenten waaruit bleek dat [eiser] en [eiseres] zich schuldig maken aan illegale adoptiepraktijken, heeft [gedaagde 1] hiervan melding gemaakt bij de politie in Ghana en Nederland. Nadien is [eiser] een hetze gestart tegen [gedaagde 1] (onder meer op Facebook), waarbij hij [gedaagde 1] beschuldigt van seksueel misbruik van minderjarigen (onder wie [persoon 2]). Ook [eiseres] heeft een aantal persberichten gestuurd naar media in Nederland en Ghana waarin zij dezelfde beschuldigingen uit aan het adres van [gedaagde 1]. [gedaagde 1] ontkent een en ander uitdrukkelijk. Het zijn juist [eiser] en [eiseres] die de eer en goede naam schenden van [gedaagde 1], in plaats van andersom. Overigens kan [gedaagde 1] niet verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van artikelen die elders (op de website van Camilleri) worden geplaatst. Op zijn eigen website heeft [gedaagde 1] enkel een link naar Camilleri geplaatst en dat is niet onrechtmatig.
[gedaagde 1] bestrijdt tot slot de hoogte van de door eisers gevorderde schadevergoeding alsmede het causale verband tussen zijn handelen en (mogelijke) door [eiser] en [eiseres] geleden schade. Van een hoofdelijke aansprakelijkheid tezamen met Camilleri en [gedaagde 3] kan hoe dan ook geen sprake zijn. [gedaagde 1] heeft niets te maken met Camilleri en [gedaagde 3].

3.4.

Camilleri en [gedaagde 3] hebben – samengevat weergegeven – onder meer het verweer gevoerd dat zij professionele (onderzoeks)journalisten zijn die een reputatie hoog te houden hebben. De toon op de website is scherp en kritisch, maar de publicaties berusten op deugdelijk bronnenonderzoek. Overigens dient Camilleri haar bronnen te beschermen.
Eisers zijn niet-ontvankelijk jegens [gedaagde 3] in persoon. Hij is weliswaar voorzitter van het bestuur en uitgever van de internetpagina’s, maar daarmee is nog niet gezegd dat alle bestreden publicaties van hem afkomstig zijn.
Camilleri kan elke in het petitum genoemde beschuldiging (deelname aan een criminele organisatie, afpersing, illegale adoptie, kindermisbruik, verboden wapenbezit, poging tot moord, diefstal, valsheid in geschrifte en gezocht worden door de Nederlandse justitie) met feiten staven. Overigens wordt de beschuldiging van diefstal in de dagvaarding in het geheel niet toegelicht. Het bewijs van Camilleri voor een aantal van de beschuldigingen is gelegen in een interview dat is gehouden met de hoofdofficier van justitie te Ghana [naam Hoofdofficier van Justitie] (hierna [naam Hoofdofficier van Justitie]). Camilleri mag uitgaan van de juistheid van hetgeen [naam Hoofdofficier van Justitie] verklaart. De beschuldiging van afpersing baseert Camilleri onder meer op een openbaar tussenvonnis in een Ghanese procedure dat zij heeft ingezien. De beschuldiging van illegale adoptie baseert Camilleri onder meer op in het geding gebrachte facturen van [eiser] en [eiseres], waaruit blijkt dat zij het adoptie-echtpaar (dat te oud was om een kind te mogen adopteren) geld in rekening hebben gebracht, alsmede op een in het geding gebracht verslag dat [eiser] en [eiseres] hebben opgemaakt ten behoeve van het adoptie-echtpaar. De beschuldiging van kindermisbruik baseert Camilleri onder meer op een in het geding gebrachte verklaring van [persoon 3] (hierna [persoon 3]) van 29 september 2013. De beschuldiging van verboden wapenbezit baseert Camilleri onder meer op een in het geding gebrachte Warrant van de Ghanese autoriteiten van 17 mei 2013. De beschuldiging van poging tot moord op [gedaagde 1] is onder meer gebaseerd op een bandopname van een gesprek waaraan [eiser] in Ghana heeft deelgenomen, waarvan een transcriptie door Camilleri en [gedaagde 3] is overgelegd. De beschuldiging van valsheid in geschrifte ziet erop dat [eiseres] een vals paspoort heeft laten maken voor [persoon 2] (het zogenaamde slachtoffer van [gedaagde 1]), teneinde haar jonger te laten lijken. Dat [eiser] gezocht wordt door justitie (en door Interpol) is onder meer gebaseerd op een gesprek met [naam adjunct directeur], adjunct directeur van Interpol in Ghana.
Voorts voeren Camilleri en [gedaagde 3] aan dat het plaatsen van portretten bij de artikelen wordt gerechtvaardigd door de nieuwswaarde van die artikelen.
Tot slot bestrijden Camilleri en [gedaagde 3] – op dezelfde gronden als [gedaagde 1] – dat zij veroordeeld kunnen worden tot betaling van het bedrag van € 124.000,-. Zij wijzen ook op het restitutierisico aan de zijde van [eiser] en [eiseres] (die op basis van een toevoeging procederen).

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

bevoegdheid

4.1.

Vóór alle weren hebben Camilleri en [gedaagde 3] aangevoerd dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank niet bevoegd is van dit geschil kennis te nemen aangezien geen van gedaagden is gevestigd in het arrondissement Amsterdam. [gedaagde 1] heeft zich bij dit verweer aangesloten. De voorzieningenrechter overweegt hierover dat ingevolge artikel 102 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd is de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. In dit geval geldt dat de gewraakte websites in geheel Nederland, en dus ook in het arrondissement Amsterdam, te raadplegen zijn. De voorzieningenrechter acht zich dan ook bevoegd om van dit geschil kennis te nemen.

spoedeisend belang

4.2.

Gedaagden hebben de aanwezigheid van een spoedeisend belang betwist. Uitgaande van de juistheid van de stellingen van eisers wordt geoordeeld dat zij in ieder geval, uit de aard der zaak, een spoedeisend belang hebben bij het instellen van de vorderingen onder c (rectificatie), d (verzoek aan Google) en e (een verbod tot het doen van uitlatingen in de toekomst). Ook bij het instellen van de vorderingen onder a en b (het verwijderen van de onrechtmatige uitlatingen en de portretten) kunnen [eiser] en [eiseres] geacht worden een spoedeisend belang te hebben omdat hun stelling dat gedaagden nog niet alle onrechtmatige uitlatingen van het internet hebben verwijderd beoordeeld zal moeten worden. Bovendien staat voldoende vast dat de acht gewraakte artikelen op de website van Camilleri slechts tijdelijk offline zijn gehaald. Niet is gebleken dat Camilleri en [gedaagde 3] zouden hebben toegezegd deze artikelen definitief offline te halen. Of [eiser] en [eiseres] ook een spoedeisend belang hebben bij toewijzing van hun geldvordering zal hierna onder r.o. 4.25 en verder aan de orde komen.

kader

4.3.

Indien de vorderingen van [eiser] en [eiseres] zouden worden toegewezen, zou dit een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, indien de uitlatingen van [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van Camilleri en [gedaagde 3] is er met name in gelegen dat zij zich als journalisten in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] en [eiseres] is er met name in gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan verdachtmakingen en dat hun privacy niet onnodig wordt geschonden. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen. Omstandigheden die in dit geval met name van belang zijn, zijn de inkleding van de verdenkingen en de mate waarin de verdenkingen ten tijde van de publicaties steun vonden in het op dat moment beschikbare feitenmateriaal.

de vorderingen ten aanzien van Camilleri

4.4.

In eerste instantie ligt het op de weg van Camilleri om als journalistiek medium inzichtelijk te maken op welk feitenmateriaal haar publicaties zijn gebaseerd. Hiervoor wordt verwezen naar de tekst op de eigen website van Camilleri (zie 2.3) waar is opgenomen dat zij een journalistiek medium is dat “alleen plaats heeft voor professionele verslaggevers met een evenzo beroepshouding.” De voorzieningenrechter zal Camilleri niet volgen in haar verweer dat zij als gedaagde partij in dit kort geding op dit punt in een lastige positie wordt gebracht. Zowel ter zitting als in de gewraakte artikelen zelf heeft Camilleri er meerdere keren melding van gemaakt dat zij beschikt over tal van onderliggende stukken, complete dossiers, geluidsopnames en dat zij, mede in Ghana, een diepgaand journalistiek onderzoek heeft verricht en daarbij heeft gesproken met tal van bronnen, getuigen en slachtoffers. Ter zitting heeft [gedaagde 3] namens Camilleri verklaard dat in Ghana met 90 bronnen is gesproken. Reeds bij brief van 7 juli 2014 (zie 2.23) hebben [eiser] en [eiseres] (via hun raadsvrouw) kenbaar gemaakt dat zij van mening zijn dat de gewraakte publicaties onrechtmatig zijn. Naar de voorzieningenrechter heeft begrepen, heeft Camilleri kort nadien de bijstand van een advocaat ingeroepen. De dagvaarding in dit kort geding is op 5 augustus 2014 uitgebracht. Onder deze omstandigheden kan van Camilleri worden verwacht dat zij ter zitting van 4 september 2014 “haar zaakjes op orde heeft” en in staat is het verwijt van [eiser] en [eiseres] dat de artikelen van Camilleri over [eiser] en [eiseres] inhoudelijk onjuist zijn op deugdelijke wijze te weerspreken. Dat zij zich op de bescherming van haar bronnen beroept (wat haar goed recht is), maakt niet zonder meer dat zij (in kort geding) niet inzichtelijk zou kunnen maken op welk feitenmateriaal haar publicaties zijn gebaseerd, laat staan dat zij daartoe niet gehouden zou zijn.

4.5.

De ochtend voor de zitting heeft Camilleri een zestal producties in het geding gebracht. Het betreft de volgende stukken:
(1) een factuur van 18 februari 2010 ter hoogte van (omgerekend) € 729,68 van [eiser], gericht aan het adoptie-echtpaar;
(2) een voortgangsverslag van 2 september 2009 opgesteld door [eiser] en [eiseres] ten behoeve van het adoptie-echtpaar;
(3) een verklaring van [persoon 3] van 29 september 2013, met een kopie van haar identiteitsbewijs;
(4) een warrant van 17 mei 2013 van de Ghanese autoriteiten gericht tegen [eiser];
(5) de transcriptie van een bandopname van een gesprek waaraan [eiser] heeft deelgenomen;
(6) een warrant to arrest accused van 26 september 2013 van de Ghanese autoriteiten gericht tegen [eiser].
Deze producties zullen hierna bij de bespreking van de verschillende beschuldigingen worden besproken. Hierbij zal de volgorde worden aangehouden, zoals opgenomen in het petitum van de dagvaarding.

deelname aan een criminele organisatie

4.6.

Deze beschuldiging baseert Camilleri op een interview met [naam Hoofdofficier van Justitie] (hoofdofficier van justitie te Ghana). Van een dergelijk interview noch van de (beweerde) inhoud daarvan heeft Camilleri enig stuk in het geding gebracht. Het beroep op dit (mogelijke) interview acht de voorzieningenrechter dan ook onvoldoende om deze ernstige beschuldiging te kunnen dragen.

afpersing

4.7.

Deze beschuldiging baseert Camilleri op hetzelfde interview met [naam Hoofdofficier van Justitie]. Ook hier geldt dat Camilleri van een dergelijk interview noch van de (beweerde) inhoud daarvan enig stuk in het geding heeft gebracht en dat een beroep op dit (mogelijke) interview deze ernstige beschuldiging niet kan dragen. Verder baseert Camilleri zich op een tussenvonnis van een Ghanese rechter dat zij heeft ingezien, maar dat zij volgens de verklaring van [gedaagde 3] ter zitting niet in haar bezit heeft. Ook dit (mogelijke) tussenvonnis acht de voorzieningenrechter onvoldoende om de beschuldiging van afpersing te kunnen rechtvaardigen.

illegale adoptie

4.8.

In dit verband baseert Camilleri zich op haar producties 1 en 2 (zie hiervoor onder 4.5), waarvan de authenticiteit door [eiser] en [eiseres] niet wordt betwist. Hieruit blijkt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter niet meer dan dat [eiser] en [eiseres], zoals zij ook erkennen, bemoeienis hebben gehad met een adoptieprocedure en hiervoor een factuur hebben verstuurd naar het Duitse adoptie-echtpaar dat in Nederland woonachtig was. Dat dit echtpaar ouder was dan 50 en dat dit mogelijk in strijd zou zijn met de adoptieregels (overigens twisten partijen over de vraag of in dit geval Duitse, Nederlandse of Ghanese regels van toepassing zijn), acht de voorzieningenrechter onvoldoende om de zware beschuldigingen, zoals met name weergegeven in het artikel van 20 augustus 2013 (Voortvluchtige [eiser] schreeuwt het uit) te rechtvaardigen. In dit artikel is immers opgenomen:

Bij de Haagse politie loopt tegen [eiser] en zijn 33 jaar jongere Ghanese partner [eiseres] een onderzoek inzake mensenhandel. Het duo zou zich hebben beziggehouden met illegale adoptiehandel, waarbij inmiddels met zekerheid vast staat dat zij tegen forse betaling de adoptie van een 5-jarig jongetje regelden voor een tandarts –echtpaar.

Van een (lopend) onderzoek bij de Haagse politie is in dit geding in het geheel niet gebleken. De bewoordingen mensenhandel, illegale adoptiehandel en forse betalingen worden in het geheel niet gerechtvaardigd door de producties 1 en 2 van Camilleri.

kindermisbruik

4.9.

Camilleri baseert zich bij de beschuldiging van kindermisbruik op de verklaring van [persoon 3]. Camilleri erkent echter dat [persoon 3] tijdens het beweerde misbruik meerderjarig was, hetgeen blijkt uit het eveneens in het geding gebrachte identiteitsbewijs. De verklaring van [persoon 3] behelst niet meer dan dat [eiser] “held my breast and buttocks. I resisted several times.” en dat [eiser] een andere keer tevergeefs toenadering tot haar heeft gezocht. Deze verklaring rechtvaardigt niet de bewoordingen zoals opgenomen in het artikel van 17 november 2013 (zie 2.17) waarin [eiser] wordt betiteld als “seksueel roofdier, seksueel roofdier pur sang, liefhebber van extreem jonge prostituees”, dat “het hotel werd omgetoverd als soort bordeel” en dat [eiser] “bijna altijd beschonken […] seksuele diensten van het personeel eiste op straffe van ontslag bij weigeren. Verklaringen van aanrandingen hebben we ter plekke in eigen handschrift van de slachtoffers laten opschrijven en de gesprekken opgenomen.”

Van dergelijke verklaringen en opnames is (afgezien van de verklaring van [persoon 3], die volgens [eiser] overigens de minnares van [gedaagde 1] is) in dit geding niet gebleken.
Over de zogenaamde ‘memoires’ van [eiser], waaruit zou moeten blijken dat hij veelvuldig seksueel contact had met minderjarige meisjes, overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Deze ‘memoires’ zijn volgens [gedaagde 1] aangetroffen op de aan [gedaagde 1] overhandigde laptop die bij [eiser] in gebruik was en die door de politie in Ghana op 21 november 2010 van [eiser] is afgenomen. De echtheid van de memoires is door [eiser] uitdrukkelijk betwist. Op de laptop stond volgens [eiser] van zijn hand een document met aantekeningen over zijn familiegeschiedenis, maar [gedaagde 1] heeft de ‘memoires’ uit rancune gemanipuleerd. Camilleri schermt er herhaaldelijk mee dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat de memoires authentiek zijn. Dit blijkt onder meer uit het artikel van 17 november 2013 (zie 2.17) waarin het volgende is opgenomen:

De [eiser]-memoires
Crimesite Camilleri heeft, evenals de Nederlandse politie, deze bestanden in haar bezit. Door een extern forensisch technisch bureau hebben we laten uitzoeken of er mogelijk met deze bestanden is gerommeld. Dat bleek niet zo te zijn. Het dagboek dat wij de ‘[eiser]-memoires’ noemen is onthutsend. [eiser] beschrijft daarin zijn leven, te beginnen met: “Hoe seks je leven kan beheersen.”
Dat Camilleri schermt met forensisch onderzoek blijkt tevens uit het artikel van 25 november 2013 (zie 2.18) waarin is opgenomen “dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat de [eiser]-memoires – waarin ranzige teksten staan beschreven over veelvoudige seks met jonge meisjes – authentiek moeten zijn, terwijl [eiser] eerder schriftelijk stelde dat deze ‘vals’ zou zijn samengesteld”.
Een bewijs van enig forensisch onderzoek is door Camilleri echter niet in het geding gebracht. Bij deze stand van zaken kan de voorzieningenrechter aan de ‘memoires’ als feitelijke ondersteuning van de beschuldiging van kindermisbruik geen doorslaggevende betekenis toekennen. Tot slot is de voorzieningenrechter in dit kader van oordeel dat ook de volgende bewoordingen als opgenomen in het artikel van 13 mei 2014 (zie 2.21) op geen enkele wijze worden gerechtvaardigd.

Dus beste [eiser], als u dit leest: wanneer u bijvoorbeeld lekker aan het vakantie vieren bent in Thailand – het Walhalla van seksuele roofdieren, op zoek naar zo jong mogelijk vleesch – kunt u dat ons gerust laten weten.

verboden wapenbezit

4.10.

Voor deze beschuldiging baseert Camilleri zich wederom op het interview met [naam Hoofdofficier van Justitie]. Hier geldt derhalve hetzelfde als is overwogen over de beschuldigingen van deelname aan een criminele organisatie en afpersing. Verder baseert Camilleri zich hierbij op haar productie 4, de warrant van 17 mei 2013 die kennelijk is uitgegeven door de Ghanese autoriteiten ter zake de civiele procedure tegen [eiser] (in de warrant wordt melding gemaakt van de Land/Financial Court Division, Accra). Hieruit volgt echter op geen enkele wijze dat [eiser] beticht kan worden van verboden wapenbezit.



poging tot moord

4.11.

Wederom baseert Camilleri zich hierbij op het interview met [naam Hoofdofficier van Justitie]. De voorzieningenrechter verwijst naar hetgeen hiervoor over dit interview is overwogen. Voorts baseert Camilleri zich op een bandopname waarop zou zijn te horen dat [eiser] tijdens een personeelsvergadering moordplannen op [gedaagde 1] voorbereidt. Een transcriptie hiervan heeft zij als productie 5 in het geding gebracht. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit die transcriptie niet meer dan dat de personeelsvergadering een “vakbondachtig” karakter heeft waarin wordt gesproken over een conflict tussen werknemers en hun werkgever ([gedaagde 1]). Het “ergste” dat [eiser] gezegd heeft (ook volgens de pleitnota van de raadsman van Camilleri) is:

Let me tell you, he ([gedaagde 1]) will not pay!

Oh, he ([gedaagde 1]) deserves a lesson, he deserves a good lesson.

Tot slot baseert Camilleri zich bij deze beschuldiging van poging tot moord op een warrant to arrest accused van 26 september 2013 (productie 6). Hieruit blijkt dat [eiser] door de Ghanese autoriteiten wordt gezocht in verband met de beschuldiging van het misdrijf bedreiging met de dood (threat of death), hetgeen niet hetzelfde is als poging tot moord.

diefstal

4.12.

Deze beschuldiging is opgenomen in het artikel van 29 november 2013 (zie 2.19). Hierin staat: Een lap grond aan de kust van Nungua nabij Accra, die [eiseres] en echtgenoot [eiser] zichzelf onrechtmatig hebben toegeëigend, moeten zij van de rechtbank teruggeven aan [gedaagde 1].
Camilleri heeft nagelaten enig bewijs van deze beschuldiging in het geding te brengen. Dat eisers hebben nagelaten in het lichaam van de dagvaarding een toelichting te geven op de beschuldiging van diefstal, maakt niet dat Camilleri ontslagen zou zijn van haar verplichting deze beschuldiging (die immers in het petitum van de dagvaarding is opgenomen) met feiten te staven.

valsheid in geschrifte

4.13.

Ook deze beschuldiging is opgenomen in het artikel van 29 november 2013 (zie 2.19). Hierin is het volgende vermeld:

Volgens de rechtbank staat het bovendien onweerlegbaar vast dat ze (bedoeld wordt [eiseres], vzr.) met deze valse papieren haar verzonnen verhaal over misbruik van kinderen door de Nederlandse vastgoedondernemer [gedaagde 1] listig heeft willen onderbouwen. (….).
Het staat nu ook voor de rechtbank vast dat, nadat [gedaagde 1] weigerde 5 miljoen euro aan het afpersende duo te betalen, [eiseres] voornoemde [persoon 2] heeft gemanipuleerd en in haar hoedanigheid van voogd een valse aangifte tegen de vastgoedondernemer heeft gedaan, alsmede dat het [eiseres] is geweest die – in de aangenomen hoedanigheid van journaliste – op dezelfde dag van deze valse aangifte, middels een persbericht het verzonnen verhaal van [persoon 2], de wereld heeft in geslingerd.
Volgens Camilleri blijkt een en ander uit een procedure die thans aanhangig is bij de Ghanese rechter tegen [eiseres], welke procedure ter plaatse is gevolgd door medewerkers van Camilleri. Camilleri heeft echter nagelaten hiervan enig bewijsstuk in het geding te brengen. Hetzelfde geldt voor het feit dat [eiseres], zoals Camilleri ter zitting heeft beweerd, op borgtocht is vrijgekomen. Ter zitting hebben partijen voorts gediscussieerd over de vraag of getuigen in de zaak tegen [eiseres] al dan niet door het Ghanese openbaar ministerie zijn aangehouden, na het afleggen van evident tegenstrijdige verklaringen. Ook hiervan is echter geen bewijs in het geding gebracht.

gezocht worden door (de Nederlandse) justitie

4.14.

In verschillende artikelen is opgenomen dat tegen [eiser] een internationaal opsporingsbevel is uitgevaardigd (zie 2.14), dat hij internationaal staat gesignaleerd (zie 2.15), dat hij door de Ghanese justitie wordt vervolgd (zie 2.17), dat sprake is van een opsporingsbericht bij Interpol en dat door het Ghanese openbaar ministerie een rechtshulpverzoek is gedaan (zie 2.19). In het onder 2.21 geciteerde artikel is opgenomen dat “de Ghanese Interpol adjunct-directeur [naam adjunct directeur] (D.S.P.) ons [laat] weten dat [eiser] een Interpol upgrade heeft als ‘Blue Notice’ verdachte.”
Camilleri heeft in dit kader aangevoerd dat zij een gesprek heeft gevoerd met [naam adjunct directeur] en dat zij zelf heeft waargenomen (op het computerscherm van [naam adjunct directeur]) dat [eiser] bij Interpol staat geregistreerd. De voorzieningenrechter overweegt hierover dat ook dit op geen enkele wijze is gebleken. Evenmin is gebleken dat in Nederland een (strafrechtelijk) onderzoek loopt tegen [eiser], dit terwijl [gedaagde 1] al in december 2010 met de politie in Limburg heeft gesproken en in februari 2011 ook aangifte heeft gedaan tegen [eiser] bij de politie te Limburg. Kennelijk is door justitie in Nederland vooralsnog geen vervolg aan deze aangifte gegeven. Dat in Ghana aanklachten lopen tegen [eiser] blijkt uit de warrants die Camilleri als productie 4 en 6 in het geding heeft gebracht. Anders dan Camilleri is de voorzieningenrechter echter van oordeel dat, mede tegen de achtergrond van de aanzienlijke positie die [gedaagde 1] in Ghana bekleedt, vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het justitiële apparaat in Ghana, in elk geval waar het [eiser] en [eiseres] aangaat.

de inkleding van de door Camilleri geuite verdenkingen

4.15.

Camilleri heeft naar eigen zeggen een diepgravend journalistiek onderzoek gedaan. Zij kan dan ook geacht worden op de hoogte te zijn van het persoonlijke en langlopende conflict tussen [eiser] en [eiseres] enerzijds en [gedaagde 1] anderzijds. Opvallend aan de wijze waarop Camilleri haar verdenkingen jegens [eiser] en [eiseres] inkleedt, zijn niet alleen de (op zijn zachtst gezegd) “pittige” bewoordingen, maar ook dat zij in dit conflict consequent één kant kiest, te weten die van [gedaagde 1]. In geen van de artikelen is enige nuance te vinden waarmee ook de andere kant van het verhaal (enigszins) wordt belicht. Dit beeld wordt bevestigd door de onder 2.22 aangehaalde conclusie van de Raad voor de Journalistiek. Het beeld dat Camilleri in belangrijke mate optreedt als de spreekbuis van [gedaagde 1] wordt versterkt door de volgende mededeling in het artikel van 17 november 2013 (zie 2.17):

Terug naar [gedaagde 1]. Tijdens onze eerste ontmoeting met hem op 17 mei 2013 krijgen we een volledig verzameld dossier letterlijk in onze schoot geworpen. Voor wat betreft de beschuldigingen aan zijn adres zijn we het snel met hem eens.

De voorzieningenrechter acht de wijze waarop Camilleri haar verdenkingen inkleedt dan ook in strijd met haar eigen mededeling op de website (zie 2.3) dat “Iedereen binnen Crimesite Camilleri zich [heeft] geconformeerd aan de code op een verantwoordelijke wijze het nieuws waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier te brengen.”


de conclusie tot zover

4.16.

De conclusie tot zover is dat de acht artikelen van Camilleri vanwege de gebrekkige feitelijke onderbouwing daarvan alsmede vanwege de wijze waarop de verdenkingen jegens [eiser] en [eiseres] zijn ingekleed onrechtmatig kunnen worden geacht jegens [eiser] en [eiseres]. Mede gezien het feit dat de verdenkingen bijzonder ernstig van aard zijn en vermoed kunnen worden bijzonder ernstige gevolgen te hebben voor [eiser] en [eiseres], weegt hun recht op bescherming van hun goede naam zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting van Camilleri. Eenzelfde conclusie kan worden getrokken met betrekking tot de op de website van Camilleri gepubliceerde foto’s van [eiser] en [eiseres] waarop zij herkenbaar zijn afgebeeld. Waar het gaat om het portretrecht dient immers door de rechter in beginsel een gelijksoortige afweging te worden gemaakt als onder 4.3 van dit vonnis bedoeld. De nieuwswaarde van de foto’s acht de voorzieningenrechter gering, aangezien [eiser] en [eiseres] niet kunnen worden aangemerkt als publieke personen. Dit leidt tot toewijzing van de vorderingen jegens Camilleri op de navolgende wijze.

Vordering a zal worden toegewezen in die zin dat de gewraakte acht artikelen in hun geheel offline dienen te blijven. De in het petitum opgenomen beschuldigingen zijn zodanig in de acht artikelen verweven dat het nagenoeg onmogelijk is de beschuldigingen uit de artikelen te “filteren”.
Vordering b zal worden toegewezen in die zin dat de portretfoto’s van [eiser] en [eiseres] dienen te worden verwijderd. Daarnaast dienen hun namen en voornamen in de artikelen waarin zij zijdelings voorkomen te worden geanonimiseerd. Het betreft de drie als productie 54 door eisers in het geding gebrachte artikelen ([persoon 4] ([leeftijd]) vergreep zich aan meer kinderen, Kort geding ‘Ghanese koning’ tegen journaliste en Vastgoedmagnaat [gedaagde 1]: ‘besmeuringshetze steeds verder ontrafeld).
Vordering c (de rectificatie) zal worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum van dit vonnis vermeld.
Vordering d zal worden toegewezen voor zover het de zoekmachine van Google betreft. Voor het overige wordt de vordering te onbestemd geacht.
Vordering e zal worden toegewezen in die zin dat het Camilleri bij de huidige stand van zaken zal worden verboden de onder a van het petitum genoemde beschuldigingen wederom te uiten. Mocht Camilleri in de toekomst beschikken over nieuw of aanvullend bewijs dan kan het haar vrij staan, afhankelijk van de aard van dit bewijs, opnieuw over deze kwestie te publiceren. Met toewijzing van vordering e wordt derhalve niet bewerkstelligd dat Camilleri voor altijd monddood wordt gemaakt.

de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 3]

4.17.

De vorderingen zoals tegen Camilleri toegewezen, zijn eveneens toewijsbaar jegens [gedaagde 3] in persoon. [gedaagde 3] is voorzitter van het bestuur van Camilleri en presenteert zich als uitgever van de website van Camilleri. Bovendien is aan de hand van de als productie 41 overgelegde correspondentie die is gevoerd tussen [gedaagde 3] en [eiser] voldoende aannemelijk dat [gedaagde 3] de persoon is achter de artikelen. Op grond van deze omstandigheden kan [gedaagde 3] geacht worden het mede in zijn macht te hebben dat aan de uit te spreken veroordelingen zal worden voldaan.

4.18.

Jegens [gedaagde 3] is nog een aanvullende vordering, te weten vordering f ingesteld. Gevorderd is – kort gezegd – [gedaagde 3] te verbieden e-mails en sms-berichten te versturen aan [eiser] en [eiseres]. Omdat dergelijke correspondentie niet in het openbaar plaatsvindt, geldt hiervoor een ander toetsingskader dan wanneer het uitlatingen betreft op een (openbaar toegankelijke) website. Dat [eiser] en [eiseres] mogelijk niet gediend zijn van de toon die [gedaagde 3] in zijn correspondentie aanslaat, vormt echter een onvoldoende (juridische) grondslag om tot toewijzing van deze vordering te komen.

de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 1]


4.19. Vooropgesteld wordt dat de vorderingen ten aanzien van [gedaagde 1] dienen te worden beoordeeld tegen de achtergrond van het inmiddels al langlopende conflict tussen [eiser] en [eiseres] enerzijds en [gedaagde 1] anderzijds. Partijen hebben een sterk uiteenlopende visie op de oorzaak van dit conflict en de feitelijke juistheid van de verwijten die zij elkaar over en weer maken. Volgens [eiser] en [eiseres] heeft het feit dat zij [gedaagde 1] hebben geconfronteerd met door hem gepleegd seksueel misbruik en het feit dat [eiseres] [persoon 2] heeft aangezet tot het doen van aangifte hiervan, ertoe geleid dat [gedaagde 1] een wraakactie aan het ondernemen is. [gedaagde 1] zou om die reden [eiser] en [eiseres] van ernstige feiten beschuldigen om op die manier een rookgordijn op te werpen en de aandacht van hemzelf af te leiden, aldus [eiser] en [eiseres]. Volgens [gedaagde 1] dateert de aangifte van [persoon 2] waarin is opgenomen dat [gedaagde 1] zich aan seksueel misbruik zou hebben schuldig gemaakt van na de datum waarop het conflict is ontstaan. Dit betekent, aldus [gedaagde 1], dat die beschuldiging als een set up moet worden aangemerkt. Dat die beschuldigingen onjuist zijn, is volgens [gedaagde 1] genoegzaam aangetoond.

4.20.

Zoals ter zitting al is besproken gaat het in dit kort geding in beginsel niet om de door [eiser] en [eiseres] aan het adres van [gedaagde 1] geuite beschuldigingen of om de vraag of die beschuldigingen al dan niet met feiten kunnen worden gestaafd. Het gaat hier om de beschuldigingen van [gedaagde 1] aan het adres van [eiser] en [eiseres]. Dat [gedaagde 1] door [eiser] en [eiseres] wordt beschuldigd van ernstige feiten (net zoals dit andersom gebeurt), kleurt echter naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter deze zaak wel in belangrijke mate. Uit de door partijen overgelegde stukken en de door hen verwoorde standpunten rijst namelijk het beeld van twee ruziënde partijen die er beiden niets aan gelegen laten liggen de ander zwart te maken en elkaar steeds opnieuw met gelijke munt terug te betalen. Zware middelen, zoals het doen van aangiften over en weer, zowel bij justitie in Nederland, als bij justitie in Ghana, alsmede het aan de grote klok hangen van de beschuldigingen op het internet, worden hierbij door beide partijen niet geschuwd. De aard van de beschuldigingen die over en weer worden geuit is bovendien bijzonder ernstig.

4.21.

Bij de beoordeling van de vorderingen jegens [gedaagde 1] acht de voorzieningenrechter doorslaggevend dat het uiten van de beschuldigingen door [gedaagde 1] enerzijds en [eiser] en [eiseres] anderzijds, in dit geval geschiedt door twee min of meer gelijkwaardige partijen. Bij de onder 2.9 en 2.10 aangehaalde publicaties gaat het om (persoonlijke standpunten van) privé-personen die niet zijn aan te merken als objectieve (journalistieke) nieuwsbronnen. Aangenomen mag worden dat dit voor de lezer, die van deze publicaties via de website van [gedaagde 1] ([naam website 1]) kennis neemt, duidelijk zal zijn. Die lezer zal aan de publicaties op de website van [gedaagde 1] niet eenzelfde waarde toekennen als aan de publicaties op de website van Camilleri. De beoordeling van de vorderingen jegens Camilleri en [gedaagde 3] geschiedt derhalve tegen een andere achtergrond dan de beoordeling van de vorderingen jegens [gedaagde 1].

4.22.

Op grond van het vorenstaande zal [gedaagde 1] in zijn conclusie worden gevolgd dat het geschil dat hij heeft met [eiser] en [eiseres] niet in dit kort geding kan worden beslecht. Op tal van punten is nader onderzoek naar de feiten vereist, waarvoor het kort geding zich niet leent. Zo zal in ieder geval nader moeten worden onderzocht of de website [naam website 2] (waarop zeer ernstige beschuldigingen zijn geuit aan het adres van [eiser]) door [gedaagde 1] is opgericht en beheerd. Dit is weliswaar door eisers gemotiveerd gesteld en gezien de aard van de publicaties op die website ook wel aannemelijk, maar door [gedaagde 1] uitdrukkelijk ontkend. Ondanks het feit dat [gedaagde 1] ter zitting geen afdoende verklaring kon geven over wie dan wel achter de website zat (anders dan dat dit [eiser] zelf zou zijn omdat hij uit is op geld van [gedaagde 1]), kan de voorzieningenrechter er in dit kort geding niet zonder meer vanuit gaan dat het [gedaagde 1] moet zijn geweest. Gelet op de toewijzing van de vorderingen tegen Camilleri en [gedaagde 3] wordt aan de belangen van [eiser] en [eiseres] (die er met name op zien verdere schade aan hun persoon te voorkomen) voldoende tegemoet gekomen en hebben zij onvoldoende belang bij toewijzing in dit kort geding van de (verstrekkende) vorderingen tegen [gedaagde 1].

4.23.

Op het voorgaande dienen echter twee uitzonderingen te worden gemaakt. Het is Camilleri verboden de acht gewraakte artikelen te publiceren. Een van die artikelen (Opsporing verzocht: [eiser], zie 2.11) heeft [gedaagde 1] overgenomen op zijn website. Door [gedaagde 1] is ter zitting niet gesteld dat hij dit artikel inmiddels heeft verwijderd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient [gedaagde 1] dit alsnog te doen, omdat anders de jegens Camilleri op dit punt uitgesproken veroordeling zinledig zou zijn.

4.24.

De tweede uitzondering ziet op de foto van [eiseres] die op de website van [gedaagde 1] is gepubliceerd. Deze foto maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter een ernstige inbreuk op haar privacy terwijl niet valt in te zien welk belang [gedaagde 1] bij publicatie heeft. Derhalve zal [gedaagde 1] eveneens worden veroordeeld de desbetreffende foto van zijn website te verwijderen.

de geldvordering jegens [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3]

4.25.

Gevorderd is een voorschot van € 124.000,- op vergoeding van de door [eiser] en [eiseres] geleden schade. Voor toewijzing van een geldvordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van die vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. Bij de afweging van de belangen van partijen wordt mede betrokken het risico dat niet kan worden terugbetaald, in het geval de veroordeling in kort geding geen stand houdt.

4.26.

Mede gezien het tegen de geldvordering door [gedaagde 1], Camilleri en [gedaagde 3] gevoerde verweer, wordt geoordeeld dat deze vordering niet voldoet aan het hiervoor weergegeven criterium. De vordering is weliswaar nader gespecificeerd onder punt 94 van de dagvaarding, maar [eiser] en [eiseres] zijn er niet in geslaagd, bijvoorbeeld aan de hand van nadere bewijsstukken, de kosten voor levensonderhoud, de gerechtelijke kosten en de gederfde inkomsten voldoende aannemelijk te maken. Ook het causaal verband tussen deze kosten en de gedragingen van gedaagden is in dit geding niet komen vast te staan. De bedragen van € 10.000,- voor zowel imago- en reputatieschade als gederfde levensvreugde zijn speculatief en ook verder vooralsnog onvoldoende concreet onderbouwd. Tot slot geldt dat Camilleri en [gedaagde 3] terecht hebben gewezen op het restitutierisico aan de zijde van [eiser] en [eiseres].

de dwangsommen

4.27.

De aan de veroordelingen te verbinden dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

de proceskosten

4.28.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen Camilleri en [gedaagde 3] worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser] en [eiseres], alsmede de nakosten als hierna te melden. De proceskosten worden begroot op € 95,77 aan dagvaardingskosten, € 77,- aan griffierecht en € 816,- aan salaris advocaat, derhalve in totaal € 988,77. Omdat [eiser] en [eiseres] op basis van een toevoeging procederen zullen de dagvaardingskosten moeten worden voldaan aan de griffier van de rechtbank.

4.29.

In het geding tussen [eiser] en [eiseres] enerzijds en [gedaagde 1] anderzijds zullen de proceskosten worden gecompenseerd nu beide partijen gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

ten aanzien van Camilleri en [gedaagde 3]:

5.1.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] de acht artikelen die zij heeft gepubliceerd over [eiser] en [eiseres] (Internationaal opsporingsbevel voor [eiser] ([leeftijd]), Voortvluchtige [eiser] schreeuwt het uit, Voortvluchtige [eiser] is woedend, Voortvluchtige [eiser] verder ontmaskerd, Voortvluchtige [eiser] erkent voortvluchtig te zijn, Misdaadjournaliste [journaliste] voor de rechter, Opsporing verzocht: [eiser], Interpol: Blue Notice [eiser]) offline te houden;

5.2.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] de bij de onder 5.1 genoemde artikelen geplaatste foto’s van [eiser] en [eiseres] van de websites www.camilleri.nl en www.camillerinieuws.wordpress.com te verwijderen en verwijderd te houden;

5.3.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] de namen en voornamen van [eiser] en [eiseres] in de artikelen [persoon 4] ([leeftijd]) vergreep zich aan meer kinderen, Kort geding ‘Ghanese koning’ tegen journaliste en Vastgoedmagnaat [gedaagde 1]: ‘besmeuringshetze steeds verder ontrafeld te anonimiseren en geanonimiseerd te houden;

5.4.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis op de homepage van de websites www.camilleri.nl en www.camillerinieuws.wordpress.com voor de duur van tenminste één week een rectificatie te plaatsen ter grootte van het halve beeld, zonder enig begeleidend commentaar met de volgende inhoud:

Rectificatie
Op onze website zijn in verschillende publicaties en reacties daarop [eiser] en zijn vrouw [eiseres] in verband gebracht met strafbare activiteiten zoals poging tot moord, diefstal, verboden wapenbezit, afpersing, illegale kinderadoptie, leiding geven aan een criminele organisatie, valsheid in geschrifte en seksueel misbruik van kinderen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 18 september 2014 geoordeeld dat deze beschuldigingen onvoldoende met feiten zijn gestaafd en daarom ten onrechte geuit.
Redactie Camilleri

5.5.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] om Google binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van haar zoekmachine zodanig aan te passen dat de onder 5.1 genoemde artikelen over [eiser] en [eiseres] die zijn gepubliceerd op de websites www.camilleri.nl en www.camillerinieuws.wordpress.com niet meer vindbaar zijn via deze zoekmachine, met overlegging van afschriften van deze verzoeken aan de raadsvrouw van [eiser] en [eiseres];

5.6.

beveelt Camilleri en [gedaagde 3] zich bij de huidige stand van zaken, zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.16, te onthouden van uitlatingen over [eiser] en [eiseres] waarin [eiser] wordt omschreven als crimineel en voortvluchtig en waarin [eiser] en/of [eiseres] in verband worden gebracht met een criminele organisatie, afpersing, illegale adoptie, kindermisbruik, verboden wapenbezit, poging tot moord, diefstal, valsheid in geschrifte en gezocht worden door de Nederlandse justitie;

5.7.

bepaalt dat Camilleri en [gedaagde 3] per dag en per keer dat zij niet of niet volledig uitvoering geven aan de onder 5.1 tot en met 5.6 gegeven bevelen een dwangsom verbeuren van € 1.000,- met een maximum van € 100.000,-;

5.8.

veroordeelt Camilleri en [gedaagde 3] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] en [eiseres] tot op heden begroot op € 988,77, waarvan € 893,- moet worden voldaan aan eisers en waarvan € 95,77 aan dagvaardingskosten moet worden voldaan aan de griffier door overmaking op rekeningnummer IBAN NL09RBOS0569990491 ten name van MVJ Arrondissement Amsterdam, onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.9.

veroordeelt Camilleri en [gedaagde 3] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- aan salaris advocaat en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt;

5.10.

bepaalt dat de bedragen opgenomen in de proceskostenveroordeling en in de veroordeling tot betaling van de nakosten, worden vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.11.

verklaart dit vonnis ten aanzien van Camilleri en [gedaagde 3] tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.12.

wijst het meer of anders gevorderde ten aanzien van Camilleri en [gedaagde 3] af;

ten aanzien van [gedaagde 1]:

5.13.

beveelt [gedaagde 1] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis het artikel Opsporing verzocht: [eiser] (zie 2.11) dat van de website van Camilleri is overgenomen, alsmede de foto van [eiseres] van de website [naam website 1] te verwijderen en verwijderd te houden;

5.14.

bepaalt dat [gedaagde 1] per dag dat hij niet of niet volledig uitvoering geeft aan het onder 5.13 gegeven bevel een dwangsom verbeurt van € 1.000,- met een maximum van € 100.000,-;

5.15.

verklaart dit vonnis ten aanzien [gedaagde 1] tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.16.

compenseert de proceskosten in die zin dat [gedaagde 1] en eisers ieder de eigen kosten dragen;

5.17.

wijst het meer of anders gevorderde ten aanzien van [gedaagde 1] af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2014.1

1 type: MVcoll: