Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:6055

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-09-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
13/654302-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zwaar illegaal vuurwerk aan minderjarige in ruil voor ontuchtige handelingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/654302-13

Datum uitspraak: 16 september 2014

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1992,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Schans” te Amsterdam.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkorte vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 maart 2014, 4 juni 2014 en 2 september 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. E.C. Visser en mr. H.C. van Ooijen en van wat verdachte en zijn raadsvrouwen mr. M.A.M. Euverman en mr. S. Ok naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijzigingen op de terechtzittingen van 5 juni 2014 en 2 september 2014 – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam,

- met jongen 1 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 16), geboren op 1 januari 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

terwijl dat kind aan zijn, verdachtes, zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd was/waren,

buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij verdachte, (telkens) de penis van die jongen in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of aan die penis gezogen;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten het geven van een hoeveelheid (gevaarlijk) vuurwerk zoals Cobra 6 en/of Thunder Cracker en/of Flash Bangs, dan wel ander (illegaal) vuurwerk en/of één of meer geldbedrag(en), één of meer perso(o)n(en), te weten jongen 1 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 16), geboren op 1 januari 2002 en/of jongen 2 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 101), geboren op 22 november 2000 waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jongens de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten:

- het brengen/houden van de penis van die jongen 1 in zijn, verdachte's, mond en/of

- het zuigen aan de penis van die jongen 1, te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden

- het zichzelf (in aanwezigheid van hem, verdachte) aftrekken;

3.

hij op een of meer tijstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam één of meer perso(o)n(en) te weten jongen 1 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 16), geboren op 1 januari 2002 en/of jongen 2 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 101), geboren op 22 november 2000, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn, verdachte’s seksuele handelingen, door

- in het bijzijn en/of in de directe nabijheid van die (jongen 1 en/of die jongen 2) zijn broek te laten zakken en/of open te doen en/of (vervolgens)

zijn penis uit zijn broek te halen en/of zijn (stijve) ontblote penis aan die jongen 1 en/of die jongen 2 te tonen en/of

- ( vervolgens) zich in het bijzijn en/of in de directe nabijheid van die jongen 1 en/of die jongen 2 af te trekken en/of zijn (stijve) ontblote penis in zijn hand te houden

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam, (telkens) een afbeelding en/of een voorwerp waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (telkens) heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond aan jongen 1 (zie proces-verbaal van verhoor, blz 16), geboren 1 januari 2002 en/of jongen 2 (zie proces-verbaal van verhoor,

blz 101), geboren op 22 november 2000, van wie verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jongen(s) jonger was/waren dan zestien jaar, immers heeft verdachte (meermalen) afbeeldingen met daarop seksuele handelingen tussen mannen en vrouwen op zijn telefoon laten zien;

5.

hij op een of meer tijstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 18 december 2013, althans op 18 december 2013 te Amsterdam, althans in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten 16, althans één of meer fotobestanden met daarop

- naakte jongens in de leeftijd van ongeveer 12 tot 16 jaar die seksuele handelingen bij elkaar verrichten en/of

- naakte jongens die elkaar op de mond en/of de buik zoenen

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of in bezit gehad;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 11 december 2013, althans in de periode van 1 januari 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, roekeloos, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onzorgvuldig en/of nalatig, aan jongen 1 een Super Cobra 6 2G, althans een stuk vuurwerk, heeft geleverd en/of ter beschikking heeft gesteld, terwijl hij, verdachte, wist of had moeten weten dat:

- jongen 1 minderjarig was en/of

- de Super Cobra 6 2G, althans dat stuk vuurwerk, professioneel vuurwerk is en/of

- de Super Cobra 6 2G, althans dat stuk vuurwerk, bij onprofessioneel gebruik zeer gevaarlijk kan zijn en/of

dat hij, verdachte

de Super Cobra 2G, althans dat stuk vuurwerk heeft geleverd en/of ter beschikking heeft gesteld zonder (voldoende) instructie(s) en/of waarschuwing(en) en/of gebruiksaanwijzing(en) en/of

dat jongen 1 (vervolgens) deze Super Cobra 6 2G, althans dit stuk vuurwerk, op 11 december 2013 heeft afgestoken en dat deze Super Cobra 6 2G, althans dat stuk vuurwerk, tijdens of vlak na het afsteken in de hand, althans in de directe nabijheid van die jongen 1 is ontploft,

waardoor het aan verdachtes, schuld te wijten is geweest dat die jongen 1 zwaar lichamelijk letsel, te weten een weggeslagen en/of geamputeerde (linker)hand en/of diepe (2e en/of 3e graads) brandwonden op de buik en/of letsel aan de milt en/of de (dikke) darm(en) en/of de (linker) nier(en), heeft bekomen.

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 19 december 2013, althans in de periode van 1 januari 2013 tot en met 19 december 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een (of meer) anderen, al dan niet opzettelijk,

professioneel vuurwerk dat bestemd was voor particulier gebruik,

te weten:

(in een pand perceel [adres])

3, althans een of meer Super Cobra ('s) 6 en/of

3, althans een of meer Super Cobra(‘s) 6 2G en/of

1. vuurpijl Staway/Pyrostar

en/of

(op het terrein van natuurspeelpark Jeugdland)

49, althans een of meer Super Cobra(’s)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad,

en/of

1. Vlinder XXL en/of

1, Super Cobra 6 2G en/of

7, althans één of meer, Super Cobra(‘s) 6 2G en/of

20, althans één of meer, Thunder Cracker(s) en/of

20, althans één of meer, Flash Bang(s) en/of

19, althans één of meer, strijker(s) (groen) en/of

2, althans één of meer, Thunder King(s) en/of

20, althans één of meer, Bermuda(s) en/of

4, althans één of meer Scorpio(‘s) en/of

9, althans één of meer, Vlinderbom(men) en/of

8, althans één of meer, Jumping Thunder(s) en/of

1. Smoke en/of 1 Green Smoke en/of 1 Black Smoke,

althans (telkens) een hoeveelheid professioneel vuurwerk,

aan een ander, te weten jongen 1, ter beschikking heeft gesteld,

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 11 december 2013, althans in de periode van 1 januari 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, waren, te weten:

1. Vlinder XXL en/of

1, Super Cobra 6 2G en/of

7, althans één of meer, Super Cobra 6 2G en/of

20, althans één of meer, Thunder Cracker(s) en/of

20, althans één of meer, Flash Bang(s) en/of

19, althans één of meer, strijker(s) (groen) en/of

2, althans één of meer, Thunder King(s) en/of

20, althans één of meer, Bermuda(s) en/of

4, althans één of meer Scorpio(‘s) en/of

9, althans één of meer, Vlinderbom(men) en/of

8, althans één of meer, Jumping Thunder(s) en/of

1. Smoke en/of 1 Green Smoke en/of 1 Black Smoke,

althans (telkens) een hoeveelheid professioneel vuurwerk,

heeft afgeleverd en/of uitgedeeld aan jongen 1

wetende dat die waren voor het leven en/of voor de gezondheid schadelijk waren en dat schadelijke karakter bij dat afleveren en/of uitdelen heeft verzwegen;

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officieren van justitie zijn ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde en bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, en 8 ten laste gelegde. Zij hebben hiertoe, samengevat, het volgende aangevoerd.

Het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde kan bewezen worden verklaard op grond van de bekennende verklaringen van verdachte, de verklaringen van jongen 1 en jongen 2 en de WhatsApp-berichten tussen verdachte en de jongens. Verdachte was ten tijde van het misbruik werkzaam bij Jeugdland en de slachtoffers waren aan zijn zorg toevertrouwd. Het misbruik van de jonge jongens, waarbij pornografische beelden werden bekeken, is schadelijk voor hun ontwikkeling.

Van het onder 5 ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken nu de aangetroffen afbeeldingen zich bevonden in zogenaamde unallocated clusters en deze voor de doorsnee gebruiker niet toegankelijk zijn.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste geldt dat verdachte de Super Cobra 6 2G aan jongen 1 heeft geleverd en dat het aan zijn schuld te wijten is dat jongen 1 bij het afsteken van die Super Cobra 6 2G zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar vuurwerk aan jongen 1 heeft geleverd maar dat de ontplofte Super Cobra 6 2G mogelijk door een ander is geleverd, waarbij hij heeft verwezen naar twee mogelijke leveranciers. De officieren van justitie achten de verklaring van verdachte hierover echter onbetrouwbaar en blijven er bij dat het verdachte is die het ontplofte vuurwerk heeft verstrekt.

Verdachte had de Super Cobra 6 2G nooit aan jongen 1 mogen verstrekken. Reeds om die reden zou geen enkele instructie van verdachte – verdachte stelt dat hij instructies heeft gegeven maar jongen 1 ontkent dit – toereikend zijn geweest. Jongen 1 heeft zwaar lichamelijke letsel opgelopen, zo blijkt uit de letselverklaring.

Ook het onder 7 ten laste gelegde kan bewezen kan worden verklaard, zulks op grond van de verklaring van verdachte zelf, het proces-verbaal van doorzoeking van het huis van verdachte, het proces-verbaal van het aantreffen van de koffer op Jeugdland, het proces-verbaal van aantreffen van het vuurwerk in de container en de rapporten van het NFI. Het betreft het volgende illegale vuurwerk:1 Cobra, 7 Corba Super, 20 Thunder Crackers, 19 Bermuda’s, 2 Scorpio’s en 9 vlinderbommen. De 19 groene strijkers en de black en green smoke zijn niet onderzocht maar staan volgens het proces-verbaal van het team Centraal Onderzoek Vuurwerk (COV) op lijst II.

Tot slot geldt ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde primair dat verdachte bij het leveren van het illegale vuurwerk het schadelijke karakter heeft verzwegen. Ook indien wordt aangenomen dat jongen 1 in beginsel bekend was met de risico’s van het vuurwerk mag er, gelet op de jonge leeftijd van jongen 1, niet van worden uitgegaan dat jongen 1 volledig op de hoogte was van de risico’s die het afsteken van illegaal zwaar vuurwerk met zich meebrengen. Subsidiair zou in iedere geval een veroordeling voor de geleverde Super Cobra 6 2G moeten volgen nu verdachte op de hoogte was van de gebreken van dit vuurwerk en het desondanks zonder waarschuwing heeft geleverd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte. Van de onder 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten dient verdachte te worden vrijgesproken en de verdediging heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

Het onder 4 ten laste gelegde is onvoldoende feitelijk, aangezien de ten laste gelegde beelden niet nader zijn omschreven, waardoor niet verifieerbaar is om welke beelden het gaat.

Van het onder 5 ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken nu is gebleken dat de bestanden zijn aangetroffen in unallocated clusters, welke (gewiste of overgeschreven) bestanden voor een gemiddelde gebruiker en zonder speciale software niet zijn te openen.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde geldt dat niet is vast te stellen dat de Super Cobra 2G die de het zwaar lichamelijk letsel bij jongen 1 heeft veroorzaakt, is verstrekt door verdachte. Subsidiair hebben de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte jongen 1 voldoende instructies heeft gegeven over het afsteken van het vuurwerk, te meer nu jongen 1 zelf terdege het gevaar van dergelijk vuurwerk kende.

Voor wat betreft feit 7 geldt primair dat niet kan worden vastgesteld dat het bij jongen 1 aangetroffen vuurwerk afkomstig is van verdachte. Subsidiair kan niet worden bewezen dat het gaat om professioneel vuurwerk.

Verdachte heeft steeds gewezen op het gevaar van het vuurwerk en heeft dus nooit het schadelijke karakter daarvan verzwegen, zodat ook ten aanzien van feit 8 vrijspraak zou moeten volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak van het onder 5 en 8 ten laste gelegde

De rechtbank acht – evenals het openbaar ministerie en de verdediging – niet bewezen wat onder 5 is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Anders dan de officieren van justitie acht de rechtbank het onder 8 ten laste gelegde feit evenmin wettig en overtuigend bewezen. De vraag of verdachte nu wel of niet uitdrukkelijk heeft gewezen op de gevaren van het vuurwerk, kan daarbij in het midden blijven. Uit onder meer de WhatsApp berichten die zich in het dossier bevinden blijkt dat ook door verdachte meermalen wordt gesproken over het gevaar van vuurwerk en over explosies. Naar het oordeel van de rechtbank was de opzet van verdachte dan ook geenszins gericht op het verzwijgen van de schadelijkheid van het vuurwerk. Nu verdachte daartoe geen opzet had, dient hij van feit 8 te worden vrijgesproken.

4.3.2

Het oordeel over het onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 bewezen kan worden verklaard. De rechtbank overweegt met betrekking tot de door de verdediging gevoerde verweren nog het volgende.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat hij tijdens het verrichten van ontuchtige handelingen met jongen 1 en jongen 2, samen met hen op zijn telefoon naar porno keek, waarbij mannen en vrouwen (in de woorden van verdachte) aan het ‘neuken’ waren. Door dergelijke beelden onder de geschetste omstandigheden aan zeer jonge jongens te tonen heeft verdachte minst genomen het risico genomen dat hierdoor schade bij deze jongens zou optreden.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Levering ontploft vuurwerk door verdachte

Uit het dossier blijkt dat jongen 1 gedurende een aanzienlijke periode veelvuldig vuurwerk van verdachte kreeg in ruil voor – samengevat – ontuchtige handelingen, zoals verdachte ook heeft bekend. Hieronder bevond zich ook een Super Cobra 6 2G. Jongen 1 heeft van meet af aan verklaard dat hij één, misschien twee Super Cobra’s 6 2G van verdachte heeft gekregen en dat één daarvan in zijn hand is ontploft. Op grond van onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is vast komen te staan dat een Super Cobra 6 2G in de hand van jongen 1 is ontploft. Tijdens de doorzoeking van het huis van verdachte zijn 3 Super Cobra’s 2G aangetroffen.

Verdachte heeft aangevoerd dat evenwel niet met zekerheid kan worden aangenomen dat nu juist een door hem geleverde Super Cobra 6 2G is ontploft, omdat deze evengoed door een ander aan jongen 1 kan zijn geleverd. Verdachte heeft in dit verband gewezen op twee mogelijke andere leveranciers, namelijk enerzijds de broer van jongen 1 en anderzijds een zekere “Kostja”. Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt. Vooropgesteld wordt dat Jongen 1 steeds heeft verklaard dat hij uitsluitend vuurwerk van verdachte heeft gekregen, waaronder de door hem afgestoken Super Cobra 6 2G. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de verklaringen van jongen 1 op dit punt te twijfelen. Het wordt bevestigd in de WhatsApp berichten afkomstig van de mobiele telefoon van jongen 1, waaruit blijkt van zeer veelvuldig contact met verdachte over het te leveren vuurwerk. Van een andere leverancier van vuurwerk aan jongen 1 is in die WhatsApp berichten geen enkele sprake.

Verdachte heeft geopperd dat een vriend van jongen 1 de ontplofte Super Cobra 2G van de hem bekende “Kotsja”, genaamd [naam 1] heeft gekocht en deze vervolgens aan jongen 1 heeft gegeven. Verdachte heeft aangegeven dit te hebben gehoord van een derde die aanwezig zou zijn geweest bij het ongeluk. De naam van deze derde wil verdachte om hem moverende redenen niet noemen. Dit door verdachte geschetste scenario, dat verder niet feitelijk is onderbouwd en in geen enkel opzicht wordt ondersteund door de verklaringen van jongen 1 of andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank onaannemelijk. De door [naam 1] in dit verband afgelegde verklaring, wordt door de rechtbank betrouwbaar geacht, onder meer gezien het feit dat hij gedetailleerd heeft verklaard en daarbij ook zich zelf heeft belast. Nikanovitsj ontkent daarin vuurwerk te hebben geleverd aan een minderjarige jongen in Amsterdam Oost, behoudens eenmaal aan een jongen van 15 jaar, genaamd [naam 2].

De enige aanwijzing in het dossier voor een mogelijk andere leverancier van illegaal vuurwerk aan jongen 1 betreft een bericht op de Facebook pagina van jongen 1, waarin hij heeft geschreven dat hij er “een van zijn broer had gehad”. Daarmee geconfronteerd heeft jongen 1 verklaard tegen andere kinderen te hebben gezegd dat hij met zijn broer naar België zou gaan om het te kopen en zo wilde laten zien dat hij geen saaie broer had. In werkelijkheid heeft hij nooit vuurwerk met zijn broer gekocht aldus jongen 1. Deze verklaring van jongen 1 wordt bevestigd door de verklaring van zijn broer, die hier uitgebreid over is gehoord en gemotiveerd ontkent dat hij ooit vuurwerk heeft gekocht, laat staan met zijn broertje. Ook deze verklaring acht de rechtbank betrouwbaar, te meer nu zij wordt gesteund door de verklaring van jongen 1 en zijn uitleg dat hij graag wilde dat andere kinderen zouden denken dat hij een stoere broer heeft, de rechtbank aannemelijk voorkomt. Daar komt nog bij dat het dossier verder geen enkel aanknopingspunt biedt voor de stelling dat de ontplofte illegale en gevaarlijke Super Cobra 6 2G door zijn oudere broer aan de toen 11 jarige jongen 1 zou zijn gegeven. Ook dit scenario wordt door de rechtbank dan ook als onaannemelijk terzijde geschoven.

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen bewezen dat verdachte degene is geweest die de ontplofte Super Cobra 6 2G aan jongen 1 heeft geleverd.

Schuld van verdachte

De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of het aan de schuld van verdachte te wijten is dat jongen 1 ten gevolge van het ontploffen van de door hem geleverde Super Cobra 6 2G zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Vast staat dat de Super Cobra 6 2G zeer gevaarlijk vuurwerk betreft en dat ontploffing hiervan, afhankelijk van de plaats van ontploffing en de positie ten opzichte van het lichaam, zelfs dodelijk zou kunnen zijn. Verdachte wist dat dit soort vuurwerk wordt aangemerkt als professioneel vuurwerk en in Nederland illegaal is, omdat het als zeer gevaarlijk wordt beschouwd. Met het openbaar ministerie is de rechtbank van oordeel dat reeds het enkele gegeven dat verdachte dit vuurwerk heeft gegeven aan een 11-jarige jongen – die dit vervolgens op verkeerde wijze tot ontploffing heeft gebracht en hierdoor zwaar letsel heeft opgelopen – schuld oplevert in de zin van artikel 308 van het Wetboek van Strafrecht. Naar algemeen bekend is, kan van een 11 jarige jongen immers niet verwacht worden dat hij zich gedraagt zoals een volwassen persoon dat zou doen. Zelfs indien verdachte duidelijke instructies had gegeven over de wijze van afsteken, waarvan overigens niets is gebleken, dan nog had hij er rekening mee moeten houden dat dergelijke instructies door een 11 jarige jongen niet zouden worden opgevolgd of dat deze anderzins onzorgvuldig met het gevaarlijke vuurwerk zou omspringen, zoals in casu ook is gebeurd. Verdachte had een dergelijk stuk vuurwerk hoe dan ook nooit aan een kind mogen verstrekken.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel bij jongen 1 aan de schuld van verdachte te wijten is.

4.3.3

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

in de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam,

- met jongen 1, geboren op 1 januari 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

terwijl dat kind aan zijn waakzaamheid toevertrouwd was,

buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij verdachte, telkens de penis van die jongen in zijn, mond gebracht en aan die penis gezogen;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

in de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam, meermalen door giften, te weten het geven van een hoeveelheid gevaarlijk vuurwerk zoals Cobra 6 en/of Thunder Cracker en/of Flash Bangs, jongen 1, geboren op 1 januari 2002 en jongen 2, geboren op 22 november 2000, waarvan verdachte wist dat deze jongens de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten:

- het brengen van de penis van die jongen 1 in zijn, verdachte's, mond en

- het zuigen aan de penis van die jongen 1,

- het zichzelf (rb: jongen 1 en 2 ) in aanwezigheid van hem, verdachte, aftrekken

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

in de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam jongen 1, geboren op 1 januari 2002 en jongen 2, geboren op 22 november 2000, van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn, verdachte’s seksuele handelingen, door

- in het bijzijn van die jongen 1 en die jongen 2 zijn broek te laten zakken en open te doen en

zijn penis uit zijn broek te halen en

- zich in het bijzijn van die jongen 1 en/of die jongen 2 af te trekken;

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

in de periode van 1 mei 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam, telkens een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan jongen 1, geboren 1 januari 2002 en jongen 2, geboren op 22 november 2000, van wie verdachte wist dat deze jongens jonger waren dan zestien jaar, immers heeft verdachte meermalen afbeeldingen met daarop seksuele handelingen tussen mannen en vrouwen op zijn telefoon laten zien;

ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

in de periode van 1 januari 2013 tot en met 11 december 2013 te Amsterdam aanmerkelijk onvoorzichtig aan jongen 1 een Super Cobra 6 2G, heeft geleverd terwijl hij, verdachte, wist of had moeten weten dat:

- jongen 1 minderjarig was en

- de Super Cobra 6 2G, professioneel vuurwerk is en

- de Super Cobra 6 2G, bij onprofessioneel gebruik zeer gevaarlijk kan zijn en

jongen 1 deze Super Cobra 6 2G, heeft afgestoken en dat deze Super Cobra 6 2G tijdens of vlak na het afsteken in de hand, althans in de directe nabijheid van die jongen 1 is ontploft,

waardoor het aan verdachte’s, schuld te wijten is geweest dat die jongen 1 zwaar lichamelijk letsel, te weten een weggeslagen en/of geamputeerde (linker)hand en diepe (2e en/of 3e graads) brandwonden op de buik en letsel aan de milt en de darmen en de linker nier, heeft bekomen;

ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

in de periode van 1 januari 2013 tot en met 19 december 2013 te Amsterdam opzettelijk,

professioneel vuurwerk dat bestemd was voor particulier gebruik,

te weten:

(in een pand op de [adres])

3 Super Cobra's 6 en

3 Super Cobra‘s 6 2G en

1. vuurpijl Staway

en

(op het terrein van natuurspeelpark Jeugdland)

49 Super Cobra’s

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad,

en

1. Super Cobra 6 2G en

7 Super Cobra‘s 6 en

20 Thunder Crackers en

20 Flash Bangs en

19 strijkers (groen) en

19 Bermudas en

2 Scorpio‘s en

7 Vlinderbommen en

8 Jumping Thunders en

1. Smoke en 1 Green Smoke en 1 Black Smoke,

aan een ander, te weten jongen 1, ter beschikking heeft gesteld.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden een behandelverplichting, een contactverbod en een locatieverbod. Voorts hebben zij verzocht de vordering van de benadeelde partij volledig toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Ten aanzien van het beslag hebben zij een verbeurdverklaring gevorderd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn jonge leeftijd en het feit dat hij een first offender is.

Uit de Pro Justitia rapportages is gebleken dat verdachte is gediagnosticeerd met PDD NOS waardoor hij als licht verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Dit dient tot strafvermindering te leiden. Voorts is uit het reclasseringsadvies gebleken dat verdachte inmiddels op eigen initiatief is gestart met een behandeling bij De Waag. Voortzetting van de behandeling na detentie en langdurige begeleiding zijn volgens de reclassering geïndiceerd. Verdachte wil ook behandeld worden. Hij is zelf op dezelfde plek slachtoffer geweest van kindermisbruik en heeft dit nooit kunnen verwerken. Verdachte ziet nu de link tussen hetgeen hem is overkomen en zijn gedrag tegenover de slachtoffers. Verdachte wil de rechtbank dan ook vragen hem een kans te geven en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met reclasseringstoezicht.

Voorts verzoekt de verdediging bij de bepaling van de straf rekening te houden met het gegeven dat er sprake is van zowel eendaadse als meerdaadse samenloop als bedoeld in de artikelen 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Concluderend verzoekt de verdediging de rechtbank een gevangenisstraf van beperkte duur op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en waarbij aan het voorwaardelijke deel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

Bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij dient rekening te worden gehouden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, op dit moment geen inkomen heeft en waarschijnlijk, gelet op zijn opleiding en achterliggende problematiek, geen hoog inkomen zal genereren in de toekomst. De immateriële schade die betrekking heeft op het lichamelijke letsel, dient primair te worden afgewezen gelet op het gevoerde vrijspraakverweer. Subsidiair dient te vordering te worden gematigd. Jongen 1 is sinds januari 2014 in behandeling en er is nog geen sprake van een medische eindsituatie waardoor de psychische schade nog niet te begroten is.

De immateriële schade ten aanzien van het seksueel misbruik dient te worden gematigd. De verdediging verwijst daarbij naar de uitspraken 988 en 989 in de ANWB Smartengeldgids 2009 op pagina 188.

Ten aanzien van de gevorderde materiele schade geldt het volgende. De kosten voor het verblijf in het ziekenhuis, de studievertraging, de reiskosten (met uitzondering van de reiskosten naar de psycholoog á € 34,80, deze kunnen worden toegewezen), de parkeerkosten en de kosten voor de kleding) dienen te worden afgewezen gelet op het eerder gevoerde vrijspraakverweer.

Subsidiair dient rekening te worden gehouden met de huidige en toekomstige draagkracht van verdachte.

De gestolen fiets komt niet voor vergoeding in aanmerking nu er geen rechtstreeks verband bestaat tussen de diefstal en de ten laste gelegde feiten.

Tot slot stelt de verdediging zich op het standpunt dat de kosten voor de aanvraag van medische informatie dienen te worden afgewezen nu deze kosten normaliter worden vergoed door de Raad voor Rechtsbijstand.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Nu de rechtbank verdachte van het onder 5 en 8 ten laste gelegde heeft vrijgesproken, zal de rechtbank zich bij de strafoplegging beperken tot het onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 bewezenverklaarde. Mede gelet hierop zal de rechtbank afwijken van wat door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim zeven maanden ernstige ontuchtige handelingen gepleegd met een jongen die ten tijde van de ontucht 11 jaren oud was. Ook heeft verdachte zich zelf in aanwezigheid van die jongen alsmede van een andere jongen, die toen 12 jaar oud was, afgetrokken. Hij heeft deze kinderen overgehaald hieraan mee te werken door hen deels illegaal vuurwerk aan te bieden. De ontucht bestond uit het pijpen van jongen 1 en het zichzelf aftrekken in aanwezigheid van jongen 1 en jongen 2. Verdachte heeft tijdens deze ontuchtige handelingen ook schadelijke pornografische beelden aan beide minderjarige slachtoffers getoond.

Verdachte heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van deze jonge slachtoffers. De ervaring leert dat slachtoffers van seksueel misbruik nog langdurig de psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden, terwijl het seksueel misbruik bovendien een ernstige verstoring van de seksuele ontwikkeling van het slachtoffer tot gevolg kan hebben.

Onder het vuurwerk dat verdachte aan deze jonge jongens gaf, bevond zich illegaal en zeer gevaarlijk vuurwerk. Door het afsteken van een door verdachte aan de jongen van 11 gegeven Super Cobra 6 2G heeft deze ernstig zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het slachtoffer is daarbij onder meer één van zijn handen kwijtgeraakt. Hierdoor zal deze jongen de rest van zijn leven herinnerd worden aan de traumatische gebeurtenis die hem is overkomen.

Het is feit van algemene bekendheid dat het afsteken van zwaar illegaal vuurwerk grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij louter voor zijn eigen plezier over is gegaan tot het geven van dit zeer gevaarlijke vuurwerk aan een kind, met alle noodlottige gevolgen van dien.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf rekening gehouden met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, zoals die verder onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Over verdachte is op 12 juli 2014 een Pro Justitia rapportage opgemaakt door de psycholoog S.A. Moonen. Voorts is op 15 juli 2014 een Pro Justitia rapportage opgemaakt door de psychiater I. Maksimovic. Uit beide rapportages blijkt dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD NOS). Beide rapporteurs adviseren verdachte te beschouwen als licht verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank neemt deze conclusie over en houdt hier rekening mee bij de straftoemeting.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het op 19 augustus 2014 door reclasseringswerker S. Meurs over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport. De reclassering heeft geadviseerd verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting.

Voorts houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met het feit dat hij nooit eerder voor een strafbaar is veroordeeld.

Al hetgeen hiervoor is overwogen in aanmerking genomen, ziet de rechtbank aanleiding verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op te leggen met daarbij een voorwaardelijke gedeelte en een aantal bijzondere voorwaarden. Voor het opleggen van het door het openbaar ministerie gevorderde locatiegebod ziet de rechtbank geen aanleiding. Het voorwaardelijke deel strekt ertoe verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nogmaals dergelijke feiten te plegen.

Verbeurdverklaring

Onder verdacht is het volgende in beslag genomen: nr. 4671103 1 stk papier, handgeschreven notitie. Het voorwerp behoort aan verdachte toe. Nu met betrekking tot dit voorwerp het bewezen verklaarde feit is begaan, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde partij] heeft – als voorschot op de vergoeding van zijn schade – een bedrag van € 63.052,21 gevorderd. De benadeelde partij heeft zich voor dit deel van de vordering in dit strafproces heeft gevoegd, onder voorbehoud van het recht het restant bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken.

De rechtbank neemt als vaststaand aan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank deze schade op tenminste € 25.000,- (vijfentwintigduizend). Dit bedrag zal daarom als voorschot worden toegewezen . De afzonderlijke schadeposten behoeven om die reden geen verdere bespreking.

De benadeelde partij zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering kan voor wat dit deel betreft bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

De rechtbank zal in het belang van jongen 1, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 91, 240a, 247, 248a, 248d en 308 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 5 en 8 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 6, en 7 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen, meermalen gepleegd

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde

door giften een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde

een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde

aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Verklaart de bewezen feiten strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Veroordeelde mag gedurende de proeftijd van 3 jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met jongen 1 en jongen 2, zolang de reclassering hiervoor geen toestemming geeft.

2. Veroordeelde moet zich onder behandeling stellen bij De Waag of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde een ambulante behandeling voor zedendelinquenten te ondergaan en te leren omgaan met zijn stoornis PDD-NOS, een en ander zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan de Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart verbeurd: 1 stk papier, handgeschreven notitie.

Wijst de vordering van de benadeelde partij jongen 1, per adres mr. N. Nuwenhoud, gemachtigde, kantoorhoudende aan de Reinier Vinkeleskade 64, 1071 SX Amsterdam, bij wijze van voorschot tot een bedrag van € 25.000,- (vijfentwintigduizend) toe, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 december 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, aan de Staat € 25.000,- (vijfentwintigduizend) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 december 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 160 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Piena, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en C.A. Boom, rechters,

in tegenwoordigheid van L. Schleeper, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 september 2014.