Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5715

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
25-08-2015
Zaaknummer
C-13-539650 - HA ZA 13-432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Aanneming van werk. Betalen van voorschotten. Otbinding door partij die voorschotten zou moeten betalen tegen zekerheid. Bewijsopdracht.

Eindvonnis: ECLI:NL:RBAMS:2015:5331.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/539650 / HA ZA 13-432

Vonnis van 17 september 2014

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.G.M. Roijers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AFRICAN CATS B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F.J. Hommersom.

Partijen zullen hierna [eiser] en AC genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 februari 2013, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 18 september 2013, waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 10 maart 2014, met de daarin genoemde stukken,

  • -

    de akte wijziging eis in reconventie, met producties,

  • -

    de (antwoord)akte van [eiser] , met producties,

  • -

    de akte uitlating producties van AC, met één productie,

  • -

    de akte uitlating productie van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 6 mei 2006 hebben partijen een overeenkomst gesloten met betrekking tot een door AC voor [eiser] te bouwen catamaran (hierna: het schip of de [schip] ).

2.2.

De overeenkomst houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:

[…]

PRIJS/BETALINGSCONDITIES

3. De prijs voor het Vaartuig bedraag € 500.000,00 […], welke prijs exclusief omzet belasting, door Afnemer [ [eiser] , Rechtbank] als volgt zal worden voldaan:

 bij ondertekening van deze overeenkomst ( 20%) € 100.000

 bij aanvang bouw ( 20%) € 100.000

 bij installatie motoren en techniek ( 20%) € 100.000

 bij aanvang afwerking ( 20%) € 100.000

 bij tewaterlating in haven Durban ( 10%) € 50.000

 bij aflevering door middel van telefonische

overmaking ( 10%) € 50.000

[…]

5. Leverancier [AC, Rechtbank] heeft het recht om door de jachtarchitect, [jachtarchitect] , noodzakelijk geachte wijzigingen in ontwerp, uitrusting en bijgeleverde zaken door te voeren en daarmee samenhangende meer- dan wel minderpijs aan de afnemer door te berekenen. Elke wijziging in de initiële specificatie dient de schriftelijke instemming te hebben van beide partijen.

ZEKERHEIDSTELLING

6. Als zekerheid voor de richtige nakoming door Leverancier van zijn verplichtingen uit hoofde van het Bouwcontract, stelt Leverancier ten gunste van Afnemer een klimmende garantie ter grootte van de door Afnemer betaalde bedragen ter beschikking, welke bankgarantie vervalt met de aanvaarding van het Vaartuig bij levering […].

LEVERTIJD/LEVERING

7. De bouw van het Vaartuig zal een aanvang nemen op 1 september 2006 en het Vaartuig zal worden geleverd, zeilklaar, afgemeerd nabij de werf te Burban, Zuid-Afrika op 24 december 2007.

8. Voorafgaande aan de levering heeft Afnemer het recht op een Inspectie en Proefvaart.

9. Van Inspectie en Proefvaart zal een Protocol worden opgemaakt met de eventuele nog te verrichten restant werkzaamheden/leveranties, welke door Partijen zal worden getekend. Indien Partijen over de eventuele nog te verrichten werkzaamheden/leveranties geen overeenstemming kunnen bereiken, zal het Protocol de door elke Partij vertegenwoordigde standpunten bevatten.

10. Levering zal worden uitgesteld tot de eventuele restantwerkzaamheden zijn verricht, tenzij Partijen in onderling overleg anders beslissen.

11. Levering zal, bij aanvaarding door Afnemer, geschieden door middel van ondertekening door Partijen van het Leverings- en Overname Protocol, van wie elke Partij drie volledig getekende, originele exemplaren in ontvangst neemt.

[…]

BOETEBEDING

16. Indien het Bouwcontract door wanprestatie van een der Partijen wordt ontbonden, verbeurt de nalatige partij ten gunste van de andere Partij een niet voor matiging vatbare boete van € 50.000.

ALGEMENE VOORWAARDEN

17. Op het Bouwcontract zijn aangehechte HISWA Voorwaarden van toepassing […].

2.3.

De toepasselijke HISWA voorwaarden houden – voor zover hier van belang – het volgende in:

ARTIKEL 5 – DE GARANTIE

[…]

4. Onverminderd de overige rechten die hem op grond van de wet toekomen heeft de afnemer recht op kosteloos herstel van gebreken […] op de werf van de leverancier binnen redelijke tijd.

De afnemer kan op kosten van de leverancier een noodzakelijk herstel door een derde laten uitvoeren […] Herstel bij een derde is alleen mogelijk:

- indien de leverancier niet of niet tijdig in staat is het gebrek op zijn eigen werf te herstellen […].

ARTIKEL 13 – ZEKERHEIDSRECHTEN

[…]

2. In alle gevallen van aanneming van werk, nieuwbouw daaronder begrepen, zijn het vaartuig en alle daarvoor bestemde materialen en toebehoren, voorzover aanwezig op de werf van de leverancier of elders onder zijn berusting, het eigendom van de afnemer. De leverancier heeft te allen tijde pandrecht op voornoemde goederen […].

ARTIKEL 14 – DE VERZEKERING BIJ NIEUW- VER- EN AFBOUW

1. De leverancier is verplicht het vaartuig in aanbouw […] te verzekeren tegen alle risico’s die de ‘Nederlandse Beurscascopolis voor aanbouw 1947’ of een gelijkwaardie polis pleegt te dekken. […]

2.4.

In de loop van 2007 zijn partijen voor een begroot bedrag van € 205.465,00 aan meerwerk overeengekomen.

2.5.

Door [eiser] zijn de volgende betalingen gedaan:

  • -

    € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 19 en 20 juni 2006

  • -

    € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 13 en 14 maart 2008

  • -

    € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 15 en 18 september 2008

  • -

    € 100.000,00 op 29 januari 2009.

2.6.

Voor de eerste betaling van € 100.000,00 is een bankgarantie gesteld, voor daarop volgende betalingen niet. De bankgarantie is door [eiser] aan de bank geretourneerd.

2.7.

Bij e-mail van 30 oktober 2008 verzocht [eiser] AC om de afbouw van het schip te vertragen en bij e-mail van 13 november 2008 verzocht [eiser] AC om de [schip] in het verkoopprogramma van AC op te nemen, zodat het schip aan een derde kon worden verkocht. Bij e-mail van 21 oktober 2010 herhaalde [eiser] dat verkoop aan een derde zijn voorkeur had, gelet op zijn financiële situatie.

2.8.

Bij e-mail van 6 januari 2012 schreef AC aan [eiser] :

Ik heb je een tijdje geleden gemeld dat er geen verkopen in de pijplijn zitten en het ziet er ook niet naar uit dat dit binnenkort gaat gebeuren.

Om die reden ga ik mijn bedrijf in Zuid Afrika stopzetten. […]

Aan de [schip] wordt niet meer gewerkt.

De kosten van het houden van de [schip] in de fabriek zijn per maand 3.500,00 euro.

(huur, verzekering, energie , belasting en beveiliging). Dit is slechts 25% van de vaste maandlasten.

Deze kosten moet ik je redelijkerwijs doorberekenen vanaf 1-1-2012, aangezien jouw schip sinds december 2011 de enige overgebleven boot in bestelling is […].

Er moet snel duidelijkheid komen om beschikbare ruimte en persooneel in de nabije toekomst veilig te stellen. Laat me om die reden voor 15 januari weten wat je wilt.

2.9.

Bij e-mail van dezelfde dag schreef [eiser] daarop terug:

Je bericht komt niet onverwacht. […] Ik heb geen inkomen meer. […] Ik kan dus geen geld betalen voor het stallen van een boot. Ik heb het eenvoudig niet. Ik begrijp dat het casco uiterlijk in mei de fabriek uit moet. Tot die tijd is het hopen dat [ik] een van de grotere onroerende goederen kan verkopen […].

2.10.

In een rapport, gedateerd op 21 november 2013, schreef [naam 1] (hierna: [naam 1] ) aan [eiser] :

I conform that I had attended at Afri-Cats on Thursday 21st November 2013 and had inspected your vessel.

[…]

At this stage [the boat] is still anything but complete.

2.11.

Bij e-mail van 3 maart 2014 nodigde [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van [bedrijf] [naam 1] uit voor een gezamenlijke inspectie “joint survey” van het schip. Bij e-mail van 4 maart 2014 schreef [naam 1] aan [naam 2] terug:

Thanks but no thanks

My guy [ [eiser] , Rechtbank]

Hasn’t paid me

Doesn’t want me to attend a joint survey

2.12.

In een rapport gedateerd op 6 maart 2013 schreef [naam 2] :

[…]

CONCLUSION:

The Sy “ [schip] ” was found to be of outwardly sound, sturdy and properly built condition.

Fitting out and finishing along with stepping of the mast and running rigging was complete at the time of our attendance.

The yacht appears of outwardly excellent and new condition and, barring some minor detail work and finishing touches, in suitable condition for hand over to her new owner.

2.13.

Bij opstelling van 15 oktober 2013 heeft AC de definitieve aanneemsom berekend op € 697.605,00.

2.14.

Door [eiser] is ten laste van AC beslag gelegd.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – (na wijziging van eis):

3.2.

een verklaring voor recht:

3.2.1.

dat AC contractueel gehouden was om ten gunste van [eiser] een klimmende bankgarantie te stellen;

3.2.2.

dat AC contractueel gehouden was om het schip deugdelijk te verzekeren;

3.2.3.

dat AC tekortgeschoten is in de nakoming van deze verplichtingen;

3.2.4.

dat deze tekortkomingen de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen;

3.3.

ontbinding van de overeenkomst;

3.4.

veroordeling van AC tot betaling aan [eiser] van:

3.4.1. € 400.000,00

als ongedaanmaking van door AC ontvangen prestatie;

3.4.2. € 50.000,00

op grond van het boetebeding;

3.4.3.

een schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3.4.4.

de proces- en beslagkosten.

3.5.

AC voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.7.

AC vordert – zakelijk weergegeven – (na wijziging van eis):

3.8.

veroordeling van [eiser] tot betaling aan AC van:

3.8.1. € 160.000,00

te vermeerderen met wettelijke rente plus 3%;

3.8.2.

het verschil tussen het saldo van de wettelijke rente plus contractuele rente en het door AC aan derden verschuldigde rentepercentage van 12% over € 160.000,00;

3.8.3.

de buitengerechtelijke kosten over € 160.000,00;

3.8.4. € 137.605,00

te vermeerderen met wettelijke rente plus 3%;

3.8.5.

het verschil tussen het saldo van de wettelijke rente plus contractuele rente plus het onder 3.8.2 gevorderde en het door AC aan derden verschuldigde rentepercentage van 12% over € 297.605,00;

3.8.6.

de buitengerechtelijke kosten over € 137.605,00;

3.8.7. € 5.907,65

te vermeerderen met rente, aan kosten ex artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW);

3.8.8. € 1.000,00

aan expertise kosten;

3.8.9. € 5.000,00

ter zake van extra kosten;

3.8.10. € 4.854,00

per maand vanaf 6 januari 2012 tot en met 31 december 2012, te vermeerderen met wettelijke rente;

3.8.11. € 3.955,55

per maand vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013, te vermeerderen met wettelijke rente;

3.8.12. € 3.682,00

per maand vanaf 1 januari 2014 tot en met 18 februari 2014, te vermeerderen met wettelijke rente;

3.8.13. € 1.354,00

per maand vanaf 19 februari 2014 tot het moment dat het schip is afgenomen door [eiser] , te vermeerderen met wettelijke rente;

3.9.

een verklaring voor recht dat [eiser] gehouden is aan de overeenkomst en gehouden is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen en het schip af te nemen, op straffe van een dwangsom;

3.10.

te bepalen dat indien [eiser] niet binnen dertig dagen na betekening van het vonnis heeft voldaan aan zijn verplichtingen, AC het recht heeft zich te verhalen op het schip en bij wege van parate executie mag verkopen;

3.11.

veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.12.

[eiser] voert verweer.

3.13.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

ontbinding

4.1.

De rechtbank zal het beroep van [eiser] op ontbinding van de overeenkomst, als meest verstrekkend, eerst behandelen. (Hoewel AC in correspondentie geschreven heeft de overeenkomst te (gaan) ontbinden, is daarop in deze procedure geen beroep gedaan en vordert zij thans nakoming).

4.2.

[eiser] voert als grondslagen voor de ontbinding aan:

  • -

    het ontbreken van bankgaranties;

  • -

    het ontbreken van een deugdelijke verzekering van het schip in aanbouw;

  • -

    het als voorwaarde aan de afbouw van het schip verbinden dat [eiser] financieringskosten diende te voldoen;

  • -

    de afwijking van de uitvoeringsspecificaties;

  • -

    het niet halen van de oplevertermijn van november 2013;

  • -

    het rapport van [naam 1] van 21 november 2013;

  • -

    de slechte ervaringen van andere kopers, dat wil zeggen de vrees voor gebreken;

  • -

    het sluiten van de werf, zodat AC niet aan haar garantieverplichtingen zal kunnen voldoen;

  • -

    door alle slechte publiciteit is voor [eiser] het schip onverkoopbaar.

4.3.

Artikel 6:265 BW bepaalt:

1. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

2. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is.

4.4.

In overleg met AC heeft [eiser] op 30 juli 2009 de bankgarantie die was gesteld naar aanleiding van de eerste betaling van € 100.000,00 geretourneerd. Voor de door hem gedane betalingen in maart 2008 en december 2008 heeft [eiser] geen (nieuwe) bankgarantie verlangd. [eiser] betwist niet dat hij instemde met het ontbreken van de desbetreffende bankgaranties, maar stelt dat hij nooit afstand heeft gedaan van zijn contractuele aanspraak op bankgaranties en dat hij – gelet op zijn gewijzigde financiële positie – voor toekomstige betalingen een bankgarantie kan eisen voordat hij verdere betalingen doet. AC stelt dat [eiser] instemde met het komen te vervallen van de verplichting van AC om bankgaranties te stellen, ook voor toekomstige betalingen.

4.5.

De rechtbank overweegt als volgt. De te stellen bankgaranties – voor zover vereist – zouden [eiser] zekerheid bieden tot het moment van aanvaarding bij levering. Dat wil zeggen conform het systeem van de overeenkomst, tot na de uitvoering van eventuele restantwerkzaamheden. Dat wil zeggen dat – gelet ook op de vorderingen van AC – [eiser] nog steeds (voldoende) belang heeft bij het stellen van bankgaranties door AC. De weigering van AC om bankgaranties te stellen levert derhalve – tenzij inderdaad anders is afgesproken – een tekortkoming op die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

4.6.

In beginsel is het aan [eiser] om de tekortkoming te bewijzen. De verplichting om bankgaranties te stellen is echter in de schriftelijke overeenkomst – die tussen partijen dwingend bewijs oplevert – neergelegd. AC beroept zich echter op een nadere afwijkende overeenkomst. Het feit dat partijen voor een aantal betalingen met wederzijdse instemming hebben afgezien van het stellen van bankgaranties, is niet zonder meer voldoende om te concluderen dat [eiser] ook zijn recht om voor toekomstige betalingen bankgaranties te laten stellen had prijsgegeven. Daartoe moeten de tussen partijen gemaakte nadere afspraken komen vast te staan. Nu AC zich beroept de rechtsgevolgen van de nadere afspraak ligt de bewijslast overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij haar. De rechtbank zal derhalve AC in de gelegenheid stellen te bewijzen dat [eiser] afstand heeft gedaan van zijn recht te verlangen dat AC voor toekomstige betalingen een bankgarantie kan stellen.

4.7.

De rechtbank overweegt voorts voorts als volgt. De andere door [eiser] ingeroepen grondslagen voor ontbinding van de overeenkomst kunnen niet slagen.

verzekering

4.8.

Op grond van de HISWA voorwaarden diende (het casco van) het schip verzekerd te zijn. Bij dagvaarding vorderde [eiser] het overleggen van bewijsstukken met betrekking tot die verzekering. Vervolgens heeft AC een polisblad in het geding gebracht. [eiser] heeft daartegen aangevoerd dat de verzekerde som van 4.500.00,00 Zuid Afrikaans Rand (€ 325.756,48) nog niet de helft van de koopsom dekte en dat die verzekering inmiddels was verlopen. Vervolgens heeft [eiser] zijn eis gewijzigd en mede op deze grondslag ontbinding van de overeenkomst gevorderd. Daarna heeft AC een nieuw polisblad in het geding gebracht, met daarop een verzekerde som van ZAR 10.000.000,00. Op dat stuk heeft [eiser] , ter comparitie of in zijn nadere aktes, niet meer gereageerd. De rechtbank stelt vast dat daarmee het bezwaar tegen de ongenoegzame omvang van de verzekerde som is weggenomen. Voor zover [eiser] zijn overige stellingen met betrekking tot de verzekering handhaaft, geldt dat een eventuele tekortkoming op dit punt de ontbinding niet rechtvaardigt. Immers het schip was verzekerd en door [eiser] is niet gesteld dat er belang bij heeft dat de verzekering niet op naam van AC is gesteld, maar op naam van een kennelijk aan AC gelieerde Zuid-Afrikaanse vennootschap.

afwijking van de overeenkomst

4.9.

De overeenkomst voorziet in artikel 5 in wijzigingen. Uit de overgelegde e-mails blijkt ook dat de wijzigingen tussen partijen zijn besproken. Het gaat, naar het oordeel van de rechtbank, slechts in beperkte mate om afwijking van de overeenkomst. De voorgestelde wijzigingen, die door [eiser] niet expliciet zijn verworpen, leveren niet zonder meer een (voldoende) tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op. De rechtbank acht dit – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – dan ook geen grondslag voor ontbinding van de overeenkomst.

vertraging in de bouw

4.10.

[eiser] heeft – in zijn e-mail van 30 oktober 2008 (zie onder 2.7) – AC verzocht om de afbouw van een andere boot te versnellen en de afbouw van zijn schip te vertragen. In zijn brief van 30 mei 2012 stelt [eiser] zich op het standpunt dat de voortgang van de bouw achterblijft ten opzichte van de door AC gevorderde deelbetalingen. Bij dagvaarding van 6 december 2012, die vervolgens niet is aangebracht, heeft [eiser] primair gevorderd dat AC zou worden veroordeeld tot nakoming, onder meer door “conform de nadere afspraken van 2007” het schip af te bouwen. Een termijn voor de bouw van het schip is niet genoemd en de dagvaarding is wel betekend aan AC, maar niet aangebracht. De rechtbank acht gelet daarop niet (voldoende) onderbouwd dat AC in verzuim is met betrekking tot het afbouwen en opleveren van het schip. Dat een (fatale) termijn van november 2013 zou zijn overeengekomen, of dat AC in het kader van een ingebrekestelling een redelijke termijn om alsnog na te komen tot november 2013 is gegund, is niet gebleken. Dat door AC een verwachting is uitgesproken dat het schip in november 2013 gereed zou zijn, is daartoe onvoldoende. Nu AC op deze punten niet in verzuim is geraakt, is [eiser] niet bevoegd de overeenkomst op die grond te ontbinden.

rapport [naam 1]

4.11.

Daargelaten dat na het rapport van [naam 1] inmiddels het rapport van [naam 2] van 6 maart 2014 is verschenen, is de enkele omstandigheid dat uit het rapport [naam 1] zou blijken dat de [schip] nog niet gereed geen grond voor ontbinding. Dat rapport mag [eiser] aanleiding zijn te vrezen dat AC te kort zal schieten, maar, zoals hierna uiteengezet zal worden is die enkele vrees onvoldoende om ontbinding te rechtvaardigen.

vrees voor tekortkoming

4.12.

Vrees voor een tekortkoming is geen grond voor ontbinding. Artikel 6:265 BW vereist dat er daadwerkelijk sprake is van een tekortkoming. Artikel 7:756 vereist dat waarschijnlijk wordt dat AC niet behoorlijk zal opleveren. [eiser] heeft bewijs aangeboden van de klachten van andere eigenaars over hun – vergelijkbare – door AC gebouwde schepen, maar zelfs indien bewezen wordt dat die eigenaars gegronde klachten hebben, betekent dat niet – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – dat ook dit schip gebrekkig is of dat AC dit schip niet behoorlijk zal afleveren. Daarbij betrekt de rechtbank dat wet en overeenkomst voorzien in een keuring voor de oplevering: dat zou het moment zijn waarop tekortkomingen geconstateerd zouden kunnen worden.

sluiten werf

4.13.

De HISWA voorwaarden voorzien in de mogelijkheid van herstel door een derde. Het sluiten van de werf levert derhalve geen grond op voor ontbinding van de overeenkomst.

verkoopbaarheid

4.14.

Dat het schip moeilijk verkoopbaar is acht de rechtbank, gelet op de proces-houding van partijen, waarschijnlijk. [eiser] stelt echter, dat de verkoopbaarheid negatief beïnvloed is door publicaties in de pers. Nu niet gebleken is van gebreken aan dit schip, kan de slechte publiciteit niet gezien worden als of gelijk gesteld worden aan een tekortkoming van AC. Een grond voor ontbinding levert het niet op.

4.15.

De conclusie is derhalve dat indien AC niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, de rechtbank de overeenkomst zal ontbinden. In dat geval ligt de vordering in reconventie voor afwijzing gereed. Slaagt zij niet in het haar opgedragen bewijs, dan zal de rechtbank de overeenkomst niet ontbinden en liggen de vorderingen in conventie voor afwijzing gereed. In dat geval dient de rechtbank de vorderingen in reconventie te behandelen. Iedere beslissing in reconventie wordt aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

laat AC te bewijzen dat dat [eiser] afstand heeft gedaan van zijn recht te verlangen dat AC voor toekomstige betalingen een bankgarantie kan stellen,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 oktober 2014 voor uitlating door AC of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat AC, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat AC, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november tot en met februari 2015 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.6.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

5.7.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2014.

*