Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5424

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-06-2014
Datum publicatie
28-08-2014
Zaaknummer
CV 13-1548
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klant komt bij wijziging van hypotheekovereenkomst in februari 2009 met de bank overeen dat de rente wordt berekend op 1-maands euribortarief, vermeerderd met een opslag van 1,25%. Na drie jaar verhoogt de bank het opslagpercentage naar 2,25%. Klant stemt met deze eenzijdige verhoging niet in. De klant stelt een groot aantal vorderingen in waarmee wordt beoogd de per 1 juni 2012 doorgevoerde verhoging van de opslag ongedaan te maken. Voor beantwoorden van de vraag of partijen een vast opslagpercentage voor de gehele duur van de overeenkomst zijn overeengekomen of een opslagpercentage dat gedurende de overeenkomst kan worden gewijzigd, wordt de overeenkomst uitgelegd. In de gegeven omstandigheden wordt aan de bewoordingen van de overeenkomst belangrijk gewicht toegekend. Uit de tekst leidt de kantonrechter af dat de bank gerechtigd is het opslagpercentage gedurende de overeenkomst eenzijdig te wijzigen. De desbetreffende clausule is geen kernbeding. Na afweging van allerlei omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat het wijzigingsbeding weliswaar voor de klant nadelig is, maar gelet op de concrete gevolgen van de wijziging en de mogelijkheid voor de klant een andere contractsvorm te kiezen is van een onredelijk beding geen sprake. Ten tijde van het aangaan van de wijziging in februari 2009 en de verhoogde opslagpercentage per 1 juni 2012 was de wijziging van de Wet op de Financiële Markten (Staatsblad 2012, 588) nog niet in werking, zodat de verhoging van het opslagpercentage niet aan die wetswijziging wordt getoetst. De vordering van de klant wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 307
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht

zaaknummer: CV 13-1548

vonnis van: 10 juni 2014

fno.: 497

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1.

[naam eiser 1]

2.

[naam eiser 2]

beiden wonende te [plaats]

eisers

nader te noemen: [eisers]

gemachtigde: mr. M.J. Meijer

t e g e n

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank NV

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: ABN AMRO

gemachtigde: mr. J.W. van Rijswijk

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op de inleidende dagvaarding van 2 januari 2013, inhoudende de vordering van [eisers], heeft ABN AMRO bij conclusie van antwoord met producties gereageerd. Bij instructievonnis van 23 juli 2013 is besloten tot schriftelijke voortprocederen, waarna [eisers] een conclusie van repliek en ABN AMRO een conclusie van dupliek heeft genomen. De zaak staat voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

feiten

1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Op 12 december 2003 is tussen [eisers] en Fortis Bank Nederland BV, de rechtsvoorganger van ABN AMRO, een overeenkomst tot hypothecaire geldlening (hierna: hypotheekovereenkomst) gesloten voor een bedrag groot € 164.000,00.

1.2.

Op 19 februari 2009 zijn partijen een wijziging van de hypotheekovereenkomst overeengekomen. In de zogeheten akte van conversie is onder meer het volgende opgenomen:

Rente

2,86% nominaal op jaarbasis, maandelijks achteraf te voldoen. Het rentepercentage is gebaseerd op het op dit moment geldende 1-maands euribortarief vermeerderd met een opslag, thans 1,25% per jaar. Bij ondertekening van deze akte zal het rentepercentage opnieuw worden bepaald aan de hand van het 1-maands euribortarief en zal vanaf de eerstvolgende notavervaldatum vast zijn gedurende 1 maand.

Renteconversie

De schuldenaar voldoet aan de bank geen vergoeding wegens het op de conversiedatum 12 april 2009 vervroegd beëindigen van de bestaande overeenkomst.

Op deze overeenkomst zijn – voor zover hiervan in deze akte niet is afgeweken – van toepassing:

- Algemene voorwaarden van geldlening en hypotheekverlening van Fortis Bank (Nederland) NV, gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Utrecht op 14 januari 2000 onder nr 18/2000;

- Algemene voorwaarden van de bank, gedeponeerd op 22 december 1995 bij de Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam;

De schuldenaar verklaart kennis te hebben genomen van genoemde Algemene Voorwaarden en/of reglementen en hiervan een exemplaar te hebben ontvangen.

Aan de overeenkomst is een bijlage gehecht, luidende:

Rentewijziging bij een 1-maands Euribor tarief

Het rentepercentage zal bij ondertekening van deze akte worden bepaald aan de hand van het 1-maands euribortarief, zoals dat voor die dag is vastgesteld. Dit percentage wordt vermeerderd met de in de akte genoemde opslag. De bank behoudt zich het recht voor de opslag aan te passen.

Het rentepercentage zal iedere maand (op iedere volgende ingangsdatum van een nieuwe periode) automatisch worden gewijzigd in het rentepercentage, zoals dit voor soortgelijke leningen met een euribortarief bij de bank geldt. De bank zal u steeds binnen 14 dagen na de rentewijzigingsdatum opgave doen van het nieuwe rentepercentage.

Indien de schuldenaar niet met de rentewijziging akkoord wenst te gaan, dient hij dit schriftelijk aan de bank mede te delen. De schuldenaar is alsdan verplicht tot algehele aflossing van de hoofdsom(men) over te gaan. Indien de bank één maand na rentewijzigingsdatum de gehele aflossing niet heeft ontvangen, wordt de schuldenaar geacht akkoord te zijn gegaan met het gewijzigde rentepercentage.

U heeft steeds de mogelijkheid om met ingang van de rentewijzigingsdatum het 1-maands euribortarief om te zetten naar een andere rentevaste periode of de ideaalrente. Voor deze omzetting zijn administratiekosten verschuldigd.

1.3. ABN AMRO heeft op 1 juni 2012 de opslag van 1,25% verhoogd naar 2,25%.

1.4. [naam eiser 2] heeft ABN AMRO bij brief van 18 juli 2012 laten weten met deze eenzijdige verhoging van de opslag niet in te stemmen.

1.5. Bij brief van 24 augustus 2012 heeft de gemachtigde van [eisers] bij ABN AMRO bezwaar gemaakt tegen de verhoogde opslag en ABN AMRO gesommeerd het teveel betaalde bedrag aan opslag aan [eisers] terug te betalen. Aan deze sommatie heeft ABN AMRO geen gevolg gegeven.

1.6. De Nederlandsche Bank heeft op 11 oktober 2012 onder meer het volgende algemene bericht gegeven:

Financieringskosten

In 2007 waren banken op de kapitaalmarkt nog in staat om tegen een aantrekkelijk tarief financiering op te halen: slechts enkele basispunten (honderdsten van een procent) boven de risicovrije rentevoet. Grafiek 3 laat zien dat deze risicopremies sindsdien zijn opgelopen en dat opslagen van 50 tot 150 basispunten sinds 2008 gangbaar zijn. Ook de kosten voor het aantrekken van spaargeld zijn sinds de crisis opgelopen in vergelijking met referentierentes zoals Euribor.

vordering

2.

[eisers] vorderen dat bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I:

a. voor recht wordt verklaard dat de bewuste opslag “vast” is en dientengevolge niet eenzijdig door ABN AMRO mag worden verhoogd;

II primair:

b. wordt bepaald dat de in het geding zijnde algemene bepaling waarop ABN AMRO een beroep doet de in het geding zijnde opslag te mogen verhogen op grond van artikel 6:233 lid a BW onredelijke bezwarend is en deze mitsdien te vernietigen;

II subsidiair

c. wordt bepaald dat de in het geding zijnde algemene bepaling waarop gedaagde een beroep doet de in het geding zijnde opslag te mogen verhogen in strijd is met de zwarte lijst (artikel 6:236 lid a BW) en mitsdien deze te vernietigen;

I, II primair en subsidiair

ABN AMRO op straffe van een dwangsom te verbieden om nog langer maandelijks het verschil in opslag wat in 2009 tussen partijen was overeengekomen en wat thans daartoe vanaf 1 juli 2012 [eisers] in rekening wordt gebracht aan [eisers] in rekening te brengen en, al dan niet automatisch, van de bankrekening van [eisers] af te schrijven, alsmede om de opslag met terugwerkende kracht wederom te (doen) stellen op het ooit in 2009 tussen partijen overeengekomen tarief en dit voor de rest van de looptijd van de hypotheek op dit percentage gehandhaafd te houden, althans ABN AMRO zodanig ge- en/of verbod op te leggen zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

ABN AMRO te veroordelen, althans te gelasten, om over te gaan tot restitutie aan [eisers] van de sedert 1 juli 2012 door ABN AMRO zonder rechtsgrond teveel geïncasseerde maandelijkse hypotheekrentes, zulks ter grootte van het verschil van de in 2009 overeengekomen opslagkosten en wat na 1 juli 2012 hiertoe bij [eisers] in rekening is gebracht, vermeerderd met de wettelijke rente;

III:

wordt bepaald dat ABN AMRO als bancaire instelling jegens [eisers] als consument toerekenbaar tekort is geschoten/haar contractuele zorgplicht/bijzondere zorgplicht als bank heeft geschonden en/of onrechtmatig heeft gehandeld en mitsdien aansprakelijk is voor het hierdoor bij [eisers] opgetreden vermogensverlies en hierbij te bepalen dat gedaagde deswege gehouden is tot vergoeding van die schade (plus kosten en wettelijke rente met ingang van de respectievelijke betaaldata dan wel de dag dezer dagvaarding) die [eisers] hebben geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij Staat en te vereffenen volgens de wet;

ABN AMRO te verbieden tot incassering van de extra na hetgeen tussen partijen in 2009 is overeengekomen in rekening gebrachte opslagen na de betekening van dit vonnis door te zetten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00;

ABN AMRO te veroordelen, althans te gelasten, om over te gaan tot restitutie aan [eisers] van de sedert 1 juli 2012 door ABN AMRO zonder rechtsgrond teveel geïncasseerde maandelijkse hypotheekrentes, zulks ter grootte van het verschil van de in 2009 overeengekomen opslagkosten en wat na 1 juli 2012 hiertoe bij [eisers] in rekening is gebracht, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der incasso;

IV:

i. ABN AMRO te veroordelen aan [eisers] te betalen een bedrag van € 375,00 (kosten medewerkers DAS) wegens buitengerechtelijke incassokosten;

V:

j. ABN AMRO te veroordelen in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente.

[eisers] voeren samengevat het navolgende aan.

3.

[eisers] zijn met Fortis een hypotheekovereenkomst met een variabele rente aangegaan. [eisers] veronderstelden dat de variabele rente zou dalen en stijgen indien het Euribor-rentetarief zou dalen en stijgen. Het Euribor-rentetarief is gedaald, maar ABN AMRO heeft de variabele rente verhoogd door de opslag van 1,25% substantieel te verhogen met 1% naar 2,25%. [eisers] zijn en mochten ervanuit gaan dat de opslag een vast rentepercentage had. Bovendien zijn zij bij het tot stand komen van de overeenkomst ook niet geïnformeerd over de mogelijke wijziging van de opslag en binnen welke bandbreedte het opslagpercentage zou kunnen wijzigen. ABN AMRO is daartoe gehouden, omdat het een financieel risico is en de wijziging de maandlasten van [eisers] substantieel beïnvloedt.

4.

De eenzijdige ongelimiteerde wijziging is ook in strijd met de voor ABN AMRO geldende gedragscode hypothecaire financieringen. Op grond van de gedragscode hypothecaire financieringen heeft een bank er voor te zorgen dat het aan de consument te verstrekken informatiemateriaal over de hypothecaire financieringen helder en duidelijk is. ABN AMRO heeft onvoldoende in de offerte de kosten aangegeven gedurende de looptijd van de hypothecair financiering. Voorts blijkt uit artikel 14.1 van de gedragscode dat de hypothecaire financier gedurende de juridische looptijd van de hypothecaire financiering in beginsel alleen het rentetarief zal wijzigen voor zover de mogelijkheid tot rentewijziging specifiek is overeengekomen.

5.

[eisers] betwisten de noodzaak tot verhoging van de opslag. Zo heeft ABN AMRO de laatste jaren substantiële winst gemaakt. Voorzover er marktomstandigheden zijn die tot hogere kosten hebben geleid is dat voor risico van ABN AMRO. Als Fortis (ABN AMRO) die risico’s bij het aangaan van de overeenkomst niet goed heeft ingeschat, mag dat niet op de consumenten worden afgewenteld.

Voorts dient voor de noodzaak tot wijziging van de opslag niet zozeer gekeken te worden naar de algemene ontwikkeling, maar naar de specifieke situatie van [eisers] De hypotheekovereenkomst heeft betrekking op een geldlening van € 164.000,-. De waarde van het huis was voor de verbouwing circa € 450.000,-. Het huis is tegen brand verzekerd. Na de verbouwing wordt de waarde van het huis geschat op circa € 550.000,-/€ 600.000,-. De toenmalige accountmanager [naam 1] wist precies tegen welke financiële uitgangspunten Fortis de overeenkomst met [eisers] aanging. [eisers] gingen er in 2009 vanuit dat de in het geding zijnde opslag slechts verhoogd zou worden als hun specifieke risico voor ABN AMRO aanzienlijk zou stijgen. Dat is niet het geval.

6.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn gebaseerd op 3 uur werkzaamheden van DAS Rechtsbijstand.

verweer

7.

ABN AMRO betwist de vordering. Volgens ABN AMRO is het contractueel toegestaan de opslag te wijzigen. De bewoordingen in de overeenkomst zijn duidelijk, zodat daarover bij [eisers] geen misverstand kan hebben bestaan. Te meer daar [naam eiser 1] juridisch geschoold is en bij een rechtsbijstandsverzekeraar werkt.

8.

De verhoging met 1% is het gevolg van gewijzigde omstandigheden. De opslag is een vergoeding voor onder meer de liquiditeitsopslag, de kapitaalkosten, de kosten voor kredietrisico’s en de kosten voor de bedrijfsvoering. De opslag is verhoogd vanwege een sterke stijging van de liquiditeitsopslag en toegenomen kosten door de strengere eisen die aan banken worden gesteld met betrekking tot de aan te houden kapitaalbuffers en de verhoogde verwachte verliezen (kosten van krediet risico’s) als gevolg van verslechterde economische omstandigheden.

9.

De mogelijkheid tot wijziging van de opslag staat in de overeenkomst, zodat de algemene voorwaarden regeling niet van toepassing is. Voorzover er van een algemene voorwaarde sprake is, is het beding geldig. ABN AMRO is terughoudend in het wijzigen van de opslag. Alleen in geval van noodzaak wordt de opslag verhoogd. Daarvan kan sprake zijn als zich economische omstandigheden voordoen waarin de opslag die de klant betaalt niet meer in verhouding staat tot de kosten. De verhoging van de opslag leidt met de euriborrente ook niet tot een onredelijk resultaat. Na verhoging bedraagt de gemiddelde hypotheekrente voor dit product 2,32%. Voorts kunnen [eisers] van deze lening met opslag af en andere producten zonder opslag kiezen.

10.

ABN AMRO betwist dat de opslag een vergoeding is voor het individuele risico en dat de aan [naam eiser 1] in rekening gebrachte opslag alleen gewijzigd mag worden als het risico van de aan [eisers] verstrekte lening substantieel zou toenemen. Het individuele risico is slechts één van de componenten van de opslag terwijl de andere componenten generiek van aard zijn.

11.

ABN AMRO betwist dat zij in strijd handelt met de gedragscode hypothecaire financieringen. De artikelen 3 en 5.12 zijn niet relevant voor de vraag of ABN AMRO bevoegd was de opslag te verhogen. Zo handelt artikel 5.12. over kosten voor het verstrekken van de lening. Artikel 3 heeft betrekking op het verschaffen van heldere en duidelijke informatie, hetgeen in dit geval is gebeurd. Artikel 14 lid 1 bepaalt dat de rente alleen mag worden gewijzigd als dat contractueel is overeengekomen. Dat is hier het geval.

12.

Tot slot betwist ABN AMRO de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de dwangsom.

beoordeling

13.

[eisers] beogen met een groot aantal vorderingen de door ABN AMRO per 1 juni 2012 doorgevoerde verhoging van de opslag met 1% ongedaan te maken.

14.

Partijen verschillen van mening over de vraag of zij contractueel een vast percentage aan opslag zijn overeengekomen voor de gehele duur van de overeenkomst of een vast percentage aan opslag bij het aangaan van de overeenkomst welk percentage door ABN AMRO gedurende de duur van de overeenkomst kan worden aangepast.

15.

Deze vraag heeft betrekking op de uitleg van de overeenkomst. Volgens vaste rechtspraak worden bepalingen in overeenkomsten uitgelegd aan de hand van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan de bepaling mochten toekennen en hetgeen zij die dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten vervangen. De rechter heeft daarbij alle omstandigheden van het geval te betrekken.

16.

In dit geval staat in de tekst van de overeenkomst “vermeerderd met een opslag, thans 1,25%”. In de bijlage bij de overeenkomst is de mogelijkheid opgenomen dat ABN AMRO de in de overeenkomst opgenomen opslag van 1,25% per jaar eenzijdig wijzigt.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat over deze overeenkomst tussen partijen niet is onderhandeld.

Niet gesteld of gebleken is dat voorafgaand aan deze overeenkomst door ABN AMRO aan [eisers] een offerte is verstrekt en wat de inhoud van die offerte was.

In de gegeven omstandigheden dient aan de tekst van de overeenkomst een belangrijk gegeven te worden toegekend. Bij samenhang van de bewoordingen “opslag, thans 1,25%” met de wijzigingsmogelijkheid van de opslag in de bijlage van de overeenkomst blijkt dat ABN AMRO de opslag eenzijdig kan wijzigen. [eisers] hebben geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat een andere betekenis aan de twee bepalingen moet worden gehecht, zodat [eisers] niet tot het leveren van (tegen)bewijs (behoeven te) worden toegelaten.

Dit betekent dat de kantonrechter de onder I gevorderde verklaring van recht afwijst.

17.

Uit hetgeen ABN AMRO heeft verklaard leidt de kantonrechter af dat ABN AMRO, althans haar rechtsvoorganger Fortis, gewoon is bij euribor hypothecaire geldleningen een opslag in rekening te brengen en daarbij te bedingen dat ABN AMRO die opslag mag wijzigen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt en uit artikel 6:236 onder i BW kan worden afgeleid, dat clausules tot prijswijziging niet gerekend worden tot de zogeheten kernbedingen. Hierdoor voldoet het beding tot wijziging van de opslag aan de definitie van algemene voorwaarden, zoals opgenomen in artikel 6:231 sub a BW.

18.

Niet gesteld of gebleken is dat het beding tot eenzijdige wijziging van de opslag is opgenomen onder één van de bepalingen van artikel 6:236 BW.

Zo bepaalt artikel 6:236 sub i BW dat een beding in een overeenkomst met een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf onredelijk bezwarend is als de gebruiker de bevoegdheid heeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de natuurlijke persoon de bevoegdheid heeft in dat geval de overeenkomst te ontbinden.

In dit geval is de bevoegdheid niet beperkt tot de eerste drie maanden na het sluiten van de overeenkomst terwijl [eisers] op grond van het beding bij een rentewijziging – waaronder begrepen is een wijziging van de opslag - de mogelijkheid heeft hetzij het 1-maands euribortarief om te zetten naar een andere rentevaste periode of de ideaalrente, waarbij de opslag niet geldt hetzij de hoofdsom geheel af te lossen.

19.

Voor het beantwoorden van de vraag of het beding onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW dient acht te worden geslagen op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval.

In dit geval is sprake van een langdurige hypotheekovereenkomst. Voor zowel hypotheekverstrekker als hypotheeknemer is van belang duidelijkheid te hebben over de maandelijkse/jaarlijkse kosten. De variabele rente bestaat uit de euriborrente en de opslag.

De euriborrente is het gemiddelde rente tarief waartegen een groot aantal vooraanstaande Europese banken (het bankenpanel) elkaar leningen in euro’s verstrekken. De euriborrente per maand varieert en het maandelijkse percentage wordt geregeld gepubliceerd. De hoogte van de euriborrente wordt daardoor in belangrijke mate door derden bepaald en de hoogte van de maandelijkse euriborrente is voor zowel ABN AMRO als [eisers] controleerbaar. Beide partijen hebben deze variabele euriborrente aanvaard en hebben daartegen ook geen bezwaar.

Het andere onderdeel van de variabele rente is de opslag. Hierover is bij het aangaan van de overeenkomst een percentage van 1,25% overeengekomen, maar met de mogelijkheid tot wijziging door ABN AMRO. Met deze wijzigingsmogelijkheid beperkt ABN AMRO haar risico dat haar kosten en winst gedurende de langdurige looptijd van de hypotheekovereenkomst niet volledig worden vergoed indien in die periode de kosten toenemen. Voor [eisers] betekent die wijzigingsmogelijkheid een risico dat hun rentelast procentueel toeneemt zonder dat zij bij het aangaan van de overeenkomst zekerheid hebben of en wanneer de opslag wordt gewijzigd en zo ja met welk percentage.

Voorts staat in het contract weliswaar expliciet dat ABN AMRO de mogelijkheid heeft de hoogte van de opslag te wijzigen, maar in de overeenkomst is niet bepaald onder welke omstandigheden de opslag mag worden gewijzigd, is niet gedefinieerd uit welke componenten de opslag bestaat, is geen externe controle ingebouwd op gestelde kostenstijgingen van die componenten en is het percentage waarmee de opslag kan wijzigen contractueel niet beperkt.

Hierbij weegt mee dat het naar de bewoordingen van het beding weliswaar mogelijk is dat ABN AMRO de wijzigingsmogelijkheid ook benut voor een verlaging van het opslagpercentage, maar [eisers] hebben bij lagere opslagkosten voor ABN AMRO geen recht op verlaging en gelet op de commerciële doelstellingen van banken en haar werknemers, zoals die de laatste jaren zijn gebleken, en het niet inzichtelijke element van de opslag lijkt dit geen realistische toepassingsmogelijkheid van het beding.

Hier staat tegen over dat in geval de rente, waaronder de opslag, wijzigt en [eisers] met die wijziging niet instemmen de overeenkomst aan [eisers] de mogelijkheid biedt om hetzij het 1-maands euribortarief om te zetten naar een andere rentevaste periode of de ideaalrente, waarbij de opslag niet geldt hetzij de hoofdsom geheel af te lossen.

Voorts is gelet op de mededeling van de Nederlandsche Bank op 11 oktober 2012 voldoende aannemelijk gemaakt dat de opslagkosten voor de banken in 2012 ten opzichte van de situatie in 2009 substantieel zijn toegenomen.

Bovendien is in dit geval de verhoging van de opslag met 1% ten opzichte van het contractueel overeengekomen percentage van 1,25% weliswaar een substantiële verhoging, maar gelet op de lage euriborrente leidt de totale rentelast voor [eisers] mede in het licht van de huidige overige hypotheekproducten nog steeds tot een financieel gunstig product.

De kantonrechter is van oordeel dat na afweging van voornoemde omstandigheden het beding voor [eisers] weliswaar nadelig is, maar gelet op de concrete gevolgen van de wijziging op dit moment en de contractuele mogelijkheid voor [eisers] een andere contractsvorm te kiezen is van een onredelijk bezwarend beding geen sprake.

20.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering sub II wordt afgewezen.

21.

Nu ABN AMRO gebruik heeft gemaakt van een op zichzelf onder de huidige omstandigheden geldige wijzigingsmogelijkheid is ABN AMRO jegens [eisers] niet tekort geschoten, terwijl zij evenmin jegens [eisers] onrechtmatig hebben gehandeld. Voorts heeft ABN AMRO gemotiveerd betwist dat zij de gedragscode hypothecaire financieringen heeft geschonden. Tot slot brengt naar de stand van 2009, in welk jaar de akte van conversie werd aangegaan, de zorgplicht niet mee dat ABN AMRO [eisers] nadere informatie had te verstrekken over de mogelijke wijziging van de opslag.

Volledigheidshalve overweegt de kantonrechter dat ten tijde van het aangaan van de akte van conversie en de wijziging van het opslagpercentage per 1 juli 2012 nog niet in werking was getreden de wijziging van de Wet op de Financiële Markten – zoals gepubliceerd in het Staatsblad 2012, 588, waarna bij Besluit van 13 december 2012, Staatsblad 2012, 693 de datum van inwerkingtreding is bepaald - waarbij vanaf 1 januari 2013 in het Besluit Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen voor hypothecair krediet een aantal bepalingen zijn opgenomen op grond waarvan verstrekkers van hypothecair krediet nadere informatie moeten verschaffen over de opbouw van (onder andere) de variabele rente.

Dit leidt ertoe dat het gevorderde sub III wordt afgewezen.

22.

Nu het ervoor dient te worden gehouden dat onder de huidige omstandigheden de wijziging van de opslag rechtsgeldig is en de vorderingen van [eisers] dienaangaande worden afgewezen is er geen plaats voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

23.

Bij deze uitkomst van de procedure worden [eisers] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eisers] in de proceskosten aan de zijde van ABN AMRO gevallen, welke worden begroot op € 500,00 wegens salaris gemachtigde;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.