Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5350

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2014
Datum publicatie
26-08-2014
Zaaknummer
EA 14-380
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren. Overtreding van bedrijfsregels tijdens (2e) functioneringstraject. Verlies van vertrouwen na 7 dienstjaren. Persoonlijke omstandigheden werknemer niet zwaarwegend genoeg of te oud. Risicosfeer werknemer; geen vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0738
AR 2014/608

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : EA 14-380

Datum : 8 augustus 2014

245


Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op het verzoek van:

de besloten vennootschap GBV EXPLOITATIE B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster, nader te noemen GVB

gemachtigde: mr. I.R. Boudrie

t e g e n:

[naam verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder, nader te noemen [verweerder]

gemachtigde: mr. L. van Dijk (AbvaKabo FNV)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

GVB heeft op 16 april 2014 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft op 28 mei 2014 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 12 juni 2014. GVB is verschenen bij [naam 1], [naam 2] en [naam 3] en haar gemachtigde. [verweerder] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. GVB heeft op voorhand producties ingezonden.

Beide partijen hebben hun standpunt toegelicht, GVB aan de hand van een pleitnota. De kantonrechter heeft vragen gesteld, waarvan aantekeningen zijn gemaakt.

Na verder debat is beschikking bepaald.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

[verweerder], [leeftijd werknemer], is sedert 15 november 2006 in dienst van GVB. Het salaris bedraagt € 2.295,00 bruto per maand exclusief toeslagen en andere emolumenten, waaronder vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. De bij GVB geldende CAO is van toepassing.

1.2.

[verweerder] is bij GVB werkzaam als buschauffeur. Naast het besturen van de bus is [verweerder] verantwoordelijk voor het verkopen van vervoersbewijzen. In dat verband heeft [verweerder] geld van GVB ter beschikking gesteld gekregen, in de vorm van een depot. Het Reglement depotbeheer rijdend / varend personeel is van toepassing. Depothouders als [verweerder] krijgen een krediet toegekend, waarmee aankopen van vervoersbewijzen kunnen worden gefinancierd. Het mengen van privé-geld met het depot is niet toegestaan en de medewerker is verantwoordelijk voor het ter beschikking gestelde depot. Bij GVB gelden voorts regels bij ziekteverzuim. Deze regels bevatten bepalingen met betrekking tot de wijze van ziekmelden, alsmede regels voor de controle.

1.3.

In 2009 is [verweerder] op de bus overvallen. Na een vrijstelling van werkzaamheden en vervolgens een hersteltraject met alternatieve werkzaamheden, heeft [verweerder] zijn werkzaamheden als buschauffeur in de loop van 2010 hervat.

1.4.

Naar aanleiding van problemen in zijn functioneren heeft GVB [verweerder] van 26 mei 2011 tot 30 januari 2012 een verbetertraject laten doorlopen. De problemen betroffen het bovenmatig kort en frequent ziekteverzuim van [verweerder] en de daarbij te volgen regels. Op 30 januari 2012 is het verbetertraject geëindigd, waarvan op die dag een verslaglegging is gemaakt. Volgens de verslag-legging heeft [verweerder] sinds de start van het verbetertraject niet meer verzuimd en is hij ook niet meer te laat of vermist geweest.

1.5.

De brief van 30 januari 2012 vermeldt daarnaast:

[verweerder] heeft op 4 oktober 2011 en 27 december 2011 een incident op de bus gehad waarbij hij werd uitgescholden en bedreigd. […] [naam 1] geeft aan dat hij zich wel zorgen maakt om het feit dat [verweerder] vaker dan gemiddeld dit soort incidenten meemaakt. [verweerder] geeft aan geen weerbaarheidstraining nodig te hebben
In tegenstelling tot vorig jaar is de punctualiteit van [verweerder] drastisch naar beneden gegaan. U bent maandenlang heel punctueel geweest in uw vertrekdiscipline, maar in de afgelopen gemeten periode van 28 november 2011 tot 22 januari 2012 was uw vertrekdiscipline slechts 66,4%. Wat opvalt is dat u heel vaak onnodig te laat vertrekt. Dat is met name het geval nadat u pauze heeft gehad.

1.6.

In mei 2013 is er door GVB met [verweerder] gesproken over zijn ziekteverzuim en de regels, die dan gelden.

1.7.

Bij brief van 16 oktober 2013 heeft GVB [verweerder] een gesprek bevestigd. De aanleiding van het gesprek waren incidenten rond het fout parkeren van zijn auto door [verweerder] en het zoekraken van de personeelspas op 11 september 2013, alsmede een ziekmelding van [verweerder] op 25 september 2013. [verweerder] had op 11 september 2013 zijn auto geparkeerd op een plek waar dat niet was toegestaan en had toen hij daarop werd aangesproken verklaard dat zijn personeelspas zoek was. De ziekmelding van [verweerder] op 25 september 2013 was door [verweerder] niet bij zijn leidinggevende gedaan en [verweerder] was - in strijd met de regels van GVB bij ziekteverzuim - bij controle niet huis aangetroffen.

1.8.

De brief vermeldt:

[verweerder] geeft aan dat hij op dit moment een probleem heeft in de relationele sfeer. [verweerder] erkent dat de tien ziekmelding in 2013 aan de hoge kant is, en dat zijn privé problemen hier misschien ook debet aan zijn. Waarom [verweerder] de afspraken omtrent verzuim niet nakomt en waarom zijn punctualiteit niet verbetert, geeft [verweerder] geen reden aan.
[naam 2] geeft bij [verweerder] aan dat de maat nu vol is […] [naam 2] benadrukt dat [verweerder] de komende tijd blijft bus-rijden en er extra aandacht zal zijn voor zijn functioneren.
[naam 2] heeft aangegeven dat [verweerder] een schriftelijke waarschuwing krijgt voor het feit dat hij op 25 september 2013 de regels bij ziekte niet heeft nageleefd en voor de incidenten op 11 september 2013.

[verweerder] is verzocht om uiterlijk op 10 november 2013 een reactie op het verslag te geven. [verweerder] heeft dat niet (inhoudelijk) gedaan, ook niet na rappèl van zijn leidinggevende.

1.9.

Op 31 oktober 2013 heeft [verweerder] wederom zijn auto geparkeerd op de (zelfde) plek waar dat verboden is.

1.10.

Bij brief van 29 november 2013 heeft GVB [verweerder] een ernstige waarschuwing gegeven. De brief stelt:

Uw houding en gedrag vind ik op vele fronten onacceptabel. […] Aangezien de problemen met name veroorzaakt worden door een onacceptabele houding en gedrag waarvan u een verwijt te maken valt, heb ik besloten een verbetertraject aan te gaan van 1 december 2013 tot 1 juni 2013 (Ktr: bedoeld is 2014).

1.11.

De brief besluit:

Ik vertrouw erop dat u deze waarschuwing en het verbetertraject serieus neemt en hoop dat u zult laten zien dat u uw verantwoordelijkheid neemt door u aan de regels en afspraken te houden. Wanneer u daar niet voor kiest en uw houding en gedrag na het verbetertraject niet zijn verbeterd, kan dit beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot gevolg hebben. Dit geldt ook indien u op een andere wijze GVB benadeelt of de bedrijfsregels overtreedt tijdens of na het verbetertraject. Ik ga ervan uit dat u het niet zover laat komen.

1.12.

Bij brief van 2 januari 2014 heeft GVB [verweerder] een verslag van een gesprek over zijn functioneringstraject gestuurd. De brief stelt dat de vertrekpunctualiteit van [verweerder] in november en december 2013 beneden het gemiddelde was.

1.13.

Bij brief van 4 maart 2014 heeft GVB [verweerder] een verslag over de voortgang van zijn functio-neringstraject gestuurd. De brief stelt dat er in januari 2014 een incident met passagiers op de bus zijn geweest, waardoor GVB heeft voorgesteld [verweerder] aan te melden voor een training omgaan met lastige klanten. [verweerder] heeft dat voorstel aanvaard. Daarnaast volgt uit de brief dat ten aanzien van punctualiteit en verzuim [verweerder] zich heeft verbeterd.

1.14.

Op 10 maart 2014 heeft GVB over [verweerder] een klacht van een klant ontvangen. [verweerder] kon de klant op de bus geen dagkaart verkopen en heeft de klant verplicht extra dure uurkaart(en) te kopen. In vervolg op deze klacht heeft GVB bij [verweerder] op 12 maart 2014 een depotcontrole uitgevoerd. Bij de controle bleek [verweerder] geen 24-uurs bewijzen in bezit te hebben en had hij een depottekort van € 304,44. [verweerder] is op die dag geschorst, welke schorsing dezelfde dag schriftelijk is bevestigd.

1.15.

Op 18 maart 2014 heeft GVB met [verweerder], die was vergezeld van een belangenbehartiger, over het gebeurde gesproken. [verweerder] had het depot inmiddels aangevuld. GVB heeft de schorsing van [verweerder] gehandhaafd en hem meegedeeld dat nog zou worden bepaald of en zo ja welke maatregelen genomen zouden worden.

1.16.

Bij brief van 3 april 2014 heeft GVB in vervolg hierop [verweerder] bericht dat was komen vast te staan dat [verweerder] opnieuw de bedrijfsregels had overtreden en dat een ontslagtraject zou worden ingezet.

1.17.

Op 15 april 2014 heeft [verweerder] een heroverwegingsverzoek bij de Heroverwegingscommissie ingediend. Dit verzoek is op 19 mei 2014 afgewezen.

Verzoek en verweer

2.

GVB verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en stelt dat [verweerder] zich zodanig heeft gedragen dat dit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678, eerste lid BW heeft opgeleverd. Daarnaast vraagt GVB ontbinding wegens gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk behoort te eindigen. Daarbij behoort [verweerder] geen vergoeding te worden toegekend, nu de redenen in zijn risicosfeer liggen en hem, daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

3.

Daartoe stelt GVB - kort gezegd - dat van haar redelijkerwijs niet verlangd kan worden het dienst-verband met [verweerder] voort te zetten. GVB acht de handelwijze van [verweerder] verwijtbaar en nalatig. Na de depotcontrole van 12 maart 2014 was voor GVB de maat vol. Ondanks herhaalde waar-schuwingen en het feit dat [verweerder] in een functioneringstraject zat, beschikte hij in de uitvoering van zijn werkzaamheden niet over voldoende middelen om de kaartverkoop te kunnen uitvoeren, waardoor hij opnieuw en ondanks alle waarschuwingen de bedrijfsregels overtrad. GVB moet er op kunnen vertrouwen dat [verweerder] de bij GVB geldende regels - ten aanzien van depot, op tijd komen, ziekte en bereikbaarheid e.d. - serieus en ter harte neemt. [verweerder] doet dat bij herhaling niet en heeft zich onverbeterlijk getoond in zijn gedrag.

4.

[verweerder] voert hiertegen - kort gezegd - aan dat hij zich niet kan vinden in de weergave van GVB van zijn functioneren. [verweerder] vervult zijn functie met veel plezier en heeft zich in de achterliggende jaren tot het uiterste ingespannen om aan de door GVB gestelde eisen te voldoen.

5.

De weergave van GVB is volgens [verweerder] eenzijdig. GVB vermeldt onder meer niet dat [verweerder] in 2009 in de bus is overvallen. Hoewel [verweerder] er niet primair de voorkeur aan gaf om terug te keren op de bus, werd hem door GVB geen andere keuze gegeven. Ook moest hij op dezelfde lijn van de overval blijven rijden. Daarnaast werd [verweerder] geconfronteerd met een echtscheiding, terwijl zijn vrouw ernstige psychiatrische klachten had. [verweerder] heeft voorts een milde vorm van de ziekte van Crohn en heeft in 2012 een ongeluk in Turkije gehad, waardoor hij is uitgevallen. Tot slot is [verweerder] meerdere keren geconfronteerd met stevige bedreigingen op de bus.

6.

Met dit alles lijkt GVB geen rekening te houden. Hoewel [verweerder] erkent dat er zeker punten zijn geweest die voor verbetering vatbaar waren en dat hij steken heeft laten vallen, is er geen sprake van disfunctioneren. [verweerder] is een kwetsbare werknemer, kostwinner voor zijn nieuwe echtgenote, die twee kinderen heeft en een einde van de arbeidsovereenkomst hakt er diep in.

7.

[verweerder] heeft een dienstverband van 7 jaar en de verwijten zijn er met de haren bijgesleept. Het zijn incidenten, het gaat om fout parkeren, 2 minuten te laat vertrekken - waar overigens nog discussie over mogelijk is - en hij zat nog in een verbetertraject, dat nu abrupt is afgebroken. Dat is geen juiste afweging.

Beoordeling

8.

Uit de in deze procedure gebleken omstandigheden volgt dat er al meerdere jaren bij GVB ernstige, en naar het oordeel van de kantonrechter terechte, kritiek op het functioneren van [verweerder] leeft. GVB heeft meerdere keren door verbetertrajecten getracht dit functioneren te verbeteren, maar telkens als [verweerder] een kleine verbetering op één vlak liet zien, liet zijn functioneren op een ander terrein weer te wensen over. GVB heeft [verweerder] in 2013 toch nogmaals een verbetertraject aangeboden en zelfs in dat verbetertraject, waarin [verweerder] toch een gewaarschuwd mens was, zijn er incidenten geweest rond het functioneren van [verweerder] en heeft hij bij herhaling de bedrijfsregels overtreden. De daarvoor door [verweerder] aangevoerde persoonlijke redenen zijn onvoldoende om dit functioneren te rechtvaardigen; ze zijn van lang geleden of onvoldoende zwaarwegend.

9.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan inmiddels in alle redelijkheid niet meer van GVB gevergd worden het dienstverband met [verweerder] voort te zetten. Het is begrijpelijk dat GVB haar vertrouwen in [verweerder] heeft verloren. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.

10.

Dat er sprake is geweest van een dringende reden zoals gesteld, is echter niet komen vast te staan. Hoewel het disfunctioneren van [verweerder] langdurig en ernstig is geweest, is alle omstandigheden wegend geen sprake van een dringende reden. Het verzoek, voor zover gebaseerd op die dringende reden, wordt afgewezen. Wel wordt geoordeeld dat nu de reden van ontbinding is gelegen in de risicosfeer van [verweerder], bij de ontbinding er aan [verweerder] geen vergoeding wordt toegekend.

11.

Nu op verzoek van GVB de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en geen vergoeding wordt toegekend, behoeft geen termijn te worden bepaald waarin GVB het verzoek kan intrekken.

12.

Er zijn termen om de kosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2014;

compenseert de proceskosten in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter