Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5345

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-08-2014
Datum publicatie
26-08-2014
Zaaknummer
CV EXPL 13-29645
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een groep werknemers procedeert tegen hun (oud)werkgever, omdat ze aanspraak menen te kunnen maken op een prepensioen, zoals dat geregeld is in een overgangsregeling, die deel uitmaakt van de CAO.

De CAO 2005 bepaalt dat CAO-partijen de betreffende regeling in toekomstige CAO’s zullen herbevestigen.

De kantonrechter overweegt dat de werknemers geen partij waren bij de CAO en dat daarom de bepaling van de CAO naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd: de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de gehele CAO (plus eventuele toelichting) is van doorslaggevende betekenis.

Aan de hand van die uitleg wordt geoordeeld dat de oude overgangsregeling is vervallen en dat CAO-partijen (daarvoor in de plaats) een nieuwe overgangsregeling (die voor enkele werknemers minder gunstig uitpakt) zijn overeengekomen.

De werknemers kunnen dus geen aanspraak maken op de rechten uit de oude overgangsregeling.

Wetsverwijzingen
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst 1
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2014/249
AR 2014/616
PJ 2014/165
JAR 2014/249

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 2543129 CV EXPL 13-29645

vonnis van: 4 augustus 2014

481

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1 [naam eiser 1], wonende te [plaats]

2.[naam eiser 2], wonende te [plaats]

3.[naam eiser 3], wonende te [plaats]

4.[naam eiser 4], wonende te [plaats], Gemeente [plaats]

5.[naam eiser 5], wonende te [plaats]

6.[naam eiser 6], wonende te [plaats]

7.[naam eiser 7], wonende te [plaats]

8.

[naam eiser 8] , wonende te [plaats]

9.[naam eiser 9], wonende te [plaats]

10.[naam eiser 10], wonende te [plaats]

11.[naam eiser 11], wonende te [plaats]

12.[naam eiser 12], wonende te [plaats]

eisers

nader te noemen: [eisers]

gemachtigde: mr. G.N.M. Groen

t e g e n

1 de naamloze vennootschap Delta Lloyd Bank N.V.

2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Lloyd Services B.V.

3.de naamloze vennootschap Delta Lloyd N.V.

4.de stichting Stichting Pensioenfonds Delta Lloyd

allen gevestigd te Amsterdam

gedaagden

nader ook te noemen: Delta Lloyd

gemachtigden: mr. J.M. van Slooten en mr. J.S Engelsman

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 8 november 2013, met producties;

- antwoord, met producties;

- instructievonnis;

- repliek, met één productie;

- dupliek;

- dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eisers] zijn allen in dienst (geweest) bij gedaagde sub 2; gedaagden sub 1, 8 en 12 zijn, aansluitend aan de beëindiging van hun dienstverband, met prepensioen gegaan. De overige eisers zijn nog bij gedaagde sub 2 in dienst.

1.2.

in de Delta Lloyd Groep concern CAO (verder: CAO), geldend van 1 juni 2004 tot 31 mei 2005 (CAO 2004-2005) was een overgangsregeling prepensioen (verder: de Overgangsregeling) opgenomen.

1.3.

de tekst van de Overgangsregeling is opgenomen in bijlage 1C van het Pensioenreglement van gedaagde sub 4, geldend vanaf 1 januari 2003.

1.4.

De Overgangsregeling hield onder meer in, voor zover hier van belang:

a) De richtpensioendatum voor medewerkers geboren op of na 1 januari 1949

wordt 62 jaar;

b) Stichting Pensioenfonds Delta Lloyd verzekert een prepensioen dat gelijk is aan het premievrij gemaakte ouderdomspensioen, zoals dat is overgedragen aan het pensioenfonds. De uitkering gaat in op de richtpensioendatum en stopt bij 65 jaar;

c) Financiering vindt plaats vanaf 1januari 2003;

d) Voor medewerkers die op 31 december 2000 reeds in de pensioenregeling

deelnemen en zijn geboren voor 1 januari 1964 wordt de uitkering van

prepensioen tot 65 jaar door middel van een aanvullend prepensioen aangevuld

tot 75% van het laatste pensioengevend inkomen;

e) Gedurende de prepensioenperiode blijft de medewerker in dienst en gaat

pensioenopbouw door.

1.5.

artikel 6 van de CAO 2004-2005 bepaalt onder 6.1 sub 2:

“Gedurende de looptijd van de CAO gelden de in de overgangsregelingen opgenomen aanvullingsregelingen voor het prepensioen en de eerdere pensioenrichtleeftijden. CAO-partijen hebben zich verbonden deze aanvullingsregelingen bij het aangaan van volgende CAO’s telkens te herbevestigen.”

1.6.

In bijlage 2 van de CAO 2004-2005 zijn onder meer de overgangsregelingen voor de pensioenen opgenomen;

1.7.

in de CAO, geldend van 1 juni 2005 tot 31 mei 2007 (CAO 2005-2007) is opgenomen artikel 6, dat luidt als volgt:

6

Pensioen

6.1.

Jaarlijkse bijdrage van de werkgever vanaf 1-01-2006 in de pensioenregeling en indexatie van de pensioenen.

1.

De werkgever zal zich inspannen om met het Pensioenfonds overeen te komen dat de bijdrage die Delta Lloyd aan het Pensioenfonds dient te betalen, met ingang van 01-01-2006 uitsluitend bestaat uit een jaarlijkse premie (bestaande uit de werkgevers en werknemerspremie gezamenlijk). Deze jaarlijkse premie is de som van de actuariële premie op basis van een rekenrente van 3% die nodig is voor de aangroei van de nominale pensioenaanspraken en risicodekkingen in het betreffende jaar op basis van de door CAO-partijen overeengekomen middelloonregeling, vermeerdert met de administratiekosten, de verschuldigde garantiepremie en de overige kosten van het pensioenfonds. Het resultaat van het Pensioenfonds komt volledig ten gunste of ten laste van het Pensioenfonds.

2.

De kosten van de indexatie van de opgebouwde pensioenen van de deelnemers en ex-deelnemers komen geheel voor rekening van het Pensioenfonds.

3.

Partijen bij de CAO doen de aanbeveling aan het pensioenfondsbestuur om bij voldoende middelen deze te gebruiken voor indexatie, waarbij de indexatie voor de deelnemers gebaseerd wordt op de CAO-loonindex en voor de gewezen deelnemers op de CBS-prijsindex. Wanneer het pensioenfondsbestuur vanaf het jaar 2011 in enig jaar daarna besluit de indexatie niet volgens de aanbeveling van CAO partijen toe te kennen, zal de werkgever onverwijld de vakorganisaties schriftelijk in kennis stellen.

4.

De werkgever betaalt gedurende de jaren 2006 t/m 2010 (laatste maal per 31.12.2010) de koopsom die nodig is voor de indexatie van de opgebouwde rechten volgens de aanbeveling als vermeld bij 6.1.3 onder aftrek van de door de her-verzekeraar voor dat jaar vastgestelde positieve resultaat op beleggingen.

5.

De werkgever behoudt zich de bevoegdheid voor tot vermindering of beëindiging van de betaling van zijn jaarlijkse premie als bovenvermeld onder 6.1.1 en de bijdrage voor indexatie als bovenvermeld onder 6.1.4, indien zijn financiële toestand van dien aard is, dat hij de kosten van de pensioenregeling slechts gedeeltelijk of niet meer kan dragen. Indien de werkgever van deze bevoegdheid gebruik maakt zal de werkgever de deelnemers, het pensioenfondsbestuur en de vakorganisaties onverwijld schriftelijk in kennis stellen.

6.2.

Eenmalige bijdrage van de werkgever in de pensioenregeling

De werkgever zal per 1-01-2006 voor de deelnemers en de gewezen deelnemers, die vallen onder de regeling die met ingang van 01-01-1999 van kracht is geworden (regeling 1999), een eenmalige bijdrage aan het Pensioenfonds verstrekken. Deze bijdrage is bestemd voor de financiering van het omrekeningsverschil van de huidige voorziening bepaald op de grondslagen van het collectief 1993 tarief met een rekenrente van 4% naar de grondslagen van het collectief 2003 tarief met een rekenrente van 3%. De eenmalige bijdrage is het omrekeningsverschil verminderd met dat deel van de in het pensioenfonds aanwezige vrije vermogen dat uitgaat boven het minimaal aan te houden eigen vermogen.

6.3.

Bijdrage van de werknemer in de pensioenregeling.

De werknemers dragen bij in de kosten van de pensioenregeling in de verhouding van 1/3 voor alle werknemers en 2/3 voor de werkgever. De bijdrage van een werknemer is gemaximeerd op 6 2/3% van de voor hem geldende pensioengrondslag.

Voor de werknemers die op 31 augustus 2004 al deelnemer aan het pensioenfonds waren en sindsdien onafgebroken deelnemer zijn geweest, is een overgangsregeling getroffen. Voor de werknemers die op 31 augustus 2004 een tijdelijk dienstverband hadden, geldt de overgangsregeling tot de einddatum van dat tijdelijke dienstverband.

De bijdrage in de pensioenpremie van de werknemers die niet onder de overgangsregeling vallen wordt berekend volgens onderstaande criteria:

a. Jaarlijks wordt de totale pensioenlast (1) voor de pensioenregeling door het pensioenfonds vastgesteld. Bij de bepaling van de totale pensioenlast wordt de eenmalige bijdrage van de werkgever voor de overgang naar de nieuwe regeling (zoals omschreven in paragraaf 6.2) gedurende 10 jaar voor 1/10e deel meegenomen (voor het laatst in 2015).

b. Deze totale pensioenlast wordt uitgedrukt in een percentage van de som van de voor dat jaar geldende pensioengrondslagen van alle actieve deelnemers in het pensioenfonds.

c. De werknemersbijdrage bedraagt 1/3 van het bij lid b van dit artikel berekende percentage, met een maximum van 6 2/3% van de pensioengrondslag van de werknemer.

(1)Onder de totale pensioenlast wordt verstaan de kostendekkende premie die de werkgever op grond van de overeenkomst van de werkgever met het pensioenfonds verschuldigd is om de pensioenregeling door het pensioenfonds af te dekken.

De bijdrage in de pensioenpremie van de werknemers die wel onder de overgangsregeling vallen wordt als volgt berekend:

A.Hoofdregel

Indien de totale pensioenlast 20% of minder is dan de som van de pensioengrondslagen wordt geen werknemersbijdrage ingehouden.

Indien de totale pensioenlast meer dan 20% is van de som van de pensioengrondslagen, bedraagt de bijdrage van de werknemers 50% van het meerdere met een maximum van 6 2/3% van de som van de pensioengrondslagen.

B. Ingroeimodel

Het streven van CAO-partijen is om de totale eigen bijdrage van de werknemers die sinds 31.08.2004 onafgebroken deelnemen aan de pensioenregeling niet meer dan 50% van de som van de collectieve salarisverhogingen vanaf 1 juni 2004 te laten bedragen, met een maximum van 6 2/3% van de pensioengrondslag.

Omdat de eigen bijdrage wordt bepaald over de pensioengrondslag wordt dit streven als volgt vormgegeven.

a Jaarlijks wordt in december de verhouding tussen de totale som van de pensioengevende inkomens en

de pensioengrondslagen op basis van de dan bij het pensioenfonds bekende gegevens vastgesteld en gebruikt voor de berekening van de eigenbijdrage in het volgende jaar. De verhouding bedraagt voor 2005 1,42 en voor 2006 1,37.

b Vervolgens wordt 50% van het percentage van de algemene loonronde na 1-06-2004 vermenigvuldigd met het voor dat jaar volgens lid a vastgestelde verhoudingsgetal. Deze uitkomsten worden bij elkaar opgeteld en geldt dan tot de volgende algemene loonronde.

c De eigen bijdrage wordt verkregen door het onder b berekende percentage te vermenigvuldigen met de pensioengrondslag.

Op basis van lid a, b en c is het eigen bijdrage percentage

van 1-02-2005 tot 1-01-2006: 50%*1,35%*1,42=0,96% van de pensioengrondslag

van 1-01-2006 tot 1-02-2006: 50%*1,35%*1,37=0,92% van de pensioengrondslag

van 1-02-2006 tot 1-02-2007: 50%*1,5* 1,37+0,92% =1,95% van de pensioengrondslag

6.4

Overgangsregeling pensioen

1.

Tot 1-01-2006 blijft de pensioenparagraaf uit de CAO 1 juni 2004 tot 31 mei 2005 ongewijzigd doorlopen, aangevuld met de uitkomsten van de in 2004 uitgevoerde studie als vermeld in 6.1 onder lid 16 van die CAO. De tekst van dit artikel wordt: Het pensioenfonds streeft voor de gewezen deelnemers naar aanpassing van de ingegane en premievrije pensioenen op basis van de beschikbare middelen (buffer en toekomstige overrente) met als doel de CBS Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid(2000=100) te volgen.

2.

Voor de werknemers die uit hoofde van de regeling 1999 op of voor 01-10-2006 met pensioen gaan blijft de pensioenregeling die op 31 december 2005 van kracht is, met uitzondering van de indexatiebepaling onverkort van kracht. De indexatie van deze opgebouwde rechten volgt met ingang van 01-01-2006 hetgeen gesteld onder 6.1 van deze CAO.

3.

Voor de werknemers die zijn geboren voor 1-01-1964 en uit hoofde van de regeling die op 31 december 2005 van kracht is, aanspraken op prepensioen hebben en/of uitzicht hadden op voorwaardelijke pensioenaanspraken en die niet vallen onder de in de vorige alinea bedoelde groep werknemers, worden deze aanspraken geheel of gedeeltelijk ingekocht per 31-12-2005.

Voor de werknemers geboren na 31-12-1963 die uitzicht hadden op voorwaardelijke aanspraken worden deze voorwaardelijke aanspraken niet ingekocht. De opgebouwde aanspraken op prepensioen blijven behoudens indexatie ongewijzigd.

Berekening van de voorwaardelijke aanspraken en aanspraken op prepensioen vindt plaats op basis van het pensioengevend inkomen en de pensioengrondslag per 1-01-2005 en het eventueel op 8 november 2005 geldende deeltijdfactor en ingekocht volgens de hieronder opgenomen staffel. Voor de werknemers werkzaam bij Delta Lloyd Verzekeringen en waarvoor de regeling variabele beloning buitendienst van toepassing is, wordt bij de bepaling van het pensioengevend inkomen het gemiddelde van het uitbetaalde variabele inkomen in de jaren 2003, 2004 en 2005 mede gerekend tot het pensioengevend inkomen.

Geboortejaar Percentage inkoop

1949 en ouder 100%

1950 99%

1951 98%

1952 97%

1953 96%

1954 95%

1955 94%

1956 93%

1957 92%

1958 91%

1959 90%

1960 89%

1961 88%

1962 87%

1963 86%

De per 31 december 2005 opgebouwde aanspraken uit hoofde van de regeling 1999 blijven voor alle werknemers premievrij verzekerd op de volgens de tot 1-01-2006 geldende richtpensioendatum van 62 jaar of eerder door overgangsregelingen. Op deze aanspraken is de indexatiebepaling van toepassing zoals omschreven in paragraaf 6.1

onder aandachtspunt 2 en 3 en 6.5 onder aandachtspunt 2.

6.5

Pensioenopbouw in het pensioenfonds vanaf 1-01-2006

1.

Alle werknemers die onder de werkingssfeer van de CAO vallen en 18 jaar of ouder zijn, worden als deelnemer opgenomen in de pensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds Delta Lloyd.

2.

De pensioenregeling is een middelloonregeling, het pensioenfondsbestuur beslist op basis van de in het pensioenfonds beschikbare middelen over de indexatie van de opgebouwde aanspraken en ingegane pensioenen.

3.

De pensioenrichtleeftijd is 65 jaar.

4.

De franchise bedraagt per 1 januari 2006 € 13.000, en wordt daarna jaarlijks op 1 januari geïndexeerd met het percentage van de salarisaanpassingen van de Delta Lloyd CAO.

5.

Het pensioengevend inkomen wordt vastgesteld op 1 januari en bedraagt het uurloon (inclusief de tijdelijke functioneringstoeslag en de ploegendienstvergoeding) maal het aantal betaaluren, vermeerderd met de daarbij horende vakantietoeslag en de jaarlijkse uitkering.

Voor een medewerker waarop de regeling Variabele Beloning Buitendienst van toepassing is, wordt het bedrag van de uitgekeerde variabele beloning in het achterliggende kalenderjaar mede gerekend tot het pensioengevend inkomen.

6.

De pensioengrondslag is het pensioengevend inkomen verminderd met de franchise.

7.

Het ouderdomspensioen bedraagt 2,l5% per dienstjaar van de pensioengrondslag.

8.

Voor werknemers die minder werken dan het overeengekomen aantal normuren wordt het pensioengevend inkomen herrekend naar een pensioengevend inkomen op basis van het aantal normuren. De pensioenopbouw wordt daarbij gecorrigeerd met de deeltijdfactor, waarbij de deeltijdfactor wordt gesteld op het aantal betaaluren/het aantal normuren.

9.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, 70% van het pensioengevend inkomen boven het maximum jaarloon waarover de uitkering ingevolge de IVA wordt berekend. Bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% wordt een aflopende staffel gehanteerd.

10.

Het nabestaandenpensioen bedraagt 60% van het te bereiken ouderdomspensioen en wordt uitgekeerd aan de (ex)echtgeno(o)t(e) of (ex)partner van de deelnemer.

11.

Het wezenpensioen per kind bedraagt l4% van het ouderdomspensioen en wordt uitgekeerd zolang het kind nog geen 18 jaar is dan wel indien en zolang het kind een dagstudie volgt en nog geen 27 jaar is.

12.

De pensioenregeling kent een aantal flexibele elementen. Het is mogelijk om:

- het pensioen eerder of later dan de richtpensioendatum te laten ingaan

- het pensioen gedeeltelijk te laten ingaan(parttime-pensioen)

- de pensioenhoogte te variëren

- het nabestaandenpensioen om te zetten naar een hoger ouderdomspensioen

- een deel van het ouderdomspensioen om te zetten naar het nabestaandenpensioen

6.6

ANW-hiaat pensioen

Alle werknemers worden buiten het pensioenfonds verzekerd voor een ANW-hiaat pensioen, tenzij men uitdrukkelijk afstand doet van de verzekering. Het bedrag van het pensioen is gelijk aan de uitkering van de ANW voor een nabestaande zonder kinderen. Het pensioen wordt uitgekeerd aan de echtgenoot of partner en stopt bij overlijden van de echtgenoot of partner doch uiterlijk op 65 jaar van de nabestaande. De werkgever betaalt een bijdrage van 20% van de jaarlijkse risicopremie.

6.7

WAO-hiaat pensioen

Deze verzekering is vervallen. De bijdrage van de werknemer over 2004 wordt voor 90% en over 2005 voor 100% terugbetaald.

6.8

Vrijwillige pensioenspaarregeling

De werknemers hebben de mogelijkheid voor eigen rekening de persoonlijke pensioensituatie te optimaliseren binnen de fiscale grenzen en de Pensioen- en spaarfondsenwet dan wel de op grond daarvan geldende regelgeving.”

1.8.

het Pensioenreglement 2006 bepaalt in artikel 30:

“OVERGANGSBEPALING

1.

De tot 1 januari 2006 opgebouwde pensioenaanspraken van de deelnemers

blijven premievrij in stand. Op deze aanspraken is het bepaalde in artikel 26 van dit pensioenreglement en bijlage 3 bij dit pensioenreglement van toepassing.

2.

Alle overige aanspraken van de deelnemers die op 31 december 2005 deelnemer waren komen door de inwerkingtreding van dit reglement te vervallen.

Dit geldt ook voor de aanspraken waarvoor op die datum gedeeltelijke vrijstelling van premiebetaling wordt verleend. Deze aanspraken worden vervangen door aanspraken conform dit pensioenreglement, die worden vastgesteld op basis van de gegevens op grond waarvan de vervallen aanspraken zijn gebaseerd en waarvoor tegen hetzelfde percentage vrijstelling van premiebetaling wordt verleend.

3.

In afwijking van artikel 2 van dit pensioenreglement en de voorgaande leden in dit artikel blijft de pensioenregeling zoals vastgelegd in het pensioenreglement dat gold op 31 december 2005 in stand voor de deelnemers die op of vóór 1 oktober 2006 de richtpensioendatum halen, die in dat pensioenreglement of de daarbij horende bijlagen is opgenomen.”

1.9.

bijlage 3, artikel 3, van het Pensioenreglement 2006 luidt als volgt:

“REGELING VOOR DEELNEMERS OP WIE BIJLAGE 1A, 1B OF 1C

VAN TOEPASSING WAS EN DIE GEBOREN ZIJN VOOR

1 JANUARI 1964

1.

Op 31 december 2005 worden voor degenen die vóór 1

januari 1964 zijn geboren de aanspraken op prepensioen. extra en aanvullend prepensioen, alsmede extra ouderdoms- en nabestaandenpensioen als genoemd in bijlage la, bijlage 1b en bijlage 1c bij het pensioenreglement zoals dat luidde op 31 december 2005, afhankelijk van hun geboortedatum geheel of gedeeltelijk toegezegd op basis van de pensioengrondslag op 1 januari 2005 en de gegevens die op 8 november 2005 bekend zijn. Indien voor 1 januari 2006 variabele beloning onderdeel uitmaakt van het pensioengevend inkomen van de deelnemer, geschiedt de toezegging mede op basis van het gemiddelde van de in de jaren 2003, 2004 en 2005 uitbetaalde variabele beloning.

De (gedeeltelijke) aanspraken op extra en aanvullend prepensioen. alsmede extra ouderdoms- en nabestaandenpensioen als hiervoor bedoeld worden ineens tegen een éénmalige koopsom ingekocht.

De (gedeeltelijke) aanspraak op prepensioen als hiervoor bedoeld wordt ineens tegen éénmalige koopsom ingekocht, waarbij rekening wordt gehouden met de op 31 december 2005 bestaande premievrij aanspraak op dat pensioen.

2.

Indien de deelnemer is geboren:

Vóór maar na dan wordt van de

aanspraken als

genoemd in lid 1

van dit artikel

1 januari 1964 31 december 1962 86%

1 januari 1963 31 december 1961 87%

1 januari 1962 31 december 1960 86%

1 januari 1961 31 december 1959 89%

1 januari 1960 31 december 1958 90%

1 januari 1959 31 december 1957 91%

1 januari 1958 31 december 1956 92%

1 januari 1957 31 december 1955 93%

1 januari 1956 31 december 1954 94%

1 januari 1955 31 december 1953 95%

1 januari 1954 31 december 1952 96%

1 januari 1953 31 december 1951 97%

1 januari 1952 31 december 1950 98%

1 januari 1951 31 december 1949 99%

1 januari 1950 100%

toegekend.

3.Op alle aanspraken zijn de bepalingen van het pensioenreglement van

overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage van toepassing is op de aanspraken op prepensioen, extra

ouderdomspensioen en extra en aanvullend prepensioen, en dat voor het

prepensioen en extra en aanvullend prepensioen de factoren voor het

overbruggingspensioen als vermeld in artikel 2 van toepassing zijn.”

1.10.

bij brief van 5 december 2005 heeft Delta Lloyd [eisers] geïnformeerd over wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2006. In de bijlage van deze brief staat onder meer: “Per 31-12-2005 worden de uit bijlage 1A, 1B en 1C voortvloeiende verzekerde aanspraken op prepensioen, de voorwaardelijke aanspraken op aanvullend prepensioen en extra ouderdoms- en nabestaandenpensioen volledig ingekocht voor de deelnemers geboren voor 01-01-1950. Voor de deelnemers geboren voor 01-01-1964 en na 31-12-1949 worden deze aanspraken gedeeltelijk ingekocht oplopend van 86% voor de deelnemers geboren in 1963 tot 99% voor de deelnemers geboren in 1950. Voor de deelnemers geboren na 31-12-1963 komen de voorwaardelijke aanspraken te vervallen. Bij de berekening van de nieuwe ingangsdatum zoals in de brief is vermeld hebben wij met deze extra inkoop van pensioen rekening gehouden.” en

“Door de beëindiging van de bestaande overgangsregelingen wordt de aangroei voor alle deelnemers in de nieuwe regeling unif6rm. De pensioenregeling blijft een middelloonregeling, voor de jaarlijkse aangroei zijn de volgende afspraken gemaakt:

• de richtpensioendatum verschuift van 62 naar 65 jaar

• het opbouwpercentage wordt verhoogd van l,875%/1,75% naar 2,l5%

• de franchise wordt verlaagd van € 14.140 naar € 13.000.

• Het nabestaanden pensioen wordt 60% van het te bereiken ouderdomspensioen in de nieuwe regeling.

• Het wezenpensioen per kind wordt 14% van het te bereiken ouderdomspensioen, uit te keren tot de 18e verjaardag, indien studerend tot 27 jaar.

• Het arbeidsongeschiktheidspensioen voor het inkomen boven de WAO-loongrens wijzigt niet.”

1.11.

bij beschikking van 5 maart 2013 heeft de rechtbank te Amsterdam (kenmerk EA 12-2262) het verzoek van eiser sub 1 tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat van belang is dat eiser sub 1 niet heeft betwist dat bij de uitleg van de CAO in beginsel geen betekenis toekomt aan de totstandkomingsgeschiedenis van de CAO en dat op deze geschiedenis in het kader van de uitleg van de CAO door hem daarop geen beroep kan worden gedaan.

Vordering

2.

[eisers] vorderen voor recht te verklaren dat Delta Lloyd

a. jegens [eisers] ten onrechte de Overgangsregeling pensioen, zoals opgenomen in bijlage 1 C van het Pensioenreglement 2003 van gedaagde sub 4 en in de CAO 2004-2005, heeft laten vervallen door (1) het prepensioen niet aan te vullen tot 75 % van het pensioengevend inkomen gedurende de periode vanaf 62 tot 65 jaar en (2) door geen pensioenopbouw voor ouderdoms- en nabestaandepensioen toe te kennen over de periode van uitkering van prepensioen;

b. gehouden is de onder a. genoemde regelingen jegens [eisers] na te komen, althans gehouden is een voor hen gelijkwaardige alternatieve regeling te treffen;

c. (althans) subsidiair gehouden is aan [eisers] te vergoeden de schade die zij als gevolg van het onder a. (1) genoemde handelen dan wel het onder a. (2) genoemde nalaten van Delta Lloyd hebben gelden en zullen lijden;

met veroordeling van Delta Lloyd in de kosten van de procedure.

3.

[eisers] stellen hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat de onder 1.2 genoemde Overgangsregeling niet meer in de CAO 2005-2007 en het Pensioenreglement 2006 voorkomen, waarmee er in feite sprake is van een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling en het pensioenreglement. Gebleken is dat [eisers] hierdoor schade lijden, althans in de toekomst zullen gaan lijden. Zo is er niet langer sprake van een gegarandeerde aanspraak op 75 % van het pensioengevend inkomen en wordt er (anders dan in de Overgangsregeling) geen ouderdoms- en nabestaandenpensioen opgebouwd tijdens de prepensioenjaren.

4.

[eisers] voeren aan dat de betreffende overgangsregeling nooit is vervallen, hetgeen ook logisch is omdat CAO partijen de verplichting hadden de regeling in opvolgende CAO’s steeds weer te herbevestigen (zie onder 1.5). In elk geval heeft de Overgangsregeling nawerking. Volgens [eisers] hebben de vakorganisaties bij de CAO onderhandelingen in 2004 nimmer ingestemd met het laten vervallen van de overgangsregeling, hetgeen mag blijken uit de antwoorden op de aan de onderhandelaars gestelde vragen. Doch zelfs als de vakorganisaties wel met de wijzigingen zouden hebben ingestemd hebben [eisers] onverkort recht op de garanties die in de Overgangsregeling zijn omschreven. Delta Lloyd had niet het recht afbreuk te doen aan de Overgangsregeling door het (eenzijdig) aanbrengen van wijzigingen (lees:verslechteringen) in de regeling betreffende het (pre)pensioen. Verweer

5.

Delta Lloyd heeft verweer gevoerd. Dit verweer zal, voor zover van belang, in het hierna volgende worden besproken en beoordeeld.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

6.

Delta Lloyd heeft aangevoerd dat, voor zover [eisers] hun vorderingen hebben gericht tegen gedaagden sub 1 en 3, zij daarin niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Het standpunt van [eisers] op dit punt komt er kort gezegd op neer dat gedaagden sub 1 en 3 erop hadden moeten toezien dat de Overgangsregeling in stand bleef, en dat zij onrechtmatig hebben gehandeld door dit niet te doen. Dit standpunt hebben [eisers] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd, zodat reeds op die grond de vorderingen jegens gedaagden sub 1 en 3 moeten worden afgewezen.

Verjaring

7.

Het beroep van Delta Lloyd op verjaring zal worden gepasseerd. In elk geval ten aanzien van de subsidiair ingestelde vordering heeft te gelden dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat [naam eiser 1], [naam eiser 8] en [naam eiser 12] pas in 2012/2013 met de schade bekend zijn geworden, op het moment dat zij met prepensioen gingen. Ter zake de andere eisers wordt aangenomen dat dit moment in elk geval niet eerder heeft gelegen, nu zij nog niet met prepensioen zijn gegaan. De visie van Delta Lloyd, dat de schade in elk geval bekend was na de ontvangst van de brief d.d. 5 december 2005 (zie onder 1.10) wordt niet gedeeld. Uit deze brief met bijlage kan niet worden afgeleid dat de betreffende werknemer schade zal lijden door de wijziging van de pensioenregeling. Daartoe zou een nader onderzoek nodig zijn en een dergelijk onderzoek kan van de werknemer, in elk geval met het oog op het ingaan van de verjaringstermijn, niet worden gevergd.

8.

Dit betekent dat de vorderingen van [eisers] jegens gedaagden sub 2 en 4 inhoudelijk beoordeeld moeten worden.

Is de Overgangsregeling na 1 januari 2006 in stand gebleven?

9.

De vraag die hier beantwoord moet worden, is of de Overgangsregeling (die onderdeel uitmaakt van de CAO) is gestaakt per 1 januari 2006. [eisers] menen van niet, mede gelet op de verplichting van CAO-partijen de regeling in de opvolgende CAO’s te herbevestigen. Delta Lloyd daarentegen stelt zich op het standpunt dat zij tijdens de onderhandelingen over de nieuwe CAO (de CAO 2005-2007) met de vakorganisaties is overeengekomen dat de Overgangsregeling zou worden stopgezet en dat daarvoor (ter compensatie) een andere regeling in de plaats zou komen. In die regeling, die is neergelegd in artikel 6.4 van de CAO 2005-2007, (en die dus ook daadwerkelijk met de vakorganisaties is overeengekomen), is bepaald dat de nog op te bouwen prepensioenaanspraken, waaronder ook de voortzetting van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen gedurende de periode van prepensioen, ineens (gedeeltelijk) werden ingekocht. Een en ander is ook aan alle betrokken werknemers meegedeeld in de brief van Delta Lloyd van 5 december 2005, aldus steeds Delta Lloyd.

10.

Bij de beantwoording van de hierboven gestelde vraag moet de CAO worden uitgelegd. Voor de uitleg daarvan zijn, volgens vaste rechtspraak, de bewoordingen van die CAO, en een eventuele schriftelijke toelichting, gezien in het licht van de gehele CAO, leidend. Dat betekent dat voor de rechten en verplichtingen van derden (zoals hier [eisers], die immers geen partij bij de CAO zijn) de bedoelingen van de contracterende CAO-partijen geen rol kunnen spelen indien deze bedoelingen niet kenbaar zijn uit de bewoordingen van de CAO. Dit betekent dat verklaringen van betrokkenen bij de CAO- onderhandelingen over achtergronden, interpretaties en bedoelingen van (een van de) partijen bij de CAO buiten beschouwing moeten blijven. Deze zullen dan ook niet bij de beoordeling worden betrokken.

11.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de CAO, als deze op de bovengenoemde wijze wordt uitgelegd, dat de Overgangsregeling per 1 januari 2006 is beëindigd en dat daarvoor een nieuwe regeling in de plaats is gekomen, die is neergelegd in artikel 6.4 van de CAO 2005-2007.

12.

Dat blijkt allereerst al uit het gegeven dat de (oude) Overgangsregeling niet langer in de CAO staat, hetgeen ook wordt verklaard in artikel 6.4 CAO 2005-2007, onder 1, waarin staat dat de pensioenparagraaf uit de oude CAO blijft doorlopen tot 1 januari 2006 (en dus niet daarna). Ook vermeldt artikel 6.4 onder 3 dat voor de werknemers die zijn geboren voor 1 januari 1964 en uit hoofde van de regeling die op 31 december 2005 van kracht is aanspraken op prepensioen hebben en/of uitzicht hadden op voorwaardelijke pensioenaanspraken ((…) het betreft hier onder meer [eisers], ktr)) deze aanspraken geheel of gedeeltelijk worden ingekocht per 31 december 2005. Ook volgt uit de leeftijdsgerelateerde staffel dat er niet voor alle betrokkenen voor 100% wordt ingekocht. Dit kan niet anders worden uitgelegd dan dat er een verandering plaatsvindt ten opzichte van de vorige regeling die (dus) niet meer geldt.

13.

Reeds hieruit moet afgeleid worden dat CAO-partijen zijn overeengekomen dat de oude Overgangsregeling vervalt en dat daarvoor een nieuwe (artikel 6.4 CAO 2005-2007, getiteld “overgangsregeling pensioen”) overgangsregeling in de plaats komt. Nu geoordeeld wordt dat de nieuwe overgangsregeling in de plaats is gekomen van de oude, met daardoor het vervallen van de oude, kan van nawerking van de oude Overgangsregeling geen sprake zijn.

Eenzijdige wijziging?

14.

Evenmin is er sprake van een eenzijdige wijziging (door Delta Lloyd) van de regeling, en daarmee van de arbeidsvoorwaarden, zoals door [eisers] betoogd. Dit volgt reeds uit het oordeel dat de verandering is doorgevoerd door wijziging van de CAO, nadat daarover tussen CAO-partijen overeenstemming was bereikt. De wijziging van het Pensioenreglement vloeit voort uit de wijziging van de CAO en kan daarom evenmin als eenzijdig worden beschouwd.

15.

Aan de gewijzigde CAO zijn [eisers] gebonden. Zij hebben immers geen verweer gevoerd tegen de stelling van Delta Lloyd, dat de CAO middels een incorporatiebeding van toepassing is op de individuele arbeidsovereenkomsten van [eisers].

16.

Daar komt nog het volgende bij. Ook uit hetgeen op dit punt in het nieuwe Pensioenreglement is vermeld kan niet anders dan worden afgeleid dan dat de oude Overgangsregeling is vervallen en is vervangen door een nieuwe overgangsregeling (zie hetgeen vermeld wordt onder 1.8 en 1.9). Geoordeeld wordt dat het Pensioenreglement bij de uitleg van de CAO kan worden betrokken nu de (oude) Overgangsregeling was uitgewerkt in het Pensioenreglement en ook het nieuwe Pensioenreglement een uitvloeisel is van hetgeen CAO-partijen op dit punt zijn overeengekomen.

17.

Voor zover [eisers] nog hebben willen betogen dat Delta Lloyd hen niet of onjuist zou hebben geïnformeerd of voorgelicht ten aanzien van het (niet) wijzigen van de pensioenregeling, wordt ook dit argument verworpen. Na zorgvuldige lezing van de brief van Delta Lloyd van 5 december 2005 (met bijlage) kan niet anders worden geconcludeerd dan dat daarin vermeld staat dat de pensioenregeling met ingang van 1 januari 2006 gaat wijzigen, dat de aanspraken op prepensioen, de voorwaardelijke aanspraken op aanvullend prepensioen en extra ouderdoms- en nabestaandenpensioen (voor de leeftijdsgroep waartoe [eisers] behoren) gedeeltelijk worden ingekocht, oplopend van 86 % tot 99%, en dat de bestaande overgangsregelingen worden beëindigd.

18.

Uit al het bovenstaande volgt dat zowel de primaire als de subsidiaire vordering van [eisers] niet toewijsbaar is.

Kosten procedure

19.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [eisers] in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. wijst de vorderingen af;

II. veroordeelt [eisers] hoofdelijk, waarbij betaling door de een de ander bevrijdt, in de proceskosten die aan de zijde van Delta Lloyd tot op heden begroot worden op € 1.200,- aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

III. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter