Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:526

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2014
Datum publicatie
11-02-2014
Zaaknummer
C/13/556826 / KG ZA 13-1570 CB/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

AD moet op haar website artikel over Cool Cat rectificeren. AD heeft Cool Cat in verband gebracht met uitbuiting en kinderarbeid in Bangladesh, terwijl deze beschuldiging onvoldoende steun vindt in het thans beschikbare feitenmateriaal. AD is tekort geschoten in toepassen wederhoor. De vordering tot rectificatie in de papieren krant werd afgewezen, omdat de publicatie al van lang geleden dateert en met aanvullende berichten de beschuldigingen in de papieren editie voldoende zijn rechtgezet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/556826 / KG ZA 13-1570 CB/MB

Vonnis in kort geding van 11 februari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COOL CAT FASHION B.V.,

gevestigd te[vestigingsplaats],

eiseres bij dagvaarding van 20 januari 2014,

advocaat mr. G.T.J. Hoff te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PERSGROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD NIEUWSMEDIA B.V.,

gevestigd te [plaats],

3. [gedaagde 3],

in zijn hoedanigheid van hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, kantoorhoudende te [plaats],

4. [gedaagde 4],

in zijn hoedanigheid van journalist van het Algemeen Dagblad, kantoorhoudende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. O.G. Trojan te ‘s-Gravenhage.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 28 januari 2014 heeft eiseres, hierna Cool Cat, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd, overeenkomstig de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte, en dat zij de vorderingen jegens de Staat der Nederlanden (Ministerie van Buitenlandse Zaken, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) heeft ingetrokken.

Gedaagden, hierna gezamenlijk ook AD c.s. en afzonderlijk De Persgroep, AD Nieuwsmedia, de hoofdredacteur en [gedaagde 4], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Cool Cat: de heren [naam 1] (hierna: [naam 1]) en [naam 2], directeur (hierna: [naam 2]), mr. Hoff en zijn kantoorgenote mr. E.L. Hoogstraate; aan de zijde van AD c.s.: de heer [naam 3], adjunct-hoofdredacteur, [gedaagde 4], de heer [naam 4], bedrijfsjurist, mr. Trojan en zijn kantoorgenote mr. D.H. Bremmer.

2 De feiten

2.1.

De Persgroep is uitgeefster van het Algemeen Dagblad (AD), zo is althans op haar website vermeld. Ook AD Nieuwsmedia treedt op namens AD.

2.2.

Cool Cat heeft een keten van kledingwinkels gericht op jongeren. [naam 1] staat aan het hoofd van Cool Cat en heeft de onderneming opgericht in 1979 met één winkel in de Kalverstraat te Amsterdam. Inmiddels heeft Cool Cat 135 winkels in Nederland, België, Frankrijk en Luxemburg.

2.3.

Cool Cat koopt haar kleding in bij een aantal zelfstandige leveranciers.

Het grootste gedeelte van de kleding komt uit China, kleinere aandelen uit Turkije en Bangladesh. Bij de kledingproductie voor Cool Cat in Bangladesh zijn

6 fabrieken betrokken.

2.4.

Naar aanleiding van twee recente rampen in textielfabrieken in Bangladesh, een grote brand in de Tzareen fabriek op 24 november 2012 en de instorting van Rana Plaza op 24 april 2013, is er veel (media-)aandacht voor de arbeidsomstandigheden van textielwerkers aldaar. Bij deze rampen zijn 1.239 mensen omgekomen en raakten duizenden mensen gewond.

2.5.

Een initiatief om de arbeidsomstandigheden in Bangladesh te verbeteren is het ‘Bangladesh Fire and Safety Accord’ (hierna: het Veiligheidsakkoord). Dit is een bindend contract tussen kledingmerken, internationale en Bengaalse vakbonden en NGO’s (non-gouvernementale organisatie’s) zoals de Schone Kleren Campagne. Het Veiligheidsakkoord stelt een kader voor een uitgebreid programma van onafhankelijke en transparante fabrieksinspecties, reparaties en verbeteringen van onveilige werkplekken en trainingen aan kledingarbeiders over veiligheid en gezondheid. Het Veiligheidsakkoord heeft betrekking op 1700 fabrieken in Bangladesh.

2.6.

Op de website van De Gelderlander staat sinds 28 september 2013 een bericht met de kop: “Forse kritiek Ploumen op Coolcat en Wibra.” In dit bericht staat onder meer:

Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel heeft forse kritiek op de kledingketens Coolcat, Prenatal en Wibra. Zij hebben zich niet aangesloten bij het Veiligheidsakkoord dat in het leven geroepen is om de arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh te verbeteren. “Deze bedrijven zijn bezig een cruciale ontwikkeling te veronachtzamen.

Daarmee missen ze kansen en nemen ze tegelijkertijd enorme risico’s”, zegt Ploumen in een opiniestuk in deze krant.”

Een artikel met gelijke strekking van de hand van de Minister stond diezelfde dag op de opiniepagina van de krant BN/De Stem.

2.7.

Op 25 en 26 november 2013 vond een internationale conferentie in Berlijn plaats met als onderwerp 'Leefbaar Loon’, georganiseerd door Duitsland en Nederland gezamenlijk. Aan deze conferentie namen deel (onder meer) regeringsvertegenwoordigers, ondernemingen en vakbonden, zowel uit Europa als uit productielanden in Azië. Als bewindspersoon uit Nederland was aanwezig Minister Ploumen (hierna: de Minister). Zij is al geruime tijd actief op het gebied van verbetering van de arbeidsomstandigheden in de textielsector in Bangladesh. Zij heeft op de conferentie een speech gehouden.

2.8.

De dag vóór de conferentie heeft [gedaagde 4], die door een woordvoerder van de Minister benaderd was met de vraag of het AD aandacht kon besteden aan de presentatie van de Minister op de conferentie te Berlijn, de Minister geïnterviewd. Dit heeft geresulteerd in een aantal artikelen in het AD. Een artikel is gepubliceerd op de voorpagina van het AD op maandag 25 november 2013, met als kop: “Modewinkels op zwarte lijst” en als subkop: “Minister Ploumen eist betere beloning voor personeel in fabrieken”. De inleiding tot dit artikel luidt als volgt:

Minister Ploumen zet de Nederlandse kledingbedrijven Coolcat, Wibra en Prénatal publiekelijk te kijk. Zij laten nog altijd kleding produceren in fabrieken in Bangladesh, waar het personeel wordt uitgebuit en de omstandigheden verre van veilig zijn.” en vervolgens:

Volgens Ploumen (…) willen de drie bedrijven geen verantwoordelijkheid nemen voor de arbeiders die hun kleding maken. Ondanks herhaalde oproepen weigeren Coolcat, Wibra en Prénatal bindende akkoorden te tekenen, waarin ze beloven de textielarbeiders rechtvaardige salarissen te betalen. Ploumen vindt dat er een eind moet komen aan de uitbuiting. “Deze bedrijven staan voor de keus. Of ze tekenen alsnog of ze verliezen hun geloofwaardigheid bij de klanten. Nu staan ze aan de verkeerde kant van de lijn. Dat moeten ze niet willen.” (…) De drie ‘foute’ kledingbedrijven waren gisteren niet bereikbaar voor commentaar. Ploumen bezoekt vandaag in Berlijn een conferentie over fatsoenlijk loon waar vakbonden, overheden en bedrijven afspraken maken over het betalen van een minimumloon. Voor Bangladesh is net afgesproken dat het salaris van 28 euro naar 50 euro per maand zal stijgen om de meest noodzakelijke levensbehoeften te kunnen betalen. Aanleiding voor het verdrag is de fabrieksbrand in Bangladesh in april waarbij 1100 textielarbeiders om het leven kwamen. Niet alleen prijsdumpers, maar ook gewilde kledingmerken lieten daar voorheen hun kleding maken.(…)

Op pagina 2 en 3 van het AD van diezelfde dag staat een (vervolg-)artikel van [gedaagde 4] met de kop: “Waarschuwing Minister roept consument op om bewuster te winkelen. PLOUMEN: Weg met de uitbuiting!” en vervolgens de inleiding:

Kinderarbeid, lage lonen, instortende fabrieken: de kledingindustrie in Bangladesh vertoont ernstige misstanden. Drie Nederlandse miljoenenbedrijven blijven er zaken mee doen, tot woede van minister Ploumen. En dus gaan de drie aan de schandpaal.” In het artikel staat voorts:

Er is voorlopig afgesproken dat het minimumloon 50 euro moet zijn, een hoopgevende eerste stap,” zegt Ploumen. “De Nederlandse textielbedrijven die zich wél verantwoordelijk voelen voor de arbeiders, zijn ook bereid dit te betalen. Dat is mooi.”

Een dramatisch ongeval ging aan de ontwikkelingen vooraf. (…) Ploumen maakte

in de nasleep van die ramp overal afspraken om de leefomstandigheden van de vaak vergeten groep arbeiders te verbeteren. (…) Met Nederlandse en andere westerse textielbedrijven werden ook bindende afspraken gemaakt. (…) Toch negeerden Coolcat, Wibra en Prénatal tot dusver alle oproepen van de minister. Alleen Coolcat zou nu inmiddels ‘overwegen’ om de gedragscode voor fatsoenlijk ondernemen te ondertekenen’. (…)”.

Ingekaderd bij de artikelen is een foto van de Minister en afbeeldingen van de merknamen van Coolcat, Wibra en Prénatal met de tekst:
Ploumens zwarte lijst Drie textielketens – Prénatal, Wibra en Coolcat – negeren tot nu toe de oproep van de minister om alleen zaken te doen met fabrikanten die hun arbeiders een eerlijk loon geven.”

De artikelen zijn ook te vinden op de website van het AD.

In een latere editie van (de papieren editie) van het AD van maandag 25 november 2013 is voornoemde tekst in het kader met de foto van de Minister vervangen door de volgende tekst:

Coolcat razend

Topman [naam 1] van Coolcat is razend dat Ploumen zijn bedrijf op haar zwarte lijst heeft geplaatst.

“De minister begint te slaan zonder zich bij ons te informeren.” De werkelijkheid is volgens [naam 1] dat Coolcat alleen met kleine fabrieken in Bangladesh werkt en die nauwgezet controleert. “Daarvoor hebben wij zes eigen mensen ter plekke.”

[naam 1] stelt dat hij het slachtoffer is van de organisatie Schone Kleren die lobbyt bij Ploumen. “Die organisatie dropt een akkoord op ons bureau dat ik binnen 3 dagen moet tekenen met de eis even snel een half miljoen euro over te maken. Tja, zo werkt het niet.”

2.9.

Op de website van het AD is op 25 november 2013 een bericht ‘Door Redactie/ANP’ geplaatst met de kop: ‘Coolcat gaat convenant Bangladesh tekenen’.

Hierin is onder meer het volgende vermeld:

Kledingketen Coolcat gaat het veiligheidsakkoord voor kledingbedrijven die hun waar in Bangladesh laten produceren alsnog tekenen. Dat meldt de baas van Coolcat [naam 1] aan tijdschrift Quote. (…) Eerder vandaag noemde [naam 1] de uitingen van Ploumen nog ‘schandalig’. “Je hoort niet iemand aan de schandpaal te nagelen, als je zelf niet zonder zonden bent’, (…). [naam 1] meent dat een deel van de verantwoordelijkheid ook bij de Europese Unie ligt. ‘De EU heeft Bangladesh een invoervrije status gegeven. Als ik goederen uit India koop, moet ik 12 procent invoerrechten betalen. Bij goederen uit Bangladesh niet. Laat ze dat maar eens veranderen’, zei hij tegen persbureau ANP.

2.10.

In andere media, bijvoorbeeld op NOS.nl en in (artikelen op de websites van) NRC, de Volkskrant, de Telegraaf zijn de berichten uit het AD, met de strekking dat Ploumen felle kritiek uit op Cool Cat, Wibra en Prénatal omdat zij zouden weigeren het Veiligheidsakkoord te tekenen, overgenomen, met vermelding van de namen van de betrokken kledingbedrijven (productie 11 van Cool Cat).

2.11.

Bij brief van 2 december 2013 heeft Cool Cat de hoofdredacteur aangeschreven, aansprakelijk gesteld voor de door de berichtgeving in het AD door Cool Cat geleden en te lijden schade en rectificatie verzocht van de artikelen,

aangezien deze feitelijk onjuist en onrechtmatig jegens Cool Cat zouden zijn.

2.12.

Bij brief van 13 december 2013 heeft [naam 3] namens AD Nieuwsmedia Hoofdredactie aan Cool Cat meegedeeld geen reden te zien voor rectificatie, aangezien het AD zou hebben mogen afgaan op mededelingen van de minister, deze de publicatie heeft geautoriseerd en het weerwoord van Cool Cat dezelfde dag nog in de krant is opgenomen.

2.13.

Cool Cat heeft zich op 18 december 2013 aangesloten bij het Veiligheidsakkoord. Op de website van het AD en in andere media (zoals BN/De Stem, dagblad Spits en de nieuwssite NU.nl) is daar aandacht aan besteed.

2.14.

Partijen (inclusief de Minister) hebben in de maand december 2013 getracht de kwestie in der minne op te lossen, wat met de Staat (de Minister) is gelukt, maar tussen Cool Cat en het AD c.s. niet.

2.15.

In (de papieren editie van) het AD van 23 januari 2014 staat in een berichtje op de voorpagina, met de kop “Ploumen blij met Coolcat en Prénatal”:

Minister Ploumen (…) is verheugd dat de bedrijven Prénatal en Coolcat hun handtekening hebben gezet onder het Bangladesh-akkoord. Dat moet de arbeiders in de plaatselijke textielindustie een veilige werkomgeving bieden. In een interview met Nu.nl noemt Ploumen Coolcat en Prénatal zelfs ‘een voorbeeld voor de sector.’ Ploumen neemt daarmee afstand van de kritiek op Prénatal en Coolcat die zij eerder uitte in een interview in het AD van 25 november.” En op pagina 4 van het AD van dezelfde dag staat onderaan de pagina een vervolgartikel met, naast het hiervoor vermelde, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

(…) Volgens de PvdA-minister stonden Coolcat, Prénatal en ook Wibra, in deze krant aangeduid als de zwarte lijst, ‘aan de verkeerde kant van de lijn’ in Bangladesh. Daar zou het personeel worden uitgebuit en zouden de omstandigheden verre van veilig zijn. Dit tot grote woede van Coolcat dat de kritiek van de minister meteen van de hand wees. Volgens de Coolcat-directie had ze het akkoord nog niet getekend omdat er ‘nog een aantal losse eindjes waren’. Later zette het kledingbedrijf alsnog de handtekening. In de gehele wereld hebben inmiddels meer dan 160 bedrijven dat gedaan, waaronder een groot deel van de Nederlandse kledingbedrijven. Volgens Coolcat had dat niets te maken met de forse kritiek van Ploumen. Het bedrijf was toen naar eigen zeggen al in onderhandeling met de internationale organisatie achter het akkoord. (…) In het AD-artikel (…) wordt gesuggereerd dat Coolcat zich ook schuldig heeft gemaakt aan kinderarbeid. Minister Ploumen heeft zich daarover niet uitgelaten. De minister lijkt destijds zaken door elkaar te hebben gehaald. Er was sprake van een veiligheidsakkoord voor Bangladesh, naar aanleiding van de ramp. Op het gebied van rechtvaardige salarissen en andere arbeidsomstandigheden lagen geen bindende akkoorden ter ondertekening.”

2.16.

Onder de gedingstukken (productie 1 Cool Cat) bevindt zich een zogenoemde “Code of Conduct”, beleidsregels met betrekking tot de onderneming van Cool Cat. Hierin staat onder meer:

Legal minimum and/or industry standards are paid

Wages paid for regular working hours, overtime and overtime surcharges must comply with, or be more than, the statutory minimum wages and/or sector standards for the relevant country. (…) In situations in which the statutary minimum wage does not cover cost of living and some extra spending, companies should aim to pay their employees an adequate remuneration to cover these needs. (…)

Working hours are compliant with national laws and do not exceed “48+12 hours”

(…)

The workplace is safe and healthy

(…)

Child labour is prohibited!

Child labour is prohibited, as stipulated in the ILO and UN Conventions and/or national laws and regulations. Of these rules, the strictest will be complied with. All forms of exploitation of children are forbidden. Working conditions reminiscent of slavery or that are harmful to children’s benefit are prohibited (…)

2.17.

Op 24 januari 2014 heeft [gedaagde 4] een schriftelijke verklaring afgelegd over de totstandkoming van de artikelen. Daarin staat onder meer dat hij had verzocht namen van bedrijven te noemen en dat de Minister toen met de namen Cool Cat, Prénatal en Wibra kwam. Voorts is in de verklaring vermeld dat [gedaagde 4] op de zondag van het interview via researchers van het AD heeft getracht iemand van Cool Cat te traceren voor het geven van weerwoord, dat er slechts één telefoonnummer te achterhalen viel op de webiste van Cool Cat, maar dat daarop niemand bereikbaar was. [gedaagde 4] heeft verder verklaard dat hij op dat nummer op zondagmiddag 24 november 2013 wel nog een voicemailbericht heeft ingesproken, met de mededeling dat het belangrijk was diezelfde dag nog terug te bellen. Ter zitting heeft [gedaagde 4] verklaard bij zijn schriftelijke verklaring te blijven.

2.18.

Op 24 januari 2013 is een Persbericht verschenen op de website www.rijksoverheid.nl met onder meer de volgende inhoud:

Ploumen: ‘Inspanningen CoolCat belangrijk voor kledingsector Bangladesh’

Minister (…) Ploumen (…) en eigenaar [naam 1] van modeketen CoolCat hebben met elkaar gesproken over de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Aziatische productielanden, in het bijzonder die in Bangladesh. Aanleiding was een interview met minister Ploumen in het AD van 25 november 2013. CoolCat heeft de minister uitgenodigd om hun gevoerde beleid en nieuwe initiatieven toe te lichten.

Zowel [naam 1] als Ploumen spreken over een ‘verhelderend overleg met toekomstperspectief’. Beiden vinden het een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat werknemers in Azië hun werk kunnen behouden en dat zij hun werk onder fatsoenlijke omstandigheden kunnen doen. Minister Ploumen herhaalt dat er helemaal geen sprake is van een zwarte lijst met daarop CoolCat, zoals in eerdere berichtgeving in de media wel is gesuggereerd. ‘Ik betreur de verkeerde suggesties die zijn gewekt, het is goed van de heer [naam 1] te horen dat CoolCat verantwoorde inkoop serieus neemt,’ aldus Ploumen. (…) Voor een optimale samenwerking heeft CoolCat in Azië eigen inkoopkantoren onder Nederlands management met eigen controleurs die dagelijks de fabrieken bezoeken. CoolCat hanteert sinds jaar en dag ook effectief haar Code of Conduct, die kinderarbeid en uitbuiting pertinent verbiedt. (…) CoolCat is verder lid van BSCI (Business Social Compliance Initiative), die in lijn met haar Code of Conduct onafhankelijke controles uitvoert of leveranciers voldoen aan internationaal aanvaarde conventies en richtlijnen. Inzet is het structureel verbeteren van de arbeidsomstandigheden. (…) Minister Ploumen heeft daarnaast positief gereageerd op het recente besluit van CoolCat om zich aan te sluiten bij het veiligheidsakkoord voor Bangladesh. (…)

Ploumen: ‘CoolCat schaart zich hiermee bij de bedrijven van Nederlandse bodem die hebben ondertekend en ik zie het als een aansporing voor andere bedrijven. Met de handtekening van [naam 1] is er nu een tiental Nederlandse bedrijven dat voorop loopt.’

3 Het geschil

3.1.

Cool Cat vordert – samengevat en na wijziging van eis – veroordeling van AD c.s., op straffe van een dwangsom, om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, een rectificatie te plaatsen op de voorpagina van het AD en op de website van het AD bij het artikel van25 november 2013, met de tekst als vermeld in het (gewijzigde) petitum van de dagvaarding, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen tekst; dan wel een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt.

Voorts vordert Cool Cat om AD c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

AD c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uitgangspunt is dat de toewijzing van de vorderingen van Cool Cat

een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht op vrijheid van meningsuiting van AD c.s. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van AD c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.

4.2.

Het belang van AD c.s. is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van Cool Cat is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan beschuldigingen die haar reputatie kunnen aantasten. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer van belang is of de beschuldigingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.3.

Volgens Cool Cat zijn de publicaties onrechtmatig jegens haar, kort gezegd omdat de publicaties ongefundeerde ernstige beschuldigingen jegens CoolCat bevatten, omdat AD c.s., in strijd met de voor haar geldende onderzoeksplicht kritiekloos is afgegaan op uitingen van de Minister, omdat ten tijde van de publicatie geen wederhoor is toegepast en omdat met het naderhand geplaatste weerwoord de eerdere beschuldigingen onvoldoende zijn rechtgezet. Cool Cat heeft de vorderingen tegen de Minister (de Staat) ingetrokken, nadat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen haar en [naam 1], wat heeft geresulteerd in het onder 2.18 genoemde persbericht.

4.4.

Voor wat betreft de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, wordt het volgende overwogen.

4.5.

Achtergrond van de in het geding zijnde publicatie(s) zijn initiatieven tot verbetering van de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Bangladesh, na recente gebeurtenissen waarbij onveilige arbeidsomstandigheden in fabrieken aldaar vele levens hebben geëist. Niet in geschil is dat het gaat om ernstige misstanden, die onderwerp vormen van publiek debat, mede omdat veel Europese bedrijven kleding laten produceren in Bangladesh. Evenmin is in geschil dat betrokkenheid van (Nederlandse) ondernemingen bij dergelijke misstanden, als een ernstige beschuldiging kan worden gekwalificeerd.

De directe aanleiding tot de publicaties in het AD is de conferentie in Berlijn, waaraan Minister Ploumen heeft deelgenomen, en het door brancheorganisaties, vakbonden en andere betrokken niet - gouvernementele organisaties opgestelde Veiligheidsakkoord dat inmiddels door een aantal in Europa gevestigde modeketens is ondertekend.

4.6.

Cool Cat heeft terecht gesteld dat zij door de publicaties in het AD in verband wordt gebracht met uitbuiting van textielarbeiders in Bangladesh en kinderarbeid, waarbij met name kan worden verwezen naar de volgende passages:

Kinderarbeid, lage lonen, instortende fabrieken: de kledingindustrie in Bangladesh vertoont ernstige misstanden. Drie Nederlandse miljoenenbedrijven blijven er zaken mee doen, tot woede van minister Ploumen. En dus gaan de drie aan de schandpaal. (…) Minister Ploumen zet de Nederlandse kledingbedrijven Coolcat, Wibra en Prénatal publiekelijk te kijk. Zij laten nog altijd kleding produceren in fabrieken in Bangladesh, waar het personeel wordt uitgebuit en de omstandigheden verre van veilig zijn.”

Weliswaar staat hier niet letterlijk rechtstreeks dat de fabrieken met wie Cool Cat zaken doet zich aan dit soort praktijken schuldig maken, maar Cool Cat heeft terecht betoogd dat aannemelijk is dat de gemiddelde lezer de tekst wel als zodanig zal opvatten. Uitgangspunt is dan ook dat de artikelen ernstige beschuldigingen bevatten aan het adres van Cool Cat. Voorts is aannemelijk – AD c.s. heeft dat op zichzelf ook niet betwist – dat dat reputatieschade (en mogelijk omzetschade) voor Cool Cat tot gevolg kan hebben, mede omdat het AD een serieus te nemen landelijk dagblad is, met een groot lezerspubliek, en omdat de publicaties ook in andere media zijn overgenomen.

4.7.

Volgens Cool Cat zijn de beschuldigingen onjuist en vinden zij geen steun in de feiten.

Cool Cat heeft niet betwist dat zij zaken doet met Bangladesh en dat zij het Veiligheidsakkoord ten tijde van de publicaties nog niet had getekend. Voor zover de publicaties daarop betrekking hebben, worden zij voorshands dan ook niet als onrechtmatig jegens Cool Cat aangemerkt. Dat ten onrechte melding wordt gemaakt van ‘bindende akkoorden’ (meervoud) (terwijl alleen sprake is van het Veiligheidsakkoord) en dat wordt verwezen naar akkoorden over rechtvaardig loon, terwijl het Veiligheidsakkoord betrekking heeft op andere arbeidsomstandigheden, is weliswaar niet correct, maar lijkt voor de aantasting van de reputatie van Cool Cat van ondergeschikt belang.

4.8.

Cool Cat heeft er voorts met nadruk op gewezen dat zij sinds 2003 een ‘Code of Conduct’ hanteert, die uitbuiting en kinderarbeid pertinent verbiedt en dat zij lid is van BSCI (Business Social Compliance Initiative), die in lijn met de Code of Conduct controleert of leveranciers voldoen aan internationaal aanvaarde conventies en richtlijnen. Cool Cat zou enkel samenwerken met kleine fabrieken waarop door haar eigen inspecteurs toezicht wordt gehouden. Bovendien had Cool Cat in haar visie goede redenen om het Veiligheidsakkoord aanvankelijk niet te tekenen, onder meer omdat daaraan enerzijds een onduidelijke en hoge financiële bijdrage voor de ondertekenaars was gekoppeld, terwijl anderzijds vraagtekens konden worden geplaatst bij de effectiviteit ervan. Een en ander is door haar besproken met een lid van de stuurgroep van het Veiligheidsakkoord, die adviseerde de stuurgroep vergadering van eind november 2013 af te wachten aangezien daarop een aantal relevante besluiten zou worden genomen.

4.9.

AD c.s. heeft de bij 4.8 vermelde stellingen van Cool Cat op zichzelf niet betwist. Zij heeft met name als verweer gevoerd dat de publicaties niet onrechtmatig zijn, omdat deze vrijwel geheel zijn gebaseerd op uitlatingen van de Minister, die getrouw en correct zijn weergegeven en waarop een journalist moet kunnen afgaan zonder zelf nader uitgebreid onderzoek te hoeven doen. Daarnaast stelt AD c.s. te hebben getracht wederhoor toe te passen, wat volgens haar buiten haar schuld voorafgaand aan de publicaties niet is gelukt, omdat niemand van Cool Cat bereikbaar was en op een ingesproken voicemailbericht niet is gereageerd. Naderhand en zodra het weerwoord beschikbaar was, heeft AD c.s. naar haar mening daaraan voldoende aandacht besteed.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

4.10.

De in het geding zijnde artikelen zijn grotendeels gebaseerd op uitlatingen van de Minister. Vast staat dat AD c.s. de publicaties aan haar heeft voorgelegd en

dat deze door (de woordvoerder van) de Minister zijn geautoriseerd. Niet gesteld of gebleken is dat de Minister verkeerd geciteerd zou zijn. AD c.s. heeft terecht aangevoerd dat het haar vrij staat uitlatingen van een gezaghebbend ambtenaar/politicus te publiceren en ook dat zij in beginsel op die uitlatingen mag afgaan, waarbij slechts een beperkte onderzoeksplicht geldt. Bovendien waren soortgelijke uitlatingen al eerder in de media verschenen (zie 2.6). Dat neemt niet weg dat wanneer dergelijke uitingen ernstige beschuldigingen bevatten, de zorgvuldigheid zich ertegen kan verzetten dat de journalist deze uitlatingen als vaststaande feiten presenteert, zeker als daarbij geen wederhoor is toegepast. De journalist heeft daarin ook een eigen verantwoordelijkheid.

4.11.

De bezwaren van Cool Cat zijn met name gericht op het verband dat wordt gelegd tussen haar onderneming en uitbuiting, onveilige arbeidsomstandigheden en kinderarbeid, alsmede op het gebruik van de term ‘zwarte lijst’.

Voor wat betreft dat laatste staat vast dat de Minister Cool Cat heeft geplaatst in een rijtje van ‘foute bedrijven’ die zaken doen met Bangladesh en het Veiligheidsakkoord nog niet hadden getekend. Dat het AD c.s. dit heeft gekwalificeerd als ‘Ploumen plaatst CoolCat op zwarte lijst’ kan tegen die achtergrond niet als onjuist of onrechtmatig worden aangemerkt, ook al heeft de Minister de term ‘zwarte lijst’ zelf niet gebruikt.

4.12.

Dit is anders waar het de termen ‘kinderarbeid’ en ‘instortende fabrieken’ betreft. Niet in geschil is dat deze woorden door de Minister in relatie tot Cool Cat niet zijn gebruikt, maar dat deze afkomstig zijn uit de koker van AD c.s. zelf. Door het gebruik van deze termen suggereert AD c.s. op zijn minst dat (al dan niet ook volgens de Minister) kinderarbeid en onveilige situaties voorkomen in de fabrieken waarmee Cool Cat samenwerkt, terwijl dergelijke beschuldigingen geen steun vinden in de thans beschikbare feiten. AD c.s. heeft op dit punt niet alleen onvoldoende afstand genomen van de uitingen van de Minister, maar, integendeel, er zelf een schepje bovenop gedaan. Daarnaast heeft AD c.s. bij het artikel een foto geplaatst van een fabriek in Birma, een land waarmee Cool Cat niets te maken heeft, waarop te zien is dat jonge meisjes in een naaiatelier aan het werk zijn. Dit alles valt onder verantwoordelijkheid van AD c.s. en kan niet op conto van de Minister worden geschreven. Ook als in aanmerking wordt genomen dat koppen van krantenartikelen vaak ongenuanceerder zijn dan de artikelen zelf en dat de toon van het AD in de regel populair van aard is, is het in verband brengen van Cool Cat met kinderarbeid en uitbuiting, zonder dat dat voldoende steun vindt in de feiten, in beginsel onrechtmatig. Daarbij is van belang dat Cool Cat in de aanvankelijke publicatie niet in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een weerwoord. Cool Cat heeft terecht gesteld dat enkel het inspreken van een voicemailbericht op de late zondagmiddag daartoe onvoldoende is. Het mag zo zijn dat dit toen het enige telefoonnummer was dat op een website van Cool Cat te vinden was, maar nu het voor AD c.s. uit de contacten met (de woordvoerder van) de Minister duidelijk moet zijn geweest dat in de publicatie ernstige beschuldigingen aan het adres van Cool Cat te verwachten vielen, had het op haar weg gelegen om Cool Cat in een eerder stadium te benaderen ofwel op zijn minst om te onderzoeken hoe aan het geven van wederhoor praktisch invulling kon worden gegeven. Hier heeft AD c.s. steken laten vallen. Weliswaar leidt het niet toepassen van wederhoor als zodanig niet zonder meer tot onrechtmatigheid van de betrokken publicatie, maar het is wel een van de factoren die bij de beoordeling daarvan een rol speelt.

4.13.

Op grond van het hiervoor overwogene lijkt een rechtzetting van de beschuldigingen door AD c.s. op zijn plaats. AD c.s. heeft dienaangaande echter ook aangevoerd dat met de na 25 november 2013 in het AD geplaatste nadere berichten voldoende aan de belangen van Cool Cat tegemoet is gekomen. Zo heeft zij in de papieren editie van het AD van later op de dag Cool Cat in het kadertje bij de gewraakte artikelen alsnog aan het woord gelaten. Voorts heeft AD c.s. op

23 januari 2014 ruim aandacht besteed aan de veranderde zienswijze van de Minister ten aanzien van Cool Cat en de misverstanden rond het bestaan van het Veiligheidsakkoord (2.15). Ook is daarbij met zoveel woorden vermeld dat de Minister het woord ‘kinderarbeid’ niet in de mond heeft genomen.

Anders dan Cool Cat heeft bepleit is de voorzieningenrechter van oordeel dat AD c.s. daarmee, voor wat betreft de papieren editie van de krant, inderdaad voldoende aan de belangen van Cool Cat tegemoet is gekomen. Daar komt bij dat het artikel van 25 november 2013 gedateerd is en in deze vorm (als papieren krant) niet meer wordt verspreid.

Dat ligt anders aangaande de publicaties op de website, waarover het volgende wordt overwogen.

4.14.

Op de website van het AD is het artikel van 25 november 2013 onverkort te vinden en te allen tijde raadpleegbaar, zonder dat een weerwoord van Cool Cat zichtbaar is. De onder 2.15 vermelde publicatie waarin de uitlatingen van de Minister in een geheel ander licht komen te staan is niet op de website geplaatst. Weliswaar heeft AD c.s. op haar website wel het onder 2.9 weergegeven bericht van het ANP geplaatst, maar ook dat is niet direct te zien en daarin staat bijvoorbeeld niet dat de term ‘kinderarbeid’ door de Minister niet is gebezigd.

Dit alles in aanmerking nemend, acht de voorzieningenrechter (handhaving van) de publicatie op de website, zonder vermelding van een weerwoord van Cool Cat, onrechtmatig jegens haar. Een rectificatie op de website is dan ook geboden.

4.15.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Cool Cat toewijsbaar is, doch uitsluitend ten aanzien van de rectificatie op de website. Bij een veroordeling ter zake heeft Cool Cat een voldoende spoedeisend belang, om verdere reputatieschade te voorkomen.

De rectificatie zal dienen te luiden zoals hierna in het dictum vermeld. Voor een verdergaande rectificatie bestaat in het licht van het voorgaande onvoldoende grond.

4.16.

AD c.s. heeft nog aangevoerd dat de vorderingen jegens De Persgroep en [gedaagde 4] niet toewijsbaar zijn, omdat De Persgroep slechts aandeelhouder en bestuurder is van AD Nieuwsmedia, maar geen zeggenschap heeft over de inhoud van de krant en ook [gedaagde 4] als individuele journalist geen beslissings-bevoegheid heeft ten aanzien van het plaatsen van rectificaties. Cool Cat heeft tegen dit verweer geen nadere argumenten ingebracht op grond waarvan de vorderingen jegens De Persgroep en [gedaagde 4] niettemin toewijsbaar zouden zijn.

De vorderingen zullen dan ook alleen jegens AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur worden toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, als na te melden.

4.17.

Als de op een belangrijk punt in het ongelijk gestelde partij zullen AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, gevallen aan de zijde van Cool Cat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis de volgende tekst te plaatsen, en geplaatst te houden, met vermelding van de plaatsingsdatum, op de website van het AD bij het artikel van 25 november 2013 met betrekking tot Cool Cat en de fabrieken in Bangladesh:

“RECTIFICATIE

In dit artikel wordt een verband gelegd tussen Cool Cat en misstanden in textielfabrieken in Bangladesh. In het artikel wordt gesuggereerd dat Cool Cat haar kleding laat produceren door bedrijven waar sprake is van kinderarbeid, het personeel wordt uitgebuit en de arbeidsomstandigheden verre van veilig zijn. Deze suggestie vindt geen steun in het thans beschikbare feitenmateriaal.” ;

5.2.

bepaalt dat AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur een dwangsom verbeuren van € 1.000,- voor iedere dag dat zij nalaten aan het bepaalde onder 5.1 te voldoen, met een maximum van € 50.000,-;

5.3.

veroordeelt AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Cool Cat begroot op:

– € 77,52 € 77,52 aan explootkosten,

– € 77,52 € 608,- aan griffierecht en

– € 77,52 € 816,- aan salaris advocaat;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wist het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2014.1

1 type: MBcoll: