Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5232

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
13.751.410-14 (EAB 5), 14/3106
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Executieoverlevering. Art. 2 en 7 OLW: uitsluitend een geldboete opgelegd, zodat niet is voldaan aan deze bepalingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751.410-14 (EAB 5)

RK nummer: 14/3106

Datum uitspraak: 11 juli 2014

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 mei 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 15 maart 2014 door the Office of the State Prosecutor at the Court of Pordenone (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring te [plaats];

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 27 juni 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. al Mansouri. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Albanese taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Albanese nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een enforceable judgment delivered by the Single-Judge Court of Pordenone on 20-11-2008, final on 22-04-2009.

Volgens onderdeel c) van het EAB resteert er een vrijheidsstraf nog zestien jaren, drie maanden en vijfentwintig dagen “determined by the order for execution of concurrent penalties dated 25-02-2013”.

Uit de stukken blijkt dat:

- de opgeëiste persoon in Italië elfmaal is veroordeeld tot één of meer vrijheidsstraffen en geldboetes;

- de Italiaanse openbare aanklager een “provision of concurrent sentences” heeft getroffen en dat zij daartoe het totaal van de bij de elf vonnissen opgelegde (resterende) straffen heeft berekend en de duur daarvan heeft vastgesteld op zestien jaren, drie maanden en vijfentwintig dagen;

- de berekening en vaststelling van de “provision of concurrent sentences” plaatsvinden volgens “automatic rules (…) which do not involve any decision, that is why this activity is carried out by the Office of the public prosecutor and not by a judge”;

- de “provision of concurrent sentences” niet “a sentence in a technical sense” is en “does not affect the single judgments and is not definitive, whenever there is a new sentence the prosecutor should update the sum of concurrent sentences, recalculating the sum of the sentences and subtracting periods of imprisonment”;

- de uitvaardigende justitiële autoriteit voor elk van de vonnissen een afzonderlijk EAB heeft uitgevaardigd;

- aan het onderhavige EAB een vonnis ten grondslag ligt waarbij de opgeëiste persoon uitsluitend is veroordeeld tot een geldboete van € 200,--.

Dit vonnis betreft het feit zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

Uit het voorgaande volgt dat de “provision of concurrent sentences” niet een strafoplegging inhoudt en dat deze beslissing de bij de afzonderlijke vonnissen opgelegde straffen in stand laat.

Met de officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon is de rechtbank van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd.

Artikel 2, eerste lid, OLW luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts worden afgegeven (…), indien een straf of maatregel is opgelegd, wanneer deze een duur heeft van ten minste vier maanden”.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Overlevering kan alleen worden toegestaan ten behoeve van:

(…)

b. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden, of van langere duur, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat (…).

Nu aan de opgeëiste persoon uitsluitend een geldboete is opgelegd, voldoet het EAB niet aan de eisen van deze bepalingen.

4 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de artikelen 2 en 7 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.

5 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

6 Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Office of the State Prosecutor at the Court of Pordenone (Italië) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een geldboete van € 200,--wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,

mrs. S.J. Riem en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juli 2014.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

B