Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:5100

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
07-10-2014
Zaaknummer
AWB-13_4206
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning supportershome in Amsterdam Arena

De wijziging van de aanvraag heeft alleen betrekking op de bezettingsgraadklasse en leidt tot een lager maximaal bezoekersaantal, te weten 791 in plaats van 1.200. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze wijziging worden gekwalificeerd als een ondergeschikte wijziging. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook ervan kunnen afzien om een nieuw ontwerp van het besluit met de gewijzigde aanvraag ter inzage te leggen.

Gelet op de locatie van De Druppels ten opzichte van het supportershome en het feit dat eiser eigenaar is van De Druppels, heeft hij een belang dat parallel loopt met de bescherming van de regels van openbare orde en (brand)veiligheid op die plek. Geen toepassing 8:69a van de Awb.

Het standpunt van eiser dat de openbare orde en (brand)veiligheid ter plaatse in het geding zijn kan niet slagen. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Voorts is niet gebleken dat door verwezenlijking van een alternatief een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

Ook worden de verhuurbaarheid en de exploitatiemogelijkheden van De Druppels als gevolg van de verleende omgevingsvergunning niet ontoelaatbaar nadelig beïnvloed. Eiser heeft geen onderbouwing van de schade gegeven. Voor zover enige schade al zou kunnen worden aangetoond staat voor eiser een planschadeprocedure open.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.1
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 13/4206

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 mei 2014 in de zaak tussen

[naam], te Loosdrecht, eiser

(gemachtigde mr.drs. H. Doornhof),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigden mr. E.A. Minderhoud en mr. H.P. Wiersema)

Tevens heeft als partij aan het geding deelgenomen:

Gemeente Amsterdam IVV/ Parkeergebouwen, vergunninghouder

(gemachtigden K. Ruben en F.E. Karssing).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2013 heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een supportershome in de parkeergarage van het stadion Amsterdam Arena aan de Arena Boulevard 1 te Amsterdam (hierna: de Amsterdam Arena).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2014.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. H.P. Wiersema, alsmede [naam 2] en [naam 3]. Vergunninghouder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1.

Op 2 november 2011 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd ten behoeve van het oprichten van een supportershome in de parkeergarage van de Amsterdam Arena (ook genoemd: het transferium). Eiser is eigenaar van twee gebouwen, plaatselijk bekend als De Druppels. De Druppels liggen direct naast de zuidelijke ingang van de Amsterdam Arena, ieder aan één kant daarvan. De gebouwen hebben op de begane grond een horecafunctie. Het supportershome is gepland naast de zuidelijke ingang, achter één van De Druppels.

2.

Met ingang van 17 mei 2012 heeft de ontwerp omgevingsvergunning gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft eiser zijn zienswijze naar voren gebracht. Op 28 februari 2013 heeft verweerder de aanvraag aangepast in die zin dat voor de gebruiksfuncties niet bezettingsgraadklasse B1 geldt, maar B3.

3.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan Centrumgebied Amsterdam Zuidoost en het slopen van een bouwwerk.

4.1.

Eiser heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat als gevolg van de wijziging van de aanvraag op 28 februari 2013 opnieuw een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure gevolgd had moeten worden. Dit is ten onrechte niet gebeurd, aldus eiser.

4.2.

De rechtbank overweegt dat bij de totstandkoming van besluiten op aanvraag die ingevolge artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals neergelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in beginsel op de aanvraag moet worden beslist zoals die is ingediend en met het ontwerp van het besluit ter inzage is gelegd. Na het ter inzage leggen van het ontwerpbesluit is het niet meer geoorloofd de aanvraag nog te wijzigen en aan te vullen, tenzij de wijziging van ondergeschikte aard is. In dit kader wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 november 2013 (te vinden op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2013:2139).

4.3.

De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat in het onderhavige geval het ontwerp van het besluit na de terinzagelegging is gewijzigd. De wijziging van de aanvraag heeft alleen betrekking op de bezettingsgraadklasse en leidt tot een lager maximaal bezoekersaantal, te weten 791 in plaats van 1.200. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze wijziging worden gekwalificeerd als een ondergeschikte wijziging. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook ervan kunnen afzien om een nieuw ontwerp van het besluit met de gewijzigde aanvraag ter inzage te leggen.

5.1.

Eiser heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat voor de openbare orde en (brand)veiligheid van groot belang is dat een onbelemmerde in- en uitstroom van mensen naar en van het stadion is gewaarborgd. Deze in- en uitstroom zal echter worden belemmerd en verstoord door het publiek dat zich van en naar het supportshome zal begeven.

5.2.

Verweerder heeft daar tegenover gesteld dat de regels die de openbare orde beschermen niet strekken tot de bescherming van de belangen van eiser. Voor zover de rechtbank tot het oordeel komt dat deze regels zijn geschonden, kunnen deze in verband met artikel 8:69a van de Awb niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden, aldus verweerder.

5.3.

Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het standpunt van verweerder niet. Op grond van 8:69a van de Awb vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of een ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van belangen van degene die zich daarop beroept. Gelet op de locatie van De Druppels ten opzichte van het supportershome en het feit dat eiser eigenaar is van De Druppels, heeft hij een belang dat parallel loopt met de bescherming van de regels van openbare orde en (brand)veiligheid op die plek. De rechtbank zal dan ook beoordelen of de beroepsgrond zoals weergegeven in overweging 5.1 slaagt.

6.1.

Eiser heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de openbare orde en (brand)veiligheid ter plaatse in het geding zijn, verwezen naar de brief van 21 december 2005 van de heer A.A. Smit, toenmalig commissaris van de Politie Amsterdam-Amstelland en de brief van 20 maart 2006 van F.L.M. de Wit, senior adviseur Brandveiligheid en H.R. Velthuis, Manager sector Brandveiligheid, van de Brandweer Amsterdam en omstreken. Beide brieven zijn afgegeven in het kader van een procedure over een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet Ruimtelijke Ordening over het gebruik van (een deel van) De Druppels als horeca.

6.2.

Verweerder neemt het standpunt in dat sprake is van een andere situatie dan bij de procedure over De Druppels. In dit kader heeft verweerder gewezen op de verschillen in bezoekersstromen, categorieën bezoekers en aantallen bezoekers. Tevens heeft verweerder verwezen naar een brief van 8 oktober 2013 van F.L.M. de Wit, senior adviseur Brandveiligheid van de Brandweer Amsterdam-Amstelland, en een advies van 11 maart 2004 van A. Verlaan, projectleider evenementen District Oost van de Politie Eenheid Amsterdam

6.3.

De rechtbank begrijpt eisers beroepsgrond aldus dat volgens eiser de omgevingsvergunning in strijd is met een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, van de Wabo. In dit kader is van belang dat op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, van de Wabo kan voorts, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een ruimtelijke onderbouwing bevat.

6.4.

Voor de locatie van de aanvraag geldt het bestemmingsplan Centrumgebied Amsterdam Zuidoost. De gronden waarop het project is gesitueerd zijn volgens de bij het bestemmingsplan behorende plankaart bestemd voor “Stadion/Transferium”. Binnen deze bestemming zijn op grond van artikel 5 van de bij het bestemmingsplan behorende planvoorschriften in de eerste twee bouwlagen (het transferium) parkeervoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienst met bijzondere nevenruimten toegestaan. In de planvoorschriften wordt onderscheid gemaakt tussen het transferium en het daarboven gelegen stadion. Het boven het transferium gelegen deel is bestemd voor het stadion met bijbehorende nevenruimten en voorzieningen, waaronder kantoren en ruimten ten behoeve van al dan niet commerciële functies.

Het oprichten van het supportershome is voorzien in het transferiumdeel van het gebouw. De maatschappelijke- en verenigingsfunctie van het supportershome past niet in de op parkeren gerichte bestemming en is daarom in strijd met artikel 5 van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften.

6.5.

Ten aanzien van de openbare orde en veiligheid staat in de ruimtelijke onderbouwing behorend bij de omgevingsvergunning dat de keuze voor de beoogde locatie aan de zuidzijde van het stadion geen nadelige gevolgen zal hebben voor de huidige gebruikers van grond en gebouwen in de zuidelijke omgeving van het stadion. Zowel vanuit ruimtelijk oogpunt als in het belang van openbare orde en veiligheid is een belangrijke en urgente aanleiding voor de verplaatsing van het supportershome. De nieuwe locatie leidt tot een betere scheiding van supporters en bezoekers en een situering dichter bij het supportersvak. De supporters kunnen straks in een directe, korte lijn hun supportershome en supportersvak bereiken en verlaten. De kans op menging en confrontatie met andere supportersgroepen tijdens de instroom en uitstroom wordt geminimaliseerd. De nieuwe locatie van het supportershome is ook met haar ligging in het stadiongebouw en nabij het NS-station Amsterdam Bijlmer Arena zeer geschikt voor de vestiging van het supportershome. Ook bezien in relatie tot de gevestigde gebruikers en functies in de omgeving levert de verplaatsing geen problemen op en bieden de bestaande regelingen zowel in de huidige als in de toekomstige situatie voldoende waarborg de openbare orde en veiligheid in goede banen te leiden. De in de zuidelijke omgeving gevestigde horecagelegenheden zijn ook grotendeels geopend voor, gedurende en na wedstrijden en evenementen in het stadion en hebben vaak hun eigen publiek. Zowel in de huidige als in de toekomstige situaties passeert een deel van de Ajaxsupporters deze horecagelegenheden en bezoeken sommigen deze. Op het punt van externe veiligheid is aanleiding om de daar genoemde nadere eis te stellen met betrekking tot maatregelen ter bevordering van de (zelf)redzaamheid. De door aanvrager aangekondigde effectmaatregelen zijn in de vergunningaanvraag opgenomen en worden rechtstreeks via de te verlenen vergunning geborgd. Voor het overige zijn er geen ruimtelijke belemmeringen die aanleiding zouden geven om niet aan het project mee te werken. Mits het plan aan de gestelde eisen voldoet en conform die eisen wordt uitgevoerd, is er voldoende aanleiding om aan het verzoek medewerking te verlenen, aldus de ruimtelijke onderbouwing.

6.6.

Ten aanzien van de brandveiligheid volgt uit een brief van 16 januari 2012 van de Brandweer Amsterdam-Amstelland dat de vergunningsaanvraag niet voldoet aan de wet- en regelgeving. Naar aanleiding hiervan is in aanvulling op de aanvraag een memo van Advin B.V. van 30 november 2012 ingediend met daarin maatregelen om aan de wet- en regelgeving te voldoen. Blijkens het bestreden besluit maakt dit memo onderdeel uit van de omgevingsvergunning.

Voort is van belang dat uit de brief van 8 oktober 2013 van de Brandweer Amsterdam-Amstelland volgt dat, mede in overleg met de politie ten behoeve van de brandveiligheid een vrije uitstroomzone op de Arena Boulevard is vastgesteld (…). De toegangen van het supportershome liggen, in vergelijking met De Druppels, verder weg van de uitstroomopening en de uitstroomzone, en zullen niet van invloed zijn op de uitstroom van de Arena. Wel is van belang dat de brandweerroute rondom de Arena altijd vrij gehouden wordt. Dit is dan ook aangegeven in de adviezen op de omgevingsvergunning bouwen van het supportershome en de horeca in De Druppels, aldus de brief.

6.7.

Gelet op voorgaande overwegingen kan het standpunt van eiser dat de openbare orde en (brand)veiligheid ter plaatse in het geding zijn niet slagen. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De door eiser ingebrachte brieven kunnen hem ook niet baten. Uit deze brieven volgt dat de vestiging van horeca in De Druppels vanuit het oogpunt van brandveiligheid en openbare orde ongewenst is. Echter, of dat destijds een juiste conclusie was, is in het onderhavige geding niet aan de orde. Daar komt bij dat het in de huidige procedure over een supportershome gaat. Dat betekent dat de categorieën bezoekers, de aantallen bezoekers en de bezoekersstromen verschillen.

6.8.

Voor zover eiser heeft gesteld dat de motivering van het bestreden besluit geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat, faalt deze grond gelet op het voorgaande eveneens. Hierbij overweegt de rechtbank aanvullend dat eiser geen rapporten heeft overgelegd waaruit volgt dat het bestreden besluit op een onvoldoende ruimtelijke onderbouwing berust.

7.

Ter zitting heeft eiser gesteld dat het braakliggende evenemententerrein tegenover de Arena een meer geschikte locatie zou zijn om het supportershome te vestigen. De rechtbank overweegt daarover dat uit vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1099) volgt dat indien een locatie op zichzelf aanvaardbaar is, het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking kan dwingen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd om dit aannemelijk te maken. De grond van eiser faalt zodoende.

8.

Ten slotte heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat de verhuurbaarheid en de exploitatiemogelijkheden van De Druppels als gevolg van de verleende omgevingsvergunning ontoelaatbaar nadelig worden beïnvloed en dat hij hierdoor schade lijdt. Ook deze beroepsgrond faalt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet onderbouwd hoe de vestiging van het supportershome de verhuurbaarheid en exploitatiemogelijkheden van zijn panden negatief zal beïnvloeden. Voor zover enige schade al zou kunnen worden aangetoond, overweegt de rechtbank bovendien dat voor eiser een planschadeprocedure openstaat.

9.

De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, voorzitter,

mrs. R.B. Kleiss en B. de Vos, leden,

in aanwezigheid van mr. B.E. Giesen, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.

de griffier de voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB