Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:4984

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2014
Datum publicatie
15-09-2014
Zaaknummer
AWB-14_3391
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit op aanvraag is binnen de daarvoor geldende termijn genomen. Echter het besluit is toegezonden aan eiser en niet tevens aan de gemachtigde van eiser. Er is geen sprake van niet tijdig beslissen. De omstandigheid dat het besluit niet aan de gemachtigde is toegezonden kan slechts tot gevolg hebben dat een overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 14/3391

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2014 in de zaak tussen

[eiser], te[woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. J.S. Vlieger),

en

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: mr. R.R. Bisoen).

Procesverloop

De rechtbank heeft op 4 juni 2014 een beroepsschrift ontvangen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand van 23 januari 2014.

Overwegingen

1.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2.

Bij aanvraag van 23 januari 2014 heeft de gemachtigde van eiser namens eiser verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten voor rechtshulp. De gemachtigde van eiser heeft daarbij verzocht om het besluit op de aanvraag aan zijn kantoor te doen toekomen als ook de eventuele toegekende gelden op zijn derdenrekening te storten.

3.

Bij brief van 25 maart 2014 heeft de gemachtigde van eiser verweerder in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag.

4.

Bij beroepschrift van 3 juni 2014, ontvangen op 4 juni 2014, heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag.

5.

Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat tijdig een besluit op de aanvraag is genomen. Verweerder heeft in dit verband het volgende aangevoerd. Bij besluit van 4 maart 2014 is aan eiser bijzondere bijstand toegekend als tegemoetkoming voor de kosten van de eigen bijdrage van de rechtsbijstand ter hoogte van

€ 196,--. Dit besluit is naar het woonadres van eiser gezonden. Het bedrag van € 196,- is aan eiser overgemaakt. In dit verband heeft verweerder verwezen naar het overgelegde overzicht, waaruit blijkt dat op 6 maart 2014 het voornoemde bedrag is overgemaakt naar de rekening van eiser. Abusievelijk heeft verweerder niet gereageerd op de ingebrekestelling van eiser. Weliswaar is ten onrechte het besluit van 4 maart 2014 niet aan de gemachtigde gezonden, maar dat staat niet aan de inwerkingtreding van het besluit in de weg. Er is dan ook geen dwangsom verschuldigd is, aldus verweerder.

6.

In artikel 2:1 van de Awb is bepaald dat een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen kan laten bijstaan of door een gemachtigde kan laten vertegenwoordigen.

7.

Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit.

8.

Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit worden ingediend zodra:

  1. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

  2. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is.

9.

De rechtbank stelt vast dat het besluit op de aanvraag binnen de daarvoor geldende termijn is genomen en vervolgens naar het bij verweerder bekende adres van eiser is verzonden. Bovendien blijkt uit het door verweerder overgelegde overzicht dat het door eiser gevraagde bedrag aan bijzondere bijstand ook op 6 maart 2014 aan eiser is overgemaakt. Dit betekent dat eiser binnen de daarvoor in de wet gestelde termijn kennis heeft genomen, althans kennis heeft kunnen nemen, van het besluit van 4 maart 2014 van verweerder. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen sprake van het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb en is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan ook niet-ontvankelijk. Hieraan doet niet af dat het besluit op de aanvraag ten onrechte niet tevens aan de gemachtigde is toegezonden. De omstandigheid dat het besluit van 4 maart 2014, gelet op het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, van de Awb niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, kan slechts tot gevolg hebben dat een overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Hoge Raad van 25 oktober 2013, ECLI: NL: HR:2013:969.

10.

Het beroep dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

11.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.G. Schoots, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Mol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2014.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.