Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:493

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-01-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
C/13/499976 / HA ZA 11-2509
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissement. Onoverdraagbaarheidsbeding in standaardvoorwaarden. Geldigheid van de verpanding van vorderingen op naam. Heeft het onoverdraagbaarheidsbeding obligatoire of goederenrechtelijke werking? Uitleg van het beding.

Relevante wetsartikelen:

Artt. 3:83 lid 2, 3:98 en 3: 228 BW

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 83
Burgerlijk Wetboek Boek 3 228
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2014/47
JOR 2014/150
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/499976 / HA ZA 11-2509

Vonnis van 22 januari 2014

in de zaak van

[curator],

in hoedanigheid van curator in de faillissementen van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid,

NUMERANDO VERZEKERINGEN B.V. en NUMERANDO FARMACIE B.V.,

kantoorhoudende te Utrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.L. Hoffmann te Utrecht,

en

[curator],

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

NUMERANDO NEDERLAND B.V.,

kantoorhoudende te Utrecht,

eiseres in conventie na tussenkomst,

verweerster in reconventie na tussenkomst,

advocaat mr. R.L. Hoffmann te Utrecht.

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E.C. Netten te Amsterdam

Partijen zullen hierna de Curator, interveniënte en ING genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 augustus 2012, waarin het verzoek tot voeging is afgewezen,

- het tussenvonnis van 17 oktober 2012, waarin een comparitie van partijen is

bepaald, die op 31 oktober 2013 heeft plaatsgevonden,

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst van interveniënte,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst van ING,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst van de Curator,

  • -

    het tussenvonnis van 13 februari 2013, waarin het verzoek tot tussenkomst is

toegewezen,

  • -

    de conclusie van eis van interveniënte, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie na tussenkomst, tevens conclusie van eis in

reconventie na tussenkomst van ING, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in de tussenkomst van de Curator,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie na tussenkomst van de Curator en

interveniënte, met een productie,

  • -

    een brief van ING d.d. 10 oktober 2013, met producties,

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 31 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van 19 april 2011 heeft de rechtbank Utrecht surseance van betaling verleend aan Numerando Verzekeringen B.V. (hierna: Numerando Verzekeringen) en Numerando Farmacie B.V. (hierna: Numerando Farmacie). Bij beschikking van 21 april 2011 zijn deze surseances omgezet in faillissementen waarbij de Curator is aangesteld tot curator.

2.2

Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie maken deel uit van een concern van vennootschappen (hierna: de Numerando Groep).

2.3

Op 4 augustus 2008 heeft ING een kredietfaciliteit aan de Numerando Groep verstrekt van € 13 miljoen. Tot zekerheid voor de voldoening van al hetgeen ING van het concern te vorderen heeft, hebben – onder meer – Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie hun vorderingen op derden aan ING verpand en zich voorts verbonden om al hun toekomstige vorderingen op derden aan ING te zullen verpanden. Per datum faillissement bedraagt de vordering van ING op de Numerando Groep € 7.217.584,33.

2.4

De activa van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie, waaronder, met instemming van ING, de debiteurenportefeuille, zijn door de Curator voor een totale koopsom van € 3 miljoen verkocht aan [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]).

2.5

Bij, door ING voor akkoord ondertekende, brief van 29 april 2011 heeft de Curator onder meer het volgende aan ING bericht:

Ad debiteurenstand per datum faillissement

Partijen hebben afgesproken dat Talent[bedrijf 1]., (…), en de boedel aan de bank in totaal een bedrag ter hoogte van € 1.000.000,-- voldoen ter zake de op 20 april 2011 openstaande debiteuren, conform de hierbij gevoegde lijsten. Dit ziet op alle debiteuren in bovenstaande faillissementen zowel voor de Verzekeringstak als ook voor de Farmacietak. Het betreft openstaande saldi ter hoogte van resp. € 969.034,25 en € 322.016,09. Ter verduidelijking geldt dat de doorstartende partij van de openstaande bedragen een bedrag ter hoogte van

€ 871.538,-- zal voldoen en de boedel een bedrag ad € 128.462,-- om dit aan te vullen tot €1.000.000,--.

(…).

Ad onderhanden werk

Ter zake het nog te factureren onderhanden werk hebben partijen afgesproken dat de boedel een bedrag ter hoogte van € 345.000,-- aan de bank zal voldoen.

(…).

Hiermee is een integrale regeling tot stand gekomen ter zake het door de bank gepretendeerde pandrecht op boekvorderingen, voor het geval het pandrecht van de bank rechtsgelding blijkt te zijn. Zoals ik u al eerder heb uiteengezet is het voor mij niet mogelijk op deze termijn een oordeel uit te spreken over de rechtsgeldigheid van het pandrecht. Ik behoud mij wat dat betreft alle rechten en weren voor.

2.6

De (mantel)overeenkomsten die Numerando Verzekeringen met haar verschillende opdrachtgevers had gesloten, bevatten onder meer de volgende bepalingen:

a. “Dienstverlener is niet gerechtigd haar rechten en verplichtingen onder deze Mantelovereenkomst of een Deelovereenkomst aan derden over te dragen.

b. “Partijen kunnen hun rechten of verplichtingen uit de Mantelovereenkomst alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere partij overdragen aan respectievelijk doen overnemen door een derde. Partijen zullen deze toestemming niet zonder redelijke gronden onthouden.

c. “Opdrachtnemer is niet gerechtigd haar rechten en verplichtingen onder de Deelovereenkomsten aan derden over te dragen.

d. “Onverminderd het in de navolgende leden bepaalde, mag geen der partijen de uit hoofde van de mantelovereenkomst en de opdrachtovereenkomst voortvloeiende rechten of verplichtingen geheel of gedeeltelijk overdragen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere partij. Aan deze toestemming kunnen partijen voorwaarden verbinden. Overdrachten in strijd met het hierboven bepaalde zullen ten aanzien van de andere partij nietig zijn.

e. “Rechten en verplichtingen uit deze Algemene Inkoop Voorwaarden zijn niet overdraagbaar.

f. “Partijen hebben niet het recht om vorderingen, bevoegdheden, rechten, voorrechten, acties en verplichtingen welke voortvloeien uit de Overeenkomst aan een derde over te dragen, met uitzondering van belangenbehartiging in geval van een rechterlijk geschil.

g. “Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Afnemer is het Leverancier niet toegestaan de uit de Overeenkomst en/of de Werkopdracht voortvloeiende rechten of verplichtingen geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een derde. Aan deze toestemming – die niet zonder redelijke grond zal worden onthouden – kunnen voorwaarden worden verbonden.

2.7

Numerando Farmacie werkte met een standaard mantelovereenkomst jegens haar opdrachtgevers. In die standaard mantelovereenkomst is onder meer bepaald:

Partijen zijn niet bevoegd om rechten en/of verplichtingen uit deze overeenkomst aan derden over te dragen, tenzij met de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de andere partij.

2.8

Bij emailbericht van 23 juni 2011 heeft de Curator ING verzocht om uiterlijk voor 12 juli 2011 een bedrag van € 696.293,16 aan de boedel te voldoen.

2.9

Bij emailbericht van 4 juli 2011 heeft ING onder meer het volgende aan de Curator bericht:

(…). Onze nadere analyse leidt ertoe dat er twee benaderingen mogelijk zijn. De eerste ziet op de optie dat de onoverdraagbaarheid deel is gaan uitmaken van de vordering zelf. (…). Als dit de zienswijze zou zijn, dan vloeit daar automatisch uit voort dat er ook geen pandrecht kan worden gevestigd. (…).

De tweede benadering kent een obligatoire insteek. (…).

ING stelt zich op het standpunt dat de insteek van de betreffende bepaling, die we in de meeste voorwaarden/mantelcontracten zijn tegengekomen, een obligatoire is.

Bij bedrijven in (onder meer) de detacheringsbranche vormen de vorderingen het enige substantiële actief. De veronderstelling dat er in de onderliggende contracten met afnemers sprake zou zijn van een goederenrechtelijk non-overdraagbaarheidsbeding, dat zich uitstrekt tot een goederenrechtelijke non-verpanding, zou feitelijk betekenen dat bedrijven in deze branche niet meer onder dekking van een pandrecht gefinancierd kunnen worden.

2.10

Bij emailbericht van 26 augustus 2011 is namens de Curator het volgende aan ING bericht:

Inmiddels heeft de rechter-commissaris de curator gemachtigd om de procedure te starten tegen de bank. (…). Hierbij stel ik de bank nog eenmaal in de gelegenheid om het gevorderde bedrag ad € 624.039,76 te voldoen zonder een gerechtelijke procedure. Indien dit bedrag niet is bijgeschreven op maandag 29 augustus 2011 om 15.00 uur, zal de dagvaarding worden betekend aan het adres van de bank.

2.11

Bij door ING in het geding gebrachte schriftelijke verklaring heeft [naam], indirect bestuurder van onder meer Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie onder meer het volgende verklaard:

Wij hebben (indirect) in augustus 2008 de aandelen in de Numerando-vennootschappen overgenomen. (…).

Ik veronderstel dat het voor de Numerando-vennootschappen in ieder geval niet de bedoeling is geweest om vorderingen van de Numerando-vennootschappen op derden niet te (kunnen) verpanden aan de bank. Dat zal, naar ik aanneem, ook niet beoogd zijn door de wederpartijen van de Numerando-vennootschappen. Zij hadden er immers geen enkel belang bij dat de Numerando-vennootschappen niet meer gefinancierd zouden kunnen worden en hun bedrijfsactiviteiten zouden moeten staken.

2.12

Bij door ING in het geding gebrachte schriftelijke verklaring van 1 oktober 2013 heeft[naam 2], werkzaam bij Achmea B.V. onder meer het volgende verklaard:

Het is Achmea bekend geworden dat Numerando haar vorderingen op Achmea op enig moment aan haar huisbankier heeft verpand. Dit is naar de mening van Achmea gebruikelijk bij het verkrijgen van financiering. Achmea heeft thans er geen belang meer bij om toestemming voor deze verpanding te onthouden. Voor zover noodzakelijk, wordt hierbij namens Achmea bevestigd dat zij hiervoor toestemming verleent, ofwel haar instemming met deze verpanding bekrachtigt.

2.13

Bij emailbericht van 4 oktober 2013 heeft [naam 3], werkzaam bij SNS Reaal onder meer het volgende aan de raadsman van ING bericht:

U vraagt ons naar de achtergrond van artikel 13 (Overdracht van rechten en plichten) van de inleenovereenkomst tussen ons, SRLEV N.V. en Numerando Verzekeringen B.V. Dit artikel behelst een verbod aan de leverancier (Numerando) om de rechten en plichten over te dragen aan een derde. (…).

In dit verband wil SRLEV voorkomen dat zij een inleenovereenkomst sluit met een zorgvuldig geselecteerde leverancier en deze leverancier vervolgens zijn verplichtingen uitbesteedt aan een leverancier die voor SRLEV niet acceptabel is. (…). SRLEV heeft met het artikel niet bedoeld de verpandbaarheid van vorderingen die uit deze overeenkomst voortvloeien onmogelijk te maken. Voor zover nodig bekrachtigt SRLEV haar instemming met een verpanding.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Na vermindering van eis vordert de Curator  samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    ING te veroordelen tot betaling van € 424.632,79 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2011, te voldoen aan de Curator door bijschrijving van het bedrag op de faillissementsrekening van Numerando Verzekeringen;

  • -

    ING te veroordelen om het bedrag van € 115.825,30 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2011, te voldoen aan de Curator door bijschrijving van het bedrag op de faillissementsrekening van Numerando Farmacie;

  • -

    te verklaren voor recht dat de in het onderhavige geval door Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie overeengekomen overdrachtsverboden goederenrechtelijke werking hebben en niet slechts obligatoire werking;

  • -

    ING te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 4.165,--, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag;

- ING te veroordelen in de kosten van dit geding, het nasalaris daaronder begrepen.

3.2

De Curator stelt daartoe – kort samengevat - dat in nagenoeg alle mantelovereenkomsten tussen curandae en hun opdrachtgevers een overdrachtsverbod is opgenomen. Deze overdrachtsverboden zijn bedingen in de zin van art. 3:83 lid 2 BW en deze bedingen hebben goederenrechtelijke werking. De opdrachtgevers van curandae hebben ook beoogd de vorderingen onoverdraagbaar en krachtens de schakelbepaling van 3:98 BW onverpandbaar te maken. Numerando Verzekeringen had veel grote verzekeringsmaatschappijen als opdrachtgever. De betalingssystemen van die opdrachtgevers zijn vaak geautomatiseerd. Betalingen worden door een enkele ‘druk op de knop’ voldaan, soms in batches van meerdere betaalopdrachten. Gegevens van opdrachtnemers kunnen niet makkelijk in de systemen worden gewijzigd. Door een overdrachtsverbod met goederenrechtelijke werking overeen te komen wordt voorkomen dat opdrachtgevers worden geconfronteerd met opeenvolgende schuldeisers. Op die manier worden administratieve kosten bespaard en wordt het risico weggenomen dat een mededeling van cessie over het hoofd wordt gezien, waardoor nogmaals zou moeten worden betaald. Een overdrachtsverbod met slechts obligatoire werking zou onvoldoende zijn geweest om deze bezwaren te ondervangen.

Wat betreft de stelling van ING dat bedrijven als die van curandae niet financierbaar zijn indien de overdrachtsbedingen goederenrechtelijke werking hebben, geldt dat aan de opdrachtgevers tijdig om toestemming voor verpanding kan worden verzocht. Een overdrachtsverbod staat daar niet aan in de weg. Aldus steeds de Curator.

3.3

ING voert verweer.

3.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5

ING vordert dat de rechtbank:

  • -

    voor recht verklaart dat ING een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op alle vorderingen van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie die tot en met 18 april 2011 zijn ontstaan;

  • -

    voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Curator veroordeelt om aan ING een bedrag te betalen van EUR 473.462,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 juni 2011 tot aan de dag van algehele voldoening;

  • -

    de Curator, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.6

ING stelt daartoe dat zij een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op alle vorderingen van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie die tot en met 18 april 2011 zijn ontstaan. De Curator dient de afspraken die zijn vastgelegd in de brief van 29 april 2011 na te komen. De Curator is gehouden een bedrag van € 473.462,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2011 aan ING te voldoen.

3.7

De Curator voert verweer.

3.8

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in conventie na tussenkomst

3.9

Interveniënte vordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    ING te veroordelen tot betaling van € 83.581,67 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2011, althans vanaf de datum van de conclusie van eis van interveniënte, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, te voldoen aan interveniënte door bijschrijving van het bedrag op de faillissementsrekening van Numerando Nederland;

  • -

    de Curator te veroordelen om haar vordering in het geding in de hoofdzaak te verlagen met het bedrag van € 83.581,67;

  • -

    te verklaren voor recht dat de in het onderhavige geval door Numerando Nederland overeengekomen overdrachtsverboden goederenrechtelijke werking hebben;

  • -

    ING te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 1.702,06, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag;

- ING te veroordelen in de kosten van dit geding, het nasalaris daaronder begrepen.

3.10

ING voert verweer. De Curator refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.11

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie na tussenkomst

3.12

ING vordert dat de rechtbank:

  • -

    voor recht verklaart dat ING een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op alle vorderingen van Numerando Nederland die tot en met 18 april 2011 zijn ontstaan;

  • -

    interveniënte, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.13

De Curator en interveniënte voeren verweer.

3.14

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie na tussenkomst

4.1

Interveniënte heeft haar eis in conventie na tussenkomst tijdens de comparitie van partijen ingetrokken, aangezien het met ING overeengekomen overdrachtsverbod alleen overdracht aan een derde verbied en ING als financier (en pandhouder) niet kan worden aangemerkt als derde. De rechtbank zal interveniënte veroordelen in de kosten van de procedure in conventie na tussenkomst zijdens ING.

4.2

De reconventionele vordering na tussenkomst zal bij deze stand van zaken worden afgewezen bij gebrek aan belang nu het pandrecht van ING op de in conventie beoordeelde vordering door de Curator is erkend en van andere, aan ING verpande vorderingen van Numerando Nederland niet is gebleken. ING zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van interveniënte tot heden begroot op nihil.

in conventie

4.3

Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of ING een rechtsgeldig stil pandrecht heeft verkregen op de vorderingen van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie op hun debiteuren.

4.4

Op grond van het bepaalde in art. 3:83 lid 2 BW kan de overdraagbaarheid van vorderingsrechten door een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten. Een dergelijk onoverdraagbaarheidsbeding heeft goederenrechtelijke werking. Naar geldend recht moet worden aangenomen dat onoverdraagbare vorderingen krachtens art. 3:228 BW evenmin kunnen worden verpand. Overdracht of verpanding van een vordering in strijd met een beding van niet-overdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW leidt er toe dat geen geldige overdracht of verpanding tot stand is gekomen.

Schuldeiser en schuldenaar kunnen ook bij obligatoir beding overeenkomen dat het vorderingsrecht niet of slechts beperkt zal mogen worden overgedragen of verpand. Een dergelijk beding heeft slechts obligatoire werking. Overdracht of verpanding in weerwil van een dergelijk obligatoir beding raakt de geldigheid van de overdracht of de verpanding niet, maar leidt er toe dat de schuldeiser tekortschiet in de nakoming van zijn verplichting om dat niet te doen.

4.5

Voor het antwoord op de vraag of ING een rechtsgeldig stil pandrecht heeft verkregen op de vorderingen van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie is van belang of de in 2.6 en 2.7 vermelde bedingen in de tussen Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie enerzijds en hun opdrachtgevers anderzijds tot stand gekomen (mantel)overeenkomsten als bedingen met goederenrechtelijke werking in de zin van art. 3:83 lid 2 BW of als verbintenisrechtelijke verplichtingen tot een niet-doen moeten worden aangemerkt.

Bij het antwoord op die vraag komt het aan op de uitleg van de in 2.6 en 2.7 vermelde bedingen.

Bij de uitleg van de in 2.6 en 2.7 vermelde bedingen, die zijn opgenomen in standaard (mantel) overeenkomsten en naar hun aard de rechtspositie kunnen beïnvloeden van derden die bij de totstandkoming van de overeenkomsten niet betrokken zijn geweest, ligt een meer geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-norm in de rede. De taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen speelt bij die uitleg een belangrijke rol, aangezien de in dit geschil de orde zijnde overeenkomsten naar hun aard bestemd zijn om de rechtspositie van derden te beïnvloeden. Op de grondslag dat van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, komt de rechtbank tot het volgende.

Met uitzondering van het beding onder 2.6 sub e, zijn de bedingen, door bewoordingen te gebruiken als “is niet gerechtigd”, “hebben niet het recht”, “niet toegestaan” en “niet bevoegd”, aldus geformuleerd dat er een verplichting wordt gelegd op de opdrachtnemer, de afnemer of partijen om (zonder voorafgaande- schriftelijke – toestemming) geen rechten en/of verplichtingen over te dragen. Een dergelijk beding, dat veeleer een verplichting tot niet-doen op een partij of de partijen legt en niets zegt over de aard van de vordering zelf, wijst naar het oordeel van de rechtbank, taalkundig uitgelegd, meer op een beding met obligatoire dan op een beding met goederenrechtelijke werking. Daartegenover staat dat met de genoemde bedingen feitelijk slechts het belang van de opdrachtgever om niet met (de nadelige gevolgen van) een nieuwe schuldeiser te worden geconfronteerd, wordt gediend. Daarbij moet echter worden aangetekend dat een opdrachtgever, ondanks een onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking, toch door een derde kan worden aangesproken tot nakoming op grond van bijvoorbeeld derdenbeslag, faillissement, lastgeving ter incasso of subrogatie. Dit belang van de opdrachtgever weegt naar het oordeel van de rechtbank niet op tegen het belang van het handelsverkeer, waarbij derden, vaak

financiers van de debiteurenportefeuille van de opdrachtnemer, die niet betrokken waren bij de totstandkoming van het beding, in beginsel moeten kunnen afgaan op de tekst van het beding, zonder zich te hoeven verdiepen in al dan niet van de tekst afwijkende bedoelingen van partijen bij het contractuele overdrachtsverbod. Dit maakt dat de rechtbank tot de slotsom komt dat de bedingen die onder 2.6 en 2.7 zijn vermeld, met uitzondering van het beding onder 2.6 sub e, waarover hierna meer, als obligatoire verplichtingen moeten worden aangemerkt. Deze uitleg wordt, wat betreft de met SRLEV N.V. gesloten (mantel)overeenkomst onderschreven door de in 2.13 geciteerde verklaring. Het betoog van de Curator dat [naam 3] niet bevoegd is om SRLEV N.V. te vertegenwoordigen, moet, indien de juistheid daarvan al zou komen vast te staan, worden verworpen. In het kader van de uitleg van het in de overeenkomst tussen Numerando Verzekeringen en SRLEV N.V. overeengekomen beding kan aan deze verklaring waarde worden toegekend. De verklaring van Achmea B.V. (2.12) is naar het oordeel van de rechtbank te weinig concreet over de bedoeling van het in de overeenkomst met Achmea B.V. gebruikte beding. Aan die verklaring kan om die reden geen rol van betekenis worden toegekend. De verklaring van de Curator omtrent de bedoeling van de opdrachtgevers bij deze bedingen is, met name gezien de duidelijke bewoordingen van de bedingen, onvoldoende om aan de hiervoor gegeven uitleg af te doen. De verpanding in weerwil van deze obligatoire bedingen raakt de geldigheid van de verpanding niet maar leidt er, indien moet worden aangenomen dat de obligatoire verplichting om niet over te dragen tevens een obligatoire verplichting om niet te verpanden inhoudt, (hoogstens) toe dat Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie zijn tekortgeschoten in de nakoming van de verbintenis om dat niet te doen.

4.6

Wat betreft het beding onder 2.6 sub e geldt het volgende. De bewoordingen van dit beding, te weten: “Rechten en verplichtingen uit deze Algemene Inkoop Voorwaarden zijn niet overdraagbaar.” wijzen er op dat partijen hebben beoogd de onoverdraagbaarheid onderdeel van de inhoud van de vordering te laten uitmaken. In dit beding wordt geen verplichting aan een partij of de partijen opgelegd, maar wordt de onoverdraagbaarheid van de vordering zelf geregeld. Gezien deze duidelijke bewoordingen, moet dit beding naar het oordeel van de rechtbank worden uitgelegd als een beding met goederenrechtelijke werking in de zin van art. 3:83 lid 2 BW. De door ING overlegde verklaring van [naam] is, gezien de duidelijke tekst van het beding, onvoldoende om tot een andere uitleg van het beding te komen. De verpanding van vorderingen in weerwil van dit beding leidt tot ongeldigheid van de verpanding. Een dergelijke verpanding kan om die reden niet aan de curator worden tegengeworpen.

4.7

Uit het door de Curator overgelegde, en door ING niet weersproken, overzicht van debiteurenvorderingen van Numerando Verzekeringen, leidt de rechtbank af dat het beding onder 2.6 sub e alleen voorkomt in de met [bedrijf 2] gesloten overeenkomsten. Uit het overzicht volgt voorts dat Numerando Verzekeringen een vordering van € 86.889,42 op [bedrijf 2] had. Nu [bedrijf 1] voor deze vordering € 60.822,59 heeft betaald, vordert de Curator wat deze vordering betreft een bedrag van € 60.822,59 van ING.

De Curator heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen de tussen Numerando Verzekeringen en [bedrijf 2] gesloten overeenkomsten alsmede de algemene inkoopvoorwaarden van [bedrijf 2], waarin in artikel 1.4 het beding van onoverdraagbaarheid is opgenomen, in het geding gebracht. Aan de betwisting door ING van de toepasselijkheid van het beding van niet-overdraagbaarheid met als argument dat de Curator de overeenkomsten met [bedrijf 2] niet heeft overgelegd, wordt derhalve voorbij gegaan.

4.8

Voorzover ING nog heeft betoogd dat, indien sprake is van een beding in de zin van art. 3:83 lid 2 BW, ook de Curator de desbetreffende vordering (zonder toestemming van de debiteur) niet had kunnen overdragen aan [bedrijf 1], geldt dat dit een kwestie betreft tussen de Curator, de debiteur [bedrijf 2] en [bedrijf 1]. Een en ander neemt niet weg dat indien sprake is van een beding in de zin van art. 3:83 lid 2 BW, zoals wat betreft de vordering op [bedrijf 2]het geval is, ING geen geldig stil pandrecht op die vordering heeft verkregen. De curator heeft voldoende toegelicht dat zij krachtens afspraak met [bedrijf 1] gerechtigd is het onverschuldigd betaalde deel van de koopprijs terug te vorderen. Het bedrag van € 60.822,59 is derhalve toewijsbaar, evenals de gevorderde – en verder niet betwiste – wettelijke rente hierover.

4.9

Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde verklaring voor recht is alleen toewijsbaar wat betreft het beding onder 2.6 sub e.

in reconventie

4.10

Nu is geoordeeld dat de bedingen in de (mantel)overeenkomsten die Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie met hun wederpartijen hadden gesloten, behoudens het beding in de overeenkomst met [bedrijf 2], obligatoire werking hebben en gesteld noch gebleken is dat het onderhanden werk tevens betrekking had op een opdracht voor [bedrijf 2], is het in reconventie door ING gevorderde bedrag van € 473.462,--, vermeerderd met de gevorderde – en niet betwiste – wettelijke rente, toewijsbaar.

4.11

De gevorderde verklaring voor recht is toewijsbaar, behoudens wat betreft de vorderingen van Numerando Verzekeringen op [bedrijf 2]

in conventie en in reconventie

4.12

Nu partijen in conventie en in reconventie primair twistten over de uitleg van de bedingen van onoverdraagbaarheid, zoals die in de overeenkomsten tussen curandae en hun opdrachtgevers tot stand zijn gekomen, en partijen op dat punt over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

5 De beslissing

De rechtbank

na tussenkomst

in conventie

5.1.

veroordeelt de Curator in de kosten van het geding aan de zijde van ING tot op heden begroot op een bedrag van € 894,--,

5.2

verklaart dit vonnis na tussenkomst tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.3

wijst af het gevorderde,

5.4

veroordeelt ING in de kosten van het geding aan de zijde van de Curator, tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaak

in conventie

5.5

verklaart voor recht dat het beding vermeld onder 2.6 sub e (onderdeel uitmakend van de tussen Numerando Verzekeringen en [bedrijf 2] gesloten overeenkomsten) goederenrechtelijke werking heeft,

5.6

veroordeelt ING om aan de Curator te betalen een bedrag van € 60.822,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2011 tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.7

verklaart voor recht dat, behoudens wat betreft de vorderingen van Numerando Verzekeringen op [bedrijf 2], ING een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op de (in dit geding aan de orde zijnde) vorderingen van Numerando Verzekeringen en Numerando Farmacie die tot en met 18 april 2011 zijn ontstaan,

5.8

veroordeelt de Curator om aan ING te betalen een bedrag van € 473.462,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2011 tot de dag van volledige betaling

in conventie en in reconventie

5.9

compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt,

5.10

verklaart de veroordelingen onder 5.1, 5.6 en 5.8 uitvoerbaar bij voorraad,

in de tussenkomst en in de hoofdzaak

5.11

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, en mrs. W.A.H. Melissen en C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2014.1

1type:coll: