Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:4859

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-08-2014
Datum publicatie
06-08-2014
Zaaknummer
13/845071-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 200 uren. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder d van de Wet op het financieel toezicht, door informatie te verspreiden waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot de aandelen in de fondsen Spyker Cars N.V., Van der Moolen Holding N.V. en Koninklijke Vopak N.V. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als ware het echt en onvervalst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/238

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845071-08 (Promis)

Datum uitspraak: 6 augustus 2014

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F. Heus en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A.D. Kupelian naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

Feit 1: overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder d van de Wet op het financieel toezicht (Wft), door informatie te verspreiden waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot het aandeel in het fonds Spyker Cars N.V.

Feit 2: overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder d Wft, door informatie te verspreiden waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot het aandeel in het fonds[naam 1] Holding N.V.

Feit 3: poging tot oplichting van[naam 1] Holding N.V.

Feit 4: overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder d Wft, door informatie te verspreiden waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot het aandeel in het fonds Koninklijke Vopak N.V.

Feit 5: oplichting van [naam 2] door hem te bewegen tot afgifte van 160.000 aandelen Spyker Cars N.V, subsidiair verduistering van deze aandelen.

Feit 6: het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Beoordeling van de ten laste gelegde feiten

4.1.

Inleiding

De rechtbank leidt uit het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

Verdachte heeft gesprekken gevoerd met [naam 2], Managing Director bij Spyker Cars N.V. (Spyker). Deze gesprekken hebben ertoe geleid dat een intentieverklaring tot investering en een overeenkomst tot geldlening met Spyker zijn opgesteld, waarin onder andere staat vermeld dat verdachte 48 miljoen euro ter beschikking zou stellen aan Spyker.

Op 4 december 2007 is in De Telegraaf een artikel gepubliceerd waarin – kort gezegd – onder meer staat vermeld:

  • -

    ‘dat Spyker afgelopen week een intentieverklaring heeft getekend voor herfinanciering door een mysterieuze Nederlandse ondernemer’;

  • -

    ‘in totaal gaat het naar verluidt om een kapitaalinjectie van ruim € 48 miljoen’;

  • -

    ’de mysterieuze investerende partij is ACI Ltd, een onbekende vennootschap die is gevestigd in Liechtenstein.’

Ook heeft verdachte met M. [naam 3], Chief Financial Officer bij[naam 1] Holding N.V. ([naam 1]), gesprekken gevoerd. Naar aanleiding van deze gesprekken is een tweetal leningsovereenkomsten opgesteld, waarin onder andere is opgenomen dat verdachte 480 miljoen euro aan[naam 1] zou lenen tegen 5% rente.

Op 12 maart 2008 is in De Financiële Telegraaf een artikel gepubliceerd waarin – kort gezegd – onder meer staat vermeld:

  • -

    ‘deze krant kreeg de afgelopen dagen een door het bestuur van[naam 1] ondertekende lening onder ogen’;

  • -

    ‘het betrof een krediet van in totaal € 480 miljoen tegen een looptijd van tien jaar en een jaarlijkse rente van 5%’;

  • -

    ‘de leningverstrekker stelt desgevraagd achter ACI Ltd. te zitten, een vennootschap gevestigd in Liechtenstein’

  • -

    ‘binnen enkele maanden zou nog € 500 miljoen aankomen. Dit bedrag zou besteed moeten worden om aandelen Vopak mee te kopen, een tankopslagbedrijf.’

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte de persoon is geweest die informatie heeft verspreid waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot de aandelen in de fondsen Spyker,[naam 1] en Koninklijke Vopak N.V. (Vopak), terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de informatie onjuist en/of misleidend was.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op 2 maart 2008 heeft verdachte een sms-bericht gestuurd aan [naam 3], waarin het volgende staat vermeld: “Beste Michiel ([naam 3]) als ik[naam 1] voor 15 maart geld geef moet ik 2 en half miljoen boete betalen omdat ik 500 vroeger op neem dus ik stort pas 15 april als je geld toch eerder wil moet jij de kosten maar betalen mvg [voornaam verdachte].”

De vraag die moet worden beantwoord is of verdachte middels voornoemd sms-bericht heeft gepoogd[naam 1] te bewegen tot afgifte van 2,5 miljoen euro.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

Op 31 januari 2009 zijn [naam 2] en verdachte een leningsovereenkomst aangegaan, waarbij is afgesproken dat verdachte aan [naam 2] een geldlening van 1 miljoen euro zou verstrekken. Als onderpand voor deze lening zou [naam 2] in totaal 400.000 aandelen Spyker aan verdachte in pand geven. Hiervan zijn op 19 februari 2009 en 5 maart 2009 in totaal 160.000 aandelen overgeboekt naar de effectenrekening van verdachte. In de periode van 19 maart 2009 tot en met 6 april 2009 heeft verdachte deze aandelen verkocht.

De vraag is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [naam 2] door hem te bewegen tot afgifte van 160.000 aandelen Spyker dan wel of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van deze aandelen.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

In de civielrechtelijke procedure tussen verdachte en [naam 2] is namens verdachte een geschrift ingebracht waarin staat vermeld dat [naam 2] een bedrag van € 500.000 van verdachte heeft ontvangen. Dit geschrift is voorzien van de handtekening van [naam 2]. [naam 2] heeft verklaard het geschrift nooit eerder te hebben gezien, laat staan te hebben ondertekend.

De vraag is of sprake is van een vals of vervalst geschrift en of verdachte dit opzettelijk voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd requisitoir, op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair en 6 ten laste gelegde kan worden bewezen. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, voor wat betreft de verschillende onderdelen van de tenlastelegging, het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

Op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte de persoon is geweest die onjuiste informatie aan journalisten van De Telegraaf heeft verstrekt. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte niet beschikt over een groot vermogen dan wel eigenaar is van ACI Ltd. Verdachte was dan ook niet in staat om de door hem genoemde geldbedragen ter beschikking te stellen. De aard van de door verdachte verstrekte informatie is zodanig, dat daar een onjuist of misleidend signaal van uitgaat met betrekking tot de aandelen van Spyker,[naam 1] en Vopak. Hoewel verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd, blijkt uit de stukken in het dossier dat verdachte wel degelijk wist dat de door hem verstrekte informatie onjuist was.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op basis van het door verdachte op 2 maart 2008 verstuurde sms-bericht aan [naam 3], in samenhang met de door verdachte gebezigde leugens, kan het onder 3 ten laste gelegde worden bewezen. Doordat [naam 3] zich tijdig realiseerde dat sprake was van een ondeugdelijke transactie, is het bij een poging tot oplichting gebleven.

Ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde

[naam 2] had, gelet op het eerdere contact tussen hem en de FIOD, de onwaarheid van de mededelingen van verdachte moeten onderkennen en zich niet door verdachte moeten laten bedriegen. Het onder 5 ten laste gelegde – de oplichting – kan daarom niet worden bewezen. Het onder 5 subsidiair ten laste gelegde – de verduistering van de 160.000 aandelen Spyker door verdachte– kan wel worden bewezen. Verdachte was vanwege het pandrecht niet bevoegd de aandelen te verkopen. Het recht tot uitwinning van het pandrecht ontstaat pas op het moment dat [naam 2] in verzuim is, maar hiervan is niet gebleken. Tot slot kan ook het onder 6 ten laste gelegde worden bewezen. Uit de technisch onderzoek blijkt dat het geschrift is vervalst. Dit vervalste geschrift is door verdachte in de civielrechtelijke procedure ingebracht en is tevens op zijn computer aangetroffen.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, overeenkomstig de inhoud van de aan de rechtbank overgelegde pleitaantekeningen, op het standpunt gesteld dat verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Hiertoe heeft hij, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

Op basis van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte de persoon is geweest die onjuiste informatie heeft verspreid. Het is niet ondenkbaar dat de journalisten van De Telegraaf de woorden van verdachte hebben verdraaid. Gelet op de inhoud van het psychiatrische rapport, kan niet worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de door hem verstrekte informatie onjuist of misleidend was.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Niet kan worden gesteld dat de inhoud van het door verdachte verstuurde sms-bericht[naam 1] zou hebben bewogen tot afgifte van € 2,5 miljoen. Van een poging tot oplichting kan dan ook geen sprake zijn.

Ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde

Het onder 5 ten laste gelegde kan niet worden bewezen. Tussen verdachte en [naam 2] bestond een overeenkomst, dat was ook de reden waarom [naam 2] 160.000 aandelen Spyker heeft verstrekt aan verdachte. Omdat [naam 2] zijn verplichtingen niet nakwam, was verdachte genoodzaakt de aandelen te verkopen. Ook het onder 6 ten laste gelegde kan niet worden bewezen, omdat enkel een afschrift van het geschrift hiervoor onvoldoende is.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1.

Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

De formulering van het door verdachte verstuurde sms-bericht aan [naam 3] ziet naar het oordeel van de rechtbank op het opnieuw onderhandelen omtrent de voorwaarden, waaronder verdachte bereid is het geld te betalen voor 15 maart. De inhoud van de sms is te vrijblijvend van aard en te gering van gewicht, om te kunnen vaststellen dat verdachte de intentie heeft gehad om[naam 1] onder valse voorwendselen te bewegen tot afgifte van 2,5 miljoen euro. Het onder 3 ten laste gelegde kan daarom niet worden bewezen, zodat verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

4.4.2.

Het oordeel over het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

Verspreiding van informatie

De rechtbank leidt uit het bestaan van de in rubriek 4.1. vermelde krantenartikelen af dat informatie is verspreid aan journalisten van De Telegraaf. Dat de informatie in alle drie de gevallen (in het geval van Vopak uiteindelijk op 12 maart 2008) tot artikelen in De Telegraaf heeft geleid, is op zich geen vereiste voor overtreding van artikel 5:58 Wft, maar was wel een voorzienbaar gevolg van het verspreiden van de informatie aan journalisten van De Telegraaf en vormt daarom bewijs daarvoor.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn gebleken uit de bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die deze informatie heeft verspreid. De rechtbank neemt hierbij het volgende in overweging.

Ten aanzien van Spyker

  • -

    verdachte heeft op 3 december 2007 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM gezegd dat hij Spyker van de beurs kan halen, het kan manipuleren en in de media kan brengen;

  • -

    in voornoemd telefoongesprek heeft verdachte voorts gezegd dat hij de publiciteit kan trekken als hij dat wil en dat als het verhaal er ligt het morgenochtend in De Telegraaf staat;

  • -

    [naam 2] heeft verklaard dat hij kort voor 4 december 2007 is gebeld door [naam 4] – journalist bij De Telegraaf – die hem vertelde dat verdachte bij hem op kantoor zat en dat verdachte tegen hem had gezegd dat hij Spyker zou gaan redden;

  • -

    in de agenda van verdachte staan de telefoonnummers van journalist [naam 4] en De Telegraaf vermeld;

  • -

    verdachte heeft verklaard dat hij met [naam 4] en De Telegraaf over Spyker heeft gesproken;

  • -

    uit telefoongegevens blijkt dat met het door verdachte gebruikte telefoonnummer in de periode van 1 tot en met 8 december 2007 achtmaal telefonisch contact is gelegd met verschillende telefoonaansluitingen op naam van De Telegraaf. Op 3 december 2007 is om 15.00 uur door dit nummer een telefoongesprek met De Telegraaf gevoerd dat een duur had van 25 minuten en 7 seconden.

Ten aanzien van[naam 1]

  • -

    een sms-bericht van 11 maart 2008 van verdachte aan [naam 3] met als inhoud: ‘ik zie ervan komen dat ik je bedrijf in beslag laat nemen lees morgen de telegraaf hoorde ik net’;

  • -

    een voicemailbericht van 11 maart 2008 van verdachte aan [naam 3]: ‘de krant is inmiddels bij mij geweest’;

  • -

    een sms-bericht van 12 maart 2008 van verdachte aan [naam 3] met als inhoud: ‘Beste[naam 3] ACI gaat eerst aandelen[naam 1] kopen en dan komen we met beslag op je toko. (…) Jij wil in de krant ik ga je helpen als ACI’;

  • -

    in de agenda van verdachte staat bij 11 maart 2008 vermeld: ‘10:00 uur [naam 5] Amsterdam’. [naam 5] is journalist bij De Telegraaf en de auteur van het op 12 maart 2008 gepubliceerde artikel;

  • -

    verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met [naam 4] en [naam 5], journalisten bij De Telegraaf, heeft gesproken en eenmaal bij De Telegraaf is geweest.

Ten aanzien van Vopak

  • -

    verdachte heeft op 11 december 2007 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM gezegd dat hij ‘aan het eind van de week Vopak gaat aanpakken’ en ‘Vopak gaan we aanpakken en dan komen we met een kwaadaardig verbod’;

  • -

    [naam 6] – werkzaam bij Vopak – heeft verklaard dat hij op 11 december 2007 is gebeld door [naam 5] met de mededeling dat verdachte een vijandig bod wilde uitbrengen op Vopak;

  • -

    een voicemailbericht van verdachte van 12 maart 2008 aan [naam 3], luidende: ‘wij hebben al 5 miljoen in de tent zitten en zijn bezig met een tweede 500 miljoen’;

  • -

    verdachte heeft op 12 maart 2008 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM gezegd dat ‘een toezichthouder heeft gezegd dat ik op deze manier Vopak niet kon overnemen. Toen heb ik een steek genomen in een effectenhuis. Nou staat dat in de krant. En dat effectenhuis zou Vopak voor ons gaan kopen met een tweede leest van 500 miljoen euro.

Informatie waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan

De volgende vraag die moet worden beantwoord is of sprake is van informatie waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan en/of kon worden geducht met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van de aandelen in de fondsen Spyker,[naam 1] en Vopak. De aandelen in deze fondsen zijn financiële instrumenten in de zin van de Wft.

Ten aanzien van Spyker en[naam 1]:

Verdachte heeft zich tegenover Spyker en[naam 1] voorgedaan als vermogend man en eigenaar van het bedrijf ACI Ltd. Hij heeft hen medegedeeld dat hij in staat was om vele miljoenen euro’s aan deze ondernemingen ter beschikking te stellen.

Onderzoek naar registraties van een bedrijf genaamd ACI Ltd. heeft niets opgeleverd. Ook is niet gebleken dat verdachte, zoals hij stelt, de beschikking heeft over vele miljoenen euro’s. Bij verdachte is immers geen groot vermogen aangetroffen. De ex-vrouw van verdachte – waarmee verdachte 43 jaar getrouwd is geweest – heeft verklaard nog nooit van ACI Ltd. te hebben gehoord en niet bekend te zijn met een groot vermogen van verdachte in het buitenland. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het bestaan van ACI Ltd. en zijn vermogen niet hoeft aan te tonen en doet daarbij een beroep op een zogenoemd fiscaal agreement tussen hem en de Nederlandse Staat. Volgens verdachte staat hierin vermeld dat de overheid geen onderzoek zal verrichten naar het vermogen van verdachte en dat hij nooit meer belastingaangifte hoeft te doen. Het bestaan van een dergelijk agreement is de rechtbank niet gebleken en kan voor verdachte dan ook geen argument zijn om geen inzage te hoeven geven in documenten die eventueel duidelijkheid kunnen bieden omtrent zijn vermogen. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat verdachte beschikt over een zeer groot vermogen en eigenaar is van een bedrijf genaamd ACI Ltd. De rechtbank concludeert dat de door verdachte verspreide informatie onjuist is.

Nadat verdachte de informatie aan journalisten van De Telegraaf had verstrekt, hebben deze journalisten bij Spyker en[naam 1] geverifieerd of het verhaal van verdachte correct was. Spyker en[naam 1] hebben vervolgens het bestaan van een intentieverklaring (Spyker) en leningsovereenkomsten ([naam 1]) bevestigd. Deze bevestiging maakte de (onjuiste) informatie sterker en heeft ertoe geleid dat de journalisten daadwerkelijk waarde hebben gehecht aan de door verdachte verstrekte informatie. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de publicatie van de in rubriek 4.1. vermelde krantenartikelen. Voor een bewezenverklaring is niet vereist dat de verspreide informatie ook daadwerkelijk invloed heeft gehad op het aanbod, de vraag of het koersverloop van het financiële instrument.

Ten aanzien van Vopak:

Naar aanleiding van de mededeling van verdachte dat hij een vijandig bod op Vopak zou gaan uitbrengen, heeft [naam 5], journalist bij De Telegraaf, op 11 december 2007 contact opgenomen met [naam 6], werkzaam bij Vopak. [naam 5] heeft [naam 6] gewezen op de intenties van verdachte, waarna [naam 6] heeft gezegd dat hij, noch de Raad van Bestuur, hiervan op de hoogte was. [naam 5] heeft tegen [naam 6] gezegd dat de AFM hem had verteld dat ‘de verhalen van deze man (lees: verdachte) met een korreltje zout moesten worden genomen.’ [naam 6] heeft verklaard dat Vopak heeft afgezien van een reactie op deze melding omdat sprake was van één bron en niet van meerdere bronnen. Ook heeft [naam 6] verklaard dat deze melding wel wat extreem was, dat er vaker geruchten in de markt spelen waar je al dan niet op moet reageren, maar dat deze melding een bij naam bekende persoon en een vermoedelijke onderneming betrof en dat men dat niet vaak ziet in het geval van iemand die volstrekt onbekend was. Naar het oordeel van de rechtbank betrof de informatie in de visie van [naam 6] dus niet zomaar een (onjuist) bericht, maar een bericht van dien aard dat daarvan een effect op de koers van de aandelen Vopak zou uitgaan of te duchten was. Dat de verstrekking van deze informatie door verdachte aan de journalist van De Telegraaf niet tot publicatie van een artikel omstreeks 11 december 2007 heeft geleid doet daar in de gegeven omstandigheden niet aan af.

Tussenconclusie ten aanzien van Spyker,[naam 1] en Vopak:

De aard van deze onjuiste informatie, te weten het in staat zijn tot:

  • -

    het herfinancieren en het nemen van een meerderheidsbelang voor een prijs die hoger ligt dan de beurskoers van dat moment bij Spyker, en

  • -

    het verstrekken van substantiële kredietverlening aan[naam 1], en

  • -

    het beschikbaar stellen van een half miljard euro ter investering in aandelen Vopak,

is telkens zodanig fundamenteel dat daar een onjuist of misleidend signaal van uitgaat dan wel van kan worden geducht met betrekking tot de aandelen in deze fondsen. Dit is immers informatie waarvan een redelijk handelend belegger waarschijnlijk gebruik van zal maken om er zijn beleggingsbeslissing op te baseren.

Wetenschap verdachte

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte wist dat de door hem verspreide informatie onjuist of misleidend was. Het volgende is hiervoor redengevend.

  • -

    verdachte heeft op 10 november 2008 een brief aan een creditcardmaatschappij geschreven met betrekking tot het verhogen van de kredietlimiet. In deze brief heeft verdachte correcte informatie opgegeven over zijn werkgever, zijn maandelijkse hypotheeklasten en de afwezigheid van overige financiële verplichtingen;

  • -

    verdachte heeft op 20 augustus 2009 een formulier ingevuld met betrekking tot de aanvraag van een World Card Platinum. Hierop heeft verdachte onder meer correcte informatie genoteerd met betrekking tot zijn daadwerkelijke inkomen en zijn maandelijkse hypotheeklasten. Ook heeft verdachte een brief aan het aanvraagformulier gevoegd waarin melding is maakt van zijn prepensioen;

  • -

    verdachte heeft op 3 december 2007 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM over de aandelen Spyker gezegd: ‘ik kan het van de beurs afhalen, ik kan het manipuleren, ik kan het in de media brengen, ik kan morgen zorgen dat ie op 10 euro staat, ik kan morgen zorgen dat het op 20 euro staat. Maar het is wel allemaal aangestuurd, dat is eigenlijk wat ik u wilde bewijzen’;

  • -

    verdachte heeft op 5 december 2007 – een dag na het krantenartikel in De Telegraaf –

in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM over de aandelen Spyker gezegd: ‘we hebben gisteren direct ingegrepen, we laten ons niet manipuleren door meneer [naam 2]’ en ‘als wij die koers op 6, 7 euro krijgen, dan heeft hij zeg maar 60, 70 miljoen aandelenkapitaal. Dan hebben wij dat eigenlijk veroorzaakt. Ik bedoel, dat is manipulatie’ en ‘wij gaan handelen, wij gaan door, we gaan wat schudden hier en daar aan de beurs’;

  • -

    verdachte heeft op 12 maart 2008 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM over de aandelen[naam 1] gezegd: ‘ik eerst de koers omhoog ga jagen’;

  • -

    verdachte heeft op 11 december 2007 in een telefoongesprek met een medewerker van de AFM over de aandelen Vopak gezegd: ‘u komt toch niet in de verleiding om opties te nemen op Vopak hé. Want dan moet ik u betichten van voorkennis, dat zou toch wel erg zijn’.

Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte besef had van de onjuistheid van zijn handelen en dat hij anders had moeten en kunnen handelen.

Verdachte is onderzocht door psychiater J.M.J.F. Offermans. Volgens Offermans is bij verdachte sprake van een waanstoornis en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Van deze problematiek was ook sprake ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Offermans concludeert dan ook dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat dit aan de bewezenverklaring van opzet niet in de weg staat. Dit kan slechts het geval zijn indien het verdachte ten tijde van zijn handelen aan ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen heeft ontbroken. Hiervan is, gelet op het voorgaande, niet gebleken.

Conclusie

De rechtbank is, gelet op voorgaande feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, van oordeel dat verdachte zich aan het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt.

4.4.3.

Het oordeel over het onder 5 en 6 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 5 primair ten laste gelegde – de oplichting van [naam 2] – niet kan worden bewezen. [naam 2] was immers over de feiten die aan het eerste ten laste gelegde feit ten grondslag liggen op 25 juli 2008 door de FIOD ingelicht. Desondanks is [naam 2] in februari 2009 overgegaan tot het verstrekken van in totaal 160.000 aandelen Spyker aan verdachte. Onder deze omstandigheden had [naam 2] had moeten onderkennen dat de door verdachte verstrekte informatie onjuist was en had hij zich niet moeten laten bewegen tot de afgifte van de 160.000 aandelen Spyker. Dit betekent dat het bewegen tot afgifte van de aandelen als bedoeld in artikel 326 Sr niet kan worden bewezen. Verdachte zal daarom van het onder 5 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

De rechtbank acht het onder 5 subsidiair ten laste gelegde – de verduistering van 160.000 aandelen Spyker – wel bewezen. Op 19 februari 2009 en 10 maart 2009 heeft [naam 2] in totaal 160.000 aandelen Spyker aan verdachte verstrekt. Deze aandelen dienden als onderpand voor een lening van 1 miljoen euro die verdachte aan [naam 2] zou verstrekken. In de periode van 19 maart 2009 tot en met 6 april 2009 heeft verdachte alle aandelen Spyker verkocht. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het recht had om de aandelen te verkopen omdat [naam 2] zijn verplichtingen onder eerder door verdachte aan [naam 2] verstrekte leningen niet nakwam. Niet is gebleken dat verdachte [naam 2] eerder werkelijk leningen heeft verstrekt. Uit de overeenkomst omtrent de lening van 1 miljoen euro blijkt voorts niet dat de aandelen die in verband met die lening in onderpand zouden worden gegeven tevens dienden tot zekerheid van verplichtingen uit hoofde van andere leningen. Van enig verzuim van [naam 2] dat recht gaf tot uitwinning van het onderpand is dan ook niet gebleken, zodat dit verweer niet opgaat. Verdachte heeft zich dan ook de aandelen wederrechtelijk toegeëigend. Immers, verdachte was vanwege het pandrecht niet bevoegd om de aandelen te verkopen.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De rechtbank acht tot slot het onder 6 ten laste gelegde bewezen. Uit technisch onderzoek is gebleken dat de schriftelijke verklaring ‘Kenmerk Voorschot Geldlening’ is vervalst. In een civielrechtelijke procedure tussen verdachte en [naam 2] is namens verdachte dit geschrift aan de rechtbank overgelegd. Bij de doorzoeking van woning van verdachte is een computer in beslag genomen. Op deze computer is het geschrift in drievoud aangetroffen. Verdachte heeft hiermee het vervalste document voorhanden gehad, terwijl dit document bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht, op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis zijn opgenomen, bewezen dat verdachte,

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde,

in de periode van 1 november 2007 tot en met 31 december 2007 in Nederland informatie heeft verspreid waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan of kon worden geducht met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van het aandeel in het fonds Spyker Cars N.V., zijnde een financieel instrument dat was toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, Euronext Amsterdam, te weten informatie

- dat ACI Ltd een bestaande en een in Liechtenstein gevestigde vennootschap is en voornamelijk actief is in de internationale tabaks- en drankenhandel en

- dat hij, verdachte, de eigenaar is van ACI Ltd en

- dat hij, verdachte, en/of ACI Ltd in staat en van plan zouden zijn op korte termijn meerderheidsaandeelhouder te worden in Spyker Cars en/of met investeringen een belang zouden kunnen en willen verwerven van 54% in Spyker Cars en Spyker Cars kunnen overnemen en

- dat hij, verdachte, en/of ACI (Ltd) de familie Mol 5 euro per aandeel kunnen en willen betalen en andere betrokken aandeelhouders 4 euro per aandeel kunnen en willen betalen

althans de essentie van de hiervoor genoemde informatie, welke informatie hij, verdachte, heeft gegeven aan journalisten van De Telegraaf en heeft doen verspreiden via een door journalisten geschreven artikel in De Telegraaf, terwijl hij wist dat de informatie onjuist was;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde,

in de periode van 1 november 2007 tot en met 31 maart 2008 in Nederland informatie heeft verspreid waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan of te duchten was met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van het aandeel in het fonds[naam 1] Holding N.V., zijnde een financieel instrument dat was toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, Euronext Amsterdam, te weten informatie

- dat ACI (Ltd) een bestaande en/of een in Liechtenstein gevestigde

vennootschap is en

- dat hij, verdachte, eigenaar is van ACI Ltd en achter ACI Ltd zit en

- dat ACI Ltd en/of [naam 7] Adviesbureau met[naam 1] Holding een leningsovereenkomst is aangegaan en

- dat hij, verdachte, en/of ACI Ltd en/of [naam 7] Adviesbureau in staat en bereid zouden zijn een krediet van 480 miljoen euro te verstrekken aan[naam 1] Holding tegen een jaarlijkse rente van 5% en

- dat hij, verdachte, en/of ACI Ltd en/of [naam 7] Adviesbureau de in de leningsovereenkomst overeengekomen 480 miljoen euro hebben overgemaakt aan[naam 1] Holding en

- dat[naam 1] Holding haar verplichtingen uit de leningsovereenkomst met hem, verdachte, en/of ACI Ltd en/of [naam 7] Adviesbureau niet is nagekomen

althans de essentie van de hiervoor genoemde informatie, welke informatie hij, verdachte, heeft gegeven aan een journalist van De Telegraaf en heeft doen verspreiden via een door een journalist geschreven artikel in De Telegraaf, terwijl hij wist dat de informatie onjuist was;

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde,

in de periode van 1 december 2007 tot en met 31 maart 2008 in Nederland informatie heeft verspreid waarvan een onjuist of misleidend signaal is uitgegaan of kon worden geducht met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van het aandeel in het fonds Koninklijke Vopak N.V., zijnde een financieel instrument dat is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, Euronext Amsterdam, te weten informatie

- dat ACI Ltd een bestaande en een in Liechtenstein gevestigde vennootschap is en

- dat hij, verdachte, eigenaar is van ACI Ltd en achter ACI Ltd zit en

- dat hij, verdachte, en/of ACI Ltd een vijandig bod hebben gedaan op Vopak en voornemens zijn Vopak over te nemen en

- dat hij, verdachte, en/of ACI Ltd binnen enkele maanden over 500 miljoen euro zouden beschikken, welk bedrag dan besteed zou moeten worden om aandelen Vopak mee te kopen,

althans de essentie van de hiervoor genoemde informatie, welke informatie hij, verdachte, heeft gegeven aan een journalist van De Telegraaf en heeft doen verspreiden via een door een journalist geschreven artikel in De Telegraaf terwijl hij wist dat de informatie onjuist was,

ten aanzien van het onder 5 subsidiair ten laste gelegde,

in de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009 in Nederland opzettelijk goederen, te weten 160.000 aandelen Spyker Cars N.V. toebehorend aan [naam 2] en/of Helvetia B.V., welke aandelen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als onderpand voor een door hem aan die [naam 2] in privé te verstrekken geldlening, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend,

ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde,

in de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 juni 2010 in Nederland opzettelijk een vervalst geschrift voorhanden heeft gehad, te weten een schriftelijke verklaring getiteld "Kenmerk Voorschot Geldlening", zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, bestaande die valsheid er in dat valselijk en in strijd met de waarheid in de schriftelijke verklaring is opgenomen dat

- [naam 2] van verdachte een bedrag van 500.000 euro heeft ontvangen en dat dit bedrag een voorschot is voor de akte van verpanding van vier honderd duizend aandelen Spyker Cars en

- die [naam 2] zich daarmee verplicht om het eerste gedeelte van 160.000 stuks aandelen Spyker Cars aan verdachte te zenden en

- die [naam 2] de verklaring voor akkoord heeft getekend op 13-02-2009, en op de schriftelijke verklaring een handtekening van die [naam 2] geplaatst,

terwijl dit geschrift niet overeenkomt met de werkelijke afspraken tussen verdachte en die [naam 2] en verdachte geen 500.000 euro contant heeft gegeven aan die [naam 2] en dit geschrift in werkelijkheid niet is ondertekend door die [naam 2].

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat zij bewezen heeft geacht, gevorderd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren op te leggen en een taakstraf van 230 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 115 dagen. Voorts heeft zij gevorderd openbaarmaking van de uitspraak te gelasten door plaatsing op de website van het Openbaar Ministerie, subsidiair door plaatsing van een advertentie in De Telegraaf.

Bij de strafbepaling heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten, dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is en het tijdsverloop van de zaak.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman, die zoals hiervoor weergegeven vrijspraak van de ten laste gelegde feiten heeft bepleit, heeft de rechtbank verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het verspreiden van informatie waarvan een onjuist signaal is uitgegaan of kon worden geducht met betrekking tot de aandelen in de fondsen Spyker,[naam 1] en Vopak. Door het verspreiden van onjuiste berichten kan invloed worden uitgeoefend op de vraag- of aanbodzijde van de effectenmarkt. Hierdoor wordt de markt op het verkeerde been gezet. Dit kan onwenselijke gevolgen hebben voor de koersvorming. In het geval van Spyker hebben zich ook daadwerkelijk forse koerswijzigingen voorgedaan. Beleggers hebben daardoor – heel wel mogelijk – aanzienlijke schade geleden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de verduistering van 160.000 aandelen Spyker, toebehorende aan [naam 2]. Verdachte heeft met zijn handelen [naam 2] aanzienlijke financiële schade berokkend en heeft in het geheel geen rekening gehouden met de gevolgen voor [naam 2]. Verdachte heeft alleen maar gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan en het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als ware het echt en onvervalst. Verdachte heeft in de civielrechtelijke procedure tussen hem en [naam 2] een vervalst geschrift ingebracht, met als doel zijn gelijk te krijgen in die procedure. Hiermee heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van de psychiatrische rapportage van 15 april 2014, opgesteld door psychiater J.M.J.F. Offermans. Hieruit blijkt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een waanstoornis van het grootheidstype en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Van deze problematiek was ook sprake ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Offermans concludeert dan ook dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar kan worden geacht. Verdachte zal – vanuit het volledig gebrek aan ziektebesef – waarschijnlijk niet gemotiveerd zijn voor behandeling. Op veel medewerking zijnerzijds hoeft dan ook niet worden gerekend.

De rechtbank beschouwt verdachte op basis van de rapportage van psychiater Offermans voornoemd als sterk verminderd toerekeningsvatbaar en zal daar rekening mee houden bij de op te leggen straf. De rechtbank is, met de officier van justitie, desondanks van oordeel dat, vanwege de kans op herhaling door een volledig gebrek aan ziektebesef, een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is, maar acht, gezien het rapport van Offermans, oplegging van bijzondere voorwaarden niet zinvol. Deze visie wordt blijkens het rapport gedeeld door de Reclassering.

Bij het bepalen van de straf is in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals zijn sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid, alsmede zijn verslechterde gezondheid, zijn leeftijd en het feit dat hij vanwege onderhavige zaak – dan wel zijn geestesgesteldheid die daaraan mede ten grondslag ligt - zijn familie nauwelijks meer ziet.

De rechtbank zal tevens als bijkomende straf de openbaarmaking van deze uitspraak door middel van plaatsing van een mededeling op de website van het Openbaar Ministerie gelasten. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat voorkomen moet worden dat journalisten of bedrijven opnieuw door verdachte worden misleid.

Redelijke termijn

De Hoge Raad heeft bepaald dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (HR 17 juni 2008, LJN: BD2578).

Op 8 juni 2010 heeft een doorzoeking van de woning van verdachte plaatsgevonden. Vanaf dat moment heeft verdachte redelijkerwijs kunnen en mogen verwachten dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld. De termijn begon dan ook op dat moment te lopen. Na vier jaar en één maand, te weten 23 juli 2014, is de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting begonnen. Hierdoor is sprake van een onnodige forse overschrijding van de redelijke termijn die niet in zijn geheel aan de verdediging is te wijten. De rechtbank houdt – meer dan de officier van justitie – bij de straftoemeting hiermee rekening.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, bestaat aanleiding bij de straftoemeting naar beneden af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. STK Administratie

betreft kopie van brief d.d. 8-11-07

2 1.00 STK Administratie

zijnde brief van Spyker Cars 20-11-2007

3 1.00 STK Administratie

zijnde: 2 pagina's overeenkomst geldlening 3

4 1.00 STK Administratie

zijnde: bijlage 1, vorm van stemrecht 31-1-0

5 2.00 STK Administratie

zijnde: ondertekende akte van verpanding

6 1.00 STK Administratie

zijnde: uitdraai e-mail

7 1.00 STK Administratie

zijnde: notitie met kenmerk [verdachte]-[naam 2]

8 1.00 STK Agenda

2007

9 1.00 STK Agenda

2008

10 1.00 STK Administratie

zijnde: betalingsbewijs van de afgifte 500.00

Onttrekking aan het verkeer

Nu met behulp van nummers 1 en 2 het onder 1 bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Verbeurdverklaring

De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van nummers 3, 4, 5, 6 en 10 het onder 5 subsidiair en 6 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij reeds is toegewezen door de civiele rechter. Daarom is de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36, 36b, 36c, 36d, 57, 225, 321 en 325 van het Wetboek van Strafrecht,

de artikelen 1, 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten,

en de artikelen 5:54 en 5:58 van de Wet op het financieel toezicht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 3 en 5 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4, 5 subsidiair en 6 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde:

overtreding van artikel 5:58, eerste lid onder d van de Wet op het financieel toezicht

ten aanzien van het onder 5 subsidiair bewezen verklaarde:

verduistering

ten aanzien van het onder 6 bewezen verklaarde:

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 200 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen.

De rechtbank gelast de openbaarmaking van de uitspraak voor wat betreft het onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair bewezen verklaarde door middel van plaatsing van een mededeling op de website van het Openbaar Ministerie.

Verklaart verbeurd:

3 1.00 STK Administratie

zijnde: 2 pagina's overeenkomst geldlening 3

4 1.00 STK Administratie

zijnde: bijlage 1, vorm van stemrecht 31-1-0

5 2.00 STK Administratie

zijnde: ondertekende akte van verpanding

6 1.00 STK Administratie

zijnde: uitdraai e-mail

10 1.00 STK Administratie

zijnde: betalingsbewijs van de afgifte 500.00

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. STK Administratie

betreft kopie van brief d.d. 8-11-07

2 1.00 STK Administratie

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

7 1.00 STK Administratie

zijnde: notitie met kenmerk [verdachte]-[naam 2]

8 1.00 STK Agenda

2007

9 1.00 STK Agenda

2008

De rechtbank bepaalt dat [naam 2] in zijn vordering niet-ontvankelijk is.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T.H. van Voorst Vader, voorzitter,

mrs. J. Knol en P.J. van Eekeren, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van de Kraats, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2014.