Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:4063

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
15-07-2014
Zaaknummer
C-13-561110 - HA RK 14-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschil over schade als gevolg van lozen afvalstoffen afkomstig van het schip Probo Koala. Het verzoek voldoet niet aan de daaraan door de wet gestelde eisen. Het betreft niet een deel maar het gehele geschil. Het geschil is zeer omvangrijk. Beslechting van het geschil vergt een aanzienlijke investering in tijd, moeite en geld. Voor benoeming van deskundigen als verzocht is in deelgeschllprocedure geen plaats. Verzoek afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019w
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019z
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019aa
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2014/476 met annotatie van Van der Meijden
JA 2014/114

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/561110 / HA RK 14-69

Beschikking van 10 juli 2014

in de zaak van

de stichting

STICHTING UNION DES VICTIMES DES DÉCHETS TOXIQUES D’ABIDJAN ET BANLIEUES,

gevestigd te Nijmegen,

verzoekster,

advocaat mr. M.C. Danel,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAFIGURA BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. A. Knigge,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMSTERDAM PORT SERVICES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende,

niet verschenen,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

verweerster,

advocaat prof. mr. A.I.M. van Mierlo.

Partijen zullen hierna de Stichting, Trafigura, APS en de gemeente worden genoemd. Voor zover gedaagden gezamenlijk worden bedoeld zullen zij Trafigura c.s. worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift tot deelgeschil ex artikel 1019w e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties,

  • -

    de beschikking van 17 april 2014, waarin een mondelinge behandeling is bepaald waar zal worden besproken of de zaak zich leent voor afdoening in de deelgeschillenprocedure,

  • -

    het verweerschrift ex artikel 282 Rv van Trafigura, met producties,

  • -

    het verweerschrift ex artikel 282 Rv van de gemeente, met producties,

  • -

    het proces-verbaal van behandeling van een verzoekschrift, gehouden op 22 mei 2014, met de daarin genoemde stukken.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank gaat - als door de ene partij gesteld en door de andere partij onvoldoende betwist - uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2.

De Probo Koala is een schip gespecialiseerd in het transport van vaste en vloeibare stoffen en is ingericht voor het vervoer van olieproducten. Trafigura was in 2006 de charteraar van het schip. Aan boord van de Probo Koala werd in opdracht van Trafigura ‘coker naphta’ gewassen met ‘caustic soda’ en zodoende verwerkt tot ‘gasoline blendstock’. Bij dit proces komen afvalstoffen, zogenoemde ‘slops’, vrij. Deze werden opgeslagen in de sloptanks aan boord van de Probo Koala.

2.3.

Op 2 juli 2006 heeft de Probo Koala aangemeerd in Amsterdam met onder meer het voornemen om (indien mogelijk) de op dat moment in de sloptanks aanwezige afvalstoffen af te geven en te laten verwerken. APS heeft op dezelfde dag in opdracht van Trafigura een deel van de slops ontladen. De volgende dag heeft APS met instemming van Trafigura de afvalstoffen weer teruggepompt aan boord van de Probo Koala, die vervolgens de haven van Amsterdam heeft verlaten.

2.4.

Op 19 augustus 2006 heeft de Probo Koala aangemeerd in Abidjan (Ivoorkust). Trafigura is met [bedrijf 1], een lokaal bedrijf actief op het gebied van afvalverwerking, een overeenkomst aangegaan ter verwerking van de slops. De slops zijn door [bedrijf 1] onder toezicht van de havenautoriteiten en de douane overgeladen in vrachtwagens. Vervolgens zijn de slops niet op de voorgeschreven wijze verwerkt door [bedrijf 1] maar gestort op verschillende locaties in en rondom Abidjan, waaronder op openbare vuilstortplaatsen.

2.5.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 23 december 2011 bewezen geacht (samengevat) dat:

- Trafigura vanuit Nederland opzettelijk afvalstoffen heeft overgebracht naar een zogenoemde ACS-staat, Ivoorkust, waarbij in strijd werd gehandeld met artikel 18 lid 1 van de EEG-verordening overbrenging afvalstoffen,

- Trafigura tezamen en in vereniging met een ander afvalstoffen afkomstig van brandstofzuivering, als tankwaswater heeft afgeleverd aan APS, wetende dat die afvalstoffen voor het leven en/of de gezondheid schadelijk waren en dat zij het schadelijk karakter bij het afleveren heeft verzwegen.

Trafigura is voor deze feiten veroordeeld tot het betalen van een geldboete van
€ 1.000.000,-.

2.6.

In 2007 heeft Trafigura met de overheid van Ivoorkust een schikking getroffen ten bedrage van ongeveer € 145 miljoen, waarbij de Ivoriaanse overheid (mede) optrad ten behoeve van personen die stelden slachtoffer te zijn geworden van de afvalstortingen door [bedrijf 1]. In Engeland is door ongeveer 30.000 vermeende slachtoffers van de stortingen een procedure aangespannen tegen Trafigura. Dit heeft geresulteerd in een schikking van £ 950,- per persoon, dus £ 28.500.000,- in totaal. In geen van beide schikkingen heeft Trafigura aansprakelijkheid aanvaard.

3 Het deelgeschil

3.1.

De Stichting heeft de rechtbank verzocht om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. de Stichting en de individuen die ze vertegenwoordigt ontvankelijk en hun eisen gegrond te verklaren;

te verklaren voor recht dat Trafigura c.s. aansprakelijk is voor het lossen van de producten aan boord van het schip Probo Koala, voor de vervuiling en voor alle vormen van schade die als gevolg daarvan zijn ontstaan,

te verklaren voor recht dat Trafigura c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor het vergoeden van de volledige geleden financiële schade en voornamelijk de geleden letselschade, door de individuele slachtoffers en voor de kosten van het zuiveren van de vervuilde gebieden,

2. een medische, epidemiologische en financiële expertise te bevelen, onder toezicht van een college van deskundigen, met als doel het evalueren en begroten van de schade geleden door de individuen als gevolg van de blootstelling aan de afvalstoffen en de producten afkomstig uit de Probo Koala,

een expertise te bevelen met als doel het vaststellen van de omvang, de wijze van aanpak en de kosten van de werken voor de zuivering van de gebieden opgesomd in het verzoekschrift, benodigd voor het opvragen van offertes bij gespecialiseerde bedrijven,

de kosten van het deskundigenonderzoek en de procedure te begroten en Trafigura c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het betalen van deze kosten,

3. Trafigura c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Trafigura en de gemeente hebben verweer gevoerd tegen de vordering en hebben (onder meer) aangevoerd dat het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Ook hebben zij verzocht de verzochte kostenveroordeling af te wijzen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal eerst beoordelen of de Stichting ontvankelijk is in haar verzoek. Trafigura en de gemeente hebben aangevoerd dat de Stichting onbevoegd is om het verzoek in te dienen, althans dat zij het vereiste belang bij haar verzoek ontbeert. Volgens hen is onduidelijk voor wie de Stichting precies optreedt en of zij van ieder van die personen een volmacht tot vertegenwoordiging heeft.

4.2.

De Stichting heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij inmiddels beschikt over de definitieve lijst met personen die zij vertegenwoordigt, evenals over de volmachten en de medische dossiers van die personen en zij heeft aangeboden die stukken over te leggen. Door Trafigura en de gemeente is er terecht op gewezen dat de Stichting over de omvang van de groep die zij stelt te vertegenwoordigen wisselende mededelingen heeft gedaan. Dit neemt echter niet weg dat voldoende aannemelijk is dat de Stichting optreedt namens een omvangrijke groep mensen die stellen dat zij slachtoffer zijn geworden van de lozing van giftige afvalstoffen in Abidjan. Dat thans nog niet precies vaststaat hoe groot die groep is en wie er precies tot die groep behoren, kan niet leiden tot de conclusie dat de Stichting in het geheel geen belang heeft bij het door haar ingediende verzoek. Het betoog van Trafigura en de gemeente dat de Stichting om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzoek, wordt dan ook verworpen.

4.3.

De rechtbank zal in het navolgende beoordelen of het verzoek zich leent voor behandeling in een deelgeschil.

4.4.

Trafigura en de gemeente hebben aangevoerd dat het verzoek van de Stichting zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Samengevat komt hun standpunt erop neer dat het deelgeschil niet is bedoeld voor beoordeling van het gehele tussen partijen bestaande geschil, dat de beslechting van het deelgeschil niet zal leiden tot voortzetting van de onderhandelingen, dat de aard van het geschil en het gevorderde ongeschikt is voor behandeling in deelgeschil (het aantal geschilpunten tussen partijen is zo omvangrijk, dat de behandeling van het verzoek daardoor een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite zal kosten), dat de deelgeschilprocedure niet is bedoeld voor het gelasten van deskundigenberichten en dat de verzochte schadevergoeding niet kan worden toegewezen in een deelgeschilprocedure.

4.5.

Volgens de Stichting leent het verzoek zich wel degelijk voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Zij heeft daartoe aangevoerd dat een beslissing in het deelgeschil kan bijdragen aan het tot stand komen van een vaststellingsovereenkomst. Van het rauwelijks overgaan tot deze procedure is geen sprake; voorafgaand aan deze procedure zijn alle partijen immers uitgenodigd om in overleg tot een schikking te komen. Ook is onjuist dat het hele geschil wordt voorgelegd, immers, uitsluitend de vraag naar de aansprakelijkheid wordt voorgelegd.

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Het doel van de deelgeschilprocedure is de vereenvoudiging en versnelling van de buitengerechtelijke afhandeling van letsel- en overlijdensschade. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- of overlijdensschade de mogelijkheid in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase de rechter in te schakelen, waardoor partijen een extra instrument in handen krijgen ter doorbreking van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen. In de deelgeschilprocedure kunnen geschillen aan de orde komen omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake van de schade door dood of letsel tussen partijen rechtens geldt. De beslissing daarover dient ingevolge artikel 1019z Rv bij te kunnen dragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering zoals die zou luiden indien de zaak ten principale aanhangig zou zijn gemaakt. Gezien de ratio van de deelgeschilprocedure – de bevordering van de buitengerechtelijke onderhandelingen – toetst de rechter ingevolge artikel 1019z Rv ook of de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. De investering in tijd, geld en moeite moet worden afgewogen tegen het belang van het verzoek en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een minnelijke regeling kan leveren.

4.7.

Met inachtneming van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure.

4.8.

Van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen is de rechtbank niet gebleken. De Stichting heeft alleen gesteld dat alle partijen voorafgaand aan deze procedure zijn uitgenodigd om in onderling overleg tot een schikking te komen, maar niet gebleken is dat die onderhandelingen ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Trafigura heeft bij herhaling aangegeven niet bereid te zijn tot het starten van onderhandelingen over de vorderingen van de Stichting. Van een impasse in onderhandelingen is dus geen sprake, zodat zich ook niet de situatie kan voordoen dat de beslissing op het verzoek kan bijdragen aan het doorbreken van die impasse.

4.9.

Evenmin is gebleken dat het verzoek dat thans aan de rechtbank is voorgelegd slechts een deel van het geschil tussen partijen betreft. De Stichting houdt desgevraagd vol dat in het verzoek alleen de vraag naar de aansprakelijkheid aan de rechtbank is voorgelegd. Uit het door Trafigura en de gemeente gevoerde verweer blijkt echter dat partijen het oneens zijn over alle meest wezenlijke elementen van een schadevergoedingsvordering (feitenvaststelling, aansprakelijkheid, bestaan en omvang van de schade, causaliteit tussen de verweten gedraging en schade). Het gaat hier dus om beslechting van het volledige geschil tussen partijen en niet om een beperkt aantal geïsoleerde feitelijke of juridische geschilpunten. Daarmee krijgt onderhavig deelgeschil het karakter van een bodemprocedure, hetgeen strijdt met het doel van de deelgeschilprocedure.

4.10.

Daar komt bij dat de behandeling van het verzoek een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite zal vergen. Volgens de Stichting staat de aansprakelijkheid van Trafigura vast, gelet op de strafrechtelijke veroordeling van Trafigura. De door de vermeende slachtoffers gestelde schade is echter niet het (directe) gevolg van de gedragingen waarvoor Trafigura in de strafrechtelijke procedure is veroordeeld. De strafrechtelijke veroordeling had betrekking op het afleveren van schadelijke afvalstoffen aan APS en het vervoeren daarvan naar Abidjan, terwijl de grondslag van onderhavige procedure niet de schade als gevolg daarvan is, maar de schade als gevolg van het dumpen van de afvalstoffen in Abidjan. De beoordeling van de vraag of Trafigura voor die schade aansprakelijk is zal een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite vergen omdat Trafigura, zoals gezegd, niet alleen de aansprakelijkheid voor het storten van de afvalstoffen betwist, maar ook het bestaan en de omvang van de schade en het causaal verband tussen de haar verweten gedragingen en de schade. Trafigura heeft bovendien een verjarings- en ontvankelijkheidsverweer gevoerd.

Ten aanzien van de gemeente en APS geldt dat zij niet strafrechtelijk zijn veroordeeld. Nu de gemeente niet alleen betwist aansprakelijk te zijn, maar ook de schade en het causaal verband betwist, geldt ook ten aanzien van haar dat de beoordeling van het verzoek een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite zal vergen.

4.11.

Ook het laten doen van onderzoek door deskundigen zal betekenen dat er een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite zal moeten worden gedaan. De gevorderde deskundigenberichten zien immers niet alleen op het evalueren van de gevolgen van de slops op de gezondheid van de door de stichting vertegenwoordigde personen, maar ook op het evalueren van de lichamelijke en financiële schade die deze personen daardoor hebben geleden, het opstellen van een ‘milieudiagnose’ en het uitvoeren van een studie gericht op het vinden van een aangepaste technische oplossing voor het saneren van de plekken waar de slops zijn gestort. De deelgeschilprocedure leent zich niet voor het gelasten van dergelijke, zeer tijdrovende, deskundigenonderzoeken.

4.12.

Ten slotte stelt de rechtbank vast dat de door de Stichting gevorderde schade niet alleen ziet op letsel- en overlijdensschade, maar ook op (vermogens)schade als gevolg van het zuiveren van de gebieden waar de slops zijn gestort. Deze laatstgenoemde schade kan niet worden gevorderd in een deelgeschil, immers, daarin kan op grond van artikel 1019w Rv alleen letsel- en overlijdensschade worden gevorderd.

4.13.

Nu het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure zal het worden afgewezen.

4.14.

Trafigura en de gemeente hebben verzocht de door de Stichting gevorderde kostenveroordeling af te wijzen. Zij hebben erop gewezen dat de Stichting de procedure volstrekt onnodig en ten onrechte heeft ingesteld. Het lijkt er volgens Trafigura op dat de procedure alleen is ingesteld om partijen aan de onderhandelingstafel te dwingen.

4.15.

Ook als het verzoek om een beslissing in deelgeschil wordt afgewezen, dient de rechtbank de kosten van de procedure te begroten. Dit is alleen anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in onderhavige situatie sprake is. Met het verzoek is volledig voorbijgegaan aan het doel en de ratio van de deelgeschilprocedure, die immers is bedoeld als een korte procedure over een deel van een tussen partijen bestaand geschil over letsel- en overlijdensschade opdat zij een impasse in de onderhandelingen kunnen doorbreken. Niet alleen was er geen sprake van een impasse in onderhandelingen, ook heeft de Stichting niet slechts een deel, maar het gehele geschil, aan de rechtbank voorgelegd, zal de beoordeling van dat geschil niet in een kort tijdsbestek kunnen plaatsvinden, maar is een aanzienlijke investering in tijd, geld en moeite vereist en ziet het geschil naast letsel- en overlijdensschade ook op vermogensschade. Daar komt nog bij dat verzocht is om deskundigenonderzoeken te gelasten, terwijl de deelgeschilprocedure daarvoor niet is bedoeld. De rechtbank wijst de verzochte kostenbegroting daarom af.

4.16.

De gemeente heeft verzocht om de Stichting te veroordelen de kosten van de gemeente te vergoeden. Dat verzoek wordt afgewezen. Uit artikel 1019aa lid 3 Rv volgt dat artikel 289 Rv, dat de grondslag vormt voor veroordeling van de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in verzoekschriftprocedures, niet van toepassing is in de deelgeschillenprocedure.

5 De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Fehmers en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2014.1

1 type: MGV coll: JMS