Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3772

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
27-06-2014
Zaaknummer
EA 13-1087
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet op het Overleg Huurders Verhuurder (WOHV). Bewonerscommissie verzoekt besluit tot verkoop van 99 huurwoningen in wooncomplex niet uit te voeren. Voldoende aannemelijk is geworden dat de bewonerscommissie aan de eisen van de WOHV voldoet. Verhuurder voert aan dat de Bewonerscommissie niet tijdig een schriftelijk advies aan de verhuurder hebben gegeven, zodat zij niet meer tegen het besluit kunnen opkomen. Verhuurder heeft onzekerheid laten bestaan over wanneer verlengde termijn voor advies eindigde, zodat verweer wordt verworpen. Verhuurder voert aan dat Bewonerscommissie het verzoek het besluit tot verkoop niet uit te voeren niet tijdig bij de kantonrechter heeft ingediend. De wet stelt voor het indienen van een verzoek geen specifieke termijn. Kantonrechter oordeelt dat uit oogpunt van rechtszekerheid voor zowel huurder als verhuurder een redelijke termijn heeft te gelden. Welke termijn redelijk is, is afhankelijk van omstandigheden van het geval. Na afweging van 8 omstandigheden acht de kantonrechter het eerst na 7 maanden indienen van een verzoek in dit geval niet binnen een redelijke termijn ingediend. De kantonrechter geeft in een overweging ten overvloede een toetsing van het besluit aan artikel 8 lid 3 sub b WOHV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2015/54

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht

Zaaknummer: EA 13-1087

Beschikking van: 18 april 2014

F.no.: 497

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

Bewonerscommissie Amstel

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: de Bewonerscommissie

gemachtigde: [naam 1]

t e g e n

de stichting Woningstichting Rochdale

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: Rochdale

gemachtigde: mr. A.M. Langeloo

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[naam 1] en [naam 2] hebben namens de Bewonerscommissie op 2 september 2013 bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ex artikel 8 lid 3 van de Wet op het Overleg Huurders Verhuurder (WOHV) ingediend. De mondeling behandeling is uiteindelijk bepaald op 26 november 2013. Eerst op 22 november 2013 heeft Rochdale een uitgebreid verweerschrift met bijlagen ingediend. Op de mondelinge behandeling is de Bewonerscommissie verschenen bij [naam 1]. Rochdale is verschenen bij [naam 3] (verkoop coördinator bestaande bouw), [naam 4] (adviseur bestuurlijke participatie bestuursondersteuning strategie en beleid) en [naam 5] (medewerker sociaal beheer), vergezeld van haar gemachtigde. Hoewel de Bewonerscommissie ter zitting verklaarde onvoldoende tijd en gelegenheid te hebben gehad het uitgebreide verweerschrift met bijlagen te bestuderen, heeft zij geen gebruik gemaakt van de door de kantonrechter geboden gelegenheid de behandeling aan te houden en op een nader te bepalen dag en tijdstip voort te zetten. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting handgeschreven aantekeningen gemaakt, welke aan het procesdossier zijn toegevoegd. Na de mondelinge behandeling hebben beide partijen bij brief nog enige aanvullende informatie over het (half)jaarlijkse overleg tussen Rochdale en de Bewonerscommissie verstrekt.

De zaak staat voor het geven van een beschikking.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

feitelijke uitgangspunten

1.

Tot uitgangspunt dient het navolgende:

  1. Rochdale is sedert 1993 eigenaar van het wooncomplex “Amstel”, bestaande uit 99 woningen die in de sociale huursector worden verhuurd. Het wooncomplex is gelegen aan de Amstel, tegenover het Koninklijk Theater Carré.

  2. Er is een vereniging Bewonersraad Rochdale, waarmee Rochdale in 2012 een (nieuw) samenwerkingsovereenkomst is aangegaan. Alle huurders van Rochdale kunnen zich via bewonerscommissies of complexvertegenwoordigers bij de Bewonersraad aansluiten.

  3. Voorts is er een reglement bewonerscommissies – woningstichting Rochdale d.d. 12 december 2012 (hierna het reglement bewonerscommissies).

  4. De Bewonerscommissie is aangesloten bij de Bewonersraad. [naam 1] is bestuurslid van zowel de Bewonerscommissie als de Bewonersraad.

  5. Rochdale deelt de Bewonerscommissie – in de brief aangeduid als `Bewonerscommissie Complex 35001’ - bij brief van haar manager sociaal beheer [naam 6] d.d. 9 november 2012 mee, dat het voornemen bestaat de woningen in het wooncomplex Amstel aan de huurders te koop aan te bieden. Als de huurder van koop afziet, blijft de huurovereenkomst in stand “en verandert er niets”. Als deze huurder verhuist, brengt Rochdale de woning in de verkoop. In de brief worden de volgende redenen voor de verkoop van de woningen in het wooncomplex gegeven:

De eerste reden is onze keuze om ons langzaam terug te trekken uit de wijken waar wij relatief weinig bezit hebben, en dus invloed. Het Stadsdeel Centrum is een van deze wijken. De tweede reden is een financiële noodzaak. De opbrengst van de verkoop hebben wij nodig om weer nieuwe projecten met sociale huurwoningen te kunnen financieren. Bovendien is ons vaak gebleken dat huurders graag hun woning zouden willen kopen, hiermee maken wij dit ook in uw wooncomplex mogelijk.

De Bewonerscommissie wordt in de brief erop gewezen dat voorzover zij een advies wenst uit te brengen, zij dat op grond van artikel 5 lid 1 WOHV binnen 6 weken, derhalve vóór 21 december 2012, hebben te doen.

De Bewonerscommissie verzoekt bij e-mail van 12 november 2012 de termijn voor het indienen van het schriftelijk advies te verlengen “met dien verstande dat wij u ons schriftelijk advies uiterlijk in de tweede week van januari doen toekomen.”

Rochdale heeft met verlenging van de termijn ingestemd, waarbij partijen van mening verschillen tot welke datum het uitstel is verleend.

Bij kennelijk per e-mail verzonden brief gedateerd “zondag 13 januari 2013” brengt de Bewonerscommissie het schriftelijk advies uit.

Rochdale reageert bij brief van 16 januari 2013 op het advies van de Bewonerscommissie. In de aanhef van de brief wijst Rochdale erop dat de brief na de door haar gestelde termijn is ingediend. Dit betekent volgens Rochdale:

Strikt genomen zegt de overlegwet dat wij op uw advies niet meer hoeven te reageren. Desalniettemin zullen wij uw advies met deze brief beantwoorden.

Voorts wordt in de brief (onder meer) de volgende toelichting op het voorgenomen besluit gegeven:

Rochdale bezit in het Centrum slechts 2% van de sociale voorraad, te weten 392 woningen. Andere corporaties hebben in dit gebied een veel grotere rol: Ymere bezit er circa 5800 woningen, de Key ruim 6300 en Eigen Haard ruim 2600. Deze drie corporaties zijn de drie grootste sociale huisvesters in Stadsdeel Centrum.

In gesprekken met dit stadsdeel heeft Rochdale in verhouding met deze corporaties weinig in te brengen. Andere partijen hebben veel meer invloed, en daarom ook een grotere verantwoordelijkheid ten opzichte van het behoud van de sociale voorraad in dit gebied. Dit geldt wat ons betreft ook met betrekking tot uw advies om ons middels complex Amstel te profileren tot op Europees niveau.

Investering en beheer is voor ons relatief duur in een gebied waar wij weinig bezit hebben. Wij spelen daarom liever een belangrijke rol in een gebied waar een hogere concentratie van ons bezit staat en waar onze inbreng en investering een positieve verandering betekent.

.........

Ons recente verleden en de huidige staat van de vastgoedmarkt zorgen ervoor dat onze financiële positie niet stevig is. ..... Elke mogelijkheid die wij hebben om inkomsten te genereren moeten wij daarom gebruiken, en dit houdt ook in dat wij terug moeten komen op mogelijke eerdere plannen om bepaalde complexen niet te verkopen, temeer in verband met ons eerdergenoemde strategische plan om te investeren in wijken waar wij iets in te brengen hebben.

.........

U stelt dat er volgens uw weten in uw complex geen animo is voor het kopen van de eigen woning. Hierin verschillen wij van mening. .... Bovendien hebben zich naar aanleiding van uw pamflet meerdere huurders bij ons gemeld met vragen over de verkoop van het complex. Een aantal daarvan gaf tevens aan dat ze geïnteresseerd waren in het kopen van hun woning.

Tenslotte

U heeft in uw advies aan ons niet duidelijk kunnen maken op welke punten onze voornemens onwettelijk zijn. Bovendien heeft u ons niet kunnen overtuigen met inhoudelijke redenen, waarom wij zouden moeten afzien van onze voornemens. Derhalve zullen wij uw advies naast ons neerleggen en ons voornemen uitvoeren.

Rochdale heeft vervolgens de zittende huurders van het wooncomplex Amstel bij brief van 24 januari 2013 uitgenodigd de huurwoning te kopen. Rochdale heeft daarbij het aanbod gedaan dat op de getaxeerde marktwaarde een korting van 10% wordt verleend als de koopovereenkomst vóór 1 mei 2013 wordt ondertekend.

[naam 1], huurder en lid van de Bewonerscommissie Amstel, laat Rochdale onder meer bij e-mail van 6 mei 2013 weten, dat hij vanwege zijn hoge leeftijd en geringe inkomen niet in aanmerking komt voor een hypotheek. [naam 1] vraagt op welke wijze Rochdale alsdan aan hem kan aanbieden de gehuurde woning te kopen. Rochdale antwoordt bij e-mail van 7 mei 2013 dat Rochdale voor het niet kunnen verkrijgen van een hypotheek geen oplossing heeft, zodat [naam 1] huurder kan blijven.

Het wooncomplex Amstel is bij notariële akte van 16 juli 2013 gesplitst in appartementsrechten, waarbij een Vereniging van Eigenaars is opgericht.

verzoek

2.

De Bewonerscommissie verzoekt de kantonrechter Rochdale te gelasten om het besluit van Rochdale tot vervreemding van de 99 huurwoningen van het wooncomplex Amstel 288A t/m 298M te Amsterdam niet uit te voeren.

3.

Aan dit besluit legt de Bewonerscommissie ten grondslag, dat Rochdale in haar besluit tot afwijking van het advies van de Bewonerscommissie niet, althans ondeugdelijk, heeft gemotiveerd en dat Rochdale voorts onder afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot afwijking van het advies van de Bewonerscommissie had kunnen komen. Ter toelichting voert de Bewonerscommissie het navolgende aan.

4.

De Bewonerscommissie bestaat uit 2 leden. De huurders van het wooncomplex zijn door de Bewonerscommissie over het voornemen van Rochdale geïnformeerd en hun reactie is gepeild. Er hebben 37 huurders gereageerd, waarbij 25 tegen, 11 voor en 1 neutraal over het (voorgenomen) besluit van Rochdale zijn. Vervolgens heeft op zondagmiddag 6 januari 2013, voorafgaande aan de jaarlijkse borrel op de eerste zondag van het nieuwe jaar, onder leiding van de Bewonerscommissie een huurdersvergadering plaatsgevonden. Hierna is het advies aan Rochdale op de laatste dag van de verzochte aanvullende termijn uitgebracht.

5.

Samengevat heeft de Bewonerscommissie de volgende bezwaren.

Verkoop van de woningen aan de zittende huurders is feitelijk nagenoeg niet mogelijk. Het inkomen en de leeftijd van de zittende huurders is zodanig dat zij geen hypotheek kunnen krijgen om de koopsom van de woning te financieren.

De argumenten van Rochdale tot verkoop van de sociale huurwoningen in het wooncomplex zijn ondeugdelijk en tegenstrijdig. Zo stelt Rochdale dat zij met andere woningcorporaties per “wijk” een noodzakelijk minimaal aantal sociale huurwoningen wil handhaven, maar stelt zij dat noodzakelijk geachte minimum aantal sociale huurwoningen in de wijk, waarin wooncomplex Amstel is gelegen, niet vast. Voorts heeft Rochdale niet gedefinieerd wat zij onder “wijk” verstaat. Amsterdam is opgedeeld in stadsdelen, terwijl Rochdale Amsterdam indeelt in 8 wijken, waarbij personeelsleden in zogenaamd wijktafels worden ondergebracht. Het wooncomplex Amstel is in de indeling van Rochdale gelegen in wijk 6, terwijl wijk 6 bestaat uit (delen van) Stadsdeel Centrum, Stadsdeel Zuid en Stadsdeel West. Bovendien geeft Rochdale niet aan op welke wijze de samenwerking met de andere corporaties ertoe heeft geleid dat de huurwoningen in het wooncomplex Amstel kunnen worden verkocht. Zo wordt niet cijfermatig onderbouwd op welke wijze de verkoop van de sociale huurwoningen in wooncomplex Amstel de verhouding huur en koop in de wijk beïnvloedt. Voorzover Rochdale zich uit deze wijk wil terugtrekken, is dat niet meer aan de orde. Na protesten op de Oostelijke Eilanden door een aantal bewonerscommissies heeft Rochdale ingestemd met maatwerk voor een aanvaardbare verhouding tussen huur- en koopwoningen. Hierdoor blijft Rochdale ook in de toekomst in stadsdeel Amsterdam Centrum (sociale huur)woningen verhuren.

Rochdale heeft evenmin de financiële noodzaak tot verkoop onderbouwd. Ook heeft Rochdale niet gemotiveerd waarom nu juist de sociaal huurwoningen in wooncomplex Amstel moeten worden verkocht en niet andere huurwoningen. Een dergelijke motivering mag van Rochdale temeer worden verwacht nu zij in 2010 nog heeft verklaard dat bij haar niet het voornemen bestond het wooncomplex Amstel te verkopen. Alsdan heeft Rochdale aan te geven welke nieuwe omstandigheden tot deze beleidswijziging hebben geleid.

6.

Het wooncomplex Amstel bestaat uit laat 20ste eeuwse arbeiderswoningen en is cultuur-historisch van groot belang dat bescherming behoeft. Het wooncomplex is ook een onderdeel van het Unesco-werelderfgoed “Amsterdamse Grachtengordel”. Verkoop is onder het Unesco verdrag niet toegestaan.

7.

De bezwaren van de huurders/bewoners van het wooncomplex Amstel zijn:

  • -

    schaarse sociale huurwoningen worden aan de Grachtengordel onttrokken;

  • -

    door de komst van woningeigenaren wordt de eenheid onder de huurders doorbroken;

  • -

    nieuwe eigenaren zullen hun woning gaan verbouwen waardoor de zittende huurders frequent overlast zullen ondervinden;

  • -

    een splitsing in appartementsrechten leidt tot een VvE. Rochdale heeft kennelijk het voornemen om de Bewonerscommissie te mandateren voor de vergaderingen van de VvE. De Bewonerscommissie voelt, net als veel andere commissies, daarvoor niet;

  • -

    een verkoop van een woning aan een eigenaar kan tot gevolg hebben dat die eigenaar de woning aan bijvoorbeeld studenten gaat verhuren, hetgeen tot overlast voor de veelal bejaarde huurders kan leiden;

  • -

    op dit moment kan een huurder bij beheerproblemen zich kosteloos wenden tot de door de BBSH voorgeschreven klachtencommissie. Deze contractuele en wettelijke bescherming ontbreekt voor de ‘sociale’ huurder tegenover woningeigenaren en de VvE.

  • -

    het wooncomplex Amstel moet dringend worden geschilderd. Ook is het onderhoud van de binnentuin van belang. Te verwachten is dat hierover binnen de VvE meningsverschillen zullen ontstaan over de noodzaak tot onderhoud, door welk bedrijf en met welke kwaliteit.

verweer

8.

Rochdale voert verweer. Rochdale voert allereerst aan dat de Bewonerscommissie in haar verzoek niet kan worden ontvangen, althans dat het verzoek niet-ontvankelijk is. Voorzover het verzoek ontvankelijk is, voert Rochdale ten tweede aan dat gelet op de beperkte toets van de kantonrechter het besluit aan de eisen van de WOHV voldoet.

9.

Volgens Rochdale bestaat de Bewonerscommissie uit de leden [naam 1] en [naam 2]. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat er een vergadering van de Bewonerscommissie is geweest, waarin deze leden zijn gemandateerd het onderhavige verzoek in te dienen. Rochdale betwijfelt of de Bewonerscommissie namens de zittende huurders handelt. Rochdale heeft van diverse huurders instemmende reacties met haar voornemen tot verkoop ontvangen.

Voorts is het onderhavige verzoek eerst ruim 7 maanden na haar besluit van 16 januari 2013 ingediend. Rochdale heeft inmiddels uitvoering aan het beleid gegeven door het woonwooncomplex Amstel in de zomer van 2013 in appartementsrechten te splitsen, een VvE op te richten, één van de woningen te verkopen en door onderhandelingen met andere potentiële kopers te gaan.

Bovendien heeft de Bewonerscommissie na de gestelde termijn op haar voornemen gereageerd, zodat de WOHV op haar brief van 16 januari 2013 niet meer van toepassing is.

10.

Voorzover de Bewonerscommissie in haar verzoek kan worden ontvangen en het verzoek ontvankelijk is, heeft de kantonrechter het besluit van Rochdale slechts te toetsen aan de procedurele voorschriften van de WOHV en te beoordelen of Rochdale in redelijkheid in afwijking van het advies van de Bewonerscommissie tot haar besluit is kunnen komen.

Volgens Rochdale is haar informatie aan de Bewonerscommissie toereikend geweest. De Bewonerscommissie is zonder nadere informatie te vragen ook in staat geweest een advies uit te brengen. Voorts heeft Rochdale - mede gelet op de door de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties het met de gemeente Amsterdam, verschillende stadsdelen en de Huurdersvereniging Amsterdam gesloten convenant “Convenant splitsen en verkoop sociale huurwoningen 2011 tot en met 2020” van 1 juli 2011 - tot haar besluit kunnen komen. Rochdale wijst erop dat zij over haar actualisatie van het verkoopbeleid voorts overleg heeft gevoerd met de Bewonersraad. Ter ondersteuning zijn de brieven van 19 januari 2012 en 13 april 2012 overgelegd.

beoordeling

ontvankelijkheid Bewonerscommissie

11.

Eerst in deze gerechtelijke procedure heeft Rochdale de vraag opgeworpen of de Bewonerscommissie een bewonerscommissie is in de zin van de WOHV en derhalve als procespartij in deze procedure kan optreden.

12.

De kantonrechter stelt voorop dat in artikel 1 lid 1 sub g WOHV de bewonerscommissie wordt gedefinieerd als

de commissie van bewoners van huurwoningen in een wooncomplex, niet zijnde een huurdersorganisatie, die de belangen behartigt van de huurders van dat wooncomplex en die voldoet aan onderdeel f, onder 2 tot en met 4.

De eisen neergelegd in artikel 1 lid 1 sub f onder 2 t/m 4 WOHV zijn kort gezegd:

  • -

    de huurders op de hoogte houden van de activiteiten van de Bewonerscommissie, haar plannen voor het eerstvolgende jaar bespreken en vastleggen;

  • -

    tenminste eenmaal per jaar een vergadering uitschrijven voor de huurders;

  • -

    alle huurders van het wooncomplex in de gelegenheid stellen zich bij haar aan te sluiten.

13.

Ter zitting zijn voornoemde eisen besproken. De Bewonerscommissie heeft onbestreden verklaard, dat zij haar jaarlijkse vergadering op de eerste zondag van ieder jaar houdt met aansluitend een nieuwjaarsborrel. Voor deze vergadering worden alle huurders in het wooncomplex uitgenodigd. Voorts is er in het wooncomplex een prikbord, waarop informatie wordt geplaatst. Verder kunnen de huurders de leden van de Bewonerscommissie rechtstreeks benaderen. Ter illustratie heeft de Bewonerscommissie het jaarverslag 2012 met de uitnodiging voor de jaarvergadering 2013 op 6 januari 2013 overgelegd.

Voorts stelt de kantonrechter vast dat Rochdale de Bewonerscommissie nog steeds in het kader van artikel 5b lid 3 van de WOHV benadert voor het voeren van jaarlijkse overleggen. De Bewonerscommissie is ook toegelaten tot de Bewonersraad.

Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een bewonerscommissie die aan de eisen van de WOHV voldoet en derhalve in het verzoek kan worden ontvangen.

14.

Rochdale voert voorts aan dat haar brief van 16 januari 2013 niet kan worden beschouwd als een besluit na een schriftelijk advies ex artikel 5 lid 2 van de WOHV, omdat de Bewonerscommissie niet binnen de gestelde termijn, welke op 10 januari 2013 verliep, een schriftelijk advies heeft gegeven.

15.

Voor de beoordeling van dit verweer stelt de kantonrechter voorop dat artikel 5 lid 1 van de WOHV een minimum termijn van 6 weken noemt en dat daardoor op zichzelf de verhuurder aan een bewonerscommissie een langere termijn kan gunnen. Partijen zijn het erover eens dat aan de Bewonerscommissie een langere termijn is gegeven, maar twisten over de vraag of die termijn eindigde in de tweede week van januari 2013 of op 10 januari 2013.

16.

De kantonrechter is van oordeel dat als de verhuurder instemt met een verlenging van de termijn van artikel 5 lid 1 WOHV van haar mag worden verwacht dat zij mede ter voorkoming van misverstanden over de afloop van de termijn en de gevolgen die dat kan hebben schriftelijk de einddatum van de verlengde termijn meldt. Niet gesteld of gebleken is dat Rochdale de volgens haar gegeven termijn van 10 januari 2013 schriftelijk heeft bevestigd en zij op de rechtsgevolgen heeft gewezen indien het schriftelijk advies niet uiterlijk op die dag zou zijn ontvangen.

Voorts weegt de kantonrechter mee, dat Rochdale het schriftelijk advies kort na de volgens haar gestelde termijn van 10 januari 2013 heeft ontvangen en dat niet gesteld of gebleken is dat Rochdale op enigerwijze in haar belangen is geschaad omdat het schriftelijk advies circa drie dagen later onder haar aandacht is gekomen.

17.

Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat Rochdale het advies van de Bewonerscommissie van 13 januari 2013 heeft te beschouwen als een schriftelijk advies in de zin van artikel 5 lid 1 WOHV. Op dat advies heeft Rochdale vervolgens tijdig bij brief van 16 januari 2013 gereageerd.

18.

Rochdale voert voorts aan dat het verzoek van de Bewonerscommissie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat het verzoek niet tijdig na de brief van Rochdale van 16 januari 2013 bij de kantonrechter is ingediend.

19.

De kantonrechter stelt vast dat de WOHV geen termijn stelt, waarbinnen een geschil aan de kantonrechter moet worden voorgelegd. Voorts heeft uit oogpunt van rechtszekerheid te gelden dat binnen een redelijke termijn voor zowel huurders als de verhuurder duidelijk is of aan een beleidsvoornemen rechtsgeldig uitvoering kan worden gegeven. Dit brengt met zich mee dat als een bewonerscommissie zich niet kan verenigen met het besluit van de verhuurder geheel of gedeeltelijk af te wijken van haar advies een geschil binnen een redelijke termijn aan de kantonrechter wordt voorgelegd.

Welke termijn daarvoor dient te worden gehanteerd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dit geval slaat de kantonrechter in het bijzonder acht op de navolgende omstandigheden:

  • -

    de termijn voor het uitbrengen van een advies door de bewonerscommissie bij een beleidswijziging is in gevolge artikel 5 lid 1 van de WOHV tenminste zes weken;

  • -

    op verzoek van de Bewonerscommissie is deze termijn met ruim 3 weken verlengd;

  • -

    indien de verhuurder het advies geheel of gedeeltelijk niet opvolgt heeft de verhuurder ingevolge artikel 5 lid 2 van de WOHV de redenen daarvoor binnen 2 weken te geven;

  • -

    Rochdale heeft binnen 3 dagen na ontvangst van het schriftelijk advies de redenen gegeven waarom zij het advies niet opvolgt;

  • -

    ingevolge artikel 5 lid 3 van de WOHV kan Rochdale haar beleidsvoornemen uitvoeren 3 dagen nadat de Bewonerscommissie de brief van 16 januari 2013, waarin de redenen zijn opgegeven waarom Rochdale het advies van de Bewonerscommissie niet opvolgt, heeft ontvangen;

  • -

    Rochdale heeft circa 10 dagen na haar brief van 16 januari 2013 alle huurders van het wooncomplex Amstel bij brief geïnformeerd over haar beleidswijziging met betrekking tot de verkoop van de huurwoningen en iedere huurder van het wooncomplex in de gelegenheid gesteld de gehuurde woning te kopen;

  • -

    Rochdale heeft circa een half jaar na haar brief van 16 januari 2013 het wooncomplex Amstel gesplitst in appartementsrechten en een vereniging van eigenaars opgericht;

  • -

    Rochdale heeft voorafgaande aan het indienen van het verzoek van de Bewonerscommissie met tenminste 1 huurder een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan zij zich heeft verplicht het appartementsrecht aan de huurder te verkopen en in eigendom over te dragen.

Onder deze omstandigheden is het eerst 7 maanden na de brief van 13 januari 2013 indienen van een verzoek bij de kantonrechter niet binnen een redelijke termijn ingediend, zodat de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren.

ten overvloede

20.

Ten overvloede wijst de kantonrechter erop dat artikel 8 lid 3 sub b WOHV aan de kantonrechter een beperkte mogelijkheid geeft te bepalen dat het beleidsvoornemen van de verhuurder niet mag worden uitgevoerd. Hoewel de verkoop van de sociale huurwoningen in het wooncomplex Amstel onmiskenbaar tot een lastiger beheersituatie zal leiden en de rechtspositie van de zittende huurders enigszins wordt gewijzigd doordat zij hinder kunnen ondervinden van nieuwe eigenaren of gebruikers van nieuwe eigenaren waarop Rochdale geen invloed heeft, kan niet worden gesteld dat deze omstandigheden gelet op de overige omstandigheden van het geval, waaronder het eigen belang van Rochdale, meebrengen dat Rochdale in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen. Voorts heeft Rochdale voor de directe gevolgen van het voorgenomen besluit tot verkoop van de woningen in het wooncomplex toereikende informatie verstrekt.

21.

De Bewonerscommissie heeft haar stelling dat de eigendom en sociale verhuur van het wooncomplex Amstel valt onder de bescherming van de Unesco aanwijzing van Amsterdam op de werelderfgoedlijst niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd, zodat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de eigendomsverhouding van het wooncomplex Amstel vanuit internationaalrechtelijk perspectief onaangetast dient te blijven.

proceskosten

22.

Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de Bewonerscommissie in haar verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren en veroordelen in de kosten van het geding.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart de Bewonerscommissie in haar verzoek niet-ontvankelijk;

veroordeelt de Bewonerscommissie in de kosten van dit geding, welke worden begroot op € 545,00 wegens salaris gemachtigde.

Aldus gegeven door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.