Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3751

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2014
Datum publicatie
26-06-2014
Zaaknummer
553777 / HA RK 13-360
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ingeval de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, zijn de bestuurders op grond van artikel 2:23 lid 1 BW van rechtswege vereffenaars.

In het onderhavige geval heeft de rechter geen andere vereffenaars benoemd; de curatoren zijn weliswaar op de voet van artikel 68 Fw met de vereffening van de failliete boedel belast, als vereffenaars als bedoeld in artikel 2:23 lid 1 BW zijn zij niet benoemd. Steun voor deze zienswijze vindt de rechtbank onder meer in artikel 2:19 lid 6 BW, waarin de vereffenaar en de faillissementscurator naast elkaar worden genoemd. In het onderhavige geval heeft de vennootschap evenmin bestuurders. Verzoekers zijn weliswaar op grond van artikel 19 van de statuten van VDMH door ontstentenis van de directie tijdelijk met het bestuur van de vennootschap belast, maar zij zijn daarmee geen bestuurders van de vennootschap geworden.

Nu vereffenaars geheel ontbreken gaat de rechtbank op verzoek van belanghebbenden op grond van artikel 2:23 lid 2 BW over tot benoeming van curatoren als vereffenaars

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2014/72
RN 2014/87
JONDR 2014/1040
OR-Updates.nl 2014-0257
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/553777 / HA RK 13-360

Beschikking van 12 juni 2014

in de zaak van

1 [verzoeker 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verzoeker 2],

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

advocaat mr. J.P.P. Latour te Amsterdam,

en

1 MR. H. DE CONINCK-SMOLDERS,

2. MR. P.R.W. SCHAINK

en

3. [belanghebbende]

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van

de naamloze vennootschap VAN DER MOOLEN HOLDING N.V.,

allen kantoorhoudende te Amsterdam,

(hierna: de curatoren)

4. de naamloze vennootschap

VAN DER MOOLEN HOLDING N.V.,

(hierna: VDMH)

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbenden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 november 2013;

  • -

    de tussenbeschikking van 27 maart 2014, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 16 mei 2014;

  • -

    de faxbrief van 21 mei 2014 van de curator mr. Schaink houdende een nadere toelichting op het standpunt van de curatoren (en op het verzoek). Desgevraagd heeft mr. Latour telefonisch tegenover de griffier verklaard zich te kunnen vinden in de brief van de curator;
    - de e-mail van 26 mei 2014 van de rechtbank aan de curator mr. Schaink en mr. Latour;

  • -

    de e-mail van 27 mei 2014 van curator mr. Schaink.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

In de statuten van VDMH is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Artikel 19. Belet of ontstentenis.
Ingeval van ontstentenis of belet van een lid van de directie zijn de andere leden of is het andere lid van de directie tijdelijk met het bestuur van de vennootschap belast. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden of van het enige lid van de directie is de raad van commissarissen tijdelijk met het bestuur van de vennootschap belast, met de bevoegdheid het bestuur der vennootschap tijdelijk aan een of meer personen, al dan niet uit zijn midden, op te dragen.
(…)

Artikel 42. Vereffening.

42.1

Ingeval van ontbinding der vennootschap krachtens besluit van de algemene vergadering is de directie belast met de vereffening van de zaken der vennootschap en de raad van commissarissen met het toezicht daarop, behoudens het bepaalde in artikel 2:23, lid 2 Burgerlijk Wetboek (…)

2.2.

Verzoekers vormen samen de raad van commissarissen van VDMH. Op 16 juli 2009 heeft de toenmalig enig bestuurder van VDMH zijn functie neergelegd zonder dat een nieuwe bestuurder is benoemd. Ingevolge artikel 19 van de statuten zijn verzoekers toen tijdelijk met het bestuur van VDMH belast.

2.3.

Op 10 september 2009 heeft deze rechtbank het faillissement van VDMH uitgesproken. Daarbij heeft de rechtbank een rechter-commissaris benoemd en – uiteindelijk – drie curatoren, belanghebbenden bij het onderhavige verzoek.

2.4.

Op 10 februari 2011 heeft in het faillissement van VDMH een verificatievergadering plaatsgevonden. Op de verificatievergadering is geen akkoord aangeboden.

2.5.

Op 14 mei 2014 hebben de curatoren bij deze rechtbank een vordering tot schadevergoeding ingesteld tegen de voormalige bestuurders en commissarissen van VDMH (niet zijnde verzoekers).

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek, dat door de curatoren wordt gesteund, strekt ertoe verzoekers te ontslaan als vereffenaars van VDMH en de curatoren in hun plaats te benoemen tot vereffenaars van VDMH.

3.2.

Verzoekers leggen aan hun verzoek – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. De curatoren hebben op grond van onder meer de artikelen 2:138 en 2:9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een vordering tot schadevergoeding ingesteld tegen de oud bestuurders en commissarissen van VDMH. Het is daarbij denkbaar dat zich bij toewijzing van die vordering de situatie zal voordoen dat, na algehele voldoening van de crediteuren, een bedrag aan baten zal resteren. Het is echter de vraag of er voor de curatoren een taak is weggelegd om een dergelijke vordering te effectueren, voor zover daarmee meer wordt bereikt dan nodig is om het boedeltekort aan te zuiveren. Om te voorkomen dat de curatoren, indien de schadevergoedingsvordering wordt toegewezen, die vordering niet of slechts ten dele zouden mogen incasseren, wordt verzocht de curatoren tot vereffenaars te benoemen zodat zij de schadevergoedingsvordering tevens in hun hoedanigheid van vereffenaar kunnen instellen.

4 De beoordeling

4.1.

Omdat op de verificatievergadering geen akkoord is aangeboden, verkeert de boedel van VDMH op grond van artikel 173 Faillisementswet (Fw) van rechtswege in staat van insolventie. Op grond van artikel 2:19 lid 1 sub c BW is VDMH hierdoor ontbonden.

4.2.

Het wettelijk systeem brengt met zich dat, ingeval de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, de bestuurders op grond van artikel 2:23 lid 1 BW van rechtswege vereffenaars zijn.

4.3.

In het onderhavige geval heeft de rechter geen andere vereffenaars benoemd; de curatoren zijn weliswaar op de voet van artikel 68 Fw met de vereffening van de failliete boedel belast, als vereffenaars als bedoeld in artikel 2:23 lid 1 BW zijn zij niet benoemd. Steun voor deze zienswijze vindt de rechtbank onder meer in artikel 2:19 lid 6 BW, waarin de vereffenaar en de faillissementscurator naast elkaar worden genoemd. In het onderhavige geval heeft de vennootschap evenmin bestuurders. Verzoekers zijn weliswaar op grond van artikel 19 van de statuten van VDMH door ontstentenis van de directie tijdelijk met het bestuur van de vennootschap belast, maar zij zijn daarmee geen bestuurders van de vennootschap geworden.

4.4.

In het geval vereffenaars geheel ontbreken benoemt de rechtbank op grond van artikel 2:23 lid 2 BW op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een of meer vereffenaars.

4.5.

Verzoekers zijn belanghebbende bij het onderhavige verzoek nu zij tijdelijk met het bestuur zijn belast, terwijl zij zich ook als commissarissen de belangen van de vennootschap mogen aantrekken.

4.6.

Verzoekers hebben bovendien voldoende belang bij hun verzoek. Zoals ter zitting nader is toegelicht, is het bepaald niet ondenkbaar dat alle crediteuren in het faillissement van VDMH op afzienbare termijn – mogelijk reeds gedurende de hiervoor bedoelde aansprakelijkheidsprocedure – volledig kunnen worden voldaan, waarna een positief liquidatiesaldo zal resteren. Het faillissement zal daarmee op de voet van artikel 193 Fw een einde nemen en het resterend batig saldo zal moeten worden vereffend (voor welk doel VDMH zal blijven voortbestaan). Gelet op voornoemd belang, een efficiënte taakvervulling en het feit dat het verzoek door de curatoren wordt gesteund, zal de rechtbank het verzoek, dat op de wet is gegrond, als hierna vermeld toewijzen.

4.7.

De rechtbank zal op de voet van artikel 2:23a BW een rechter-commissaris benoemen.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

benoemt

1 mr. H. de Coninck-Smolders,

2. mr. P.R.W. Schaink

en

3. [belanghebbende]

tot vereffenaars van het vermogen van Van der Moolen Holding N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5.2.

benoemt mr. M.J. Geradts, rechter in deze rechtbank, tot rechter-commissaris in de vereffening van het vermogen van Van der Moolen Holding N.V.,

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. G.H. Marcus en mr. K.M. van Hassel en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2014.