Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3592

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-06-2014
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
C-13-564821 - HA ZA 14-495
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Incident 843a Rv, vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/564821 / HA ZA 14-495

Vonnis in incident van 25 juni 2014

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

B.Y. MONACO S.A.R.L.,

gevestigd te Monaco,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE DE VRIES SCHEEPSBOUW B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VRIES SCHEEPSBOUW MAKKUM B.V.,

gevestigd te Makkum,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FEADSHIP HOLLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. L.R. Kiers te ‘s-Gravenhage.

Eiseres zal hierna B.Y. Monaco worden genoemd en gedaagden onder 3 Feadship. Gedaagden tezamen worden aangeduid als Feadship c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, tevens houdende de incidentele vordering, van 16 april 2014, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot overlegging van stukken ex art. 843a Rv.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 In de hoofdzaak

2.1.

B.Y. Monaco vordert, kort weergegeven, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Feadship c.s. hoofdelijk te veroordelen tot nakoming van de tussen B.Y. Monaco en Feadship overeengekomen commissieovereenkomst, met dien verstande dat Feadship vijf procent commissie moet betalen over de waarde van de koop- en/of bouwovereenkomst, zoals overeengekomen door Feadship dan wel een aan Feadship gelieerde vennootschap en de heer [naam beneficiary owner] (hierna: [naam beneficiary owner] ) dan wel een vennootschap waarvan de heer [naam beneficiary owner] beneficiary owner is, te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

B.Y. Monaco stelt dat zij als makelaar werkzaamheden heeft verricht die hebben geleid tot de totstandkoming van een overeenkomst waarbij Feadship een jacht zou bouwen voor de heer [naam beneficiary owner] . B.Y. Monaco en Feadship zijn overeengekomen dat B.Y. Monaco een commissie zou ontvangen van vijf procent van de koopsom op de voorwaarde dat de door B.Y. Monaco geïntroduceerde relatie, [naam beneficiary owner] , een overeenkomst zou tekenen voor de bouw van een jacht door Feadship. Alhoewel [naam beneficiary owner] deze overeenkomst met Feadship heeft getekend, komt Feadship haar verplichting tot betaling van de overeengekomen commissie aan B.Y. Monaco niet na. Feadship werd bij de totstandkoming van de commissieovereenkomst vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger Feadship] . Nu alle gedaagden door de heer [vertegenwoordiger Feadship] werden vertegenwoordigd, zijn zij alle drie afzonderlijk, hoofdelijk en tezamen, verplicht tot nakoming van de commissieovereenkomst. Aldus B.Y. Monaco.

3 Het geschil in het incident

3.1.

B.Y. Monaco vordert op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) Feadship c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het verstrekken van een afschrift van, althans inzage in, de tussen Feadship, dan wel een aan Feadship gelieerde vennootschap, en [naam beneficiary owner] , dan wel een vennootschap waarvan [naam beneficiary owner] de beneficiary owner is, overeengekomen koop- en/of bouwovereenkomst (hierna: de overeenkomst), binnen vijf dagen na betekening van het vonnis en op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.2.

B.Y. Monaco legt aan de vordering ten grondslag dat zij belang heeft bij een afschrift van dan wel inzage in de overeenkomst nu de hoogte en - zo de rechtbank begrijpt - opeisbaarheid van de commissie waarop zij aanspraak maakt afhankelijk is van hetgeen is overeengekomen tussen Feadship en [naam beneficiary owner] .

3.3.

Feadship c.s. voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan de toewijsbaarheid van een vordering op grond van artikel 843a Rv zijn de volgende cumulatieve voorwaarden verbonden: (i) de eiser dient een rechtmatig belang te hebben en (ii) het moet gaan om bepaalde bescheiden (iii) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij zijn. Bovendien (iv) dient de wederpartij over de bescheiden te beschikken of deze onder haar berusting te hebben.

4.2.

B.Y. Monaco legt aan de incidentele vordering ten grondslag dat zij met de gevorderde overeenkomst de hoogte en de opeisbaarheid van de commissie die Feadship aan haar is verschuldigd, kan bepalen. De rechtbank overweegt dat de bepaling van de hoogte van de commissie thans echter nog niet aan de orde is. In de hoofdprocedure dient allereerst te worden beoordeeld of B.Y. Monaco met Feadship een commissieovereenkomst heeft gesloten uit hoofde waarvan B.Y. Monaco aanspraak kan maken op een door Feadship en/of Feadship c.s. te betalen commissie. Alleen ingeval dat vast komt te staan, komt de vraag aan de orde wat de hoogte van die commissie is en of die commissie reeds opeisbaar is, in welk geval de overeenkomst van betekenis zou kunnen zijn voor de verdere beoordeling. Op dit moment van de procedure acht de rechtbank het overleggen van genoemde overeenkomst voor een behoorlijke rechtsbedeling dan ook niet noodzakelijk, terwijl evenmin is gebleken dat B.Y. Monaco nu in bewijsnood zal komen te verkeren. B.Y. Monaco heeft bij de vordering dan ook geen rechtmatig belang.

Afhankelijk van het partijdebat kan in de hoofdzaak op de voet van artikel 22 Rv alsnog overlegging van bepaalde bescheiden worden bevolen.

4.3.

De overige stellingen van partijen behoeven gezien het voorgaande geen bespreking.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

4.5.

B.Y. Monaco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is als na te melden toewijsbaar.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt B.Y. Monaco in de kosten van het incident, aan de zijde van Feadship c.s. tot op heden begroot op € 452,00, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 augustus 2014 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014.