Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3569

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-05-2014
Datum publicatie
23-06-2014
Zaaknummer
C/13/509428 / HA ZA 12-136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In 2008 en in 2009 is er tweemaal een lekkage geweest vanuit een keuken in een restaurant, waarbij waterschade is ontstaan bij de ondergelegen kledingzaak. Beroep op onrechtmatige daad 6:162 BW slaagt ten aanzien van de tweede lekkage, de restauranteigenaar moest zich immers bewust zijn geweest van het gevaar en heeft nagelaten afdoende voorzorgsmaatregelen te treffen. Ten aanzien van beide lekkages is de restauranteigenaar aansprakelijk op grond van artikel 6:173 BW. Beroep op artikel 6:173 lid 2 BW faalt. De verzekeraar van de kledingwinkel is gesubrogeerd in de rechten van de kledingwinkel. De verzekeraar komt op grond van 6:197 BW geen beroep toe op 6:173 BW, zodat slechts de schadeuitkering voor de tweede lekkage voor vergoeding in aanmerking komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/509428 / HA ZA 12-136

Vonnis van 21 mei 2014

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar Engels recht

ZURICH INSURANCE PLC,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GUESS? EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LA PLACE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert en mr. L.K. de Haan te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Zurich c.s. en La Place genoemd worden. Eiseressen zullen ieder voor zich Zurich en Guess genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 januari 2012, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van La Place, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 23 mei 2012, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, welke heeft plaatsgehad op 22 augustus 2012, en de daarin genoemde stukken,

  • -

    de akte na comparitie tevens houdende wijziging van eis van Zurich c.s., met producties,

  • -

    de antwoordakte na comparitie van La Place.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

Dit vonnis is om organisatorische redenen gewezen door een andere rechter dan de rechter die de zaak op zitting heeft behandeld.

2 De feiten

2.1. (

De rechtsvoorgangster van) Guess exploiteerde in 2008 en 2009 een kledingwinkel in winkelcentrum[adres]. De kledingwinkel was gelegen recht onder de coffee corner van La Place. De coffee corner was uitgerust met een vaatwasmachine.

2.2.

Op zondag 6 juli 2008 is een rubberen toevoerslang van de waterontharder van de vaatwasmachine losgeschoten dan wel lekgeraakt, waardoor leidingwater is uitgestroomd en via het plafond de winkel van Guess is binnengestroomd. Dit heeft geleid tot waterschade in de winkel van Guess. De schade is in opdracht van Zurich door expertisebureau Crawford vastgesteld op een bedrag van € 30.013,00 exclusief BTW.

2.3.

Op zondag 28 januari 2009 is de rubberen toevoerslang van de waterontharder van de vaatwasmachine (opnieuw) losgeschoten, waardoor opnieuw leidingwater is uitgestroomd. Dit heeft wederom geleid tot waterschade in de winkel van Guess. De schade is door Crawford vastgesteld op een bedrag van € 129.835,00 exclusief BTW.

2.4.

Crawford heeft voor haar werkzaamheden in totaal een bedrag van € 8.427,80 aan expertisekosten aan Zurich Global Corporate UK in rekening gebracht.

2.5.

In de verzekeringspolis van Guess is onder meer het volgende opgenomen:

“F. DEDUCTIBLES (…)

5. Policy Deductible(s)

a). $10.000,00 combined coverages except (…)”

2.6.

Op 10 mei 2011 schrijft Amlin Corporate Insurance namens haar verzekerde La Place aan Crawford & Company (Nederland B.V.) het volgende, voor zover hier van belang:

“(…) Wij zijn (…) bereid (…) te kijken naar het eigen risico van Guess. (…) Duidelijk is in elk geval dat de hoogte van het eigen risico van Guess zal moeten worden aangetoond. Kunt u ons een kopie van het toepasselijke polisblad toezenden? (…)”

3 Het geschil

3.1.

Zurich c.s. vordert dat La Place – samengevat en na wijziging van eis – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden veroordeeld tot

primair:

betaling aan Guess van

( i) een bedrag van € 30.013,00,

(ii) een bedrag van € 129.835,00,

(iii) € 2.842,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten, alsmede € 8.427,80 ter zake van expertisekosten,

alles te vermeerderen met wettelijke rente

(iv) alsmede de proceskosten en de nakosten,

subsidiair:

( i) betaling aan Guess een bedrag van USD 10.000,00,

(ii) betaling aan Zurich van € 30.013,00 minus USD 10.000,00,

(iii) betaling aan Guess een bedrag van USD 10.000,00,

(iv) betaling aan Zurich een bedrag van € 129.835,00 minus USD 10.000,00,

( v) betaling aan Zurich een bedrag van € 2.842,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten, alsmede € 8.427,80 ter zake expertisekosten,

alles te vermeerderen met wettelijke rente,

(vi) alsmede betaling van de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Zurich c.s. stelt - kort gezegd - dat La Place aansprakelijk is voor de waterschade . Ten aanzien van het onverzekerde gedeelte ter hoogte van USD 10.000,00 per incident, het eigen risico van Guess, baseert zij haar vordering op artikel 6:173 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dan wel artikel 6:174 BW juncto 6:181 BW, aangezien (de bevestiging van) de toevoerslang niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Daarnaast is La Place aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW, nu zij heeft verzuimd om adequate voorzorgsmaatregelen te nemen om waterschade als gevolg van het losschieten van de toevoerslang te voorkomen. Ten aanzien van het verzekerde en uitgekeerde gedeelte van de schade baseert zij haar vordering op onrechtmatig handelen, aangezien La Place heeft verzuimd voorzorgsmaatregelen te treffen ter voorkoming van waterschade. Dit laatste geldt te meer voor het tweede incident omdat La Place door het eerste incident gewaarschuwd was, aldus steeds Zurich c.s.

3.3.

La Place voert - kort gezegd - aan dat aansprakelijkheid ontbreekt aangezien zij niet verwijtbaar heeft gehandeld. Ten aanzien van het eigen risico van het eerste schadegeval, komt haar bovendien een beroep toe op artikel 6:173 lid 2 BW. Ten aanzien van Zurich ontbreekt aansprakelijkheid omdat op grond artikel 6:197 BW en de Bedrijfsregeling Brandregres slechts aansprakelijkheid kan bestaan in geval van verwijtbaar handelen. Dat is hier niet aan de orde aldus steeds La Place.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

uitgangspunten

4.1.

Zurich c.s. heeft bij akte na comparitie haar eis gewijzigd. Zij stelt dat zij zich daartoe genoodzaakt zag, omdat La Place zou hebben betwist dat Zurich aan Guess verzekeringsuitkeringen had verricht. La Place heeft in haar antwoordakte na comparitie benadrukt dat dit een onjuiste interpretatie van haar stellingen is geweest en dat zij geenszins betwist dat Zurich onder de polis van Guess heeft uitgekeerd. De rechtbank concludeert derhalve dat tussen partijen vast staat dat Zurich uit hoofde van de verzekeringspolis heeft uitgekeerd aan Guess.

4.2.

Voorts erkent La Place in haar antwoordakte na comparitie (in tegenstelling tot haar eerdere standpunt) dat Zurich is gesubrogeerd in de rechten van Guess.

4.3.

Tenslotte heeft La Place tijdens de comparitie van partijen verklaard dat indien vast zou komen te staan dat er sprake was van subrogatie, aangenomen kan worden dat Guess een eigen risico had. Gezien het onder 4.2. overwogene gaat de rechtbank er van uit dat La Place dus niet langer betwist dat er sprake was van een eigen risico.

onrechtmatig handelen

4.4.

Zurich c.s. beroept zich zowel ten aan zien van de verzekerde als de onverzekerde schade op artikel 6:162 BW. Zij stelt dat La Place heeft gehandeld in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid door haar vaatwasinstallatie op een zodanige wijze in te richten dat de opgetreden waterschade heeft kunnen ontstaan. La Place heeft verzuimd om adequate voorzorgsmaatregelen te nemen. Die maatregelen hadden volgens Zurich c.s. onder meer kunnen zijn het dichtdraaien van de kraan buiten openingstijd of het plaatsen van een waterstop ter voorkoming van overvloedig uitstromen van water.

4.5.

Bij de beantwoording van de vraag of La Place onrechtmatig jegens Zurich c.s. heeft gehandeld, neemt de rechtbank het volgende in overweging.

4.6.

La Place heeft erkend dat (de bevestiging van) de toevoerslang van de vaatwasser, hoewel die volgens haar bij de eerste lekkage niet is losgeschoten maar is lekgeraakt, niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mochten worden gesteld en dat die daardoor een bijzonder gevaar opleverde voor zaken van Guess. Binnen zeven maanden heeft er tweemaal een lekkage plaatsgevonden waarbij het water onbeperkt is uitgestroomd en zijn beide keren de zaken van Guess beschadigd. Gezien de ligging van de coffee corner van La Place boven de kledingwinkel van Guess was te voorzien dat bij het losschieten of lekraken van de toevoerslang het uitstromende water de zaken van Guess zou beschadigen. De door Zurich c.s. geopperde maatregelen ter voorkoming van overvloedig uitstromen van water zijn weinig bezwaarlijk: het dichtdraaien van de kraan is een enkele en eenvoudige handeling en het plaatsen van een waterstop blijkt evenmin bezwaarlijk te zijn, nu La Place deze, volgens haar eigen verklaring, na de tweede lekkage heeft laten plaatsen.

4.7.

Voor de beantwoording van de vraag of onder deze omstandigheden het niet nemen van maatregelen ter voorkoming van schade jegens Guess als onrechtmatige daad aan La Place kan worden toegerekend dient tot slot nog te worden vastgesteld of La Place zich bewust was of had moeten zijn van het dreigend gevaar. La Place heeft dat betwist en daartoe aangevoerd dat de vaatwasser en de toevoerslang reeds jaren zonder problemen hadden gefunctioneerd en dat La Place nimmer door het door haar ingeschakelde installatiebedrijf op het gevaar was gewezen, zodat er volgens La Place geen enkele aanleiding was om voorzieningen te treffen. Nu door Zurich c.s. daartegenover geen nadere feiten en omstandigheden zijn gesteld waaruit anders blijkt, neemt de rechtbank met La Place aan dat zij zich voorafgaand aan de eerste waterschade niet bewust was of had hoeven zijn van het gevaar, zodat haar niet verweten kan worden dat zij geen voorzorgsmaatregelen heeft getroffen.

4.8.

Ten aanzien van de tweede lekkage geldt daarentegen dat La Place zich inmiddels wel bewust moet zijn geweest van het gevaar. Het eerste incident had immers vrij kort daarvoor plaatsgevonden. Desondanks heeft zij nagelaten afdoende maatregelen te treffen om een tweede lekkage te voorkomen. Derhalve concludeert de rechtbank dat La Place voor zover het de tweede lekkage betreft wel onrechtmatig jegens Guess gehandeld. Dat La Place de reparatie niet zelf heeft uitgevoerd, maar deze door een deskundig installatiebedrijf heeft laten uitvoeren, staat daar niet aan in de weg. Het lag dan immers op haar weg het ingeschakelde installatiebedrijf te instrueren de nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van toekomstige waterschade.

4.9.

Gezien het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat La Place wegens onrechtmatig handelen gehouden is de schade te vergoeden die Guess als gevolg van de tweede lekkage heeft geleden.

risicoaansprakelijkheid

4.10.

Zurich c.s. heeft haar vordering voorts gegrond op risicoaansprakelijkheid zoals geregeld in artikel 6:173 BW. Om tot deze aansprakelijkheid te komen is vereist dat (de bevestiging van) de toevoerslang van de vaatwasmachine niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, dat de toevoerslang van de vaatwasmachine daardoor een bijzonder gevaar opleverde voor de zaken in de onderliggende winkel van Guess én dat dat gevaar zich heeft verwezenlijkt, en dat La Place bekend was met de mogelijkheid van het optreden van een bijzonder gevaar bij aanwezigheid van het gebrek.

4.11.

Zurich c.s. heeft gesteld dat de vaatwasmachine niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen omdat een toevoerslang van een vaatwasmachine immers niet zomaar behoort los te schieten. Doordat de toevoerslag toch losschoot voldeed de vaatwasmachine niet aan de daaraan te stellen eisen en is de machine gebrekkig in de zin van artikel 6:173 BW. Het losschieten van de toevoerslang is bovendien een bijzonder gevaar dat aan een vaatwasmachine kleeft, omdat een dergelijke machine onder permanente waterdruk staat. Wanneer de slang losschiet kan leidingwater overvloedig uitstromen, waardoor waterschade kan ontstaan. Dit is een bekend en voorzienbaar gevaar, aldus steeds Zurich c.s.

4.12.

Zoals gezegd heeft La Place erkend dat de toevoerslang niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mochten worden gesteld. Zij heeft tevens erkend en dat die daardoor een bijzonder gevaar opleverde voor zaken van Guess en dat de lekkage heeft plaatsgevonden. De aansprakelijkheid voor die schade ontbreekt volgens La Place echter op grond van hetgeen in artikel 6:173 lid 2 BW is bepaald. De vuistregel van dat lid is volgens La Place dat wanneer productaansprakelijkheid in beeld zou kunnen zijn, doch de producent niet aansprakelijk is op grond van afdeling 6.3.3. BW, de bezitter of bedrijfsmatig gebruiker dat evenmin is. Zij voert aan dat de producent ingevolge het bepaalde in artikel 6:190 BW niet aansprakelijk is voor schade aan zaken die bedrijfsmatig worden gebruikt, zodat zij voor de onderhavige schade evenmin aansprakelijk kan zijn, omdat die ook bedrijfsmatig is.

4.13.

De rechtbank stelt vast dat La Place geen voldoende concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit kan volgen dat en, zo ja, waarom en in hoeverre de vaatwasinstallatie en/of ( de bevestiging van) de toevoerslang een gebrekkig product zou(den) zijn als bedoeld in artikel in 6:186 BW De enkele stelling van La Place dat productaansprakelijkheid aan de orde zou kunnen zijn is onvoldoende. Haar beroep op artikel 6:173 lid 2 faalt.

4.14.

Nu La Place de aansprakelijk op grond van 6:173 BW niet anderszins heeft betwist, stelt de rechtbank vast dat zij op die grond ook aansprakelijk is voor de door Guess als gevolg van de eerste en tweede lekkage geleden schade.

4.15.

De slotsom is dat La Place op grond van risicoaansprakelijkheid ex. artikel 6:173 BW (eerste en tweede lekkage) en onrechtmatig handelen (tweede lekkage) gehouden is de schade van Guess te vergoeden. De schade van Guess bedraagt USD 10.000,00 per incident, zodat La Place zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van USD 20.000,00 aan Guess.

schade Zurich

4.16.

Zurich c.s. heeft ter onderbouwing van de schade twee rapportages van expertisebureau Crawford overgelegd waarin de schade als gevolg van de eerste lekkage is bepaald op een bedrag van € 30.013,00 en de schade als gevolg van de tweede lekkage op een bedrag van € 129.835,00. Zij stelt deze schade aan Guess te hebben uitgekeerd na aftrek van het eigen risico van USD 10.000,00 per incident. La Place heeft vorenstaande niet (langer), dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid hiervan.

4.17.

Als verzekeraar is Zurich gesubrogeerd in de rechten van Guess. De rechtbank heeft geoordeeld dat La Place verwijtbaar onrechtmatig jegens Guess heeft gehandeld voor zover het betrekking heeft op de tweede lekkage. Nu Zurich is gesubrogeerd in de rechten van Guess, zal de vordering van Zurich c.s. voor zover die ziet op de door Zurich aan Guess ten aanzien van de tweede lekkage uitgekeerde schade, te weten € 129.835,00 minus USD 10.000,00, worden toegewezen.

4.18.

De vordering van Zurich c.s. voor zover die ziet op de door Zurich aan Guess uitgekeerde schade ten aanzien van de eerste lekkage zal worden afgewezen, nu bij de eerste lekkage geen sprake is van verwijtbaar handelen, maar van aansprakelijkheid op grond van 6:173 BW. Voor zover Zurich c.s. heeft willen betogen dat Zurich krachtens subrogatie een beroep toekomt op 6:173 BW heeft te gelden dat haar dat beroep niet toekomt op grond van het bepaalde in artikel 6:197 BW.

4.19.

Zurich c.s. vordert vergoeding van de door haar gemaakte expertisekosten. La Place betwist deze verschuldigd te zijn. Zij voert daartoe aan dat dit kosten zijn die Zurich heeft gemaakt onder de polis van Guess teneinde de reikwijdte van haar uitkeringsplicht onder die polis te kunnen beoordelen. Het betreft derhalve eigen schade van Zurich ten aanzien waarvan geen subrogatie heeft plaatsgevonden, aldus La Place. Nu Zurich c.s. geen geen nadere feiten en omstandigheden heeft gesteld ter onderbouwing van haar vordering, zal de post expertisekosten worden afgewezen.

4.20.

Zurich c.s. vordert ten aanzien van de eerste schade wettelijke rente vanaf 6 juli 2008 en ten aanzien van de tweede schade vanaf 28 januari 2009. Voor zover sprake is van schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:74 BW, is het verzuim zonder ingebrekestelling ingetreden zodra de verbintenis opeisbaar is geworden (artikel 6:83 sub b BW). De schade voor zover het betrekking heeft op het eigen risico is opeisbaar geworden op 6 juli 2008 respectievelijk 28 januari 2009, zodat de wettelijke rente ook vanaf die datum toewijsbaar is. La Place betwist de verschuldigdheid van de wettelijke rente, aangezien Zurich c.s. de procedure volgens haar nodeloos met zes maanden heeft vertraagd. Dat de procedure langere heeft geduurd dan strikt genomen noodzakelijk zou zijn geweest betekent echter niet dat de wettelijke rente over een kortere periode verschuldigd zou zijn. Het stond La Place vrij om op ieder gewenst moment aan Zurich c.s. te betalen en zodoende een verder oplopen van de rente te voorkomen.

4.21.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. Zurich c.s. heeft weliswaar gesteld dat zij uitvoerig correspondentie heeft gevoerd, hetgeen overigens door La Place wordt betwist, maar heeft geen specificatie overgelegd waaruit blijkt dat het hier om andere werkzaamheden ging dan die waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding plegen in te houden.

4.22.

La Place heeft betwist jegens Guess proceskosten verschuldigd te zijn, omdat deze kosten nodeloos zijn gemaakt. Zij voert aan dat zij in haar brief van 10 mei 2011 al heeft gezegd vergoeding van de schade betreffende het eigen risico in overweging te nemen, mits zij een kopie van het polisblad zou ontvangen waaruit het eigen risico van Guess zou blijken. Nu Zurich c.s. niet inhoudelijk op dit verweer heeft gereageerd, en Zurich ten dele in het ongelijk wordt gesteld ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.23.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt La Place om aan Guess te betalen een bedrag van USD 10.000,00 (tienduizend US dollar), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 6 juli 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt La Place om aan Guess te betalen een bedrag van USD 10.000,00 (tienduizend US dollar), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt La Place om aan Zurich te betalen een bedrag van € 129.835,00 minus USD 10.000,00 (honderdnegenentwintigduizend achthonderdvijfendertig euro minus tienduizend US dollar), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

veroordeelt La Place in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat La Place niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.H. Vink en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.