Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3534

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-05-2014
Datum publicatie
20-06-2014
Zaaknummer
3008581 KK EXPL 14-726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Voorshands wordt geoordeeld als volgt. Uit de overgelegde stukken en foto’s blijkt dat het assortiment artikelen dat in de vestiging wordt gevoerd, terwijl zij opereert als “hot chocolate” zaak of “ijssalon” niet wezenlijk anders is dan dat ten tijde van het opereren als “ koffieschenkerij” onder de franchiseformule van Coffee Company. Er was en is te koop een aantal soorten koffie, thee, chocolademelk, frisdranken, broodjes, taartjes, gebak et cetera. De ijsvitrine is duidelijk “erbij” geplaatst en doet er niet aan af dat (zoals Coffee Company terecht heeft aangevoerd) het assortiment, de prijsstelling, de benaming van de producten, de inrichting, uitstraling en het personeel gelijk is gebleven. Dat er binnen dit assortiment een lager percentage koffie wordt verkocht, en er ook overigens verschillen zijn in het aandeel van een bepaald artikel binnen dit assortiment, maakt dit niet anders. Waar het om gaat is dat het een soortgelijke horecaonderneming betreft. Het exploiteren daarvan wordt in strijd met het non-concurrentiebeding geoordeeld. Bij het handhaven van dit beding heeft Coffee Company, naar voorlopig oordeel, een rechtens te beschermen belang, te weten het beschermen van haar positie als franchisgever en de in het kader van de franchiseovereenkomst overgedragen kennis en knowhow.

Dit betekent dat naar voorlopig oordeel de activiteiten, die na 1 december 2013 in de vestiging werden en worden uitgeoefend, beschouwd moeten worden als soortgelijke activiteiten in de zin van artikel 18 van de licentieovereenkomst. Hieruit volgt dat Coffee Company recht en spoedeisend belang heeft bij toewijzing van een verbod om gedurende een jaar, ingaande 1 december 2013, een soortgelijke horecaonderneming te voeren als zij deed ten tijde van de licentieovereenkomst, zoals hierna te bepalen.”

De vordering van Coffee Company om zelf de vestiging te mogen exploiteren wordt afgewezen, omdat de kantonrechter aannemelijk vindt dat de bepaling daarover in het contract alleen geschreven is voor het geval de overeenkomst wordt opgezegd (wegens wanprestatie) en niet in geval van beëindiging van de overeenkomst door het verstrijken van de tijd waarvoor die is aangegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/186 met annotatie van A.J.J. van der Heiden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAMKORT GEDING

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer: 3008581 KK EXPL 14-726

Vonnis van: 26 mei 2014

481

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

I n z a k e

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COFFEECOMPANY HOLDING B.V.

gevestigd te Joure, kantoorhoudende te Amsterdam

eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie

nader te noemen Coffee Company

gemachtigde: mr. O.R. van Hardenbroek

t e g e n

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DAM SPIRIT B.V.

gevestigd te Amsterdam

nader te noemen Dam Spirit

gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie

gemachtigde: mr. J.H. Kolenbrander

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 29 april 2014 heeft Coffee Company een aantal voorzieningen gevorderd. Dam Spirit heeft bij akte een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld.

Ter terechtzitting van 19 mei 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Coffee Company is verschenen bij [naam 1] en [naam 2], vergezeld door de gemachtigde. Dam Spirit is verschenen bij [naam 3], bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben aan de hand van pleitaantekeningen hun standpunten ter zitting toelicht, onder verwijzing naar de door beide partijen ingebrachte producties.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


Uitgangspunten

1.

Als uitgangspunt geldt het volgende:

1.1.

Coffee Company, dochteronderneming van D.E. Masterblenders 1753, is een onderneming die zich bezig houdt met het opzetten en exploiteren van (een formule voor) koffiehuizen. De onderneming bestaat thans uit 40 koffiehuizen in steden in Nederland ; daarvan exploiteert Coffee Company 24 vestigingen zelf en worden 16 vestigingen geëxploiteerd door franchisenemers van Coffee Company.

1.2.

een van de onder 1.1 bedoelde franchisenemers van Coffee is Dam Spirit; zij exploiteerde vanaf 1 december 2005 tot en met 30 november 2013 (als eerste franchisenemer van Coffee Company) een Coffee Company vestiging aan het adres Dam 8-10 te Amsterdam (verder te noemen de vestiging).

1.3.

Dam Spirit huurt sedert omstreeks 1999 het pand aan de Dam 8-10 te Amsterdam van een derde.

1.4.

met ingang van 1 december 2005 zijn partijen met elkaar een licentieovereenkomst aangegaan voor de duur van vijf jaar, derhalve eindigende op 1 december 2010.

1.5.

middels een Allonge (gedateerd 5 juli 2011) is de onder 1.4 bedoelde overeenkomst voor drie jaar verlengd, ingaande 1 december 2010 tot en met 30 november 2013. Alle bepalingen van de licentieovereenkomst zijn van kracht gebleven, behoudens (wijzingen in) artikel 11.3, 23.1.b., 23.1.c en 23.1.d, terwijl voorts de gehanteerde staffel met betrekking tot de franchisefee is aangepast. Deze fee bedraagt 7 % bij een omzet tot 500.000,- per jaar, welk percentage lager wordt naarmate de omzet hoger wordt.

1.6.

per e-mail van 9 oktober 2013 heeft Coffee company aan Dam Spirit voorgesteld de licentieovereenkomst wederom te verlengen, onder dezelfde voorwaarden als bepaald in de onder 1.5 bedoelde Allonge. In dezelfde e-mail heeft Coffee Company medegedeeld dat zij de vestiging zelf wil voortzetten, indien partijen geen overeenstemming zouden bereiken over verlenging van de overeenkomst.

1.7.

partijen hebben met elkaar overleg gevoerd over een verdere verlenging van de overeenkomst, doch zij hebben over de voorwaarden waaronder die verlenging zou moeten plaats vinden geen overeenstemming bereikt.

1.8.

artikel 18 van de onder 1.4 bedoelde overeenkomst luidt:

“GEHEIMHOUDING, NON-CONCURRENTIEBEDING

18.1.

De Coffee Company-partner verplicht zich jegens Coffee Company gedurende de looptijd van de overeenkomst tot volledige geheimhouding van al hetgeen de Coffee Company-partner ter kennis is gekomen in het kader van de uitoefening van de onderhavige overeenkomst, betreffende de werkzaamheden en relaties van Coffee Company en met Coffee Company gelieerde bedrijven. Deze verplichting geldt voor onbeperkte duur voor het gebruik en de openbaarmaking van alle informatie, kennis, knowhow en technologische voorsprong, die Coffee Company als vertrouwelijke informatie aangeeft, met uitzondering van de informatie die buiten toedoen van de Coffee Company-partner reeds voordien tot het publieke domein behoorden Deze geheimhoudingsplicht dient de Coffee Company-partner op te leggen aan het personeel en al diegenen die betrokken (zullen) zijn bij de exploitatie van zijn bedrijf. Coffee Company zal eveneens geheimhouding betrachten omtrent vertrouwelijke informatie van de Coffee Company-partner.

18.2.

De Coffee Company-partner zal, behoudens schriftelijke toestemming van Coffee Company gedurende de looptijd van deze overeenkomst rechtstreeks noch indirect soortgelijke activiteiten uitoefenen. De Coffee Company-partner zal gedurende een periode van één jaar na beëindiging van de overeenkomst binnen de vestigingsplaats (te weten: in de huidige locatie of op het overeengekomen terrein) niet direct of indirect, zelfstandig of in dienstverband of in de vorm van een vennootschap werkzaam zijn of financiële dan wel andere zakelijke belangen hebben bij activiteiten die soortgelijk zijn aan de door de Coffee Company-partner in het kader van deze overeenkomst uitgeoefende activiteiten.

1.9.

artikel 27 van de licentieovereenkomst luidt als volgt:

“GEVOLGEN VAN BEËINDIGING

27.1.

Met de beëindiging c.q. ontbinding van de onderhavige overeenkomst tussen partijen —al dan niet tussentijds— komt er, ongeacht de directe grond tot beëindiging c.q. ontbinding, een einde aan al hetgeen waartoe de Coffee Company-partner op grond van deze overeenkomst gerechtigd is, waaronder het recht tot gebruik van de Coffee Company-uitingen van Coffee Company.

27.2.

Coffee Company is gerechtigd om bij opzegging van de onderhavige overeenkomst de Coffee Company onderneming zelf voort te zetten op het vestigingspunt waar de Coffee Company-partner werkzaam is geweest. Coffee Company heeft de verplichting om bij opzegging van de onderhavige overeenkomst 60 dagen voor het tijdstip van beëindiging van de onderhavige overeenkomst de Coffee Company-partner op de hoogte stellen van het recht van Coffee Company de Coffee Company-onderneming zelf voort te zetten op hetzelfde vestigingspunt.

27.3.

Ingeval deze mededeling door welke oorzaak dan ook niet in de in lid 2 gestelde termijn gedaan kan worden(bijvoorbeeld bij onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst), zal Coffee Company zo spoedig mogelijk en binnen een redelijke termijn de Coffee Company-partner berichten.

27.4.

Indien de Coffee Company geen gebruik wenst te maken van haar recht tot voortzetting, is de Coffee Company-partner verplicht om binnen dertig dagen na het tijdstip van beëindiging van de overeenkomst al hetgeen zich in of aan het vestigingspunt bevindt, waardoor dat vestigingspunt zich onderscheidt als een Coffee Company-vestiging, daaruit of daarvan te verwijderen en verwijderd te houden.

27.5.

Voorts is de Coffee Company-partner verplicht om binnen dertig dagen na het tijdstip van de beëindiging van de overeenkomst alle door Coffee Company aan de Coffee Company-partner ter hand gestelde stukken en/of goederen in verband met de uitvoering van de onderhavige overeenkomst, hoe ook genaamd, aan Coffee Company ter hand te stellen op een door Coffee Company aan te geven wijze. Bij gebreke van teruggave is Coffee Company gemachtigd zelf tot terughalen en/ of verwijderen van genoemde zaken over te gaan, zulks op kosten van de Coffee Company-partner.

27.6.

Partijen zullen over en weer binnen dertig dagen na beëindiging van de overeenkomst aan de andere partij alle noodzakelijke gegevens verschaffen terzake van eventuele vergoedingen, op het tijdstip van beëindiging verschuldigd, welke vergoedingen binnen die termijn zullen worden betaald c.q. verrekend.

27.7.

De Coffee Company-partner is verplicht na afloop van de onderhavige overeenkomst het gebruik van handelsnaam, merken, modellen en andere elementen uit het licentiepakket onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, alsmede zorg te dragen tot wijziging dan wel beëindiging van de inschrijving dienaangaande in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en voortaan alles te vermijden wat de indruk zou kunnen wekken, dat hij nog tot uitoefening van de Coffee Company-onderneming of tot gebruik van de daaraan verbonden naam, het beeldmerk en andere kenmerken gerechtigd zou zijn.

27.8.

In geval van beëindiging van de overeenkomst komen alle functies in commissies, Coffee Company partnerraad et cetera van de Coffee Company-partner binnen de Coffee Company-organisatie te vervallen.

27.9.

Bij beëindiging van de licentieovereenkomst, overdracht overeenkomstig artikel 29 van de overeenkomst of bij de opheffing van zijn onderneming om welke reden dan ook, verbindt de Coffee Company-partner zich ertoe zonder kosten de overname van zijn huurovereenkomst aan Coffee Company aan te bieden, die de mogelijkheid heeft om overname van de lopende huurovereenkomst te aanvaarden of te weigeren. Ingeval Coffee Company de lopende huurovereenkomst aanvaardt, zal de Coffee Company-partner al het nodige doen om tot in de plaatsstelling van Coffee Company als huurder te geraken De Coffee Company-partner machtigt Coffee Company door deze om mede namens hem een verzoekschrift in te dienen tot in de plaatsstelling. De mogelijk daaraan verbonden (externe) kosten komen ten laste van Coffee Company.

27.10.

lngeval de huurovereenkomst niet aan Coffee Company wordt overgedragen is het de Coffee Company-partner toegestaan de huurovereenkomst voort te zetten, evenwel met uitsluiting van het voortzetten in welke vorm dan ook met een partij die een soortgelijke formule exploiteert.”

1.10.

Op grond van artikel 33 van de licentieovereenkomst staat op overtreding van (onder meer) artikel 18 van de licentieovereenkomst een boete van 25.000,- euro per overtreding en van 500,- euro per dag of gedeelte daarvan dat de nalatigheid voortduurt.

1.11.

met ingang van 4 december 2013 exploiteert Dam Spirit in de vestiging een horecabedrijf onder de naam “Hot Chocolate”.

1.12.

met ingang van 8 mei 2014 exploiteert Dam Spirit in de vestiging een horecabedrijf onder de naam “Dam Good Ice”.

Vordering en verweer in conventie en in voorwaardelijke reconventie

2.

Coffee Company vordert, kort gezegd

I. Dam Spirit te veroordelen om totdat er in een bodemprocedure een eindvonnis

is gewezen, het gebruik van de naam Coffee Company Dam te staken en

gestaakt te houden;

II. Dam Spirit te veroordelen om totdat er in een bodemprocedure een eindvonnis

is gewezen, het gebruik van de naam Hot Chocolate Company te staken en

gestaakt te houden;

III. Dam Spirit te veroordelen de exploitatie van haar onderneming aan de Dam 8-10 te Amsterdam te staken en gestaakt te houden totdat er in een

bodemprocedure tussen partijen een eindvonnis is gewezen;

IV. Dam Spirit te veroordelen om haar onderneming aan Coffee Company over te dragen

zodat Coffee Company aldaar de onderneming weer kan ombouwen naar een Coffee

Company-onderneming en deze zelf kan voortzetten totdat er in een

bodemprocedure een eindvonnis is gewezen;

V. Dam Spirit te veroordelen om totdat er in een bodemprocedure een eindvonnis

is gewezen, de overname van de huurovereenkomst met betrekking tot de in

het pand aan de Dam 8-10 gedreven onderneming aan Coffee Company aan te

bieden en subsidiair Dam Spirit totdat er in een bodemprocedure een

eindvonnis is gewezen het gehuurde aan Coffee Company ter beschikking te

stellen onder dezelfde condities als gelden voor Dam Spirit in de relatie tot haar

verhuurder;

VI. Dam Spirit op grond van artikel 33 juncto artikel 18 en/of 27 van de

licentieovereenkomst te veroordelen tot betaling van een boete van 25.000,-

euro te verhogen met 500,- euro per dag vanaf 1 december 2013, subsidiair

vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag dat Dam Spirit soortgelijke

activiteiten als zij verrichtte als Coffee Company-onderneming, staakt en

gestaakt zal houden;

VII. Te bepalen dat de boete die Dam Spirit verbeurt aan Coffee Company bij het

continueren van soortgelijke activiteiten als zij verrichtte als Coffee Company

onderneming zal worden verhoogd naar 5.000,- euro per dag, dit vanaf dag twee

na de betekening van het te wijzen vonnis;

VIII. Dam Spirit te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder salaris

gemachtigde en de nakosten.

3.

Ter toelichting op de vorderingen voert Coffee Company aan dat, nu de licentieovereenkomst is geëindigd, er een einde komt aan alle rechten van Dam Spirit op grond van de licentieovereenkomst. Dat betekent dat Dam Spirit niet langer gerechtigd is zich op enigerlei wijze te associëren met de formule en de naam van Coffee Company. Dam Spirit handelt uitdrukkelijk in strijd met het overeengekomen non-concurrentiebeding door in de vestiging een soortgelijke horecaonderneming als die van Coffee Company te exploiteren. Voor 2005 was er geen horeca in de vestiging aanwezig; daarmee wordt reeds duidelijk dat Dam Spirit de door Coffee Company overgedragen kennis en knowhow na het einde van de franchiseovereenkomst gebruikt voor oneigenlijke concurrentie. Coffee Company heeft de stellige indruk dat Dam Spirit, na jarenlang geprofiteerd te hebben van de formule van Coffee Company nu meent dat zij het wel zelf kan, zonder afdracht van de franchise fee aan Coffee Company. Aan dit streven moet een halt worden toegeroepen middels de gevorderde verboden. Subsidiair dient Dam Spirit haar onderneming een jaar lang te staken, en gelet op de voortdurende overtreding vanaf 1 december 2013 dient dit jaar aan te vangen op de dag van het te wijzen vonnis.

4.

Nu Dam Spirit het non-concurrentiebeding (artikel 18 van de licentieovereenkomst) heeft overtreden en nog steeds overtreedt, verbeurt Dam Spirit de boeten ingevolge artikel 33 van de licentieovereenkomst. Voorts dient de boete met ingang van het te wijzen vonnis op een hoger bedrag per dag (te weten 5.000,- euro in plaats van 500,- euro) te worden gesteld, omdat het boetebeding uit de licentieovereenkomst blijkbaar onvoldoende is om Dam Spirit van overtredingen te weerhouden.

5.

Nu de licentieovereenkomst is beëindigd heeft Coffee Company op grond van artikel 27 lid 2 en lid 9 van de licentieovereenkomst het recht de onderneming ter plaatse van de vestiging zelf voort te zetten en daarom de medewerking van Dam Spirit te vorderen om, vooruitlopend op in de plaatsstelling ter zake de huurovereenkomst, de vestiging aan Coffee Company aan te bieden althans ter beschikking te stellen. Uit de redactie van artikel 27 volgt, anders dan Dam Spirit heeft bepleit, dat dit ook van toepassing is bij beëindiging van rechtswege van de overeenkomst en niet alleen bij opzegging (wegens wanprestatie van Dam Spirit), aldus steeds Coffee Company.

6.

Dam Spirit heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.

7.

Dam Spirit vordert in voorwaardelijke reconventie

a. a) voor zover de vordering onder 2.III wordt toegewezen:

Te bepalen dat Dam Spirit enkel gehouden is om de exploitatie van haar onderneming te

staken tot 1 december 2014 en enkel voor zover deze activiteiten toezien op een

koffieschenkerij.

b) voor zover vorderingen onder 2.IVen 2.V van Coffee Company worden toegewezen:

Te bepalen dat aan deze vorderingen de uitvoerbaarheid bij voorraad

wordt ontzegd.

c) voor zover vordering onder 2.VII wordt toegewezen:

Te bepalen dat de door Coffee Company gevorderde boete ad 5.000,- euro wordt gematigd tot een bedrag ad 500,- euro.

d) Proceskosten

Coffee Company te veroordelen tot de betaling van de proceskosten van dit geding in

reconventie, inclusief salaris gemachtigde en nakosten, te voldoen binnen veertien

dagen na het te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover als

Coffee Company daarin nalatig blijft.

8.

Ter toelichting heeft Dam Spirit, kort gezegd, het volgende opgemerkt. Voor zover Dam Spirit onverhoopt veroordeeld zou worden tot staking van haar

onderneming dan verzoekt zij om de looptijd en de omvang van

deze staking te matigen. De verplichting de onderneming te staken zou enkel moeten gelden voor zover zij activiteiten als een “koffieschenkerij” ontplooit en enkel tot 1 december 2014. Nu de vordering van Coffee Company kennelijk toeziet op nakoming van artikel 18 van de licentieovereenkomst dient haar vordering ook tot één jaar na het einde van de franchiseovereenkomst beperkt te blijven, alsmede beperkt tot de activiteit van een koffieschenkerij. Meer of anders is immers nooit tussen partijen afgesproken.

Mochten de vorderingen van Coffee Company ten aanzien van het overdragen van de onderneming en de huurovereenkomst onverhoopt worden toegewezen,

dan verzoekt Dam Spirit dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van deze vorderingen achterwege blijft. De gevolgen van een toewijzing zullen voor Dam Spirit dermate draconisch zijn dat zij direct in hoger beroep zal gaan tegen een dergelijk vonnis. Moet zij hangende dit hoger beroep al haar onderneming en de huurovereenkomst verstrekken, dan zal zij enorme schade lijden.

Ten aanzien van de vordering van Coffee Company tot het verhogen van de boete vreest Dam Spirit misbruik daarvan door Coffee Company. Het is ondertussen duidelijk dat Coffee Company alles zal doen om de onderneming van Dam Spirit in handen te krijgen. Daarom heeft Dam Spirit een spoedeisend belang dat deze boete gematigd wordt tot het bedrag dat partijen contractueel hebben bedongen (500,- euro per dag).

9.

Coffee Company voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen in reconventie. Dit verweer zal, voor zover relevant, hierna worden besproken en beoordeeld.

Beoordeling in conventie en in voorwaardelijke reconventie

10.

Dam Spirit heeft aangevoerd dat de onderhavige kwestie te complex is om in een kort geding te worden beslist. Dit verweer wordt gepasseerd. Geoordeeld wordt dat het spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen te groot is om daarvoor het oordeel van de bodemrechter af te wachten.

11.

In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vorderingen van Coffee Company en Dam Spirit in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van voorzieningen zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

Gebruik namen

12.

Naar voorlopig oordeel is Dam Spirit op grond van artikel 27 lid 7 van de licentieovereenkomst gehouden het gebruik van de naam Coffee Company Dam te staken. Het spreekt vanzelf dat voortgezet gebruik van deze naam bij het publiek de indruk kan wekken dat de vestiging nog verbonden is aan Coffee Company. Dit geldt niet voor de naam “Hot Chocolate”, waarbij wordt overwogen dat niet aannemelijk is geworden dat Dam Spirit aan deze naam het woord “Company” heeft toegevoegd.

13.

De vordering onder 2. I zal worden toegewezen en die onder 2.II zal worden afgewezen.

Staken exploitatie onderneming door Dam Spirit?

14.

Het non-concurrentiebeding, neergelegd in artikel 18 van de licentieovereenkomst, verbiedt Dam Spirit om binnen een jaar na beëindiging van de overeenkomst (onder meer) in de vestiging activiteiten te ontplooien die soortgelijk zijn aan de door haar in het kader van de licentieovereenkomst uitgeoefende activiteiten. Dam Spirit heeft allereerst aangevoerd dat Coffee Company geen beroep op het non-concurrentiebeding toekomt omdat zij (Coffee Company) stelselmatig tekort is geschoten in de naleving van de overeenkomst. Coffee Company heeft in feite nooit de overeengekomen ondersteuning geboden en tot op de dag van vandaag ontbreekt het aan een op grond van artikel 5 van de licentieovereenkomst voorgeschreven handboek. Dit verweer wordt gepasseerd. Niet gebleken is dat Dam Spirit zich bij Coffee Company eerder heeft beklaagd over ernstige tekortkomingen. Een briefje van april 2007, met daarin een aantal te bespreken punten, voldoet niet ter onderbouwing van dat verweer. Naar voorlopig oordeel heeft Dam Spirit dan ook niet het recht haar verplichtingen uit de overeenkomst op te schorten, niet op grond van 6:52 BW en evenmin op grond van 6:262 jo 6:264 BW.

15.

Dam Spirit heeft voorts aangevoerd dat soortgelijke activiteiten uitsluitend zien op het exploiteren van een koffieschenkerij. Dat deed Dam Spirit in het kader van de overeenkomst en wordt ook heel duidelijk in de overeenkomst zo benoemd. Nu doet Dam Spirit iets geheel anders. Zij drijft niet langer een koffieschenkerij. Na 1 december 2013 heeft zij in de vestiging eerst een “hot chocolate” winkel gedreven waarin vooral chocolademelk wordt verkocht, en thans (met ingang van 8 mei 2014) drijft zij een klassieke ijssalon met de naam “Dam Good Ice”, aldus steeds Dam Spirit.

16.

Voorshands wordt geoordeeld als volgt. Uit de overgelegde stukken en foto’s blijkt dat het assortiment artikelen dat in de vestiging wordt gevoerd, terwijl zij opereert als “hot chocolate” zaak of “ijssalon” niet wezenlijk anders is dan dat ten tijde van het opereren als “ koffieschenkerij” onder de franchiseformule van Coffee Company. Er was en is te koop een aantal soorten koffie, thee, chocolademelk, frisdranken, broodjes, taartjes, gebak et cetera. De ijsvitrine is duidelijk “erbij” geplaatst en doet er niet aan af dat (zoals Coffee Company terecht heeft aangevoerd) het assortiment, de prijsstelling, de benaming van de producten, de inrichting, uitstraling en het personeel gelijk is gebleven. Dat er binnen dit assortiment een lager percentage koffie wordt verkocht, en er ook overigens verschillen zijn in het aandeel van een bepaald artikel binnen dit assortiment, maakt dit niet anders. Waar het om gaat is dat het een soortgelijke horecaonderneming betreft. Het exploiteren daarvan wordt in strijd met het non-concurrentiebeding geoordeeld. Bij het handhaven van dit beding heeft Coffee Company, naar voorlopig oordeel, een rechtens te beschermen belang, te weten het beschermen van haar positie als franchisgever en de in het kader van de franchiseovereenkomst overgedragen kennis en knowhow.

17.

Dit betekent dat naar voorlopig oordeel de activiteiten, die na 1 december 2013 in de vestiging werden en worden uitgeoefend, beschouwd moeten worden als soortgelijke activiteiten in de zin van artikel 18 van de licentieovereenkomst. Hieruit volgt dat Coffee Company recht en spoedeisend belang heeft bij toewijzing van een verbod om gedurende een jaar, ingaande 1 december 2013, een soortgelijke horecaonderneming te voeren als zij deed ten tijde van de licentieovereenkomst, zoals hierna te bepalen. Er bestaat geen aanleiding het verbod later te laten ingaan dan per 1 december 2013. Als Coffee Company eerder een verbod had willen hebben, had zij de onderhavige procedure eerder moeten aanspannen. Dat zij reeds vanaf december 2013 wist van de nieuwe activiteiten in de vestiging heeft zij niet weersproken. Voor een langer verbod dan een jaar bestaat evenmin aanleiding, nu artikel 18 lid 2 van de licentieovereenkomst de non-concurrentieclausule tot dit ene jaar beperkt.

18.

De overige weren van Dam Spirit op dit punt leiden niet tot een ander oordeel. Het verweer dat dit mogelijk zou leiden tot het faillissement van Dam Spirit wordt gepasseerd, nu aangenomen moet worden dat Dam Spirit bij het aangaan van de licentieovereenkomst wist waar zij voor tekende, terwijl Coffee Company ter zitting nog bereid was de licentieovereenkomst verder voort te zetten. Evenmin wordt aangenomen dat artikel 18 (als mogelijke algemene voorwaarde) onredelijk bezwarend is.

Overdracht onderneming aan Coffee Company?

19.

Op dit punt heeft Dam Spirit aangevoerd dat artikel 27 van de licentieovereenkomst ten deze toepassing mist omdat het alleen van toepassing zou zijn in het geval de overeenkomst wordt opgezegd, en dus niet bij beëindiging door het (enkel) verstrijken van de termijn. Zij heeft daarbij verwezen naar een eerder concept van de licentieovereenkomst uit 2005, waarin de onderhavige bepaling (aldaar genummerd 26) anders was geredigeerd. Dit concept is, zo heeft Dam Spirit aangevoerd op haar uitdrukkelijk verzoek gewijzigd, omdat zij er niet mee instemde dat in geval van beëindiging van de overeenkomst door het verstrijken van de duur, Coffee Company de onderneming van Dam Spirit zou kunnen overnemen, inclusief een in de plaatsstelling als huurder.

20.

Voorshands wordt hieromtrent als volgt geoordeeld. Coffee Company heeft niet betwist dat over het betreffende artikel tussen partijen onderhandeld is. Vastgesteld wordt dat in artikel 27 lid 2 wordt gesproken over het recht van voortzetten van de onderneming door Coffee Company, in het geval van opzegging, terwijl in het eerdere concept dit recht bestond “bij beëindiging c.q. bij ontbinding van de onderhavige overeenkomst”. Daarom komt de uitleg die Dam Spirit aan dit artikel uit de overeenkomst geeft de kantonrechter aannemelijk voor, ook al is het vervolg van artikel 27, met name artikel 27 lid 9, niet overeenkomstig geredigeerd.

21.

Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat ten deze artikel 27 van de licentieovereenkomst toepassing mist, nu deze niet door opzegging is geëindigd. Daarom zullen de vorderingen onder 2. IV en V worden afgewezen.

(verhoging) boete?

22.

Nu op voorhand is geoordeeld dat Dam Spirit het non-concurrentiebeding heeft overtreden en ook thans nog overtreedt, is zij de contractuele boeten verschuldigd. Voor zover in het verweer van Dam Spirit een beroep op matiging moet worden gelezen, wordt dit verworpen. Dam Spirit heeft geen omstandigheden genoemd, waaruit blijkt dat de billijkheid bepaaldelijk matiging van de boete vordert. Het genoemde restitutierisico wordt niet dusdanig zwaarwegend geacht dat op die grond de boete niet (volledig) zou moeten worden toegewezen. Daarom zal worden toegewezen als boete 25.000,- euro. Voor toewijzing van de boete van 500,- euro per dag vanaf 1 december 2013, zoals gevorderd, bestaat geen grond, nu er op die datum nog geen schriftelijke sommatie was verzonden. In beginsel is die boete wel verschuldigd vanaf 29 april 2014, de datum van dagvaarding. Toch zal de boete pas worden toegewezen voor de toekomst, nu het redelijk wordt geacht dat Dam Spirit, nadat zij in kort geding was gedagvaard, eerst het voorlopig oordeel afwachtte, alvorens een per dag oplopende boete te verbeuren.

23.

Het verhogen van de boete van 500,- naar 5.000,- euro per dag van verdere overtreding van het non-concurrentiebeding acht de kantonrechter bovenmatig, en zal op die grond worden afgewezen.

24.

Met het bovenstaande zijn de vorderingen in voorwaardelijke reconventie ook besproken en beoordeeld. De kantonrechter zal deze mede verwoorden in het dictum in conventie, zodat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

25.

Bij deze uitkomst van de procedure bestaat er aanleiding de proceskosten te compenseren.

BESLISSING


De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt Dam Spirit het gebruik van de naam Coffee Company Dam te staken en

gestaakt te houden;

II. verbiedt Dam Spirit om, vanaf 48 uur na het wijzen van dit vonnis tot 1 december 2014, in het perceel Dam 8-10 te Amsterdam op welke wijze dan ook een horecaonderneming te drijven, gelijksoortig aan de onderneming die zij dreef in het kader van de onder 1.4 bedoelde licentieovereenkomst en zoals de aard van die onderneming nader is beschreven onder rechtsoverweging 16 van dit vonnis, op straffe van verbeurte van de contractuele boete van 500,- euro per dag of gedeelte van een dag dat Dam Spirit in strijd met dit verbod handelt;

III. veroordeelt Dam Spirit tot betaling aan Coffee Company van 25.000,- euro als contractuele boete;

IV. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

VI. wijst de vorderingen af;

In conventie en in reconventie

VII. bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter