Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3492

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-05-2014
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
C/13/561848 / KG ZA 14-383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verbod uitlatingen. Uitzendingen zijn niet onrechtmatig. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/561848 / KG ZA 14-383 MvW/SvE

Vonnis in kort geding van 21 mei 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[de B.V. van X],

gevestigd te Amsterdam,

2. [X],

wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding van 1 april 2014,

advocaat mr. Th.J. Bousie te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

RADIO TELEVISION SUISSE, SUCCURSALE DE LA SOCIETE SUISSE DE RADIO DIFFUSION ET TELEVISION,

gevestigd te Genève (Zwitserland),

2. [de documentairemaakster],

kantoorhoudende te Genève (Zwitserland),

gedaagden,

advocaten mrs. R.J. van Agteren en S.H. Janssen te Amsterdam.

Eisers zullen hierna afzonderlijk [de B.V. van X] en [X] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als [X] c.s. Gedaagden zullen afzonderlijk RTS en [de documentairemaakster] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als RTS c.s.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 7 mei 2014 heeft [X] c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat de vordering onder VIII, inhoudende [de documentairemaakster] te veroordelen tot betaling van een dwangsom indien RTS de vordering onder II niet nakomt ter zitting is ingetrokken. RTS c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De voorzieningenrechter en de griffier hebben voorafgaand aan de terechtzitting van 7 mei 2014 kennis genomen van de tv-uitzending van Mise au Point van 3 juni 2012 en van de reportage in Le Journal van 1 juli 2012. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter terechtzitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

aan de zijde van [X] c.s.: [X], [de echtgenote van X] en [Y] (directrice van [de B.V. van X]) met mr. Bousie;

aan de zijde van RTS c.s.: mrs. Van Agteren en Janssen.

Tevens was aanwezig A. Burrough, tolk in de Engelse taal.

2 De feiten

2.1.

[X] is grondlegger van de ‘[X] methode’, een methode die er op gericht is het welzijn van cliënten te verbeteren door middel van aanraking, beweging en oefeningen. De [X] methode wordt sinds 1991 over de hele wereld toegepast en wereldwijd zijn er thans ongeveer 400 beoefenaars van de [X] methode.

2.2.

[de B.V. van X] geeft licenties uit aan trainers en leraren van de [X] methode en int de verschuldigde licentievergoedingen. [de B.V. van X] heeft thans een licentieovereenkomst met 27 leraren en trainers. [X] is (indirect) (mede) eigenaar van [de B.V. van X].

2.3.

RTS is een Zwitserse radio- en televisiezender. [de documentairemaakster] is documentairemaakster.

2.4.

Op 3 juni 2012 heeft RTS in het actualiteitenprogramma ‘Mise au Point’ een reportage uitgezonden van [de documentairemaakster] met de titel ‘Masseur of verkeerde vriend?’. In het door [X] c.s. overgelegde transcript van deze uitzending staat, voor zover van belang, het volgende:

Inleiding door Pierre-Olivier Volet, presentator:

Uw ervaringen staan in uw voeten gegrifd. Dat is in elk geval wat de [X]-methode onderwijst; een methode van persoonlijke ontwikkeling die is bedacht door de Israëliër [X] en die in Zwitserland veel wordt beoefend. Maar het verhaal gaat verder. Vandaag laten oud-beoefenaars voor het eerst van zich horen. Zij stellen wantoestanden in de organisatie aan de kaak en brengen aan het licht dat, naarmate zij opklommen in de hiërarchie van dit piramidesysteem, deze organisatie steeds meer macht over hen kreeg. Het interview van (…) [de documentairemaakster].

De reportage van (…) [de documentairemaakster]

[A]:

Mijn zelfvertrouwen was volledig verwoest.

[B]:

“Ik had het gevoel dat zij ons volledig onder controle wilden houden..ik voelde me totaal gevangen..

[C]:

Er is druk om klanten en geld aan te brengen, te laten weten wat het werk inhoudt, steeds meer en meer..

Danièle Muller:

Ja, er zijn misstanden,. En in het geval van [X], denk ik dat bevestigd kan worden dat sprake is van misstanden. (…)

Comm: (…) als de cliënt meewerkt, schrijft de methode voor dat de cliënt zich uitkleedt. Volgens de methode kan misbruik dat in de kinderjaren heeft plaatsgevonden, aan het licht worden gebracht, zelfs als de cliënt zich er niets meer van kan herinneren. (…)

Comm: (…) sinds enige tijd ontvangt de verantwoordelijke van een vereniging tot bescherming van slachtoffers van sektarische misstanden, klachten van mensen die de [X]-opleiding hebben gevolgd.

Danièle Muller, voorzitter van de Zwitserse vereniging ter bescherming van het gezin en het individu (…): Ik was verbaasd….Het is voor het eerst dat er zoveel gesproken wordt over een groep van deze omvang, de [X]-groep, en dat de groep zoveel schade aanricht.

Comm: Degenen die hun beklag doen, hebben samen met [X], de stichter van de methode, gewerkt. Ondanks onze verzoeken heeft hij geweigerd om ons een interview toe te staan.

Danièle Muller:

Degenen die dicht bij de leidende groep stonden, hebben mij verteld over de onderwerping die zij stap voor stap moesten ondergaan, waarbij zij geleidelijk in deze afhankelijkheid terecht kwamen zonder dat ze dat beseften.

Comm: Deze therapeuten werden verbannen, nadat ze zich jarenlang volledig voor de Methode hadden ingezet.

Zij verlaten de organisatie zonder iets, als paria’s, ze worden beledigd en de hele groep wordt tegen hen opgezet..

Comm: [A] heeft 15 jaar binnen de methode gewerkt, voordat zij werd verbannen. (…)

Comm: De beoefenaars zijn verplicht om behandelingen te ondergaan en cursussen te volgen bij de leiders van de methode; behandelingen waar ze alles moeten vertellen.

Er wordt gesproken over ons seksleven, onze relatie met onze ouders, met onze vrienden..het is duidelijk dat ze bijna alles over ons weten en dat ze zich permitteren om zich met ons privéleven te bemoeien en daarover adviezen te geven.

Comm: Op een dag dwingt [X] haar een radicaal besluit te nemen.

Hij vertelde me dat seksuele onthouding gedurende 7 jaar voor mij het beste zou zijn, want in 7 jaar konden mijn baarmoeder en mijn aardse energie zich zuiveren van alle relaties die ik kon hebben en energie terugkrijgen als van een tiener die nog maagd is ..(…)

Comm: [X] is haar therapeut, haar docent en ook haar werkgever. Net als alle collega’s ondertekende [A] het licentiecontract waarin werd bepaald dat zij verplicht was 20% van haar inkomsten als royalty’s af te dragen. (…)

[A]:

Ik droeg meer dan 40% van mijn inkomen af..Het staat vast dat ik veel betaalde, maar we waren zo gedrild (…)

Comm: En dan plots is er de breuk..tijdens een massage vertelt [A] in vertrouwen dat zij heeft deelgenomen aan een gokspel, een vliegspel. [X] beroept zich op de ethiek en sluit haar uit staande haar behandeling en eist 150.000 CHF schadevergoeding. (…)

Comm: Het creëren van machtsoverwicht is een proces met vreemde en schokkende bewegingen, die [B] ons wil laten zien. [B] die is opgeleid tot danseres, is ook verbannen. [X] eiste volledige overgave van zijn pupillen. Het individu onderwerpt zich aan de groepswet en critici werden verbannen…

[B]:

(…)

De stichter wil niet dat banden tussen een man en een vrouw mogelijk zijn..er zijn geen koppels meer...telkens als er een koppel is, wordt dat verbroken. (…)

Comm: [B] wordt uit de Methode verbannen..haar echtgenoot vraagt echtscheiding aan, zet hun huis te koop, houdt haar zoon bijna 3 maanden bij haar weg, [B] verliest alles, plotseling. (…)

Comm: Doel zou (…) zijn om te verhinderen dat erover zouden praten, volgens de psychiater die meerdere leden van de [X]-methode heeft behandeld. (…)

Franceline James, psychiater

Er zijn veel mensen die zeggen: dat zal mij nooit overkomen. Ook wordt wel beweerd: volwassenen zijn nooit slachtoffer omdat ze meewerken-.-dat soort beweringen miskennen volledig het proces waar het hier om gaat. (…)

Er wordt gezegd dat je lichaam een waarheid over jezelf kent waarvan je hoofd niet op de hoogte is en ik, als therapeut en masseur, ga je vertellen wat je lichaam voelt..het is een onwaarschijnlijke truc, het afbreken van alle mogelijkheden om privacy te behouden..en dat is het ergste van het proces van het creëren van machtsoverwicht.

Comm: [C] en [D] hebben zich omhoog gewerkt tot bovenin de piramide. En daar werd de grond te heet onder hun voeten. (…)

Comm: [D] was de nummer 4 van de groep geworden. Het was haar taak toezicht te houden op de hele piramide en van alles wat zij hoorde verslag aan [X] uit te brengen..

[D]:

Ik kende heel wat van zijn geheimen en om er voor te zorgen dat ze niet uitlekten en ik ze zou bewaren, moest ik me aan hem onderwerpen, dat wil zeggen: onderwerpen in seksuele zin..dat stond mij niet aan..dat paste niet bij me..

Terwijl hij mijn lichaam behandelde, stelde hij vragen als: wat voel je? wie zie je? wat zij hij tegen he? voel je dat hij je aanraakt? Het ging zover dat hij voorwerpen inbracht. toen was het genoeg (…) na deze behandeling, geloofde ik dat mijn neef mij had misbruikt door voorwerpen in mijn vagina te brengen. (…) ik [werd] geacht ook geen weerstand aan hem te bieden.. Toen ik dat weigerde, kon hij mij alleen nog maar kapot maken en mij in ieders ogen voor gek laten doorgaan.

Comm: Voor de groep wordt [D] een psychopaat, een manipulator. Zij wordt verbannen en heeft geen toegang meer tot de [X]-methode. Haar echtgenoot wordt opgeroepen voor vier dagen van intensieve behandelingen: tijdens deze behandelingen overtuigen de leiders hem ervan dat zijn vrouw ziek is en iedereen schade toebrengt.

[C]:

Ze zijn erin geslaagd me zo in de war te brengen dat ik haar voor haar eigen bestwil naar een plek heb gebracht waar zij kon uitrusten.. (…) in een psychiatrisch ziekenhuis. (…)

Comm: We hebben [X] herhaaldelijk gevraagd om een reactie op deze kritiek. Ze hebben geweigerd om mee te werken aan een interview. Hun advocaat heeft ons geantwoord dat het om ongegronde geruchten zou gaan die afkomstig zijn van mensen met wie zij een conflict hebben en met wie zij concurreren. (…)

Studio: Interview van (…) [de documentairemaakster] door Pierre-Olivier Volet

(…) [de documentairemaakster]: (…) Het gaat er niet om te beweren dat alle beoefenaars slecht zijn en het gaat er niet om te beweren dat de [X]-methode wezenlijk slecht is, maar om te laten weten dat er risico’s zijn van misstanden. (…)

POV [de presentator, vzr.]: (…) in de gesprekken die u met verschillende oud-beoefenaars hebt gevoerd, is het u opgevallen dat velen van hen u hebben verteld dat ze er, tijdens een behandeling, van overtuigd werden dat ze slachtoffer waren van seksueel misbruik in hun leven. Iets waarvan ze zich niets konden herinneren (…)

AFW [[de documentairemaakster], vzr.]: Alle mensen met wie we hebben gesproken, hebben ons verteld dat dat is gebeurd. (…) Ze bieden dan ook workshops aan, meestal in groepsverband, waarin mensen hun herinneringen kunnen terugroepen en waarin opnieuw aan hen wordt geopenbaard dat zij in hun kinderjaren zijn misbruikt. (…)

POV: We hebben in het bijzonder [A] met haar advocaat gezien en alle oud-beoefenaars die wij hebben gesproken hebben een advocaat, maar toch hebben ze nu nog geen aanklacht ingediend, Waarom?

AFW: Dat is de grote vraag die ik hun natuurlijk ook heb gesteld. Het antwoord was steeds hetzelfde. Ze zeiden: “ik had niet genoeg geld en ook niet de kracht om de zaak voor de rechter te brengen. (…) wat betreft de persoonlijke kracht om de zaak voor de rechter te brengen, werd het beste antwoord, denk ik, gegeven door Anne Reiser, de advocaat die u in de reportage hebt gehoord. Zij vertelde mij: “als een aanklacht over sektarische misstanden voor de rechter wordt gebracht, moet worden bewezen wat er wordt gesteld. (…)

POV: [X] op zijn beurt, wilde niet meewerken aan deze reportage en onze vragen beantwoorden. Er is echter wel contact gelegd; we hebben hem namelijk gesproken, door tussenkomst van zijn advocaat.

AFW: Natuurlijk hadden we graag gewild dat [X] zou hebben toegestemd in een interview om ons zijn standpunt uit te leggen. Hij heeft ervoor gekozen (…) dit niet te doen en via zijn advocaat te reageren dat het om ongegronde geruchten zou gaan. Vrijdag heeft hij nog een andere (…) actie ondernomen, want [X] heeft een rechtszaak aangespannen en geëist dat wij deze reportage niet zouden uitzenden, omdat er sprake zou zijn van aantasting van zijn persoonlijkheid. De rechter heeft uitspraak gedaan zonder de reportage gezien te hebben en zonder onze argumenten te horen. De rechter oordeelde dat het publiek recht had op informatie en geïnformeerd moest worden over mogelijk misbruik (…)”

2.5.

In Le Journal van RTS van 1 juli 2012 is een reportage van [de documentairemaakster] uitgezonden, getiteld ’Herinneringen van misbruik of misbruik van herinneringen’. In het door [X] c.s. overgelegde transcript van deze uitzending staat onder meer het volgende:

“(…) Vanavond komen we terug op de [X]-methode (…) Aan het begin van de maand werd in een interview, dat door het programma Mise au Point werd uitgezonden, de aandacht gevestigd op bepaalde misstanden (…) een nieuwtje in deze zaak. We horen dat een jongeman die de opleiding tot beoefenaar van de [X]-methode volgde, een rechtszaak heeft aangespannen tegen zijn docente wegens discriminatie en aantasting van de persoonlijkheid. Het is een interview van (…) [de documentairemaakster].

De reportage van (…) [de documentairemaakster]

Deze man hechtte zoveel waarde aan het onderricht van de [X]-methode, dat hij begon met een opleiding om beoefenaar van deze methode te worden. Totdat alles veranderde..

Oud-student en beoefenaar van de [X]-methode:

“Wat mij is overkomen, is verboden discriminatie. Ik ben uitgesloten als student van de [X]-methode omdat ik mijn seropositiviteit bekend heb gemaakt. Het meest weerzinwekkend is, dat werd beweerd dat ik mijn collega’s in gevaar had kunnen brengen.” Dit is de aangetekende brief waarin zijn docente hem te kennen heeft dat hij zijn werkzaamheden onmiddellijk moet beëindigen. Reden: hij zou het leven van anderen in gevaar brengen en de reputatie van de [X]-methode aantasten. De docente voert ook aan dat hij heeft gelogen, omdat hij ontkennend heeft geantwoord op de (…) vraag van de gezondheidsvragenlijst (…)

Oud-leerling en beoefenaar van de [X]-methode:

“Ik kies ervoor mijn seropositiviteit niet bekend te maken omdat die behoort tot mijn privéleven en je weet nooit hoe mensen gaan reageren op deze bekendmaking.” (…) Er is contact opgenomen met de docente, die zojuist de [X]-methode heeft verlaten, maar weigerde commentaar te geven. (…) Los van zijn aanklacht, betreurt onze jongeman deze (…) praktijk. Tijdens een bijeenkomst vertelt hij aan zijn docente zijn eerste seksuele ervaring,,een ervaring waaraan hij goede herinneringen heeft.

Oud-student en beoefenaar van de [X]-methode:

“Ik was 15 en er was een leeftijdsverschil van meer dan een tiental jaar met de persoon met wie ik de relatie had en dus hebben ze besloten dat er sprake was van misbruik..het werd als een verkrachting beschouwd.”

Zijn docente moedigde hem aan om een cursus te volgen die bestemd was voor misbruikslachtoffers en daar zorgde zij voor een tweede onthulling:

Oud-student en beoefenaar van de [X]-methode:

“In mijn jeugd ben ik misbruikt. dat heeft zijn sporen achtergelaten in mijn voeten en in mijn lichaam..gevolg is dat seksualiteit iets smerigs wordt en ik niemand meer kan vertrouwen..” (…)

Studio: interview met mevrouw Danièle Muller (…)

(…) presentatrice:

“Wij willen benadrukken dat we de leiders van de [X]-methode naar hun standpunt hebben gevraagd, maar dat zij hebben geweigerd dat te geven met als reden, ik citeer: “De gestelde vragen gaan over een aanhangige rechtszaak tussen derden.”

“Mevrouw Danièle Muller, goedenavond (…) Sinds de uitzending van ons interview in Mise au Point, heeft u verschillende getuigenissen ontvangen waarin de risico’s van het creëren van onware herinneringen worden bevestigd (…)

Danièle Muller (…):

“Ja, dat is volkomen waar. De eerste uitzending van Mise au Point heeft er (…) voor gezorgd dat mensen naar buiten zijn getreden en contact hebben opgenomen met de vereniging om te vertellen wat ze hebben meegemaakt.” (…)”

2.6.

Op 15 november 2012 hebben vier klagers, waaronder [X], een klacht ingediend bij de Onafhankelijke Klachtenautoriteit voor radio en televisie te Zwitserland (hierna: de Klachtencommissie) tegen SRG SSR (waar RTS onderdeel van uitmaakt) in verband met de uitgezonden reportages in Mise au Point van 3 juni 2012 en het journaal van 1 juli 2012. De Klachtencommissie heeft de klachten van de klagers bij besluit van 28 juni 2013 verworpen. De Klachtencommissie heeft – kort gezegd – geoordeeld dat met de uitzendingen de principes van een nauwkeurige weergave van de gebeurtenissen en van transparantie zijn gerespecteerd en het publiek in staat is gesteld zijn eigen mening te vormen over de in de uitzendingen behandelde onderwerpen. [X] heeft tegen het besluit van de Klachtencommissie geen hoger beroep ingesteld.

3 Het geschil

3.1.

[X] c.s. vordert samengevat en na vermindering van eis -:

I. RTS c.s. te veroordelen iedere uitlating waarin wordt gesteld of de indruk wordt gewekt dat [X] zich schuldig zou hebben gemaakt aan seksueel misbruik, dat de [X] methode volledige overgave zou eisen van haar studenten, dat de [X] methode seksueel misbruik in het verleden zou kunnen vaststellen, dat TGBH haar beoefenaren en leraren financieel uitbuit, dat de [X] methode misbruik zou maken van een machtspositie en dat de [X] Methode zich schuldig zou maken aan discriminatie te staken en gestaakt te houden;

II. RTS te veroordelen de onder I genoemde uitlatingen van de website www.rts.ch te verwijderen;

III. RTS te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 200.000,- voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het gevorderde onder I en II;

IV. RTS te veroordelen op de homepage van www.rts.ch een rectificatie te plaatsen;

V. RTS te veroordelen om, door middel van een search page removal request, de eigenaren c.q. beheerders van de internetzoekmachines Google, Bing, WolframAlpha. DuckDuckGo en Yahoo opdracht te geven de onder I genoemde uitlatingen van de betrokken media als ook uit hun digitale archieven te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden en mr. Bousie kopieën te zenden van alle daartoe gegeven opdrachten en verzonden en ontvangen correspondentie, alsmede al het redelijke te doen om te bewerkstelligen dat de onder I genoemde uitlatingen niet langer op het internet kunnen worden gevonden;

VI. RTS te bevelen om ervoor zorg te dragen dat alle andere sites die de uitzendingen vermelden de uitlatingen genoemd onder I verwijderen en mr. Bousie de kopieën te zenden van alle gegeven instructies en verzonden en ontvangen correspondentie, alsmede al het redelijke te doen om te voorkomen dat de onder I genoemde uitlatingen kunnen worden aangetroffen op de websites;

VII. RTS te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het onder IV, V en VI gevorderde;

VIII. [de documentairemaakster] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het onder I gevorderde;

IX. RTS c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

RTS c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De voorzieningenrechter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Zij overweegt in dat kader als volgt.

4.2.

In het onderhavige geval dient aan de hand van het Verdrag van Lugano 2007 (EVEX II) te worden vastgesteld of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

4.3.

Ingevolge artikel 2 van EVEX II heeft als uitgangspunt te gelden dat degenen die woonplaats hebben op het grondgebied van een door dit verdrag gebonden staat – ongeacht hun nationaliteit – worden opgeroepen voor de gerechten van die staat.

4.4.

Dat zou in het onderhavige geval betekenen dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 EVEX II geen rechtsmacht zou toekomen, nu RTS c.s. haar woonplaats c.q. statutaire vestigingsplaats niet in Nederland maar in Zwitserland heeft.

4.5.

Naast de hoofdregel uit artikel 2 van EVEX II zijn in (onder andere) artikel 5 van EVEX II alternatieve bevoegdheidsgronden neergelegd. [X] c.s. heeft een beroep gedaan op artikel 5 lid 3 van EVEX II, dat bepaalt dat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen bevoegd is, en aangevoerd dat het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan. RTS c.s. heeft dit betwist.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak de term ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ zowel doelt op de plaats van de veroorzakende gebeurtenis als op de plaats waar de schade is ingetreden (zie bijvoorbeeld Hof van Justitie 3 oktober 2013, NJ 2014, 166).

4.7.

Verder wordt geoordeeld dat in het geval van een beweerde schending van rechten door op internet geplaatste content, een vordering tot vergoeding van de volledige schade kan worden ingediend bij de gerechten van de staat waar zich het centrum van de belangen van eiser bevindt (vergelijk Hof van Justitie 25 oktober 2011, NJ 2012, 224).

4.8.

In plaats van een vordering tot vergoeding van de volledige schade kan de eisende partij ook een vordering indienen bij de gerechten van elke staat op het grondgebied waarvan een op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest. Deze gerechten kunnen enkel kennisnemen van vorderingen betreffende schade die is veroorzaakt op het grondgebied van de lidstaat van het aangezochte gerecht (vergelijk ook hier Hof van Justitie 25 oktober 2011, NJ 2012, 224).

4.9.

Vast staat dat de website van RTS, www.rtc.ch, vanuit Nederland toegankelijk is en derhalve in Nederland kennis kan worden genomen van de uitzendingen van Mise au Point van 3 juni 2012 en Le Journal van 1 juli 2012. Als dat gebeurt dan doet het schadebrengende feit zich ten aanzien van [X] in Nederland voor en komt de voorzieningenrechter ten aanzien van [X] internationale rechtsmacht toe op grond van artikel 5 lid 3 van EVEX II, maar enkel voor zover de vorderingen van [X] zien op schade die is veroorzaakt op het grondgebied van Nederland.

4.9.1.

Ten aanzien van [de B.V. van X] geldt voorshands dat zij kan worden aangemerkt als benadeelde omdat de (auteurs)rechten van de ‘[X] methode’ aan haar zijn overgedragen. Dit is weliswaar ter terechtzitting door RTS c.s. betwist, maar het is voldoende aannemelijk, juist omdat aannemelijk is dat [de B.V. van X] om fiscale redenen is opgericht. [de B.V. van X] heeft het centrum van haar belangen in Nederland en derhalve komt de voorzieningenrechter ook ten aanzien van [de B.V. van X] internationale rechtsmacht toe.

Betekening dagvaarding

4.10.

RTS c.s. heeft aangevoerd dat de dagvaarding niet juist is betekend omdat naar Zwitsers recht een “succursale” niet zelfstandig kan worden gedagvaard en [de documentairemaakster] is gedagvaard op het adres van RTS. De dagvaarding is daarom nietig, aldus RTS c.s.

4.11.

Ingevolge artikel 5 van het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (Haags betekeningsverdrag) moet een dagvaarding in overeenstemming met het recht van de aangezochte staat worden betekend. Niet is gebleken dat de dagvaarding naar Nederlands recht niet op de juiste wijze is betekend. Nu RTS c.s. bovendien bij advocaat in het geding is verschenen, zij in staat is verweer te voeren tegen de vorderingen van [X] c.s. en niet gesteld is dat zij in enig rechtens relevant procesbelang is geschaad, gaat het beroep van RTS c.s. op nietigheid van de dagvaarding hoe dan ook niet op (artikel 122 lid 1 Rv).

Toepasselijk recht

4.12.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord welk recht toepasselijk is. Artikel 10:159 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van de Rome II-Verordening (de Verordening) vallen en die als onrechtmatige daad kunnen worden aangemerkt, de bepalingen van de Verordening van overeenkomstige toepassing zijn. De Verordening is derhalve via artikel 10:159 BW van toepassing op het (gestelde) onrechtmatig handelen door RTS c.s.

4.13.

Artikel 4 lid 1 van de Verordening bepaalt dat het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Artikel 4 lid 3 van de Verordening bepaalt dat indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander dan het in de leden 1 en 2 bedoelde land, het recht van dat andere land van toepassing is.

4.14.

Zoals hiervoor al is overwogen kan in Nederland kennis worden genomen van de uitzendingen van Mise au Point van 3 juni 2012 en Le Journal van 1 juli 2012. De gestelde schade doet zich dus (ook) in Nederland voor. De betreffende uitzendingen zijn echter uitgezonden op de Zwitserse televisie en zijn gemaakt door Zwitserse journalisten. In de uitzendingen komen Zwitserse personen aan het woord en alle voorbereidingen, interviews en andere werkzaamheden hebben in Zwitserland plaatsgevonden. De uitzendingen zijn voorts via het internet te bekijken op een Zwitserse website in de Franse taal. Niet aannemelijk is geworden dat de uitzendingen in Nederland in enige mate zijn of worden bekeken. De voorzieningenrechter is gelet hierop voorshands van oordeel dat de (gestelde) onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met Zwitserland dan met Nederland. Dit heeft tot gevolg dat Zwitsers recht van toepassing is op het (gestelde) onrechtmatig handelen.

Spoedeisend belang

4.15.

[X] c.s. heeft ter zitting nader toegelicht dat in juni 2014 een zogenaamde webbased toepassing van de [X]-methode online gaat. De voorzieningenrechter is gelet hierop, anders dan RTS c.s. heeft aangevoerd, van oordeel dat [X] c.s. een voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen.

De uitzendingen van Mise au Point en Le Journal

4.16.

Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van [X] c.s. een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van RTS c.s. op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van RTS c.s. naar Zwitsers recht onrechtmatig zijn. Partijen hebben zich over het Zwitserse recht niet anders uitgelaten dan dat zij menen dat de vraag of de uitlatingen naar Zwitsers recht onrechtmatig zijn, in gelijke zin moet worden beantwoord als wanneer de vraag voorligt of de uitlatingen naar Nederlands recht onrechtmatig zijn. Voorshands volgt de voorzieningenrechter partijen daarin. Welk recht van partijen – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. De juistheid van de aantijgingen, althans de feitelijke grondslag en de inkleding daarvan, vormt onder meer een omstandigheid die in de afweging van de hiervoor genoemde rechten dient te worden betrokken.

4.17.

De Klachtencommissie heeft in haar besluit van 28 juni 2013 (zie 2.6) onder 4.3 overwogen dat “een verzwaarde motiveringsplicht voor de journalist zich opdringt als de verwijten van dien aard zijn dat ze op een ernstige manier een aanslag plegen op de beschouwing van anderen. Met andere woorden, voor programma’s die ernstige verwijten bevatten en die derhalve voor de rechtstreeks betrokken persoon of voor derden een belangrijk risico op materiele of immateriële schade inhouden, gelden er zwaardere vereisten in verband met de journalistieke zorgvuldigheidsplicht. In een dergelijk geval moet er een zorgvuldig onderzoek worden verricht dat zich uitstrekt over de details van de beschuldigingen. Indien het om een ernstige beschuldiging gaat dan moet men, voor zover mogelijk, het woord geven aan de aangevallen persoon of instelling, zodat het publiek over alle beoordelingselementen beschikt. De getrouwe voorstelling van de feiten vereist echter niet dat alle standpunten gelijkwaardig vertegenwoordigd hoeven te zijn op kwalitatief en kwantitatief vlak.” De voorzieningenrechter sluit zich bij dit oordeel aan.

4.18.

De kern van het geschil gaat om hetgeen in de uitzendingen van Mise au Point van 3 juni 2012 en Le Journal van 1 juli 2012 over [X] c.s. naar voren is gebracht. Naar de stelling van [X] c.s. bevatten de betreffende uitzendingen onjuiste, zeer kwetsende en voor de reputatie zeer schadelijke uitlatingen over [X] en de [X] methode. De ernstige beschuldigingen vinden volgens [X] c.s. onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal en er is volgens [X] c.s. door [de documentairemaakster] onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. RTS c.s. heeft dan ook onrechtmatig jegens hem gehandeld, aldus [X] c.s.

4.19.

De uitlatingen waar [X] c.s. zich met name tegen verzet komen er volgens [X] c.s. – kort gezegd – op neer dat [D] [[D] genoemd onder 2.4, vzr.] zich (in seksueel opzicht) aan [X] zou hebben moeten onderwerpen, dat de [X] methode seksueel misbruik tijdens de vroege jeugd zou vaststellen, dat leraren en trainers 40% van hun inkomsten zouden moeten afstaan, dat de [X] methode volledige overgave zou vereisen van haar studenten, controle heeft over het privéleven van haar studenten en relaties tussen mannen en vrouwen onmogelijk maakt en dat de [X] methode zou discrimineren vanwege het feit dat seropositieve personen niet mogen deelnemen aan de trainingen.

4.20.

Voor het antwoord op de vraag of voornoemde uitlatingen onrechtmatig zijn jegens [X] c.s. acht de voorzieningenrechter de volgende omstandigheden van belang.

4.21.

In de eerste plaats is de voorzieningenrechter van oordeel dat de in de hiervoor genoemde uitzendingen besproken (gestelde) gebeurtenissen binnen de [X] methode, misstanden betreffen die de samenleving raken. Dit geldt temeer nu de [X] methode een gevestigde methode is die naar de stelling van [X] c.s. over de gehele wereld wordt beoefend. Door de uitzendingen is een bepaald beeld ontstaan van de [X] methode, zoals [X] c.s. terecht stelt, waarbij de voorzieningenrechter overigens opmerkt dat het woord ‘sektarisch’ niet in de uitzendingen is gebruikt.

4.22.

Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat de in de betreffende uitzendingen gedane uitlatingen afkomstig zijn van meerdere oud-beoefenaars van de [X] methode en dat de authenticiteit van de uitlatingen (deels) wordt ondersteund door de voorzitter van de Zwitserse vereniging ter bescherming van het gezin en het individu en een psychiater. Nu de uitlatingen afkomstig zijn van meerdere personen en zij (deels) ondersteund worden door derden, zijn de beschuldigingen niet onaannemelijk.[X] c.s. heeft zijn daar tegenover geplaatste stelling dat de vier oud-beoefenaars een complot zouden vormen enkel om de [X] methode schade te berokkenen tegen die achtergrond onvoldoende aannemelijk gemaakt.

4.23.

De voorzieningenrechter acht het verder relevant dat in de uitzending van Mise au Point duidelijk naar voren is gebracht dat het gaat om een weergave van de persoonlijke standpunten van vier oud-beoefenaars van de [X] methode.

Zo wordt er in de inleiding van het programma gezegd “Vandaag laten oud-beoefenaars voor het eerst van zich horen. Zij stellen wantoestanden in de organisatie aan de kaak en brengen aan het licht dat, naarmate zij opklommen in de hiërarchie van dit piramidesysteem, deze organisatie steeds meer macht over hen kreeg." In de uitzending komen de vier oud-beoefenaars vervolgens één voor één aan het woord. In de uitzending komen, zoals hiervoor is overwogen, tevens de voorzitter van de Zwitserse vereniging ter bescherming van het gezin en het individu en een psychiater aan het woord. Ook hierbij is in de uitzending duidelijk gemaakt dat het gaat om de persoonlijke standpunten van deze personen. RTS c.s. heeft hierbij naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende afstand genomen van de in de uitzending gedane uitlatingen. [de documentairemaakster] heeft slechts, door middel van een voice-over gevoegd tussen de verschillende passages van de uitzending, op een feitelijke manier de betrokkenen aangekondigd. Hetzelfde geldt voor de uitzending van Le Journal. Ook in deze uitzending is duidelijk gemaakt dat het gaat om het persoonlijke standpunt van de oud-leerling van de [X] methode en RTS c.s. heeft ook in deze uitzending naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende afstand genomen van de gedane uitlatingen.

4.24.

Meer in het bijzonder ten aanzien van de beschuldiging van [D] dat zij zich in seksueel opzicht aan [X] zou hebben moeten onderwerpen overweegt de voorzieningenrechter dat dit een zeer ernstige beschuldiging is. Zoals hiervoor onder 4.17 is overwogen geldt derhalve een verzwaarde motiveringsplicht voor de journalist. Hoewel de beschuldiging van seksuele onderwerping slechts door één persoon, namelijk [D], is geuit, wordt deze (deels) onderschreven door de voorzitter van de Zwitserse vereniging ter bescherming van het gezin en het individu, die in de uitzending heeft verklaard: “Degenen die dicht bij de leidende groep stonden, hebben mij verteld over de onderwerping die zij moesten ondergaan, waarbij zij geleidelijk in deze afhankelijkheid terecht kwamen zonder dat ze dat beseften.” [X] c.s. is bij e-mail van 25 mei 2012 op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld om op onder meer deze specifieke beschuldiging te reageren, dus een week voorafgaande aan de uitzending van Mise au Point op 3 juni 2012, maar heeft ervoor gekozen om alle beschuldigingen in algemene zin te ontkennen. Deze reactie van (de advocaat van) [X] c.s. is in de uitzending vermeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft RTS c.s. hiermee voldaan aan de voor haar geldende verzwaarde motiveringsplicht. Bovendien geldt dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, in de uitzending duidelijk is gemaakt dat het de persoonlijke ervaring van, in dit geval, [D] betreft en RTS c.s. hiervan in de uitzending voldoende afstand heeft genomen.

4.25.

De voorzieningenrechter constateert ten aanzien van beide uitzendingen dat [X] c.s. diverse malen in de gelegenheid is gesteld te reageren op de in de uitzendingen gedane uitlatingen. [X] c.s. heeft er echter voor gekozen niet inhoudelijk te reageren op de beschuldigingen, maar via zijn advocaat te verklaren dat het om ongegronde geruchten gaat (Mise au Point) dan wel dat de gestelde vragen gaan over een aanhangige rechtszaak (Le Journal). RTS c.s. heeft de reactie van [X] c.s. in de betreffende uitzendingen (samengevat) weergegeven, zodat het publiek hiervan op de hoogte was. Dat geen sprake is geweest van hoor en wederhoor, zoals [X] c.s. heeft gesteld, volgt de voorzieningenrechter dan ook niet.

4.26.

De hiervoor onder 4.21 tot 4.25 genoemde omstandigheden in onderlinge samenhang, leiden tot de conclusie dat de uitlatingen in de uitzendingen van Mise au Point van 3 juni 2012 en Le Journal van 1 juli 2012 niet onrechtmatig zijn.

4.27.

De conclusie is dan ook dat de vorderingen van [X] c.s. zullen worden afgewezen.

4.28.

[X] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [X] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van RTS c.s. tot op heden begroot op:

- € 608,- aan griffierecht;

- € 816,- aan salaris advocaat,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S. van Excel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.1

1 type: coll: