Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3314

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2014
Datum publicatie
17-06-2014
Zaaknummer
13.751236-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

EAB Finland, vervolging, beperkingen, detentie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751236-13

RK nummer: 14/958

BESCHIKKING

in raadkamer op het bezwaarschrift ex artikel 61 Overleveringswet (OLW) jo. artikel 62a,

vierde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van

[klager]

geboren te [geboorteplaats] (Finland) op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] te [plaats];

hierna te noemen “klager”,

tegen het bevel van de officier van justitie te Amsterdam van 5 februari 2014, tot het opleggen

van beperkingen als bedoeld in artikel 62 Sv.

1 Procesgang

Het bezwaarschrift is op 11 februari 2014 ter griffie van deze rechtbank ingediend. De

rechtbank heeft op 27 februari 2014 de raadsvrouw, mr. T. Korff, namens haar kantoorgenoot

mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in besloten

raadkamer gehoord. Klager heeft op 27 februari 2014 afstand gedaan; zijn raadsvrouw heeft

verklaard uitdrukkelijk door hem gemachtigd te zijn.

In verband met het spoedeisende karakter van de zaak is op 28 februari 2014 uitspraak

gedaan.

2 Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen de door de officier van justitie opgelegde beperkingen. In

het bezwaarschrift en ter zitting is namens klager aangevoerd - samengevat - dat voor de

opgelegde beperkingen geen wettelijke basis bestaat, er geen gronden zijn die de beperkingen

kunnen rechtvaardigen en dat klager onevenredig zwaar getroffen wordt.

3 Feiten

Klager is op 19 december 2013 voorlopig aangehouden op verzoek van de justitiële

autoriteiten in Finland, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 21 OLW. Klager verblijft

sindsdien in overleveringsdetentie uit hoofde van de OLW.

De officier van justitie heeft bij bevel van 5 februari 2014 bevolen dat in het belang van het

onderzoek beperkende maatregelen worden getroffen. Die maatregelen houden, kort gezegd,

in dat de opgeëiste persoon zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie

geen bezoek mag ontvangen, geen telefonisch contact, middellijk noch onmiddellijk, mag

hebben met anderen zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie/rechter-commissaris, geen brieven mag verzenden of ontvangen zonder uitdrukkelijke toestemming van en na controle door of vanwege de officier van justitie, geen enkel contact mag hebben - mondeling noch schriftelijk noch telefonisch, middellijk noch onmiddellijk- met medegedetineerden.

4 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting uitgesproken de door haar overgelegde

“Aantekeningen ten behoeve van het bezwaarschrift tegen bevel beperkingen”.

5 Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

De Overleveringswet

Artikel 61 OLW bepaalt dat de opgeëiste persoon die op basis van deze wet van zijn vrijheid

wordt beroofd, wordt behandeld als een verdachte die krachtens Sv aan een overeenkomstige

maatregel is onderworpen. Aangenomen dient te worden dat, ook al wordt artikel 62 Sv niet

genoemd bij de bepalingen die in artikel 30 OLW van overeenkomstige toepassing zijn

verklaard, hiermee artikel 62 Sv van overeenkomstige toepassing is in geval van

overleveringsdetentie. De officier van justitie moet derhalve in beginsel bevoegd worden

geacht tot het treffen van de in artikel 62 Sv bedoelde maatregelen, waaronder het nemen van

vingerafdrukken en foto’s, maar ook het opleggen van beperkingen, krachtens

rechtshulpverzoek van de betreffende buitenlandse autoriteit, die om overlevering van de

opgeëiste persoon heeft gevraagd.

Nog daargelaten hetgeen eerder door de rechtbank, op 6 maart 2009 (NBSTRAF 2009/190)

over de toelaatbaarheid van beperkingen in het kader van de overleveringsdetentie is beslist,

is in de onderhavige zaak naar het oordeel van de rechtbank het een gepasseerd station om

nog beperkingen op te leggen en wel om het volgende.

De opgeëiste persoon is op 19 december 2013 aangehouden en één dag later, op 20 december

2013, door de Nederlandse officier van justitie in het kader van het Finse overleveringsverzoek gehoord. Op diezelfde datum, namelijk 20 december 2013, is door de

Finse autoriteiten (National Bureau of Investigation te Vantaa) een rechtshulpverzoek

ingediend bij het LIRC te Zoetermeer. Het rechtshulpverzoek houdt onder meer in:

1 also request that no other persons than the police officers of the Finnish Liaison Bureau of

Europol and police investigators investigating the case in Finland are allowed to meet the

suspect, but no third persons, if the Dutch legislation does not allow otherwise.

Kennelijk heeft dit verzoek op dat moment geen aanleiding gegeven tot het opleggen van

beperkingen. Tot 5 februari 2014, datum van het thans aan de orde zijnde rechtshulpverzoek

tot het opleggen van beperkingen (en de daadwerkelijke uitvoering daarvan), heeft de

opgeëiste persoon onbeperkt kunnen communiceren vanuit het huis van bewaring. Niet wel

valt in te zien hoe beperkingen nu nog aan de door Finland gestelde belangen om deze

beperkingen op te leggen tegemoet kunnen komen.

Slotsom

De conclusie moet zijn dat de belangen voor klager bij het opheffen van de beperkingen

groter zijn dan de belangen van het Openbaar Ministerie om deze te handhaven.

6 Beslissing

De rechtbank:

VERKLAART het bezwaar tegen het bestreden bevel van de officier van justitie gegrond;

HEFT OP de beperkingen door de officier van justitie bij bevel van 5 februari 2014

opgelegd.

Deze beschikking is gegeven op 28 februari 2014 in raadkamer van deze rechtbank door

mr. W.H. van Benthem, voorzitter,

mrs. A.C. Enkelaar en S.A. Krenning, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Schilp, griffier

en ondertekend door de voorzitter en de griffier.