Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3121

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
02-06-2014
Zaaknummer
2472036 \ HA EXPL 13-1179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

dwingende bewijskracht strafvonnis (art. 161 Rv). Feiten waartegen tegenbewijs zou moeten worden geleverd onvoldoende gemotiveerd betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 2472036 \ HA EXPL 13-1179

Uitspraak: 6 mei 2014

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

Menzis Zorgverzekeraar N.V.,

gevestigd te Wageningen ,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,

t e g e n

1.

[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen,

2.

[gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. W.K. Cheng te Amsterdam,

Partijen zullen hierna Menzis, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

  • -

    de dagvaarding van Menzis van 1 oktober 2013, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde 2],

Ingevolge tussenvonnis van 4 februari 2014 heeft een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan en de daarin genoemde nadere producties van Menzis bevinden zich bij de stukken.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1

Op 11 februari 2011 heeft een woningoverval plaatsgevonden in de woning van [slachtoffer 1] en zijn echtgenote [slachtoffer 2]. De overvallers hebben daarbij (zwaar) lichamelijk letsel toegebracht aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], waarvoor zij een medische behandeling hebben ondergaan. Menzis heeft als zorgverzekeraar van beide slachtoffers de medische kosten vergoed.

1.2

[gedaagde 2] (voorheen [gedaagde 2] genaamd) is bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2012 veroordeeld voor het in vereniging met anderen plegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken. Blijkens de bewezenverklaring heeft [slachtoffer 1] ten gevolge van dat geweld zwaar lichamelijk letsel bekomen, te weten een schedelbreuk en drie diepe hoofdwonden. [gedaagde 2] heeft geen hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, zodat het onherroepelijk is geworden.

1.3

[gedaagde 1] is bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2012 op grond van technisch bewijs veroordeeld voor het medeplegen van dezelfde woningoverval.

1.4

Bij brieven van 20 juli 2012 heeft Menzis zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] aansprakelijk gesteld voor de schade ten gevolge van de mishandeling op 11 februari 2011, te weten de hiervoor in 1.1. bedoelde medische kosten. Menzis heeft hen daarbij gesommeerd om de kosten binnen veertien dagen na dagtekening van die brieven te voldoen.

1.5

Menzis heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nadien bij brieven van 17 augustus 2012, 18 september 2012 en 16 oktober 2012 nogmaals gesommeerd tot betaling. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben niet aan die sommaties voldaan, waarna de incassogemachtigde van Menzis diverse sommatiebrieven heeft gezonden. De incassogemachtigde van Menzis heeft voorts getracht [gedaagde 1] en [gedaagde 2] telefonisch te benaderen.

Vordering en verweer

2.

Menzis vordert dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van:
a. € 6.103,55 aan hoofdsom;
b. € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw);
c. € 145,29 aan wettelijke rente, berekend vanaf 20 juli 2012 tot en met 6 mei 2013;
d. rente over € 6.103,55 vanaf 6 mei 2013;
e. de proceskosten.

3.

Menzis stelt daartoe kort gezegd dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en dat zij de dientengevolge geleden schade dienen te vergoeden aan Menzis, aangezien zij is gesubrogeerd in de rechten van haar verzekerden.

4.

[gedaagde 2] voert verweer tegen de vordering. Hij ontkent dat hij zich op 11 februari 2011 schuldig heeft gemaakt aan de woningoverval en de mishandeling. Op de stellingen van partijen zal hierna nader worden ingegaan.

Beoordeling

5.

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 161 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat een in kracht van gewijsde gegaan op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, dwingend bewijs oplevert van dat feit.

In dit geval is sprake van een op tegenspraak gewezen strafvonnis waarbij [gedaagde 2] is veroordeeld voor het medeplegen van de overval in de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], waarbij zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] is toegebracht. Dit vonnis levert dus dwingend bewijs op van die feiten. De kantonrechter dient dit vonnis dan ook wat betreft die feiten als waar aan te nemen, behoudens tegenbewijs (artikel 151 Rv).

6.

[gedaagde 2] heeft aangevoerd dat hij niet past in het opgegeven signalement van de daders, dat er geen FOSLO-confrontatie met hem heeft plaatsgevonden en dat op geen van de bij hem in beslag genomen kledingstukken een spoor van de slachtoffers is aangetroffen. Ook vingerafdrukken en DNA hebben niet geleid tot een onderzoeksresultaat dat kan bijdragen aan een bewezenverklaring, aldus [gedaagde 2].

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde 2] zijn verweer dat hij onschuldig is daarmee onvoldoende concreet onderbouwd. [gedaagde 2] heeft in deze procedure slechts verwezen naar zijn verklaring in de strafzaak dat hij in de middag van 11 februari 2011 ene [naam] is tegengekomen aan wie hij twee verschillende handschoenen heeft uitgeleend (waarvan er later één op de plaats delict is aangetroffen) en dat hij het kladblok dat deze [naam] bij zich had toen even heeft vastgehouden (welk kladblok, met een vingerafdruk van [gedaagde 2], eveneens op de plaats delict is aangetroffen). Nu deze verklaring in het strafvonnis juist gemotiveerd verworpen is en [gedaagde 2] ook in deze procedure geen enkele nadere informatie heeft gegeven over deze [naam] zodat deze niet als getuige kan worden gehoord, heeft hij de feiten waartegen hij tegenbewijs zou moeten leveren, onvoldoende gemotiveerd betwist. Derhalve komt de kantonrechter niet toe aan tegenbewijslevering. Daarmee staat vast dat [gedaagde 2] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de woningoverval, waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht aan [slachtoffer 1]. [gedaagde 2] heeft niet betwist dat ook [slachtoffer 2] bij deze woningoverval lichamelijk letsel heeft opgelopen, hetgeen dus eveneens vast staat.

7.

[gedaagde 2] heeft de hoogte van de medische kosten evenmin betwist. De vordering zal derhalve worden toegewezen. [gedaagde 2] heeft ten aanzien van de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten slechts aangevoerd dat deze niet verschuldigd zijn omdat de hoofdsom moet worden afgewezen. Nu dat verweer faalt, zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toewijzen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen. Menzis heeft door overlegging van de hiervoor in 1.4 en 1.5 vermelde sommaties voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter overweegt dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is gesteld noch gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan.

8.

De vordering van Menzis jegens [gedaagde 1] zal worden toegewezen nu deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

9.

Bij deze uitkomst van de procedure worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Menzis.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2], hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Menzis van:
- € 6.103,55 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 6 mei 2013 tot aan de dag der voldoening;
- € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 145,29 aan wettelijke rente, berekend tot 6 mei 2013;

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten, aan de zijde van Menzis tot op heden begroot op
griffierecht € 448,00
explootkosten € 94,79
salaris gemachtigde € 500,00 (2 punten van kantontarief € 250,-)
totaal € 1.042,79
inclusief eventueel verschuldigde btw;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.E.M. James-Pater, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter