Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:3087

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
30-05-2014
Zaaknummer
1368965 \ HA EXPL 12-246
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is bij tussenvonnis opgedragen te bewijzen dat een (nadere) creditcardovereenkomst tussen haar en gedaagde tot stand is gekomen door ingebruikname door gedaagde van de aan hem toegezonden creditcard. De kantonrechter oordeelt dat eiseres in dit bewijs is geslaagd. De kantonrechter overweegt hierbij wel dat het bevreemdt dat eiseres haar voorafgaand aan de bewijsopdracht ingenomen stelling dat de creditcard door gedaagde telefonisch is geactiveerd met behulp van een aan hem toegezonden nieuwe code, bij akte uitlating bewijslevering, zonder nadere toelichting, heeft verlaten en eerst nu – onderbouwd met bewijsstukken – heeft gesteld dat gedaagde de creditcard heeft geactiveerd met de pincode van zijn oude creditcard. De kantonrechter voorziet dat dit bij de nog te nemen beslissing over de (hoogte van de) proceskosten een rol zal kunnen spelen. Eiseres wordt toegelaten de hoogte van haar vordering nader met bewijsstukken te onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 1368965 \ HA EXPL 12-246

Uitspraak: 6 mei 2014

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

International Card Services B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

nader te noemen ICS,

gemachtigde [gemachtigde],

t e g e n

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

nader te noemen [gedaagde],

procederend in persoon.

VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 6 november 2013 (hierna: het tussenvonnis);

  • -

    de akte uitlaten bewijsaanbod van ICS, met producties;

  • -

    op de rol van 11 februari 2014 is een akte niet dienen aan de zijde van [gedaagde] verleend.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE VERDERE BESLISSING

Beoordeling

1.

In het tussenvonnis is ICS opgedragen te bewijzen dat in 2009 een (nadere) overeenkomst tussen haar en [gedaagde] tot stand is gekomen door ingebruikname door [gedaagde] van de op 7 januari 2009 aan hem toegezonden creditcard.

2.

Bij akte uitlaten bewijsaanbod heeft ICS het volgende gesteld. De pincode die behoorde bij de oude creditcard van [gedaagde] gold ook voor de creditcard die op 7 januari 2009 aan hem is toegezonden. Er is in januari 2009 daarom geen pincode aan [gedaagde] verstrekt. ICS verwijst hierbij naar een, naar de kantonrechter begrijpt, printscreen met informatie uit haar computersysteem. Onder verwijzing naar de computergegevens stelt ICS voorts dat de toegezonden creditcard op 9 januari 2009 om 14.07 uur met de oude pincode is geactiveerd.

3.

[gedaagde] heeft, ondanks mogelijkheid daartoe, deze stellingen van ICS niet weersproken. Gevolg hiervan is dat deze stellingen als vaststaand moeten worden aangenomen. Hierbij merkt de kantonrechter wel op dat het bevreemdt dat ICS zich aanvankelijk in de conclusie van repliek alsook in haar schriftelijke toelichting voorafgaand aan de comparitie op het standpunt heeft gesteld dat in januari 2009 een nieuwe code aan [gedaagde] is gestuurd, waarmee de creditcard vervolgens telefonisch zou zijn geactiveerd. Echter, nu ICS haar huidige stelling dat geen nieuwe code aan [gedaagde] is verstrekt, anders dan haar eerdere stelling als voornoemd, heeft onderbouwd met schriftelijk bewijs, houdt de kantonrechter het ervoor dat ICS kennelijk, eerst toen zij de bewijsopdracht kreeg met betrekking tot haar stelling dat [gedaagde] de creditcard heeft geactiveerd, haar computersystemen heeft geraadpleegd om de gang van zaken te achterhalen. Indien ICS dit reeds voorafgaand aan het tussenvonnis had uitgezocht, zoals van haar verwacht had mogen worden, was de nadere aktewisseling na het tussenvonnis (wellicht) niet nodig geweest. Van ICS had in ieder geval mogen worden verwacht dat zij een en ander in haar akte uitlaten bewijsaanbod zou hebben toegelicht. De kantonrechter voorziet dat dit bij de beslissing over de (hoogte van de) proceskostenveroordeling een rol zal kunnen spelen.

4.

Voorts overweegt de kantonrechter als volgt. Ter comparitie van 17 juli 2013 heeft [gedaagde] erkend dat hij uit hoofde van een in 1999 met ICS gesloten creditcardovereenkomst een oude creditcard in zijn bezit had (gehad) die volgens hem in 2009 was verlopen en dat hij die creditcard in het begin (dus na het aangaan van de creditcardovereenkomst in 1999) heeft gebruikt. Op basis van deze verklaring van [gedaagde] gezien in samenhang met de hiervoor onder 2 vastgestelde feiten is de kantonrechter – met ICS – van oordeel dat het bij gebrek aan feiten en omstandigheden die tot een andere conclusie leiden, in deze procedure ervoor moet worden gehouden dat het [gedaagde] is geweest die de in januari 2009 toegezonden creditcard met de pincode van de oude, door hem gebruikte creditcard heeft geactiveerd. Dit betekent dat als vaststaand moet worden aangenomen dat in 2009 een (nadere) overeenkomst tussen [gedaagde] en ICS tot stand is gekomen. ICS is derhalve in het haar opgedragen bewijs geslaagd.

5.

Gevolg hiervan is (zie r.o. 16 van het tussenvonnis) dat bij gebrek aan een voldoende specifiek daarop gericht verweer van [gedaagde] er thans vanuit wordt gegaan dat het [gedaagde] is geweest die de bestedingen en opnamen in 2009 met de creditcard heeft gedaan. Omdat [gedaagde] de omvang van de vordering gemotiveerd heeft betwist op de grond dat daarvan geen (gespecificeerde) bewijsstukken zijn overgelegd, zal ICS (in navolging van hetgeen is overwogen in r.o. 16 van het tussenvonnis) in de gelegenheid worden gesteld de hoogte van haar vordering, die uit de tot zover overgelegde stukken niet (voldoende) kan worden verklaard, nader met bewijsstukken te onderbouwen. De zaak zal hiertoe naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van ICS. [gedaagde] zal daarop bij antwoordakte kunnen reageren.

6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 3 juni 2014 voor akte aan de zijde van ICS voor het in r.o. 5 omschreven doel, waarna [gedaagde] bij antwoordakte zal kunnen reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. L.R. Wisse, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter